Immateriële- en Materiële wereld

Carl Jung: Mijn leven is de geschiedenis van een zelfverwerkelijking van het onbewuste.
Krishnamurti: De tranen van de hele wereld hebben de Wereldleraar voortgebracht
(boek Het Innerlijke Leven van Krishnamurti van Aryel Sanat, hoofdstuk 8 Ecce Homo).
György Konrád: Op de vraag naar de zin van het leven antwoordt iedereen met zijn levensloop.

Ecce Homo (Broederschap, Recursie, Spiegelsymmetrie en Complementariteit)

DE REGENERATIE VAN DE MENS, de innerlijke revolutie die het denken zuivert.
De overgang van oude denkpatronen waaraan het denkvermogen gewend is naar de erkenning dat het leven in waarheid één en ondeelbaar is, is een radicale verandering. Het denkvermogen wordt dan verrijkt met eigenschappen van creativiteit en vitaliteit, en dit proces kan beschreven worden als regeneratie. Daarom werd in de beginperiode van de Vereniging de universele broederschap die het doel is van de Vereniging, omschreven als 'broederschap die regenereert'.

Ethiek – het overbruggen van vrijheid en verantwoordelijkheid (Paul Zwollo):
Ongelimiteerde vrijheid voor de mens is ondenkbaar en onwenselijk. Misschien was dat de reden waarom het motto van de Franse revolutie in 1793 werd Liberté, Egalité et Fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap). Door gelijkheid en broederschap toe te voegen aan vrijheid, hoopte men de mogelijk gevaarlijke nadelen van vrijheid alleen te vermijden. Daar de staat van de menselijke ontwikkeling verre van volmaakt was en is, is het ideaal van vrijheid ernstig misbruikt en is er afbreuk gedaan aan de waarden gelijkheid en broederschap.

Hupkes, S. Ethiek in organisaties: Werkende waarden
Met het toenemen van de welvaart neemt ook de aandacht toe voor de zogenoemde immateriële waarden. Steeds nadrukkelijker worden bedrijven en organisaties aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat houdt in dat zij rekening houden met alle betrokken partijen. Met de aandeelhouders of belastingbetalers die graag willen dat het werk zo efficiënt mogelijk wordt gedaan. Met de werknemers die arbeid van goede kwaliteit willen. Met de klanten die veilige waar voor hun geld willen. Maar ook met de buren, natuur en het milieu.

De immateriële revolutie Een onvoorstelbare grote revolutie. De ontdekking van de immateriële structuur die achter de materiële ligt. In één klap de gehele materiële wereld verklaard en begrepen. Zet de materie in polariteit met de hemel en alles verklaart zichzelf, de materiële wereld ontvouwt zichzelf en de immateriële wereld erachter openbaart zich. Eeuwen en eeuwen lang, duizenden jaren is de mensheid op zoek naar het antwoord, voor duizenden jaren heeft de mens in een God gelooft, voor duizenden jaren heeft de mens de natuur onderzocht. Zo zwaar heeft de mens het zichzelf gemaakt, want het lijden is een straf, omdat wij het niet goed doen! En dan blijkt dat alles een stom eenvoudig balans te zijn, werkelijk een belachelijk eenvoudig balans, exact als tussen de man en de vrouw. Het hele universum blijkt zo te werken, van begin tot eind. En nog steeds wil je het niet geloven, maar het past en verklaart alles, iedereen kan het zelf controleren, iedereen die wakker is kan het begrijpen.

HET VIOLETTE VUUR-Genezing voor Lichaam, Geest en Ziel
De Meesters zeggen dat wanneer onze fysieke en spirituele lichamen verstopt raken met negatieve energie en slecht karma, dit ervoor zorgt dat de trillingssnelheid in onze elektronen en vier lagere lichamen vertraagd raakt. Wij beginnen dan steeds meer te resoneren met negativiteit en minder met de zuivere kosmische energie die stroomt vanuit onze Goddelijke Aanwezigheid, en uiteindelijk kunnen wij hierdoor ziek worden. Hoe meer vervuilde substantie er zich in onze vier lagere lichamen bevindt, hoe lager onze trillingsfrequentie wordt en hoe meer we daardoor worden neergedrukt. Spiritueel gezien is dit de oorzaak waardoor een mens sterft.

Ervin Laszlo Derde millennium: de visie (Theosofia 102/3 • juni 2001):
Tijdens een toespraak op 21 februari 1990 voor het Congres van de Verenigde Staten die in gezamenlijke zitting bijeen waren zei de Tsjechische schrijver-president Václav Havel:
Zonder een wereldomvattende omwenteling in de sfeer van het menselijk bewustzijn zal niets ten goede veranderen.... en de catastrofe waar de wereld op afstevent - de ecologische, sociale, demografische, of algehele ineenstorting van de beschaving - zal onvermijdelijk zijn.’
Hij had gelijk. We kunnen niet het hoofd bieden aan de transformatie van onze economische, sociale, en ecologische systemen zonder een overeenkomstige transformatie van ons bewustzijn. De kosmos is een naadloos geheel, dat zich in de loop van de tijd ontwikkelt en omstandigheden voortbrengt waarin zich leven kan openbaren en daarna het denkvermogen. Leven is een nauw netwerk van relaties dat zichzelf ontvouwt naar zijn eigen wetten, en de ontelbare diverse onderdelen verbindt en integreert. De biosfeer is geboren binnen de baarmoeder van het heelal, en het denkvermogen en het bewustzijn zijn geboren in de baarmoeder van de biosfeer. Ons lichaam maakt deel uit van de biosfeer en beweegt mee met het ritme van het levensweb (zie: Fritjof Capra) op deze planeet. Ons denkvermogen hoort bij ons lichaam en communiceert met andere denkvermogens en met de natuur.

Met name de boeken van Ervin Laszlo en het boek Geestkunde van Freek van Leeuwen geven een nieuw perspectief op een oud paradigma. Of met ander woorden voor het nieuwe paradigma geldt er is niets nieuws onder de zon.

Door het ‘u vraagt, wij draaien’ van het cliëntelisme, de twee handen op een buik politieke spelletjes kan van een gesloten systeem worden gesproken waarvoor de tweede wet van de thermo dynamica geldt en waarop dus de entropie van toepassing is. Of met andere woorden in een gesloten systeem blijft de kwantiteit, de totale hoeveelheid energie gelijk, maar de kwaliteit van de totale hoeveelheid energie zal na verloop van tijd lager zijn dan ervoor. Maar gelukkig bestaat er ook negentropie.

In de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze bijlage worden aan drie thema’s uit het boek Het Innerlijke Leven van Krishnamurti van Aryel Sanat bijzondere aandacht besteed. Deze drie thema's zijn het getal negenenveertig, paren van tegenstellingen en waarnemer en het waargenomene. Deze thema’s worden ook in samenhang met de drie grondstellingen van de theosofie belicht. De rode draad in het verhaal is de uitspraak van Krishnamurti Waarheid is een land zonder paden. Het biedt uiteindelijk een kader om de harmonie waaraan op dit moment zo’n behoefte is te bevorderen.

In hoofdstuk 2 wordt de supersymmetrie in het universum aan de hand van het veelvuldig in De Geheime Leer gehanteerde getal negenenveertig toegelicht. Het getal negenenveertig heeft op de evolutie en involutie van het leven betrekking. Het getal negenenveertig symboliseert de verstrengelde hiërarchie, de wederkerigheid tussen de Microkosmos en Macrokosmos. Door de hiërarchische verstrengeling verleent het aan het bewustzijn negenenveertig aspecten van manifestatie.

In de hoofdstukken 3 en 4 draait het om de paren van tegenstellingen (dichotome categorieën). Bij dualistische categorieën plaatst het boek van Aryel Sanat (p. 314) een kanttekening. Maar het is zeker ‘geen doodgeboren kindje’ wanneer we in dit kader de zeer toepasselijke woorden van John Algeo (Theosofia 111/2, lente 2010) aanhalen: Als onze fysieke waarnemingen al onbetrouwbaar zijn, daar ze beïnvloed worden door vele factoren, inclusief onze verwachtingen, hoeveel te meer zal dat het geval zijn bij waarnemingen in superfysieke dimensies? Natuurkundigen melden ons nu dat de handeling van observeren het waargenomene verandert. Dit is een effect dat wij nauwelijks merken op het niveau waarop we leven, maar dat merkbaar is in de sub-atomaire wereld. In de ijlere dimensies van de realiteit – zoals de emotionele en de mentale – zijn de waarnemer en het waargenomene één, op een manier die veel meer waard is dan in de fysieke dimensie. Aryel Sanat schrijft (p. 77): Volgens de waarnemingen van CWL (Charles Webster Leadbeater) is er geen duidelijke scheidslijn tussen de waarnemer en het waargenomene.

Het reflexief bewustzijn, het projectiemechanisme (weerspiegeling, 'bewust en onbewust') leert dat we zowel waarnemer als deelnemer zijn. Het waargenomene duidt er op dat we allemaal deel uitmaken van de evolutie, de evolutionaire kringloop.

Kennis ontstaat door de integratie (Gnosis) van de relatie 'kenner en het gekende zijn één' (knower, het proces van knowing en know) geworden. Of zoals Ianthe Hoskins het uitdrukt: ‘U bent DAT’. Het biedt zijn zoekende geest het verenigde beeld van een Plan, dat tegelijkertijd de oorzaak, het doel en de methode van de reis van de mensheid aangeeft.. Het samenvallen van de triade correleert ook met de uitspraak van Robbert Dijkgraaf dat de mens slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering is.
De waarnemer van het waargenomene zijn uiteindelijk één en hetzelfde. Robert Dijkgraaf duidt met de mens als schakel tussen wetenschap en natuur op het fenomeen van waarnemer en waargenomene. Net als Simon Vinkenoog plaatst hij de mens in de ultieme cirkelredenering van de Eeuwige wederkeer centraal.
Of met andere woorden (Wim van den Dungen Sepher Yetzirah): Indien we 'sepher' met ruimte en 'sephar' met tijd vergelijken, dan betreft 'sippur' (of 'communicatie') de 'quintessense' of 'vijfde dimensie'.

Arthur D'Adamo geeft in zijn boek Science Without Bounds A Synthesis of Science, Religion and Mysticism (p. 140):
But what is triad of knower, knowing, and known?
Second-hand knowledge has three elements: the knower, the act of knowing, and the known. For example, when someone acquires second-hand knowledge of God through scripture, the "known" is the scripture, the knowing involves reading and understanding, and the person reading the scripture is the knower.

Krishnamurti: Alleen als het denken – en niet alleen het denken, maar ook het leven – volledig harmonieus is, zonder tegenstellingen. Alleen zo’n denken kan waarheid vinden, kan waarheid waarnemen. Waarheid is niet iets abstracts, waarheid is hier.

Krishnamurti zegt dan dat de mens de waarheid moet ontdekken in de spiegel van zijn omgang met anderen, door inzicht te krijgen in zijn eigen bewustzijnsinhoud, door zuiver waar te nemen, niet door verstandelijke of zelfbeschouwend analyseren. Wanneer de mens gaat beseffen hoe zijn denken werkt zal hij zien hoe het de denker onderscheidt van de gedachte, de waarnemer van het waargenomene, de ervarende van de ervaring. Hij zal dan ontdekken dat dit onderscheid een illusie is. Dan blijft alleen het zuivere waarnemen over, dat inzicht is, zonder een spoor van het verleden of van tijd. Dat tijdloze inzicht veroorzaakt een diep ingrijpende verandering in de menselijke geest.

De Drie Logoi in de esoterie (Triade) brengen de eenheid der tegendelen, de Complementariteit tot uitdrukking.
Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere ongemanifesteerde Zelf) in de mens wordt door de drie Logoi {'Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Brahma, Vishnu en Shiva' (‘Scheppen, Onderhouden en Vernietigen’) of 'Isis, Osirus en Horus'} in de Kosmos weerspiegeld (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton). Alles in het universum ontstaat als gevolg van de interacties van polaire tegenstellingen, de dualiteit in de gemanifesteerde werkelijkheid.

Evolutie en InvolutieÉne werkelijkheidGrote Wet (De wet)Negenenveertig, ‘Gulden middenweg’Recursie (1)
De Ander centraalWet van analogie‘Zo Boven zo Beneden’'Waarnemer en Waargenomene'Spiegelsymmetrie (2)
'Aether en Ether'Wet van harmonie‘Wederkerigheid’Atoom en LevensatoomComplementariteit (3)

De crux van het rapport ‘E i V’ zit in de relatie tussen essentie (wezen) en existentie (bestaan), tussen het zondebokmechanisme, de Wet van analogie en het marktmechanisme of met andere woorden tussen heer en slaaf (politicals en professionals) respectievelijk tussen verkoper en koper. De waarheid over het zondebokmechanisme leert ons om te kijken vanuit het standpunt van de vervolgden in plaats van dat van de vervolgers.

Het rapport ‘E i V’ bespreekt de kwintessens, de imaginaire 5Ddimensie, de relatie met het universele denkvermogen (universele quintessens). Het universele denkvermogen, de kosmische ruimte en de eeuwige duur zijn de drie aspecten van de éne werkelijkheid.

====

Éne werkelijkheid (Blauwdruk, 'Schepping en Bewustzijnsevolutie', Grote Wet [Ene wet])

Amanda Gefter In Einsteins achtertuin een duizelingwekkende toer langs de mooiste ideeën uit de natuurkunde (p. 34):
Vier typische Wheeler-vragen dienden als inspiratiebron voor het symposium: 'Waarom het kwantum?', 'It from bit?', 'Een participatief universum?' en 'Hoezo existentie?'
64: Er is alleen maar wat we meten. De hele zaak deed verdacht veel denken aan een paradox, maar zoals Feynman zegt: 'De "paradox" is slechts een conflict tussen de werkelijkheid en je gevoel van wat de werkelijkheid "zou moeten zijn".'

De metafoor ‘Veilig en Verdoemd’ (p. 324, 326, 337, 425) in het boek van Amanda Gefter is analoog aan ‘Verlossing en verdoemenis’ in de esoterie.

De eindconclusie van Amanda Gefter is dat we allen in ons eigen referentiekader leven en daardoor komt opnieuw de discussie centraal te staan vanuit welk referentiekader wordt beoogd Probleem en Oplossing ('Zaaien en Oogsten') met elkaar te verbinden.

Het samenbundelende principe de grens van een grens dat door Amanda Gefter op p. 349 wordt verwoord komt verdacht veel met de drie manifestaties van fohat - eenheid van alle eenheden DGL Deel I p. 467) of eenheid van eenheden DGL Deel I p. 698) of eenheid weerspiegeld in alle eenheden en elke eenheid DGL Deel II p. 668) - overeen. Het trekken van een grens op aarde is mensenwerk.

De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem van afgescheidenheid formuleert. Op het snijvlak tussen geesteswetenschappers en natuurwetenschappers ligt het gemeenschappelijke raamwerk, de Unifcatietheorie.

Ockhams scheermes geldt voor: Cultuursociologie bevindt zich op het snijpunt (emanationisme) tussen Cultuurwetenschappen en Sociologie, Evolutiebiologie tussen Evolutie en Biologie, Culturele psychologie tussen Cultuurwetenschappen en Psychologie, Sociobiologie tussen Sociologie en Biologie, Evolutiepsychologie tussen Evolutie en Psychologie, Paleontologie tussen Geologie en Biologie, Geochemie tussen Geologie en Scheikunde en Geofysica tussen Geologie en Fysica. Door de convergentie van twee disciplines ontstaat synthese. Uiteindelijk draait het om het onderzoek dat betrekking heeft op de relatie tussen Unificatietheorie en Eenheid in Verscheidenheid.

Het eigenlijke denken vindt plaats op het snijvlak, de schakel tussen binnenwereld en buitenwereld, tussen verleden en toekomst in het nu, tussen het individuele en collectieve, dialectische bewustzijn, in de psyche de schakel tussen lichaam en geest.

De geschiedenis laat een diversiteit aan innovatieve, interdisciplinaire grenswetenschappers zien.
Pythagoras, Ammonius Saccas, Origenes, Helena Blavatsky, Spinoza, Schelling, Nietzsche, Teilhard de Chardin, Einstein, Jung, Wittgenstein en Jean Charon zijn coryfeeën die zich hebben bewogen op het snijvlak van natuur en cultuur. Op dit snijvlak gaat het echter niet primair om wetenschap versus geloof, maar eerder om de wisselwerking, de synthese tussen natuur – en menswetenchappen. Deze kengebieden kunnen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden. Het zijn twee verschillende, maar complementaire domeinen. Door beide als complementair te beschouwen ontstaat een completer zicht op de werkelijkheid. Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met de energetische processen te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze de wereldvraagstukken op te pakken. Het zijn in het bijzonder de grenswetenschappers met een holistische visie die de samenleving een stapje verder brengen.

De echte innovaties vinden op het snijvlak tussen disciplines plaats. De moraal van het verhaal wordt op het snijvlak van individu en collectief manifest. Vijand denken plaatst vaak superieur tegenover inferieur. Je wordt niet superieur door de ander als inferieur te zien.

De opzet van de wetenschap om de quantummechanica met de relativiteitstheorie te integreren is een doodlopend spoor. Wel biedt recent wetenschappelijk onderzoek een coherenter beeld op het Akasha-veld.

Volgens Ervin Laszlo is het kwantumvacuüm de oerbron van geest en materie. Het concept ‘in-formatie’ van David Bohm wordt gebruikt om de structuur, de relaties tussen beide te beschrijven. Het begrip ‘in-formatie’ licht Ervin Laszlo in zijn boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn (p. 67) toe.
111: Sri Aurobindo: ‘Alles is bewustzijn (…). Op verschillende niveaus van zijn eigen manifestaties is dit universum een graduatie van bewustzijnsniveaus'.
121: We dienen deze opmerkelijke wereld niet alleen met ons verstand, maar ook met ons hart te bevatten. Dit afsluitende hoofdstuk spreekt tot ons hart. Het beroept zich op het aloude intuïtieve weten van een informatie vervulde kosmos waarin alle dingen bewaard blijven en elkaar beïnvloeden. Het roept een visioen op dat van verbeeldingskracht getuigt maar geen hersenschim is: een dichterlijk visioen van een kosmos waarin niets spoorloos verdwijnt en waarin alle bestaande dingen intrinsiek en hecht met elkaar verbonden zijn en blijven. 131: Coherentie is het concept dat het best recht doet aan de heelheid die nu in de domeinen van het leven wordt ontdekt. Een organisch coherent systeem is geïntegreerd en dynamisch; en de talloze activiteiten van zo’n systeem worden gekenmerkt door zelfmotivatie, zelforganisatie en spontaniteit; én ze voltrekken zich tegelijkertijd op alle niveau’s, vanaf het microscopische en moleculaire niveau tot en met het macroscopische. De voortgaande communicatie tussen alle bestanddelen van het organisme creëert de mogelijkheid tot bijstellingen, reacties en veranderingen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het volledige systeem in alle richtingen tegelijk.
145: De werking van het subtiele maar reële A-veld verklaart de non-lokaliteit van niet alleen de kleinst meetbare bestanddelen van het universum, maar ook die van de grootste waarneembare structuren ervan. Het verklaart de coherentie van levende organismen én hun coherentie met de omgeving waarin ze leven en evolueren.

Ervin laszlo heeft gelijk wanneer hij stelt (p. 121) dat het visioen dat de inspiratiebron van ongetelde generaties in India en de rest van het Oosten is: de voorspelling van een wereld die uit Akasha is voortgekomen. Een belangrijke bron, De Geheime Leer (zie: verbeeldingskracht of ideatie) komt in het volgende hoofdstuk aan de orde.

Coherente golfjes hebben de eigenschap, dat ze met elkaar kunnen interfereren.

De éne werkelijkheid wordt gesymboliseerd door door de levensboom (scheppingsleer) en de ommekeer, de boom van kennis van goed en kwaad, de bewustzijnsevolutie van de mens. De levensboom en de boom van goed en kwaad geven samen een weerslag van de blauwdruk van de schepping en van de wetmatigheden die ten grondslag liggen aan het ontstaan, zich voordoen en voorbijgaan van alle verschijnselen. De complementariteit tussen de twee bomen toont de wetmatigheid achter alle inspanningen, blokkades, op- en neergaande bewegingen, successen en mislukkingen. De essentie van het leven draait om de mens als microkosmos met de macrokosmos te verbinden.

In de levensboom verloopt de schepping, het proces van manifestatie van het Ene in het vele, de involutie van boven naar beneden. De 'ommekeer', de evolutie van beneden naar boven. Aartsvader Jacob zag de ladder van involutie en evolutie als de 'boom van het leven'. Het hermetische axioma ‘Zo boven, zo beneden; Zo beneden, zo boven’ toont de parallel lopende ontwikkeling tussen de microkosmos en macrokosmos, tussen de mensheid en de kosmos. Aan de mysterieschool der Pythagoreeërs was al bekend hoe de éne werkelijkheid in elkaar zit.

De psyche (reflexief bewustzijn) werkt als een spiegel. Het is deze spiegel die zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.

Het ‘of-of’ bestaat bij gratie van het 'en-en', dualisme bij gratie van het non-dualisme. Schepping en bewustzijnsevolutie staan niet los van elkaar, maar vullen elkaar aan. Het concept van de ENE WERKELIJKHEID (de ‘Werkelijkheid’ met hoofdletter W), bestaat echt. Bewustzijnsevolutie bestaat bij gratie van de Scheppingsleer, het atheïsme bij gratie van het theïsme, de dood bij gratie van het leven.

Het kompaskwadrant is niet alleen een scheppingsmodel op macrokosmisch niveau, maar ook een pedagogisch denkmodel op microkosmisch niveau. Het Kompaskwadrant is een model dat gebruikt wordt om van boven naar beneden de scheppingsleer en van beneden naar boven de bewustzijnsevolutie te verklaren. Het denkmodel laat zien hoe het mogelijk is een ommekeer op het levenspad van de mens teweeg te brengen.

De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, religie en wetenschap, 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden. De quintessens van het verhaal is dat om een duurzame samenleving te creëren er maar een pedagogische hoofdroute is.

De scheppingsleer wordt aan de hand van het emanationisme en de bewustzijnsevolutie op basis van de dialectische ontwikkelingsgang (these + antithese = synthese) verklaard. De unificatietheorie biedt een kader om de kloof tussen scheppingsleer en bewustzijnsevolutie te dichten. Het kompaskwadrant is een model dat het mogelijk maakt een nieuw paradigma, een allesomvattend perspectief op de éne werkelijkheid te creëren. Om een cultuuromslag te realiseren gaat het uiteindelijk om een integrale denktrant (de synthese tussen de domeinen van de alfa-, béta- en gammawetenschappers) die het parochiale denken, de symboolpolitiek van het ’eigen koninkrijkje’, de 'bv Ego' overstijgt.

Het was vooral Plotinus, Felotin in het Arabisch, die goed aansloot bij het islamitische denken, die het denken van Plato, Aristoteles en Pythagoras heeft willen integreren en die zo tot een vrijwel puur gnostische filosofie komt. Dit werd door de islamitische soefisten overgenomen en in het islamitische denken geïntegreerd, in het bijzonder door Al-Kindi (800-866) en Ibn Sina (980-1037).

Door de interacties ('these + antithese') tussen de 'alfa- en de bètawereld' kan synthese ontstaan. De gammawetenschap is als het ware de schakel tussen de alfa- en bèta-wetenschappen. Het thema 'Egospelletjes en Unificatietheorie' komt in de De Bhagavad Gita uitgebreid aan de orde. Er is niets nieuws onder de zon.

Met behulp van de systeembenadering wordt de verbinding tussen de aardse en de hemelse wederkerigheid in beeld gebracht. In de wederkerigheid speelt terugkoppeling een hoofdrol. De cybernetica toont het sluitstuk van de puzzel. Het laat zien hoe integratie cq. desintegratie daadwerkelijk kan worden bereikt. Karma is niet het onontkoombare lot, het zijn nog altijd mensen die besluiten om de ‘trekker’ (trekkermechanisme) over te halen. Door gerichte feedforward besturing kunnen grote schommelingen worden vermeden.
Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’.
De ongrijpbare patronen, schakelnetwerken van Prof. van Peursen correleren met de wederkerigheid, de spiegelneuronen van Marco Iacoboni.

Elke medaille heeft twee complementaire kanten, die door de spiegelsymmetrie, het projectiemechanisme tot uitdrukking wordt gebracht. De eenheid der tegendelen is het basisingrediënt in het rapport ‘E i V’. De eenheid der tegendelen brengt echter ook een tegenstelling tussen twee polen, de keerzijde tot uitdrukking. De éne werkelijkheid bestaat uit paren van tegenstellingen, ‘hemel en aarde’, ’evolutie en involutie’, 'onbewuste en bewuste', ‘collectieve en individuele' onbewuste. Het gaat er om in de menselijke geest zowel het bewuste als het onbewuste te overstijgen. De complementariteit bestaat op aarde, maar niet bij God (Ain-Soph) in de hemel. Uiteindelijke kan het individuele bewustzijn de ware aard van het universele, kosmische, non-lokale bewustzijn niet kennen.

Het is het reflexief bewustzijn, het zelfbewustzijn dat een mens van een dier onderscheidt. De uiterlijke werkelijkheid is een weerspiegeling van de innerlijke werkelijkheid. Zo weerspiegelt de diagonaal ‘Monade en Duade’ zich in de diagonaal ‘Triade en Tetrade’, de diagonaal ‘God -Zoon - Heilige Geest’ zich in de diagonaal ‘Lichaam - Ziel - Geest’. Op de verticale as staat tegenover de ziel de Heilige Geest, anima mundi.

Kerngedachten van de theosofie
Evolutie is een proces van zelfexpressie waarbij een verscheidenheid van stoffelijke vormen worden aangenomen; daarna worden – tijdens de terugkeer naar de goddelijke oorsprong – in de loop van kosmische tijdsperioden vooral aspecten van geest en bewustzijn ontwikkeld. Het leven van een individu, van de mensheid en van de hele aarde maakt deel uit van dit kosmische proces.

De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van heelal (p. 79):
De esoterische filosofie leert dat alles leeft en bewust is, maar niet dat al het leven en bewustzijn lijkt op dat van menselijke of zelfs dierlijke wezens. Wij beschouwen het leven als ‘de ene bestaansvorm’, die zich manifesteert in wat stof wordt genoemd of, zoals bij de mens, in wat wij geest, ziel en stof noemen, die wij ten onrechte scheiden. De stof is op dit bestaansgebied het voertuig voor de manifestatie van de ziel, en de ziel is op een hoger gebied het voertuig voor de manifestatie van de geest; deze drie vormen een drie-eenheid die wordt samengevat in het leven, dat ze alle doordringt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk IV Chaos-Theos-Kosmos (p. 379):
Op haar beurt is deze drievoudige eenheid de voortbrengster van de vier oorspronkelijke ‘elementen’, die in onze zichtbare aardse natuur bekend zijn als de zeven (tot dusver vijf) elementen, die elk deelbaar zijn in negenenveertig (of zeven maal zeven) sub-elementen; er zijn er ongeveer zeventig aan de scheikunde bekend. Elk kosmisch element, zoals vuur, lucht, water, aarde, die deel hebben aan de eigenschappen en gebreken van hun beginselen, is van nature goed en kwaad, kracht (of geest) en stof, enz.; en elk is daarom tegelijk leven en dood, gezondheid en ziekte, actie en reactie. (Zie § xiv, ‘De vier elementen’.) Zij vormen altijd en voortdurend stof onder invloed van de nooit ophoudende impuls van het ENE Element (het onkenbare), dat in de wereld van de verschijnselen wordt voorgesteld door aether, of door ‘de onsterfelijke goden, die aan alles geboorte en leven schenken’.

De 7*7 structuur (negenenveertig) van het rapport is gebaseerd op de zevenvoudige samenstelling van de mens en de zevenvoudige samenstelling van de planeten (zeven Ronden en zeven Rassen). Deze zevenvoudige structuur maakt onderdeel uit van de tienvoudige structuur van de microkosmos en macrokosmos. Eerder heeft Raymond Lull in zijn hoofdwerk Ars Magna (‘de grote kunst’) of ook wel Ars Generale Ultima al van de tien categorieën van de aristotelische wijsheid gebruik gemaakt.

De Delen I t/m VII van dit rapport, die met de zeven wijsheidssleutels correleren, laten zien hoe probleem en oplossing met elkaar zijn verbonden.In de Delen I t/m VII laten we zien dat het mogelijk is met behulp van de zeven wijsheidssleutels de chaos te helpen beheersen. Ken Uzelve staat voor het Ene en het vele, voor ‘Eenheid in Verscheidenheid’. Dit rapport tracht door een tipje van de sluier, van de éne, onveranderlijke werkelijkheid, op te lichten aan het creëren van een duurzame samenleving en zonniger toekomst bij te dragen.

De Éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid (reciprociteit) tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die met behulp van de lemniscaat en het zelfbewustzijn, het Reflexief Bewustzijn tot uitdrukking kan worden gebracht.

====

'Waarnemer = Waargenomene' ('Individueel en Collectief', Wet van analogie, Paradigma)

P.D. Ouspensky:
Het is principieel onmogelijk elkaar te begrijpen en tegelijkertijd het oneens te zijn.
P. Krishna: De wanorde die we om ons heen zien in de maatschappij is een projectie van de wanorde die aanwezig is in het menselijk bewustzijn.

Wat we begrijpen noemen we wetenschap
Wat we niet begrijpen noemen we spiritualiteit

Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’.

Carl Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’. Het begrip toeval (synchroniciteit) wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’.

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I Stanza 1. De nacht van heelal (p. 71):
Maya of illusie is een element dat bij alle eindige dingen optreedt, want alles wat bestaat heeft alleen maar een relatieve en geen absolute werkelijkheid, omdat de vorm waarin het verborgen noumenon voor een waarnemer verschijnt, afhangt van zijn waarnemingsvermogen.

P. Krishna VERKENNINGEN MET BETREKKING TOT DE LERINGEN VAN J. KRISHNAMURTI
De waarnemer staat niet los van het waargenomene, omdat wanneer ik naar mezelf kijk, dan is degene die naar binnen kijkt niet los van dat waarnaar hij kijkt. Ik ben niet los van de woede of het geweld, dat daar in mijn bewustzijn aanwezig is. Een eenvoudig voorbeeld van deze interactie zou zijn als je wilt zien hoe je gaat slapen. Je kijkt. Dus je ziet dat je denken vertraagt. Maar je kunt niet door en door zien hoe je in slaap valt, omdat de waarnemer, wanneer hij in slaap valt, niet meer in staat is waar te nemen! Dus er is een grote interactie tussen de waarnemer en het waargenomene. Wanneer je kijkt naar je begeerte, dan kleuren je begeerten je waarneming. Daarom is het zo moeilijk objectief te zijn. In de wetenschap is het heel eenvoudig objectief te zijn en je kunt iets herhalen en de waarnemer uitschakelen. Maar het is ook een beperking van de wetenschap dat als je de waarnemer uitschakelt, dan kan de wetenschap de waarnemer niet bestuderen! De wetenschapper bestudeert alle verschijnselen buiten hem, maar hij heeft de waarnemer daarbij uitgesloten.

J. Krishnamurti: "De maatschappij is niet anders dan jij - jij bent de maatschappij. De maatschappelijke structuur is de structuur van jouzelf. Dus als je begint jezelf te begrijpen, dan begin je de maatschappij te begrijpen waar je in leeft. Die twee zijn niet elkaars tegengestelde. Voor een religieus mens gaat het er dus om een nieuwe manier van leven te ontdekken, van in deze wereld te leven, en een transformatie teweeg te brengen in de maatschappij waarin hij leeft. Want door zichzelf te veranderen verandert hij de maatschappij" (Bombay, 10 februari 1965)

De Reizen van de Pelgrim
“De weg zelf moet ieder alleen gaan.
Wat weet ik van jouw pelgrimstocht,
wat weet jij van de mijne?
Is dit niet juist het kernpunt
van onze overtuiging
dat ieder voor zich
in eigen wezen God leert kennen?”
Uit: Hella Haasse, De scharlaken stad, Querido, 1952, blz. 81.

Pelgrims zijn ook zoekers. Dit werpt bij mij de vraag op wat het betekend zoekers of pelgrims te zijn op deze reis die wij allen aan het maken zijn.De aard van ons zoeken is afhankelijk van wat ertoe aanleiding gaf’. De eerste ‘regel’ op het pad is het zoeken naar de weg, het ontdekken van wat ons eigen pad is. Als we niet zoeken, als we ons niet realiseren dat we zoekers zijn op deze existentiële reis, dat we pelgrims zijn, dan is er ook geen richting, geen pad, geen weg. Er is geen weg totdat onze voeten het betreden hebben. Wat van het grootste belang is voor het vinden van zo’n weg, is het zoeken, het vragen. Misschien leren we, als we echte pelgrims zijn, met vragen te leven omdat we ons realiseren dat de pelgrimstocht zelf het antwoord vormt. Vragen brengen ons slechts op weg.
De magie van de pelgrimstocht, is de magie van de specifiek menselijke daad van zelfonderzoek – van voor de vraag staan wie of wat men eigenlijk is’. Dit is wat werkelijk met zoeken wordt bedoeld. Het is voor de vraag te staan wie men zelf is – dat is ons authentieke Zelf herinneren.

Begrip kent volgens Ouspensky twee componenten kennis en zijn (ervaring, kies Taukompastheorie, Werking Taukompas, 2.2.1. Definities):
Hebben jullie wel eens meegemaakt dat in een discussie je gesprekspartner zei: " ja, ik begrijp je wel, maar ik ben het er niet mee eens." Dit komt omdat mensen kennis verwarren met begrip. Begrijpen betekent namelijk zowel Kennis als Ervaring en niet één van beide.

Arie Bos boek Hoe de stof de geest kreeg, De evolutie van het ik (p. 82):
'Als we konden zien hoe de wetenschappen verband met elkaar houden, zouden wij het niet moeilijker vinden om ze te onthouden dan een reeks cijfers'.
Wat betekent dat nu?
'Wanneer men van een wiskundige reeks twee of drie termen kent, zijn de daaropvolgende gemakkelijk te vinden.'
83: Het inzicht dat Descartes tot zo’n grote opwinding bracht was namelijk het volgende. Wanneer uit kennis van enkele gegevens een wiskundige reeks volgt en eveneens geldt (zoals Pythagoras al betoogde) dat alle processen in de natuur wiskundig zijn te beschrijven, dan geldt deze voorspelbaarheid ook voor de hele natuur. Je hoeft dan alleen maar de voorgeschiedenis van een natuurproces te beschrijven – liefst wiskundig – en het vervolg staat vast. Bij natuurprocessen is het dus voldoende om het verleden te kennen om de toekomst te kunnen voorspellen.
203: Van Simon Conway Morris is de theorie dat door adaptatie, aanpassing, de evolutie een dwingende loop heeft gevolgd. Dat laat hij zien aan het feit dat in de evolutielijnen van uiteenlopende soorten gelijke, convergente ontwikkelingen tevoorschijn komen. Dit zou doelgerichtheid betekenen en dat is in de evolutietheorie verboden.
De evolutionair fysioloog en ornitholoog Jared Diamond in een van zijn bestsellers, De derde Chimpansee, precies hetzelfde standpunt huldigt, terwijl hij in zijn Zwaarden, paarden en ziektekiemen al had laten blijken religie te zien als niet meer dan een uitvinding om mensenmassa’s in bedwang te kunnen houden.

In organisaties draait het primair om hoe kunnen we de kwaliteit van de besluiten verbeteren. Er dient wel degelijk met de keerzijde van de evolutietheorie rekening te worden gehouden dat er van doelgerichtheid in de natuur sprake is. Het gaat er dus om, net zoals eerder Jared Diamond heeft betoogd, een manier te vinden om mensenmassa’s in bedwang te houden. Volgens Jared Diamond zijn daarvoor de religies uitgevonden.

'CDA en VVD moeten natuur niet helpen afbreken' (Volkskrant 17 augustus 2010):
Pieter Winsemius: ‘De kwaliteit van de samenleving wordt bepaald door onze omgang met de zwakste schakels in die samenleving. Die kwetsbare waarden moeten worden beschermd’.

Jared Diamond, Wees zuinig op de polder (Volkskrant 12 juni 2004):
Er zijn twee scenario’s voor de komde vijftig jaar: een prachtig scenario dat we kiezen of een minder prettig (doemscenario) dat we niet kiezen. Of de Haïti’s, Rwanda’s, Iraks en Afghanistans vermeerderen zich, we kappen de laatste bossen, pompen de laatste olie op en gaan ten onder in oorlog en terrorisme, of we erkennen de problemen en doen er wat aan. De Eerste Wereld moet zijn ecologische impact matigen. Dat kan op twee manieren: minder bevolkingsgroei, en dat lukt al aardig. En minder consumptie. Er is vis en hout genoeg, als we het beter managen. Onmogelijk? Misschien. Maar doorgaan is geen optie. Daarom zeg ik: de toekomst wordt bepaald door de keuzes die we maken.

De sleutel die op het slot past is al millennia bekend. Het kapitalisme is in zijn valkuil gelopen, door de moraal van het verhaal uit het oog te verliezen. Dwaasheid prevaleert boven wijsheid. Het gaat er niet om producten te ontwikkelen die zoveel mogelijk geld aan de samenleving onttrekken, maar om producten op de markt te brengen die aan de kwaliteit van het samenleven bijdragen. Natuurlijke vijanden van de mens worden meer en meer door kunstmatige vijanden, de door de mens veroorzaakte crisissen vervangen.

Harry Ansems boek KOSMOPOLIS, De denkende planeet (p. 177):
Als de drie hoofdrichtingen in de Ruimte en Tijd als één vier-diemensionaal geheel worden opgevat, blijken de observaties van de ene waarnemer via een simpele draaiing – zij het in vier dimensies – over te gaan in de observaties van de andere. In de vierde dimensie wordt de waarnemer dus de waargenomene, en omgekeerd. De onderlinge verbanden tussen gebeurtenissen blijven hierbij behouden. Duidelijker kan supra-reflexie (spiegelsymmetrie) niet – althans voorlopig niet – omschreven worden. Ruimte en tijd verdwijnen in de schaduwen. Waarnemer en waargenomene kunnen van plaats verwisselen. Het ene individu kan exact hetzelfde zien en voelen als het andere individu. De ontwikkeling van het bewustzijn op aarde en wellicht ook in de kosmos verloopt duidelijk in één richting (arrow of time, Zeitpfeil), en wel naar hogere dimensies.

A diagram of Minkowski space, showing only two of the three spacelike dimensions:
In de natuurkunde en de wiskunde is de Minkowski-ruimte (of Minkowski-ruimtetijd) de ruimtetijd waarin Einsteins speciale relativiteitstheorie is geformuleerd. In deze context worden de drie gewone ruimte-dimensies gecombineerd met één enkele tijds-dimensie tot een vier-dimensionale variëteit die de gehele ruimtetijd voorstelt. De Minkowski-ruimte is genoemd naar de Duitse wiskundige Hermann Minkowski.

Op de achterzijde van het boek WDNKW staat de tekst: “Wie een reis maakt naar de spirituele binnenkant, komt oog in oog te staan met het onzegbare, het Heilige”.
Fred Matser (p. 253): Er bestaat een blauwdruk voor alle vormen van schepping in ons eindige universum, een blauwdruk die tevens verklaart hoe ze op elkaar inwerken. Als we ervoor kiezen ons open te stellen voor het Oneindige, kunnen we een totaal ander bewustzijn ervaren.

Erwin Schrödinger knows that this statement is open to misconception and tries to clarify it. The main principle involved with "order-from-disorder" is the second law of thermodynamics, according to which entropy only increases. Schrödinger explains that living matter evades the decay to thermodynamical equilibrium by feeding on negative entropy.

Ervin Laszlo boek Kosmische Visie Wetenschap en het Akasha-veld (p. 35):
De fysicus Erwin Schrödinger heeft erop gewezen dat elementaire deeltjes in de kwantumtoestand niet in een individueel gedefinieerde toestand verkeren, maar collectieve toestanden bezetten, en dat die toestanden altijd intrinsiek met elkaar ‘verstrengeld’ zijn.

Bij leven gaat het om de entelechie van Aristoteles, de emergente eigenschap zelfgelijkvormigheid. Elke nanoseconde veranderen wij bewust of onbewust de wereld. Door in verbinding te blijven met het zelforganiserend principe, de negentropie, de blauwdruk van het leven is het mogelijk de chaos te bedwingen. In Prigogines ogen was de tijd van de zekerheden definitief voorbij. Meer nog, hij zag onzekerheid als een bron van rijkdom. Daarmee demonstreerde hij een rotsvast geloof in de kracht van de mens. Net zoals Karl Popper noemde hij zich de waarschijnlijk meest optimistische pessimist.

====

Levensatoom en Atoom (Non-lokaal bewustzijn, Aether en Ether, Wederkerigheid)

Eliphas Levi: De logos van God is de openbaarder van de mens, en de logos (het woord) van de mens is de openbaarder van God.
De aanroep van Annie Besant:
O Verborgen Leven, trillend in elk atoom;
O Verborgen Licht, stralend in ieder wezen;
O Verborgen Liefde, alles omvattend in Een Zijn;
Moge ieder die zich een voelt met U,
Zich daarom een weten met elk ander.
Annie Besant Bewustzijn en leven zijn identiek, twee namen voor het zelfde, beschouwd van het innerlijke en uiterlijke standpunt. Er is geen leven zonder bewustzijn; er is geen bewustzijn zonder leven ...
Jan Börger: De Basis van alle cultuur is de ether, d.w.z. de eenheden voorzich gedacht en de eenheden in-een gedacht en dat tegelijkertijd.
Onzekerheidsprincipe
Er is geen einde, geen begin, wat is dat was en zal ook tot in alle eeuwigheden zijn.
Het heelal is koud en veel te groot. Wij bouwen een huis in de lucht, ons roepen slaat dood in lichtjaren ver.
Wij bouwen een wereld onder de grond, zoeken de zin van ons zijn in iets wat niet is waar te nemen.
Kijk, het jonge poesje speelt, het kind lacht, een vrouw streelt, vogels trekken op hun tijd.
Atze van Wieren

De kwintessens van het verhaal is dat om een duurzame samenleving te creëren er maar een pedagogische hoofdroute is. Er is een radicale ommekeer in het denken nodig om ons weer met de oerbron te verbinden. Met het inzicht dat het 5Ddenkraam ('5D-concept en Ether-paradigma') biedt is het wel mogelijk de levenscycli op aarde beter te beheersen. Het geeft aan op welke wijze synthese, het 1 + 1 = 3 kan worden bereikt. Het accent ligt in het rapport ‘E i V’ niet specifiek op het systeemdenken, de levenscycli op aarde, maar op het 5e element, de blauwdruk achter de levenscycli. De teloorgang van de materiële wereld kan door de geestelijke wereld, het integrale denken (kringloopdenken) worden opgelost. De imaginaire 5e dimensie draait om het bewustzijn van het bewustzijn, het meta-bewustzijn, het universeel bewustzijn, het non-lokaal bewustzijn. Maar dat we de éne werkelijkheid volledig kunnen beheersen zal altijd een illusie blijven.

Derde Weg, Sutratman door het snijpunt van de kwalitatieve en kwantitatieve as symboliseert de vereniging van de Immanente, individuele ziel met de Transcendente, Universele ziel. Roberto Assagioli spreekt in dit kader over de relatie tussen het bewuste zelf en het hogere Zelf.
De onbalans op aarde wordt verkleind door bewust voor het symbool van de verticale as (Axis mundi, het zevenvoudige pad) door het midden van het Ei van Assagioli, de zelfrealisatie van Maslow te kiezen.

Sutratman toont de verticale as, de verborgen 5e dimensie, het 5D-concept (Ether-paradigma).

Het samenbundelende principe de grens van een grens dat door Amanda Gefter op p. 349 wordt verwoord komt verdacht veel met de drie manifestaties van fohat - eenheid van alle eenheden DGL Deel I p. 467) of eenheid van eenheden DGL Deel I p. 698) of eenheid weerspiegeld in alle eenheden en elke eenheid DGL Deel II p. 668) - overeen. Het trekken van een grens op aarde is mensenwerk.

De eindconclusie van Amanda Gefter is dat we allen in ons eigen referentiekader leven en daardoor komt opnieuw de discussie centraal te staan vanuit welk referentiekader wordt beoogd Probleem en Oplossing ('Zaaien en Oogsten') met elkaar te verbinden.

Het referentiekader, het 5Ddenkraam van de evolutionaire 'Bewustzijnsschil' en het gezichtspunt van de Unificatietheorie hebben vrijwel dezelfde uitkomst als het boek In Einsteins achtertuin van Amanda Gefter opgeleverd. Het 5Ddenkraam is op het oeroude ether-paradigma gebaseerd.

Of met andere woorden de mensheid bestaat uit goede en minder goede acteurs in een groot rollenspel. Er is wereldwijd behoefte het spel beter te leren spelen en broederschap te bevorderen. Hoe richten wij onze levensenergie (libido, levenskracht, oerbron, levensbron, astraallichaam)? We zijn het in eerste instantie zelf om de in het universum aanwezige vrije energie (ether, antahkarana) vorm en inhoud te geven. Het spreekt voor zich dat dit een zeer heikel punt is voor de wetenschap.

In 1999 John Horgan followed up The End of Science with The Undiscovered Mind: How the Human Brain Defies Replication, Medication and Explanation, which critiques neuroscience, psychoanalysis, psychopharmacology, evolutionary psychology, behavioral genetics, artificial intelligence and other mind-related fields. For his 2003 book Rational Mysticism,[6] he profiled a number of scientists, mystics, and religious thinkers who have delved into the interface of science, religion and mysticism. He presents his personal impressions of these individuals and a sometimes controversial analysis of their contributions to rational mysticism and the relationship between religion and science.

Om de evolutionaire kringloop van het universum waarin wij nu leven te illustreren maakt de theosofie van zeven ronden en zeven rassen, negenveertig vuren (krachten), de zevenvoudige ladder van goddelijk bewustzijn gebruik. Amanda Gefter (p. 495) heeft het over terugkeren, aufheben volgens Hegel. Vergelijkbare metaforen om de evolutie te duiden zijn zelfreinigend vermogen (catharsis), innerlijke ommekeer, pelgrimage, jakobsladder, levensladder, zevende poort en zeven hemelen. De ladder staat symbool voor de innerlijke verbinding met God en hangt met de altijd onzichtbare, eeuwige en absolute ENE LEVEN samen.

Evolutiebioloog Richard Dawkins bestempelt religie als een culturele virusinfectie, die met man en macht dient te worden bestreden.
Dawkins gooit echter het kind met het badwater weg en ziet niet in dat spiritualiteit juist de sleutel voor de oplossing is. De 'natuurlijke selectie', datgene dat in het collectieve onbewuste plaatsvindt veroorzaakt het irrationele gedrag. Voor de mens is het mogelijk de onzichtbare creatieve beeldkracht (actieve imaginatie) op de zes gezichtspunten (darshana’s) af te stemmen en daarmee de 'natuurlijke selectie' zichtbaar te maken.

Het eigenlijke denken vindt plaats op het snijvlak, de schakel tussen de binnenwereld en de buitenwereld, tussen verleden en toekomst in het nu, tussen het individuele en het universele, dialectische bewustzijn, in de psyche de schakel tussen lichaam en geest.

De oplossing van het vraagstuk waarmee de bewustzijnsevolutie of de natuurwet van cyclisch, evolutionair scheppen zich bezig houdt is al millennia bekend. De wisselwerking tussen geest en materie is een medaille met twee kanten, waarop zowel de bewustzijnsevolutie (optie de hypothese Zelf-eon van Jean Charon) als de evolutietheorie van Darwin van toepassing zijn. De bewustzijnsevolutie, de ziel, de kern van de mens heeft op de absolute ‘Ruimte en Tijd’ (macrokosmos) betrekking, daarentegen de evolutietheorie op de relatieve ‘Ruimte en Tijd’ (microkosmos). De kwintessens van dit verhaal draait echter om survival of the fittest. Het dilemma van het leven ligt besloten in: Waar kiezen we nu voor? Het brengt de kwintessens, de moraal van dit verhaal tot uitdrukking. Het is de bindende factor tussen individu en collectiviteit, tussen de microkosmos en de macrokosmos. Politici komen er eindelijk achter dat meerwaarde creëren moeilijker is dan elkaar op een prettige manier fêteren. Het is met name religie, het morele kompas, dat van oudsher de zingeving van het leven beoogt te beantwoorden. Het biedt een oplossing voor de ‘dikke-ik mentaliteit’. Al betekent dit niet dat religieuze dogma’s niet ter discussie kunnen worden gesteld.

Het boek Het spiegelende brein van Marco Iacoboni biedt een belangrijk houvast om te laten zien hoe de verschillende zienswijzen van Lao Zi, Heraclitus, Pythagoras, Plato, Jezus, Hegel, Spinoza, Blavatsky, Nietzsche, Jung, Assagioli, Goethe, Richard Wilhelm, Heidegger, Wittgenstein, Rudolf Steiner, Sri Aurobindo, Krishnamurti, Foucault, Habermas, Ken Wilber en Sacks in het rapport ‘E i V’ met elkaar samenhangen.

Hoofdroute, Universeel model, kringloop:

Pythagoras:Boeddhisme:Friedrich Nietzsche:Carl Jung:A. P. Fiske:
1. Monade4. ‘Gulden Middenweg’, beëindigen van ‘lijden’ZarathustraArchetype (Unus Mundus)Gemeenschapsmodel
2. Duade3. Beëindiging van ‘lijden’ÜbermenschGroeiGelijkheidsmodel
3. Triade2. Ontstaan van ‘lijden’Wil tot macht‘Dubbele natuur’, aanpassingAutoriteitsmodel
4. Tetrade1. Het ‘lijden’Eeuwige terugkeerEnantiodromie (Homeostase)Marktmodel

Het typologisch model van Jung, het meervoudig brein-model van Herrmann, het model van leerstijlen van Kolb en de roos van Leary (en wellicht nog andere modellen) lijken ergens allemaal op elkaar. Voor de wetenschap is het thema ‘Wederkerigheid' en 'Synchroniciteit’ een hot item. Er is niets nieuws onder de zon. Wat wel vernieuwt is de tijdgeest. De vorm verandert maar niet de inhoud (leegte - De achttien manieren om het begrip ‘leegte’ te beschrijven zijn:*).

Marco Iacoboni verwijst in zijn boek Het spiegelende brein in het hoofdstuk Hersenpolitiek (p. 210) naar het onderzoek van Alan Fiske. Alan betoogt dat deze vier elementaire relationele structuren en hun varianten de basis vormen voor alle sociale relaties onder alle mensen in alle culturen.
p. 127: Filosofische en ideologische posities die met name in onze westerse cultuur gangbaar zijn hebben ons blind gemaakt voor de fundamenteel intersubjectieve (Jurgen Habermas) aard van onze hersenen.
p. 128: Met het experiment van Jonas was aangetoond dat spiegelneuronen coderen voor meerdere ‘ik-geralateerde’ prikkels en werd bevestigd dat ze een belangrijke rol vervullen bij zelfherkenning (en bovendien bij een tamelijk abstracte manifestatie van het zelf).
p. 129: Samen met de theoretische beschouwingen uit het begin van dit hoofdstuk doen al deze gegevens vermoeden dat spiegelneuronen van belang zijn voor mijn analogie van de medaille met de twee zijden, waarin de ene zijde het zelf is en de andere zijde … eh… de ander.

A. P. Fiske gaat er van uit dat alle sociale gedrag van mensen kan worden verklaard aan de hand van vier fundamentele modellen (rechter kwadrant).
Het gemeenschapsmodel gaat uit van herkenbare groepen waarbinnen mensen elkaar als gelijke zien en vooral hun overeenkomsten benadrukken en niet hun individuele identiteiten. Het autoriteitsmodel is gebaseerd op het feit dat mensen geordend zijn volgens een bepaalde hiërarchische sociale dimensie, zoals leeftijd, expertise of formele macht. Binnen het gelijkheidsmodel streven mensen naar de balans in de verhoudingen, waarbij ze scherp in de gaten houden hoever de relatie uit balans is. Het marktmodel is gebaseerd op proportionaliteit binnen sociale relaties, waarbij mensen alle relevante aspecten reduceren tot kwantificeerbare grootheden, meestal geld.

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld
Hoofdstuk 1 Hoe ver reikt onze kennis?, Theorieën van alles – en niets? (p. 16):
De fysici zouden echter nog ontdekken dat kwantisatie, golf/deeltje-dualiteit en de intieme relatie tussen de waarnemer en het waargenomene slechts het topje van de ijsberg vormden die de kwantumwereld is.
21: In de kwantumfysica geldt dat de gravitatiekracht wordt overgedragen door een deeltje met een massa nul, het graviton. De ontdekking dat het laagste trillingsgetal van snaren zo’n deeltje beschrijft, was een krachtige stimulans voor de zich ontwikkelende theorie.

Het atoommodel kan als symbool worden gebruikt om te illustreren hoe de energiebron (kwantumverstrengeling) kan worden bereikt. In het atoommodel van Bohr houden de elektronen van een atoom zich op in zeven schillen rondom de kern (Periodiek systeem/Elektronenconfiguratie), die een verschillend energieniveau hebben. Negatief geladen elektronen houden de positief geladen protonen in evenwicht.
Wanneer chemische elementen gerangschikt worden volgens hun atoommassa openbaart zich een periodiciteit in de eigenschappen (In werkelijkheid gaat het niet zo zeer om de atoommassa maar om het atoomnummer, maar de atoomnummers waren in de tijd van Mendelejev nog niet bekend. Voor de ordening maakt dat echter weinig verschil).

’Neurogenese’ is de benaming voor het ontstaan van nieuwe neuronen (zenuwcellen) bij volwassen zoogdieren en vogels.Voor (bio)fotonen geldt hetzelfde als voor neutronen, moleculen, synapsen, gedachten en gevoelens ze verschijnen en verdwijnen. Een neurotransmitter is een molecuul dat wordt gebruikt voor de signaaloverdracht tussen zenuwcellen in het zenuwstelsel. De plek waar deze signaaloverdracht plaatsvindt heet een synaps. Een synaps is een verbinding tussen twee neuronen waardoor een impuls kan worden overgedragen. De kip-en-eivraag is nog steeds actueel.

De causale snaartheorie komt een stapje verder wanneer wetenschappers bereid zijn met de acausale, de geestelijke keerzijde van de medaille rekening te houden.
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

De Geheime Leer, Deel I De maskers van de wetenschap (p. 563):
‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (zeropoint source, het neutrale centrum, eros = fohat = levensatoom).

De Geheime Leer Deel II hoofdstuk De rassen met het ‘derde oog’ (p. 339):
Maar op een heel andere manier dan zoals Haeckel het voorstelde, als een ‘evolutie door natuurlijke selectie in de strijd om het bestaan’ (‘Pedigree of Man’, ‘Sense Organs’, blz. 335). Het is totaal ontoereikend om de mooie combinatie van aanpassingen die in het oog aanwezig is, te verklaren op basis van alleen de ‘warmtegevoeligheid van de huid’ voor hypothetische lichtgolven. Bovendien is al eerder aangetoond dat ‘natuurlijke selectie’ een zuivere mythe is, als hieraan de oorsprong van de variaties wordt toegeschreven (zie hieronder, Afdeling III, over darwinistische mechanische veroorzaking); omdat het ‘overleven van de geschiktsten’ pas kan plaatsvinden nadat er bruikbare variaties en verbeterde organismen zijn ontstaan. Waar kwamen de ‘bruikbare variaties’ vandaan die het oog ontwikkelden? Alleen uit ‘blinde krachten . . . zonder doel en zonder plan?’ Deze redenering is kinderachtig. De ware oplossing van het mysterie is te vinden in de onpersoonlijke goddelijke wijsheid, in de VERBEELDINGSKRACHT ervan – weerkaatst door de stof.

Elektronenconfiguratie:
De Geheime Leer Deel II, Stanza 3 Pogingen tot het scheppen van de mens (p. 87):
Want in de heilige sloka’s wordt gezegd:
De stralende draad die onvergankelijk is en slechts in nirvana oplost, komt daaruit ongeschonden weer tevoorschijn op de dag waarop de Grote Wet alle dingen tot werkzaamheid terugroept. . . .
De monaden die in deze lege SCHILLEN incarneerden, bleven even onbewust als toen zij van hun vroegere onvolledige vormen en voertuigen waren gescheiden.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het Pythagorische tiental (p. 713):
Wanneer men de scheikundige elementen volgens hun atoomgewicht in groepen rangschikt, zal men ontdekken dat ze een reeks vormen van groepen van zeven; het eerste, tweede, enz., lid van elke groep vertoont in al zijn eigenschappen een sterke analogie met het overeenkomstige lid van de volgende groep.

Het factorgetal (factorelement) zeven en de Periodiek systeem/Elektronenconfiguratie.
In het rapport 'E i V' draait het niet om de atoommassa, maar om de zeven schillen.

In zijn boek Nulpunt Revolutie past Benjamin Adamah het griekse begrip aion toe.
Gerrit Teule werkt in zijn boek Wat Darwin niet kon weten de eonische hypothese van Jean Emile Charon uit.
Om de fenomenen aion en eon te duiden maken zowel Adamah als Teule van negentropie (negatieve entropie) die orde schept uit de chaos gebruik.
Wat betreft Quantum Electro Dynamics (QED) refereert Gerrit Teule met name aan de kernfysicus Lawrence Fagg.

Charon laat zien, dat het aannemen van de mogelijkheid van eonische tijdruimten, samen met de zwaartekrachtruimte functionerend in een vijfdimensionaal universum, cruciaal is voor het begrip van geest en bewustzijn (Gamma, september 2009, p. 62).
Het rapport ‘E i V’ maakt, net als Gerrit Teule gebruik van twee tijdruimten, die door de imaginaire 5e dimensie worden gescheiden. Tegenover de gemanifesteerde zwaartekracht tijdruimte (de tijdruimte van de relativiteitstheorie, waarin wij leven) staat de ongemanifesteerde eonische (Aions - Aeonen - Eonen) tijdruimten.

Joy Mills boekje Levende metaforen van wijsheid (p. 9):
De Franse kernfysicus Jean Charon, die Einsteins theorie verder heeft uitgewerkt met het doel een nieuwe eenheidstheorie voor alle fysieke verschijnselen te ontdekken, heeft opgeroepen tot een ‘neo-gnostieke kosmologie’ die een, wat hij noemt ‘geestelijke ruimte-tijd naast de conventionele stoffelijke ruimte-tijd’ zal erkennen. In zijn boekje The Unknow Spirit, stelt Charon: ‘… Er is geen beschrijving van de materie mogelijk zonder de tussenkomst van de geordenende werking die van de Geest uitgaat.’
14: In de The Unknow Spirit stelt Jean Charon, dat naar analogie (en hij geeft hiervan een zorgvuldige analyse uit de hedendaagse fysica) het elektron staat voor het geestelijke als datgene wat structuur geeft aan de materie en dat men daarom kan zeggen dat het elektron zekere geestelijke eigenschappen bezit die hij als viervoudig omschrijft: overpeinzing, kennis, liefde en daadkracht.

Wies Kuiper van de Theosofische Vereniging symposion Geroepen door het Wereldhart
In de media wordt steeds gesproken van een ecologische crisis en men wil daar, vanuit menselijk gezichtspunt, van alles aan doen. Het is echter belangrijk te beseffen dat wij vanuit de geestkern van de aarde, van de wereld, misschien zelfs vanuit de kosmische gedachte, zouden moeten werken. Dat is het heikele punt: hoe weten wij, hoe kennen wij die gedachte? Het zou toch een eerste vereiste moeten zijn dat we zouden luisteren naar wat de patiënt, de aarde, als levende entiteit vanuit haar diepe geestelijke kern ons hierover kan leren.
Je zou je kunnen voorstellen dat we met het Wereldhart het hoogste kosmische principe bedoelen. Via de kern van de mens, zijn atmische principe, is de mens daarmee verbonden en kan als zodanig natuurlijk die roep horen en verstaan, want er is een directe lijn van het Wereldhart naar het mensenhart, naar zijn hoogste gebieden.
De roep van het wereldhart zit op een hoge frequentie en die moet als het ware getransformeerd worden naar een lagere frequentie, vóórdat het door het menselijk oor gehoord kan worden. Er is een innerlijke schakel mogelijk tussen die beide gebieden, in het Sanskriet het antahkarana genoemd. Hoe maken we in onszelf de lijn open, zodat we in contact met het Wereldhart kunnen komen?
Valentinus, een gnosticus uit het begin van de tweede eeuw van onze jaartelling zegt: Zelfkennis is Godskennis. Het gaat niet om intellectuele kennis, maar om kennis van het hart. Met die zelfkennis wordt het kennen van het eigen inwonende hoogste beginsel bedoeld, het atmische gebied, waarin de mens één is met, of raakt aan, het Leven zelf, ofwel het Wereldhart.

De Geheime Leer Deel I Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 137/138):
Elk wezen moet door eigen ervaring het recht hebben verkregen om goddelijk te worden. Hegel, de grote Duitse denker, moet deze waarheid hebben gekend of intuïtief hebben aangevoeld, toen hij zei dat het Onbewuste het Heelal slechts ontwikkelde ‘in de hoop een helder zelfbewustzijn te bereiken’, met andere woorden, om MENS te worden; want dit is ook de geheime betekenis van de veel gebruikte zin uit de Purana’s, dat Brahma voortdurend wordt ‘bewogen door de begeerte om te scheppen’. Dit verklaart ook de verborgen kabbalistische betekenis van het gezegde: ‘De adem wordt een steen; de steen een plant; de plant een dier; het dier een mens; de mens een geest; en de geest een god.’ De uit het denkvermogen geboren zonen, de rishi’s, de bouwers, enz. waren in andere werelden en in de voorafgaande manvantara’s allen mensen – van welke vorm en gedaante ook.
Omdat dit onderwerp zo bijzonder mystiek is, is het erg moeilijk het in al zijn details en verbanden uit te leggen, omdat het hele mysterie van de schepping door evolutie erin besloten ligt. Een paar zinnen ervan herinneren levendig aan overeenkomstige zinnen in de Kabbala en aan de gezegden van de koning-psalmist (Ps. 104). Beide zeggen namelijk over God, dat hij de wind tot zijn boodschapper maakt en ‘vlammend vuur’ tot zijn dienaren. Maar in de esoterische leer wordt dit figuurlijk bedoeld. De ‘vurige wind’ is het gloeiende kosmische stof, dat slechts magnetisch de leidende gedachte van de ‘scheppende krachten’ volgt, zoals ijzervijlsel de magneet. Toch is dit kosmische stof iets meer, want ieder atoom in het Heelal heeft de mogelijkheid van zelfbewustzijn in zich en is, evenals de monaden van Leibnitz, een Heelal op zichzelf en voor zichzelf. Het is een atoom en een engel.
De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 258/259):
(a) ‘Wanneer de ENE twee wordt, verschijnt het drievoud’: namelijk, wanneer het Ene Eeuwige zijn weerspiegeling laat vallen in het gebied van de manifestatie, dan wordt het ‘water van de Ruimte’ door die weerspiegeling, ‘de straal’, gedifferentieerd; of, in de bewoordingen van het ‘Dodenboek’: ‘De Chaos eindigt door de glans van de straal van het oorspronkelijke licht, dat met behulp van de grote magische kracht van het WOORD van de (centrale) zon alle duisternis verdrijft.’ De Chaos wordt mannelijk-vrouwelijk, het water wordt voortgebracht door het licht, en het ‘drievoudige wezen komt als zijn eerstgeborene tevoorschijn’. ‘Osiris-Ptah (of RA) schept zijn eigen ledematen (zoals Brahma), door de goden te scheppen die zijn bestemd om tijdens de cyclus zijn fasen te verpersoonlijken’ (xvii, 4). De Egyptische Ra, die uit de DIEPTE tevoorschijn komt, is de goddelijke universele ziel in haar gemanifesteerde aspect, en hetzelfde geldt voor Narayana, de purusha, ‘verborgen in akasa en aanwezig in de ether’.
De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 265/266):
(a) De uitdrukking ‘door de zeven werelden van maya’ heeft hier betrekking op de zeven bollen van de planeetketen en de zeven ronden of de 49 fasen van actief bestaan, die de ‘vonk’ of monade vóór zich heeft bij het begin van elke ‘grote levenscyclus’ of manvantara. De ‘draad van fohat’ is de eerder genoemde levensdraad.
266: Wat is die ‘vonk’, die ‘aan de vlam hangt’? Het is JIVA, de MONADE, in verbinding met MANAS, of liever met het aroma ervan – dat, wat van elke persoonlijkheid overblijft, wanneer deze het waardig is, en wat door de levensdraad is verbonden met atma-buddhi, de vlam. Hoe men de mens ook verklaart, en in hoeveel beginselen hij ook wordt verdeeld, men kan gemakkelijk aantonen dat deze leer wordt ondersteund door alle oude religies, van de vedische tot de Egyptische, van de zoroastrische tot de joodse. Bij de laatstgenoemde leveren de kabbalistische boeken overvloedig bewijs voor deze bewering. Het hele kabbalistische getallenstelsel is gebaseerd op het goddelijke zevenvoud dat aan de triade hangt (en zo de decade vormt) en haar permutaties 7, 5, 4 en 3, die tenslotte alle in het ENE opgaan: een eindeloze en grenzeloze cirkel.
‘De godheid (de altijd onzichtbare Tegenwoordigheid)’, zegt de Zohar, ‘manifesteert zich door de tien sephiroth, die haar stralende getuigen zijn. De godheid is als de zee waaruit een stroom vloeit, WIJSHEID genaamd, waarvan de wateren uitmonden in een meer dat Intelligentie heet. Uit het bekken ontspringen de zeven sephiroth, als zeven kanalen. . . . Want tien is gelijk aan zeven: de decade bevat vier eenheden en drie tweevouden.’ De tien sephiroth komen overeen met de ledematen van de MENS. ‘Toen ik Adam Kadmon vormde’, laat men de Elohim zeggen, ‘schoot de geest van het Eeuwige uit zijn lichaam als een bliksemflits, die zich onmiddellijk verspreidde op de golven van de zeven miljoen hemelen, en mijn tien gloriën waren zijn ledematen.’ Maar men kan noch het hoofd noch de schouders van Adam Kadmon zien; daarom lezen wij in de Sephra Dzenioutha (het ‘Boek van het verborgen mysterie’):
289/290: Nu de wetenschap de gevolgen heeft ontdekt, moet zij hun PRIMAIRE oorzaken vinden; zij kan dit nooit zonder de hulp van de oude wetenschappen: alchemie, occulte plantkunde en natuurkunde. Er wordt ons geleerd, dat elke fysiologische verandering en ook pathologische verschijnselen, ziekten – ja, het leven zelf – of liever de objectieve levensverschijnselen, voortgebracht door bepaalde toestanden en veranderingen in de weefsels van het lichaam, die het leven toestaan en dwingen in dat lichaam te functioneren – dat dit alles is toe te schrijven aan die ongeziene SCHEPPERS en VERNIETIGERS, die zo slordig en algemeen microben48 worden genoemd. Onderzoekers zoals Pasteur zijn de beste vrienden en helpers van de vernietigers en de ergste vijanden van de scheppers – als de laatste niet tegelijk ook vernietigers waren. Hoe het ook mag zijn, één ding staat vast: de kennis van deze primaire oorzaken en van het diepste wezen van elk element, van zijn levens, hun werking, eigenschappen en voorwaarden voor verandering – vormt de grondslag van de MAGIE. In de laatste eeuwen van het christelijke tijdperk was Paracelsus misschien de enige occultist in Europa die ervaring had met dit mysterie. Als er niet op misdadige manier een einde aan zijn leven was gemaakt, jaren vóór de hem door de Natuur gegunde tijd, zou de fysiologische magie minder geheimen hebben voor de beschaafde wereld dan nu het geval is.
48) Men zou kunnen veronderstellen dat deze ‘vurige levens’ en de microben van de wetenschap dezelfde zijn. Dit is niet zo. De ‘vurige levens’ zijn de zevende en hoogste onderafdeling van het gebied van de stof, en komen bij het individu overeen met het Ene Leven van het Heelal, maar alleen op dat gebied. De microben van de wetenschap zijn de eerste en laagste onderafdeling op het tweede gebied – dat van stoffelijk prana (of leven). Het stoffelijke lichaam van de mens ondergaat elke zeven jaar een volledige verandering van structuur, en zijn vernietiging en instandhouding zijn toe te schrijven aan de werking van de vurige levens, afwisselend als ‘vernietigers’ en als ‘bouwers’. Ze zijn ‘bouwers’ door zich op te offeren in de vorm van vitaliteit, om de verwoestende invloed van de microben tegen te gaan. Door de microben van het nodige te voorzien, dwingen zij hen onder die beperking het stoffelijke lichaam en zijn cellen op te bouwen. Ze zijn ook ‘vernietigers’, als die beperking wordt weggenomen en de microben bij gebrek aan opbouwende levenskracht vrij spel hebben als vernietigende krachten. Zo zijn tijdens de eerste helft van het leven van een mens (de eerste vijf perioden van elk zeven jaar) de ‘vurige levens’ indirect bezig met de opbouw van het stoffelijke lichaam van de mens; het leven is op de opgaande boog, en de kracht wordt gebruikt voor opbouw en vermeerdering. Als deze periode voorbij is, begint de tijd van teruggang, en terwijl de activiteit van de ‘vurige levens’ hun kracht uitput, begint ook het werk van vernietiging en vermindering.
Hier kan men een overeenkomst constateren tussen kosmische gebeurtenissen bij het neerdalen van de geest in de stof tijdens de eerste helft van een manvantara (zowel planetair als menselijk) en zijn opstijgen ten koste van de stof in de tweede helft. Deze beschouwingen hebben alleen betrekking op het gebied van de stof, maar de remmende invloed van de ‘vurige levens’ op de laagste onderafdeling van het tweede gebied – de microben – wordt bevestigd door het in de voetnoot over Pasteur (zie hierboven) genoemde feit dat de cellen van de organen, als ze niet voldoende zuurstof vinden, zich aan die toestand aanpassen en fermenten vormen, die door het onttrekken van zuurstof aan substanties waarmee ze in aanraking komen, deze vernietigen. Het proces begint dus met één cel die haar buurvrouw berooft van de bron van haar vitaliteit wanneer daarvan onvoldoende beschikbaar is; en de zo begonnen vernietiging gaat gestaag verder.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 8 Leven, kracht of zwaartekracht (p. 588):
7) Dit betekent niet dat elke struik, boom of steen God of een god is, maar alleen dat elk stofje van het gemanifesteerde materiaal van de Kosmos behoort tot en de substantie is van ‘God’, hoe diep het ook mag zijn gevallen in zijn cyclische kringloop door de eeuwigheden van het altijd worden; en ook dat elk van die stofjes individueel, en de Kosmos collectief, een aspect is van en een herinnering aan die universele Ene Ziel – die de filosofie weigert God te noemen, waardoor zij de eeuwige en altijd aanwezige wortel en essentie beperkt.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 627):
De hedendaagse natuurkunde heeft, toen zij aan de Ouden haar atoomtheorie ontleende, één punt, het belangrijkste van de leer, vergeten; daarom kreeg zij alleen de schil en zal nooit tot de kern kunnen doordringen. Zij liet, toen zij de fysieke atomen overnam, het veelbetekenende feit buiten beschouwing dat van Anaxagoras tot Epicurus, de Romein Lucretius en tenslotte zelfs tot Galileo, al die filosofen min of meer in BEZIELDE atomen geloofden, niet in onzichtbare deeltjes van zogenaamde ‘redeloze’ stof. Volgens hen werd een draaiende beweging opgewekt door grotere (lees meer goddelijke en zuivere) atomen die andere atomen naar beneden trokken, terwijl de lichtere gelijktijdig omhoog werden gestuwd. De esoterische betekenis hiervan is de eeuwig cyclische neergaande en opstijgende curve van gedifferentieerde elementen door intercyclische fasen van bestaan, totdat elk opnieuw zijn uitgangspunt of geboorteplaats bereikt.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden - Monaden en Atomen (p. 697):
Zoals een kegel zijn top in één punt heeft, en een loodlijn een horizontaal vlak slechts in één wiskundig punt snijdt, maar zich oneindig naar boven en naar beneden kan uitstrekken, zo bestaan de essenties van werkelijke dingen slechts als een punt in deze fysieke wereld van de ruimte; maar ze hebben een oneindige diepte van innerlijk leven in de metafysische wereld van het denken . . .’ (blz. 144).
Dit is de geest, de ware wortel van de occulte leer en het denken. De ‘geest-stof’ en de ‘stof-geest’ strekken zich in de diepte oneindig ver uit, en evenals ‘de essentie van de dingen’ van Leibniz, ligt onze essentie van de werkelijke dingen op de zevende diepte; terwijl de onwerkelijke en grove stof van de wetenschap en van de uiterlijke wereld aan het laagste einde van onze zintuigen ligt. De occultist kent de waarde of waardeloosheid van de laatstgenoemde.
700: Iedere monade weerspiegelt iedere andere. Iedere monade is binnen haar eigen sfeer een levende spiegel van het Heelal. En let hierop, want hiervan hangt de macht af die deze monaden bezitten, en hiervan hangt het werk af dat zij voor ons kunnen doen; terwijl zij de wereld weerspiegelen, zijn de monaden niet alleen maar passieve weerkaatsende werktuigen, maar spontaan zelfwerkend; zij brengen de beelden spontaan voort, evenals de ziel een droom. In iedere monade kan de adept daarom alles lezen, zelfs de toekomst. Iedere monade of elementaal is een spiegel die kan spreken . . .’

De Geheime Leer Deel II Stanza 2 Het begin van bewustleven (p. 35/36):
Elke wereld heeft haar moederster en zusterplaneet. Zo is de Aarde het geadopteerde kind en de jongere broer van Venus, maar haar bewoners hebben hun eigen aard . . . Alle bewuste voltooide wezens (volledig zevenvoudige mensen of hogere wezens) worden bij hun aanvang voorzien van vormen en organismen, geheel in harmonie met de aard en toestand van de sfeer die zij bewonen.’
De sferen van het Zijn of levenscentra, die afgezonderde kernen zijn die hun mensen en hun dieren voortbrengen, zijn talloos; niet één heeft ook maar enige gelijkenis met haar gezellin of met enige andere van haar eigen speciale nageslacht.’
Alle hebben een dubbele stoffelijke en geestelijke natuur.’
De levenskernen zijn eeuwig en altijddurend; de kernen periodiek en eindig. De levenskernen maken deel uit van het absolute. Het zijn de schietgaten van die zwarte onneembare vesting, die voor altijd is verborgen voor de blik van de mens of zelfs de Dhyani. De kernen zijn het licht van de eeuwigheid, dat daaruit ontsnapt.’
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 23 De upanishads in de gnostische literatuur (p. 641/642):
We moeten in elk mysterie dat allegorisch is geopenbaard, altijd naar meer dan één betekenis zoeken; vooral in die waarin het getal zeven en het product zevenmaal zeven of negenenveertig voorkomen. Wanneer (in Pistis Sophia) de rabbi Jezus door zijn discipelen wordt gevraagd hun ‘de mysteriën van het licht van uw (zijn) Vader’ te openbaren (d.i. van het hogere zelf, verlicht door inwijding en goddelijke kennis), antwoordt Jezus: ‘Zoekt gij naar deze mysteriën? Geen mysterie is hoger dan de geheimen die uw zielen naar het licht van de lichten zullen brengen, naar de plaats van waarheid en goedheid, naar de plaats waar mannelijk noch vrouwelijk is, noch vorm, maar alleen licht, eeuwigdurend en onuitsprekelijk. Niets is dus hoger dan de mysteriën die gij zoekt, behalve het mysterie van de zeven klinkers en hun negenenveertig krachten en de getallen daarvan; en geen naam is hoger dan al deze klinkers.’ De toelichting, sprekend over de ‘vuren’, zegt: ‘De zeven vaders en de negenenveertig zonen vlammen in de DUISTERNIS, maar ze zijn het LEVEN en LICHT en de voortzetting daarvan tijdens de grote eeuw.’
Het wordt nu duidelijk dat elke esoterische interpretatie van exoterische geloofsopvattingen die in allegorische vormen zijn uitgedrukt, hetzelfde gronddenkbeeld bevat – het grondgetal zeven (factorelement zeven), de samenstelling van drie en vier, voorafgegaan door de goddelijke DRIE (driehoek), wat het volmaakte getal tien geeft.
647/648: Maar wat het ook betekent in wetenschappelijke of in orthodoxe interpretaties, deze passage op blz. 259 verklaart de uitspraken van Narada op blz. 276 en toont aan dat ze betrekking hebben op exoterische en esoterische methoden en die tegenover elkaar stellen. Zo worden de samāna en de vyāna, hoewel ondergeschikt aan de prāna en de apāna, en alle vier aan udāna als het gaat om het verkrijgen van de prānāyama (voornamelijk van de hatha-yogi, of de ‘lagere’ vorm van yoga), toch de belangrijkste offers genoemd, want, zoals de commentator terecht stelt, hun ‘werkingen hebben meer praktisch belang voor de levenskracht’; d.w.z. ze zijn de grofste en worden geofferd om als het ware te verdwijnen in de eigenschap van duisternis van dat vuur of zijn rook (zuiver exoterische ritualistische vorm). Maar prāna en apāna, ook al worden ze als ondergeschikt voorgesteld (omdat ze minder grof of meer gezuiverd zijn), hebben het VUUR tussen zich; het zelf en de geheime kennis die dat zelf bezit. Dat geldt ook voor het goede en het kwade en voor ‘dat wat bestaat en dat wat niet bestaat’; tussen al deze ‘paren’10 is vuur, d.i. esoterische kennis, de wijsheid van het goddelijke ZELF. Laten degenen die tevreden zijn met de rook van het VUUR, blijven waar ze zijn, dat wil zeggen in de Egyptische duisternis van theologische verzinsels en dode-letter interpretaties.
10) Vergelijk met deze ‘paren van tegengestelden’ in de Anugītā, de ‘paren’ van aeonen in het uitgewerkte stelsel van Valentinus, de geleerdste en diepzinnigste meester van de gnosis. Evenals de ‘paren van tegengestelden’, mannelijk en vrouwelijk, alle zijn afgeleid van akâsa (onontwikkeld en ontwikkeld, gedifferentieerd en ongedifferentieerd, of ZELF of prajāpati), emaneren de ‘paren’ van mannelijke en vrouwelijke aeonen van Valentinus uit Bythos, de vooraf bestaande eeuwige diepte, en in hun secundaire emanatie uit Ampsiu-Ouraan (of eeuwigdurende diepte en stilte), de tweede logos. In de esoterische emanatie zijn er de voornaamste zevenparen van tegengestelden’; en zo waren er ook in het stelsel van Valentinus veertien of tweemaal zeven. Epiphanius, die onjuist kopieerde, ‘kopieerde één paar tweemaal’, denkt C.W. King, ‘en voegt zo één paar toe aan het juiste aantal, vijftien’. (The Gnostics, enz., blz. 263-4.) Hier vervalt King in de tegenovergestelde fout: er zijn niet 15 paren van aeonen (een sluier), maar 14, omdat de eerste aeon die is waaruit de andere emaneren, terwijl diepte en stilte de eerste en enige emanatie uit Bythos zijn. Zoals Hippolytus zegt: ‘De aeonen van Valentinus zijn ontegenzeglijk de zes radicalen van Simon (Magus)’, met de zevende, vuur, aan het hoofd. En deze zijn: denkvermogen, intelligentie, stem, naam, rede en gedachte, ondergeschikt aan vuur, het hogere zelf, of juist de ‘zeven winden’ of de ‘zeven priesters’ uit de Anugītā.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 2 De voorouders die de mens aan de wetenschap biedt (p. 763/764):
Dit thema ontwikkelt hij in zijn wonderbaarlijke lezing over de ‘perigenese van de plastidule, of de golfbewegingen van levende deeltjes’. Het is een verbetering van de theorie van Darwin over ‘pangenese’ en een verdere nadering, een voorzichtige beweging in de richting van ‘magie’. De eerstgenoemde is een vermoeden dat een bepaald aantal van de werkelijke en identieke atomen, die tot voorvaderlijke lichamen hadden behoord, ‘door hun nakomelingen generatie na generatie werden overgebracht, zodat wij letterlijk ‘vlees van het vlees’ van het oerwezen zijn, dat zich in de latere . . . periode tot mens ontwikkelde’ – verklaart de schrijver van A Modern Zoroastrian (in ‘Primitive Polarities’, enz.). De laatstgenoemde (het occultisme) leert (a) dat de levensatomen van ons (prâna) levensbeginsel nooit volkomen verloren gaan wanneer iemand sterft. Dat de atomen die het sterkst zijn doortrokken van het levensbeginsel (een onafhankelijke, eeuwige, bewuste factor) gedeeltelijk door de erfelijkheid worden overgebracht van vader op zoon, en gedeeltelijk weer worden samengebracht en het bezielende beginsel worden van het nieuwe lichaam in elke nieuwe incarnatie van de monaden. Want (b): evenals de individuele ziel altijd dezelfde is, zijn de atomen van de lagere beginselen (het lichaam, zijn astraal of dubbelganger, enz.) dat ook, omdat zij door verwantschap en de karmische wet altijd tot dezelfde individualiteit in een reeks van verschillende lichamen worden aangetrokken, enz.17.
17) (Zie ‘Transmigration of the Life Atoms’, Five years of Theosophy, blz. 533-539.) Het collectieve aggregaat van deze atomen vormt zo de anima mundi van ons zonnestelsel, de ziel van ons kleine heelal, waarvan ieder atoom natuurlijk een ziel, een monade, een klein heelal is, in het bezit van bewustzijn en dus van een geheugen. (Deel I, Afdeling 3, Goden, monaden en atomen.)
765: Nu oppert Haeckel, terwijl hij de theorie van Darwin wijzigt, ‘op een heel aannemelijke manier’, zoals de schrijver van de Modern Zoroastrian denkt, ‘dat niet de identieke atomen, maar hun bijzondere bewegingen en manier van aggregatie zo (door erfelijkheid) zijn overgebracht’.
Wanneer Haeckel of een andere wetenschapper meer wist over de aard van het atoom dan nu het geval is, zou hij de zaak niet op deze manier hebben verbeterd. Want hij zegt, in meer metafysische taal dan Darwin, precies hetzelfde. Het levensbeginsel of de levensenergie, dat alomtegenwoordig, eeuwig en onvernietigbaar is, is als noumenon een kracht en een beginsel, maar als verschijnsel bestaat het uit atomen. Het is een en hetzelfde, en ze kunnen niet als gescheiden worden beschouwd, behalve in het materialisme18.
18) In ‘De transmigratie van de levensatomen’ zeggen wij, om een standpunt dat maar al te vaak verkeerd wordt begrepen nader te verklaren: ‘Het is alomtegenwoordig . . . hoewel (op dit gebied van manifestatie) vaak in een sluimerende toestand – zoals in een steen. De omschrijving die zegt dat, wanneer het verband tussen deze onverwoestbare kracht en de ene groep atomen (moleculen hadden we moeten zeggen) wordt verbroken, deze kracht onmiddellijk door andere wordt aangetrokken, betekent niet dat zij de eerste groep volledig loslaat (omdat de atomen zelf dan zouden verdwijnen); maar alleen dat zij haar vis viva of levenskracht – de energie van beweging – naar een andere groep overbrengt. Maar uit het feit dat zij zich in de volgende groep manifesteert als dat wat kinetische energie wordt genoemd, volgt niet dat deze geheel aan de eerste groep wordt onthouden; want zij is er als potentiële energie of sluimerend leven nog in aanwezig’, enz. Wat kan Haeckel nu met zijn ‘niet identieke atomen, maar hun bijzondere beweging en manier van aggregatie’ anders bedoelen dan dezelfde kinetische energie, die wij hebben verklaard? Vóór hij deze theorieën ontwikkelde, moet hij Paracelsus hebben gelezen en Five Years of Theosophy hebben bestudeerd, zonder echter de leringen behoorlijk in zich op te nemen.
765/766: Verder verkondigt Haeckel over de atoomzielen nog iets, dat op het eerste gezicht even occult schijnt als de monade van Leibniz. Hij zegt: ‘De onlangs gevoerde discussie over de aard van de atomen, die we in de een of andere vorm als de uiteindelijke factoren in alle natuur- en scheikundige processen moeten opvatten, schijnt heel gemakkelijk te kunnen worden bijgelegd door aan te nemen dat deze heel kleine massa’s als krachtcentra een blijvende ziel bezitten, dat elk atoom gewaarwording en het vermogen om te bewegen heeft.’

Kies: LDAT Levende Deeltjes Atoom Theorie
Om een specifieke toestand in een kwadrant te beschrijven wordt van vier symbolen +, - (plus-min-spanning), nulpunt (snijpunt) en de lemniscaat gebruik gemaakt.
Om een energietoestand, een energieniveau (elektromagnetisme) te beschrijven maakt Paul Walrecht op zijn website ook van vier
symbolen - , +, 0 en ~ gebruik.
De betekenis van Albert Einsteins'Relativiteit.
Relativiteit kan men ook schrijven als -Relatie-Vis-Teit-Relatie = Samen, Vis = Levenkracht, Teit is Ontwikkeling.'
Kies: Psychiatrie Psychiatrie is een ziekte van de ziel.
Het elektrisch atoom model van Paul Walrecht beschrijft aggregatietoestanden. Dit model leent zich voor verder onderzoek.

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.