Deze filognostische presentatie is in aanbouw

5. Psychologie

Plato: Mens ken jezelf, en als je jezelf kent, ken je het geheim van de goden en van het universum.
Seneca: Slavernij wordt aan weinigen opgelegd, talrijk zijn diegenen die zichzelf dagelijks tot slaaf maken.
Spinoza: Toch worden harten niet door wapenen, maar door Liefde en Edelmoedigheid overwonnen.
Goethe: Zo werk ik aan ‘t razende weefgetouw van de tijd, en weef een levend kleed voor de godheid.
Julian Huxley: De mens is de evolutie, die zich van zichzelf bewust is geworden.
Escher: Vul niet uw leegte, maar leeg uw volte.
Prof. Perkamentus (Harry Potter): Veel meer dan onze talenten, zijn het onze keuzes die bepalen wie we werkelijk zijn.

Ken Uzelve (Zevende zintuig)

John Algeo Harry Potter en de dugpa
De bodhisattva, wiens essentie wijsheid is, is iemand die liefhebbend is, altruïstisch, vertrouwenwekkend en heel. De dugpa is iemand die zelfzuchtig is, een uitbuiter, angstig en gefragmenteerd. De Harry Potterboeken laten ons zien hoe we een bodhisattva moeten zijn, niet een dugpa – hoe we niet Voldemort moeten zijn, maar Harry Potter.
John Algeo De Vier Nobele Waarheden in Sprookjes
De vierde Nobele Waarheid van de Boeddha is dat er een manier is om een eind te maken aan het lijden, de pijn en de frustratie. Die manier is zijn Nobele Achtvoudige Pad, dat zich uitstrekt van een ‘juiste opvatting’ van de dingen (hetgeen betekent erkennen ‘dat het nu eenmaal zo is’) tot ‘juiste samadhi’. Samadhi is etymologisch een ‘samenstellen’ of een yoga. Tolkiens yoga is het beoefenen van fantasie. Door fantasie te beoefenen kunnen wij allemaal scheppers zijn, scheppers van ons eigen sprookje.
Het leven en de leringen van de Boeddha zijn een verhaal over ontsnapping aan de frustraties van onwetendheid, haat en hebzucht. Ze vormen een verhaal over de herontdekking van bewustzijn over de oorzaak van dingen. Zij zijn een verhaal met de troost van een eucatastrofe die leidt tot de verlichting van het nirvana. Zij zijn een model en door dat te volgen kunnen wij een wereld scheppen die wij niet op een andere manier ervaren hebben. In de wereld van onze ervaring is die wereld een fantasie. Maar voor het Ene Zelf van het universum is het de enige Realiteit.

De Ene Ring (Engels:The One Ring) is een fictieve ring uit In de ban van de ring van J.R.R. Tolkien. Het is de belangrijkste van de Ringen van Macht die Tolkien beschrijft en hij wordt de Ene Ring genoemd omdat hij de andere Ringen kan regeren.

De filosoof Emmanuel Lévinas noemt de ontmoeting met de Ander “een gebeurtenis”, zelfs “een fundamentele gebeurtenis”; het is het belangrijkste, het hoogst mogelijke wat kan worden beleefd. Lévinas laat zien dat het Ik niet zonder De Ander kan bestaan. Alleen als we De Ander leren kennen kunnen we onszelf leren kennen.

Het probleem van het ego is bij de definitie Unificatietheorie toegelicht.

Na het lezen van het artikel Autisme wereldreligies moet doorbroken in de Volkskrant van 18 oktober 2003 is met het verzamelen van informatie voor het rapport ‘E i V’ daadwerkelijk een begin gemaakt.
Autisten zijn niet asociaal. Ze leven in een andere werkelijkheid. En dat komt doordat hun informatieverwerkingssysteem is verstoord.

Het kompaskwadrant, biedt net als het enneagram, de psychologie van Carl Jung en van Roberto Assagioli, de I Ching (boek van Rudolf Ritsema, Stephen Karcher) een mogelijkheid om het zelfbewustzijn, de zelfkennis te verruimen. Het 5D-concept laat zien dat aan deze modellen hetzelfde balansmechanisme 'Zelfregulering en Creativethink' ten grondslag ligt. Uiteindelijk gaat het er om met behulp van deze methoden een niet dualistich bewustzijn te bereiken.

In de Volkskrant van 19 juni 2007 staat een interessant interview met Aaron Beck, de grondlegger van de cognitieve gedragstherapie. De psychoanalyse bevredigde Beck niet. Hij vond te weinig wetenschappelijk bewijs dat die werkte. Naast de psychoanalyse begon Beck te experimenteren met een therapie die was gericht op het hier en NU in plaats van op de jeugd, een therapie die probeerde een praktische oplossing te vinden voor de concrete problemen van patiënten en die zich concentreerde op de gedachten die aanleiding waren voor de ongewenste emoties, gedragingen en gevoelens.

Het NU staat tegenover de eeuwigheid. Het nu verbindt het verleden met de toekomst. Wanneer de volle aandacht op het nu wordt gericht, dan wordt het tijdloze ervaren.

W.T.S. Thackara Ken uzelf: De mens die evolueert:
Lucas heeft misschien de dubbelzinnigheid op die manier bewust gebruikt om beide betekenissen tot uitdrukking te brengen, die in de vergelijkbare ‘verborgen’ uitspraak van Jezus in Thomas openlijk worden verkondigd:

Jezus zei, ‘Wanneer zij die u leiden tegen u zeggen, ‘Kijk, het Koninkrijk is in de lucht’, dan zullen de vogels in de lucht u voorgaan. Als ze tegen u zeggen, ‘Het is in de zee’, dan zullen de vissen u voorgaan. Nee, het Koninkrijk is binnenin u, en het is buiten u. Wanneer u uzelf leert kennen, dan zult u ontdekken, en beseffen, dat u zelf een zoon van de levende Vader bent. – Gezegde 3
Een soortgelijke maar duidelijk meer verticale relatie wordt in de Bhagavad Gîtâ tot uitdrukking gebracht, waar Krishna Arjuna adviseert dat
een wijs persoon het zelf door het Zelf zou moeten verheffen; laat hij het Zelf niet verlagen; want het Zelf is de vriend van het zelf, en alleen het zelf is de vijand van het Zelf. Het Zelf is de vriend van de mens die zichzelf heeft overwonnen; . . . door het Zelf met het zelf te aanschouwen, is hij tevreden. – 6:5-6, 20

Bhâgavata Purâna: Het Bhāgavatam behoort tot de Vishnu-purāna's. Deze oude verhalen zijn speciaal geschreven voor de gewone man die niet zo abstract kan denken en hebben tot doel het geconditioneerd zijn van de mens door de materie, het bepaald zijn door de materiële wereld, te doorbreken door het verschaffen van speciale richtlijnen voor iedere maatschappelijke geleding (varna en āśrama) zodat men een meer geestelijk bepaald leven gebaseerd op dharma kan leiden.

Bhakti yoga: Traditioneel zijn er negen stadia in het proces van bhakti yoga (bhãgavata dharma). Als men een zuivere toegewijde wordt raakt men op het pad van de emancipatie stap voor stap bevrijd van de conditioneringen van de materiële wereld.

OCCULTE EN MYSTIEKE ORDES EN HET SEKTARISME:
In grote lijnen volgen de occulte en mystieke broederschappen de ideeën van de Griekse filosofen. Voor hen was godsdienst geen openbaring maar moest met de rede bevattelijk blijven. De mens als verschijnsel is een schakel in een keten van levende dingen. De mens net zoals het godsbegrip is niet het centrale gegeven zoals we dit kennen vanuit de godsdiensten. Het ‘Mens ken U zelve …’ en de ‘mens is de maat aller dingen’ (5) zijn de richtlijnen voor de broederschappen.

Gottfried de Purucker geeft in zijn boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel II, Hoofdstuk 48: Kortom, de leraar, de inwijder, leidt u binnenwaarts, zodat u uzelf kunt leren kennen – met andere woorden, zoals al werd aangegeven, hij waakt over en ziet toe op de groei en ontwikkeling van uw zich uitbreidende bewustzijn.
Gnw'qi seautovn, zeiden de Grieken: ‘Ken uzelf’, een gebod dat boven de tempel van Apollo in Delphi stond gegrift; deze opdracht bevat in twee woorden het hele geheim van inwijding en van de inwijdingen, omdat dit het pad omvat dat het zich uitbreidende bewustzijn in zijn groei volgt: ken uzelf.
Uzelf – wat is dat? Het is bewustzijn; het is ook het hart van het heelal. Uzelf, het zelf dat hetzelfde is in u en in mij en in alle anderen, dat tussen ons onderling niet verschilt. Het is het uiteindelijke zelf, de geestelijke overziel; en daarom is het het ene zelf, het hart van het heelal. Het is het bewustzijn in u dat eenvoudig zegt ‘ik ben’, en datzelfde bewustzijn is in mij en in alle anderen: in de leraar, in de chela’s van de leraren, in de leraren van de leraren, in de stille wachter van onze bovenaardse sfeer – dat overzelf is hetzelfde in alle entiteiten waaruit een hiërarchie bestaat.

Blavatsky, Deel III (456): Het Delphische gebod ‘Ken uzelve' schijnt in deze eeuw slechts voor weinigen te gelden.

De Tetrade, de lagere Tetraktys symboliseert de werkelijke schepping van het stoffelijke universum.

Pythagoras:Carl Jung,Een hoofdroute:5Ddenkraam:Inhoud 'E i V':
1. Monade4. Unus MundusArchetypenLemniscaat5.4 Ken uzelve
2. Duade3. Mysterium coniunctionusGroei (eenheid der tegendelen)Verticale as5.3 Synthese
3. Triade2. Persoonlijkheid Nr. 1 en Nr. 2‘Dubbele natuur’, aanpassingKwalitatieve as5.2 Archetypen
4. Tetrade1. Enantiodromie, Synchroniciteit (x)HomeostaseKwantitatieve as5.1 Voelen en Denken

(x) Joseph Jaworski, boek Synchroniciteit, Uitg Vrij Geestesleven 2005, ISBN 9060384628

Swabhâva. (Sanskriet). Een samengesteld woord dat is afgeleid van de wortel bhû, die 'worden' betekent - niet zozeer 'worden' in de passieve zin, maar meer iets 'worden', 'uitgroeien tot' iets. Het zogenaamde voornaamwoordelijke voorvoegsel swa betekent 'zelf'; daarom heeft het zelfstandige naamwoord de betekenis van 'zelf-wording', 'zelfvoortbrenging', 'zelf-groei' tot iets. Toch kunnen we niet zeggen dat het wezenlijke of fundamentele of integrale Zelf, hoewel dit voortdurend zijn eigen verheven pad van evolutie volgt, de veranderingen of fasen ondergaat die zijn voertuigen doormaken. Evenals de monaden, evenals het Ene, zendt het fundamentele Zelf - dat tenslotte praktisch hetzelfde is als de Ene Monadische Essentie - een straal van zichzelf omlaag in iedere organische entiteit, zoals ook de zon een straal van zichzelf in de omringende 'duisternis' van het zonneheelal zendt.
Swabhâva heeft twee algemene filosofische betekenissen: ten eerste, zelf-verwekking, zelf-voortbrenging, zelf-wording, waarbij de algemene gedachte is dat er in de natuur geen louter mechanische of zielloze activiteit bestaat die ons tot aanzijn brengt, want wij brachten onszelf voort, in en door de natuur, waarin we deel uitmaken van de bewuste krachten en daarom zijn we onze eigen kinderen. De tweede betekenis is dat iedere bestaande entiteit het resultaat is van wat ze werkelijk geestelijk is in haar eigen hogere natuur; ze brengt datgene voort wat ze zelf innerlijk is en niets anders. Een bepaald ras bijvoorbeeld is en blijft dat ras zolang het speciale ras-swabhâva in het ras-zaad blijft en zich aldus manifesteert. Hetzelfde is het geval met een mens, een boom, een ster, een god - en wat al niet!
Wat maakt dat een roos altijd een roos voortbrengt en geen distels of madeliefjes of viooltjes? Het antwoord is heel eenvoudig, maar zeer diepzinnig. Het komt door haar Swabhâva, de essentiële natuur in en van het zaad. Zijn Swabhâva kan alleen datgene voortbrengen wat het zelf is, zijn eigen essentiële karakteristiek, zijn eigen innerlijke natuur. Kortom, Swabhâva kan de wezenlijke individualiteit van iedere monade worden genoemd, die haar eigen kenmerken, kwaliteiten en type tot uitdrukking brengt door zelfgeleide evolutie.
Het zaad kan niets anders voortbrengen dan wat het zelf is, wat erin besloten ligt; en dit is het hart en de kern van de leer van Swabhâva. Het terrein dat deze leer in filosofisch, wetenschappelijk en religieus opzicht bestrijkt is eenvoudig onbegrensd; ze is van het grootste belang. Bijgevolg brengt ieder individueel Swabhâva, als zijn eigen bijzondere voertuigen, zijn verschillende swarûpa's voort, karakteristieke lichamen of beelden of vormen waarin het zich tot uitdrukking brengt. Het Swabhâva van een hond bijvoorbeeld brengt het hondelichaam voort. Het Swabhâva van een roos brengt een roos voort, het Swabhâva van een mens de vorm of het beeld van een mens en het Swabhâva van een godheid of een god brengt zijn eigen swarûpa of karakteristiek voertuig voort.

Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstukken 10 DE LEER VAN SVABHÂVA – ZELFWORDING – KARAKTERISTIEKE INDIVIDUALITEIT. DE MENS, ZELF-ONTWIKKELD, ZIJN EIGEN SCHEPPER. DE ‘MONADOLOGIE’ VAN LEIBNIZ TEGENOVER DE LERINGEN VAN DE ESOTERISCHE FILOSOFIE:
Svabhavat is het tegenwoordig deelwoord van het werkwoord bhû, met de betekenis van ‘dat wat zichzelf wordt’ of wat door emanatie, evolutie van binnenuit zijn wezenlijk zelf naar buiten brengt; met andere woorden, dat wat door innerlijke drang de latente vermogens in zijn natuur, in zijn zelf, in zijn diepste wezen tot ontwikkeling brengt. We hebben vaak over het diepste innerlijk gesproken als die innerlijke schakel of wortel waardoor wij (en alle andere dingen) uit het wezenlijke hart van de dingen, dat ons diepste zelf is, te voorschijn komen. Als we erover spraken legden we soms de hand op de borst; maar we moeten er zorgvuldig voor waken niet te gaan denken dat dit diepste innerlijk in het stoffelijk lichaam zit. Laat mij uitleggen wat ik precies bedoel. De tien sephîrôth werden tot de gebieden van de natuur – hoewel dit vreemd is uitgedrukt geeft het heel nauwkeurig en juist de gedachte weer; deze gebieden van manifestatie werden door de kabbalisten in vieren verdeeld, en deze werden de vier ‘ôlâm genoemd, een woord dat oorspronkelijk de betekenis had van ‘verborgen’, ‘verscholen’ of ‘geheim’, maar ook werd gebruikt voor ‘tijd’ en eveneens, praktisch geheel in de geest van de gnostische leer van de ‘aions’ (eonen), voor sferen, in het Sanskriet loka’s. De hoogste van de kabbalistische ‘ôlâms, of sferen, was ‘ôlâm atsîlôth, wat betekent de ‘eon’ of het ‘tijdperk’ of de ‘loka’ van ‘verdichting’. De tweede werd ‘ôlâm hab-berîâh genoemd, wat de eon of het tijdperk of de loka van ‘schepping’ betekende. De derde van bovenaf en van steeds grotere stoffelijkheid droeg de naam van ‘ôlâm ha-yetsîrâh of loka van de ‘vormen’. De vierde en laatste, de stoffelijkste en meest grove was ‘ôlâm ha-‘aßîâh, de eon of wereld van ‘handelingen’ of ‘oorzaken’. Dit laatste gebied, deze laatste sfeer of wereld, is de laagste van de vier en wordt soms de wereld van de stof of ook wel van de ‘omhulsels’ genoemd, omdat de mens (en andere stoffelijke entiteiten) soms als een omhulsel wordt beschouwd in de zin van het gewaad of het voertuig of lichaam van de inwonende geest.
Hoe wordt iemand een mahâtma of ‘groot zelf’? Door zelfgeleide evolutie, door datgene te worden wat hij in zichzelf, in zijn diepste wezen is. Dat is de leer van svabhâva.
En hier moeten we even stilstaan bij het mysterie van de individualiteit. Bedenk dat de persoonlijkheid het ‘masker’ is (persona, in het Latijn), of de weerspiegeling van de individualiteit in de stof; maar omdat ze iets stoffelijks is, kan ze ons omlaagvoeren, al is ze in wezen een weerspiegeling van het hoogste. Het is een oud gezegde dat die dingen het gevaarlijkst zijn die iets van de werkelijkheid of waarheid in zich hebben; niet de dingen die werkelijk onwaar of onjuist zijn, omdat die vanzelf tenietgaan en na verloop van tijd verdwijnen.
Laten we tot besluit bedenken dat, al heeft elk mens de christus in zich en kan hij slechts door die christus worden ‘gered’, hij door die innerlijke christus alleen kan worden gered wanneer hij besluit zichzelf te redden; het initiatief moet van beneden, van hemzelf komen. En hoewel sommige mensen, doordat ze deze prachtige leer van svabhâva verkeerd begrijpen, misschien van fatalisme spreken, kunnen we vanavond niet meer doen dan nadrukkelijk verklaren dat deze leer geen fatalisme is. Ze is volstrekt in tegenspraak met de fatalistische hypothese die stelt dat er buiten de mens een blinde, onbekende, bewuste of onbewuste kracht bestaat, die hem in zijn keuzen, in zijn handelen en zijn evolutie leidt, en hem voortdrijft naar de vernietiging of naar de hemel of de hel. Dat is niet de leer van svabhâva, en in de esoterische filosofie wordt dat niet onderwezen.

Swabhawat Titel 'Swabhawat, de korte weg tot wijsheid':
De daaruit voortvloeiende filosofieën zijn dien tengevolge levensvreemd gebleven. Ook hier is een scheiding. Het doorbreken van deze scheiding geeft de mogelijkheid beide begrippen samen te voegen. De kennis, de energie, de slagvaardigheid van Europa met de bezonken levenswijsheid van Azië zullen niets nieuws opleveren, maar wel een handzamer geheel vormen door het gladstrijken van de knelpunten, waarop de mens vastliep. De daaruit voortvloeiende kennis over het innerlijk van de mens als denkend wezen, zowel als de toepassing in de buitenwereld, vormen tezamen de persoonlijkheid. Dit geeft kans om stuk voor stuk de begrenzingen te overwinnen die door beider eenzijdigheid is ontstaan. De Swabhawat zou men heel gaarne beschouwen als een pathologische verwerking van consequenties van de idealistische filosofie over de kennis van de mens.
Nu de evolutie snel vordert is echter de scheiding tussen geest en stof geen houdbaar begrip meer voor de mens, die stap voor stap de verworven kennis volgt. Stelde Kant dat de werkelijkheid op zichzelf niet onmiddellijk voor de mens kenbaar was, doch in de aanschouwingsvormen 'tijd en ruimte' en in de categorieën, de ervaring der werkelijkheid verwerkt wordt, zo geeft de logische samenvoeging van de vele ontdekkingen der laatste tijden een geheel ander beeld. De Swabhawat stellingen omgrijpen juist, met zeer strakke uitbeelding, geest en stof als een eenheid en voeren ze tot een zuiver beeld van het leven in de meest uitgebreide zin. Juist door de ontkenning van de grenzen tussen geest en stof werpt het terug naar het onbegrensde innerlijk. De zucht om persoonlijke verantwoording te dragen is een essentieel onderdeel van de menselijke waardigheid. Dit zoeken is een natuurlijke drang voortdurende druk uit te oefenen op de grenzen welke de mens tegenkomt.

Bio-psycho-sociale model

Het bio-psycho-sociale model, dat in de laatste decennia sterk in populariteit toenam, leek deze reductie op te heffen. Het is een model waarin verschillende visies over ontstaan en behandeling kunnen worden samengevoegd. Het kijkt naar alle zichtbare en onderliggende interactieve biologische, psychische en sociale factoren die in hun wisselwerking gezamenlijk borderline, maar ook andere psychische klachten kunnen doen ontstaan.
Ik wil het model dat ontwikkeld werd, het bio-psycho-sociale model uitleggen aan de hand van een metafoor, vrij naar Plato en Gurdjieff (Ouspensky, 2002):
Je zou de mens kunnen vergelijken met een koets met paarden en een koetsier. De koets is het fysieke lichaam, het biologische menselijke aspect. Het biedt bescherming en is een fysiek voorwerp dat voortbewogen wordt. Dit gebeurt door de paarden, die in deze metafoor gelijk staan aan de gevoelens. Het is als het Es (Id) waar Freud over spreekt. De gevoelens/paarden zijn de motor van de mens, ze zijn driftmatig en bestaan uit trekkende behoeftes (lustprincipe) en remmende angsten. Ze leven vooral in het hier-en-nu en streven naar vermindering van spanning en het vermijden van pijn. Het is ons aangeboren instinct, de krachtbron van onze psychische energie. Deze gevoelens worden in toom gehouden door de koetsier, ofwel het Ego. De koetsier leidt de driftmatige impulsen van het Es in juiste banen door de paarden in toom te houden en te verzorgen. Verder houdt hij contact met de omringende (sociale) wereld, hij kiest de te volgen route, verzorgt de paarden en de koets en houdt overzicht. De koetsier fungeert ook deels als Superego, namelijk het normatieve en aangeleerde beoordelen van goed en kwaad. Hij streeft naar het volbrengen van zijn taak binnen de geldende regels en normen. Hij probeert het geheel zo probleemloos mogelijk door de wereld te loodsen en heeft voor dieperliggende waarden, idealen en zingeving waarnaar gestreefd wordt (en binnen het gehele bio-psycho-sociale model) geen plaats. Deze vinden binnen het gehele bio-psycho-sociale model geen plaats. Hij doet gewoon zijn werk, net als de paarden en de koets. Het zijn bio-psycho-sociale middelen, gereedschappen.

Samenvatting

John Algeo laat net als Hans Christian Andersen (De nieuwe kleren van de keizer) zien dat het mogelijk is de éne werkelijkheid aan de hand van sprookjes te duiden. Sprookjes, zei Tolkien, helpen ons bij het hervinden van de frisheid van de reactie van een kind op wat nieuw is.
Tolkien beschrijft in zijn Lord of the Rings het menselijke evolutieverhaal.

Er bestaat maar één pedagogische hoofdroute, maar er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Elk mens gaat door een leerproces, ervaart in het leven op zijn manier ‘lijden’. Elke levenssituatie is uniek. Met de vier edele waarheden geeft Boeddha een pad naar het beëindigen van het ‘lijden’ aan.

Bij elk conflict kan de vraag worden gesteld in hoeverre speelt de omgeving een rol en anderzijds in welke mate het karakter? Karma onderzoek biedt een interessant kader om deze vraag te beantwoorden. Voor dit type intuïtief onderzoek wordt verwezen naar artikelen van Rinke Visser.

De lemniscaat, de band van Möbius verbindt de continu met elkaar afwisselende binnen - en buitenkant met elkaar. Een lemniscaat toont de verbinding tussen het geestelijke, het hemelse en het stoffelijke, het aardse. Wat binnen is wordt buiten en omgekeerd. De lemniscaat geeft aan dat we niet in een loop zitten maar met de spirituele energie, de Triade zijn verbonden. Het onmogelijke wordt mogelijk. 5D plaats net als 4D het ken uzelf centraal. Het gaat om de intelligent sturende krachten achter de veranderingsprocessen. Het verticale denken slaat een brug tussen het onbewuste en het bewuste om bestaande denkblokkades en muren af te breken. Hoe de lemniscaat, het archetype, het orakel, Tao precies werkt zal wel altijd een mirakel blijven.

In het individuatieproces moeten wij leren de tegenstellingen als eenheid te ervaren. De ontdekkingen in de natuurlijke wereld, de natuurkunde berusten op een overeenstemming van innerlijke beelden en de observaties in de buitenwereld. Binnen en buiten vallen dan samen.

Het ontstaan van spontane zelfordening uit chaos wordt emergentie genoemd. De basis is zelfkennis. Het Ken Uzelve staat voor het Ene en het vele, voor ‘Eenheid in Verscheidenheid’.

zie Slotconclusie

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige |volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 865 keer bekeken.