3. Hogere Tetraktis van Pythagoras en het morele kompas

Eed van de pythagoreeërs: Voorwaar, bij de Tetraktys die aan onze Ziel de bron verschafte, die de wortels der immer vloeiende natuur bevat.
Pythagoras: Ontneem de nacht het uur niet, dat gij overdag verloren hebt doen gaan: het is de dag die de schuld van de dag betalen moet.
Wij staan steeds ‘tussen twee vuren’. Aan de ene kant zien we de mensen die erop staan zich aan de letter te houden, bijvoorbeeld:
‘Pythagoras, de meester, heeft het zo gezegd.’ In sommige gevallen misschien een mooi gevoel van trouw tegenover de leraar, maar zie eens hoe dit kan worden misbruikt door de zogenaamde dogmatici, die zich aan de letter willen houden en de geest uit het oog verliezen! En aan de andere kant staan zij die denken dat de letter niet belangrijk is, wat eveneens onjuist is; deze groep denkt dat ze de geest bezit en ze probeert de letter te dwingen zich te voegen naar haar opvatting over wat de meester of meesters, Pythagoras of wie ook, leerde. (Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel II, Hoofdstuk 28)
Proclus: The Pythagoreans considered all mathematical science to be divided into four parts: one half they marked off as concerned with quantity, the other half with magnitude; and each of these they posited as twofold. A quantity can be considered in regard to its character by itself or in its relation to another quantity, magnitudes as either stationary or in motion. Arithmetic, then, studies quantities as such, music the relations between quantities, geometry magnitude at rest, spherics [astronomy] magnitude inherently moving.
Helena Blavatsky:
Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)
Blavatsky Deel III (p. 485, 526): Om Mani Padme Hoem, Ik ben het juweel in de lotus en daarin wil ik blijven.

Boek van de getallen (Kwintessens, Binnenwereld en Buitenwereld, Geest en Lichaam)

Name Numerology
Pythagoras
Beyond the ancient Hebraic source for modern numerology, one other esoteric tradition for numbers should be mentioned: the Pythagorean school of numerical philosophy. As the Hebraic number code may have its source as far back as 1500 BCE, Pythagoras’ famous school of number philosophers was founded in Crotona around 529 BCE. Most of what we know of the Pythagorean number doctrine comes from the historical writings of Diogenes Laertius (around the third century CE).
Diogenes Laertius is de auteur van het werk Leven en leer van beroemde filosofen dat uit tien boeken bestaat. De titel van boek VIII is Pythagoras, Empedocles en de andere Pythagoreëers.

Het bekendste portaal van de kathedraal van Chartres is het Koningsportaal, dat al voor 1194 was gebouwd. Het bevat beelden van de grondleggers van de wetenschap (Pythagoras, Euclides en Aristoteles) en allegorische figuren die de Vrije Kunsten voorstelden (muziek, astronomie, rekenkunde, meetkunde en dialectiek). De moeder van God zwaaide hier zelf de scepter over. In het midden zetelt de zegenende Christus, geflankeerd door een engel (Matteüs), een adelaar (Johannes), een leeuw (Marcus) en de os (Lucas). Dit tableau is gebaseerd op het visioen van de evangelist Johannes, dat hij op Patmos kreeg.

Remco de Kok ONGEZONGEN WERELD: MUZIEK, MODERNITEIT EN RATIONALISERING MASTERSCRIPTIE MUZIEKWETENSCHAP (p. 4):
Kennis zat als het ware in de materie van de dingen zelf. Het is binnen deze epistemologie dat de middeleeuwse visie op muziek moet worden begrepen. Het idee van een harmonie der sferen, een musica mundana, werd gezien als een reële afspiegeling van de goddelijke orde in de kosmos. Deze goddelijke orde werd weerspiegeld in de harmonie tussen ziel en lichaam (musica humana) en ten slotte in de hoorbare harmonie van klanken volgens pythagoreïsche principes (musica instrumentalis). Deze conceptie van muziek was geheel immanent: ze was onderdeel en uitdrukking van de goddelijke schepping.
12: De overtuiging dat de gehele werkelijkheid kan worden begrepen als een representatie van numerieke verhoudingen heeft haar oorsprong in de zesde eeuw voor Christus bij Pythagoras.21 Beroemd en veel aangehaald in middeleeuwse teksten is een mythe over hoe Pythagoras de aritmetische verhoudingen tussen muzikale intervallen ontdekte (zie afbeelding 1).
13: De mythe wil dat hij het experiment herhaalde op een zogeheten monochord. Dit is een instrument met een enkele snaar en een beweegbare brug, waarmee de snaar in verschillende verhoudingen kan worden verdeeld. Dit experiment leverde dezelfde ratio’s op, waaruit bleek dat muziek een hoorbare manifestatie is van natuurkundige proporties. Pythagoras extrapoleerde dit principe vervolgens naar de gehele werkelijkheid. Volgens hem was de kosmos op alle niveaus het resultaat van de getalsverhoudingen die eraan ten grondslag liggen: “It is clear that the pythagoreans did not simply discern congruities among number and music and the cosmos: they identified them. Music was number, and the cosmos was music.”23
14: Deze muziek ‘stemde’ de gehele kosmos volgens de pythagoreïsche ratio’s van 1:2, 2:3, 3:4 en 9:8 en was verantwoordelijk voor de proporties van de seizoenen en andere divisies van tijd, evenals voor de harmonie tussen de vier elementen water, vuur aarde en lucht.29 Daniel Chua merkt op dat als er ooit zoiets als ‘absolute muziek’ bestaan heeft, dat het dan deze musica mundana was: “the absolute music he [Pythagoras] bequeated to humanity was not so much a music to be composed as a music that composed the world.”30 De invloed die deze kosmische harmonie had op de menselijke wereld werd in veel middeleeuwse geschriften inzichtelijk gemaakt met de metafoor van een kosmische monochord (zie afbeelding 2).
16: Ziekte en ongezondheid hielden dus in dat de mens ‘ontstemd’ was; niet langer in harmonie was met musica mundana. Men geloofde dat de klinkende muziek, musica instrumentalis, van invloed kon zijn op de balans van de lichaamssappen, een overtuiging die tot in de late barok van invloed was op het denken over muziek.33
Conclusie
Het begrip ‘muziek’ heeft van de vroegste pythagoreïsche experimenten tot de explosie aan nieuwe benaderingen van de twintigste en eenentwintigste eeuw een ingrijpende gedaanteverwisseling doorgemaakt. Tot zo ongeveer de zestiende eeuw was de plaats van muziek stevig verankerd in het quadrivium. Muziek werd gelijk gesteld aan de kosmos: de gehele werkelijkheid was muziek, een musica mundana gebaseerd op de door Pythagoras ontdekte ratio’s. De door de mens voortgebrachte musica instrumentalis was een afspiegeling van deze sferenharmonie, mits ze volgens dezelfde ratio’s was gecomponeerd, en was van invloed op de musica humana die de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de mens reguleerde.

H.P. Blavatsky De SLEUTEL tot de THEOSOFIE (p. 1/2):
B: Wat is de oorsprong van de naam theosofie?
Th: Die is tot ons gekomen van de Alexandrijnse filosofen, waarheidsminnaars, philaleten genaamd, van (phil) ”minnend” en (aletheia) ”waarheid”. De naam theosofie dateert uit de derde eeuw van onze jaartelling en komt voor het eerst voor bij Ammonius Saccas en zijn leerlingen,1 die het eclectisch theosofisch stelsel invoerden.\\ B: Wat was het doel van dit stelsel? 1) Ook analogeten genoemd. Prof. Alex. Wilder, lid T. S., heeft in zijn ”Eclectic Philosophy” uiteengezet dat zij zo werden genoemd omdat het bij hen gebruikelijk was alle heilige legenden en verhalen, mythen en mysteriën, te verklaren volgens de regel of het beginsel van de analogie en overeenkomst; zodat gebeurtenissen, waarvan werd verteld dat ze in de uiterlijke wereld hebben plaatsgehad, beschouwd werden als een weergave van werkingen en ervaringen van de menselijke ziel. Zij werden ook wel neoplatonisten genoemd. Hoewel de theosofie of het eclectisch theosofisch stelsel algemeen in de derde eeuw wordt geplaatst, moet toch haar oorsprong veel vroeger liggen, als wij Diogenes Laertius mogen geloven, want hij schrijft het stelsel toe aan een Egyptische priester, Pot-Amun, die in het begin van de Ptolemeïsche dynastie leefde. Dezelfde schrijver vertelt ons dat de naam Koptisch is en een aan Amun toegewijde betekent, de god van wijsheid. Theosofie is het equivalent van brahmvidya, goddelijke kennis.

Geoffrey Hodson boek de Zeven Mensentypen
Hoofdstuk I. De betekenis van het Getal (p. 18):
Numeriek wordt de actieve Bron van alle leven en alle vorm voorgesteld door het cijfer Een en de passieve Bron, het negatief bestaan, het Absolute, door Nul, Niet-iets. Volgens de occulte scheppingsleer is de volgende stap in het scheppingsproces het tevoorschijn treden uit het Ene van Zijn inwonende positieve en negatieve aspecten, of manlijke en vrouwelijke vermogens. Het Ene wordt Twee of man-vrouwelijk. Deze Twee werken op elkaar in ten einde het derde aspect van de drievoudig geopenbaarde Logos1 voort te brengen. Deze Drie verenigen zich op hun beurt in al hun mogelijke combinaties om zeven groepen van drie voort te brengen.
1) Logos. De geopenbaarde Godheid, die het scheppend Woord spreekt, waar door heelallen tot ontstaan komen, en leven de uitdrukking naar buiten is van de Oorzaakloze oorzaak, die altijd verborgen blijft. Ontleend aan De Geheime Leer en Het Theosofisch Woordenboek, H.P. Blavatsky.

G. de Purucker boek Wind van de geest , hoofdstuk De opdracht van Pythagoras
79: Denk aan de door Pythagoras gegeven regel. Die is vele malen geciteerd, maar de herhaling heeft niets van de schoonheid en diepte ervan verloren doen gaan. Hij luidt ongeveer als volgt:
‘Laat de ondergaande zon niet de westelijke horizon bereiken en sluit uw ogen niet om te gaan slapen vóór u alle gebeurtenissen van de juist geëindigde dag de revue heeft laten passeren en u zich heeft afgevraagd: Wat heb ik vandaag gedaan dat verkeerd was? Wat heb ik vandaag gedaan dat goed was? Heb ik iemand gekwetst? Ben ik in mijn plicht tekortgeschoten? Laat de ondergaande zon de westelijke rand van de ruimte niet bereiken en laten uw oogleden zich niet voor de slaap sluiten vóór u zich deze vragen heeft gesteld.’
Als mannen en vrouwen deze eenvoudige regel nauwgezet zouden volgen, dan zou negenennegentig procent van de moeilijkheden in de wereld, van het leed, van zonden en zorgen, niet bestaan en nooit gebeuren. De reden is eenvoudig. Moeilijkheden in de wereld komen voort uit onze zwakheden, niet uit onze kracht; zouden we onze kracht vergroten en ons van onze zwakheden ontdoen, dan zou daarna ieder mens, overeenkomstig zijn innerlijke ontwikkeling, een kracht ten goede in de wereld worden. U begrijpt wat dat zou betekenen. Het zou de meeste gedachten en gevoelens en daden die ons ellende bezorgen ontwortelen.

Grote leraren zijn ’leiders’ die de mens in het centrum plaatsen, de dubbelzinnigheden, dubbele agenda’s doorzien en ontmaskeren. De geschiedenis leert dat grote leiders en denkers naar eenheid streven. Het zijn evenwichtskunstenaars, die de Gulden middenweg bewandelen en contrasterende eigenschappen verenigen. Grote leiders kijken naar een verschijnsel van verschillende kanten, denken grenzeloos, multidimensionaal en interdisciplinair en willen dingen aan de mensen geven die nopen tot nadenken.

Het 5D-concept vormt een raamwerk om de zienswijzen van Lao Zi, Heraclitus, Pythagoras, Plato, Jezus, Hegel, Spinoza, Blavatsky, Nietzsche, Jung, Assagioli, Goethe, Richard Wilhelm, Heidegger, Wittgenstein, Rudolf Steiner, Sri Aurobindo, Krishnamurti te verbinden, een nieuwe visie op de werkelijkheid te scheppen. Net als een persoon kent een cultuur ups & downs. De huidige in mineur stemming kan niet los van de graaicultuur worden gezien. Uit naam van persoonlijke vrijheid en autonomie zijn de op de christelijke normen en waarden gebaseerde oude tradities verloren gegaan. Er ontstaat in de samenleving een duidelijk probleem wanneer we ons niet aan universele morele waarden conformeren.

Een van de vijf cultuurdimensies, die Geert Hofstede in zijn boek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen bespreekt heeft op de universele normen en waarden (natuurrecht, deugdethiek, rechten van de mens, die in alle culturen is terug te vinden betrekking. Prof. Hofstede: De menselijke natuur is wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben. De kwintessens van het verhaal 'E i V' gaat over de verborgen imaginaire 5e dimensie Axis mundi, de zingeving van het leven.

De corrigerende werking van de overheid, in de rol van 'dominee', is door de kamerbreed ingevoerde marktwerking door diezelfde overheid, in de rol van 'koopman', voor een belangrijk deel verloren gegaan. Of met andere woorden de individuele 'u vraagt, wij draaien' belangen prevaleren boven de collectieve belangen. Door essentiële voorzieningen als zorg, onderwijs en nutsbedrijven in handen te geven van de markt is een verloedering van de moraal opgetreden. Het geloof van de overheid in het zelfcorrigerende vermogen van de markt is duidelijk tanende. Herman Tjeenk Willink (jaarverslag april 2009) vindt dat in 'de democratische driehoek staat, markt en burger’ de verhoudingen uit het lood hangen. De afgelopen jaren was er te veel markt en te weinig staat en heeft de burgersamenleving te weinig tegenwicht kunnen bieden aan de dominantie van de markt. Het is aannemelijk dat de liberalisering van de financiële markten de ernst van de schuldencrisis hebben versterkt. Uit de reactie van Herman Tjeenk Willink blijkt dat de overheid zich wel met feedbackbesturing bezig houdt, maar te weinig met feedforward. Goed bestuur, een betrouwbare overheid die de belangen van haar bevolking behartigt raakt ondergesneeuwd.

Het korte termijn denken prevaleert bij politici en bedrijven. Bij marktdenken gaat het niet om collectieve, maar om deeloplossingen. Het op de korte termijn gefixeerde marktdenken bevordert de graaicultuur. Het wordt tijd om het dilemma markt versus moraal te doorbreken. Er is niets nieuws onder de zon. Door alle eeuwen heeft de ontkenning van de waarheid tot lijden en dood geleid. Het zijn in hoofdzaak de onschuldigen die van menselijk falen de prijs betalen. Zaken lopen mis wanneer in de politiek de moraal buiten het verkoopverhaal wordt gehouden. Of met andere woorden daar waar het meeste behoefte aan is wordt in de struisvogelpolitiek het minste aandacht aan besteed. Door de Nederland-breed doorgevoerde marktwerking heeft de overheid niet een betere regulering, maar juist het tegendeel van wat men graag had willen bereiken.

Net als eerder de problematiek in het onderwijs hebben de problemen in de financiële wereld alles te maken met groupthink, de organisatiecultuur. Een tunnelvisie brengt het ééndimensionale denken tot uitdrukking. Het is gespeend van elke creativiteit.
Sander Boon schreef hierover in de Volkskrant van 29 november 2008 een aardige column ‘Terug bij af: de geldpers draait weer. Te veel toezichthouders houden zich met gebakken lucht bezig. Het is een open deur om te stellen dat het innovatieve boekhouden van de banken geen meerwaarde heeft opgeleverd. Creativethink heeft ook een keerzijde. De banken hebben jarenlang Sinterklaas gespeeld met het op het Angelsaksische populaire adagium live now pay later. De kredietcrisis is ontstaan doordat er jarenlang met het innovatieve instrument om geld uit geld te maken te veel geld in omloop is gebracht.

De kredietcrisis leert dat de kwantitatieve modellen van het CPB geen rekening houden dat een mens meer is dan een koel en calculerend wezen, maar zich vooral door emoties en angsten laat leiden. De basis van de economische ordening is op eenvoudige rekensommen gebaseerd. Wereldwijd is de invoer van alle landen gelijk aan de uitvoer van allen, 'Invoer + Uitvoer' = 0. Het exportoverschot van het ene land is het import – en de schuldenberg – van de ander. Artificiële intelligentie leert dat het veel lastiger is om met kwalitatieve parameters, de kwalitatieve relaties rekening te houden.

In Nederland is de situatie gegroeid dat de hoogwaardigheidsbekleders die in de schaduw van de formele macht opereren, met al hun bijbanen aanzienlijk meer verdienen dan de verantwoordelijke bewindspersonen. Uiteindelijk is het de informele 'vierde, vijfde en zesde macht' die echt aan het roer zit. Michail Gorbatsjov heeft gelijk ‘We hebben een perestrojka nodig.’

Harry Borghouts, Eelco Brinkman en Loek Hermans faalden bij respectievelijk de IJsselmeerziekenhuizen, gehandicapteninstelling Philadelphia en zorginstelling Meavita.
Job Cohen heeft ‘wanhopig slecht geopereerd’ in het dossier van de Noord-Zuidlijn en het bestuurscollege hangt daarom een bijl boven het hoofd.

Het dilemma is dat de meeste mensen liever de beloning op aarde dan in de hemel ontvangen. Voor Hans van Baalen van de VVD geldt het adagium van de zogenaamde 'carrot and stick'.
De schuldencrisis laat zien dat het korte termijn belang heeft geprevaleerd boven het lange termijn belang. De oplossing is zoals Jan Kees de Jager stelt: De overheid zal de komende jaren de tering naar de nering moeten zetten en veel minder moeten uitgeven dan nu.

Het 5Ddenkraam, de verborgen 5e dimensie heeft op de levenskunst, de zingeving van het leven betrekking. Voor de mens is de eigen evolutie geen blind proces zonder enige bedoeling. Door de vergaande individualisering komen de mensen wel steeds losser van de zingeving, het Goede, Ware en Schone van Plato en de van oudsher stabiele sociale netwerken in de maatschappij te staan.

De kwintessens van het verhaal is dat om een duurzame samenleving te creëren er maar een pedagogische hoofdroute is. Het rapport 'E i V' gaat er vanuit dat Pythagoras (wiskunde (1 + 2 + 3 + 4 = 10) met de heilige Tetraktys, de kwintessens van de zichzelf herhalende patronen van interferentie al te pakken had.

Emanatieleer, Emanationisme: (Lat., emanare, uitvloeien, uitstromen) Wijsgerig-godsdienstige opvatting, volgens welke de eindige dingen krachtens een zich met noodzakelijkheid voltrekkend proces uit het hogere, het oerwezen, d.i. God, voortkomen. Het ontstaan der dingen is dus de zelfontplooiing van de godheid; zij blijven ook bij hun emaneren besloten binnen de godheid, maar zij boeten aan volmaaktheid in, naarmate zij verder van de bron verwijderd zijn. Tegelijk is de wezensovereenkomst tussen God en de wereld oorzaak, dat de dingen en in het bijzonder de mens van nature streven naar de terugkeer in en de mystieke eenwording met de godheid. De emanatieleer is m.n. kenmerkend voor het neoplatonisme en zij heeft sinds Plotinus vele filosofen geboeid. Men kan haar beschouwen als een tussenvorm tussen pantheisme en scheppingsleer.

De Geheime Leer Deel I Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 66):
Ieder cijfer of getal dat betrekking heeft op de verschillende cyclussen, van de grootste tot de kleinste – in de objectieve of onwerkelijke wereld – of dat deze cyclussen weergeeft, moet noodzakelijk een veelvoud van zeven zijn. De sleutel hiertoe kan niet worden gegeven, want hierin ligt het geheim van de esoterische berekeningen, en voor het maken van gewone berekeningen is hij van geen betekenis. ‘Het getal zeven’, zegt de Kabbala, ‘is het grote getal van de goddelijke Mysteriën’; het getal tien is dat van alle menselijke kennis (de decade van Pythagoras); 1000 is het getal tien tot de derde macht en daarom is het getal 7000 ook symbolisch. In de Geheime Leer zijn het cijfer en het getal 4 alleen op het hoogste gebied van abstractie het mannelijke symbool; op stoffelijk gebied is 3 het mannelijke en 4 het vrouwelijke: de verticale en de horizontale lijn in het vierde stadium van de symboliek, toen de symbolen de tekens werden van de voortbrengende krachten op stoffelijk gebied.

Om de waarheid te achterhalen is er volgens Pythagoras - in verband met de supersymmetrie in de schepping - geen complexe wiskunde nodig. Om de 10 dimensies (emanaties) weer te geven is de gebruikte wiskunde van het metrieke stelsel eenvoudiger dan bij de snaartheorie. Er behoeft slechts tot tien te worden geteld (Drie aanzichten, 4e en 5e Dimensie en 6e t/m 10e Dimensie vormen samen de tien gezichtspunten van Plato's Ideeënleer):

1. Monisme; Monade;; Unus mundus; Een Lied van GelukÉne werkelijkheid
2. Dualisme; Vesica Piscis; Dualiteit; Tegenstellingen; Geest-stof'Middelpuntvliedend en Middelpuntzoekend'
3. Triade; Drie logoi; Hegeliaanse filosofie; Neutraal monisme SpinozaThese + Antithese = Synthese
4. Tetrade; Tetragrammaton; Zelforganisatie; Arrow of time (Zeitraum); Ether-paradigmaVier oorzaken-leer; Kwadranten
5. Kwintessens; Ethica; Communicatie; 5e Chakra; Islam, Zeitgeist; Reflexief bewustzijn'Triade + Tetrade' = Kwintessens
6. Zes standpunten; Zes Darshana’s, Vedanta; Davidster; Weltstoff'; Meta-lerenAardse ’Iron triangle en hemelse drie Logoi’
7. 7*7; Esoterie; Bewustzijnsevolutie; 7S-model; Hermeneutische CirkelTriade + Tetrade = Zeven zintuigen
8. 8*8; I Ching, Kubus; Lemniscaat; Möbiusband1 + 7 = 8
9. Enneagram; Enneade; Big Nine; Scheppingsdriehoek 9 - 6 - 3’4e Dimensie + 5e Dimensie’
10. Unificatietheorie; Tien categorieënleer; Eenheid in Verscheidenheid'Akasha en Ether-paradigma'
Wijsheids-Morele kompasRapport ‘E i V’Trias Politica en 4e, 5e en 6e MachtBewustzijnstoestandenUnificatietheorie
sleutel een1e DimensieHoofdstuk 2, 5.1 Bijlage1e MachtGrote Wet (De wet)Unus mundus
sleutel twee2e DimensieHoofdstuk 2, 7.3, 1.5.1 Bijlage2e MachtWet van analogieDichotomieën
sleutel drie3e DimensieHoofdstuk 2, 8.4.2 Bijlage3e MachtWet van harmonieOrdening
sleutel vier4e DimensieHoofdstuk 2, 5, 8.3 Bijlage4e MachtEther-paradigma’Ruimte en Tijd’
sleutel vijf5e DimensieHoofdstuk 2, 5, 4.4 Bijlage5e MachtReflexief bewustzijn’Energie en Tijd’
sleutel zes6e DimensieHoofdstuk 56e MachtMeta-leren’Energie en Materie’
sleutel zeven7e DimensieHoofdstuk 5 Hermeneutische cirkelCategorie van alles
Lemniscaat8e Dimensie  Möbiusband‘IK BEN DIE IK BEN'
 9e Dimensie  Scheppingsdriehoek 9 - 6 - 3Enneagram
Hoofdroute10e DimensieHoofdstuk 2.2.1 Bijlage 'Micro- en Macrokosmos''E i V'; Ken uzelve

Synthese: Het rapport 'E i V' staat echter niet achter de samenvatting die in het artikel van Rinus Kiel wordt weergegeven.

N. Beintema De kracht schuilt in de wederkerigheid - Hoe genomics en maatschappij elkaar versterken (p. 33):
Vandaag staat de gedachtewisseling in het context van ‘wederkerigheid’ tussen wetenschap en samenleving en dat is, om met Hegel en Marx te spreken, terecht: via These (het primaat van de wetenschap) en Anti-these (het primaat van de samenleving) komen we tot Synthese (wederkerigheid of co-evolutie van wetenschap en samenleving).”

F. van Raalten, boek Filosofie in hoofdzinnen 2 (p. 35):
Bij de beantwoording van de vraag of Hegels dialectiek een bruikbare analyse voor de historische ontwikkeling biedt zullen we gebruik maken van de begrippen: kwaliteit en kwantiteit, waarvan de behandeling een groot gedeelte van de Logik beslaat.
36: Logik I p. 383: ‘Alle geboorte en dood zijn in plaats van een zich voortzettende geleidelijkheid juist een breuk daarmee en de sprong uit kwantitatieve verandering in kwalitatieve’ etc. Maar zegt Hegel, ‘het kwantum is de opgeheven kwalitatieve grens’. Hoe groter de hoeveelheid des te minder kwalitatief is het produkt. …;ook omgekeerd: hoe kleiner het kwantum des te kwalitatiever.
37: Elke vooruitgang kent een omslag in het negatieve waardoor de verhouding tussen kwaliteit en kwantiteit verandert en de maat(staf) onder zo’n spanning komt te staan dat ook deze verandert.

 

Het wekt verwondering dat in de snaartheorie het verschijnsel mens volledig wordt buitengesloten. Al stelt Robert Dijkgraaf de architectuur van ons brein bepaalt en beperkt de wetenschap - Er is geen wiskunde zonder de mens - daar kwam ik achter.

De snaartheorie neemt volgens Lee Smolin ruimte en tijd als fundamentele gegevens aan. In de Unificatietheorie zijn daarentegen Ruimte en Tijd wel degelijk in de beschouwingen meegenomen.
Het is Blavatsky die in De Geheime Leer aantoont dat in het Akasha-veld ruimte en tijd één zijn. BDE personen met een verruimd bewustzijn bevinden zich in de imaginaire 5e dimensie waar tijd en ruimte geen rol meer speelt.

Standaardmodel: Aanvankelijk werden drie symmetrieën als evident beschouwd: Spiegelsymmetrie of pariteit (het heelal gezien in een spiegel zou kunnen bestaan), Tijdsymmetrie (het heelal zou op kleine schaal andersom in de tijd kunnen verlopen) en Materiesymmetrie (elk deeltje heeft een tegendeel dat het doet verdwijnen als het dat ontmoet). In een open, dynamisch systeem moet er van een gebroken symmetrie sprake zijn. Volledig gelijk duidt immers op een evenwichtstoestand.

Om de relatie tussen ‘deel’ en ‘geheel’, het (‘en-en’/‘of-of’-mechanisme) te verklaren gebruikt Arthur Koestler het concept van holons. Een holarchie is een hiërarchie van holons. De gebroken symmetrie zorgt voor het onderscheidingsvermogen van onze ziel en risicobeheersing om de crises van menselijke makelij te bezweren.

In plaats van dat we de systemen steeds complexer en ondoorzichtiger - Too big to fail - maken moeten we terug naar wat al in 1973 door de econoom E.F. Schumacher: in zijn boek Small Is Beautiful, het spreiden van risico's is aangegeven.

De communicatie, de interacties tussen hersenhelften vindt grotendeels plaats via verbindingen van de hersenbalk en heeft op de lateraliteit (Lateralization) van de rechter - en de linker hersenhelft betrekking. Iain McGilchrist beschrijft in zijn boek The Master and His Emissary dat het reductionalistisch materialisme vooral een product is van het denken dat verbonden is met de linker hersenhemisfeer en dat zich ongecorrigeerd uitspreekt door de verbindende en holistische processen die kenmerkend zijn voor juist de rechter hersenhemisfeer.

Freek van Leeuwen boek Geestkunde - Hoofdstuk 7.6 De geestelijke vermogens en de getallen (p. 354):
Het rapport ‘E i V’ is op de driehoek (Tetractys) van Pythagoras gebaseerd. De in het onderstaande linker kwadrant weergegeven getallen corresponderen met de getallen in de kubus van Freek van Leeuwen.

Big Nine: Big Five:
  4. Veerkrachtig2. Zorgvuldigheid
3./7. Denken -1./8. WillenDenken -Intuïtie
||||
Gewaarworden -VoelenGewaarworden -Voelen
4./5. Waarnemen2./6. Voelen1. Emotionele flexibiliteit3. Vriendelijkheid
9. Bemiddelaar in het centrum 5. Openstaan voor ervaringenin het centrum

Er is een verband tussen de kubus, de numerologische getallentheorie van Pythagoras en de geestelijke vermogens in de samengestelde toestand, getuige het volgende:

Dit is een afbeelding van de kubus met op de hoekpunten de getallen 1 t/m 8, met in het middelpunt de alles samenvattende 9. Aan de getallen zijn de samengestelde vermogens toegevoegd, zoals die overeenkomen met de persoonlijkheidsbeschrijvingen uit de numerologie.

Wat betreft de numerologische samenhang van de getallen met de kubus:
Alle hoekpunten bij elkaar leveren 36 op: 1+2+3+4+5+6+7+8=36; 3+6=9 (volgens het numerologische gebruik de cijfers van een getal bij elkaar op te tellen).

Van de hoekpunten van het ondervlak en het bovenvlak is de som altijd 9: 1+8=9, 2+7=9 enz.

Er zijn in de kubus twee diagonale vlakken te tekenen: 1,7,6,4; en 2,8,5,3 die ook op 9 uitkomen.

1+7+6+4=18;1+8=9Ingekeerde waarnemen, voelen, denken en willen
2+8+5+3=18;1+8=9Uitgekeerde waarnemen, denken, voelen en willen

Op deze wijze is de kubus een uitbeelding van de numerologische getallentheorie.

De oermoeder, de Aarde ontstond uit de Chaos aan het begin van de dingen. De Chaos bevatte alle basisbestanddelen, de vier elementen aarde, water, lucht en vuur. Daaruit ontstond onder anderen Gaea.

Enantiodromie: Twee universele tegengestelde principes (> dialectiek) die samen Tao vormen, een principieel complex van tegengestelden.
Enantiodromie of enantiodromia (Grieks: enantios, tegenovergesteld, en dromos, looprichting) is de benaming voor het door de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung (1875-1961) ontdekte en geïntroduceerde beginsel, dat een overvloed van de ene werkzame kracht onvermijdelijk haar tegendeel oproept en produceert. Dit komt overeen met het evenwichts-principe in de natuurlijke wereld, in die zin dat levende systemen de ingebouwde neiging vertonen om alle uitersten – zoals overbevolking, politieke repressie of milieuvervuiling – door middel van de tegenovergestelde c.q. in hun voortbestaan bedreigde krachten weer met elkaar in evenwicht te brengen.

De Chinese filosofie stelt dat het universum voortkomt uit en afhangt van de wisselwerking tussen twee tegengestelde en complementaire principes, de universele polariteiten yin en yang die uiteindelijk zijn voortgekomen uit dezelfde 'Bron'.
Yin staat voor de aarde, negatief, passief, donker, vrouwelijk en destructief.
Yang staat voor de hemel, positief, actief, licht, mannelijk en constructief.
Door een eeuwige interactie tussen yin en yang bestaan alle dingen en worden zij voortdurend getransformeerd.

De essentie van de natuurlijke "zelf-organisatie", door de "zelf-selectie" komt zowel met de spiraalvormige Fibonnaci structuur als met de 'meet-lat' (p. 37) van de vier gemanifesteerde gebieden overeen.

De wiskundige Benoît Mandelbrot stelt dat de werkelijkheid veel beter met zijn fractale geometrie kan worden beschreven. Het is net als met de telling van Pythagoras zeker een manier om op de complexe werkelijkheid grip te krijgen.

Om het fenomeen van de weerspiegeling te duiden maakt Plato van de allegorie van de grot gebruik en Blavatsky beschrijft de toverlantaarn. De viervoudige aard van de mens 'nӗshāmā, rūah, nefesh en gūf' in de microkosmos is een weerspiegeling van de vier fundamentele natuurkrachten in de macrokosmos. boek Kabbalah (p. 55) bespreekt de vier werelden (Guph, Nephesh, Ruah en Neshama, respec. Malkuth, Yesod, Tifereth en Kether) van de Joodse Kabbalah.
Het Diagram of the Zodiac and Correspondences correspondeert met het figuur op p. 56. Tetragrammaton is de qabalistische formule die het ontstaan van de 10 Sephiroth in 4 'werelden' of 'kosmische frequentiebanden' beschrijft. De 'Boom van het Leven' vormt een 'ladder' (van Jacob) tussen 'Aarde en Hemel'. Deze wordt door de qabalist beklommen met de bedoeling optimaal met de macrokosmos te communiceren om zodoende co-creatief het gelukkige leven te realiseren. Door de code van Kosmos te ontcijferen, krijgt hij weet van de kosmische eeuwigheid.

Van elk van deze negenenveertig constellaties (sterrenbeelden) wordt gezegd, dat ze een principe, kracht of hoedanigheid in de mens zelve symboliseren; het gehele stelsel vormt een symbolisch wezen, een hemelse mens (Adem Kadmon of Tetragrammaton), uitgebeeld op de sterrenhemel.
Benjamin Adamah schrijft in zijn boek Nulpunt Revolutie over Adam Kadmon ons zuiver negentropische alter ego.

Het rapport 'E i V' bevat een vergelijkbare doorsnede. De Delen I t/m VII bestaan elk uit vier niveaus, die onderling met de Triade 'These + Antithese = Synthese', het '1e, 2e en 3e aanzicht' zijn verbonden. De merkwaardige lus van Douglas Hofstadter wordt op deze manier een feit.

De ‘Merkwaardige lus’ is een besturingsmechanisme dat op een niveau en tussen niveaus werkzaam is. De lus kan met de lemniscaat van het morele kompas worden vergeleken. Bij ‘Verstrengelde hiërarchie’ onderscheiden we niveaus als 'bewust en onbewust', 'kwantitatieve as en kwalitatieve as', 'individueel - en collectief leerproces'. Op een niveau en tussen niveaus bestaan spanningsvelden. Bij een koppel kun je spreken over de band die ontstaat, terwijl bij groepen, grotere eenheden er sprake is van een sfeer, het hangt in de lucht, een cultuur. De niveaus zijn onderling verbonden, er vindt een wisselwerking plaats. De partner waarmee je samenleeft, de groep, de cultuur waar je deel van uitmaakt spelen een belangrijke rol bij de keuzes die je 'bewust of onbewust' in het leven maakt.

Door de werkelijkheid verkeert te interpreteren kom je niet tot goede oplossingen. Omdat de snaartheorie slechts de materiële kant behandelt mag niet worden verwacht dat deze theorie over de éne werkelijkheid uitsluitsel geeft. Door alleen beide complementaire kanten, 'Geestkunde en Natuurkunde' van de éne werkelijkheid te belichten komt de unificatietheorie, de relatie tussen de 'microkosmos en macrokosmos', tussen de 'Natuur en God' van Spinoza een stapje verder.

In het enneagram staat de scheppingsdriehoek 9 - 3 - 6, de Triade en bij de levensboom de Tetrade centraal. Bij de Wet van Zeven gaat het echter om de dynamiek van de gemanifesteerde werkelijkheid, het hexagram, dat zowel de Triade als de Tetrade omvat. Creativethink biedt een handvat om de chaos in ons leven te helpen beheersen. De bijlage 'Triade + Tetrade' toont een historisch kader. Het raamwerk dient als achtergrond om de gebeurtenissen in de huidige tijd te kunnen duiden.

Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 15):
Sommige wetenschappers menen dat de betekenis van de verhouding 13:20, die besloten ligt in de Lange- Tellingkalender, te maken heeft met de Gulden Snede van de Heilige Geometrie, hoewel een verhouding van 13:21 een ware Fibonacci-verhouding zou weergeven die uiteindelijk convergeert naar de Gulden Snede.
58: Waarom zouden we Heilige Geometrie introduceren in een boek dat handelt over hedendaagse vernieuwende wetenschap? De reden daarvoor is dat de Heilige Geometrie een sleutelrol lijkt te vervullen in een nieuwe, in opkomst zijnde postkwantumfysica. Deze nieuwe fysica lijkt beter in staat lijkt te zijn om het nulpuntsveld te verklaren en is een heropleving van de 19e eeuwse etherfysica.
61: De Bijbel vertelt hoe God het licht schiep op de tweede dag. Welnu van de Vesica Pisces wordt nu, zoals we zullen uitleggen aan het einde van dit hoofdstuk aangenomen dat dit de geometrie is van de fotondeeltjestoestand van licht!
63: De dodecaëder en de icosaëder zijn ook tegenhangers van elkaar. Elke lijn, vlak en hoek in een Platonisch lichaam zijn identiek aan elke andere lijn, vlak of hoek uit dezelfde vorm. Met andere woorden de Platonische lichamen zijn extreem symmetrisch.
65: Misschien wel het meest belangrijke onderwerp in de Heilige Geometrie is de Gulden snede. De Gulden snede is een speciale verhouding die wordt aangeduid met de Griekse letter d, Phi genaamd (spreek uit als fi).
Ze voldoet aan d = ½ * f5 + ½ = 1,618
De totale duur van de Lange-Tellingkalender is 5.200 jaar. Volgens Mayakenners is de Lange-Tellingkalender gestart op 11 augustus 3114 v.Chr. en zal hij eindigen op 21 december 2012.
92: Volgens Daniel Winter is de vorm van het pentagram die we in een tweedimensionale satellietfoto zien in werkelijkheid een driedimensionale dodecaëder en de hexagonale vorm stelt het bovenaanzicht voor van een icosaëder. Winter heeft een enigszins afwijkende interpretatie van de Heilige Geometrie die we zien in deze orkanen, volgens Winter zijn de geneste fractalstructuren van de dodecaëder en de icosaëder het gevolg van de imploderende elektromagnetische golven in het oog van de orkaan. Deze elektromagnetische golven worden onttrokken aan de zwaartekracht, zo legt Winter uit, omdat zwaartekracht en elektromagnetisme gerelateerde fenomenen zijn. Orkanen en tornado’s zijn berucht om hun anomalieën m.b.t. elektromagnetische effecten zoals donderschichten en schijnende lichten in de slurf van deze stormen. Het is een anomalie omdat orkanen en tornado’s geen onweersbuien zijn. Dus het lijkt er nu op dat de natuur ons een reëel waarneembaar fenomeen verschaft dat ons in staat stelt om orkanen te bestuderen als de hermetische tegenhanger van dezelfde vortices die het atoom vormgeven.
94: In ons melkwegstelsel heeft de dierenriem met zijn twaalf tekens de geometrie van een dodecaëder waarbij de 12 vlakken overeenkomen met de 12 tekens van de dierenriem.
95: Platonische lichamen komen ook voor in de energiebanen van de aarde hetgeen we zullen aantonen in het volgende hoofdstuk. De ‘aura’ van de aarde is een dodecaëder-icosaëderraster (geneste dodecaëder en icosaëder) van energielijnen dat we verder zullen aanduiden als het aardraster.
146: Bij nader onderzoek van het bovenaanzicht van DNA blijkt dat het de vorm van een dodecaëder heeft. Er zijn tien Phi-spiralen voor nodig om de spiraalvormige dodecaëdervorm van DNA te vormen. Het DNA-molecuul als golfvorm is afgestemd op het hart en is in staat om haar ‘akoestische emoties’ te ontvangen.

Isis ontsluierd Deel 1 hoofdstuk 1. Oude dingen met nieuwe namen (p. 58):
Plato, de toegewijde leerling van Pythagoras, begreep dit zo goed dat hij beweerde dat de dodecaëder de meetkundige figuur was die de demiurg bij de bouw van het heelal had gebruikt.1 Enkele van deze getallen hadden een bijzonder heilige betekenis. De vier bijvoorbeeld, waarvan de dodecaëder het drievoud is, werd door de pythagoreeërs als heilig beschouwd. Het is het volmaakte vierkant; geen van de zijden is ook maar iets langer dan de andere. Het is het symbool van morele gerechtigheid en goddelijke rechtvaardigheid, meetkundig uitgedrukt.

Isis ontsluierd deel 2 hoofdstuk 8. Jezuïtisme en vrijmetselarij (p. 463):
We hebben laten zien welke betekenis Pater en Petra hadden bij de hiërofanten; de op de stenen tabletten van de laatste inwijding geschreven verklaring werd door de inwijder overhandigd aan de uitverkoren toekomstige interpretator. Nadat de ingewijde zich op de hoogte had gesteld van de mysterieuze inhoud ervan die hem de mysteries van de schepping openbaarde, werd hij zelf bouwer, want hij was nu op de hoogte van de dodecaëder, de meetkundige figuur waarop het heelal is gebaseerd. Aan wat hij in vorige inwijdingen over het gebruik van de duimstok en de bouwkundige beginselen had geleerd, werd een kruis toegevoegd, waarvan de verticale en horizontale lijnen de grondslag voor de spirituele tempel zouden vormen, door ze te leggen over het verbindingspunt, het centrale oorspronkelijke punt, het element van alle bestaansvormen,2 dat het eerste concrete denkbeeld van de godheid voorstelt. Vanaf dat moment kon hij als architect (zie 1 Corinthiërs 3:10) voor zichzelf op die rots een tempel van wijsheid bouwen, en na een vaste grondslag te hebben gelegd, ‘anderen daarop laten bouwen’.
2) Pythagoras.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën, p. 129:
129: II. DE STEM VAN HET WOORD, SVABHAVAT, DE GETALLEN, WANT HIJ IS EEN EN NEGEN12.
12) En dit is tien of het volmaakte getal, toegepast op de ‘Schepper’, de naam die wordt gegeven aan de gezamenlijke scheppers die door de monotheïsten tot Eén worden samengevoegd, want de ‘Elohim’, Adam Kadmon of sephira – de Kroon – zijn de androgyne synthese van de 10 sephiroth die in de gepopulariseerde Kabbala het symbool van het gemanifesteerde Heelal vormen. De esoterische kabbalisten echter volgen de oosterse occultisten en scheiden de bovenste driehoek van de sephiroth (of sephira, chochmah en binah) van de rest, waardoor er zeven sephiroth overblijven. Aan de term svabhavat wordt door de oriëntalisten de betekenis gegeven van de universele plastische stof die door de Ruimte is verspreid, misschien met een half oog op de ether van de wetenschap. Maar de occultisten identificeren svabhavat met ‘VADER-MOEDER’ op het mystieke gebied (zie boven).
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 268):
Het verschil tussen de twee stelsels, de Kabbala en de archaïsche esoterische Vidya, is werkelijk erg klein, en is beperkt tot onbelangrijke afwijkingen van vorm en uitdrukking. Dit geldt dan voor de Kabbala zoals die is opgenomen in het Chaldeeuwse Boek van de Getallen, niet zoals deze onjuist wordt voorgesteld door de verminkte kopie ervan, de Kabbala van de christelijke mystici. Zo spreekt het oosterse occultisme over onze aarde als de vierde wereld, de laagste van de keten, waarboven aan beide kanten de zes bollen omhooggaan, drie aan elke kant. De Zohar echter noemt de aarde de laagste, of de zevende, en voegt eraan toe dat alle dingen die in haar, de ‘microprosopus’, zijn, afhankelijk zijn van de zes. Het ‘kleine gezicht’, kleine want het is gemanifesteerd en eindig, ‘wordt gevormd uit zes sephiroth’, zegt hetzelfde boek. ‘Er komen zeven koningen en sterven in de driemaal vernietigde wereld’ – (Malkuth onze aarde, die is vernietigd na elke Ronde van de drie die zij heeft doorlopen). ‘En hun heerschappij (van de zeven koningen) zal worden verbroken.’ (Boek van de Getallen, l, viii, 3.) Dit heeft betrekking op de zeven Rassen, waarvan er in deze Ronde al vijf zijn verschenen, en nog twee moeten verschijnen.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 364):
Evenals in alle ware filosofische stelsels, wordt hier zelfs het ‘Ei’, of de cirkel (of de nul), grenzeloze oneindigheid, aangeduid met HET7; en Brahmâ;, slechts de eerste eenheid, wordt de mannelijke god genoemd, dat wil zeggen het bevruchtende beginsel. Het is of 10 (tien), de decade. Alleen op het gebied van het zevenvoudige of onze wereld wordt het Brahmâ; genoemd. Op dat van de verenigde decade in het rijk van de werkelijkheid is deze mannelijke Brahmâ; een illusie.
7) De ideële top van de driehoek van Pythagoras: zie in Deel II de Hoofdstukken ‘Kruis en cirkel’ en de ‘Vroegste symboliek van het kruis’.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 9 De maan, Deus Lunus, Phoebe (p. 428/429):
‘De oude wijzen hadden geen naam, geen denkbeeld en geen symbool voor de eerste Oorzaak7. Bij de Hebreeën was de indirecte opvatting ervan neergelegd in een uitdrukking die aangeeft dat deze niet is te begrijpen – namelijk Ain-Soph of het Onbegrensde. Maar het symbool van de eerste begrijpelijke manifestatie ervan was het beeld van een cirkel met zijn middellijn . . . (zie de Proloog van Deel 1, Afdeling 1) om tegelijk een meetkundig, fallisch en sterrenkundig denkbeeld uit te drukken . . . want de één komt voort uit de nul of de cirkel en zou zonder deze niet kunnen bestaan, en uit de één, of de oorspronkelijke één, komen de negen cijfers en meetkundig alle vlakke figuren voort. Zo is in de Kabbala deze cirkel met zijn middellijn het teken van de tien sephiroth of emanaties, die de Adam Kadmon, de archetypische mens samenstellen, de scheppende oorsprong van alle dingen. . . . Dit denkbeeld om de cirkel en zijn middellijn, dat is het getal tien, te verbinden met de betekenis van de voortplantingsorganen en de allerheiligste plaats, werd bouwkundig tot uiting gebracht in de koningskamer of het Heilige der Heiligen van de grote Piramide, in het tabernakel van Mozes en in het Heilige der Heiligen van de tempel van Salomo. . . . Het is de afbeelding van een dubbele baarmoeder, want in het Hebreeuws is de letter hé ה zowel het getal 5 als het symbool van de baarmoeder en tweemaal 5 is 10 of het fallische getal.’
7) Omdat deze te heilig was. In de Veda’s duidt men haar aan als DAT: het is de eeuwige Oorzaak’ en men kan er daarom niet over spreken als over een ‘eerste Oorzaak’, een term die inhoudt dat er een tijd was waarin geen enkele oorzaak bestond.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende (p. 466/467):
De Chaos werd van alle dingen het eerst voortgebracht’, waaruit men kan afleiden dat men aan de oorzaak of de voortbrenger ervan met eerbiedig stilzwijgen moet voorbijgaan. Homerus gaat in zijn gedichten niet verder dan de Nacht, die hij door Zeus laat vereren. Volgens alle theologen van de oudheid en de leringen van Pythagoras en Plato is Zeus, de directe schepper van het heelal, niet de hoogste god; evenmin als Sir Christopher Wren in zijn fysieke menselijke aspect de GEEST in hem is, die zijn grote kunstwerken heeft voortgebracht. Homerus zwijgt daarom niet alleen over het eerste beginsel, maar ook over de twee beginselen die direct op het eerste volgen, de Aether en de Chaos van Orpheus en Hesiodus en het begrensde en de oneindigheid van Pythagoras en Plato. . . . Proclus zegt over dit hoogste beginsel: ‘Het is . . . de eenheid van alle eenheden en boven de eerste adyta . . . onuitsprekelijker dan alle stilte en occulter dan alle essentie . . . verborgen te midden van de kenbare goden.’ (Ibid.)
468: Bij Pythagoras keert de MONADE naar stilte en duisternis terug, zodra deze de triade heeft ontwikkeld, waaruit de overige zeven van de 10 (tien) getallen voortvloeien die aan het gemanifesteerde heelal ten grondslag liggen.
Hetzelfde vindt men in de Noorse kosmogonie. ‘In het begin was er een grote afgrond (Chaos), dag noch nacht bestond; de afgrond was Ginnungagap, de gapende kloof, zonder begin en zonder einde. AL-VADER, de ongeschapene, de ongeziene, woonde in de diepte van de ‘afgrond’ (RUIMTE) en wilde, en wat werd gewild kwam tot bestaan.’ (Zie Asgard and the Gods.) Evenals in de hindoekosmogonie wordt de evolutie van het heelal verdeeld in twee bedrijven, in India de prakriti- en padma-scheppingen genoemd. Voordat de warme stralen die uit het ‘Huis van het heldere licht’ stromen, leven wekken in de grote wateren van de Ruimte, worden de elementen van de eerste schepping zichtbaar en hieruit wordt de reus Ymir (ook Orgelmir) gevormd – de uit de Chaos gedifferentieerde oerstof (letterlijk ziedende klei).
473: ‘Onze oude schrijvers hebben gezegd dat er vier soorten Vāch zijn . . . para, pasyanti, madhyama, vaikhari (een bewering die is te vinden in de Rig-Veda en de Upanishads) . . . Vaikhari Vāch is wat wij uitspreken.’ Het is geluid, spraak, en dat wat voor een van onze stoffelijke zintuigen begrijpelijk en objectief wordt, en onder de wetten van waarneming valt. Dus: ‘Elke soort vaikhari-Vāch bestaat in haar madhyama- . . . pasyanti- en tenslotte in haar para-vorm . . . Deze pranava12 noemt men Vāch, omdat deze vier beginselen van de grote Kosmos corresponderen met deze vier vormen van Vāch . . . De hele Kosmos in zijn objectieve vorm is vaikhari-Vāch; het licht van de logos is de madhyama-vorm; en de logos zelf de pasyanti-vorm; terwijl Parabrahmam het para-aspect (boven het noumenon van alle noumena) van die Vāch is.’ (Notes on the Bhagavad-Gita.)
12) Pranava is evenals Om een mystieke term, die door de yogi’s tijdens de meditatie wordt uitgesproken; van de woorden die volgens de exoterische commentatoren, vyahriti’s, of ‘om, bhur, bhuva, svar’ (Om, aarde, uitspansel, hemel) worden genoemd, is pranava misschien het heiligste. Zij worden met ingehouden adem uitgesproken. Zie Manu II, 76-81, en de toelichting van Mitakshara op de Yājñavalkya-Smriti, i, 23. Maar de esoterische verklaring gaat veel verder.
475: Dit zal de onderzoeker helpen begrijpen waarom Pythagoras de godheid (de logos) als het centrum van eenheid en de ‘bron van harmonie’ beschouwde. Wij zeggen dat deze godheid de logos was, niet de MONADE, die in eenzaamheid en stilte woont, omdat Pythagoras leerde dat de EENHEID, die immers ondeelbaar is, geen getal is. En daarom werd ook van de kandidaat, die zich aanmeldde voor toelating tot zijn school, verlangd dat hij als voorbereiding daarop de rekenkunde, sterrenkunde, meetkunde en muziek had bestudeerd, die als de vier onderdelen van de wiskunde werden beschouwd. Dit verklaart verder waarom de pythagoreeërs beweerden dat de leer van de getallen – in de esoterie de belangrijkste – door de hemelse godheden aan de mens was geopenbaard; dat de wereld uit de Chaos tevoorschijn was geroepen door geluid of harmonie, en opgebouwd volgens de beginselen van de muzikale verhoudingen; dat de zeven planeten die het lot van de stervelingen beheersen, een harmonieuze beweging hebben ‘en intervallen die overeenkomen met die in de muziek, waardoor verschillende geluiden ontstaan, die zo volmaakt harmonieus zijn dat ze de liefelijkste melodie voortbrengen, die voor ons onhoorbaar is, alleen al door de grootsheid van het geluid, dat onze oren niet kunnen opvangen’. (Censorinus.)
In de theogonie van Pythagoras waren de hiërarchieën van de hemelse menigten en goden genummerd en werden met behulp van getallen uitgedrukt. Pythagoras had de esoterische wetenschap in India bestudeerd, daarom zeggen zijn leerlingen: ‘De monade (de gemanifesteerde) is het beginsel van alle dingen. Uit de monade en de onbepaalde duade (de Chaos) kwamen getallen voort; uit getallen, punten; uit punten, lijnen; uit lijnen, oppervlakken; uit oppervlakken, lichamen; hieruit vaste lichamen met vier elementen – vuur, water, lucht, aarde; uit al deze, omgezet (en in wisselwerking staand) en totaal veranderd, bestaat de wereld.’ (Diogenes Laertius in Vit. Pythag.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Over elementen en atomen Vanuit het standpunt van de wetenschap en van het occultisme (p. 627):
De hedendaagse natuurkunde heeft, toen zij aan de Ouden haar atoomtheorie ontleende, één punt, het belangrijkste van de leer, vergeten; daarom kreeg zij alleen de schil en zal nooit tot de kern kunnen doordringen. Zij liet, toen zij de fysieke atomen overnam, het veelbetekenende feit buiten beschouwing dat van Anaxagoras tot Epicurus, de Romein Lucretius en tenslotte zelfs tot Galileo, al die filosofen min of meer in BEZIELDE atomen geloofden, niet in onzichtbare deeltjes van zogenaamde ‘redeloze’ stof. Volgens hen werd een draaiende beweging opgewekt door grotere (lees meer goddelijke en zuivere) atomen die andere atomen naar beneden trokken, terwijl de lichtere gelijktijdig omhoog werden gestuwd. De esoterische betekenis hiervan is de eeuwig cyclische neergaande en opstijgende curve van gedifferentieerde elementen door intercyclische fasen van bestaan, totdat elk opnieuw zijn uitgangspunt of geboorteplaats bereikt.
628/629: En dit bewijst dat de oude ingewijden, die min of meer nauwkeurig door alle niet-ingewijden uit de oudheid werden gevolgd, met de term ‘atoom’ een ziel, een genius of engel bedoelden, de eerstgeborene van de steeds verborgen oorzaak van alle oorzaken; en in deze zin worden hun leringen begrijpelijk. Evenals hun opvolgers verkondigden zij dat er goden en genii, engelen of ‘demonen’ bestaan, niet buiten of onafhankelijk van het universele plenum, maar erbinnen. Alleen dit plenum is tijdens de levenscyclussen oneindig. Zij erkenden en onderwezen veel van wat de hedendaagse wetenschap nu onderwijst – namelijk het bestaan van een oorspronkelijke ‘wereldstof of kosmische substantie’, waaruit werelden worden gevormd. Deze is eeuwig homogeen, behalve tijdens haar periodieke bestaan, wanneer zij zich door de hele oneindige ruimte differentieert en verspreidt en daaruit geleidelijk hemellichamen vormt. Zij onderwezen de omloop van de hemelen, de draaiing van de aarde, het heliocentrische stelsel en de atomaire wervelingen – atomen – in werkelijkheid zielen en intelligenties. Maar deze ‘atomisten’ waren spirituele, heel transcendentale en filosofische pantheïsten. Zij zouden nooit dat monsterlijke, tegenstrijdige voortbrengsel hebben uitgedacht of ervan hebben gedroomd, de nachtmerrie van ons hedendaagse beschaafde ras, namelijk – enerzijds onbezielde, zichzelf leidende atomen en anderzijds een buitenkosmische God.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 17 De dierenriem en zijn ouderdom (p. 722):
Of de oorsprong van de Dierenriem nu Arisch of Egyptisch is, deze is in ieder geval ontzaglijk oud. Simplicius (6de eeuw n.Chr.) schrijft dat hij altijd had gehoord dat de Egyptenaren gedurende de laatste 630.000 jaar sterrenkundige waarnemingen hadden bijgehouden en opgetekend. G. Massey schijnt door deze mededeling te zijn geschrokken; hij merkt hierover in zijn Natural Genesis (Deel II, blz. 318) op: ‘Als wij dit aantal jaren als maanden lezen, die de Egyptenaren volgens Euxodus jaren noemden, dan zou dat nog de duur van twee precessiecyclussen (of 51.736 jaar) opleveren.’ Diogenes Laërtius voerde de sterrenkundige berekeningen van de Egyptenaren terug tot 48.863 jaar vóór Alexander de Grote (Proloog, 2). Martianus Capella bevestigt dit door het nageslacht mee te delen dat de Egyptenaren de sterrenkunde meer dan 40.000 jaar lang in het geheim hadden bestudeerd, voordat zij hun kennis aan de wereld schonken (Astronomy of the Ancients, Lewis, blz. 264).

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, Inleidende opmerkingen OVER DE ARCHAÏSCHE STANZA’S EN DE VIER VOORHISTORISCHE CONTINENTEN (p. 1):
Wat betreft de evolutie van de mensheid stelt de Geheime Leer drie nieuwe stellingen voorop, die lijnrecht in strijd zijn met zowel de moderne wetenschap als de gangbare religieuze dogma’s: zij leert
(a) de gelijktijdige evolutie van zeven mensengroepen op zeven verschillende delen van onze aardbol;
(b) de geboorte van het astrale lichaam vóór het stoffelijke, waarbij het eerste een model is voor het laatste; en
(c) dat de mens in deze Ronde aan alle zoogdieren in het dierenrijk voorafging1 – de mensapen daarbij inbegrepen.
1: Zie Genesis ii, 19. Adam wordt gevormd in vers 7, en in vers 19 wordt gezegd: ‘Uit de aarde vormde de Heer God alle dieren van het veld en alle vogels van de lucht; en hij bracht ze naar Adam om te zien hoe hij ze zou noemen.’ De mens werd dus geschapen vóór de dieren, want de dieren die in hoofdstuk i worden genoemd, zijn de tekens van de Dierenriem, terwijl de mens ‘man en vrouw’ niet de mens is, maar de menigte van de sephiroth; KRACHTEN of engelen, ‘gemaakt naar zijn (Gods) beeld en gelijkenis’. Adam, de mens, is niet naar die gelijkenis gemaakt, en dit wordt ook niet beweerd in de bijbel. Bovendien is de Tweede Adam esoterisch een zevenvoud dat zeven mensen of liever mensengroepen voorstelt. Want de eerste Adam – de Kadmon – is de synthese van de tien sephiroth. De bovenste triade hiervan blijft in de archetypische wereld als de toekomstige ‘drieëenheid’, terwijl de zeven lagere sephiroth de gemanifesteerde stoffelijke wereld scheppen, en dit zevenvoud is de tweede Adam. Genesis en de mysteriën waarop dit boek berustte, waren uit Egypte afkomstig. De ‘God’ van het eerste hoofdstuk van Genesis is de Logos, en de ‘Heer God’ van het tweede hoofdstuk is de scheppende Elohim – de lagere machten.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 40/41):
Er zijn drie soorten licht, zowel in het occultisme als in de Kabbala:
(1) het abstracte en absolute licht, dat duisternis is;
(2) het licht van de gemanifesteerde-ongemanifesteerde, door sommigen de logos genoemd, en
(3) het laatstgenoemde licht, weerspiegeld in de Dhyan-Chohans, de lagere logoi (collectief de Elohim), die het op hun beurt uitstorten over het objectieve Heelal.
Maar in de Kabbala – door de kabbalisten van de XIIIde eeuw opnieuw uitgegeven en zorgvuldig aangepast aan de christelijke leerstellingen – worden de drie lichten beschreven als:
(1) het heldere en doordringende, dat van Jehova;
(2) weerspiegeld licht; en
(3) licht in het abstracte.
‘Dit abstract opgevatte licht (in metafysische of symbolische zin) is Alhim (Elohim God), terwijl het heldere doordringende licht Jehova is. Het licht van Alhim behoort aan de wereld in het algemeen, in haar geheel en haar algemene volheid, maar het licht van Jehova behoort tot het voornaamste voortbrengsel, de mens, in wie dit licht doordrong en die door dit licht werd gemaakt.’ De schrijver van de ‘Source of Measures’ verwijst de lezer met klem naar Inman, ‘Ancient Faiths embodied in Ancient Names’, Deel ii, blz. 648. Daarin komt een afbeelding voor van ‘de vesica piscis, Maria en het vrouwelijke embleem, gekopieerd van een rozenkrans van de gezegende Maagd . . . gedrukt in Venetië in 1542’, en daarom, zoals Inman opmerkt, ‘met vergunning van de Inquisitie en dus orthodox’. Deze afbeelding zal de lezer duidelijk maken wat de latijnse kerk verstond onder deze ‘doordringende kracht van licht en zijn gevolgen’. De edelste, de grootste en de meest verheven denkbeelden van de oosterse filosofie over de godheid zijn door de christelijke interpretaties toch wel droevig verminkt, doordat ze werden toegepast op de grofste antropomorfistische begrippen!
De occultisten in het oosten noemen dit licht daiviprakriti en in het westen het licht van Christos. Het is het licht van de LOGOS, de rechtstreekse weerspiegeling van het altijd onkenbare op het gebied van de universele manifestatie. Maar hier is de interpretatie die de moderne christenen ervan geven met behulp van de Kabbala.
Geheime Leer Deel II Stanza 4 SCHEPPING VAN DE EERSTE RASSEN (p. 106):
(b) Deze ‘schaduwen’ werden geboren ‘elke van haar eigen kleur en soort’ en elke ook ‘de mindere van haar schepper’, omdat deze laatste een volledig wezen van zijn soort was. Volgens de Toelichtingen heeft de eerste zin betrekking op de kleur of gelaatskleur van elk zo geëvolueerd mensenras. In Pymander hebben de zeven oorspronkelijke mensen, geschapen door de Natuur uit de ‘hemelse mens’, allen deel aan de eigenschappen van de ‘zeven bestuurders’ of heersers, die de mens – hun eigen weerspiegeling en synthese – liefhadden.
Geheime Leer Deel II Stanza 10 DE GESCHIEDENIS VAN HET VIERDE RAS (p. 264):
Vergelijk de laatste zin met wat de rabbi zegt, die de Kabbala aan prins Al-Chazari uitlegt in het boek met die naam; en men zal ontdekken dat het gewicht en de maat en het getal in de Sepher Jezirah de attributen van de sephiroth (de drie sephrim of getallen, cijfers) zijn, die het hele collectieve getal 10 omvatten; en dat de sephiroth de collectieve Adam Kadmon, de ‘hemelse mens’ of de logos zijn. Satan en de gezalfde werden dus in het denken van de oudheid vereenzelvigd. Daarom:
33. ‘Satan is de dienaar van god, de heer van de zeven woningen van Hades’ . . .
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental Zeven in de sterrenkunde, de wetenschap en de magie (p. 707/708):
Omdat de zon, de maan en de planeten de nooit falende tijdmaten waren, waarvan het vermogen en de periodiciteit goed bekend waren, werden zij zo de grote heerser en heersers van ons kleine stelsel in al zijn zeven gebieden of ‘sferen van werkzaamheid’1.
1) De werkingssferen van de gecombineerde krachten van evolutie en karma zijn: (1) de boven-geestelijke of noumenale; (2) de spirituele; (3) de psychische; (4) de astro-etherische; (5) de sub-astrale; (6) de vitale en (7) de zuiver fysieke sferen.
Dit was zo duidelijk en opmerkelijk, dat deze wet zelfs de aandacht trok van veel hedendaagse geleerden, zowel materialisten als mystici. Natuurkundigen en theologen, wiskundigen en psychologen hebben herhaaldelijk de aandacht van de wereld op deze periodiciteit in het gedrag van de ‘Natuur’ gevestigd. Deze getallen worden in de ‘Toelichtingen’ met de volgende woorden verklaard.
De cirkel is niet de ‘ene’ maar het al.
In de hogere (hemel), de ondoordringbare rājah (‘ad bhutam’, zie Atharva-Veda X, 105), wordt hij (de cirkel) één, omdat (hij) de ondeelbare (is), en er geen tau in kan zijn.
IN DE TWEEDE (van de drie ‘rajĩmsi’ (tritīya), of de drie ‘werelden’) WORDT DE ENE, TWEE ('mannelijk en vrouwelijk); EN DRIE (voeg de zoon of de logos toe); EN DE HEILIGE VIER (tetraktis, of het tetragrammaton).
IN DE DERDE (de lagere wereld of onze aarde) WORDT HET GETAL VIER, EN DRIE, EN TWEE. NEEM DE EERSTE TWEE, EN GIJ ZULT ZEVEN KRIJGEN, HET HEILIGE GETAL VAN HET LEVEN; VERENIG (dit laatste) MET DE MIDDELSTE RĀJAH EN GIJ ZULT NEGEN HEBBEN, HET HEILIGE GETAL VAN HET ZIJN EN HET WORDEN2.
2) Want als de geheimzinnige zevenvoudige cyclus een natuurwet is, en dat is zo, zoals is bewezen; indien blijkt dat hij de evolutie en de involutie (of dood) beheerst op het gebied van de entomologie, ichthyologie en ornithologie, en ook in het dierenrijk, bij zoogdieren en mensen – waarom kan hij dan niet aanwezig en werkzaam zijn in de Kosmos in het algemeen, in zijn natuurlijke (hoewel occulte) indelingen van tijd, rassen en mentale ontwikkeling?
Wanneer de westerse oriëntalisten de werkelijke betekenis van de Rig-vedische verdelingen van de wereld – de tweevoudige, drievoudige, zes- en zevenvoudige, en vooral de negenvoudige verdeling – hebben begrepen, zal het mysterie van de cyclische verdelingen, toegepast op hemel en aarde, goden en mensen, voor hen duidelijker worden dan het nu is. Want:
‘Er is een harmonie van getallen in de hele natuur; in de zwaartekracht, in de planetaire bewegingen, in de wetten van warmte, licht, elektriciteit en scheikundige affiniteit, in de vormen van dieren en planten, in de zintuiglijke waarneming. Inderdaad richten de hedendaagse natuurwetenschappen zich op een generalisatie die door één enkele numerieke verhouding de fundamentele wetten van alles zal uitdrukken. We wijzen op de Philosophy of the Inductive Sciences van professor Whewell en op de onderzoekingen van Hay over de wetten van de harmonie in kleuren en vormen. Hieruit blijkt dat het getal zeven wordt onderkend in de wetten die de harmonieuze waarneming van vormen, kleuren en geluiden beheersen en waarschijnlijk ook van de smaak, indien we onze gewaarwordingen van die soort met wiskundige nauwkeurigheid konden analyseren’ (Medical Review, juli 1844).

Het factorgetal (factorelement, heptagoon, ‘telesphoros’) zeven correspondeert met de zeven zintuigen en de atoommassa in groepen van zeven, maar ook met de zeven (hoofd)elektronenschillen (Periodiek systeem/Elektronenconfiguratie). In de Theosofie staat het factorelement 7 symbool voor een natuurconstante.

De symmetrische bouw van de natuur wordt door Blavatsky in Deel III (p. 591) besproken en door het ingenieuze, reflexieve model “Macrokosmos = Microkosmos” van de esoterie weergegeven.

Het is mogelijk de éne werkelijkheid vanuit een nieuw gezichtspunt te belichten. Het op de zeven wijsheidssleutels gebaseerde nieuwe gezichtspunt heeft op de zeven eigenschappen, perspectieven van de éne werkelijkheid, lees aggregatieniveaus van het bewustzijn betrekking.
Het rapport 'E i V' wil aantonen dat op basis van de vijfde wijsheidssleutel de kwintessens van het verhaal echter gelijk blijft.

Door het Nederland-breed ingevoerde marktdenken in de collectieve sector hebben polici het paard achter de wagen gespannen en schieten daarmee uiteindelijk in eigen voet.

Het is een goed initiatief van de SP om het aantal bijbanen te beperken. De oude politieke netwerken zijn niet in staat gebleken de continuïteit van organisaties te waarborgen. Om een duurzame samenleving te bevorderen zijn nieuwe netwerken, beslissingsstructuren nodig. Elke beslissing vindt in het nu, in een split second plaats. Het leven bestaat alleen in het eeuwige nu. Waar kiezen we, bewust of onbewust, voor in het leven?

====

Bezieling (Mystieke taal, Triade, Logos, Enneagram, Eenheid in Verscheidenheid)

Amazing Grace (Persis Bekkering Volkskrant 4 mei 2017 Bijlage p. 13):
Waarom maakt u muziek voor een betere wereld? Kunt u niet beter lezingen geven?
'Fanatisme, populisme en extremisme zijn allemaal gebaseerd op onwetendheid. Onwetendheid is een van de slechtste eigenschappen van de mens. Hoe verander je daar iets aan? De mens functioneert in mijn ogen zo: we voelen eerst emotie, daaruit volgt reflectie en ten slotte . Met muziek raak je mensen op het eerste niveau, het spreekt tot het hart. Ik ben er dus van overtuigd dat met muziek mensen veranderd kunnen worden, want de kennis die ons vanuit de muziek, via de emotie bereikt, is de diepste vorm. En die kennis is hard nodig. In het boek citeer ik de ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt, die schreef: als mensen hun geschiedenis niet kennen, kunnen ze ook de toekomst niet vormgeven.'
Ook in Nederland krijgen we weinig onderwijs in de geschiedenis van de slavernij. Het past niet bij de ideologie van ons grootse handelsverleden. Waarom weten we hier niet meer van?
'Ik ben niet heel optimistisch als het om de politiek gaat. Ik denk niet dat overheden eerdaags meer verantwoordelijkheid tonen voor dit verleden, of van toon veranderen.'

Roger Rundqvist Bezield leven
De menselijke heelheid is afhankelijk van in hoeverre we ons stevig weten te vestigen in de uiterlijke, tijdelijke én in de innerlijke, tijdloze werkelijkheid. Aan de hand van ervaringen uit zijn eigen leven en door zijn werk met mensen, alsmede in het licht van verschillende bronnen van oude wijsheid en moderne denkwijzen, wil de auteur laten zien hoe we waarachtig en veilig in onszelf thuis kunnen komen. We kunnen onze plaats in het eigen leven en in de samenleving vinden, wanneer we worden wie wij werkelijk zijn in verbondenheid met onze medemens, de Aarde en het alles verbindende Bewustzijn. Zo leven we bezield en in harmonie met onze levensopdracht en bestemming.

Hierocles of Alexandria heeft de Gulden Verzen van Pythagoras van commentaar voorzien.
Wij kunnen ons alleen van onze neiging tot het lagere ontdoen door de kracht die opwaarts leidt, door ons geheel over te geven aan God, door ons volledig te bekeren tot de goddelijke wet (G. Barborka p. 175).

De psyche (reflexief bewustzijn) werkt als een spiegel. Het is deze spiegel die zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (Standaardmodel, de gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.

Topvrouwen: het wil niet vlotten (Jonathan Witteman Volkskrant 17 november 2015 p. 25):
Het wettelijke streefcijfer voor topvrouwen in het bedrijfsleven wordt bij lange na niet gehaald. Bedrijven krijgen nu acht jaar extra de tijd van de minister om een inhaalslag te maken.
Eind 2014 bestond in het bedrijfsleven nog niet een op de tien bestuurders en een op de negen commissarissen uit vrouwen, blijkt uit een maandag gepubliceerde evaluatie van de Wet bestuur en toezicht. Deze wet gebiedt de 4.900 grootste Nederlandse bedrijven te zorgen voor een evenwichtige man/vrouwverdeling van topfuncties. Concreet betekent dit dat vrouwen 30 procent van de zetels moeten bezetten in zowel de raden van bestuur als de raden van commissarissen, het zogeheten 'wettelijke streefcijfer'.
Slechts een fractie van de bedrijven voldoet hieraan, terwijl het streefcijfer oorspronkelijk op 1 januari zou verlopen. Qua vrouwelijke bestuurders haalde eind 2014 14 procent van de bedrijven de ondergrens, qua vrouwelijke commissarissen 18 procent. Bovendien negeert meer dan de helft van de bedrijven de bepaling in de wet dat zij in hun jaarverslag verantwoording moeten afleggen als zij het streefcijfer niet halen. Minder dan 10 procent van de bedrijven voldoet aan alle wettelijke rapportageverplichtingen.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie Deel 1 (p. 612):
Het valt niet te ontkennen dat er goede redenen moeten zijn geweest waarom de Ouden ongetrainde mediums vervolgden. Waarom zouden ze anders in de tijd van Mozes en David en Samuel profeteren en voorspellen, astrologie en waarzeggen hebben aangemoedigd, en scholen en colleges in stand hebben gehouden waarin deze natuurlijke gaven werden versterkt en ontwikkeld, terwijl heksen en zij die voorspellingen deden door de geest van Ob, ter dood werden gebracht? Zelfs in de tijd van Christus werden de arme onderdrukte mediums verdreven naar de graven en het braakliggende land buiten de stadsmuren. Waarom deze schijnbaar grove onrechtvaardigheid? Waarom moesten verbanning, vervolging en dood het lot zijn van de fysieke mediums van die tijd, en werden hele gemeenschappen van thaumaturgen – zoals de essenen – niet alleen geduld, maar geëerd? Omdat de Ouden de geesten ‘op de proef konden stellen’, en het verschil tussen de goede en kwade, de menselijke en elementale konden onderscheiden, wat wij niet kunnen. Ze wisten ook dat ongecontroleerd contact met de geesten het individu de ondergang, en de gemeenschap onheil bracht.
Isis ontsluierd Deel 2 (p. 232/233):
Evenals bij sommige graden van de moderne vrijmetselarij, drukten de adepten hun graad van inwijding uit in een symbolische leeftijd. Zo wordt Saul, die, toen hij tot koning werd gekozen, ‘een uitstekend en voortreffelijk man’ was en ‘van zijn schouders opwaarts hoger was dan al het volk’, in katholieke versies beschreven als ‘een kind van één jaar, toen hij begon te regeren’, wat letterlijk opgevat duidelijk onzin is. Maar in 1 Samuel 10 wordt zijn zalving door Samuel en zijn inwijding beschreven; in vers 6 gebruikt Samuel deze betekenisvolle woorden: ‘Dan zult u worden gegrepen door de geest van de Heer en ook in vervoering raken, en u zult een ander mens worden.’ De hierboven geciteerde zin wordt op die manier duidelijk; hij had één graad van inwijding doorgemaakt, en werd symbolisch beschreven als ‘een kind van één jaar’.
749: In plaats van een eeuwig levende godheid verkondigt ze het bestaan van de boze, en maakt dat hij niet te onderscheiden is van God zelf! ‘Leid ons niet in verzoeking’is de wens van de christenen. Wie is dan die verleider? Satan? Nee, tot hem wordt het gebed niet gericht. Het is die beschermgeest die het hart van de farao verhardde, een kwade geest in Saul plaatste, leugenboodschappers naar de profeten zond, en David tot zonde verleidde, het is – de bijbelse God van Israël!

H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV (p. 15/16):
Vr. Is er een bewustzijn, of een bewust wezen, dat zich bij de eerste trilling van de manifestatie bewust is van en een indeling maakt in de tijd? In zijn lezing over de Bhagavad Gita schijnt Subba Row, wanneer hij de eerste logos bespreekt, daarbij zowel te doelen op bewustzijn als op intelligentie.
Subba Row is een Advaitî en een geleerde aanhanger van de Vedanta, en gaf de verklaring vanuit zijn standpunt. Wij doen dat vanuit het onze. In De Geheime Leer wordt dat waaruit de gemanifesteerde logos wordt geboren, vertaald door de ‘eeuwige moeder-vader’; terwijl het in het Vishnu-Purana wordt beschreven als het wereld-ei, dat is omgeven door zeven huiden, lagen of zones. In dit gouden ei wordt Brahma, het mannelijke, geboren, en die Brahma is in werkelijkheid de tweede logos, of zelfs de derde, afhankelijk van de telling die wordt gehanteerd. Hij is beslist niet de eerste of hoogste, het punt dat overal en nergens is. In de esoterische interpretaties is mahat in werkelijkheid de derde logos en de synthese van de zeven scheppende stralen, de zeven logoi. Van de zeven zogenaamde scheppingen is mahat de derde, want het is de universele en intelligente ziel, de goddelijke ideatie, die alle ideële plannen en prototypen van alle dingen in zowel de gemanifesteerde objectief waarneembare wereld als de innerlijke wereld in zich verenigt. In de leringen van het Samkhya en in de Purana’s is mahat het eerste voortbrengsel van pradhana, bezield door kshetrajña, ‘geest-substantie’. In de esoterische filosofie is kshetrajña de naam die wordt gegeven aan onze bezielende ego’s.
62: Vr. Maar die twee, het hogere en het lagere manas, zijn toch één, nietwaar?
Antw. Dat zijn ze, en toch zijn ze dat niet – en dat is het grote mysterie. Het hogere manas of het EGO is in essentie goddelijk, en daarom zuiver; geen vlekje kan het verontreinigen, want geen straf kan het, per se, bereiken, te meer omdat het onschuldig is aan en geen aandeel heeft in de opzettelijke handelingen van zijn lagere ego.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 5 De evolutie van het tweede ras (p. 123):
Dit is zo duidelijk mogelijk gezegd; want Metatron, de engel van de tweede of briatische wereld, betekent boodschapper, ἄγγελοϛ , engel, en wordt de grote leraar genoemd. Onder hem staan de engelen van de derde wereld, Jetzira, waarvan de tien en zeven klassen de sephiroth1 zijn, van wie men zegt dat ‘zij deze wereld bewonen en bezielen als essentiële wezens en intelligenties, en dat de met hen overeenkomenden en hun tegengestelden de derde of Aziatische wereld bewonen’. Deze ‘tegengestelden’ worden ‘de schillen, קליפות, of demonen2 genoemd, die de zeven verblijven bewonen, Sheba Hachaloth genaamd, die eenvoudig de zeven zones van onze bol zijn. Hun vorst wordt in de Kabbala Samaël genoemd, de engel van de dood, die ook de verleidende slang satan is; maar die satan is ook Lucifer, de schitterende engel van het licht, de licht- en levenbrenger, de ‘ziel’ die is vervreemd van de Heiligen, de andere engelen, en die enigszins vooruitliep op de tijd waarop zij op aarde zouden zijn neergedaald om op hun beurt te incarneren.
1) Zie Deel I, Afdeling III, Goden, monaden en atomen. Het wordt gesymboliseerd in de driehoek van Pythagoras, de 10 stippen daarin, en de zeven punten van de driehoek en de kubus.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de gevallen engel (p. 558/559):
De Geheime Leer wijst op het vaststaande feit dat de mensheid, collectief en individueel, met de hele gemanifesteerde natuur, het voertuig vormt (a) van de adem van het Ene universele Beginsel in zijn eerste differentiatie; en (b) van de talloze ‘adems’ die voortkomen uit die ENE ADEM in zijn secundaire en verdere differentiaties, naarmate de Natuur met haar vele mensengeslachten afdaalt naar de gebieden die steeds in stoffelijkheid toenemen. De primaire adem bezielt de hogere hiërarchieën; de secundaire – de lagere, op de steeds afdalende gebieden.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 655):
De eerste massieve figuur is het viertal, het symbool van de onsterfelijkheid. Het is de piramide: want de piramide staat op een driehoekig, vierkant of veelhoekig grondvlak en eindigt met een punt aan de top; zo brengt zij het drietal en het viertal voort, of de 3 en de 4. De pythagoreeërs onderwezen het verband en de betrekking tussen de goden en de getallen – in een wetenschap die arithmomantie wordt genoemd. De ziel is een getal, zeiden zij, en beweegt uit zichzelf en bevat het getal 4; en de geestelijke en lichamelijke mens is het getal 3, omdat het drietal voor hen niet alleen het oppervlak, maar ook het beginsel van de vorming van het stoffelijke lichaam voorstelde.
660: Het is gemakkelijk om in de twee ‘geesten’ – de Griekse accenten of tekens (‘,) waarover Ragon spreekt (zie boven) – atma en buddhi, of ‘de goddelijke geest en zijn voertuig’ (geestelijke ziel) te herkennen.
661: Als we nu aandacht schenken aan het Egyptische kruis of de tau, kunnen we ontdekken dat deze letter, die door de Egyptenaren, Grieken en Joden zo hoog werd vereerd, in een geheimzinnig verband staat met de decade. De tau is de alfa en de omega van de geheime goddelijke wijsheid, die wordt gesymboliseerd door de eerste en de laatste letter van Thot (Hermes). Thot was de uitvinder van het Egyptische alfabet en de letter tau stond aan het eind van de alfabetten van de Joden en de Samaritanen, die dit letterteken het ‘einde’ of de ‘vervolmaking’, ‘culminatie’ en ‘veiligheid’ noemden.
664/665: Het is volkomen waar, al is het ook naar voren gebracht door die geïncarneerde paradox Eliphas Lévi, dat ‘de mens God op aarde is, en God de mens in de hemel is’. Dit kon echter niet van toepassing zijn, en was het ook nooit, op de Ene Godheid, maar alleen op de menigten van haar geïncarneerde stralen, die wij Dhyan-Chohans noemen en die door de Ouden goden worden genoemd; en die nu door de kerk zijn omgezet in duivels op het linker-, en in de Heiland op het rechterpad!
664: Men hoeft echter de drie cijfers 365, of het aantal dagen in een zonnejaar, slechts te lezen met behulp van de pythagorische sleutel, om daarin een hoog filosofische en morele betekenis aan te treffen. Eén voorbeeld is voldoende. Het kan als volgt worden gelezen:

de aarde ---bezield door --–de geest van het leven
365

Eenvoudig omdat 3 gelijkwaardig is met de Griekse gamma of Γ, de letter die het symbool is van gaia (de aarde); terwijl het cijfer 6 het symbool is van het bezielende of leven schenkende beginsel, en de 5 de universele quintessens is, die zich in elke richting verspreidt en alle stof vormt. (Handschrift van St. Germain.)
670/671: Terwijl hij stilzwijgend de alomtegenwoordigheid van de grenzeloze cirkel erkent en daarvan het universele postulaat maakt waarop het hele gemanifesteerde heelal berust, bewaart de wijze een eerbiedige stilte over dat waarover geen sterfelijk mens moest durven speculeren. De logos van God is de openbaarder van de mens, en de logos (het woord) van de mens is de openbaarder van God, zegt Eliphas Lévi in een van zijn paradoxen. Hierop zou de oosterse occultist antwoorden: ‘Op deze voorwaarde echter, dat de mens zich niet uitlaat over de oorzaak die zowel God als zijn logos voortbracht. Anders wordt hij onveranderlijk de beschimper, niet de ‘openbaarder’ van de onkenbare godheid.’

H.P. Blavatsky: Deel I, Stanza 2 Het denkbeeld van differentiatie (p. 91/92):
Svabhavat, de ‘plastische essentie’ die het Heelal vult, is de wortel van alle dingen. Svabhavat is om zo te zeggen het boeddhistische concrete aspect van de abstractie die in de hindoefilosofie Mulaprakriti wordt genoemd. Het is het lichaam van de ziel en wat ether voor akasa zou zijn, en dit laatste is het bezielende beginsel van het eerstgenoemde. Chinese mystici hebben het tot een synoniem van ‘zijn’ gemaakt.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 141):
Fohat staat in nauw verband met het ‘ENE LEVEN’. Uit het Onbekende Ene, het oneindige GEHEEL, komt de gemanifesteerde ENE of de periodieke manvantarische godheid voort, en deze is het universele denkvermogen dat, gescheiden van zijn bron, de demiurg of de scheppende logos van de westerse kabbalisten is, en de Brahma met de vier gezichten van de hindoereligie. Als geheel en beschouwd vanuit het gezichtspunt van de gemanifesteerde goddelijke gedachte, geeft hij in de esoterische leer de menigten van de hogere scheppende Dhyan-Chohans weer. Tegelijk met de ontwikkeling van het universele denkvermogen manifesteert zich de verborgen wijsheid van Adi-Boeddha – de ene opperste en eeuwige – als Avalokiteshvara (of gemanifesteerde Isvara), die de Osiris van de Egyptenaren, de Ahura-Mazda van de Zoroastriërs, de hemelse mens van de Hermetische filosofen, de logos van de platonici en de atman van de aanhangers van de Vedanta is. De weerspiegeling van het universele denkvermogen, die de kosmische ideeënvorming en de bijbehorende intellectuele kracht is, wordt op het objectieve gebied de fohat van de boeddhistische esoterische filosoof. Dit geschiedt door de werking van de gemanifesteerde wijsheid of mahat, voorgesteld door deze talloze centra van geestelijke energie in de Kosmos. Terwijl fohat de zeven beginselen van akasa doorloopt, werkt hij in op de gemanifesteerde substantie of het Ene Element, zoals hierboven is uiteengezet. Door dit te differentiëren in verschillende energiecentra, stelt hij de wet van de kosmische evolutie in werking die, gehoorzamend aan de ideeënvorming van het universele denkvermogen, alle verschillende bestaanstoestanden in het gemanifesteerde zonnestelsel in het leven roept.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 301):
(6.) Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. We zien dat iedere uitwendige beweging, handeling, gebaar, hetzij vrijwillig dan wel mechanisch, organisch of mentaal, wordt voortgebracht en voorafgegaan door een inwendig gevoel of emotie, door wil of wilskracht, en door gedachte of verstand. Zoals er onder normale omstandigheden geen uiterlijke beweging of verandering kan plaatsvinden in het uitwendige lichaam van de mens, tenzij deze wordt opgewekt door een innerlijke impuls, afkomstig van één van de drie genoemde functies, kan dit evenmin geschieden in het uitwendige of gemanifesteerde Heelal. De hele Kosmos wordt geleid, beheerst en bezield door een bijna eindeloze reeks hiërarchieën van bewuste wezens, die elk een taak hebben te volbrengen en die – of we ze nu de ene of de andere naam geven en ze Dhyan-Chohans of engelen noemen – ‘boodschappers’ zijn, maar alleen in die zin dat ze werktuigen zijn van de karmische en kosmische wetten.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 4 Chaos - Theos - Kosmos (p. 374):
Wind, lucht en geest zijn bij alle volkeren steeds synoniem geweest. Pneuma (geest) en anemos (de wind) bij de Grieken, spiritus en ventus bij de Latijnse volkeren, waren verwisselbare termen, zelfs als ze los werden gezien van het oorspronkelijke denkbeeld van de levensadem. In de ‘krachten’ van de wetenschap zien we alleen maar
het stoffelijke gevolg van de geestelijke beïnvloeding van een van de vier oorspronkelijke elementen, die aan ons werden overgeleverd door het 4de Ras, zoals wij de ether (of liever gezegd de grove onderafdeling daarvan) volledig aan het zesde Wortelras zullen overleveren. Dit wordt verklaard in de tekst van dit en het volgende deel.
375: ‘Het bestaan van geest in de gemeenschappelijke tussenstof, de ether, wordt door het materialisme ontkend, terwijl de theologie er een persoonlijke god van maakt. Maar de kabbalist is van mening dat beide ongelijk hebben en dat de elementen in de ether slechts stof zijn – de blinde kosmische natuurkrachten terwijl de geest de intelligentie is die ze bestuurt. De Arische, Hermetische, Orfische en Pythagorische kosmogonische leringen, en ook die van Sanchoniathon en Berosus, zijn alle gebaseerd op één onweerlegbare formule, nl. dat de aether en de chaos of, in de taal van Plato, het denkvermogen en de stof, de twee oorspronkelijke en eeuwige beginselen van het heelal waren, volkomen onafhankelijk van al het andere. Het eerstgenoemde was het alles tot leven brengende beginsel van het intellect, terwijl de chaos een vormloos vloeibaar beginsel was, zonder ‘vorm of zin’. Uit de vereniging van deze twee ontstond het heelal, of liever de universele wereld, de eerste androgyne godheid – waarbij de chaotische stof het lichaam werd en de ether de ziel. In de bewoordingen van een Fragment van Hermias: ‘De chaos, die uit deze vereniging met de geest begripsvermogen verkreeg, straalde van blijdschap, en zo werd het protogonos (eerstgeboren) licht voortgebracht’2. Dit is de universele drie-eenheid, gebaseerd op de metafysische begrippen van de Ouden die, naar analogie redenerend, van de mens – een samenstel van verstand en stof – de microkosmos van de macrokosmos, of het grote heelal, maakten.’ (Isis Ontsluierd.)
2) Damascius noemt het in de ‘Theogonie’ Dis, ‘hij die over alle dingen beschikt’. Cory, Ancient Fragments, blz. 314.
375/376:
Die Chaos werd echter volgens Plato en de pythagoreeërs de ‘ziel van de wereld’. Volgens de hindoeleer doordringt de godheid in de vorm van aether (akâsa) alle dingen; en deze werd daarom door de theürgen ‘het levende vuur’, de ‘geest van het licht’ en soms magnes genoemd. De hoogste godheid zelf bouwde volgens Plato het Heelal in de meetkundige vorm van de dodecaëder; en haar ‘eerstgeborene’ werd geboren uit Chaos en oorspronkelijk licht (de centrale zon). Deze ‘eerstgeborene’ was echter slechts het geheel van de menigte van ‘bouwers’, de eerste constructieve krachten, die in oude kosmogonieën de Ouden (geboren uit de Diepte of de Chaos) en het ‘eerste punt’ worden genoemd. Hij is het zogenaamde tetragrammaton, aan het hoofd van de zeven lagere sephiroth. Dit was het geloof van de Chaldeeën. ‘Deze Chaldeeën’, schrijft Philo, de jood, die heel oneerbiedig spreekt over de eerste leermeesters van zijn voorvaderen, ‘dachten dat de Kosmos onder de dingen die bestaan (?) één enkel punt is, dat òf zelf God (Theos) is, òf waarin God is, die de ziel van alle dingen omvat’. (Zie zijn ‘Rondzwerving van Abraham’, 32.)
376: Chaos-Theos-Kosmos zijn slechts de drie aspecten van hun synthese – RUIMTE. Men zal het mysterie van deze Tetraktis nooit oplossen door vast te houden aan de dode letter van de oude filosofieën zoals die nu nog bestaan. Maar zelfs hierin worden CHAOS–THEOS–KOSMOS = RUIMTE in alle eeuwigheid geïdentificeerd als de Ene Onbekende Ruimte, waarover het laatste woord misschien niet vóór onze zevende Ronde zal worden gezegd. Niettemin zijn de allegorieën en metafysische symbolen over de oorspronkelijke en
volmaakte KUBUS zelfs in de exoterische Purāna’s opmerkelijk.
Ook daarin is Brahmā de Theos, die zich ontwikkelt uit de Chaos of de grote ‘Diepte’, de wateren, waarboven de geest = RUIMTE, verpersoonlijkt door ayana – de geest die zich beweegt boven de toekomstige grenzeloze Kosmos – in stilte zweeft in het eerste uur van het weer ontwaken. Hij is ook Vishnu, die slaapt op Ananta-Sacha, de grote slang van de eeuwigheid, waarvan de westerse theologie – die niets weet over de Kabbala, de enige sleutel tot de geheimen van de bijbel – de duivel heeft gemaakt. Hij is de eerste driehoek of de pythagorische triade, de ‘god met de drie aspecten’, vóór hij door de volmaakte kwadratuur van de oneindige cirkel wordt veranderd in de
‘Brahmā met vier gezichten’.
‘Uit hem die is en toch niet is, uit het niet-zijn, de Eeuwige Oorzaak, wordt de Zijn-purusha geboren’, zegt Manu, de wetgever.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 6 Het wereld-ei (p. 394):
394: Als men rekening houdt met deze cirkelvorm en met de ‘|’ die voortkomt uit de ‘ ’ of het ei, of het mannelijke uit het vrouwelijke in het androgyne, is het vreemd een geleerde te horen zeggen dat de oude Ariërs het tientallige stelsel niet kenden – omdat de oudste Indiase handschriften geen spoor daarvan vertonen. Omdat 10 het heilige getal van het heelal was, was het geheim en esoterisch, zowel de één als de nul, of zero, de cirkel. Etc.
394/395De Arabieren hadden hun cijfers uit Hindostan, en maakten zelf nooit aanspraak op de ontdekking ervan3. Wat de pythagoreeërs betreft, hoeven wij slechts de oude manuscripten van Boëthius’ Geometrie, geschreven in de zesde eeuw, te raadplegen om onder de getallen van Pythagoras4 de 1 en de nul te vinden, als de eerste en laatste cijfers. En Porphyrius, die de Moderatus5 van Pythagoras aanhaalt, zegt dat de getaltekens van Pythagoras ‘hiëroglifische symbolen waren, door middel waarvan hij denkbeelden verklaarde over de aard van de dingen’, of de oorsprong van het heelal.
395: Terwijl de oudste Indiase manuscripten nog geen spoor vertonen van het tientallige stelsel en Max Müller nadrukkelijk zegt dat hij daarin tot nu toe maar negen letters heeft gevonden (de beginletters van de Sanskrietgetallen), staat daar tegenover dat wij even oude documenten bezitten die het gevraagde bewijs leveren. Wij bedoelen het beeldhouwwerk en de heilige voorstellingen in de oudste tempels van het verre oosten. Pythagoras ontleende zijn kennis aan India; en professor Max Müller bevestigt deze mededeling – tenminste in zoverre dat hij erkent dat onder de Grieken en Romeinen de neopythagoreeërs de eerste leraren waren van de ‘cijferkunst’. Hij zegt: ‘Zij in Alexandrië of in Syrië werden bekend met de Indiase cijfers en pasten ze aan het pythagorische telraam aan’ (onze cijfers). Deze voorzichtige erkenning betekent dat Pythagoras zelf maar negen cijfers kende.
Wij mogen dus redelijkerwijs zeggen dat, hoewel wij geen afdoend (exoterisch) bewijs bezitten dat het tientallige stelsel aan Pythagoras bekend was, die geheel aan het einde van de archaïsche eeuwen leefde6, wij toch voldoende bewijsmateriaal hebben om te laten zien dat alle getallen, zoals Boëthius die geeft, bij de pythagoreeërs bekend waren, zelfs voordat Alexandrië werd gebouwd7. Dit bewijs vinden wij bij Aristoteles, die zegt dat ‘sommige filosofen menen dat ideeën en getallen van dezelfde aard zijn, en dat er in totaal TIEN zijn’8. Wij geloven dat dit voldoende zal zijn om aan te tonen dat het tientallige stelsel tenminste vier eeuwen v.Chr. bij hen bekend was, want Aristoteles schijnt de kwestie niet te behandelen als iets nieuws van de ‘neopythagoreeërs’.
Maar wij weten nog meer: wij weten dat het tientallige stelsel aan de mensheid uit de vroegste archaïsche tijden bekend moet zijn geweest, omdat het hele astronomische en meetkundige gedeelte van de geheime priestertaal op het getal 10 berustte, dat wil zeggen op de combinatie van het mannelijke en het vrouwelijke beginsel, en omdat de piramide van ‘Cheops’ volgens de maten van dit tientallige stelsel is gebouwd, of liever volgens de cijfers en hun combinaties met de nul.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 14 De vier elementen (p. 505):
Vuur, lucht, water en aarde waren alleen maar het zichtbare omhulsel, de symbolen van de bezielende, onzichtbare zielen of geesten – de kosmische goden, die werden vereerd door de onwetenden en eenvoudigen en die eerbiedig werden erkend door hen die wijzer waren. De waarneembare onderafdelingen van de noumenale elementen werden op hun beurt bezield door de zogenaamde elementalen, de ‘natuurgeesten’ van lagere rangen.
512: Als dus de Chevalier Drach, een bekeerde jood en de markies De Mirville, een rooms-katholieke fanaticus uit de Franse aristocratie, ons vertellen dat bliksem in het Hebreeuws een synoniem is van woede, en altijd van een boze geest uitgaat; dat JupiterFulgur of Fulgurans door de christenen ook elicius wordt genoemd, en voor de ziel van de bliksem, zijn demon, wordt uitgemaakt5, dan moeten we òf dezelfde verklaring en omschrijvingen onder dezelfde omstandigheden toepassen op de ‘Heer God van Israël’, òf afstand doen van ons recht de goden en geloofsopvattingen van andere volkeren te bespotten.\\
De bovengenoemde beweringen, afkomstig van twee vurige en geleerde rooms-katholieken, zijn op zijn minst gevaarlijk met het oog op de bijbel en zijn profeten. Trouwens, al slingerde Jupiter, de ‘voornaamste demon van de heidense Grieken’, zijn dodelijke donder en bliksem naar degenen die zijn toorn opwekten, de Heer God van Abraham en Jacob deed dat ook. We lezen in II Samuel: ‘De Heer bulderde vanuit de hemel en de Allerhoogste liet zijn stem horen en hij schoot pijlen (de donder) af en verstrooide hen (de legers van Saul) met bliksem en versloeg hen.’ (Hfst. xxii, 14, 15.)
5) Cosmolatry, blz. 415.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 Leven, kracht of zwaartekracht (p. 587/588):
Wij kunnen dat niet inzien, en we weten dat het niet zo is. Het pantheïsme kan ‘door de natuurkunde worden herontdekt’. In de hele oudheid kende men het, zag en voelde men het. Het pantheïsme manifesteert zich in het uitgestrekte uitspansel van de sterrenhemel, in het ademen van de zeeën en oceanen en het trillen van het leven in het kleinste grassprietje. De filosofie verwerpt één eindige en onvolmaakte God in het heelal, zoals de antropomorfe godheid van de monotheïsten door zijn aanhangers wordt voorgesteld. Zij verwerpt in haar naam van philo-theo-sofia het groteske denkbeeld dat een oneindige, absolute godheid enige directe of indirecte relatie zou, of beter gezegd zou kunnen, hebben met de eindige bedrieglijke evoluties van de stof, en zij kan zich daarom geen heelal voorstellen buiten die godheid, of een godheid die niet aanwezig is in het kleinste deeltje bezielde of onbezielde substantie7. Waarom òf de ether van de Ruimte òf de ‘zenuw-ether’ ‘de individualiteit van elk zintuig’ teniet zou doen, schijnt onbegrijpelijk voor iemand die bekend is met de ware aard van die ‘zenuw-ether’, onder zijn Sanskriet-, of liever esoterische en kabbalistische naam. Dr. Richardson is het ermee eens dat:
‘Als we het communicatiemiddel tussen onszelf en de buitenwereld niet individueel voortbrachten, als dit van buitenaf werd voortgebracht en aan maar één soort trilling aangepast, dan waren er minder zintuigen nodig dan we bezitten: want – om slechts twee voorbeelden te nemen – de ether van het licht is niet aangepast aan geluid en toch horen we en zien we; terwijl de lucht, de tussenstof voor beweging van het geluid, niet het medium van het licht is, en toch zien we en horen we.’
7) Dit betekent niet dat elke struik, boom of steen God of een god is, maar alleen dat elk stofje van het gemanifesteerde materiaal van de Kosmos behoort tot en de substantie is van ‘God’, hoe diep het ook mag zijn gevallen in zijn cyclische kringloop door de eeuwigheden van het altijd worden; en ook dat elk van die stofjes individueel, en de Kosmos collectief, een aspect is van en een herinnering aan die universele Ene Ziel – die de filosofie weigert God te noemen, waardoor zij de eeuwige en altijd aanwezige wortel en essentie beperkt.
590: Dan leest men in de Bhagavadgītā (hfst. vii) dat de godheid (of Krishna) zegt:
‘. . . Slechts enkelen kennen mij echt. Aarde, water, vuur, lucht, ruimte (of akâsa, aether), denkvermogen, begrip en egoïsme (of de waarneming van dit alles op het gebied van de illusie) . . . Dit is een lagere vorm van mijn natuur. Weet (dat er) een andere (vorm van mijn) natuur (is), hoger dan deze, die bezield is, o jij met de machtige armen! en waardoor dit Heelal wordt ondersteund . . .
591: Dit is de levensboom, de Aśvatthaboom; alleen na het omhakken hiervan kan de slaaf van leven en dood, de mens, vrij worden.
Maar de wetenschappers weten niets, en willen ook niets horen over het ‘zwaard van kennis’, dat door de adepten en asceten wordt gebruikt. Vandaar de eenzijdige opmerkingen van de ruimst denkenden onder hen, die zijn gebaseerd op en voortvloeien uit het overdreven belang dat wordt gehecht aan de willekeurige vertakkingen en onderverdeling van de natuurwetenschap. Het occultisme schenkt er weinig aandacht aan en de natuur nog minder. De hele reeks natuurverschijnselen komt voort uit de oorsprong van de ether – akâsa, evenals het tweevoudige akâsa voortkomt uit de zogenaamde ongedifferentieerde Chaos. Deze laatste is het primaire aspect van Mūlaprakriti, de wortelstof en het eerste abstracte denkbeeld dat men zich van Parabrahman kan vormen. De hedendaagse wetenschap kan haar hypothetisch opgevatte ether op zoveel manieren verdelen als ze wil; de werkelijke aether van de Ruimte zal altijd blijven zoals hij is.
595: ‘Het is waar dat we niet weten wat leven is; maar evenmin weten we wat de kracht is die de sterren in beweging brengt . . . Levende wezens hebben gewicht en zijn daarom onderhevig aan de zwaartekracht. Ze zijn de zetel van talrijke en verschillende fysisch-chemische verschijnselen die onmisbaar zijn voor hun bestaan en die men moet toeschrijven aan de werking van etherodynamica (elektriciteit, warmte, enz.). Maar deze verschijnselen worden hier gemanifesteerd onder invloed van een andere kracht . . . Het leven staat niet vijandig tegenover de onbezielde krachten, maar het bestuurt en beheerst hun werking door zijn wetten15.’
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 678):
De theofilosofie ontwikkelt zich over een breder front. Vanaf het begin van de tijd – in de tijd en in de ruimte van onze Ronde en bol – werden de geheimen van de Natuur (in ieder geval die waarvan onze rassen kennis mogen nemen) in meetkundige figuren en symbolen opgetekend door de leerlingen van diezelfde nu onzichtbare ‘hemelse mensen’. De sleutels daartoe zijn van de ene generatie van ‘wijze mannen’ op de volgende overgegaan. Enkele van de symbolen die zo van het oosten naar het westen kwamen, werden meegebracht door Pythagoras, die niet de uitvinder van zijn bekende ‘driehoek’ was. Laatstgenoemde figuur, samen met het vlak, de kubus en de cirkel vormen een welsprekender en wetenschappelijker beschrijving van de orde van de evolutie in het Heelal, zowel spiritueel en psychisch als fysiek, dan boekdelen vol beschrijvende kosmogonieën en geopenbaarde Geneses. De tien punten, beschreven binnen die ‘driehoek van Pythagoras’, zijn van evenveel waarde als alle leringen over de afstamming van de goden en engelen die ooit uit een theologisch brein zijn voortgekomen. Want wie ze interpreteert – zoals ze daar staan in de gegeven volgorde – zal in die zeventien punten (de zeven wiskundige punten zijn verborgen) de ononderbroken reeks van genealogieën vinden van de eerste hemelse tot de aardse mens.
679: Wat onwetendheid, trots of fanatisme ook daartegen kan inbrengen, men kan aantonen dat de esoterische kosmologie onafscheidelijk is verbonden met zowel de filosofie als de hedendaagse wetenschap. De goden van de Ouden, de monaden – van Pythagoras tot die van Leibniz – en de atomen van de hedendaagse materialistische scholen (zoals die door hen zijn ontleend aan de theorieën van de oude Griekse atomisten) zijn slechts een samengestelde eenheid, of een eenheid van geleidelijk in elkaar overgaande delen, zoals de mens, die begint met het lichaam en eindigt met de geest. In de occulte wetenschappen kunnen zij afzonderlijk worden bestudeerd, maar men kan ze nooit geheel begrijpen, tenzij men ze ziet in hun wisselwerkingen tijdens hun levenscyclus en als een universele eenheid tijdens de pralaya’s.
680/681: De monade – slechts de uitstraling en weerspiegeling van het punt (logos) in de wereld van de verschijnselen – wordt, als de top van de gemanifesteerde gelijkzijdige driehoek, de ‘vader’. De linkerzijde of lijn is de duade, de ‘moeder’, die wordt beschouwd als het kwade, tegenwerkende beginsel (Plutarchus, De Placitis Placitorum); de rechterzijde stelt de zoon voor (in iedere kosmogonie ‘de echtgenoot van zijn moeder’, omdat hij één is met de top); de basislijn geeft het universele gebied van de voortbrengende Natuur weer, die op het gebied van de verschijnselen vader-moeder-zoon verenigt, zoals deze in de bovenzinnelijke wereld waren verenigd in de top. Door mystieke vervorming werden ze het viertal – de driehoek werd de tetraktis.
Deze transcendentale toepassing van de meetkunde op de kosmische en goddelijke theogonie – de alfa en omega van de mystieke gedachte – kreeg na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis.
682/683: Voor de oosterse occultist, die eigenlijk een objectief idealist is, bestaat er in de werkelijke wereld – die een eenheid van krachten is – niettemin een ‘samenhang van alle materie in het plenum’, zoals Leibniz het zou zeggen. Dit wordt symbolisch weergegeven in de driehoek van Pythagoras.
Deze bestaat uit tien punten die binnen de drie lijnen in piramidevorm (van één tot de laatste vier) zijn ingeschreven, en hij symboliseert het Heelal in het beroemde tiental van Pythagoras. Het bovenste enkele punt is een monade en stelt een eenheidspunt voor, dat de eenheid is waaruit alles voortkomt, en alle dingen hebben er dezelfde essentie mee gemeen. Terwijl de tien punten binnen de driehoek de wereld van de verschijnselen voorstellen, zijn de drie zijden van de gelijkzijdige driehoek die de piramide van punten omsluit, de barrières van noumenale stof of substantie, die haar scheiden van de wereld van de gedachte. ‘Volgens Pythagoras correspondeert een punt met de eenheid; een lijn met 2; een vlak met 3, en een lichaam met 4; en hij omschreef een punt als een monade die een plaats heeft, en die het begin is van alle dingen; een lijn werd geacht te corresponderen met de dualiteit, omdat zij werd voortgebracht door de eerste beweging uit de ondeelbare natuur en de verbinding van twee punten vormde. Een vlak werd vergeleken met het getal drie, omdat het de eerste van alle oorzaken is die men in figuren vindt; want een cirkel, die de voornaamste van alle ronde figuren is, omvat een drietal in middelpunt, ruimte [Vert.: vlak] en omtrek. Maar een driehoek, die de eerste van alle rechtlijnige figuren is, is besloten in een drietal en ontvangt zijn vorm overeenkomstig dat getal; hij werd door aanhangers van Pythagoras opgevat als de schepper van alle ondermaanse dingen. De vier punten aan de basis van de driehoek van Pythagoras corresponderen met een lichaam of kubus, die de beginselen van lengte, breedte en dikte combineert, want geen enkel lichaam kan minder dan vier uiterste grenspunten hebben.’ (Pythag. Triangle, blz. 19.)
684/685: Maar de duade, hoewel de oorsprong van het kwaad of van de stof – en daardoor volgens de filosofie onwerkelijk – is tijdens het manvantara toch substantie en wordt in het occultisme vaak de derde monade genoemd en de verbindingslijn tussen twee punten . . . of getallen, die voortkwamen uit DAT, ‘dat vóór alle getallen bestond’, zoals rabbi Barahiel het uitdrukt. En uit deze duade kwamen alle vonken voort van de drie hogere en de vier lagere werelden of gebieden – die in voortdurende wisselwerking staan. Dit is een lering die de kabbala en het occultisme van het oosten gemeenschappelijk hebben. Want in de occulte filosofie zijn er de ‘ENE Oorzaak’ en de ‘eerste Oorzaak’; deze laatste wordt paradoxaal de tweede, zoals duidelijk wordt aangegeven door de schrijver van de Qabbalah, from the philosophical writings of Ibn Gabirol – ‘bij de behandeling van de eerste Oorzaak moet men twee dingen beschouwen, de eerste Oorzaak op zichzelf en de relatie van de eerste Oorzaak met het zichtbare en het onzichtbare heelal’. Zo toont hij aan, dat de oude Hebreeën in de voetsporen volgden van de oosterse filosofie – de Chaldeeuwse, Perzische, Hindoe-, Arabische, enz. Hun eerste Oorzaak werd aanvankelijk aangeduid ‘door de drievoudige shaddaï, de (drie-enige) almachtige, vervolgens door het tetragrammaton, YHVH, het symbool van het verleden, het heden en de toekomst’ en, laten we eraan toevoegen, van het eeuwige Is, of het ik ben. Bovendien brengt in de kabbala de naam YHVH (of Jehova) een hij èn een zij tot uitdrukking, mannelijk en vrouwelijk, twee in één, of hokhmah en binah, en zijn (of liever hun) shekinah of samenvattende geest (genade), die van de duade opnieuw een triade maakt. Dit wordt aangetoond in de joodse liturgie voor Pinksteren en in het gebed ‘In de naam van de eenheid, van de heilige en gezegende Hū (hij) en zijn shekinah, de verborgen Hū, gezegend zij YHVH (het Viertal) voor eeuwig’. ‘Men zegt dat Hū mannelijk is en yah vrouwelijk; samen vormen zij de יהוה אחד, d.w.z. één yhvh. Eén, maar met een mannelijk-vrouwelijke natuur. De shekinah wordt in de kabbala altijd als vrouwelijk opgevat’ (blz. 175). En zij wordt ook in de exoterische Purāna’s zo opgevat, want shekinah is in zo’n geval niet anders dan śakti – het vrouwelijke dubbel of kleed van een god. Zo was het ook bij de eerste christenen; hun heilige geest was vrouwelijk, evenals sophia bij de gnostici. Maar in de transcendentale Chaldeeuwse kabbala of het Boek van de Getallen is ‘shekinah’ geslachtloos en de zuiverste abstractie, een toestand zoals nirvāna, geen subject of object en niets anders dan een absolute tegenwoordigheid.
686/687: De vonken zijn de ‘zielen’ en deze zielen verschijnen volgens onze leer in de drievoudige vorm van monaden (eenheden), atomen en goden. ‘Ieder atoom wordt een zichtbare samengestelde eenheid (een molecule), en als de monadische essentie eenmaal tot het gebied van de aardse activiteit is aangetrokken, gaat deze door het mineralen-, planten- en dierenrijk en wordt een mens.’ (Esot. Catechism.) Verder ‘corresponderen god, monade en atoom met geest, denkvermogen en lichaam (ātman, manas en sthūlaśarīra) in de mens’. In hun zevenvoudige samenstelling vormen ze de ‘hemelse mens’ (zie voor deze laatste term de kabbala); zo is de aardse mens een voorlopige weerspiegeling van de hemelse mens . . . ‘De monaden (jīva’s) zijn de zielen van de atomen en beide zijn het weefsel waarmee de Chohans (Dhyāni’s, goden) zich bekleden wanneer ze een vorm nodig hebben.’ (Esot. Cat.)
Dit slaat op de kosmische en sub-planetaire monaden, niet op de superkosmische monas (de monade van Pythagoras), zoals deze in haar synthetische karakter door de pantheïstische peripatetici wordt genoemd. De nu besproken monaden worden vanuit het standpunt van hun individualiteit behandeld, als atomaire zielen, voordat deze atomen afdalen tot een zuivere aardse vorm. Want deze afdaling in concrete stof geeft het middenpunt aan van hun eigen individuele pelgrimstocht. Terwijl ze in het mineralenrijk hun individualiteit verliezen, beginnen ze hier op te klimmen door de zeven toestanden van aardse evolutie tot dat punt, waar een nauwe aansluiting wordt bereikt tussen het menselijke en het deva (goddelijke) bewustzijn. We houden ons echter nu niet bezig met hun aardse gedaanteverwisselingen en lotgevallen, maar met hun leven en gedrag in de Ruimte, op gebieden waar het oog van de meest intuïtieve scheikundige en natuurkundige hen niet kan bereiken – tenzij hij inderdaad sterk helderziende vermogens ontwikkelt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 703):
De spirituele evolutie van de innerlijke, onsterfelijke mens vormt de grondstelling van de occulte wetenschappen. Om zich zelfs maar een zwakke voorstelling van zo’n proces te maken, moet de onderzoeker geloven (a) in het ENE universele leven, onafhankelijk van de stof (of wat de wetenschap als stof beschouwt); en (b) in de individuele intelligenties, die de verschillende manifestaties van dit beginsel bezielen.
708/709: In de oude symboliek werd altijd verondersteld dat de zon (hoewel de spirituele en niet de zichtbare zon werd bedoeld) de voornaamste Verlossers en Avatāra’s uitzond. Vandaar de verbindende schakel tussen de Boeddha’s, de Avatāra’s en zoveel andere incarnaties van de hoogste ZEVEN. Hoe dichter de sterveling, van wie de persoonlijkheid door zijn eigen persoonlijke godheid (het zevende beginsel) als aardse verblijfplaats was gekozen, zijn oervorm ‘in de hemel’ benaderde, des te beter het voor hem was. Want bij iedere wilsinspanning tot loutering en tot vereniging met die ‘Zelf-god’, breekt een van de lagere stralen en komt de spirituele entiteit van de mens steeds hoger, aangetrokken tot de straal die de eerste vervangt, totdat de innerlijke mens, van straal tot straal gaande, in de ene en hoogste straal van de Moeder-ZON wordt getrokken. Zo ‘lopen de lotgevallen van de mensheid inderdaad gelijk op met de getalvormen’, omdat de afzonderlijke eenheden van die mensheid alle voortkomen uit dezelfde bron – de centrale zon en zijn schaduw, de zichtbare ZON. Want de dag- en nachteveningen en zonnestilstanden, de perioden en verschillende fasen van de baan van de zon, sterrenkundig en numeriek uitgedrukt, zijn slechts de concrete symbolen van de eeuwig levende waarheid, hoewel zij voor niet-ingewijde stervelingen toch abstracte denkbeelden schijnen. En dit verklaart de merkwaardige numerieke overeenkomsten met meetkundige verhoudingen, die door verschillende schrijvers zijn aangetoond.
Ja, ‘ons lot staat in de sterren geschreven’! Maar hoe nauwer de vereniging tussen de sterfelijke weerspiegeling MENS en zijn hemelse OERVORM, des te minder gevaarlijk zijn de uiterlijke omstandigheden en de opeenvolgende reïncarnaties – waaraan Boeddha’s noch Christussen kunnen ontkomen.
688: Hier is een voorbeeld: de laatste ontdekking van prof. Crookes, die hij protyle heeft genoemd. In de Notes on the Bhagavad Gītā, door een van de beste metafysici en Vedāntageleerden van India, maakt de schrijver, terwijl hij voorzichtig verwijst naar ‘occulte zaken’ in dat grote Indiase esoterische boek, een opmerking die zowel suggestief is als juist. Hij zegt: ‘. . . Het is niet nodig dat ik inga op de details van de evolutie van het zonnestelsel zelf. U kunt u enigszins een denkbeeld vormen van de manier waarop de verschillende elementen ontstaan uit deze DRIE beginselen waarin MŪLAPRAKRITI is gedifferentieerd (de driehoek van Pythagoras), door de lezing te bestuderen die professor Crookes onlangs heeft gehouden over de zogenaamde elementen van de moderne scheikunde. Deze lezing zal u enig idee geven over de manier waarop deze elementen voortkomen uit Viśvānara15, het meest objectieve van deze drie beginselen, dat de plaats schijnt in te nemen die in de lezing door de protyle wordt ingenomen. Afgezien van een paar bijzonderheden schijnt deze lezing een schets te geven van de theorie van de fysieke evolutie op het gebied van Viśvānara en zij is, voorzover ik weet, de beste benadering die door een moderne onderzoeker is gemaakt VAN DE WERKELIJKE OCCULTE THEORIE over dit onderwerp.’
15) ‘Viśvānara is niet alleen de gemanifesteerde objectieve wereld, maar de ene fysieke basis (de horizontale lijn van de driehoek) waaruit de hele objectieve wereld tot bestaan komt.’ En dit is de kosmische duade, de androgyne substantie. Pas daarachter is de ware protyle.

Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 4:
Vanaf het ogenblik dat het punt, het levenszaad, de kiem van het leven – alle slechts namen voor één en hetzelfde, het geestelijke atoom, de geestelijke monade, noem het zoals u wilt – als het ware in het lagere leven doorbreekt, treedt differentiatie of dualiteit op die tot het einde van de grote cyclus voortduurt; ze wordt voorgesteld door de twee opstaande zijden van de driehoek in het diagram. Een ervan kunnen we AB noemen, de Brahmâ (mannelijk), de andere AC, de prakriti of de natuur (vrouwelijk). Brahmâ wordt ook vaak purusha genoemd, een Sanskrietwoord dat ‘mens’ betekent, de ideale mens, zoals âdâm kadmôn uit de kabbala, de oorspronkelijke entiteit van de ruimte, die in prakriti of de natuur alle zevenvoudige verdelingen van het gemanifesteerde bestaan bevat.
Gottfried de Purucker behandelt in Deel I, hoofdstuk 7 van zijn boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte de Heilige tetraktys van Pythagoras. Dit hoofdstuk bevat de essentie van het 5D-concept, de ‘Monade, Duade, Triade en Tetrade’ en de relatie die met de levensboom wordt gelegd.
Zoals H.P. Blavatsky zegt, is het getal tien het geheime of sephirische beginsel van het heelal, omdat dit tientallig stelsel ten grondslag ligt aan de vorming van het heelal. De mens (als een geheel) is tienvoudig, het heelal (als een geheel) is tienvoudig, maar beide zijn in hun manifestatie zevenvoudig. Elk atoom, elk levend wezen en elk heelal is een volledige hiërarchie van tien graden: de hoogste drie worden beschouwd als de wortel, en de zeven lagere als het actief gemanifesteerde. Deze wortel, of hoogste triade, is een mysterieleer, waarover zelfs in de literatuur uit de oudheid heel weinig openlijke verklaringen zijn te vinden.

Gottfried de Purucker Deel I, hoofdstuk 7: Dit zijn er negen. Van elk van deze graden wordt aangenomen dat deze uit de daarboven liggende emaneert. Eerst de kroon; uit de kroon, wijsheid; uit de kroon en wijsheid, begripsvermogen; uit deze drie – kroon, wijsheid en begripsvermogen – komt de vierde; uit de vier tezamen komt de vijfde; uit de vijf tezamen de zesde, en zo verder omlaag tot de negende; en de negende, met alle krachten en eigenschappen van de andere daarachter brengt dit ronde wezen voort, een eivormig omhulsel, ‘drager’ of voertuig, een aurisch ei; en dit aurisch ei wordt, als de tiende, koninkrijk genoemd, of soms verblijfplaats, omdat het de uitkomst, het resultaat, de emanatie, of het werkterrein is van alle andere die zich door deze verschillende bestaansgebieden heen manifesteren.

Pythagoras heeft al onderkend dat: Een huis is meer dan een stapel bakstenen. Een melodie is meer dan een verzameling losse tonen. Een levend wezen is meer dan een verzameling cellen. Een cel is meer dan een verzameling moleculen. Emergentie (spontaneous order) verwijst naar het geheel is meer dan de som van de delen.

H.P. Blavatsky: Geheime Leer Deel II, (p. 25):
In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommige de LOGOS genoemd.
Deze LOGOS is de top van de driehoek van Pythagoras. Wanneer de driehoek volledig is, wordt hij de Tetraktis, of de driehoek in het vierkant, en wordt het tweevoudige symbool van het vierletterige tetragrammaton in de gemanifesteerde Kosmos, en van zijn fundamentele drievoudige STRAAL in het niet-gemanifesteerde, of zijn noumenon.
Meer metafysisch uitgedrukt, wordt de hier genoemde classificatie van kosmische grondbeginselen meer voor het gemak gegeven dan wegens haar absolute filosofische nauwkeurigheid. Bij het begin van een groot manvantara manifesteert Parabrahm zich als Mulaprakriti en vervolgens als de logos. Deze logos is gelijkwaardig aan het ‘onbewuste universele denkvermogen’, enz. van de westerse pantheïsten. Hij vormt de basis van de SUBJECT-kant van het gemanifesteerde Zijn, en is de bron van alle manifestaties van individueel bewustzijn. Mulaprakriti of oorspronkelijke kosmische substantie is de grondslag van de OBJECT-kant van de dingen – de basis van alle objectieve evolutie en van het ontstaan van de Kosmos.

Blavatsky, Deel III, (p. 110):
De voornaamste figuren van Pythagoras zijn het vierkant (de tetraktys), de gelijkzijdige driehoek, het punt in de cirkel, de kubus, de drievoudige driehoek. Porphyrius stelt, aangehaald door Moderatus of Gades, dat de zinnebeelden van Pythagoras al duizenden jaren vóór hem in Indië bekend waren.
439 Heelal: De verbinding van duizend elementen, en toch de uitdrukking van één enkelen geest, een chaos voor de zinnen, een Kosmos voor de rede.
De mystieke tienheid [van Pythagoras] (1 + 2 + 3 + 4 = 10) is een wijze om het denkbeeld van de emanatie in het heelal weer te geven.
440: De één is God(1), de twee is stof, de drie, die één en twee verenigt en aan beider aard deel heeft, is de wereld van verschijnselen, de vier, of de vorm der volmaking, geeft de ledigheid van alles te kennen, en de tien, de som van hen alle, omvat de ganse Cosmos.
De sleutel tot de Pythagoreesche dogma’s is de sleutel tot elke grote wijsbegeerte. Hij is de algemene formule van de eenheid in de veelheid, de Eén die het vele doet ontstaan en het al doordringt. Hij is de archaïsche leer der emanaties in enkele woorden samengevat.
Het "geëerde", het geopenbaarde iets, is zowel in het middelpunt als in de omtrek aanwezig, doch het is slechts de weerkaatsing van de Godheid - de wereldziel (of anima mundi). In deze leer vinden wij de geest van het esoterisch Boeddhisme.
1) De “God” van Pythagoras, is geen persoonlijke God. Men bedenke dat hij als een hoofdstelling verkondigde dat er achter alle vormen, veranderingen en andere verschijnselen van het heelal een blijvend beginsel van eenheid bestaat.
483: Leer de getallen kennen die overeenkomen met het grondbeginsel van elk element en de onderelementen daarvan, leer hun onderlinge inwerking en gedrag aan de occulte zijde der zich openbarende natuur, dan zal de wet der overeenkomsten u tot de ontdekking van de grootste geheimnissen van het leven van de macrokosmos voeren. Doch om tot het macrokosmische te komen moet men met het microkosmische beginnen, d.w.z. men moet de MENS, de microkosmos bestuderen, in dit geval zoals de natuurwetenschap te werk gaat: inductief, van bijzonder opklimmend tot algemeenheden.
566: Binnen het aurische ei bevindt zich de macrokosmische vijfpuntige ster van het Leven, Prâna, die in zich het pentagram bevat, dat de mens voorstelt. Want deze omgekeerde ster vertegenwoordigt niet alleen Kâma, exoterisch het vierde beginsel, maar ook de stoffelijke mens, het dier van vlees met zijn begeerten en hartstochten. Antahkarana verbindt het hogere Manas met het lagere Manas. Schakel tussen het persoonlijke wezen, welke stoffelijke brein onder heerschappij van het lagere dierlijke denkvermogen staat, en de reïncarnerende individualiteit, het geestelijke Ego, Manas, Manoe, de ‘goddelijke Mens’.
567: Antahkarana, de enige verbindingsschakel tussen de beide denkvermogens – het hogere bewustzijn van het Ego en het menselijke verstand van het lagere denkvermogen. Hindoes noemen het Paramâtmâ en Parabrahma.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.