Tetrade (Lagere Tetraktis)

Complementariteit (Triade)

Niels Bohr: Een ieder die niet ontzet is door de kwantumtheorie heeft haar niet begrepen.
Niels Bohr heeft het fenomeen dat licht zich gedraagt of als deeltje of als golf, afhankelijk van de proefopstelling, maar nooit als beide tegelijk complementariteit genoemd.
Niels Bohr had ‘tegengestelden zijn complementair’, het yin/yang-symbool als wapenspreuk.
Vladimir_Nabokov: Hoe groter de wetenschap, hoe dieper het gevoel van mysterie.
Manly Palmer Hall: De Geheime Leer neemt de waardigheid van een heilig geschrift aan omdat eeuwige mysteriën worden gekleed in oude klassieke en in moderne termen, en voor hen die ogen hebben om te zien wordt de eeuwige wijsheid onthuld.

In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden. In de snaartheorie heeft de ruimte 10 dimensies.

Het populaire Yin/Yang-symbool kan worden gebruikt om het regelmechanisme van de onderlinge wisselwerking tussen polen te duiden. Het is echter slechts een hulpmiddel om de complexiteit van de 10.000 dingen te verklaren.

Singulariteit en filosofie, Hoofdstuk Algemeen en natuurkunde: De eigenschappen plus en min ontstaan uit de eigenschappen zwart en wit waardoor op het tweede niveau 4 eigenschappen optreden. Zwart en wit vormen binnen het systeem de relatieve singulariteiten, relatieve bron, voor de eigenschappen plus en min terwijl de absolute bron van het complexe systeem de absolute singulariteit is. Hoofdstuk Dualistisch relatieve singulariteit vat in een afbeelding de essentie van de theorie over dualistisch relatieve singulariteit samen.
De verborgen 5e dimensie, de spiegelsymmetrie wordt behulp van deze driehoek toegelicht.

Tao produced the One
The One produced the Two
The Two produced the three
And the three produced the ten thousand things.
The ten thousand things carry the Yin and
Embrace the Yang and through the blending
Of the Qi they achieve harmony.
Gulden regel: Wat gij wilt dat u geschiedt doe dat de ander.
Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
Mattheüs 7:7-12 Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten.

Anna Lemkow: boek Het Heelheid Principe, hoofdstuk 1 (p.56): We zien uit deze feiten dat de paren van tegenstellingen met elkaar in wisselwerking staan en door deze wisselwerking creatief zijn, zelfs onontbeerlijk voor scheppende en creatieve processen in de natuur en in de mens. En wat zij door hun vereniging scheppen is een derde term of een derde wezen dat beide polen omvat en dat op zijn beurt zijn eigen tegendeel schept.

Maarten Zweers: boek Zeven bouwstukken (p. 57): Door de wisselwerking tussen deze twee complementaire principes (Yin en Yang) is er sprake van een periodieke, cyclische beweging van uitademing en inademing, van emanatie en immanatie van het hoogst onkenbare. Een wereld, waarin het hoogst onkenbare zich in een oneindige grote differentiatie ontvouwt. Het hoogst onkenbare splitst zich in het hoogste Yang en het hoogste Yin. Zowel dit hoogste Yang als dit hoogste Yin zijn weer als principes te zien, die zich beide weer splitsen in een Yang en Yin van nog een order lager: De twee wordt tot vier. Zo ontstaat de reeks van het tweetallig stelsel, dat wiskundig weergegeven wordt met: 2 tot macht 0 = 1; 2 tot macht 1 = 2; 2 tot macht 2 = 4; 2 tot macht 3 = 8; 2 tot macht 4 = 16; 2 tot macht 5 = 32; 2 tot macht 6 = 64; 2 tot macht oneindig = de wereld der 10.000 dingen.

H.P. Blavatsky: Geheime Leer Deel II, hoofdstuk Het begin van bewust leven (p. 25):
Meer metafysisch uitgedrukt, wordt de hier genoemde classificatie van kosmische grondbeginselen meer voor het gemak gegeven dan wegens haar absolute filosofische nauwkeurigheid. Bij het begin van een groot manvantara manifesteert Parabrahm zich als Mulaprakriti en vervolgens als de logos. Deze logos is gelijkwaardig aan het ‘onbewuste universele denkvermogen’, enz. van de westerse pantheïsten. Hij vormt de basis van de SUBJECT-kant van het gemanifesteerde Zijn, en is de bron van alle manifestaties van individueel bewustzijn. Mulaprakriti of oorspronkelijke kosmische substantie is de grondslag van de OBJECT-kant van de dingen – de basis van alle objectieve evolutie en van het ontstaan van de Kosmos.
Geheime Leer Deel II, Stanza 6 De evolutie van de zweetgeborenen (p. 170/171):
Pythagoras en Plato, die van het algemene afdaalden naar het bijzondere, blijken nu in het licht van de hedendaagse wetenschap geleerder te zijn dan Aristoteles. Want deze bestreed en verwierp het denkbeeld van de omwenteling van de aarde en zelfs van haar bolvormigheid. ‘Bijna al degenen’, schreef hij, ‘die verzekeren dat zij de hemel in zijn uniformiteit hebben bestudeerd, beweren dat de aarde in zijn middelpunt staat, maar de filosofen van de Italiaanse School, die ook de pythagoreeërs worden genoemd, verkondigen precies het tegenovergestelde . . .’ Dit was zo omdat (a) de pythagoreeërs ingewijden waren, en (b) zij de deductieve methode volgden. Maar Aristoteles, de vader van het inductieve stelsel, beklaagde zich over degenen die leerden dat ‘het middelpunt van ons stelsel door de zon werd ingenomen, en de aarde slechts een ster was die door een draaiende beweging rondom datzelfde middelpunt, de nacht en de dag voortbrengt.’ (Zie De Coelo, Deel II, hfst. 13.) Hetzelfde geldt voor de mens. De theorie die in de Geheime Leer wordt verkondigd en die nu wordt uiteengezet, is de enige die zijn verschijnen op aarde kan verklaren – zonder te vervallen in de absurditeit van een ‘wonderbaarlijke’ mens, geschapen uit het stof van de aarde, of de nog grotere dwaling dat de mens zich uit een korreltje kalkzout heeft ontwikkeld (de ex-protoplasmische monere).
Analogie is de leidende wet in de Natuur, de enige ware draad van Ariadne, die ons langs de onontwarbare wegen van haar domein kan voeren naar haar eerste en laatste mysteriën.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysterië van de zevenvoudige natuur, De tetraktis in verband met de zevenhoek (p. 681):
Het getal zeven, als een samenstelling van 3 en 4, is dus het factorelement in elke oude religie, omdat het het factorelement in de natuur is. Het gebruik ervan moet worden gerechtvaardigd, en er moet worden aangetoond dat zeven het getal par excellence is, want sinds het verschijnen van Esoteric Buddhism zijn vaak bezwaren gemaakt en is vaak twijfel geuit over de juistheid van deze bewering.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 685):
Plutarchus verklaart (de Plac. Phil., blz. 878) dat de Achaïsche Grieken het viertal als de wortel en het beginsel van alle dingen beschouwden, omdat dit het getal van de elementen was, die alle zichtbare en onzichtbare geschapen dingen voortbrachten. Bij de broeders van het rozenkruis vormde de figuur van het kruis of de uitgeslagen kubus het onderwerp van een verhandeling in een van de theosofische graden van Peuvret, en werd behandeld volgens de fundamentele beginselen van licht en duisternis, of goed en kwaad.
‘De begrijpelijke wereld komt op deze manier voort uit het goddelijke denkvermogen (of eenheid). De Tetraktis die zich bezint op haar eigen essentie, de eerste eenheid, voortbrengster van alle dingen, en op haar eigen begin, zegt het volgende: eenmaal een, tweemaal twee, en onmiddellijk verrijst er een viertal, met op zijn top de hoogste eenheid, en wordt een piramide, waarvan de basis een vlak vierkant is, dat overeenkomt met een oppervlak waarop het stralende licht van de goddelijke eenheid de vorm van onlichamelijk vuur voortbrengt, als gevolg van de afdaling van Juno (stof) naar lagere dingen. Daaruit komt essentieel licht voort, dat niet brandt maar verlicht. Dit is de schepping van de middenwereld, die de Hebreeën het Opperste noemen, de wereld van de (hun) godheid. Zij wordt Olympus genoemd, geheel en al licht en vol afzonderlijke vormen, waar de zetel van de onsterfelijke goden is, ‘deūm domus alta’, waarvan de top EENHEID is, de muur drie-eenheid en het oppervlak viereenheid.’ (Reuchlin, Cabala, blz. 689.)
De Geheime Leer Deel II, Organische evolutie en scheppende centra (p. 839):
Dit is in een bepaald opzicht het archetype van Goethe. Luister naar zijn woorden: ‘Dit zouden we hebben gewonnen . . . alle negen volmaakte organische wezens . . . (zijn) gevormd overeenkomstig een archetype, dat alleen in zijn bestendige delen meer of minder wisselt en zich bovendien dag na dag door middel van voortplanting vollediger maakt en transformeert.’ Dit is een schijnbaar onvolmaakte vooraankondiging van het occulte feit van de differentiatie van de soorten uit de oorspronkelijke astrale worteltypen. Wat de hele mankracht ter verdediging van de ‘natuurlijke selectie’, enz., ook zal bereiken, de fundamentele eenheid van het bouwplan blijft door alle latere wijzigingen praktisch onaangetast. De ‘eenheid van type’, die alle dieren- en mensenrijken in zekere zin gemeenschappelijk hebben, is niet, zoals Spencer en anderen schijnen te denken, een bewijs voor de bloedverwantschap van alle organische vormen, maar een getuige van de essentiële eenheid van het ‘grondplan’ dat de Natuur bij het vormgeven aan haar schepselen heeft gevolgd.

In dit kader kan ook verwezen worden naar Deel III van de De Geheime Leer, p. 417: Dit feit is wederom gegrond op die geheimzinnige overgang van de goddelijke gewezen persoonlijkheid samengesmolten met de onpersoonlijke individualiteit – thans in haar volledige drieledige vorm – van de Monade als Âtmâ-Buddhi-Manas in een nieuw lichaam, hetzij zichtbaar of subjectief.
Deel III (p. 620): Âtmâ-Buddhi-Manas in de mens komt overeen met de drie Logoi in de Kosmos (zie p. 9 Evolutie en Involutie). Zij komen niet slechts overeen, doch ieder hunner is de uitstraling van de Kosmos in de microkosmos.

Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere ongemanifesteerde Zelf) in de mens wordt door de drie Logoi {'Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Brahma, Vishnu en Shiva' (‘Scheppen, Onderhouden en Vernietigen’) of 'Isis, Osirus en Horus'} in de Kosmos weerspiegeld (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton). Alles in het universum ontstaat als gevolg van de interacties van polaire tegenstellingen, de dualiteit in de gemanifesteerde werkelijkheid.

Gottfried de Purucker behandelt in Deel I, hoofdstuk 7 van zijn boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte de Heilige tetraktys van Pythagoras.
Dit hoofdstuk bevat de essentie van het 5D-concept, de ‘Monade, Duade, Triade en Tetrade’ en de relatie die met de levensboom wordt gelegd.

====

Geest en Lichaam (3e Dimensie, Interdisciplinair)

Martinus Veltman (Nobelprijs natuurkunde 1999) stelt: “De snaartheorie is een religie en daarom irrelevant voor de wetenschap.” Hij stelt ook dat de snaartheoretici “decennialang doorrommelen met een theorie die geen contact maakt met de werkelijkheid.” Ook Sheldon Glashow (Nobelprijs natuurkunde 1979) vraagt zich af of het een natuurkundige theorie dan wel filosofie is. Volgens hem is het een discipline die niets gemeenschappelijks heeft met de experimentele fysica. En recent zijn er een aantal boeken van theoretische fysici verschenen die hun twijfels onder de aandacht van een ruimer publiek willen brengen (Smolin, Woit,...).

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 81):
Een aanhanger van de Vedanta zou nooit de juistheid van dit denkbeeld van Hegel erkennen en de occultist zou zeggen dat het precies van toepassing is op het ontwaakte MAHAT, het universele denkvermogen, dat al is geprojecteerd in de wereld van de verschijnselen als het eerste aspect van het onveranderlijke ABSOLUTE, maar nooit op dit laatste. ‘Geest en stof, of purusha en prakriti’ , zo wordt ons geleerd, ‘zijn slechts de twee oorspronkelijke aspecten van het Ene en Ongeëvenaarde’.
Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 97):
97: (a) Het gebruik van meetkundige figuren en de veel voorkomende verwijzingen ernaar in alle oude geschriften (zie de Purana’s, Egyptische papyri, het ‘Dodenboek’ en zelfs de Bijbel) moet worden verklaard. In het ‘Boek van Dzyan’, evenals in de Kabbala, zijn er twee soorten getallen die men kan bestuderen – de cijfers, vaak eenvoudige sluiers, en de heilige getallen, waarvan de waarden alle door inwijding aan de occultisten bekend zijn. De eerstgenoemde zijn alleen maar gebruikelijke tekens, de laatstgenoemde zijn de basissymbolen van alles. Dat wil zeggen, de eerste soort is zuiver materieel, de andere zuiver metafysisch; zij verhouden zich tot elkaar als stof tot geest – de tegenpolen van de ENE substantie.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 316):
(xx.) ‘Materie of substantie is zowel in onze wereld als daarbuiten zevenvoudig. Bovendien is elk van haar toestanden of beginselen in zeven graden van dichtheid verdeeld. SURYA (de zon) toont in zijn zichtbare weerspiegeling de eerste of laagste toestand van de zevende of hoogste staat van de ALOMTEGENWOORDIGHEID, de allerzuiverste, de eerste gemanifesteerde adem van het steeds ongemanifesteerde SAT (het Zijn). Alle centrale stoffelijke of objectieve zonnen zijn naar hun substantie de laagste toestand van het eerste beginsel van de ADEM. Geen enkele van deze is meer dan de WEERSPIEGELING van zijn BEGINSELEN, die voor ieders blik zijn verborgen, behalve voor die van de Dhyan-Chohans, van wie de lichaamssubstantie behoort tot de vijfde afdeling van het zevende beginsel van de moedersubstantie en daarom vier graden hoger ligt dan de weerspiegelde zonnesubstantie. Evenals er zeven dhatu (hoofdsubstanties in het menselijke lichaam) zijn, zijn er ook zeven krachten in de mens en in de hele Natuur.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap (p. 561):
Ondertussen zijn de wetenschappers tegenwoordig zelfs verwaander en kwezelachtiger dan de geestelijkheid. Want zij dienen, zo niet aanbidden in feite de ‘kracht-stof, die hun onbekende god is. En hoe onbekend deze is, kan worden afgeleid uit de vele bekentenissen van de eminentste natuurkundigen en biologen, met Faraday aan het hoofd. Niet alleen, zei hij, zou hij nooit durven zeggen of kracht een eigenschap of een functie van de stof was, maar hij wist eigenlijk niet wat met het woord stof werd bedoeld.
Er was een tijd, voegde hij eraan toe, waarin hij geloofde dat hij iets van de stof wist. Maar hoe langer hij leefde en hoe zorgvuldiger hij deze bestudeerde, des te meer raakte hij overtuigd van zijn volslagen onwetendheid over de aard van de stof. (Zie Buckwell, Electric Science.) De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 710):
De ‘krachten’ – eigenlijk hun noumena – zijn natuurlijk dezelfde; daarom moeten de waarneembare krachten ook dezelfde zijn. Maar hoe kan men zo stellig weten dat de eigenschappen van de stof niet zijn veranderd onder invloed van de proteïsche evolutie? Hoe kan een materialist met zoveel vertrouwen beweren, zoals Rossmassler, dat ‘deze eeuwige overeenstemming in de essentie van verschijnselen het zeker maakt dat vuur en water te allen tijde dezelfde vermogens bezaten en deze altijd zullen bezitten’? Wie zijn zij ‘die de raad verduisteren met woorden zonder kennis’, en waar waren de Huxleys en Büchners toen de grondslagen van de aarde werden gelegd door de grote Wet? Het is een grondbeginsel van de occulte filosofie, deze zelfde homogeniteit van de stof en onveranderlijkheid van de natuurwetten, waarop het materialisme zo sterk aandringt; maar die eenheid berust op de onscheidbaarheid van geest en stof, en als de twee zouden worden gescheiden, zou de hele Kosmos terugvallen tot chaos en niet-zijn.
714: Maar er is werkelijk geen ongeval in ons leven, geen ongeluksdag en geen tegenspoed, die niet kan worden herleid tot onze eigen daden in dit of in een ander leven. Als men de wetten van harmonie overtreedt of, zoals een theosofische schrijver het uitdrukt, ‘de wetten van het leven’, moet men erop zijn voorbereid tot de chaos te vervallen die men zelf heeft voortgebracht. Want volgens dezelfde schrijver ‘is de enige conclusie waartoe men kan komen, dat deze levenswetten zichzelf wreken, en dus dat elke wrekende engel slechts een symbool van hun reactie is’.

Ayurveda: De centrale ayurvedische gedachte is dat een ziekte eerst in de geest ontstaat, en zich pas na herhaald genegeerd te worden in het lichaam manifesteert. De ayurveda stelt dat het lichaam onverbiddelijk gehoorzaamt aan de geest. De geest wordt daarbij beschouwd als de regisseur van de energieën die het lichaam doen leven. Die energieën worden gezamenlijk aangeduid als de ziel. In het westen zijn we gewend om "gezond zijn" te meten in termen van bloeddruk, cholesterolgehalte, oog- en gehoorfunctie, nier- en leverfunctie, enzovoorts. Volgens de ayurveda is iemand pas gezond zodra de energie in lichaam èn geest in balans zijn. De energiecentra in het lichaam die bekend staan als chakra's dienen daartoe helemaal in balans te zijn. De ayurveda stelt dat alle energie - in de geest, in het lichaam, in de wereld om ons heen - drie karakteristieken heeft, die dosha's worden genoemd. De drie karakteristieken heten samen de tridosha. Alle energieën kennen deze karakteristieken: onze DNA-strengen, ons zenuwstelsel, onze passies, de seizoensbewegingen in ons klimaat en kosmische energieën in sterren. De ayurveda stelt dan ook "zo is de microkosmos, zo is de macrokosmos". De drie karakteristieken zijn: - De eerste karakteristiek is impulsenergie. Dit heet vata. Vata reguleert impulsen: beweging, verandering. Vata is merkbaar in zenuwstoornissen, hyperventilatie, maar ook in droge herfstwinden. Vata-verstoringen zijn gecorreleerd aan angst. - De tweede karakteristiek is vuurkracht. Dit heet pitta. Pitta zorgt voor vurigheid. Pitta is merkbaar in de spijsvertering, in hartstocht, heethoofdigheid, maar ook in vulkanen en in groepsgedrag op tropische dagen op het strand. - De derde karakteristiek is structuurkracht. Dit heet kapha. Kapha zorgt voor structuur en stevigheid. Kapha is merkbaar in berusting, bezitterigheid, depressies, maar ook tijdens een bewolkte, sombere winteravond.

5D gaat er vanuit dat het leven aan het universele polariteitsprincipe is onderworpen. 5D laat het logische verband zien tussen de immateriële, geestelijke wereld en de materiële, aardse wereld. Het gaat er om geest en lichaam in balans te brengen.

Het transformatieproces, wordt in het 5Ddenkraam door de lemniscaat gesymboliseerd. Het creërend vermogen berust op dynamische, universele krachten. Universele krachten zorgen voor balans. De lemniscaat, de band van Möbius verbindt de continu met elkaar afwisselende binnen - en buitenkant met elkaar. Wat binnen is wordt buiten en omgekeerd. De lemniscaat geeft aan dat we niet in een loop (Schizoîdie cq. Schizofrenie) zitten maar met de spirituele energie, de Triade zijn verbonden. Het onmogelijke wordt mogelijk. In dit kader is vooral het split-brain-onderzoek van Roger Sperry relevant.

Marco Iacoboni Het spiegelende brein (p. 120):
Sperry en de twee Zaidels ontdekten echter dat beide hersenhelften het eigen gezicht van de patiënt konden herkennen, waarmee ze de heersende opvatting dat alleen de linkerhersenhelft verantwoordelijk was voor zelfherkenning naar de prullenmand verwezen.

====

Yin en Yang (4e Dimensie, Kwadranten, Enantiodromie, Boeddhisme, Cybernetica)

En zo kwam uiteindelijk het besef/bewust zijn, dat de Tao (het Alles) zich manifesteert in twee tegengestelde waarden (enantiodromie) 'die geen dualiteit vormen'. Yin (het éne) is niet beter dan Yang (het ander) of andersom, ze zijn even-waardig aan elkaar. Evenwaardig betekent in deze gelijk èn toch verschillend. Dus niet gelijkwaardig.

De Chinese filosofie stelt dat het universum voortkomt uit en afhangt van de wisselwerking tussen twee tegengestelde en complementaire principes, de universele polariteiten yin en yang, het universele en eeuwige perpetuum mobile, die uiteindelijk zijn voortgekomen uit dezelfde 'Bron'.
Yin staat voor de aarde, negatief, passief, donker, vrouwelijk en destructief.
Yang staat voor de hemel, positief, actief, licht, mannelijk en constructief.
Door een eeuwige interactie tussen yin en yang bestaan alle dingen en worden zij voortdurend getransformeerd.

Kristofer Schipper, ‘Tao’: Het Bewaren van het Ene is in de eerste plaats een creatief proces dat door de bervrijding van onze energieën uit de boeien van de concepten wordt verwezenlijkt. De versmelting van yin en yang in het Centrum komt tot uitdrukking in een moment waarop wij meester zijn over onszelf: in de liefde, in de artistieke schepping van de kalligrafie, de poëzie of de dans en in alle kunstvormen die de mens tot zijn beschikking heeft.

De Goddelijke Romance Tussen Ying en Yang: Voornamelijk door onwetendheid over de juiste relatievorm tussen de seksen en daarom door de verstoringen, misbruik en perversie van de goddelijke Romance heerst er tegenwoordig veel ziekte in de wereld: psychologisch, emotioneel en fysiek. Alle ziektes kunnen ogenblikkelijk worden geheeld door goddelijke Liefde, wat ervaren kan worden als Extase wanneer yin en yang in de juiste relatie verkeren. Extase kan volledig worden gerealiseerd en gemanifesteerd op het fysieke vlak door goddelijke eenwording tussen man en vrouw of tussen het mannelijke en het vrouwelijke. Dit is de Universele Wet: de goddelijke patroon dat aan de hele schepping ten grondslag ligt en dat door al het natuurlijke leven wordt gedemonstreerd, vanaf het atoom en zijn elektronen tot aan de zon met de om hem heen wentelende planeten, enzovoort.
In overeenstemming met de oude profetieën, benadert Vader Geest nu Moeder Gaia om Haar opnieuw te bevruchten en zodoende het leven te schenken aan het Nieuwe Wereld Bewustzijn (Christusbewustzijn) op Aarde. Altijd weer opnieuw benadert de Vader de Moeder van het universum in Haar Kosmische Fysieke-Vlak lichaam om zich te verenigen en op die wijze de volgende ontwikkeling van hun Eeuwige Romance geboren te laten worden. Hun goddelijke Vrucht kan een menselijke persoonlijkheid zijn (zoals in het geval van de baby Jezus bijvoorbeeld), of een heel ras van wezens, een planeet, een zonnestelsel, een sterrenstelsel of een heel veld van manifestatie, een hele octaaf of universum van uitdrukking. De goddelijke formule is altijd hetzelfde en allebei yin en yang zijn vereist om deel te nemen in het spel.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Over Kwan-Shi-Yin en Kwan-Yin (p. 515):
Tenslotte merken wij op dat Kwan-Shi-Yin en Kwan-Yin de twee aspecten (mannelijk en vrouwelijk) zijn van hetzelfde beginsel in de Kosmos, de Natuur en de mens, van goddelijke wijsheid en intelligentie. Ze zijn de ‘Christos-Sophia’ van de mystieke gnostici – de logos en zijn sakti.

Freek van Leeuwen: onderscheidt, net als het 5D-concept ‘Geest - Ziel - Lichaam’. 5D sluit op zijn boek De Levensweg aan en maakt van zijn ‘verklarende woordenlijst’ , de begrippen Jang en Jin, gebruik.

Jang (Yang): Het Chinese woord 'jang' betekent onder andere 'in de zon wapperende banieren' en daarnaast 'de lichte warmte van de zuidelijke berghelling' of 'de lichte warmte van de noordelijke rivieroever'. De betekenis van het woord komt overeen met de geestkundige beschrijving van de algeest in de ongevormde oertoestand als 'lichtende warmte'. Deze beweeglijke, lichtende warmte heeft de eigenschap doordringend te zijn. In de gevòrmde toestand doet de lichtende warmte zich voor als God als vader.

Jin (Yin): Het Chinese woord 'jin' betekent onder andere 'de bewolkte hemel' en daarnaast 'de koele schaduw van de noordelijke berghelling' en 'de koele schaduw van de zuidelijke rivieroever'. De betekenis van het woord komt overeen met de geestkundige beschrijving van de algeest in de ongevormde oertoestand als 'donkere koelte'. Deze toestand van donkere koelte is op aarde ervaarbaarbaar als een aangename, schaduwrijke koelte. De rustende, donkere koelte heeft de eigenschap doordringbaar, ontvankelijk te zijn. In de gevòrmde toestand doet de donkere koelte zich voor als God als moeder.

Religie schreeuwt om satire (Volkskrant 5 maart 2005), de reportage eindigt met: Er staat een mooi verhaal in de Talmoed. Een mens moet een jas met twee zakken hebben. In de ene zak zit een briefje waarop staat: Ik ben niets dan stof en as. In de andere zak een briefje met: voor mij is de wereld geschapen. Dat is mama loshon, gezond verstand. De persoon die tussen die yin en yang kan leven, heeft het gemaakt.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, Over de mythe van de gevallen engelen (p. 556):
Zoals de oude Magische boeken het uitleggen, wordt de hele gebeurtenis duidelijk. Een ding kan slechts bestaan door zijn tegengestelde – leert Hegel ons, en er zijn maar weinig filosofie en spiritualiteit nodig om de oorsprong van het latere dogma te begrijpen, dat in zijn koude en wrede boosaardigheid zo echt satanisch en hels is. De magiërs verklaarden de oorsprong van het kwaad in hun exoterische leringen op de volgende manier. ‘Licht kan niets anders dan licht voortbrengen, en kan nooit de oorsprong van het kwade zijn’; hoe werd het kwade dan voortgebracht, wanneer er bij zijn voortbrenging niets was dat gelijk was aan het licht of ermee overeenkwam’? Het licht, zeggen zij, bracht verschillende wezens voort, die alle geestelijk, lichtgevend en machtig waren. Maar een groot wezen (de ‘grote Asura’, Ahriman, Lucifer, enz.) had een kwade gedachte, die tegengesteld was aan het licht. Hij twijfelde, en door die twijfel werd hij verduisterd.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 687):
Waarom wordt verder de drie-enige IAO (de mysteriegod) de ‘viervoudige’ genoemd en komen toch de drievoudige en viervoudige symbolen bij de christenen onder één verenigde naam voor – de Jehovah van de zeven letters? Waarom is verder in de Hebreeuwse Shebā de eed (de pythagorische Tetraktis) identiek met het getal 7; of, zoals G. Massey zegt, ‘een eed afleggen was synoniem met ‘in zevenen verdelen’, en de 10, uitgedrukt door de letter yod, was het volledige getal van IAO-SABAOTH, de tienletterige God’? In de Veiling van Lucianus vraagt Pythagoras: ‘Hoe telt u?’ Het antwoord is: ‘Een, twee, drie, vier.’ ‘Ziet u dan’, zegt Pythagoras, ‘dat in wat u opvat als VIER, er tien zijn; een volmaakte driehoek en onze eed (Tetraktis, vier!)’, of zeven. Waarom zegt Proclus in Timaeus, hfst. iii: ‘De vader van de gouden verzen viert de Tetraktis als de bron van de eeuwige natuur?’
687/688: Tenslotte het volgende: er is genoeg naar voren gebracht om aan te tonen waarom de menselijke beginselen in de esoterische scholen in zeven waren en zijn verdeeld. Maak er vier van en dit zal òf een mens zonder zijn lagere aardse elementen overlaten, òf, uit een fysiek gezichtspunt beschouwd, hem tot een zielloos dier maken. Het Viertal moet het hogere of het lagere zijn, de hemelse of de aardse Tetraktis: om overeenkomstig de leringen van de esoterische oude school begrijpelijk te worden, moet de mens worden opgevat als een Zevental. Dit werd zo goed begrepen, dat zelfs de zogenaamde christelijke gnostici dit aloude stelsel overnamen (zie de § over ‘De zeven zielen’ Deel II p. 717).

Het 5D-denkraam is op de dialectische filosofie van Hegel en Marx (Engels) gebaseerd. Marx, Capital, Vol. 1, p. 19: “Mijn dialectische methode”, schreef Marx, “verschilt niet alleen van de hegeliaanse, maar is het direct tegenovergestelde ervan. Voor Hegel is het levensproces van de menselijke hersenen, dat is het denkproces, dat hij onder de naam van ‘het Idee’ zelfs verandert in een onafhankelijk subject, de bouwer van de reële wereld, en de reële wereld is enkel de uitwendige, fenomenale vorm van ‘het Idee’. Bij mij daarentegen is het ideaal niets anders dan de materiële wereld, weerspiegeld in de menselijke geest en vertaald in denkvormen.”

Hegel vertaalt de binnenwereld naar de buitenwereld, de geestelijke wereld naar de materiële wereld en Marx vice versa. Echter elke echte verandering komt nog altijd van binnenuit. Het mysterie van het leven zit in onszelf.

====

Brein (5e Dimensie, 5Ddenkraam, Creatielemniscaat, Reciprociteit, Verbeeldingskracht)

Bij het Reflexief Bewustzijn gaat het om de wisselwerking tussen het verticale (non-lokale) en het horizontale bewustzijn, de synchronisatie van de rechter - en de linker (‘Voelen en Denken’) hersenhelft. De communicatie, de interacties tussen hersenhelften vindt grotendeels plaats via verbindingen van de hersenbalk en heeft op de lateraliteit (Lateralization) van de rechter - en de linker hersenhelft betrekking.

Het brein is symmetrisch van opzet. Veel functies zijn zowel links als rechts aanwezig en vormen een complementaire spiegel. Het corpus callosum of de hersenbalk is een structuur in de hersenen die de twee hersenhelften met elkaar verbindt en zorgt dat ze informatie kunnen uitwisselen.
De
linker- en rechter hersenhelft moeten in balans zijn. Globaal regelt de sensibele, visuele linkerhelft verbale, logische, analytische, rationele, redenerende, conceptuele en lineaire activiteiten. De linkerhelft deduceert, redeneert, verwerkt, weegt feiten tegen elkaar af, ordent waarden, vergelijkt en analyseert om tot een beslissing te komen. Terwijl de motorische rechterhelft regelt non-verbale, scheppende, holistische, visuele, ruimtelijke, intuïtieve en perspectivische functies; ze verwerkt informatie meer rechtstreeks door middel van instinct en intuïtie in plaats van door een logische gedachtegang. De rechterkant is sterk op de grote lijnen gericht. Met deze helft herken je gezichten van mensen.

De menselijke hersenen , het brein bestaat uit een rechter - en linker hersenhelft en de communicatie tussen beide.
Er is veel gespeculeerd over de wijze waarop de beide hersenhelften met elkaar communiceren. In principe kunnen twee hoofdvormen van communicatie worden onderscheiden: competitie of coöperatie. Competitie kan bijvoorbeeld inhouden dat als één hersenhelft actief is, de activiteit van de andere hersenhelft automatisch wordt onderdrukt. Zo is wel gesuggereerd dat de primaire taak van de hersenbalk die van inhibitie is. Competitie lijkt voor de hand te liggen in situaties waarbij gebieden in beide hersenhelften even goed in staat zijn dezelfde taak uit te voeren. Daarentegen lijkt coöperatie waarschijnlijker in situaties waarbij een taak een beroep doet op deelfuncties, waarvoor elke hersenhelft een eigen specialisatie heeft ontwikkeld. Zo is het bijvoorbeeld denkbaar dat een bepaalde cognitieve taak zowel een beroep doet op het visuele voorstellingsvermogen als op taalfuncties. In dit geval moet de taak worden uitgevoerd door een netwerk waarbij de verbindingen tussen de beide hersenhelften zorg dragen voor informatieoverdracht tussen de gespecialiseerde gebieden in linker- en rechterhersenhelft. Door de trage informatieoverdracht via de hersenbalk, lijkt het echter waarschijnlijk dat een dergelijk netwerk niet optimaal zal functioneren.
Er wordt wel gezegd dat de taaldominante hemisfeer verantwoordelijk is voor logisch en ruimtelijk denken, en de niet-taaldominante voor intuïtie en creativiteit. Hierover is de wetenschap het echter nog niet eens (zie verder lateraliteit).

Hersenonderzoek: Het pleidooi van Geert Dales wordt onderbouwd door het wetenschappelijk onderzoek van Prof. Jelle Jolles, hoogleraar Hersenen, Gedrag & Educatie. Tijdens de jaaropening gaf hij antwoord op de vraag of hbo-onderwijs goed inspeelt op de nieuwe inzichten in het brein van jongeren. Volgens Jolles heeft de hoge uitval in het eerste en tweede jaar inderdaad onder meer te maken met het gebrek aan structuur die hen in die periode geboden wordt. Deze structuur hebben ze – gegeven de fase in de neuropsychologische ontwikkeling waarin ze zitten - wel degelijk nodig.

Onderwijs verschil tussen jongens en meisjes, Zeg niet ‘zit stil’ tegen druk kind (interview Jelle Jolles, Volkskrant 28 april 2010):
Wat is het belangrijkste wat ouders moeten weten over de neuropsychologische ontwikkeling van hun kind?
‘Dat de hersenrijping doorloopt tot na het twintigste jaar. Er zijn prikkels van buiten nodig voor de rijping. Het is dus de kwaliteit van datgene wat ouders, docenten, buren, grootouders, vriendjes en vriendinnetjes in het kind stoppen die bepalend zijn voor de mate waarin de talenten van het kind tot ontwikkeling komen. Stress is nadelig. Positief is een omgeving waar het kind zich geborgen voelt, waar emotionele steun bestaat, waar intellectuele en sociale uitdagingen worden gesteld, en waar de natuurlijke neiging van kinderen nieuwe dingen te ervaren voldoende wordt bevredigd.
Belangrijk om te weten is ook dat hersenontwikkeling in zekere zin is te stimuleren door een positief stimulerende en uitdagende omgeving, thuis en op school, maar er zijn grenzen.

22 breinwetten voor marketeers en CRM-managers (Sjors van Leeuwen 7 februari 2014):
Aankoopgedrag is (heel vaak) onbewust gedrag
De reden dat veel marketingplannen en economische modellen van koopgedrag falen, is dat zij uitgaan van klanten die bewust gedrag vertonen. Veel marketeers en CRM-managers denken dat dit ‘bewuste gedrag’ op rationele gronden te beïnvloeden is. De werkelijkheid is echter anders. De meeste beslissingen nemen we in ons onbewuste en dat ‘onbewuste gedrag’ is bijna niet te beïnvloeden door logische (verkoop)argumenten. Dat komt door de werking van ons brein.
Oerbrein en moderne brein
Het brein van mensen bestaat sterk vereenvoudigd uit twee delen, namelijk het oerbrein en het moderne brein:
• Oerbrein; dit wordt gevormd door de hypothalamus en het lymbisch systeem. Dit brein is zo’n 500 miljoen jaar oud. Het oerbrein gaat over onbewuste instincten, reflexen, verslaving, emotie, affectie en handelen (reactie, gedrag). Kenmerken zijn: snel, associatief, gemakkelijk, impulsief, emotioneel en doen. Dit brein hadden we miljoenen jaren nodig om te kunnen overleven als mensensoort.
• Moderne brein; dit wordt gevormd door de neocortex en is zo’n 100.000 jaar oud. Het moderne brein gaat over taal en bewust redeneren (nadenken, argumenteren). Kenmerken zijn: langzaam, gecontroleerd, interruptief, logisch en denken. Dit brein hebben we nodig om mee te kunnen in de moderne tijd die steeds complexer wordt.

Melancholy man of Alles is fascinerend, als je je er maar lang genoeg in verdiept (Patrick van IJzendoorn Volkskrant 21 mei 2016 bijlage Sir Edmund p. 62-67):
3. POLITICUS: BOBBY KENNEDY
Bryson is onlangs vijf weken in zijn land van herkomst geweest, waar zijn moeder in december op 102-jarige leeftijd was overleden. Met ontsteltenis volgde hij het politieke debat. 'Het is een krankzinnige tijd en hopelijk is het tijdelijk. Er is geen enkele aansprekende politicus. Ik ga op Hillary Clinton stemmen bij gebrek aan beter. Bij de Republikeinen is de situatie helemaal hopeloos. Zijn dit echt de beste mensen die ze kunnen vinden? Geen hersenen, geen persoonlijkheid, geen verbeeldingsvermogen.'
Het brengt hem op het jaar 1968, de tijd waarin hij genoot van liedjes als The Dock of the Bay van Otis Redding. 'Dat was een tijd vol hoop, en dat werd belichaamd door Bobby Kennedy. Ik zag hem spreken in Des Moines, mijn geboortestad. Hij sprak met vertrouwen en intelligentie. Bobby hield ons een betere wereld voor. Een paar weken later was hij dood.'
10. LICHAAMSDEEL: HERSENEN
Onlangs was Bryson met een van zijn twee zoons in Amsterdam, waar ze onder meer een bezoek brachten aan de Body Worlds-tentoonstelling. Dat was niet zomaar. 'Ik zit al 64 jaar in dit lichaam. Dit besef heeft me ertoe gebracht een boek te schrijven over de werking ervan. Mijn zoon is chirurg en dit biedt hem de kans zijn vader te onderwijzen. De hersenen zijn mijn lievelingsdeel in de miraculeuze machine.
'Het idee dat alles wat je ziet, en wat je weet over de wereld, wordt verwerkt door een orgaan dat nog nooit daglicht heeft gezien en nooit frisse lucht heeft gehad is wonderbaarlijk. Het brein interpreteert de wereld voor je. Heb je wel eens gedacht over de pupillen in je ogen. Dat is een blinde vlek, maar je ziet geen zwart gat als je kijkt. De hersenen kleuren het voor je in, aan de hand van de context. Alles is fascinerend, als je je er maar lang genoeg in verdiept.'

'Trip zet volume van bewustzijn harder' (Maarten Keulemans interview met bewustzijnsonderzoeker Enzo Tagliazucchi Volkskrant 14 april 2016 p. 11):
Lsd nemen is of je de volumeknop van het bewustzijn harder draait. Dat zegt bewustzijnsonderzoeker Enzo Tagliazucchi, verbonden aan het Nederlands Herseninstituut in Amsterdam. Hij is een van de initiatiefnemers van 's werelds eerste verkenning van het brein op lsd.
Wat doet lsd eigenlijk met een brein?
'Veel mensen denken dat je het brein kunt aan- en uitzetten, maar in werkelijkheid staat het nooit stil. Het is voortdurend bezig allerlei patronen van activiteit te creëren. Normaal gesproken worden die patronen onderdrukt. Maar het lijkt erop dat psychedelica die remming verminderen. Het gevolg is dat we de andere activiteitenpatronen die het brein genereert gewaar worden. We sluiten onze ogen en zijn in staat om met onze ogen dicht al die activiteit te zien.'
Dat klinkt nogal verheerlijkend: drugs maken het onderdrukte brein vrij.
'Ik vertel het graag zo. Veel mensen hebben het beeld dat drugs de werkelijkheid vervangen door een illusie.
Maar de wereld die we normaal gesproken ervaren is óók een illusie. Het brein is voortdurend bezig onze waarneming te construeren. Je ziet bijvoorbeeld nooit de adertjes die voor je ogen zitten, of het trillen van je ogen, omdat je brein die informatie weg filtert. Wat een psychedelische drug dus doet, is de ene illusie vervangen door een andere. Het is lastig welke illusie 'echter' is. De illusie die de psychedelische ervaring creëert, komt in sommige opzichten dichter bij wat er gaande is in het brein.'
U schrijft in uw artikel dat de psychedelische ervaring en bewusteloosheid twee uitersten zijn van dezelfde, glijdende schaal.
'Ik stel het voor als de draaiknop op de radio: je draait de ene kant op en je hebt bewusteloosheid, je draait de andere kant op en je krijgt gewoon bewustzijn. En als je verder draait, krijg je iets wat lijkt op de psychedelische toestand. Verruimd bewustzijn, zou ik dat noemen.'
En nu?
'Idealiter zou ik hierna minder bekende drugs bestuderen zoals mescaline en dmt (werkzame stof uit onder meer ayahuasca, red.). En dromen. Ik denk dat dromen overeenkomsten hebben met de psychedelische toestand. Dat zou prachtig zijn: het zou betekenen dat je, om iets van de psychedelische toestand te kennen, niet eens drugs hoeft te nemen, maar slechts hoeft te dromen.'

In brein op lsd vallen de schotten echt weg of Brein van lsd-gebruiker lijkt erg op dat van baby; vrij en onbeperkt (Maarten Keulemans Volkskrant 12 april 2016 p. 10):
Het brein van een lsd-gebruiker heeft veel weg van dat van een baby: vrij en onbeperkt. Dat blijkt uit het eerste onderzoek naar wat er precies gebeurt in trippende hersenen.
Voor het eerst hebben onderzoekers gezien wat er precies gebeurt in het brein van iemand die lsd heeft gebruikt. Mogelijk leidt dat ooit tot de medische toepassing van tripmiddelen voor aandoeningen uiteenlopend van depressie tot stervensangst.
Versmelten met het universum
Mark Lewis , hoogleraar neurowetenschappen in Nijmegen en bekend van zijn autobiografische Memoires van een verslaafd brein herkent veel van de patronen die de Britten vonden. Zoals een afname van alfagolven, een teken dat de rem op het brein wegvalt. 'Ik heb vroeger veel lsd genomen en je vraagt je dan altijd af: waar komt dit allemaal vandaan? En hier zie je het: de hersenschors is op een ongecontroleerde manier aan het vuren.' Hardop beredeneert Lewis wat de optelsom van wegvallende connecties en aangehaalde banden tussen hersengebieden voor uitkomst zou geven: 'Het visuele systeem zou gaan doen whatever the hell it wants.'
Ook Lewis gelooft in de therapeutische mogelijkheden van lysergzuur-diethylamide, zoals lsd voluit heet.
'Deze stoffen geven je het inzicht dat jouw manier om de dingen te bekijken maar één manier is.'

Het globale brein is een speculatief concept in o.a. transhumanistische kringen, filosofie en mystiek ('sciencefiction'?), vergelijkbaar met (dan wel verwant aan) het concept van de noösfeer van respectievelijk Vladimir Vernadsky en Teilhard de Chardin, de Akasha-kronieken (waar o.a. Rudolf Steiner en Edgar Cayce te rade beweerden te gaan) en het "Akashic field" van de Hongaarse wetenschapsfilosoof Ervin László. Het begrip als zodanig werd in 1982 voor het eerst gebruikt door Peter Russell in zijn boek The Global Brain (video).
Stanislav Grof Evidence for the Akashic Field from Modern Consciousness Research.

Francis Heylighen licht bewustzijn toe aan de hand van vijf gezichtspunten ‘Sensation, Awareness, Experience, Self-awareness en First-person experience’. Net als bij NLP wordt er van een metamodel (Meta-model, Metamodeling) gebruik gemaakt. Al zijn in dit kader ook de inzichten van Ned Herrmann, Carl Jung, David Kolb en Timothy Leary interessant.

Pythagoras enAristoteles:Unificatietheorie enBewustzijnsschil:Ervin laszlo enFrancis Heylighen:
MonadeTriade1. Zwaartekracht (M/V)3. Spiegelsymmetrie4. Self-awareness2. Awareness
4. Doeloorzaak ----2. Werkoorzaak4. Hermeneutische cirkel ----2. Reflexief bewustzijnHolos ---Logos
||||||
1. Stofoorzaak ----3. Vormoorzaak1. Ether-paradigma ---3. Meta-lerenMythos ---Theos
TetradeDuade4. Materiesymmetrie2. Tijdsymmetrie1. Sensation -3. Experience
    5e element First-personexperience

Het mechanisme achter de 'natuurlijke selectie' wordt door de Heilige tetraktys van Pythagoras weergegeven. De getallen van Pythagoras brengen een relatie, een specifieke categorie van betrekkingen tot uitdrukking. Pythagoras was een cyberneticus. De mens maakt deel uit van auto- en kruiskatalytische systemen (Ervin Laszlo lees: binnen een natiestaat en buiten een stelsel van natiestaten).

De psychologie van gebrekkig onderzoek (Michele Nuijten Volkskrant 5 september 2015 Bijlage Sir Edmund p. 41-43):
Het merendeel van de onderzoeken in de psychologie houdt bij herhaling geen stand. De Tilburgse methodologe en co-auteur van deze schokkende studie Michele Nuijten legt uit waar het misgaat, en hoe het anders kan. Etc.
Achter elke punt in de grafiek, vertelt Nuijten, gaat een psychologisch onderzoek schuil, naar een en hetzelfde fenomeen. En eigenlijk zouden al die onderzoekjes min of meer hetzelfde moeten vinden. Maar dat is niet het geval. Aan de punten zie je het meteen: hoe kleiner het aantal proefpersonen dat men in een studie onderzocht, des te sterker het effect dat men vond. Rara hoe kan dat? Etc.
En wetenschappers zijn ook maar mensen. Nuijten is er openhartig over: 'Als je een zo goed mogelijke weergave van de werkelijkheid wilt, zou je grote steekproeven nemen, van grote aantallen proefpersonen. Maar we zijn met zijn allen zó gefocust op resultaten. Als je op moet voor een tenure (onderzoeksaanstelling, red.) of je proefschrift moet af, is het strategischer om in plaats van één groot onderzoek met 100 proefpersonen, vijf testjes met 20 proefpersonen te doen. En dan de mislukte experimenten terzijde te schuiven.' Dat hoort toch niet?
'Ik denk niet dat er een kwade gedachte of onwil achter zit. Een bijzonderheid van de psychologie is dat er enorm veel theorieën en keuzemogelijkheden zijn. In de natuurkunde is je theorie weerlegd als er in een experiment iets anders gebeurt dan verwacht. Maar in de psychologie is er dan vaak wel een andere theorie waarmee je uitkomst wél te rijmen valt. Dus is de kans groot dat je zegt: ik zal wel iets fout hebben gedaan. Het experiment is mislukt, maar wacht, het regende die dag. Vanuit de wetenschap is het allemaal te rechtvaardigen.' Etc.
Wat moet er in uw optiek gebeuren om de problemen op te lossen?
'Openheid van zaken is denk ik het allerbelangrijkste. Werk zo dat andere mensen het nog kunnen narekenen, want daar gaat het uiteindelijk om: dat we achter de waarheid komen.

Het primaire proces in het onderwijs draait om de relatie ‘Leraar en Leerling’, de kennisoverdracht van inhoudelijke kennis. Door de schaalvergroting en de daarmee samenhangende bureaucratie in het onderwijs is deze relatie aardig onder druk komen te staan. In bureaucratische geleide organisaties staat veelal niet de klant, de leerling waar het feitelijk om moet draaien, maar het bouwen van eigen koninkrijkjes centraal. Het is een utopie te geloven dat door schaalvergroting de effectiviteit en efficiency in een dergelijke organisatie toeneemt. Het tegendeel is eerder het geval. Aan de neerwaartse spiraal, die de afgelopen decennia in het onderwijs naar voren is gekomen, is de zogenaamde marktwerking mede debet.

Drew Westen boek The Political Brain (Kees Kraaijeveld):
Niet de ratio, maar de onderbuik beslist. Amerikanen bepalen wie er president wordt op basis van emotie. Welke kandidaat de beste plannen heeft of de kiezer de meeste voordeeltjes belooft, speelt nauwelijks een rol.
Met deze boodschap heeft politiek psycholoog Drew Westen aan de vooravond van deze presidentsverkiezingen voor opschudding gezorgd. Westen, zelf een overtuigd democraat, betoogt in zijn boek The Political Brain aan de hand van treffende voorbeelden uit voorgaande campagnes waarom democraten het toch altijd zo slecht doen bij de race om het presidentschap.
Dit komt, volgens Westen, omdat democraten een verkeerde opvatting hebben van de werking van ons ‘politieke brein’. Het is geen calculerende machine die rationeel voor het beste beleid kiest, het is een emotioneel brein dat gevoelsmatig zoekt naar een betrouwbare leider die staat voor de juiste waarden. The Age of Reason is voorbij, stelt Westen. We leven in het emotietijdperk. En daar wilden de democraten met hun veel te feitelijke, rationele campagnes, niet aan.
Het werk van Westen staat niet alleen. In het voetspoor van neurowetenschappers als Antonio Damasio en Joseph LeDoux, is er een algemene herwaardering gaande van ‘het emotionele denken’, van ‘de intuïtie’ en van wat weer volmondig ‘het onbewuste’ wordt genoemd.
Het twee routes model van LeDoux met korte route (direct) en langzame route (indirect):
Malcolm Gladwell vertelt ons in zijn bestseller Blink hoe we kunnen denken zonder te denken, en belangrijke beslissingen kunnen nemen in een split second.
Rationeel denken gaat juist uit van twijfel. Het is gebaseerd op een ‘houding van redelijkheid’. Een houding die door filosoof Karl Popper ooit is beschreven als:
Ik kan ongelijk hebben en jij kan ongelijk hebben en met enige moeite komen we misschien nader tot de waarheid.
In lijn met Marvin Minsky’s metafoor van de society of mind kunnen we onze hersenen omschrijven als een innerlijke mentale maatschappij. Een maatschappij waarin, vrij naar Hume, de rationele processen de slaven zijn en de emoties de meesters. Maar waarin macht vraagt om tegenmacht, net als in de echte samenleving.
Nu staat ‘burgerschap’ weer hoog op de onderwijsagenda. Maar het leerdoel ‘helder en kritisch denken’ ontbreekt bij mijn weten in alle eindtermen en competentieprofielen. Dat is jammer, want als burgers iets zouden moeten leren, dan zijn het juist deze vaardigheden: helder denken, vraagtekens zetten bij beeldvorming, en opnieuw een allergie ontwikkelen voor denkfouten als generalisaties en drogredenen. Helder denken valt te leren. In elk geval zou ieder mens de gelegenheid moeten krijgen dit op school eens te proberen.
Opdat in onze mentale maatschappij niet enkel emotie zal heersen maar dat haar slaaf, de ratio, een wakkere tegenmacht zal vormen. Opdat in de Verenigde Staten ooit een vrouw of een zwarte man president zal kunnen worden. Opdat in de Verenigde Staten ooit een vrouw of een zwarte man president zal kunnen worden. En opdat het gezond verstand weer grip zal krijgen op de onderbuik.

Het brein zorgt voor het aansturen van zowel ons lichaam als onze geest. In het brein gaat het niet zozeer om de zenuwcellen, maar om de verbindingen ertussen, waaronder de synapsen.

Bergson (p. 100), Duur en Tijd (Rechter - en Linker hersenhelft) Het eigenlijke denkproces in de hersenen, bijvoorbeeld het verwerken van indrukken die door zintuigen aangeleverd worden, is een elektrochemisch proces. Aan het einde van de zenuwcellen registreren de synapsen (te vergelijken met een zend- en ontvangststation) elektronische spanning in de cellen zelf en de cellen ernaast. Als deze spanning verandert, doordat er een impuls door een zintuig wordt aangeleverd, sturen de neurotransmitters via de synapsen chemische stoffen. Deze stoffen zorgen ervoor dat bij de onderling verbonden cellen van het hersennetwerk andere chemische stoffen in kunnen stromen, die de elektrische spanning veranderen. Op deze manier vindt er gedachtenoverdracht plaats. De synapsen zorgen voor de contacten, de communicatie tussen neuronen.

Het rapport E i V beoogt, net als de bewustzijnsfilosofie, aan het gezichtspunt van Ervin Laszlo een steentje bij te dragen. Dit aanvullende inzicht is niet alleen door E-learning tot stand gekomen, maar berust ook op het dualisme, tegenstellingen en de binaire code van machinetalen. Voor het delen van kennis is internet een uniek medium. In tegenstelling tot computers werken onze hersenen niet op basis van de digitale, binaire code maar op een analoge manier.

Leen den Besten Eindeloos bewustzijn? Visie op bijna-dood ervaringen, De functie van de hersenen:
Hersenen en bewustzijn zijn onderling afhankelijk, maar mentale en emotionele processen zijn daarom nog niet identiek met of te herleiden tot hersenprocessen. Er is een wisselwerking tussen hersenen en bewustzijn. De hersenen spelen een rol bij de mogelijkheid om het dagelijks (waak)bewustzijn te ervaren. Maar ze beschikken over onvoldoende informatiecapaciteit om alle herinneringen met bijbehorende gedachten en gevoelens op te slaan en ze hebben ook niet voldoende capaciteit om opgeslagen informatie terug te vinden. Het lijkt niet juist te beweren dat het bewustzijn alleen maar het product kan zijn van hersenfuncties. Het bewustzijn beïnvloedt de werking van de hersenen zowel op korte als op langere termijn.
De functie van de hersenen
Hersenen en bewustzijn zijn onderling afhankelijk, maar mentale en emotionele processen zijn daarom nog niet identiek met of te herleiden tot hersenprocessen. Er is een wisselwerking tussen hersenen en bewustzijn. De hersenen spelen een rol bij de mogelijkheid om het dagelijks (waak)bewustzijn te ervaren. Maar ze beschikken over onvoldoende informatiecapaciteit om alle herinneringen met bijbehorende gedachten en gevoelens op te slaan en ze hebben ook niet voldoende capaciteit om opgeslagen informatie terug te vinden. Het lijkt niet juist te beweren dat het bewustzijn alleen maar het product kan zijn van hersenfuncties. Het bewustzijn beïnvloedt de werking van de hersenen zowel op korte als op langere termijn.
Hersenen en bewustzijn
De meerderheid van de huidige westerse wetenschappers die zich verdiepen in bewuszijnsonderzoek, is van mening dat bewustzijn materialistisch kan worden verklaard: bewustzijn komt voort uit de materie waaruit onze hersenen bestaan. Als het materialistische standpunt juist zou zijn, is alles wat we in ons bewustzijn beleven niets anders dan de uiting van een machine die gestuurd wordt door natuurkunde en scheikunde. Volgens de materialistisch opvatting is het onmogelijk dat bewustzijn ervaren kan worden tijdens bewusteloosheid, hartstilstand, coma of een periode van hersendood. Empirische studies naar BDE opperen evenwel de mogelijkheid dat bewustzijn soms wordt ervaren op het moment dat alle hersenfuncties zijn uitgevallen. Het bewustzijn is continu buiten en vaak in het lichaam aanwezig. Vergelijk elektromagnetische informatiegolven voor mobiele telefoon, televisie, radio en computer. Ze omgeven ons voortdurend. We zijn ons pas ervan bewust als we de telefoon, televisie, radio of computer aanzetten. Wat we ontvangen zit niet in het toestel.
Een nieuwe visie op bewustzijn en hersenen
Bijna-dood-ervaringen zijn zulke abnormale bevindingen, omdat hun oorzaak en inhoud niet simpelweg verklaard kunnen worden met de huidige methodische en wetenschappelijke opvattingen over de verschillende aspecten van het menselijk bewustzijn en over de relatie van bewustzijn en hersenen. Een nieuwe benadering is nodig. Deze kan de volgende theorie opleveren: Het volledige en oneindige bewustzijn met oproepbare herinneringen vindt zijn oorsprong in een non-lokale ruimte in de vorm van onvernietigbare en niet rechtstreeks waarneembare golffuncties. Deze golffuncties, waarin alle aspecten van het bewustzijn als informatie liggen opgeslagen, zijn continu om en in het lichaam aanwezig. De hersenen en het lichaam functioneren slechts als een opvangstation om een deel van het totale bewustzijn en een deel van onze herinneringen in ons waakbewustzijn te ontvangen in de vorm van meetbare en voortdurend veranderende elektromagnetische velden. Het bewustzijn geeft informatie door aan de hersenen en ontvangt via de hersenen informatie uit het lichaam en van de zintuigen. Vergelijk de computer. Bij gebruikmaking van de juiste toegangscodes maakt een computer het mogelijk ruim een miljard verschillende websites te ontvangen. De computer produceert geen internet net zomin als de hersenen bewustzijn produceren. De computer maakt het mogelijk informatie aan het internet toe te voegen zoals de hersenen in staat zijn informatie van ons lichaam en van onze zintuigen toe te voegen aan het bewustzijn. De hersenen functioneren, net als een computer, als zender-ontvanger. Als we de computer uitschakelen, zijn de websites er nog wel. Zo is ook het bewustzijn altijd aanwezig. Gedurende ons leven kunnen we aspecten van het bewustzijn in ons lichaam ervaren als ons waakbewustzijn. Wanneer het lichaam sterft, zal het bewustzijn niet langer een deeltjesaspect kunnen hebben doordat alle hersenfuncties definitief zijn uitgevallen. Het oneindige (non-lokale, dus overal aanwezige) bewustzijn blijft echter als golffuncties in de non-lokale ruimte (ook wel het absolute of werkelijke vacuüm genoemd) ‘eeuwig’ bestaan. Het oneindig bewustzijn is subjectief. Het is niet aantoonbaar of meetbaar in de fysieke wereld. Het omvat de hele non-lokale ruimte (het vacuüm). Het oneindig non-lokaal bewustzijn is de bron van het waakbewustzijn. Onder normale omstandigheden ervaart men het waakbewustzijn (het deeltjesaspect). Onder abnormale omstandigheden is men in staat het oneindige aspect (het golffunctieaspect) van het non-lokale bewustzijn onafhankelijk van het lichaam te ervaren. Het DNA in elke menselijke cel maakt het mogelijk niet alleen de continuïteit van ons steeds veranderend lichaam te verklaren, maar ook om signalen of informatie van het eindeloos bewustzijn te ontvangen. Waar ons bewustzijn fungeert als ontvanger van alleen zintuiglijk waarneembare informatie, zijn de cellen van ons lichaam via het DNA in staat om informatie uit te wisselen met dit non-lokaal en eindeloos bewustzijn. Het DNA bevat niet zelf het erfelijk materiaal, maar is in staat erfelijke, morfogenetische (vormgevende) en persoonsspecifieke informatie uit het non-lokale bewustzijn te ontvangen. Erfelijkheid is het in stand houden van fysieke mogelijkheden en onbewuste eigenschappen. Het is ook het in stand houden van bewuste eigenschappen, het bewust-zijn, wat leidt tot het vermogen van bewuste herinnering, bewuste wilsuiting en bewuste besluitvorming onder leiding van bewuste en onbewuste ervaring. Het bewustzijn is het non-lokale opslagmagazijn van alle ervaring uit het verleden. Alle aspecten van ons bewustzijn zijn onderling verbonden. Ons waakbewustzijn, dat we dagelijks ervaren, is een individueel aspect van het alomvattende bewustzijn (door de Zwitserse psychiater Carl Gustave Jung (1875-1961) het collectief onbewuste genoemd). Het vermogen om bewustzijn te ervaren is te vergelijken met het licht van een filmprojector. De projector zendt licht uit op een scherm en het geprojecteerde beeld verandert constant. Alle beelden ie geprojecteerd worden, zijn inhoudelijke aspecten van het bewustzijn, zoals waarnemingen, gevoelens, herinneringen, dromen, gedachten en emoties. Zonder het licht van de projector zouden er geen beelden bestaan en daarom kan dit licht vergeleken worden met het vermogen om bewustzijn te ervaren. Maar de beelden zijn niet het bewustzijn zelf. Wanneer alle beelden verdwenen zijn, en alleen het licht van de projector nog schijnt, kunnen we spreken van de zuivere bron van het bewustzijn. Dit is puur bewustzijn zonder inhoud, iets wat onder ander door jarenlange meditatie ervaren kan worden. Men zegt dat iemand op dat moment verlicht is. De inhoud van de BDE wijst op de continuïteit van het bewustzijn, dat los van het lichaam kan worden ervaren. De dood zou, net als geboorte, slechts een overgang kunnen zijn naar een andere staat van bewustzijn. De dood is slechts het einde van ons fysiek aspect. We hebben dus een lichaam, en we zijn bewustzijn. Los van ons lichaam blijken we nog steeds in staat bewuste ervaringen te hebben, zijn we nog steeds bewuste wezens. Als ons lichaam definitief gestorven is, zijn we onderdeel van het eindeloze bewustzijn geworden.
Herinneringen
Van Lommel stelt: ‘Het is nog steeds een onbewezen hypothese dat bewustzijn en herinneringen exclusief in onze hersenen worden geproduceerd en opgeslagen. Er zijn al tientallen jaren pogingen gedaan om herinneringen en bewustzijn in de hersenen te lokaliseren, maar dit is tot nu toe niet gelukt en het is nog maar de vraag of het ooit zal lukken." (p.173). Dit lijkt me niet juist. Moleculair bioloog Eric Kandel toonde aan dat eiwitten een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen een vorm van korte en lange termijngeheugen. Ook toonde hij aan dat het vastleggen van lange termijn geheugen gepaard gaat met anatomische veranderingen (groei van nieuwe synaptische verbindingen. Evenals Van Lommel vroeg Kandel: ‘Hoe verklaart men het korte- en langetermijngeheugen? Hoe en waar in de hersenen zou deze bijna oneindige hoeveelheid informatie opgeslagen liggen?’ (p.182). Van Lommel concludeert dat het brein ‘een geheimzinnig orgaan’ is, en de relatie hersenen en bewustzijn ‘nog een groot mysterie’ (p.190). Het verschil is dat Van Lommel deze vragen voor onoplosbaar verklaarde en Eric Kandel ze oploste. Kandel kreeg in 2000 de Nobelprijs voor zijn ontdekking van het moleculaire mechanisme van hoe het vluchtige korte termijn geheugen wordt omgezet in het stabiele lange termijn geheugen.
Meer verwantschap met New Age dan met de gangbare wetenschap
Van Lommel lijkt soms de stap te zetten van ‘feiten’ naar een levensbeschouwelijke stellingname. Hij doet naar mijn gevoelen geen wetenschappelijke uitspraak maar een levensbeschouwelijke als hij zegt dat de dood slechts het einde is van ons fysiek aspect, dat we een lichaam hebben en bewustzijn zijn, dat we los van ons lichaam nog steeds in staat zijn bewuste ervaringen te hebben en dat we, als ons lichaam definitief gestorven is, onderdeel zijn geworden van het eindeloze bewustzijn. Zijn visie respecteer is voor zover hij toegeeft dat het een levensbeschouwelijke en niet een zuiver wetenschappelijke betreft. Een wetenschapper dient de verschillende lagen in onderzoek en reflectie, die elk een eigen expertise vereisen, uit elkaar te houden. Vermengt hij empirisch onderzoek, theoretische reflectie op onderzoek (met als resultaat bijvoorbeeld de formulering van natuurwetten), filosofische doordenking van mogelijkheidsvoorwaarden van natuurwetten en wijsgerige doordenking van de interpretatiemogelijkheden in een bredere context, dan vervuilt hij de argumentatie en trekt hij voorbarige conclusies. De theorie van Van Lommel past binnen de New-Age traditie en haar belangstelling voor de esoterische concepten van de kwantumfysica. Het new age-denken sluit aan bij een verlangen naar de bevestiging van de ‘Ik-benervaring’, een verlangen naar veiligheid en geborgenheid, een verlangen naar opname van het ‘zelf’ in een samenhangend en harmonieus geheel, een verlangen naar het leven als totaal begrijpen en een verlangen een verbinding te hebben met letterlijk ‘alles’. Het sluit aan bij ‘een verlangen om natuur en cultuur, subject en object, mens en schepping, holistische in een alles omvattende kosmische eenheid te zien’. Het vertoont veel overeenkomsten met de religiositeit uit de tijd van de Romantiek. Symbool van new age is de regenboog, die de verbinding van de mens met kosmische energieën aangeeft. Hoe verschillend aanhangers van het new-age denken ook zijn, één ding hebben ze gemeen: een kritische houding ten opzichte van de huidige technocratische, gefragmenteerde, westerse cultuur met haar reductionistische benadering van de werkelijkheid en de scherpe grenzen die ze trekt tussen subject en object, bewustzijn en buitenwereld, religie en wetenschap, geloof en rede, a priori en empirisch, irrationeel en rationeel, waarde en feit, behoren en zijn, prescriptief en descriptief, heilig en profaan, religieus en seculier.
Vanuit haar droom over eenheid probeert het new age-denken wetenschap en religie te verzoenen. Daarom ook probeert het een nieuw type wetenschap te ontwikkelen: een menswetenschap waarin de verbinding van de mens met het hogere bewustzijn en met zijn verborgen mogelijkheden centraal staat; een natuurwetenschap waarin het gaat om de uitwerking van het idee dat de wereld één groot zelforganiserend systeem is waarin ook de mens is opgenomen; en een sociale wetenschap waarin wordt geprobeerd zelforganiserende systemen, netwerken, te vormen waarin mensen optimaal met hun energie en hun kennis en met de techniek kunnen omgaan. Bij voorkeur sluit het aan bij tamelijk excentrieke, om niet te zeggen tamelijk fantastische, interpretaties van de moderne fysica. Veel new age-denken heeft een sterk gnostische inslag. Volgens gnostici is er naast/tussen/in de zichtbare fysieke werkelijkheid een geestelijke werkelijkheid die net zo reëel en veelomvattend is als de fysieke werkelijkheid. De mens en de wereld kunnen alleen vanuit deze hogere, allesomvattende werkelijkheid worden verstaan. In tegenstelling tot gnostici in het Romeinse rijk uit de tweede en derde eeuw diaboliseren new agers de fysieke werkelijkheid, de materie, niet. Het grote evolutieproces, waarin God uitstroomt en weer tot zichzelf komt, geldt zowel de geest als de materie. Beide zijn immers manifestaties van het ene goddelijke oerprincipe. Niet de materie is het boze, maar het gebrek aan bewustzijn, aan besef van de fundamentele eenheid van het goddelijke Al. New agers zelf benadrukken vaak dat ze geen nieuwlichters zijn, maar geloven in oude wijsheden die al duizenden jaren circuleerden (bijvoorbeeld in Atlantis en in Tibet, bij de Azteken, de Kelten, de sjamanen) en die om wat voor reden ook waren zoekgeraakt (vergelijk Van Lommel p. 302-322). De wijsheden die via de new agebeweging dankzij channeling (gemoderniseerde negentiende eeuwse spiritistische seances) de mensheid bereiken, zijn echter net zo vaag en bovenaards als de oude spiritistische berichten. New Age betekent een terugkeer naar de ‘tovertuin’: ‘een wereld gehuld in een mystieke sluier, verwijzend naar een hogere energie, die het geheim van de wereld omhult en onthult.’ De verhalen en symboolsystemen van New Age kunnen ‘religieus’ worden genoemd, omdat ze mensen de mogelijkheid bieden om hun dagelijkse bestaan te begrijpen in termen van een groter en door de rede of de zintuigen uiteindelijk niet bewijsbaar zingevingsverband.

Hersencellen groeien door lichaamsbeweging
Sport doet meer dan het stimuleren van de groei van spiercellen. Lichamelijke training zorgt ook voor ontwikkeling van de hersencellen. Dit verklaart misschien waarom hardlopen en een andere sportieve activiteit depressie bestrijden. Bjornebekk van het Karolinska Institute in Zweden concludeert dat uit een onderzoek met ratten, waarover zij publiceert in de International Journal of Neuropsychopharmacology. Bij deze ratten was sprake van genetisch bepaalde depressiviteit. De onderzoekers kunnen uit het passieve gedrag van de ratten afleiden dat ze depressief zijn. Wanneer depressieve ratten in het water terechtkomen dobberen ze maar wat rond, terwijl normale ratten zwemmen. Uit het onderzoek bleek dat depressieve ratten die in hun kooi dertig dagen een tredmolentje hadden gehad zwommen. Dat lag geheel anders bij de groep depressieve ratten die geen tredmolen in hun kooitje hadden gekregen. In de hersenen van de ratten bleek het aantal neuronen in het gebied rond de hippocampus door de beweging te zijn gegroeid. De hippocampus speelt een rol bij leerprocessen en het geheugen. Er is al bekend dat dit gebied krimpt bij mensen met een depressie, en het groeit als deze mensen SSRI’s krijgen.

Het verticale bewustzijn laat zien dat er een weg is om de afstand tussen de onvolmaaktheid op aarde en de volmaaktheid in de hemel te verkleinen. Het verhaal begint echter al bij Mozes wiens staf verwijst naar de levensboom, het bewustwordingsproces, de verbindende schakel tussen hemel en aarde. De weg van verlossing, waartoe zijn we op aarde, zit als het ware in het systeem ingebakken. Het gaat om oude wijn in een nieuwe zak. De vraag blijft actueel waar gaan we voor?

Naar men aanneemt spelen spiegelneuronen een rol bij het begrijpen en interpreteren van de acties van anderen en het leren van nieuwe vaardigheden door imitatie.
Marco Iacoboni Het spiegelende brein: spiegelneuronen zijn cellen in ons brein (preciezer: in de frontaalkwab en in de pariëtaalkwab erachter) die een voorwaarde vormen voor sociaal gedrag, omdat ze aan de basis liggen van imitatie en inlevingsvermogen. Ze zorgen ervoor dat we snel andere mensen begrijpen. Maar ze zijn geen ‘moreel goede’ neuronen. Ze staan ook aan de basis van verslaving en geweld.
Graag sluit ik aan bij de slotopmerking van Marco Iacoboni in zijn boek Het spiegelende brein (p. 224):
Volgens mij zijn we op een punt aangeland waarop de resultaten van neurowetenschappelijk onderzoek een belangrijke en sterke invloed kunnen uitoefenen op onze samenleving en ons begrip van onszelf. Het wordt hoog tijd dat we deze optie serieus in overweging nemen. Onze kennis van de krachtige neurobiologische mechanismen die ten grondslag liggen aan de menselijke gemeenschapszin is een waardevol middel om ons te helpen bepalen hoe we gewelddadig gedrag kunnen beperken, empathie vergroten en ons openstellen voor andere culturen zonder onze eigen cultuur te vergeten. Het is een gevolg van onze evolutie dat wij op een diep niveau met andere mensen verbonden zijn. Ons bewustzijn van dit feit kan en moet ons nog dichter bij elkaar brengen.

Tom de Booij Met hart en ziel: Het zijn juist de frontale delen van de hersenen, die zo belangrijk zijn voor de persoonlijkheidsstructuur. Toch iets waar de astrologen steeds mee bezig zijn. In dit verband wijzen we op een heel merkwaardig ongeluk dat Phineas P. Gage, 25 jaar, in de zomer van 1848 overkwam. Hij was bezig met de aanleg van een nieuwe spoorlijn in Vermont (VS). Bij een explosie kreeg hij een ijzeren staaf van zes kilo, tien meter lang en een doorsnee van drie centimeter, door zijn hoofd en beschadigde de frontale delen van de hersenen ( zie figuur 2). Hij bleef bij bewustzijn. Na twee maanden werd hij gezond verklaard. Maar al spoedig bleek, dat zijn persoonlijkheid totaal was veranderd. Zijn intellectuele vermogens en uitingen waren als die van een kind. Hij vertoonde asociale trekken en sloeg obscene taal uit. Deze nieuwe persoonlijkheid stond in schril contrast met de rustige karaktervastheid van Phineas Gage vóór het ongeluk. Gage was Gage niet meer. Hij kreeg last van epileptische aanvallen en stierf 22 mei 1861 tijdens een aanval in de leeftijd van 38 jaar. Dit ongeluk laat duidelijk zien, dat het sociale gedrag van een mens sterk afhankelijk is van specifieke hersen gebieden (figuur 2).

Jonah Lehrer Proust was een neuroloog Waarom kunst vaak voorloopt op de wetenschap
Paul Depondt Tussen bètaland en alfastan (recensie)
Veel ontdekkingen uit de (neuro)wetenschap zijn al veel eerder gedaan door kunstenaars, componisten en schrijvers. Vaak zonder het door te hebben stuitten zij op zaken die pas veel later werden verklaard en bewezen door wetenschappers. Kunst kan dus, net als wetenschap, leiden tot inzicht; wetenschap heeft niet het monopolie op kennis van, in dit geval, ons brein. In dit fascinerende boek, dat het midden houdt tussen kritiek, biografie en populaire wetenschap, laat de auteur een aantal beroemde gevallen zien. Een eye-opener voor wie gefascineerd is door ons brein en door de manier waarop we daar tegenaan kunnen kijken. Uiteindelijk is het boek een pleidooi om wetenschap en kunst niet als tegenpolen op te vatten maar als twee elkaar aanvullende manieren om de werkelijkheid mee te beschouwen. Jonathan Lehrer is pas 25 en studeerde neurologie aan Columbia University. Hij schreef eerder diverse artikelen voor onder andere Nature en New Scientist.
In onze door technologie beheerste wereld gaan we ervan uit dat de wetenschap het antwoord heeft op al onze vragen. Maar zoals Jonah Lehrer in dit sprankelende debuut uitlegt, is wetenschap niet de enige weg naar kennis. Ook kunst kan tot inzicht leiden – en soms zelfs nog eerder dan wetenschap.
Lehrer toont aan dat een aantal beroemde kunstenaars elk een belangrijke waarheid over de werking van ons brein heeft ontdekt, waar de wetenschap pas veel later bewijzen voor leverde. Zo legde de Franse romancier Marcel Proust als eerste de feilbaarheid van het geheugen bloot, verkende Paul Cézanne tal van subtiliteiten van ons gezichtsvermogen en onthulde schrijfster Gertrude Stein, ver voor Noam Chomsky, de diepe structuur van taal. Kunst en wetenschap kunnen elkaar prachtig aanvullen.

Prana nr. 165 bevat het boeiende artikel Divineren – Akasha’s toevalstaal lezen van Rob Docters van Leeuwen: In het artikel refereert Doctors van Leeuwen aan het boek The Self-Aware Universe van Amit Goswami. Volgens Amit Goswami heeft een mens een EGO (Redeneren, Continu, Gedetermineerd, Lineair, Lokaal, Persoonlijk en Klassiek-logisch) en een KWANTUMZELF (Creatief, Discontinu, Synchronistisch, Holistisch, Non-lokaal, Transpersoonlijk en Kwantumlogica). Carl Jung noemt deze respectievelijk het ego en het Zelf.

Neuropsychologie is de psychologie die zich bezighoudt met de functies van het brein en de relatie daarvan met gedrag. Het gedrag van mensen hangt met denken, voelen en willen samen.

====

Evolutionaire kringloop (Kwintessens, Zeven wijsheidssleutels, Hoofdroute)

Het 5D-concept gaat er vanuit dat het leven aan het universele polariteitsprincipe is onderworpen. Het 5D-concept laat het logische verband zien tussen de immateriële, geestelijke wereld en de materiële, aardse wereld. Het gaat er om geest en lichaam in balans te brengen.

Het creërend vermogen berust op dynamische, universele krachten. Universele krachten zorgen voor balans. De lemniscaat, de band van Möbius verbindt de continu met elkaar afwisselende binnen - en buitenkant met elkaar. Wat binnen is wordt buiten en omgekeerd. De lemniscaat geeft aan dat we niet in een loop (Schizoîdie cq. Schizofrenie) zitten maar met de spirituele energie, de Triade zijn verbonden. Het onmogelijke wordt mogelijk.

De twaalf experimenteel (min of meer) bewezen effecten van de werkzaamheid van de ether, vormen de materiële tegenhanger van de vijf eigenschappen, de vijfde dimensie van het bewustzijn.

Het rapport ‘E i V’ maakt gebruik van een besturingsparadigma, dat in een 5Ddenkraam past. Het 5Ddenkraam ('5D-concept en Ether-paradigma') licht een tipje van de sluier rond de verborgen blauwdruk op. Het opent een nieuwe kijk op de unificatietheorie. Een mysterieus, verenigend fundamenteel element als de imaginaire 5e dimensie is, zijn we zelf of eigenlijk ook weer niet.

De 5e dimensie verenigt, integreert de vier elementen van het ruimtetijd continuüm. Aan de ‘vierdimensionale’ kubus wordt een 5e element, toegevoegd. Het 5e element sluit de eeuwige kringloop, maakt de cirkel rond. Het 5Ddenkraam biedt de grondslag voor het bewustzijn.

Boek ‘I Ching’,Universele kompas, 5 aspecten:PythagorasMorele kompas:
OrakelI ChingMonadeLemniscaatI, eeuwige verandering(en)
HexagramIntegratie binnen - en buitenwereldDuadeVerticale as (snijpunt)Derde weg, Ching, kanaal
TrigramBinnenwereldTriadeKwalitatieve as (+/-)Tegendelen vormen een eenheid
TrigramBuitenwereldTetradeKwantitatieve as (+/-)Tegenstellingen
\\

Laozi: Tao Te Ching (I Ching)
Het verschijnsel kan ook aan de hand van het Yin/Yang-mechanisme en de Vijf Fasen worden geïllustreerd. Het mechanisme brengt drie opties tot uitdrukking, de natuurlijke -, de beheers - en de vernietigende kringloop. Amit Goswami, maakt in zijn boek De kwantum dokter, de nieuwe wetenschap van gezondheid en genezing, op p. 175 van hetzelfde Yin/Yang-mechanisme gebruik. Taoïsme: Wuxing (五行) is het harmonische systeem van de vijf elementen: water, vuur, aarde, metaal, hout. De interacties tussen de vijf elementen kunnen een scheppende cyclus (Sheng): hout -> vuur -> aarde -> metaal -> water -> hout; en een onvolmaakte beheers c.q. vernietigende cyclus (Ke): hout -> aarde -> water -> vuur -> metaal -> hout, genereren. Beide samen vormen een pentagoon met een vijfpuntige ster erin. Ze worden ook vaak samen afgebeeld als cirkel met een vijfpuntige ster. De cirkel is de Sheng-cyclus, de ster geeft de Ke-cyclus weer. Rudolf Ritsema & Stephen Karcher behandelen in hun boek I Ching de 5 aspecten van het Universele Kompas in detail. Het taoïsme ziet de yangenergie als van kosmische oorsprong, de yinenergie van aardse.

De 12 wetten van de verandering:

1. De ene oneindigheid manifesteert zichzelf in complementaire (aanvullende) en antagonistische (tegengestelde) tendenzen, yin en yang, in zijn eindeloze verandering.
2. Yin en yang manifesteren zich voortdurend vanuit de eeuwige beweging van het ene oneindige omniversum.
3. Yin vertegenwoordigt centripetaliteit (middelpuntzoekend). Yang vertegenwoordigt de centrifugaliteit (middelpuntvliedend). Yin en yang samen brengen energie voort en alle verschijnselen.
4. Yin trekt yang aan. Yang trekt yin aan.
5. Yin stoot yin af. Yang stoot yang af.
6. Yin en yang gecombineerd in wisselende verhoudingen brengen verschillende verschijnselen voort. De aantrekking en afstoting van de verschijnselen is evenredig aan het verschil tussen de yin - en yang krachten.
7. Alle verschijnselen zijn kortstondig, veranderen voortdurend hun samenstelsel van yin - en yang krachten; yin verandert in yang en yang verandert in yin.
8. Niets is alleen maar yin of alleen maar yang. Alles is samengesteld uit beide tendensen, variërend in gradatie.
9. Niets is neutraal. Elk gebeuren heeft een teveel aan yin of yang.
10. Groot yin trekt klein yin aan. Groot yang trekt klein yang aan.
11. Extreem yin produceert yang en extreem yang produceert yin.
12. Alle fysieke manifestaties zijn yang in het centrum en yin aan de oppervlakte.

Er is een principe in het universum, dat stelt dat iemand niets zal winnen zonder iets te verliezen. Om te winnen zal men moeten verliezen. Men moet verliezen om te winnen. Yin en yang bestaan tegelijkertijd.

Mark Davidson Het ontdekken van de Tao Teh Ching
In de hoofdstukken 3 en 63 lezen we Wei Wu Wei, handel, maar bezit de handeling niet of ‘handel door de werkzaamheid van het innerlijk leven’. Hoe het ook wordt gezegd, de nadruk ligt duidelijk op het verrichten van handelingen:
Daarom stelt de zichzelf beheersende mens
zich tot taak te toeven in het Innerlijke Leven;
hij onderricht, niet met woorden, maar met daden;
hij brengt alle wezens tot handelen, hij wijst hen niet af;
hij schenkt hen leven, maar bezit hen niet;
hij handelt, maar ziet niet uit naar beloning;
hij streeft naar volmaaktheid, maar maakt geen aanspraak op verdienste.
– hfst. 2

Hoofdroute, universeel model, kringloop (Periodiciteit:)

Pythagoras:Boeddhisme:Friedrich Nietzsche:Carl Jung:A. P. Fiske:
1. Monade4. ‘Gulden Middenweg’, beëindigen van ‘lijden’ZarathustraArchetype (Unus Mundus)Gemeenschapsmodel
2. Duade3. Beëindiging van ‘lijden’ÜbermenschGroeiGelijkheidsmodel
3. Triade2. Ontstaan van ‘lijden’Wil tot macht‘Dubbele natuur’, aanpassingAutoriteitsmodel
4. Tetrade1. Het ‘lijden’Eeuwige terugkeerEnantiodromie (Homeostase)Marktmodel

Kalachakra is een term binnen het Vajrayana Boeddhisme en betekent "wiel van de tijd" of "tijdcycli".

Marco Iacoboni verwijst in zijn boek Het spiegelende brein in het hoofdstuk Hersenpolitiek (p. 210) naar het onderzoek van Alan Fiske. Alan betoogt dat deze vier elementaire relationele structuren en hun varianten de basis vormen voor alle sociale relaties onder alle mensen in alle culturen.

A. P. Fiske gaat er van uit dat alle sociale gedrag van mensen kan worden verklaard aan de hand van vier fundamentele modellen (linker kwadrant).
Het gemeenschapsmodel gaat uit van herkenbare groepen waarbinnen mensen elkaar als gelijke zien en vooral hun overeenkomsten benadrukken en niet hun individuele identiteiten. Het autoriteitsmodel is gebaseerd op het feit dat mensen geordend zijn volgens een bepaalde hiërarchische sociale dimensie, zoals leeftijd, expertise of formele macht. Binnen het gelijkheidsmodel streven mensen naar de balans in de verhoudingen, waarbij ze scherp in de gaten houden hoever de relatie uit balans is. Het marktmodel is gebaseerd op proportionaliteit binnen sociale relaties, waarbij mensen alle relevante aspecten reduceren tot kwantificeerbare grootheden, meestal geld.

In appendix 1 (p. 13) the applications of the four relational models for understanding knowledge sharing are summarized.

Het morele kompas illustreert dat het scheppingsproces op aarde in omgekeerde volgorde dient te worden doorlopen. De Hermeneutische Cirkel (band van Möbius) symboliseert dat op deze wijze met het scheppingsproces in de hemel, de verborgen 5e dimensie (Kwintessens) een verbinding ontstaat.

H.P. Blavatsky: Geheime Leer Deel I Inleiding (p. 9):
De gezamenlijke onderzoekingen van de oriëntalisten, en in de laatste jaren in het bijzonder het werk van de beoefenaars van de vergelijkende taalwetenschap en de godsdienstwetenschap, hebben deze ertoe gebracht vast te stellen dat een geweldig en onberekenbaar groot aantal handschriften en zelfs gedrukte boeken, waarvan bekend is dat ze hebben bestaan, nu niet meer kunnen worden gevonden. Ze zijn verdwenen zonder het geringste spoor achter te laten. Als het boeken van geen belang waren geweest, zouden ze daardoor na verloop van tijd vanzelf zijn tenietgegaan en zouden zelfs hun namen uit het menselijke geheugen zijn weggewist. Maar zo is het niet, want, zoals nu vaststaat, bevatten de meeste ervan de ware sleutels tot nog bestaande boeken, die voor het grootste deel van hun lezers volkomen onbegrijpelijk zijn zonder deze extra delen met toelichtingen en uitleg. Dit geldt bijvoorbeeld voor de boeken van Lao-tse, de voorloper van Confucius12.
12) ‘Indien wij ons met China bezighouden, vinden we dat de religie van Confucius is gebaseerd op de vijf King- en de vier Shu-boeken, die op zichzelf van aanzienlijke omvang zijn en voorzien van lijvige toelichtingen; zonder deze zouden zelfs de grootste geleerden het niet aandurven om de diepte van hun heilige canon te peilen.’ (Lectures on the ‘Science oƒ Religion’, blz. 185, Max Müller.) Maar zij hebben deze niet gepeild – en dit is de klacht van de confucianen, zoals een zeer geleerd lid van die groep in 1881 in Parijs klaagde.
Men zegt dat hij 930 boeken heeft geschreven over de ethiek en de religies en zeventig over magie, samen duizend. Zijn grote werk echter, het hart van zijn leerstelsel, de ‘Tao-te-king’, of de heilige geschriften van de Taosse , bevat, zoals Stanislas Julien aantoont, maar ‘ongeveer 5000 woorden’ (Tao-te-king, blz. xxvii), nauwelijks een dozijn bladzijden, en toch constateert professor Max Müller dat ‘de tekst onbegrijpelijk is zonder toelichtingen, zodat Julien voor zijn vertaling meer dan zestig commentatoren moest raadplegen’; de oudste van deze toelichtingen ging zelfs terug tot het jaar 163 v. Chr. en zoals wij zien, niet verder. Gedurende de vier en een halve eeuw die voorafgingen aan de oudste commentator was er ruimschoots tijd om de ware leer van Lao-tse te versluieren voor allen behalve voor zijn ingewijde priesters.
Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 46):
Deze tweede stelling van de Geheime Leer betreft de algemene geldigheid van die wet van periodiciteit, van eb en vloed, van neergang en opkomst, die de natuurwetenschap op alle gebieden van de natuur heeft waargenomen en beschreven. Een afwisseling zoals tussen dag en nacht, leven en dood, slapen en waken is een feit dat zo gewoon is, zo volkomen algemeen en zonder uitzondering, dat het gemakkelijk is te begrijpen dat wij er een van de werkelijk fundamentele wetten van het heelal in zien.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 The theogonie van de scheppende goden (p. 482):
Er is vaak (en zoals gewoonlijk ten onrechte) beweerd dat China, een land dat bijna zo oud is als India, geen kosmogonie had. Men klaagt ‘dat Confucius deze niet kende en dat de boeddhisten hun kosmogonie uitbreidden zonder een persoonlijke god in te voeren’. De Yi-King, ‘de essentie zelf van het denken in de oudheid en het gezamenlijke werk van de meest geëerde wijzen, geeft geen duidelijke kosmogonie’. Niettemin is er een en wel een heel bijzondere. Omdat echter Confucius geen toekomstig leven23 erkende en de Chinese boeddhisten het denkbeeld van één schepper verwerpen, en één oorzaak en de talloze gevolgen daarvan aanvaarden, worden zij door degenen die in een persoonlijke God geloven, verkeerd begrepen.
23) Als hij dit verwierp, dan was het op grond van wat hij de veranderingen van de mens noemt – met andere woorden, wedergeboorten en voortdurende transformaties. Hij ontzegde onsterfelijkheid aan de persoonlijkheid van de mens – evenals wij – maar niet aan de MENS.
Het ‘grote uiterste’ als het begin ‘van veranderingen’ (transmigraties) is de kortste en misschien de meest tot nadenken stemmende van alle kosmogonieën voor hen die, evenals de volgelingen van Confucius, de deugd ter wille van haarzelf liefhebben en onzelfzuchtig het goede proberen te doen zonder voortdurend uit te zien naar beloning en voordeel. Het ‘grote uiterste’ van Confucius brengt ‘twee figuren’ voort. Deze ‘twee’ brengen op hun beurt ‘de vier beelden’ voort; deze weer ‘de acht symbolen’. Men klaagt erover dat, hoewel de aanhangers van Confucius er ‘hemel, aarde en de mens in het klein’ in zien, . . . wij er alles in kunnen zien wat we maar willen. Ongetwijfeld, en dat geldt voor veel symbolen, vooral die van de latere religies. Maar wie iets weet over de occulte getaltekens, ziet in deze ‘figuren’ het symbool, hoe ruw ook, van een harmonieuze voortgaande evolutie van de Kosmos en zijn wezens, zowel de hemelse als de aardse.
483: En iedereen die de numerieke evolutie in de oorspronkelijke kosmogonie van Pythagoras (een tijdgenoot van Confucius) heeft bestudeerd, zal altijd hetzelfde denkbeeld terugvinden in zijn triade, tetraktis en decade, die voortkomen uit de ENE en enige Monade. Confucius wordt door zijn christelijke biograaf bespot, omdat hij voor en na deze passage over ‘waarzeggerij spreekt’, en hij wordt als volgt geciteerd: ‘De acht symbolen bepalen het geluk en het ongeluk en deze leiden tot grote daden. Er zijn geen beelden die nagebootst kunnen worden en die groter zijn dan hemel en aarde. Er zijn geen veranderingen, groter dan de vier jaargetijden (dit betekent noord, zuid, oost en west, enz.). Er zijn geen zwevende beelden, helderder dan de zon en de maan. In het voorbereiden van dingen voor het gebruik, is er niemand groter dan de wijze. Bij het bepalen van geluk en ongeluk is er niets groter dan de waarzegstrootjes en de schildpad.’
Daarom worden de ‘waarzegstrootjes’ en de ‘schildpad’, het ‘symbolische stel lijnen’ en de grote wijze die ze beschouwt terwijl ze één en twee worden, en twee vier worden en vier acht, en de andere stellen ‘drie en zes’, minachtend uitgelachen, alleen omdat zijn wijze symbolen verkeerd worden begrepen.

H.P. Blavatsky: Geheime Leer Deel III (p. 650):
1. De twaalf oorzaken van gewaarwordend bestaan door middel van de twaalf schakels tussen de subjectieve en de objectieve natuur, of tussen de subjectieve en de objectieve naturen.
Dit is de eerste grondstelling in de Boeddhistische wijsbegeerte: elk atoom begint op het ogenblik, waarop het geboren is, te sterven. De vijf skandka’s zijn er op gegrond, zij zijn de uitwerkingen of voortbrengselen ervan. Het is bovendien op zijn beurt op de vijf skandha’s gegrond. Zij zijn wederkerige dingen, het een geeft aan het ander.

Walpola Rahula schrijft in zijn boek Wat de Boeddha onderwees dat vanuit het principe van voorwaardelijkheid, relativiteit en onderlinge afhankelijkheid, wordt het hele bestaan – de voortgang van het leven en de beëindiging ervan – in een gedetailleerde formule uitgelegd die Paticca-samuppada ‘afhankelijk ontstaan’ wordt genoemd en die uit twaalf factoren of schakels bestaat.
Dit is hoe het leven ontstaat, bestaat en voortgaat. Wanneer we echter deze keten in omgekeerde volgorde nemen komen we tot het beëindigen van dit proces. Door het opheffen van onwetendheid stoppen de wilshandelingen of het ontstaan van karma.

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.