2.3.1 Meta-bewustzijn, Zo boven Zo beneden

Kierkegaard gaat uit van de metafysische gedachte dat de mens samengesteld is uit twee aspecten:
De menselijke ziel is een synthese van het tijdelijke en het eeuwige, van het eindige en het oneindige, van het natuurlijke en het goddelijke.
Helena Blavatsky: Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)
Amor fati: Liefde voor het lot.
Friedrich Nietzsche: Zuerst das Nöthige – und dies so schön und vollkommen als du kannst! "Liebe das, was nothwendig ist" – amor fati dies wäre meine Moral, thue ihm alles Gute an und hebe es über seine schreckliche Herkunft hinauf zu dir.
Als eerste het nodige - en dit zo mooi en volmaakt als je kunt! "Heb datgene lief, wat noodzakelijk is" - amor fati dat was mijn moraal, doe hem (het Fatum) al het goede aan en verhef het boven zijn verschrikkelijke herkomst naar jezelf.
Jan Börger: De Basis van alle cultuur is de ether, d.w.z. de eenheden voorzich gedacht en de eenheden in-een gedacht en dat tegelijkertijd.

Blauwdruk en Zelfregulering (Akasha-veld, Wereldbrein - Cybernetica, Verbeeldingskracht)

Ulrich Libbrecht: Diversiteit is het kenmerk van het menselijk bestaan in de oppervlaktestructuur, in de dieptestructuur vindt het de onderlinge verzoening.

De rol van Socrates is er in gelegen zijn leerling te helpen zich iets te herinneren. Dit is vergelijkbaar met wat de moderne psychotherapeut doet met zijn of haar patiënten. Gedurende je leven peil je de diepte om te ontdekken wat je al weet. Het gaat er om dat ons denken, de gedachtevormen de éne werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk weerspiegelen. Indien wij de werkelijkheid verkeert interpreteren mogen we niet verwachten dat we op basis van deze interpretaties wel het juiste gedrag uitvoeren.

Marco Iacoboni boek Het spiegelende brein (p. 15): De ontdekking van spiegelneuronen voor de psychologie wel eens dezelfde betekenis kon hebben als de ontdekking van DNA voor de biologie.
Het boek van Iacoboni geeft een wetenschappelijke verklaring van de ziel bezien als een psyche of spiegel van het zelf (hogere Zelf).

Martijn van Calmthout De mythe van de gebroken werkelijkheid
Volgens Mandelbrot hangt de lengte van een kustlijn af van de lengte van de gebruikte meetlat. Vanuit een satelliet lijkt de kust een gladde curve waarvan de lengte snel is vastgesteld. Maar eenmaal op de grond blijken er opeens inhammen en landtongen, die de kustlijn wat langer maken.

Søren Kierkegaard gaat uit van de metafysische gedachte dat de mens samengesteld is uit twee aspecten. Als tegenstelling heeft de dualiteit van Kierkegaard het eindige. De dualistische strijdvraag tussen de heilige God en de wilde natuur, die beiden eeuwig zijn is opgelost met de realisatie van het tijdelijke en relatieve waarin de vrije wil tot een keuze kan komen en het eigen lot kan bepalen.

Kerk (Triniteit) Søren Kierkegaard
Religie ----MoraalGoddelijke ----Oneindige, Eeuwige
||||
Amoreel ----PolitiekEindige ----Natuurlijke
 Staat (Trias Politica) 

Het 5D-concept gaat over Alpha en Omega, het punt waaruit alles is geboren en waarnaar alles tenslotte zal terugkeren. Het 5D-concept, het Ether-paradigma (kwintessens) brengt de ommekeer tot uitdrukking. Het Ken uzelve leidt er toe dat we op chaos en groupthink grip kunnen krijgen. Het 5D-concept vraagt om een andere manier van denken.

De opkomst van een feitenvrije wereld of Geen democratie zal het wantrouwen tegen instituties overleven (Francis Fukuyama Volkskrant 30 december 2016 p. 23):
Francis Fukuyama over de feitenvrije wereld
Het wantrouwen tegen instituties die geacht worden betrouwbare informatie te leveren, grijpt om zich heen.
Een van de opvallendste ontwikkelingen van 2016 was de verschijning van een 'post-fact world', een wereld 'voorbij de feiten', waarin bijna alle gezaghebbende bronnen van informatie werden uitgedaagd door tegenovergestelde feiten van dubieuze kwaliteit of herkomst.
De verkiezingscampagne heeft de grond verder doen verschuiven naar een algeheel geloof dat alles gecorrumpeerd of gepolitiseerd is en dat omkoping wijdverbreid is. Als de verkiezingsautoriteiten zeggen dat jouw kandidaat niet heeft gewonnen, moet er wel een samenzwering bestaan om de uitslag te corrumperen.
Het geloof dat alle instituties open staan voor corruptie leidt tot een doodlopende weg van algeheel wantrouwen. Noch de Amerikaanse democratie, noch enige andere democratie, zal het gebrek aan geloof in de mogelijkheid van neutrale instituties overleven; in plaats daarvan zal partijdige, politieke strijd alle aspecten van het leven gaan doordringen.

Serv Wiemers stelt in zijn artikel Geschiedenis is wel degelijk ten einde – Het gelijk van Fukuyama in de Volkskrant van 9 mei 2014: ‘Populistisch-conservatieve landen vormen geen bedreiging voor de westerse liberale democratie.’

Of het een bedreiging vormt hangt samen hoe aan de westerse liberale democratie vorm en inhoud wordt gegeven. De conclusie van Serv Wiemers luidt: De geschiedenis bewandelt geen rechte lijn en doet soms een stap terug.

Francis Fukuyama, boek De grote scheuring: Fukuyama geeft het universum van normen in vier kwadranten weer. Het onderzoek naar de vraag hoe orde ontstaat, niet als gevolg van een mandaat dat door een (religieuze of politieke) hiërachische autoriteit van bovenaf is opgelegd, maar als gevolg van de zelforganisatie (zelfregulering) van losse individuen, is een van de interessanste en belangrijkste ontwikkelingen van onze tijd.
Op basis van deze doorsnede is het linker en middelste kwadrant samengesteld.

Francis Fukuyama   Hans de Heer
4. Spontaan ontstaan, ----2. Spontaan ontstaan,Creativethink Anamnese
IrrationeelRationeelNatuurlijke ----'Religie'4. Zelfherkenning ----2. Leervermogen
||||||
1. Hiërarchisch opleggen, ----3. Hiërarchisch opleggen,'Politiek' ----Zelfregulering1. Reproductie ----3. Zelfregulering
RationeelIrrationeel HomeostaseMimeseMeta-bewustzijn

De stap terug, die door marktfundamentalisten wordt gemarkeerd, brengt Marcel van Dam in de column Europa en de economie in de Volkskrant van 8 mei 2014 (p. 31) tot uitdrukking. Bij de introductie van de euro heeft Wim Duisenberg mij ervan weten te overtuigen dat de euro verdere politieke eenwording zou afdwingen. Hij zei: Een monetaire unie zonder politieke unie leidt tot chaos. Dus komt die politieke unie er’. Het eerste deel van de voorspelling is uitgekomen, het tweede deel niet. Tegen een enorme prijs is de chaos tijdelijk beteugeld. De prijs die ons land betaalde is verstopt in een bezuiniging van meer dan 50 miljard euro, ongeveer 8 procent van het bruto binnenlands product, die wordt verkocht met de leugen dat ons land sterker en socialer zal worden.

Thomas von der Dunk verwoordt in zijn artikel Neoliberale leer maakt ons hulpeloos tegenover Moskou - De stap terug – als volgt: ‘Conform de Van Baalen-doctrine dat de koopman wereldwijd moet floreren en daartoe geen last van regels moet hebben, is in het Westen de staat stelselmatig afgebroken en het verafgode bedrijfsleven op de troon geplaatst. Dat heeft zich steeds meer tot een staat in de staat (corporatocratie van Jeffrey Sachs - opm.: recursie) ontwikkeld, die aan de overheid geen boodschap heeft. etc. De uitverkoop van de cruciale energiesector en de deregulering van de bankensector heeft de staat internationaal krachteloos gemaakt. In Rusland en China is men niet zo dwaas geweest. Vooral in Nederland was deze uitverkoop verheven tot beleidsdogma, op grond van de gevaarlijke misvatting dat economie en politiek gescheiden werelden (moeten) zijn. etc. Door deze verblinde afbraak van de staatsmacht zijn niet alleen onze nationale belangen verkwanseld, maar staan we nu ook hulpeloos tegenover de nieuwe bruutheid van Moskou.

Religious naturalism, Shared principles (Bron Taylor)
There are several principles shared by all the aforementioned varieties of religious naturalism (Bron Taylor’s Encyclopedia of Religion and Nature):
- All varieties of religious naturalism see humans as an interconnected, emergent part of nature.
- Accept the primacy of science with regard to what is measurable via the scientific method.
- Recognize science's limitations in accounting for judgments of value and in providing a full account of human experience. Thus religious naturalism embraces nature's creativity, beauty and mystery and honors many aspects of the artistic, cultural and religious traditions that respond to and attempt to interpret Nature in subjective ways.
- Approach matters of morality, ethics and value with a focus on how the world works, with a deep concern for fairness and the welfare of all humans regardless of their station in life.
- Seek to integrate these interpretative, spiritual and ethical responses in a manner that respects diverse religious and philosophical perspectives, while still subjecting them and itself to rigorous scrutiny.
- The focus on scientific standards of evidence imbues RN with the humility inherent in scientific inquiry and its limited, albeit ever deepening, ability to describe reality (see Epistemology).
- A strong environmental ethic for the welfare of the planet Earth and humanity.
- Belief in the sacredness of life and the evolutionary process

Hubert Van Belle Een gelaagd beeld van de werkelijkheid
Indien men er niet in slaagt het gedrag van de hogere lagen van de werkelijkheid tot de eigenschappen van de lagere lagen te herleiden is men verplicht bijkomende, emergente eigenschappen in te voeren. Zoals reeds opgemerkt werd verklaart men emergentie door te stellen dat het geheel groter of meer is dan de som van zijn delen. Eigenlijk zou men beter stellen dat het geheel anders is dan de som van de delen. Dit anders zijn kan dan toegeschreven worden aan de opgedoken emergente eigenschappen. "Echt" emergente eigenschappen zijn niet reductionistisch verklaarbaar. Een reductionistische verklaring is dan wezenlijk uitgesloten. Emergentie wordt dan in verband gebracht met het onverwachte, niet gepredetermineerde, echt nieuwe en creatieve in de werkelijkheid. Emergentie kan ook het gevolg zijn van de complexiteit van de problematiek die een herleiding tot elementaire wetten praktisch onmogelijk maakt.

Zwaartekracht geen fundamentele kracht, maar een emergent verschijnsel?
Erik Verlinde (47) die als theoretisch natuurkundige in zijn vakgebied een goede reputatie heeft opgebouwd, heeft een nieuwe visie op zwaartekracht ontwikkeld. Het is de bedoeling dat hij binnenkort een uitgewerkt artikel over dit onderwerp in een toonaangevend wetenschappelijk tijdschrift publiceert.
Zijn mentor, Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, noemde de voor ingewijden lachwekkend eenvoudige vergelijking ’intrigerend’. De kwalificatie ‘eenvoudig’ is bemoedigend want als je dichter bij de essentie van iets komt wordt het nooit ingewikkelder, wel eenvoudiger. Eenvoud is immers kenmerk van het ware. In een artikel in de Volkskrant van zaterdag 12 december 2009 werd een tipje van de nieuwe theorie opgelicht. Kort gezegd komt zijn visie, of theorie, er op neer dat zwaartekracht geen fundamentele natuurkundige kracht is maar een emergent verschijnsel. Een emergent verschijnsel is een verschijnsel dat optreedt of wordt waargenomen wanneer men van niveau verandert, bijv. van atomair niveau naar menselijk visueel niveau. Een enkel watermolecuul is niet nat, een waterdruppel wel. Een waterdruppel golft niet, een zee wel. Natheid en golfpatronen zijn emergente verschijnselen.

Het golfpatroon in een zandduin is een voorbeeld van een emergent verschijnsel. Volgens Verlinde moeten we af van het idee dat zwaartekracht en massa fundamentele waarden zijn in de natuurkunde. Informatie en energie zijn volgens hem fundamenteler. Zwaartekracht ontstaat bij voldoende informatieverschil tussen verschillende massa’s en in de wiskundige vergelijking die hij gebruikt zijn Einstein’s E = mc² en Newton’s F = ma afgeleiden. De zoektocht naar de formule waaruit alle processen in het universum kunnen worden verklaard is hiermee misschien een stap dichter bij de oplossing gekomen.

Ulrich Libbrecht "Inleiding comparatieve filosofie" (Henk Hogeboom van Buggenum recensie)
"Elk punt is middelpunt, dus ook waar ik mij bevind," zegt hij met Nicolas Cusanus. (blz.9) En... "Ik ga uit van de idee, dat ikzelf het middelpunt ben van het universum, het 'subjective principle' waarvan ook Whitehead uitging. Het subject is de rijkste bron van informatie over alle dimensies van de werkelijkheid" (blz.l7). Zo is "elke cultuur slechts een topologische variant op de andere, en dus ook op de mijne [...] Ik heb me afgevraagd of niet alle dimensies bij elkaar een soort wereldcultuur zouden kunnen creëren. Om dit althans in principe te kunnen realiseren, is het niet voldoende om als 'peregrinus' van land naar land te trekken, talen te leren, enz. Men zal daarbij in elk geval moeten proberen boven het culturele landschap van de wereld uit te stijgen om de grote lijnen in kaart te brengen".( blz.ll)
Voor het coördinatenstelsel van deze kaart kiest Libbrecht de dimensies energie en informatie. Zij zijn twee functies, twee aspecten van dezelfde wordende realiteit. Als we energie meten impliceert deze informatie, als we informatie vaststellen, impliceert deze energie. Informatie is het vormprincipe van energie. Rond de assen energie en informatie nu situeert Libbrecht alle stadia in de evolutie. Dat wil zeggen vanaf de oerknal, waar de energie plots vrijkwam uit haar geconcentreerdheid in de singulariteit tot en met het voorlopig hoogtepunt mens. Hij ontwerpt dus een kosmologisch model met daarin geïntegreerd een antropologisch model.

Wim van Eyden Is er tussen de wereldculturen een nieuwe gespreksvorm noodzakelijk en mogelijk? (p. 38-49)
De basisintuïtie van het comparatief model (CM) gaat namelijk uit van een continue uitwisseling van geëmaneerde kosmische, zo men wil, goddelijke energie E en de daaruit getransformeerde universele informatie I. Tezamen vormen zij het assenstelsel E x I van het basismodel. Vanuit dit basismodel werd vervolgens het CM structureel ontwikkeld. Na een maximale reductie (alles teruggebracht in een denkbeeldig plat vlak) gaf dit een assenkruis, bestaande uit de verticale energie-as E en loodrecht daarop een horizontale informatie-as I, die links van de E-as de kennisinformatie S >-< O betreft en rechts van de E-as de belevingsinformatie S = O. Zie Fig. B & C.

Mede op basis van de boeken van Ervin Laszlo gaat het rapport ‘E i V’ er vanuit dat uiteindelijk een integratie van representaties (’5D-concept en Ether-paradigma’) van grenswetenschappers uitsluitsel zal geven. Toeval wordt door de chaostheorie in een ander licht geplaatst. Uitgangspunt is vooralsnog dat het perspectief van de Chaostheorie, met inbegrip van Amor fati (Liefde voor het lot), de ontbrekende schakel is van de Algemene relativiteitstheorie. Net als ‘Aether en Ether’ in de theosofie zijn het ’5D-concept en Ether-paradigma’ de twee kanten van dezelfde medaille.

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld
De integrale werkelijkheid (p. 24):
We hebben al gezien hoe de non-lokaliteit van kwantumentiteiten – de verstrengelde aard van twee identieke elementaire deeltjes – aantoont dat het universum een geheel is waarin alles met alles samenhangt. Het is een ‘heel’.
Hoofdstuk 2 Krachten en wetten, Emergentie (p. 38):
Balancerend op de snijkant tussen orde en wanorde ondergaat een systeem in kritsche toestand voortdurend een kringloop binnen stabiliteitsgrenzen die door het archetypische patroon dat eraan ten grondslag ligt, de attractor, worden bepaald.

Ben Goertzel Francis Heylighen Pioneer of the Global brain.
In 1996, Heylighen founded the "Global Brain Group", an international discussion forum that groups most of the scientists who have worked on the concept of emergent Internet intelligence. Together with his PhD student Johan Bollen, Heylighen was the first to propose algorithms that could turn the world-wide web into a self-organizing, learning network that exhibits collective intelligence, i.e. a Global brain.

Bij leven gaat het om doelgerichtheid (telos, entelechie de vier oorzaken-leer) van Aristoteles, de emergente eigenschap zelfgelijkvormigheid. Elke nanoseconde veranderen wij bewust of onbewust de wereld. Door in verbinding te blijven met het zelforganiserend principe, de negentropie, de blauwdruk van het leven is het mogelijk de chaos te bedwingen. In Prigogines ogen was de tijd van de zekerheden definitief voorbij. Meer nog, hij zag onzekerheid als een bron van rijkdom. Daarmee demonstreerde hij een rotsvast geloof in de kracht van de mens. Net zoals Karl Popper noemde hij zich de waarschijnlijk meest optimistische pessimist.

Op p. 180 schrijft Gerrit Teule in zijn boek Ethiek, schoonheid en eonen: We tekenen daarom een waarschijnlijkheidsgolf, die zich cirkelvormig uitbreidt vanaf het middelpunt, net zoals in een plas water gebeurt als je er een steen in gooit en Gleiser op p. 70/219: Als je een steen in een vijver gooit, zie je dat de energie van de inslag via concentrische watergolven wordt afgevoerd.

De 'steen der wijzen', het mechanisme achter de metafoor van de ‘steen in de vijver’, om de onbalans in de verdeling van energie te verminderen is al bekend.
Net als in het boek Wat Darwin niet kon weten van Gerrit Teule wordt de schakel tussen ‘Geest en Lichaam’ met de kwantumverstrengeling, de ‘linker- en rechterhand’ (pad), de linker- en rechterhersenhelft in verband gebracht. Kwantummechanica en chiraliteit bieden een degelijke grondslag om de eonenhypothese van Jean Charon te onderbouwen. De hypothese geeft ook een boeiende visie op oorspronkelijk bewustzijn/dharmadhatu.
De onbalans op aarde wordt verkleind door bewust voor het symbool van de verticale as (Axis mundi, draad van Ariadne, het zevenvoudige pad) door het midden van het Ei van Assagioli, de zelfrealisatie van Maslow te kiezen.

De boeken van Benjamin Adamah, Ervin Laszlo, Jules Ruis (website), Gerrit Teule en Jan Wicherink hebben een punt gemeenschappelijk en dat is de chaostheorie. Ook in het onderzoek ‘E i V’ is de chaostheorie als verbindende schakel naar voren gekomen.
Benjamin Adamah bespreekt in zijn boek de torus op pagina 112, Gerrit Teule op p. 149 en Jan Wicherink op p. 179.
In deze boeken wordt ook de 5e Dimensie belicht. In het boek van Gerrit Teule draait het om de elektromagnetische kracht QED, waarop de huis-, tuin-, en keukenelektronica is gebaseerd.

Het gegeven dat de spiegel de soms harde werkelijkheid laat zien wordt vaker gebruikt in literatuur en andere kunstvormen, waaronder films. Zodra het spiegelbeeld de realiteit laat zien, wordt de droom vaak verkozen boven de werkelijkheid en wordt het spiegelbeeld vernietigd door de spiegel te breken of een steen in de vijver te gooien.

Antonie Börger kies: Vademecum Wijsgerige Ideeën, Ruimte en Tijd: Onder de indruk van de ontdekkingen van Isaac Newton, hield Kant zich vooral met kosmologische problemen bezig (zie kosmologie). Hij stelde een theorie op ter verklaring van het ontstaan van ons zonnestelsel: dit zou op louter mechanische wijze zijn ontstaan uit een oernevel door middel van aantrekkende en afstotende krachten, gehoorzamend aan de gravitatie. Deze theorie is later door Pierre Simon de Laplace, die Kants geschrift niet kende, opnieuw naar voren gebracht. Men spreekt daarom van de Kant-Laplace-theorie. Naast dit rationalistische standpunt werd Kant onder invloed van het Engelse empirisme, vooral van David Hume, gebracht tot een sceptischer houding, met als gevolg een nadere bezinning op de mogelijkheden en de grenzen van de metafysische kennis. Hij deed een felle aanval op de Zweedse ‘ziener’ Emanuel Swedenborg wegens diens zgn. kennis van hogere werelden en betwijfelt daarmee tegelijk de waarde van veel metafysische kennis (1766). Steeds meer kwam hij ertoe een duidelijk onderscheid te gaan maken tussen de door het verstand gekende en de door de zintuigen waargenomen wereld. Dit leidde o.a. tot het inzicht dat ruimte en tijd subjectieve kenvormen zijn, in tegenstelling tot zijn eerdere opvatting, dat de ruimte een absolute realiteit bezit en los van het menselijk kennen bestaat (zie bijv. tijd, natuurfilosofie). Zo kan men in de oratie van 1770 al de voorafschaduwing zien van het latere kritische standpunt.

Wim de Lobel (kies: Artikelen) boek De eeuwige generatie, Blauwdruk, (p. 28): Het scheppend vermogen van het heelal blijkt dus logisch doordacht te berusten op zelforganiserende processen. Paul Davies, de Engelse hoogleraar in de theoretische natuurkunde oppert in zijn boek Blauwdruk van de kosmos een opmerkelijke theorie. Hij stelt namelijk dat: Materie en energie van nature een neiging hebben tot zelforganisatie. Ook wijst hij op: het bestaan van logische organiserende principes. Verder constateert hij dat het creatieve heelal zijn eigen zelfbewustzijn organiseert. Volgens de wis – en natuurkundige Hans de Heer berust het wordings – en ontwikkelingsproces dat leidt tot bewustzijn, aanvankelijk op een wisselwerking tussen oer-informatie en elkaar aftastende interactieve bewegingsvormen.
P. 70, In de brahmaanse kennis komt het besef tot uitdrukking, dat er sprake is van een samenhang en een structureel verband tussen de Micro – en Macrokosmos.
P 87: In het bewustzijn vallen microkosmos en macrokosmos samen, weerspiegelen elkaar.

Wim de Lobel, boek De Eeuwige Generatie (p. 43): Heidegger verwijst naar een aantekening van Nietzsche, die hij na zijn Zarathustra heeft gemaakt (±1885), naar aanleiding en ter definiëring van het zijn van het wordingsproces. Heidegger citeert: “Aan het worden (wording) het karakter van het zijn te geven – dat is de hoogste wil tot macht.” Verder zegt Heidegger: “Het zijn, dat Nietzsche hier denkt, is de eeuwige wederkeer van hetzelfde.”

De kwintessens van het rapport 'E i V' is dat de tegenstelling aan elke crisis ten grondslag ligt.
De theosofie beweert dat niet te scheiden wederzijdse verbondenheid op kwantumniveau de fundamentele realiteit van het hele universum is en dat zich relatief onafhankelijk gedragende delen slechts bepaalde en toevallige vormen binnen dit geheel vormen.’ Deze ‘ongedeelde heelheid’, deze onderliggende procesmatige eenheid, deze ‘wederzijdse verbondenheid’, bestaat omdat al het leven één is. Dat wil zeggen dat het leven alles doordringt, alles in de natuur activeert (inclusief natuurlijk de mens). Het is één leven, het goddelijke, dat zichzelf manifesteert in ontelbare vormen.

In het onderstaande linker kwadrant wordt de microkosmos (immateriële wereld) verbonden met de materiële macrokosmos. De microkosmos (universele kennis, informatie) wordt door het innerlijke – en universele bewustzijn gerepresenteerd en het materiële aspect door individueel en collectief. Het is de in het universum aanwezige energie (Eros = Fohat) die micro en macro met elkaar verbindt.

Non-dualistisch (God, Akasha-kronieken)Jung: Collectief onbewusteRobert Putnam:
4. Absoluut (eeuwige wijsheid, universele kennis) ----2. SubjectiefCohesie >>>>Totaalbinding
||||
1. Relatief ----3. ObjectiefOntbinding <<<<Tegenbinding
IndividueelReflexief bewustzijn (Communicatie) 

Een tegenbinding brengt een bepaalde, blijvende binding aan met een tegenpartij of met een vijand. Er zal altijd sprake zijn van tegengestelde partijen, tegenstrijdige belangen en verlangens, zelfs van onverzoenlijke tegenstellingen, maar men heeft een manier gevonden om met die tegenstellingen om te gaan.

S. Vestdijk boek De toekomst der religie
Het aan Theun de Vries opgedragen boek De toekomst der religie van S. Vestdijk stamt uit 1947 maar is nog immer actueel. Of moeten we zeggen, weer actueel. Met de verschijning van Klaas Hendrikse' Geloven in een God die niet bestaat. Manifest van een atheïstische dominee. (Nieuw Amsterdam 2007) is de discussie weer gestart die ook in de jaren na 1947 is gevoerd. Fokke Sierksma beschreef de aanvallen die de 'duivelskunstenaar' Vestdijk te verduren kreeg in het boek "Tussen twee vuren" (1951). In 2005 verscheen Hans van de Breevaart "Authority in Question" waarin de theologische disputen tot 1998 zijn beschreven.
De toekomst der religie stelt de onverdraagzaamheid van monotheïstische religies aan de kaak en geeft oplossingen in de vorm van een speciale didactiek en een gezondere integratie van sexualiteit. Speciale aandacht wordt geschonken aan mystiek en het kloosterwezen.
De editie uit 1992 bevat een onderwerpsindex gemaakt door Jacob Faber die ook een vertaling in het Engels verzorgde (UMI, Ann Arbor 1989) - met voorwoord door Lee W. Bailey.

Om de waarheid te achterhalen is er volgens Pyhagoras geen complexe wiskunde nodig.
Om de 10 dimensies weer te geven is de gebruikte wiskunde eenvoudiger dan bij de snaartheorie.
Er behoeft slechts tot tien te worden geteld:

3. Triade; Hegeliaanse filosofie, these + antithese = synthese (1 + 1 = 3)
9. Enneagram, Big Nine

Synthese: Het rapport 'E i V' staat echter niet achter de samenvatting die in het artikel van Rinus Kiel wordt weergegeven.

Het wekt verwondering dat in de snaartheorie het verschijnsel mens volledig wordt buitengesloten.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Inleiding (p. 19):
Het gevaar was, dat leringen zoals die van de planeetketen of de zeven rassen direct een sleutel geven tot de zevenvoudige natuur van de mens, want ieder beginsel staat in verband met een gebied, een planeet en een ras, en de menselijke beginselen staan op elk gebied in verband met zevenvoudige occulte krachten waarvan die van de hogere gebieden een geweldige energie bezitten. Zo geeft iedere zevenvoudige verdeling direct een sleutel tot geweldige occulte krachten, waarvan het misbruik onberekenbaar kwaad voor de mensheid zou veroorzaken. Een sleutel die misschien geen sleutel is voor de huidige generatie – vooral niet voor de westerlingen – die immers worden beschermd, juist door hun blindheid en onwetend materialistisch ongeloof in het occulte; maar een sleutel die niettemin heel reëel zou zijn geweest in de vroege eeuwen van het christelijke tijdperk, voor mensen die ten volle overtuigd waren van de realiteit van het occultisme en die een cyclus van ontaarding ingingen die hen vatbaar maakte voor misbruik van occulte krachten en tovenarij van de ergste soort.
22: Over de sleutels tot de geheimen van de Dierenriem, die bijna voor de wereld verloren zouden zijn, merkte de schrijfster ongeveer tien jaar geleden in ‘Isis Ontsluierd’ op dat ‘de genoemde sleutel zeven keer moet worden omgedraaid vóór het hele stelsel is onthuld. Wij zullen hem maar éénmaal omdraaien en zo de oningewijde één vluchtige blik in het mysterie toestaan. Gelukkig is hij die het geheel begrijpt!
Hetzelfde kan men zeggen van het hele esoterische stelsel. In ‘ISIS’ werd de sleutel één keer omgedraaid en niet meer. In deze delen wordt veel meer uitgelegd. In die dagen kende de schrijfster de taal waarin het boek werd geschreven nauwelijks en het openbaren van veel waarover nu vrij wordt gesproken, was verboden. In de twintigste eeuw zal mogelijk een beter geïnformeerde en veel geschiktere leerling door de Meesters van Wijsheid worden gezonden om afdoende en onweerlegbare bewijzen te leveren dat er een wetenschap bestaat die men gupta-vidya noemt en dat, evenals de eens geheimzinnige bronnen van de Nijl, de bron van alle nu aan de wereld bekende religies en filosofieën gedurende vele eeuwen was vergeten en voor de mensen verloren, maar tenslotte is gevonden.
De Geheime Leer Deel I Proloog (p. 45):
Het zal dus duidelijk zijn dat de tegenstelling tussen deze twee aspecten van het Absolute essentieel is voor het bestaan van het ‘gemanifesteerde Heelal’. Zonder kosmische substantie zou de kosmische verbeeldingskracht zich niet kunnen manifesteren als individueel bewustzijn, omdat bewustzijn alleen door middel van een materieel voertuig te voorschijn komt als ‘ik ben ik’. Er is immers een stoffelijke grondslag nodig om een straal van het universele denkvermogen in een bepaald stadium van ingewikkeldheid ergens op te richten. Evenzo zou kosmische substantie zonder kosmische verbeeldingskracht een lege abstractie blijven en er zou geen bewustzijn uit voortkomen.
46: Zo is ons bewustzijn afkomstig van de geest of de kosmische verbeelding; de verschillende voertuigen waarin dat bewustzijn wordt geïndividualiseerd en tot zelf- of reflectief bewustzijn komt, zijn afkomstig van de kosmische substantie; terwijl fohat in zijn verscheidene manifestaties de geheimzinnige schakel vormt tussen denkvermogen en materie, het bezielende beginsel dat ieder atoom tot leven prikkelt.
De Geheime Leer Deel I Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 65)
De ‘Moeder-Ruimte’ is de eeuwige, altijd aanwezige oorzaak van alles – de onbegrijpelijke GODHEID; haar ‘onzichtbare gewaden’ zijn de mystieke wortel van alle materie en van het Heelal. Ruimte is het enige eeuwige dat wij ons heel gemakkelijk kunnen voorstellen, onbeweeglijk in haar abstractie en niet beïnvloed door de aanwezigheid of de afwezigheid daarin van een objectief Heelal. Zij heeft geen afmetingen, hoe men die ook opvat, en bestaat op zichzelf. Geest is de eerste differentiatie van DAT, de oorzaakloze oorzaak van zowel geest als stof. Zoals de esoterische catechismus leert, is zij noch grenzeloze leegte, noch voorwaardelijke volheid, maar beide. Zij was en zal altijd zijn. (Zie de Proloog.)
De ‘gewaden’ staan dus voor het noumenon van ongedifferentieerde kosmische stof. Het is geen stof zoals wij die kennen, maar de geestelijke essentie van stof en deze is eeuwig, evenals de Ruimte in haar abstracte betekenis, waarmee ze zelfs één is. De wortelnatuur is ook de bron van de subtiele onzichtbare eigenschappen in de zichtbare stof. Zij is als het ware de ziel van de ENE oneindige geest. De hindoes noemen haar Mulaprakriti en zeggen dat zij de oersubstantie is, die de basis vormt van de upadhi of het voertuig van ieder verschijnsel, stoffelijk, verstandelijk of psychisch. Zij is de bron waarvan akasa uitstraalt.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 97/98):
‘Zijn niet de kleinste en de reusachtigste scheppingen van elkaar te onderscheiden door hun omvang, hun eigenschappen, hun afmetingen, hun krachten en kenmerken, die alle door het GETAL worden voortgebracht? De oneindigheid van de getallen is voor ons verstand een bewezen feit, maar er kan geen stoffelijk bewijs voor worden gegeven. De wiskundige zal ons zeggen dat de oneindigheid van de getallen bestaat maar niet kan worden aangetoond. God is een met beweging toegerust getal, dat wordt gevoeld maar niet bewezen. Als eenheid begint het de rij van de getallen, waarmee het niets gemeenschappelijk heeft. . . . Het bestaan van het getal berust op de eenheid die, zonder een enkel ander getal, ze alle voortbrengt. . . . Wat! Terwijl u niet in staat bent de eerste abstractie die u door de godheid werd gegeven, te meten of er vat op te krijgen, hoopt u toch het mysterie van de Geheime Wetenschappen die van die godheid uitstralen, aan uw metingen te onderwerpen? . . . En wat zou u voelen als ik u zou werpen in de afgronden van BEWEGING, de kracht die het getal ordent? Wat zou u denken als ik hieraan zou toevoegen dat beweging en getal1 worden voortgebracht door het WOORD, de hoogste oorzaak voor de zieners en profeten die lang geleden de machtige adem van god voelden, waarvan de Apocalyps getuigt?’
1) Getal wel, maar BEWEGING nooit. In het occultisme brengt beweging de logos, het woord, voort. Deel I, Stanza 5 Zij brengen fohat voort (p. 141/142):
Fohat staat in nauw verband met het ‘ENE LEVEN’. Uit het Onbekende Ene, het oneindige GEHEEL, komt de gemanifesteerde ENE of de periodieke manvantarische godheid voort, en deze is het universele denkvermogen dat, gescheiden van zijn bron, de demiurg of de scheppende logos van de westerse kabbalisten is, en de Brahma met de vier gezichten van de hindoereligie. Als geheel en beschouwd vanuit het gezichtspunt van de gemanifesteerde goddelijke gedachte, geeft hij in de esoterische leer de menigten van de hogere scheppende Dhyan-Chohans weer. Tegelijk met de ontwikkeling van het universele denkvermogen manifesteert zich de verborgen wijsheid van Adi-Boeddha – de ene opperste en eeuwige – als Avalokiteshvara (of gemanifesteerde Isvara), die de Osiris van de Egyptenaren, de Ahura-Mazda van de Zoroastriërs, de hemelse mens van de Hermetische filosofen, de logos van de platonici en de atman van de aanhangers van de Vedanta is. De weerspiegeling van het universele denkvermogen, die de kosmische ideeënvorming en de bijbehorende intellectuele kracht is, wordt op het objectieve gebied de fohat van de boeddhistische esoterische filosoof. Dit geschiedt door de werking van de gemanifesteerde wijsheid of mahat, voorgesteld door deze talloze centra van geestelijke energie in de Kosmos. Terwijl fohat de zeven beginselen van akasa doorloopt, werkt hij in op de gemanifesteerde substantie of het Ene Element, zoals hierboven is uiteengezet. Door dit te differentiëren in verschillende energiecentra, stelt hij de wet van de kosmische evolutie in werking die, gehoorzamend aan de ideeënvorming van het universele denkvermogen, alle verschillende bestaanstoestanden in het gemanifesteerde zonnestelsel in het leven roept.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 260/261):
260 De groep van de hiërarchie aan wie is opgedragen mensen te ‘scheppen’23 is dus een bijzondere groep; toch ontwikkelde zij in deze cyclus de schaduwachtige mens, zoals een hogere en nog geestelijker groep hem in de derde Ronde evolueerde. Maar omdat het de zesde groep is – op de afdalende trap van spiritualiteit – de laatste en zevende bestaat uit de aardgeesten (elementalen) die geleidelijk zijn stoffelijke lichaam vormen, bouwen en verdichten – ontwikkelt deze zesde groep alleen maar de schaduwvorm van de toekomstige mens, een wazige, nauwelijks zichtbare doorschijnende kopie van henzelf. Het wordt de taak van de vijfde hiërarchie – de geheimzinnige wezens die zowel in India als in Egypte heersen over het sterrenbeeld Steenbok, Makara, of ‘krokodil’ – om de lege en etherische dierlijke vorm te bezielen en er de rationele mens van te maken. Dit is een van die onderwerpen waarover aan het grote publiek heel weinig mag worden gezegd. Het is inderdaad een MYSTERIE, maar alleen voor hem die geneigd is het bestaan van verstandelijke en bewuste geestelijke wezens in het Heelal te ontkennen, en die volledig bewustzijn alleen aan de mens toekent, en dat nog slechts als een ‘functie van de hersenen’. Onder die geestelijke wezens zijn er veel, die vanaf het begin van het verschijnen van de mens zich lichamelijk in hem hebben geïncarneerd, en die niettemin nog even onafhankelijk in de oneindigheid van de Ruimte bestaan als daarvóór. . . .
23) Scheppen is niet het juiste woord om te gebruiken, omdat geen religie, zelfs niet de sekte van de Visishta Advaita in India – die zelfs Parabrahmam vermenselijkt – gelooft in een schepping uit het niets, zoals christenen en joden dat doen, maar in evolutie uit vooraf bestaand materiaal.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 301):
(6.) Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken.
304: De hele orde van de natuur toont een voortgaande beweging naar een hoger leven. Aan de werking van de schijnbaar meest blinde krachten ligt een plan ten grondslag. Het hele evolutieproces met zijn eindeloze aanpassingen is een bewijs daarvan. De onveranderlijke wetten die de zwakke en krachteloze soorten uitroeien om plaats te maken voor de sterke, en die zorgen voor het ‘overleven van de geschiktsten’, werken alle naar het grootse doel toe, al zijn ze nog zo wreed in hun directe werking. Juist het feit dat er aanpassingen voorkomen, dat de geschiktsten inderdaad overleven in de strijd om het bestaan, toont aan dat wat ‘onbewuste Natuur’ wordt genoemd, in werkelijkheid een samenstel van krachten is, die worden gehanteerd door half-intelligente wezens (elementalen), die worden geleid door hoge planeetgeesten (Dhyan-Chohans). Deze laatsten gezamenlijk vormen het gemanifesteerde woord van de ongemanifesteerde LOGOS en vormen tegelijkertijd het DENKVERMOGEN van het Heelal en zijn onveranderlijke WET.
306: Wij houden ons aan Hermes en zijn ‘wijsheid’ in haar universele hoedanigheid; onze tegenstanders volgen Aristoteles, omdat zij, tegen de intuïtie en de ervaring van de eeuwen in, zich verbeelden dat de waarheid het exclusieve bezit is van de westerse wereld. Vandaar het verschil van opvatting. Zoals Hermes zegt: ‘Kennis verschilt veel van de zintuiglijke waarneming, want deze zintuiglijke waarneming betreft dingen die boven haar staan, maar kennis (gyi) betekent het einde van de zintuiglijke waarneming’ – d.w.z. van de illusie van ons fysieke brein en verstand; zo legt hij de nadruk op de tegenstelling tussen de moeizaam door middel van de zintuigen en het denkvermogen (manas) verworven kennis en de intuïtieve alwetendheid van de geestelijke goddelijke ziel – buddhi.
307: Zij die dit vereren, behoren dat te doen in de stilte en de geheiligde eenzaamheid van hun ziel4, terwijl ze hun geest tot enige bemiddelaar maken tussen hen en de universele geest, hun goede daden tot de enige priesters en hun zondige bedoelingen tot de enige zichtbare en objectieve offers aan de Tegenwoordigheid. (Zie Afdeling II, ‘Over de verborgen godheid’.)
4) ‘En wanneer gij bidt, zult gij niet zijn als de huichelaars . . . maar ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bidt tot uw Vader in het verborgene’ (Matth. VI). Onze vader is in onsin het verborgene’, ons zevende beginsel, in de ‘binnenkamer’ waar de ziel wordt waargenomen. ‘Het koninkrijk der hemelen’ en van God ‘is binnenin ons’, zegt Jezus, niet buiten ons. Waarom zijn de christenen zo volkomen blind voor de duidelijke betekenis van de woorden van wijsheid, die zij zo graag mechanisch herhalen?
Geheime Leer Deel I hoofdstuk 5 Over de verborgen Godheid, haar symbolen en tekens (p. 382):
In de Zohar is En-Soph ook het ene, en de oneindige Eenheid. Dit was bekend aan die enkele geleerde kerkvaders, die zich ervan bewust waren dat Jehova slechts een macht van de derde rang was en geen ‘hoogste’ God. Maar hoewel Irenaeus zich bitter over de gnostici beklaagt en zegt . . . ‘onze ketters beweren . . . dat propator alleen bekend is aan de eniggeboren zoon (die o.a. Brahmā is), dat wil zeggen aan de geest’ (nous), heeft hij nooit gezegd dat de joden hetzelfde deden in hun werkelijk geheime boeken. Valentinus, ‘de geleerdste kenner van de gnosis’, beweerde dat ‘er een volmaakte AION was die bestond vóór Bythos of Buthon (de eerste vader van de onpeilbare natuur, die de tweede logos is) en die Propator wordt genoemd’. AION ontspringt dus als een straal aan Ain-Soph (die niet schept) en AION schept, of liever door hem wordt alles geschapen of ontwikkeld. Want, zoals de volgelingen van Basilides leerden, ‘er was een hoogste god, Abraxax, door wie het denkvermogen werd geschapen’ (mahat in het Sanskriet, nous in het Grieks). ‘Uit het denkvermogen kwam logos, het woord, voort, uit het woord de voorzienigheid (of beter: het goddelijke licht), en daaruit vervolgens deugd en wijsheid in Vorsten, Machten, Engelen, enz.’.
385: Wanneer de theosofen en occultisten zeggen dat God geen wezen is, want het is niets, niet-iets, tonen zij voor de godheid meer ontzag en religieuze eerbied dan degenen die God een hij noemen en hem zo tot een reusachtig mannelijk wezen maken.
Wie de Kabbala bestudeert, zal al snel hetzelfde denkbeeld vinden in de diepste gedachten van de schrijvers daarvan, de eerste en grote Hebreeuwse ingewijden, die deze geheime wijsheid in Babylonië van de Chaldeeuwse hiërofanten kregen, terwijl Mozes de zijne in Egypte ontving. Men kan de Zohar niet goed beoordelen naar de latere vertalingen in het Latijn en andere talen, omdat al die denkbeelden natuurlijk werden verzacht en aangepast aan de opvattingen en de doelstellingen van de christelijke bewerkers ervan; maar die denkbeelden zijn in feite dezelfde als die van alle andere religieuze stelsels. Uit de verschillende kosmogonieën blijkt dat de archaïsche universele ziel door elk volk werd beschouwd als het ‘denkvermogen’ van de demiurgische schepper, en dat deze door de gnostici de ‘moeder’, sophia (of de vrouwelijke wijsheid) werd genoemd, door de joden de sephira en door de hindoes Sarasvatī of Vāch, terwijl de heilige geest een vrouwelijk beginsel is.
386: Daarom was de daaruit geboren kurios of logos bij de Grieken de ‘god, het denkvermogen’ (nous). ‘Koros (kurios) betekent de zuivere en onvermengde natuur van het verstand, dat wil zeggen wijsheid’, zegt Plato in Cratylus; en kurios is Mercurius, de goddelijke wijsheid en ‘mercurius is de Sol’ (zon) (Arnobius, vi, xii), van wie Thot-Hermes deze goddelijke wijsheid ontving.
388: Met de woorden van de Zohar: ‘Het ondeelbare punt, dat geen grens heeft en tengevolge van zijn zuiverheid en glans niet kan worden begrepen, zette zich van buitenaf uit en vormde een schittering die het ondeelbare punt tot sluier diende’: maar ook deze laatste ‘was niet te zien als gevolg van zijn onmetelijke licht. Ook deze zette zich van buitenaf uit en deze uitzetting was zijn kleed. Zo kwam door een voortdurende opheffende (beweging) tenslotte de wereld tot bestaan’ (Zohar I, 20a). De geestelijke substantie die door het oneindige licht wordt uitgezonden, is de eerste sephira of shekinah: exoterisch omvat Sephira alle andere negen sephiroth. Esoterisch omvat zij er maar twee6, chochmah of wijsheid, ‘een mannelijk, actief vermogen, waarvan de goddelijke naam jah (יה) is’, en binah, een vrouwelijk, passief vermogen, intelligentie, weergegeven door de goddelijke naam Jehova (יהוה); deze twee vermogens vormen, met sephira als derde, de joodse drie-eenheid of de kroon, KETHER. Deze twee sephiroth, vader, abba en moeder, amona genoemd, zijn de duade of de tweeslachtige logos waaruit de andere zeven sephiroth voortkwamen. (Zie de Zohar.) Deze eerste joodse triade (sephira, chochmah en binah) is de trimurti van de hindoes.
6) In het Indiase pantheon is de tweeslachtige logos Brahmā, de schepper; zijn zeven ‘uit het denkvermogen geboren’ zonen zijn de oorspronkelijke rishi’s – de ‘bouwers’.
De Geheime Leer Deel I, De dagen en nachten van Brahmâ (p. 409):
Alle andere pralaya’s zijn periodiek en volgen regelmatig op de manvantara’s, zoals de nacht volgt op de dag van ieder mens, ieder dier en iedere plant. De scheppingscyclus van de levens van de Kosmos is afgelopen, want de energie van het gemanifesteerde ‘Woord’ heeft haar groei, haar hoogtepunt en teruggang, zoals alle tijdelijke dingen, hoe lang ze ook duren. De scheppende kracht is eeuwig als noumenon; als een manifestatie van verschijnselen in haar aspecten, heeft zij een begin en moet daarom ook een eind hebben. In die tussentijd heeft zij haar perioden van werkzaamheid en haar perioden van rust. En dit zijn de ‘dagen en nachten van Brahmā’. Maar Brahma, het noumenon, rust nooit, omdat het nooit verandert en altijd is, hoewel men niet kan zeggen dat het ergens is. . . .
De Geheime Leer Deel I, De lotus als universeel symbool (p. 416):
Want zodra de duisternis – of liever wat ‘duisternis’ is voor de onwetenden – is verdwenen in haar eigen rijk van eeuwig licht en slechts haar goddelijke gemanifesteerde ideatie achterlaat, wordt het verstand van de scheppende logoi geopend, en zij zien in de ideële wereld (die tot nu toe was verborgen in de goddelijke gedachte) de archetypische vormen van alles. Door het kopiëren en uitbouwen of vervormen daarvan verkrijgen ze dan vergankelijke en transcendente vormen.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 14 De vier elementen (p. 510)
Sir W. Grove, F.R.S. zegt over de wisselwerking van krachten (Wederkerigheid): ‘Wanneer de Ouden een natuurlijk verschijnsel waarnamen, waarop gewone analogieën niet van toepassing waren en dat niet door enige aan hen bekende mechanische werking kon worden verklaard, schreven zij het toe aan een ziel, een geestelijke of bovennatuurlijke kracht. . . . Lucht en gassen beschouwde men eerst ook als geestelijk, maar later werd er een meer stoffelijk karakter aan gegeven; en met dezelfde woorden πνεῦμα, geest, enz. werden de ziel en een gas aangeduid; zelfs het woord gas, van geist, een spook of geest, is een voorbeeld van de geleidelijke omzetting van een geestelijk in een stoffelijk begrip . . .’ (blz. 89). De grote geleerde beschouwt dit (in zijn voorwoord tot de vijfde druk van Correlation of Physical Forces) als de enige zorg van de exacte wetenschap, die niet tot taak heeft zich met de oorzaken bezig te houden. 'Oorzaak en gevolg', verklaart hij, ‘zijn dus in hun abstracte betrekking tot deze krachten slechts woorden die het gemak dienen. We zijn geheel onbekend met de uiteindelijke voortbrengende kracht hiervan, en zullen dat waarschijnlijk altijd blijven; we kunnen alleen vaststellen volgens welke normen ze werken; we moeten nederig hun oorzaak zoeken in één alomtegenwoordige invloed, en ons tevredenstellen met het bestuderen van hun gevolgen en met het door proefnemingen opsporen van hun onderlinge verband’ (blz. xiv).
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 676/677):
Men laat de massa’s niet-ingewijden geloven dat het hele bijeengebrachte getuigenis van de geschiedenis, dat aantoont dat zelfs de atheïsten van de oudheid, zoals Epicurus en Democritus, in goden geloofden, onwaar was; en dat filosofen als Socrates en Plato, die het bestaan ervan verkondigden, enthousiasten en dwazen waren die zich vergisten. Als we onze opvattingen alleen op historische gronden baseren, op gezag van talloze eminente wijzen, neoplatonisten, mystici van alle eeuwen, vanaf Pythagoras tot de grote wetenschappers en professoren van deze eeuw die, als zij ‘goden’ verwerpen, toch in ‘geesten’ geloven, moeten we dan zulke autoriteiten als even zwakzinnig en dwaas beschouwen als de een of andere rooms-katholieke boer, die gelooft in zijn eens menselijke heilige of de aartsengel Michaël, en tot deze bidt?

De Geheime Leer Deel II, Stanza 10 DE GESCHIEDENIS VAN HET VIERDE RAS (p. 267/269):
De rozenkruisers, die goed op de hoogte waren van de geheime betekenis van de traditie, hielden deze op hun beurt voor zich en onderwezen slechts dat de hele schepping was toe te schrijven aan, en het gevolg was van, die legendarische ‘oorlog in de hemel’, die werd veroorzaakt door de opstand van de engelen14 tegen de scheppende wet, of de Demiurg. De bewering is juist, maar de innerlijke betekenis is tot op heden een mysterie. Het ontlopen van een verdere uitleg van de moeilijkheid door een beroep op het goddelijke mysterie, of op het zondige van de poging de bedoelingen daarvan te doorgronden, staat gelijk met helemaal niets zeggen. Voor hen die in de onfeilbaarheid van de paus geloven, is dit misschien voldoende, maar het zal de filosofische geest nauwelijks bevredigen. Maar hoewel de waarheid aan de meeste hogere kabbalisten bekend was, heeft geen van hen deze ooit meegedeeld. Alle kabbalisten en kenners van de symboliek waren buitengewoon terughoudend om uit te komen voor de oorspronkelijke betekenis van de val van de engelen. Bij een christen is zo’n zwijgzaamheid alleen maar natuurlijk. Geen alchemist of filosoof kon in de Middeleeuwen uitspreken wat15 volgens de opvatting van de orthodoxe theologie een verschrikkelijke godslastering was, want het zou hem direct via het ‘Heilig’ Officie van de Inquisitie op de brandstapel en de pijnbank hebben gebracht. Maar voor onze hedendaagse kabbalisten en vrijdenkers is de zaak anders.
14) De allegorie van het vuur van Prometheus is een andere versie van de opstand van de trotse Lucifer, die in de bodemloze afrond werd geslingerd, of eenvoudig op onze aarde, om als mens te leven. Ook van de Lucifer van de hindoes, de Mahasura, wordt gezegd dat hij jaloers werd op het schitterende licht van de schepper, en dat hij aan het hoofd van lagere Asura’s (niet goden maar geesten) in opstand kwam tegen Brahma, waarvoor Siva hem in Patala heeft geslingerd. Maar, omdat in de hindoemythen de filosofie hand in hand gaat met allegorische verbeelding, laat men de duivel berouw hebben en geeft men hem de gelegenheid tot vooruitgang: hij is esoterisch een zondig mens en kan door yoga-toewijding en adeptschap opnieuw de toestand bereiken, waarin hij één is met de godheid. Hercules, de zonnegod, daalt af in Hades (de inwijdingsgrot) om de slachtoffers te verlossen van hun kwellingen, enz. Alleen de christelijke kerk schept eeuwige kwelling voor de duivel en de verdoemden, die zij zelf heeft uitgevonden.
15) Waarom zou bijvoorbeeld Eliphas Lévi, de onbevreesde en openhartige kabbalist, hebben geaarzeld om het mysterie van de zogenaamde gevallen engelen te onthullen? Zijn omvangrijke geschriften en zijn vele toespelingen en aanwijzingen tonen aan dat hij de werkelijke betekenis van de allegorie kende, zowel in haar religieuze en mystieke als in haar fysiologische zin. Toch zegt Eliphas, na er in zijn voorgaande boeken wel honderd keer op te hebben gezinspeeld, in zijn laatste boek, ‘Histoire de la Magie’, blz. 220: ‘Wij protesteren met alle kracht tegen de heerschappij en de alomtegenwoordigheid van satan. We willen de overlevering over de val van de engelen noch ontkennen, noch bevestigen . . . maar als deze waar is, kan de vorst van de opstandige engelen op zijn hoogst de laatste en meest machteloze van de verdoemden zijn – nu hij is gescheiden van de godheid, die het beginsel van elke macht is . . .’ Dit is nogal vaag en ontwijkend; maar zie wat Hargrave Jennings in zijn vreemde, staccato-stijl schrijft:
‘Zowel Michaël als Joris zijn symbolische figuren. Het zijn geheiligde personen of verheven helden of verheerlijkte machten. Ze worden elk weergegeven met hun eigen vermogens en eigenschappen. Ze worden afgebeeld en vermenigvuldigd – en in alle mythologieën (met inbegrip van de christelijke) door verschillende namen onderscheiden . . . De gedachte die elk ervan tot uitdrukking brengt is algemeen. Deze gedachte en deze voorstelling is die van een almachtige kampioen – kinderlijk in zijn ‘maagdelijke onschuld’ – die zo machtig is dat deze van goddelijkheid vervulde onschuld (de Serafijnen ‘weten het meest’, de Cherubijnen ‘beminnen het meest’) de wereld kan verbrijzelen (duidelijk tot uiting komend in de magie van Lucifer, maar veroordeeld), in tegenstelling tot de kunstige constructies (dit ‘neven-leven’) van de verheven afvallige, de machtige rebel, maar tegelijk de ‘lichtbrenger’, de Lucifer, de ‘morgenster’, de ‘zoon van de morgen’ – de allerhoogste titel ‘buiten de hemel’, want in de hemel kan hij niet bestaan, maar buiten de hemel is hij alles. Een schijnbaar ondenkbare kant van zijn karakter – eigenschappen hebben geen geslacht – is dat deze aartsengel, Michaël, de onoverwinnelijke, geslachtloze, hemelse ‘energie’ is – om hem met zijn grootste eigenschappen te eren – de onoverwinnelijke ‘maagdelijke strijder’, gekleed . . . en tegelijkertijd gewapend, in het zich ontzeggende pantser van de gnostische ‘weigering om te scheppen’. Dit is weer . . . ‘een mythe binnen mythen’ . . . een verbazingwekkend ‘mysterie van de mysteriën’, omdat het zo onmogelijk en tegenstrijdig is. Onverklaarbaar als de Apocalyps. Evenmin te openbaren als de ‘Openbaring’ (blz. 213).’
Niettemin zal dit onverklaarbare en niet te openbaren mysterie nu worden verklaard en geopenbaard door de leringen van het oosten. Maar zoals de heel geleerde, maar nog raadselachtiger schrijver van ‘Phallicism’ zegt, zou natuurlijk een oningewijde sterveling nooit de werkelijke strekking van zijn opmerkingen begrijpen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 De oorsprong van de mythe van satan (p. 433):
Deze archaïsche overlevering wordt herhaald in hfst. xii van de Openbaringen van Johannes en komt zonder enige twijfel uit de Babylonische legenden, hoewel het Babylonische verhaal zijn oorsprong had in de allegorieën van de Ariërs. Het door wijlen George Smith gelezen fragment (zie ‘The Chaldean Account of Genesis’, blz. 304) is voldoende om de bron van hoofdstuk xii van de Apocalyps te onthullen. De beroemde assyrioloog zegt het als volgt:
‘Ons . . . fragment heeft betrekking op de schepping van de mensheid, die Adam wordt genoemd; als (de mens) in de bijbel wordt hij volmaakt geschapen . . . maar later verenigt hij zich met de draak van de afgrond, het beest van Tiamat, de geest van de Chaos, en zondigt tegen zijn god, die hem vervloekt en al het kwaad en de moeilijkheden van de mensheid op zijn hoofd laat neerdalen11.’
11) Een ‘god’ die zijn (veronderstelde) eigen werk vervloekt, omdat hij het onvolmaakt heeft geschapen, kan nooit de ene oneindige absolute wijsheid zijn, of hij nu Bel of Jehova wordt genoemd.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 610):
Toen abbé Louis Constant – bekend als Eliphas Lévi – in zijn Histoire de la Magie zei dat de , de Zohar en de Apocalyps van (Johannes) de meesterwerken van de occulte wetenschappen zijn’, had hij, als hij nauwkeurig en duidelijk had willen zijn, eraan moeten toevoegen ‘in Europa’. Het is inderdaad waar dat deze boeken ‘meer betekenis dan woorden’ bevatten, en dat ‘de uitdrukking ervan dichterlijk is, terwijl ze wat getallen betreft exact zijn’. Helaas moet men, vóór men het dichterlijke van de uitdrukkingen of de nauwkeurigheid van de getallen kan waarderen, de werkelijke betekenis en bedoeling van de gebruikte woorden en symbolen te weten komen.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 23 De Upanishads in de gnostische literatuur (p. 641/642):
Wie bekend is met de gnostische literatuur, zal zonder twijfel in de Apocalyps van Johannes een boek van dezelfde school zien. Want Johannes zegt daarin (hfst. x, 3, 4): ‘Zeven donderslagen lieten hun stemmen horen . . . en ik zou hebben geschreven . . . (maar) ik hoorde een stem uit de hemel die tegen mij zei: ‘Verzegel wat de zeven donderslagen hebben gesproken, en schrijf dat niet’.’ Hetzelfde bevel wordt aan Marcus gegeven en aan alle half en volledig ingewijden. Maar de overeenstemming van de gebruikte gelijkwaardige uitdrukkingen en van de eraan ten grondslag liggende ideeën, verraadt altijd een deel van de mysteriën. We moeten in elk mysterie dat allegorisch is geopenbaard, altijd naar meer dan één betekenis zoeken; vooral in die waarin het getal zeven en het product zevenmaal zeven of negenenveertig voorkomen. Wanneer (in Pistis Sophia) de rabbi Jezus door zijn discipelen wordt gevraagd hun ‘de mysteriën van het licht van uw (zijn) Vader’ te openbaren (d.i. van het hogere ZELF, verlicht door inwijding en goddelijke kennis), antwoordt Jezus: ‘Zoekt gij naar deze mysteriën? Geen mysterie is hoger dan de geheimen die uw zielen naar het licht van de lichten zullen brengen, naar de plaats van waarheid en goedheid, naar de plaats waar mannelijk noch vrouwelijk is, noch vorm, maar alleen licht, eeuwigdurend en onuitsprekelijk. Niets is dus hoger dan de mysteriën die gij zoekt, behalve HET MYSTERIE van de zeven klinkers en hun negenenveertig krachten en de getallen daarvan; en geen naam is hoger dan al deze klinkers.’ De toelichting, sprekend over de ‘vuren’, zegt: ‘De zeven vaders en de negenenveertig zonen vlammen in de duisternis, maar ze zijn het leven en licht en de voortzetting daarvan tijdens de grote eeuw.’
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 652):
Voor hen bestond het hele metafysische en stoffelijke Heelal in, en kon het worden uitgedrukt en beschreven door, de cijfers van het getal 10, het pythagorische tiental.
Dit tiental, dat het Heelal en zijn evolutie uit de stilte en de onbekende diepten van de geestelijke ziel of anima mundi voorstelde, bood de onderzoeker twee kanten of aspecten. Het kon in het begin worden gebruikt voor en toegepast op de macrokosmos en werd dit ook, waarna het afdaalde tot de microkosmos, of de mens. Er waren dus de zuiver intellectuele en metafysische, of de ‘innerlijke wetenschap’ en de even zuiver materialistische of ‘oppervlak-wetenschap’, die beide konden worden verklaard en omvat door het tiental. Kortom, het kon worden bestudeerd uit de algemene begrippen van Plato en volgens de inductieve methode van Aristoteles.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 707):
De cirkel is niet de ‘ene’ maar het al.
In de hogere (hemel), de ondoordringbare rājah (‘ad bhutam’, zie Atharva-Veda X, 105), wordt hij (de cirkel) één, omdat (hij) de ondeelbare (is), en er geen tau in kan zijn.
In de tweede (van de drie ‘rajāmsi’ (tritīya), of de drie ‘werelden’) wordt de ene, twee (mannelijk en vrouwelijk); en drie (voeg de zoon of de logos toe); en de heilige vier (‘tetraktis’, of het ‘tetragrammaton’).
In de derde (de lagere wereld of onze aarde) wordt het getal vier, en drie, en twee. Neem de eerste twee, en gij zult zeven krijgen, het heilige getal van het leven; verenig (dit laatste) met de middelste rājah en gij zult negen hebben, het heilige getal van het zijn en het worden.

Vyâsadeva boek S'rîmad Bhâgavatam (of de Bhâgavata Purâna), Canto 11 Hoofdstuk 22, Prakriti en Purusha: de Natuur en de Genieter:
(1-3) S'rî Uddhava zei: 'O Heer van het Universum, hoeveel basiselementen van de schepping zijn er opgesomd door de zieners? O Meester, ik hoorde je spreken over negen, elf en vijf plus drie basiselementen [zie ook 11.19: 14]. Sommigen zeggen dat het er [niet achtentwintig maar] zesentwintig zijn, anderen spreken van vijfentwintig of van zeven, sommigen hebben het over negen, sommigen over vier en anderen over elf, terwijl weer anderen spreken van zestien, zeventien of dertien. Je zou ons, o Eeuwige Allerhoogste, moeten uitleggen wat het is dat de wijzen in gedachten hebben die zich zo verschillend uitdrukken.'
(4) De Allerhoogste Heer zei: 'Met hen [de elementen] alomtegenwoordig spreken de brahmanen zoals het hen uitkomt; per slot van rekening, wat zouden zij die zich inlaten met [het mystieke vermogen] van Mijn mâyâ, nu niet mogen beweren? (5) 'Het is niet zoals jij het zegt, het is zoals ik het stel': dit is wat mijn ondoorgrondelijke energieën doen met hen die logisch argumenteren [zie darshana's en 6.4: 31]. (6) Omdat Mijn energieën op elkaar inwerken ontstaan er meningsverschillen onder hen die dit onderwerp bespreken, maar als men vrede vind in het beheersen van zijn zinnen komt er een einde aan het meningsverschil en houdt het argumenteren op [men bereikt de ware aard van de allerhoogste geest, âtmatattva]. (7) Omdat de verschillende elementen [subtiel en grofstoffelijk] elkaar wederzijds doordringen, o beste onder de mannen, wil een spreker een indeling geven van oorzaken en gevolgen. (8) Met die indelingen verwijst het ene element weer naar de andere elementen: of het er nu is als oorzaak of gevolg, in één enkel element [de ether m.n.] vindt men al de andere elementen weer terug en omgekeerd [*]. (9) Als men aan de hand van een zekere indeling zich daarom uitdrukt in termen van oorzaak en gevolg, aanvaard Ik wat men met zo'n standpunt [logisch] onder woorden brengt mits het geleid wordt door de rede [wetenschappelijk bewezen wordt, duidelijkheid verschaft omtrent de tijd en de plaats]. (10) Een persoon die onvermijdelijk onwetend ter wereld komt kan niet van zichzelf weten wat zelfverwerkelijking inhoudt, die kennis ontleent hij aan iemand anders die bekend is met het principe van de werkelijkheid [vergelijk 11.21: 10].

====

Collectief leerproces (Ecce Homo, Wederkerigheid, Cultuuroverdracht)

Robert Putnam: Bonding en Bridging zijn positief aan elkaar gecorreleerd. Bonding (bindend) sociaal kapitaal omzetten naar bridging (overbruggend) sociaal kapitaal, dus in relaties met mensen met een andere achtergrond.

In de visie van Van den Brink kent de moderniteit duidelijke winnaars en verliezers. De winnaars zijn de mensen die een goede opleiding hebben en van huis uit de juiste waarden hebben meegekregen. De verliezers zijn de laaggeschoolden die van thuis geen waarden hebben meegekregen die helpen in het sociale verkeer. Zijn pleidooi voor een beschavingsoffensief vloeit hieruit logisch voort. Van den Brink komt met een golventheorie waarbij periode van meer vrijheid altijd volgen op perioden van restauratie.

De toekomst ligt in het verleden besloten (Zaaien en Oogsten). Wanneer je haat zaait zul je geen liefde oogsten. De evolutie van de mensheid (de gemanifesteerde werkelijkheid) op macroschaal, die op de psyche van de anonieme massa berust, creëert op aarde golfbewegingen (bv. conjunctuurgolf, Kondratiev-cyclus, biogeochemische cyclus, epigenetica, op en - neergaande boog). Alles wat gebeurt, is altijd historisch. De geschiedschrijving (Akasha-kronieken) legt de macro evolutie vast. In elke cel van ons lichaam, en dat van andere levende wezens, bevindt zich een geweldig rijk archief. Het boek Mens tussen hemel en aarde van Willem Schulte Nordholt laat het euvel zien dat we nog steeds niet bereid zijn van de geschiedenis te leren. De geschiedenis is de vrucht van de innerlijke wereld. Maar is het wetenschappelijk bezien interessant dat door ‘trial and error’ bestuur het wiel, het universele mechanisme steeds opnieuw wordt uitgevonden?

De beschavingstransformatie die in het holos tijdperk plaats vindt bouwt op eerdere transformaties voort. Mythos, Theos, Logos en Holos zijn aspecten van een cyclische evolutie. De holos-beschaving krijgt duidelijker vorm wanneer bewust voor het met de natuurlijke kringloop verbonden lemniscaatdenken wordt gekozen. De op het kompaskwadrant gebaseerde 'bewustzijnsschil' toont de ommekeer naar de oerbron van de mens. Dit gebeurt via het mysterie van de gebroken symmetrie, van de 7 gemanifesteerde 'missing links'.

De resultaten van een onderzoek naar het verschijnsel organisatiecultuur zijn in het rapport Eenheid in Verscheidenheid vastgelegd. De conclusies in het rapport ‘E i V’ staan haaks op de opinie van Jan Koster. Leven betekent eeuwig terugkerende cycli, met het steeds weer nieuwe begin. Het kompaskwadrant belicht de 5e dimensie, de communicatie, de kwintessens, de alomvattendheid van het aardse ruimte/tijd-continuüm. Het kompaskwadrant is een hulpmiddel om te leren de wereld, de éne werkelijkheid beter te begrijpen.

Herrmann, Jung, Kolb en Leary
Het meervoudig brein-model van Herrmann, het typologisch model van Jung, het model van leerstijlen van Kolb en de roos van Leary (en wellicht nog andere modellen) lijken ergens allemaal op elkaar. De basis van elk leerproces is: 'Wat' moeten we aan 'Wie', 'Wanneer' en 'Hoe' leren, en 'Waarom' vinden we dat?

Hogeschool besteedt geld aan volstrekt verkeerde zaken (Volkskrant 12 maart 2011)
Slechts zo’n kwart van het hogeschoolbudget wordt besteed aan direct onderwijs door docenten.
Vertegenwoordigers van BON stellen het volgende voor: Laat de rekenkamer in opdracht van de onderwijsinspectie voor het mbo, het hbo en de universiteit berekenen welk deel van de middelen momenteel feitelijk ingezet wordt voor directe onderwijsuitvoering door docenten.

Riens Meijer De politiek in Nederland smoort urgentie van excellent onderwijs en innovatie
Dé leidende gedachte in het onderwijsbeleid voor de komende decennia moet zijn dat het hoge loonniveau in Nederland alleen te rechtvaardigen is indien daartegenover een hogere toegevoegde waarde staat. Die hogere toegevoegde waarde kan alleen door goed opgeleiden worden geleverd. Omdat alle vragen over de toekomst van Nederland uitkomen bij de kwaliteit van onze beroepsbevolking is hoogwaardig onderwijs op basis -, hoger en academisch niveau – zowel regulier als niet- regulier- van het grootste belang.

ds. Franklin E. Vitas Teilhard en Jung - een kosmische en psychische convergentie (GAMMA juni 2009, p. 48):
De historische Jezus werd door beide mannen wat je zou kunnen noemen een mutatie binnen de menselijke soort. In zijn leven en dood wordt de dynamische energie gevonden die nodig is om de menselijke onderneming naar een nieuw niveau van bewustzijn en creativiteit te tillen. Een centraal gegeven in het denken en in de werken van zowel Teilhard als van Jung is dat van de mens als een microkosmos van de universele macrokosmos. In de mens komen de immanentie en de transcendentie van het goddelijke samen. Het universele principe dat al het zijnde regeert, aldus Jung, wordt gevonden in zelfs het kleinste deeltje, dat in die zin overeenkomt met het geheel. “Hier wordt het grote principe of begin, de hemel, ingebracht in de mens, de microkosmos, die het sterrenstof reflecteert en zo het geheel omvat, als kleinste deel en einde van het scheppingswerk.” In Teilhards werk horen wij de echo van het thema van de Mens als microkosmos van de macrokosmos.

Wiel Smeets zaagt in zijn publicatie De verlopen houdbaarheidsdatum van het materialistische paradigma de poten ‘materie’ - ‘tijd’ - ‘ruimte’ onder de stoel van de oude natuurkunde door:
Dit artikel is bedoeld om duidelijk te maken dat dit zogenaamde materialistische paradigma op natuurkundig los zand is gebouwd. Sterker nog, het omgekeerde blijkt plausibeler: de materie is een product van de geest. Om dit te verhelderen wordt in hieronder met eenvoudige voorbeelden een drietal stellingen uitgewerkt:
1) De reikwijdte van onze zintuigen is uiterst beperkt.
2) Wat onze zintuigen waarnemen als materie, ruimte en tijd is schijn.
- Er bestaat geen vaste materie
- Er bestaat geen vaste tijd en ruimte
- Er bestaat geen objectieve waarneming
We hebben al gezien dat de kwantumfysica de vastheid van materie, ruimte en tijd als schijn heeft ontmanteld. Uiteindelijk wordt nu dus ook de vierde poot weggezaagd. Er blijkt namelijk geen scheiding te kunnen worden gemaakt tussen bewustzijn (waarneming) en datgene wat waargenomen wordt. Er is zelfs aangetoond dat de waarneming (het bewustzijn) de materie, ruimte en tijd creëert.
3) Bewustzijn creëert materie.
Ter illustratie uit Er bestaat geen vaste materie
Laten we beginnen met wat we ‘materie’ noemen. De oude natuurkunde ging ervan uit dat de materie is opgebouwd uit moleculen en dat deze moleculen weer zijn opgebouwd uit atomen. Lang is er gedacht dat het atoom de bouwstof van de materie is. Maar toen deze natuurkundigen preciezer gingen kijken, bleek het atoom ook weer opgebouwd uit deeltjes. Elektronen bleken razendsnel om een kern van protonen en neutronen heen te draaien. Natuurkundigen maken duidelijk hoe we ons het atoom van bijvoorbeeld een biljartbal moeten voorstellen. Om ons te kunnen voorstellen hoe groot de atomen van die biljartbal zijn, moeten we die biljartbal in gedachten opblazen tot de grootte van de aarde. De atomen van deze kolossale biljartbal zijn dan zo groot als kersen. En de elektronen, protonen en neutronen van deze kersen zijn dan nog steeds onzichtbaar voor het blote oog …. Als we één van deze kersen zouden opblazen tot de grootte van de koepel van de St. Pieterkerk in Rome, dan is de kern zo groot als…. een zoutkorrel. Kortom: het is inmiddels wel duidelijk dat het atoom vooral uit lege ruimte bestaat en wel voor 99,999999999999% ! Maar we nemen toch feitelijk vaste materie waar? Hoe kan dat dan? En als materie vooral uit lege ruimte bestaat, waarom gaan we er dan niet doorheen? Waarom ervaren we vastigheid? Welnu, de reden waarom we vaste materie ervaren, is dat de elektronen negatief geladen zijn en zo razendsnel rondbewegen. De vastigheid, de dichtheid die wij ‘materie’ noemen, blijkt dus te worden veroorzaakt door de snelheid waarmee superkleine negatieve deeltjes (elektronen) om een kern van positieve deeltjes heen bewegen.

Ludwig Heyde boek Het gewicht van de eindigheid
Is er na Nietzsches woord 'God is dood' nog plaats voor God in de filosofie? God lijkt vandaag te verdwijnen in de marges van de cultuur. Wat zijn de motieven hiervan? Waarom krijgt de eindigheid zo'n gewicht dat een perspectief op God uiterst problematisch wordt? Waarom verbleekt transcendentie tot lege, onbepaalde mogelijkheid?
In dit boek wordt de stelling uitgewerkt dat een volle aanvaarding van de eindigheid van het bestaan kan leiden tot de bevestiging van God. Opvattingen die met name sinds de Verlichting ons denken, meestal onbewust, beheersen worden onder kritiek gesteld. Aansluitend op traditie (onder andere Thomas van Aquino, Anselmus, Descartes, Kant en vooral Hegel) worden 'ervaringen' ontwikkeld die het denken kan doormaken wanneer het tot zijn grenzen gaat en de vraag stelt naar de grond van al wat is. Tevens wordt getoetst in welke mate de Godsbevestiging het'uithoudt'tegenover allerlei intellectuele en existentiële uitdagingen. De aandacht gaat vooral uit naar de kritiek van Kant, de ervaringen van het kwaad en het lijden en het denken van Heidegger en Nietzsche.
Rond God bestaat een toenemende desinteresse in de filosofie. Verwonderlijk, omdat de Godsvraag aanvankelijk zo'n dominante rol speelde. Heyde, professor in de metafysiek (Nijmegen) laat zich door deze verwondering inspireren tot een grondige, boeiende studie over deze 'slijtage van het Opperwezen'. Reden is volgens hem de logica van de afwezigheid: God wordt beschouwd als zich ophoudend 'jenseits' van onze werkelijkheid, als het onbepaalde Absolute; daarvan uitgaande is alles rondom ons niet-wezenlijk en plaatst de mens zich in het centrum als enig zingevend zijnde. Daarmee is een onoverbrugbare kloof geschapen tussen al het eindige en het Absolute. Geen enkele filosofische denkbeweging of denkervaring kan haar overstijgen. Een kritische analyse van de belangrijkste Godsbewijzen uit de geschiedenis bevestigt dit. Schitterende, heldere verhandeling, die filosofische voorkennis zonder meer vooronderstelt.

Sheldon Ptaschevitch Stoff & Jesse Andrew Stoff Onderwijs voor spirituele groei Verder gaan dan het voor de hand liggende:
Jaren geleden werd ik doordrongen van de overtuiging dat een opleiding alleen licht en voeding aan kinderen kan verschaffen als hun opleiders – hun leraren en ouders – zelf geraakt en gevoed zijn door dat licht. Als kinderen willen opgroeien tot volwassenen met een gevoel van verantwoordelijkheid voor hun daden, betrokkenheid in hun zorg voor anderen en met inzicht in op liefde gebaseerde relaties, dan moeten hun leraren deze eigenschappen als een deel van hun wezen bezitten.
Op het ogenblik lijken wij een economisch model van onderwijs toe te passen waarin mensen opgeleid worden om in een industriële samenleving te passen en eenvoudigweg bij te dragen aan productie.
Achtentwintighonderd jaar geleden schreef Plato over hetzelfde probleem, dat ook al in zijn tijd bestond. De keuzes waren duidelijk. Leven wij in de duisternis van een grot, waarbij wij alleen maar fragmentatie, oppervlakkigheid en misvorming kennen – of proberen we vooruit te komen naar een leven van licht, gevuld met volheid, evenwicht en een vleugje realiteit over onszelf en alles wat wij tegenkomen? Zijn wij leerlingen aan het opleiden om voorbij het triviale te denken en voorbij het verdienen van hun brood, om een vol, lichtend leven te leiden in evenwicht en vol zorg en verantwoordelijkheidsgevoel?
In een rede aan het begin van het academisch jaar richtte Frank Rhodes, toenmalig hoofd van de Cornell universiteit, zich op het reductieve intellectualisme van het hoger onderwijs toen hij verklaarde:
‘Het heeft te maken met de academische stijl die zozeer een deel vormt van het leven op de universiteit en die uw kijk op de maatschappij in de afgelopen paar jaar geconditioneerd heeft. Deze stijl wordt gekenmerkt door reductionistisch denken, en de resultaten ervan zijn abstractie, afstandelijkheid, gebrek aan morele verantwoordelijkheid en uiteindelijk – in extreme gevallen – depersonalisatie.’

Geldt de tweede hoofdwet van de Thermodynamica alleen voor gesloten systemen?
"Deze bewering is onjuist"
Ilya Prigogine1 heeft laten zien dat in het zand ribbels kunnen ontstaan door willekeurige energiestromen; maar hij zag over het hoofd dat deze ribbels niet in stand worden gehouden door deze willekeurige energiestromen; de volgende dag verdwijnen ze weer en worden vervangen door andere ribbles in een andere richting. Ook heeft Perigone laten zien dat de levende natuur voortdurend moleculen, cellen en organismen transformeert tot meer complexe structuren; maar hij zag over het hoofd dat deze ordening wordt aangedreven door het DNA programma dat aanwezig is in elke cel, en niet door willekeurige energiestromen. Conclusie
Gedachte-experiment 1 bewijst dat de evolutietheorie (“natuurlijke processen kunnen de levende natuur tot stand brengen”) in tegenspraak is met de tweede hoofdwet van de Thermodynamica. Meer in het algemeen: De evolutietheorie is in tegenspraak met de natuurlijke gang der dingen en met de fundamentele eigenschappen van onze fysieke werkelijkheid.3
1. Ilya Prigogine and Isabelle Stengers, Order Out of Chaos: Man’s new dialogue with nature (New York: Bantam Books, 1984); Ilya Prigogine, End of Certainty (New York: The Free Press, 1997); Stuart Kaufman, At Home in the Universe (New York: Oxford University Press, Inc., 1995); and Christian De Duve, Vital Dust: Life as Cosmic Imperative (New York: Basic Books, 1995).
2. Zie: Tien misverstanden over hoe het DNA verandert.
3. Voor een meer uitgebreide discussie, zie: De evolutietheorie in het licht van de Thermodynamica en de ervaring van alledag.

Samen met Isabelle Stengers schreef Prigogine het Boek Order out of Chaos waarin hij het verband met het tijdbegrip duidelijk maakt: We kunnen het oude a priori onderscheid tussen wetenschappelijke en ethische waarden niet langer accepteren…. Tegenwoordig weten we dat tijd een constructie is en daarom een ethische verantwoordelijkheid met zich draagt…. Als gevolg daarvan is de individuele activiteit niet tot betekenisloosheid gedoemd. Dat de tijd schepping van massa en energie inhoudt lijkt een heel logisch gegeven van onze ontstaansgeschiedenis. Freek van Leeuwen merkt in zijn boek Geestkunde het verband met de tijd hierbij op: Zoals energietoename en massatoename hangen ook lengtecontractie (ruimte) en tijddilatatie (tijd) met elkaar samen: zij houden elkaar in evenwicht en bij hoge snelheden worden zij meetbaar met elkaar uitgewisseld: de ruimte krimpt en de tijd zet uit. Ruimte en tijd staan niet los van elkaar, maar vormen als vierdimensionaal ‘ruimtetijd-continuüm’ een eenheid: ruimte geeft daar drie dimensies aan en tijd de vierde. Alle gebeurtenissen vormen punten in die ruimte, die in de ruimte-tijd langs een ingewikkeld netwerk van ‘wereldlijnen’ bewegen: een wereldlijn is de tijd als het voortstromen van een gebeurtenis in de ruimte.

De pijl van de tijd bestaat echt interview met Ilya Prigogine
Ilya Prigogine: tijd geeft het verschil aan tussen de rol van het verleden en die van de toekomst.
De westerse filosofie is een voortgaande discussie tussen Herakleitos' wereld van het worden en Parmenides' wereld van het zijn. Deze discussie, die zo'n 2500 jaar geleden is gestart, is nog steeds niet ten einde.' De discussie draait om de vraag of er vaste en universele natuurwetten zijn of dat de natuur een wordingsproces zonder wetmatig-heden is. 'Geen van beide is volgens mij waar.'
De hamvraag is hoe de wetenschappelijke wereld tegen het interview van Jan Bor en Marnix Verplancke met Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine aankijken?

Drs FC van Dongen Het Bewustzijn als Quantum-verschijnsel Een kritiek op de tijdsbeleving: Plato over de Grot en over de Tijd....
(Onzekerheidsprincipe van Heisenberg)
Op precies hetzelfde moment dat het ene foton z'n polarisatie vlak draait (onder invloed van een experimenteerder), draait het andere foton ook z'n polarisatie vlak. Ongeacht hoever die fotonen zich uit elkaar begeven ! De informatie betreffende het polarisatievlak gaat van het ene naar het andere foton, met een snelheid die de lichtsnelheid kennelijk ruim overschrijdt ! Dit verschijnsel van een verbondenheid, die zo innig is, dat het "momentaan" speelt, dat wil zeggen, dat het zelfs de lichtsnelheid overschrijdt, alsof ze toch vlak bij elkaar blijven, is van groot belang voor onze beschrijving van het Bewustzijn. Het heet "Entanglement" en het komt erop neer, dat deeltjes zich exact hetzelfde blijven gedragen, alsof ze hetzelfde lichaam zijn, òngeacht hoever ze zich uit elkaar bevinden, in de drie-dimensionale zin. Ook dit was voor Bohr, maar ook voor Bohm en vele anderen, rede om een zogenaamde "Quantum-wholeness" te veronderstellen: Een idee, dat eigenlijk inhoudt, dat alles in het universum is verbonden ("Entangled") met al het andere: Op Quantum-niveau is het Universum één integraal geheel, van het kleinste foton hier op aarde tot en met de grootste Quasar aan het andere eind van het heelal.

In Book 11 of his Confessions, St. Augustine of Hippo ruminates on the nature of time, asking, "What then is time? If no one asks me, I know: if I wish to explain it to one that asketh, I know not." He begins to define time by what it is not than what it is, an approach similar to that taken in other negative definitions. However, Augustine ends up calling time a “distention” of the mind (Confessions 11.26) by which we simultaneously grasp the past in memory, the present by attention, and the future by expectation.

Neiging tot ordenen sterker in chaotische omgeving, Volkskrant 8 april 2011 (Troep op straat leidt tot discriminatie, Telegraaf 7 april 2011)
Troep op straat zet mensen aan tot denken in stereotypen of zelfs tot discriminatie. Dat komt doordat mensen behoefte hebben aan structuur. Dit stellen gedragswetenschappers Diederik Stapel van de UvT en Siegwart Lindenberg van de Rijksuniversiteit Groningen.

Op de vraag hoe Putnam (Volkskrant 28 juni 2008) de kansen van Nederland inschat antwoordt hij:
'Waarschijnlijk zou ik zeggen: dat hangt van welke politieke krachten in Nederland de boventoon krijgen. En ik wil niet de indruk wekken dat ik de ene partij boven de andere prefereer. Dus laat ik mij beperken tot de uitspaak dat ik zowel een bemoedigende als een ontmoedigende politieke toekomst voor Nederland zie als het om integratie gaat.'

Een belangrijke term bij Robert Putnam is gegeneraliseerde reciprociteit. Niet: ‘als ik iets voor jou doe, doe jij misschien een keer iets voor mij’, maar: ‘als ik iets voor jou doe, doet iemand anders misschien wel eens iets voor mij’. Gegeneraliseerde reciprociteit staat tot persoonsgebonden reciprociteit zoals een geldeconomie staat tot ruilhandel. Aan de basis van beide ligt vertrouwen, ook in mensen en instituties die je niet persoonlijk kent.

De reciprociteit tussen de binnen – en buitenwereld wordt met behulp van de hermeneutische cirkel tot uitdrukking gebracht.

Voordat we voor ons overleven bereid zijn ons aan te passen moeten we in de evolutie als soort vaak door een crisis heen. De energie -, klimaat - en kredietcrisis kunnen alleen effectief worden aangepakt wanneer van een sluitend model van de éne werkelijkheid wordt uitgegaan. De gesignaleerde crises vragen om een ruimere context. De cyclische evolutie biedt daarvoor een handvat.

De door de overheid heilig verklaarde markteconomie, de vermarkting van openbare diensten met het rampzalige onderwijsbeleid van de afgelopen decennia tot gevolg is een groter probleem dan de enkele fundamentalisten. De Bijlmerramp laat zien, hoe knap we ons zelf ook vinden, dat risico's niet geheel zijn uit te sluiten.

De schuldencrisis is een blauwdruk van de volatiliteit (chaos) binnen het financiële systeem. Een klassieke tegenstelling is dat de liberalen vinden dat de overheid het probleem is en de markt de oplossing en de socialisten vice versa. Door de kredietcrisis is deze controverse opnieuw aangezwendeld. Of zoals de discussie over dit thema tussen Jan Peter Balkenende en Wouter Bos laat zien ligt de oorzaak van de graaicultuur voor de een bij de menselijke hebzucht en voor de ander dat de financiële systemen niet deugen. De een denkt vanuit de markt, het individu, de ander vanuit de overheid het collectief. De waarheid ligt in het midden en heeft op het complementaire 'en-en' denken betrekking. Hoe lang laten we ons nog leiden door een geloof, dat marktwerking en techniek de problemen wel oplossen?

De banken zijn kampioen in het opbouwen van schulden bij hun klanten. Daarentegen zijn zij – mede door hun succesvolle lobbypraktijken (5e macht) in Brussel – door de ruimere boekhoudregels en de magie van de hefboomwerking in de gelegenheid gesteld hun eigen vermogen tot een minimum af te bouwen. Too big to fail een kwalificatie die aangeeft dat er banken en andere financiële instellingen zijn die zó groot zijn dat de overheid niet kan toestaan dat zo'n instelling "omvalt", dus failliet gaat. Dat zou te grote consequenties hebben voor het functioneren van en het vertrouwen in het financieel systeem. Dit geldt in de eerste plaats voor grote consumentenbanken; als zo´n bank omvalt raken heel veel spaarders hun spaargeld kwijt.

Banken Banken hebben de risicobeheersing - de ideale combinatie wel de lusten en niet de lasten - uitstekend op orde. Het depositogarantiestelsel, de hypotheekrenteaftrek, aflossingsvrije hypotheek, beleggingshypotheek, securitisatie en de nationale hypotheek garantie voor woningen staan borg voor het afdekken van de risico’s van banken. De woningmarkt is nu volledig uit balans. Het fenomeen moral hazard spreekt voor zich. Hoe naïef kan de overheid, lees de politiek zijn?

Hegel Het absolute
De '(Wereld)geest' bereikte zijn volkomen ontplooiing bij het bereiken van "de waarheid" of 'Het Absolute' (weten).

Het mechanisme these + antithese = synthese van Hegel biedt een handvat om met name de verborgen 5e Dimensie van Roberto Assagioli te doorgronden. Tegenover het idealisme van Hegel staat het realisme (materialisme) van Marx.

De tegenstellingen in de ruimtelijke, aardse, materiële wereld (Materialisme) laten oorzaak en gevolg, actie en reactie zien. Het goede als het kwade zijn a priori gegeven. In aanleg is het aardse bewustzijn manicheïstisch. De ziel (psyche), de schakel tussen 'Geest en Lichaam' creëert het innerlijke evenwicht. De Gulden middenweg (middenzuil), de hoofdroute symboliseert hoe dit evenwicht kan worden bereikt. Dus door de oerenergie (pleroma, Sjechinah, de oerbron van Ether), de wereld van de Geest met het stoffelijk lichaam van de mens te verbinden. De verticale as kan met de middenzuil de schakel tussen 'Malkuth en Kether' van de levensboom worden vergeleken.

Krishnamurti: Alleen als het denken – en niet alleen het denken, maar ook het leven – volledig harmonieus is, zonder tegenstellingen. Alleen zo’n denken kan waarheid vinden, kan waarheid waarnemen. Waarheid is niet iets abstracts, waarheid is hier.

De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 314):
‘Werkelijkheid bestaat niet op aarde, mijn zoon, en kan daar niet bestaan. . . . Niets op aarde is werkelijk, er is slechts schijn. . . . Hij (de mens) is als mens niet werkelijk, mijn zoon. Het werkelijke bestaat alleen in zichzelf en blijft wat het is. . . . De mens is vergankelijk en hij is daarom niet werkelijk, hij is maar schijn en schijn is de hoogste illusie'.

In het rapport ‘E i V’ wordt er van uitgegaan dat het ‘onbewust absoluut bewustzijn’ een synoniem is voor non-lokaal bewustzijn.

Het zelfbewustzijn en het non-lokale bewustzijn kunnen net als het persoonlijk bewustzijn en het Christusbewustzijn complementair (bewustzijn van bewustzijn) of dualistisch zijn.

De Akasha-ervaring waar Ervin Laszlo het over heeft vindt in de microkosmos plaats, daarentegen het non-lokaal bewustzijn maakt deel uit van de macrokosmos. In een split second, het eeuwige nu staan we met de macrokosmos in verbinding.

Het draait primair om de middenweg van Gautama Boeddha en van Roberto Assagioli Gulden middenweg (kies Infotheek, Publicaties lezen). Het blijkt nog steeds waar te zijn, de waarheid ligt in het midden.

De uitspraak van Pascal blijkt juist dat het geloof in God zich niet langer in de kosmos, maar in de geschiedenis zal manifesteren.

<< vorige ||volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.