4.4 Ruimte en Tijd, Materiesymmetrie

De volledigheid is als water, Laozi:
Wanneer iemand zou willen regeren en iets tot stand zou willen brengen door handeling, besef ik dat hij niet slagen kan. Het koninkrijk is een geestelijk ding en kan niet door handelen worden verworven. Hij, die het op die wijze zou willen winnen, vernietigt het. Hij, die het in zijn greep zou willen vasthouden, verliest het. Een geestelijk koninkrijk wordt alleen werkelijk veroverd door vrij te zijn van doelstelling en activiteit. De wijze is niet menslievend of goed, de volledigheid is als water. Water doet goed aan alle wezens en strijdt niet. Het woont op plaatsen door alle mensen veracht. Daarin komt de wijze Tao nabij. Hij leeft graag op lage plaats. Zijn hart mint de diepte. In weldoen mint hij de liefde. In spreken de waarheid, in bestuur de orde, in werken bekwaamheid, in handelen de geschikte tijd. Hij strijdt niet, daardoor treft hem geen blaam.
Claude Lévi-Strauss De wereld is zonder de mens begonnen en zal zonder hem eindigen.
Einstein: Ruimte en tijd zijn niet omstandigheden waarin wij leven, maar manieren waarop wij denken.
Einstein legt in 1920 uit dat ether ruimte is met bepaalde eigenschappen.
De Mahatma Brieven: Geest, leven, stof, zijn geen natuurlijke beginselen die onafhankelijk van elkaar bestaan, maar de gevolgen van combinaties die door de eeuwige beweging in de Ruimte worden voortgebracht.
John Keeley en Franz Hartmann: Alle ziekte is een verstoring van het equilibrium (natuurlijk evenwicht) tussen positieve en negatieve krachten.
George Soros gelooft meer in een situatie van vele mogelijke evenwichten, waarbij de perceptie uiteindelijk de realiteit even sterk zal bepalen als de realiteit de perceptie.

Twee kanten van één medaille (Evolutionaire kringloop, Lemniscaat, Nieuw paradigma)

Moreel godsbewijs
Een moreel godsbewijs probeert aan te tonen dat God of goden de wetgever(s) is/zijn van de morele regels waarnaar mensen elkaar en hun omgeving behandelen. Zodoende betoogt de ene partij dat de ethiek haar grondslag in heilige geschriften vindt waarin God/de goden de mensen wetten opleggen om naar te leven opdat zij zich niet zondig gedragen, terwijl de tegenpartij stelt dat deze heilige wetten in feite amoreel of immoreel zijn en dus niet van een morele wetgever kunnen komen, of dat heilige geschriften niet geldig (want beroep op autoriteit) of nodig zijn om een ethiek te ontwikkelen. Een alternatief op een beroep op heilige geschriften en kritiek daarop is de stelling dat mensen met een moreel kompas worden geboren, waarbij de ene partij betoogt dat dit er door God/goden is geplaatst, terwijl moderne (na 1859) tegenstanders doorgaans betogen dat de moraal zich evolutionair heeft ontwikkeld. Een terugkerend thema in de discussie is of de moraal objectief is (altijd en overal van toepassing) of subjectief (verschillend naar tijd en plaats), waarbij in beide kampen 'objectivisten' en 'subjectivisten' gevonden kunnen worden.

De oermoeder, de Aarde ontstond uit de Chaos aan het begin van de dingen. De Chaos bevatte alle basisbestanddelen, de vier elementen aarde, water, lucht en vuur. Daaruit ontstond onder anderen Gaea.

De Chinese filosofie stelt dat het universum voortkomt uit en afhangt van de wisselwerking tussen twee tegengestelde en complementaire principes, de universele polariteiten yin en yang die uiteindelijk zijn voortgekomen uit dezelfde 'Bron'.
Yin staat voor de aarde, negatief, passief, donker, vrouwelijk en destructief.
Yang staat voor de hemel, positief, actief, licht, mannelijk en constructief.
Door een eeuwige interactie tussen yin en yang bestaan alle dingen en worden zij voortdurend getransformeerd.

Zowel het artikel Arrogantie, irritatie en wetenschap van Jim van der Heijden in de GAMMA juni 2011 als het artikel De praktische bruikbaarheid van de oude Vier Elementenleer van Jaap Huibers in de PRANA juni/juli 2011 laten zien dat Dick Swaab in zijn boek Wij zijn ons brein in het bijzonder een kant van de medaille belicht.

Maar gelukkig er is de neuroloog Vilayanur Ramachandran die in zijn boek Zo Werkt Ons Brein Echt (verschenen maart 2011) de keerzijde belicht (recensie):
Zo flexibel is de mens: laat een nuchtere Amsterdammer sleutelen aan het brein en hij ziet alleen een machine, laat een man uit het verre India sleutelen aan het brein en hij ziet een universum. Beide neurologen kunnen boeiend schrijven over hun vak, dat staat vast. Maar Ramachandran schuwt de filosofische invalshoek niet en dat maakt hem, in mijn ogen, tot meer dan een wetenschapper alleen, ja, hij belichaamt eerder de ideale combinatie van wetenschapper en intellectueel.

Het is Pim van Lommel, die in zijn boek Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaring de schakel tussen Geest en Lichaam (hoofdstuk 15) beschrijft:
Hoofdstuk 11. Kwatumfysica en bewustzijn - Kwantumtheorie, zelforganisatie en bewustzijn
p. 232: Ondanks de genoemde bezwaren zijn er toch wetenschappers, onder wie kwantumfysici , die veronderstellen dat er sprake kan zijn van kwantumcoherentie (ritmisch samengaan) in alle levende systemen, zowel op cellulair als op subcellulair niveau. Dit zou verklaard kunnen worden door het zelforganiserende vermogen van levende materie, waarbij ongestructureerde, trage en chaotische materie uit de directe omgeving wordt opgenomen in een dynamische structuur van geordende coherente (ritmisch samengaan), zoals is beschreven door de Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine (1917 – 2003) . Dat zulke processen in levende materie ook bij lichaamstemperatuur mogelijk zijn is door Herbert Fröhlich (1905 – 1991) aannemelijk gemaakt. Hij beschrijft hoe moleculen en cellen gaan vibreren en zo een samenhangend geheel vormen met identieke frequenties, waardoor zij in een geordende vorm vergeleken kunnen worden met een Bose-Einstein-condensaat.
Herbert Fröhlich proposed a theory which is known as Fröhlich coherence.
Men kan dit goed vergelijken met de stemmen in een koor die samenvallen tot en harmonisch geheel, tot één stem. Of een orkest dat als één geheel of als één toon kan klinken.
Hoofdstuk 15 Er is niets nieuws onder de zon - Niets nieuws
303: Het is een eeuwenoud idee dat de ziel na de dood blijft bestaan, dat men een oordeel krijgt over hoe men geleefd heeft (de levensterugblik in de BDE) en daarna, afhankelijk van hoe men heeft geleefd, in een gelukzalige sfeer mag verblijven, of soms als straf in een angstwekkende omgeving terechtkomt.

Het zijn de spiegelneuronen van Marco Iacoboni die laten zien hoe de twee kanten van de medaille met elkaar zijn verbonden. Op de achterkant van zijn boek Het spiegelende brein zegt V.S. Ramachadron van de University of California in San Diego: Spiegelneuronen zullen voor de psychologie doen wat DNA voor de biologie deed.

Marco Iacoboni verwijst in zijn boek Het spiegelende brein in het hoofdstuk Hersenpolitiek (p. 210) naar het onderzoek van Alan Fiske. Alan betoogt dat deze vier elementaire relationele structuren en hun varianten de basis vormen voor alle sociale relaties onder alle mensen in alle culturen.
p. 127: Filosofische en ideologische posities die met name in onze westerse cultuur gangbaar zijn hebben ons blind gemaakt voor de fundamenteel intersubjectieve ( 'Jurgen Habermas' ) aard van onze hersenen.
p. 128: Met het experiment van Jonas was aangetoond dat spiegelneuronen coderen voor meerdere ‘ik-geralateerde’ prikkels en werd bevestigd dat ze een belangrijke rol vervullen bij zelfherkenning (en bovendien bij een tamelijk abstracte manifestatie van het zelf).
p. 129: Samen met de theoretische beschouwingen uit het begin van dit hoofdstuk doen al deze gegevens vermoeden dat spiegelneuronen van belang zijn voor mijn analogie van de medaille met de twee zijden, waarin de ene zijde het zelf is en de andere zijde … eh… de ander.
p. 213: Marco Iacoboni is ervan overtuigd dat het begrip van de fundamentele betrekkingen tussen het zelf en de ander wezenlijk is om onszelf te begrijpen; het zelf en de aander zijn twee zijden van dezelfde medaille. Spiegelneuronen zijn de hersencellen die de kloof tussen het zelf en de ander overbruggen door een bepaalde vorm van simulatie of innerlijke imitatie van de handelingen van anderen mogelijk te maken.

Muziek kan niet tot geluidstrillingen worden gereduceerd, veroorzaakt door een specifieke omgang met stukken materie. Pythagoras heeft al onderkend dat: Een huis is meer dan een stapel bakstenen. Een melodie is meer dan een verzameling losse tonen. Een levend wezen is meer dan een verzameling cellen. Een cel is meer dan een verzameling moleculen. Emergentie verwijst naar het geheel is meer dan de som van de delen.

In het rapport ‘E i V’ worden in het bijzonder de controverse tussen wetenschappers beschreven, die met de levensbeschouwing, ethische dilemma's (dichotomieën, Duade) samenhangen, bijvoorbeeld:

Monade + Duadeen de controverse tussenPythagoras en Marcelo Gleiser
Waarheid (Eeuwig 'Goede - Ware - Schone') Plato en Aristoteles
Ecosystemen James Hansen en Martin Hoerling
Immateriële – en Materiële wereld Laozi en Erik Verlinde
God en Darwin (Evolutieplan) H.P. Blavatsky en Marcelo Gleiser
Intelligent design en Evolutieleer H.P. Blavatsky en Darwin
Dialectische filosofie Hegel en Engels
Geest en Lichaam (Bewustzijn en Materie) Poortman en Swaab
You Are Not Your Brain en Wij zijn ons brein Jeffrey M. Schwartz en Dick Swaab
Hersenonderzoek Ramachandran en Swaab
Hersenonderzoek en Hersenpolitiek Alan Fiske en Swaab
Symbiogenesis Kozo-Polianski en Swaab
Psychologische gezichtspunten Jung en Freud
Psychoanalyse en Psychosynthese Carl Jung en Roberto Assagioli
Psychosynthese en Singulariteit Roberto Assagioli en Raymond Kurzweil
  (Intelligent design en Artificial intelligence)
Theïst en Atheïst (Negative and positive atheism) Willem Ouweneel en Herman Philipse
  John Polkinghorne en Richard Dawkins
  John Eccles en Daniel C. Dennett
Ethiek en Economie George Möller en Arnold Heertje
Overheid en markt John Maynard Keynes en Milton Friedman
Goed en Kwaad Plato en Plasterk
  (Alfa- en Bètawetenschappen)
Higgsveld (Ether) en Higgsdeeltje Peter Higgs en Stephen Hawking
Golven en Deeltjes, het Standaardmodel Veltman en van ’t Hoofd
Oost en West (Derde weg en Derde domein) Benjamin Barber en Frits Bolkestein
Soevereiniteit Frits Bolkestein en Pieter Hilhorst
  Marcel van Hamersveld en Pepijn Corduwener
Rechtvaardigheid en Genetische manipulatieen de controverse tussenMichael Sandel en Nick Bostrom

Controverses tussen mensen zijn een gegeven, maar gelukkig ligt in de chaostheorie een ordeningsprincipe besloten.
Om harmonie en eenheid te creëren zijn de creatieve deugden van Karl Christian Friedrich Krause vermeldingswaard: de creatie van persoonlijke autonomie (een aansporing tot zelfverlichting); de creatie van autonomie voor anderen (een aansporing tot politieke rechtvaardigheid); de creatie van interacties met de totaliteit (een positieve aanvaarding van een universeel humanisme); de creatie van schoonheid (het bevorderen van kunst en cultuur); en ten slotte de creatie van een eenheidsperspectief waarin alle genoemde creaties samen worden gebracht (een pleidooi voor panentheïsme). Zijn einddoel is een humanisme: een 'mensheidsbond', de maatschappij van de 'Humanitas' - een sociaal kunstwerk dat op alle fronten en alle niveaus uitdrukking geeft aan harmonie en eenheid.

Freek van Leeuwen boek Geestkunde - Hoofdstuk 7.6 De geestelijke vermogens en de getallen (p. 354):
Het rapport ‘E i V’ is op de driehoek van Pythagoras gebaseerd. De in het onderstaande linker kwadrant weergegeven getallen corresponderen met de getallen in de kubus van Freek van Leeuwen.

De kwintessens van het verhaal is dat om een duurzame samenleving te creëren er maar een pedagogische hoofdroute is. Het rapport 'E i V' gaat er vanuit dat Pythagoras (wiskunde (1 + 2 + 3 + 4 = 10) met de heilige Tetraktys, de kwintessens van de zichzelf herhalende patronen van interferentie al te pakken had.

Cultuursociologie bevindt zich op het snijvlak tussen Cultuurwetenschappen en Sociologie, Culturele psychologie tussen Cultuurwetenschappen en Psychologie, Sociobiologie tussen Sociologie en Biologie, Evolutiepsychologie tussen Evolutie en Psychologie, Paleontologie tussen Geologie en Biologie, Geochemie tussen Geologie en Scheikunde en Geofysica tussen Geologie en Fysica.

Ligt het dan niet voor de hand dat op het snijvlak van de geesteswetenschappen en natuurwetenschappen (Geestkunde en Natuurkunde) het gemeenschappelijke raamwerk van de Unificatietheorie ligt? Het draait dus wel degelijk om De keerzijde Leer de andere kant van de medaille te zien van Adam J. Jackson of zoals Erik van Zuydam in zijn boek De ontdekking van het NU, hoofdstuk Het spel van de tegendelen (p. 180) beschrijft.
Maar U.G. Krishnamurti, die zegt en er is geen "enlightenment" staat wel haaks op de visie van Jiddu Krishnamurti.
Wel cruciaal is: Als je je stoort aan de onvolkomenheden en gekte van anderen, kijk dan eerst naar diezelfde onvolkomenheden in jezelf (p. 183).

Elke medaille heeft twee complementaire kanten, die door de spiegelsymmetrie, het projectiemechanisme tot uitdrukking wordt gebracht. De 'eenheid der tegendelen' is een basisingrediënt in het rapport ‘E i V’. De eenheid der tegendelen brengt echter ook een tegenstelling tussen twee polen, de keerzijde tot uitdrukking.

Het is de chaostheorie die zichtbaar maakt dat er in het universum een ordeningsprincipe ligt besloten. In de verkorte versie van het thema Ilya Prigogine, Marcelo Gleiser en Teilhard de Chardin gepubliceerd in GAMMA juni 2011 laat ik zien dat het primair draait om het ordeningsprincipe, het drievoudige evolutieplan (geestelijke, psychische en stoffelijke) van de schepping.

De éne werkelijkheid kan worden gezien als een medaille met twee kanten, met de mens als schakel tussen de geesteswetenschappers en natuurwetenschappers. Of - met andere woorden - de gammawetenschap is als het ware de intermediair tussen de alfa- en bètawetenschappen, die de synergie tussen beide in beeld brengt. Het artikel kan dan ook worden gezien als een aanvulling op de publicatie Prigogine en Teilhard de Chardin van Rolf Kasper6. In het universum is asymmetrie een gegeven. In de kern draait het om het fragment dat in dit artikel uit het boek Orde uit chaos van Prigogine wordt geciteerd:

We kunnen ons niet langer aansluiten bij het oude a-priori-onderscheid tussen wetenschappelijke en ethische waarden. Dit onderscheid was nog mogelijk in de tijd dat de uitwendige wereld en onze innerlijke wereld met elkaar in conflict leken, zelfs haaks op elkaar leken te staan. Tegenwoordig weten we dat de tijd een constructie is en dus een ethische verantwoordelijkheid draagt.

Éne werkelijkheid, Ongemanifesteerd Triade en Gemanifesteerde Tetrade (De Gulden Verzen van Pythagoras).
De Monade, Duade en Triade samen geven de Logos, de ongemanifesteerde kosmische verbeeldingskracht weer. De Monade, Duade, Triade en Tetrade laten 'Ruimte en Tijd', het gemanifesteerde ruimte-tijd continuüm van het scheppingsverhaal zien. Op het snijvlak (emanationisme) van de Triade + Tetrade bevindt zich de kwintessens.

Aan de wereld van de eeuwig wederkerende verschijnselen (Aldous Huxley: perennial, Friedrich Nietzsche: ewige Wiederkehr), ligt een eeuwige natuurlijke ordening, een blauwdruk (zevenvoudige samenstelling van de mens, het factorelement, de Wet van Zeven, de Triade en de Tetrade) ten grondslag. De Triade, de triniteit vormt de natuurlijke eenheid 'Ruimte, Materie en Tijd' en de Tetrade vormt de natuurlijke selectie. Bij de natuurlijke selectie gaat het primair om de context Uw wil geschiede. Richard Dawkins heeft gelijk wanneer hij stelt dat het bij levensprocessen om natuurlijke selectie gaat.

In essentie behandelt het rapport ‘E i V’ het mechanisme ‘en-en’/‘of-of’ (‘God en Darwin’/’God of Darwin’, ’Eenheid’/‘Gebroken symmetrie’, 'Emergentie'/'Decompositie' ('Emergence'/'Quantum decoherence'), ‘Monade’/’Duade’), de twee kanten van een medaille. Het is de ziel (psyche) die de twee kanten van een medaille met elkaar verbindt. Voor 'God en Darwin' kan ook gelezen worden 'Geloof en Rede'. Zowel Mozes Maimonides (1135 – 1204) als Raymond Lull (1232 – 1315) zijn wetenschappers, die zich al intensief hebben toegelegd op het schijnbaar onoplosbare conflict tussen geloof en wetenschappelijke kennis. Mozes Maimonides (BRES nr. 268) in zijn boek Gids der verdoolden en Raymond Lull in zijn hoofdwerk Ars Generale Ultima.

De basis van elk leerproces is: ‘Wat’ moeten we aan ‘Wie’, ’Wanneer’ en ‘Hoe’ leren, en ‘Waarom’ vinden we dat?
Een vraagstuk dat met het 'Waarom' van het leerproces nauw samenhangt, heeft betrekking op hoe meet je de kwaliteit?

De positieve as van het kernkwadrant, these + antithese = synthese, 1 + 1 = 3 is een belangrijke trigger van het onderzoek geweest. Volledige synthese (Bevrijding) drukt volmaaktheid uit. Het Christendom spreekt over de wijsheid voor de volmaakten, het Boeddhisme heeft het over volmaakte geestelijke gezondheid, het Taoïsme over spirituele volmaaktheid en de Islam spreekt over de volmaakte mens. De onvolmaaktheid van de mens op aarde staat in contrast met de volmaaktheid van God in de hemel.

Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 151):
Ook de chaostheorie lijkt de Intelligent Design theorie van Michael Behe te ondersteunen. De fractal-attractoren van de chaostheorie stellen ons voor de filosofische vraag of er doelgerichtheid bestaat in het universum. Worden we misschien voortgetrokken naar een einddoel? Trekt de evolutie ons naar een definitief einddoel ergens in de toekomst of duwen de willekeurige darwinistische mutaties ons dan toch doelloos voort? Chaostheorie lijkt de voorkeur te geven aan de eerste optie.

De oorspronkelijke versie van De Geheime Leer is in 1888 gepubliceerd. In de tijd van Blavatsky was het atoom het kleinste deeltje. In het atoommodel van Ernest Rutherfords en Niels Bohr speelt het elektron een centrale rol. Later is het belang van de 'Moleculaire biologie en Genetica' (neuronen, genen en genoom) in betekenis toegenomen. Het zijn in het bijzonder de boeken van Ervin Laszlo die de wetenschappelijke inzichten in DGL aanvullen. De diverse puzzelstukjes nog beter op elkaar laten aansluiten.

Het boek Een scheurtje in de rand van de schepping van Marcelo Gleiser heeft op het fenomeen ‘Monade + Duade’ betrekking, het verschijnsel dat Meta-leren mogelijk maakt. ‘Monade + Duade’, de twee kanten van een medaille. Het is de ziel (psyche) die de twee kanten van een medaille met elkaar verbindt. In het rapport ‘E i V’ wordt de intermediair tussen de twee kanten met de imaginaire 5e dimensie weergegeven. Het ontstaan van leven zal altijd een mysterie blijven.

Er is sprake van een ommekeer wanneer de blauwdruk van de kosmos, de Axis mundi, de verborgen 5e Dimensie leidraad wordt voor de effectuering van de blauwdruk van het leven, dus hoe wij onze levensenergie richten in elke fase van de levenscyclus:

'E i V'   Danielle AudoinTheosofie (1 - 2 - 3 - 4): 
Pythagoras   Rudolf SteinerAntroposofie: 
Ongeman. Gemanifesteerd 1. Hogere Zelf3. Astrale lichaam (Hogere "ego", manas)
MonadeTriade4. Quantum Field Theory ----2. Relativistic M.4. Geestmens ----3. Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuade1. Classical Mechanics ----3. Quantum M.1. Fysiek lichaam ----2. Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
    4. Fysieke lichaam2. Lagere denken (Geestelijke ziel, buddhi)

The initial stage in the development of classical mechanics is often referred to as Newtonian mechanics, and is associated with the physical concepts employed by and the mathematical methods invented by Newton himself, in parallel with Leibniz, and others. This is further described in the following sections. Later, more abstract and general methods were developed, leading to reformulations of classical mechanics known as Lagrangian mechanics and Hamiltonian mechanics.
Newton previously invented the calculus, of mathematics, and used it to perform the mathematical calculations. For acceptability, his book, the Principia, was formulated entirely in terms of the long-established geometric methods, which were soon eclipsed by his calculus. However it was Leibniz who developed the notation of the derivative and integral preferred today.
This set of formulas defines a group transformation known as the Galilean transformation (informally, the Galilean transform). This group is a limiting case of the Poincaré group used in special relativity. The limiting case applies when the velocity u is very small compared to c, the speed of light.
The transformations have the following consequences:
• v′ = v − u (the velocity v′ of a particle from the perspective of S′ is slower by u than its velocity v from the perspective of S)
• a′ = a (the acceleration of a particle is the same in any inertial reference frame)
• F′ = F (the force on a particle is the same in any inertial reference frame)
• the speed of light is not a constant in classical mechanics, nor does the special position given to the speed of light in relativistic mechanics a counterpart in classical mechanics.
For some problems, it is convenient to use rotating coordinates (reference frames). Thereby one can either keep a mapping to a convenient inertial frame, or introduce additionally a fictitious centrifugal force and Coriolis force.

In het rapport ‘E i V’ staat niet de discussie ‘Geest of Stof’, 'Aristoteles of Descartes', what’ s in a name centraal, maar de wederkerigheid (reciprociteit) tussen beide, het 'en-en'/'of-of' mechanisme, de kwintessens.

Het 'en-en'/'of-of' mechanisme (Alles divergeert en moet ook weer convergeren) achter de 'natuurlijke selectie' wordt door de Heilige tetraktys van Pythagoras tot uitdrukking gebracht. De getallen van Pythagoras brengen een relatie, een golfbeweging (ceta stroom) tussen twee polen, een specifieke categorie van betrekkingen tot uitdrukking. Pythagoras was een cyberneticus. De mens maakt deel uit van auto- en kruiskatalytische systemen (Ervin Laszlo).

Het lijkt mogelijk een verband te leggen tussen het standaardmodel en de driehoek van Pythagoras. Het is een aanzet, niet om vanuit de natuurkunde, maar met name vanuit de geestkunde verschillende disciplines in één model samen te voegen. Het ontstaan en de eerste ontwikkeling van de mensheid heeft zich niet op aarde maar in de geestelijke wereld afgespeeld. De relatie tussen geest (ongemanifesteerde, hogere Zelf) en lichaam, de ziel staat nog steeds centraal. Wij zijn zelf voor onze beeldvorming verantwoordelijk.

Een multidimensionaal bewustzijn
Tijd bestaat helemaal niet en is dus een menselijke illusie. Enkel het NU bestaat. Het Nu is niet iets vaag of ver weg, maar een diepe beleving van eenheid waar we zelf gestalte aan kunnen geven. Het is niet vandaag of heden, maar is het tijdloze bewustzijn, waar een diep geluk in verborgen zit. Zodra je in je bewustzijn het begrip toekomst laat leven, en bij deze vrijwel automatisch een beeld van morgen, of volgende week schept, leef je de illusie.

Het is de vertikale as (Axis mundi), de 3e dimensie, die de wisselwerking tussen 'symmetrie en gebroken symmetrie', 'kwantitatieve - en de kwalitatieve as', 'goed en kwaad' en 'positief en negatief' symboliseert.
Het eigenlijke denken vindt plaats op het snijvlak, de schakel tussen verleden en toekomst in het nu, tussen de binnenwereld en buitenwereld, tussen het individuele en het universele, dialectische bewustzijn, in de psyche (het zelfbewustzijn) de schakel tussen lichaam en geest.

De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Op het snijvlak van de geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen ligt het gemeenschappelijke raamwerk, de Unificatietheorie.

In het rapport 'Eenheid in Verscheidenheid' worden de contouren geschetst hoe probleem en oplossing met elkaar samenhangen. De oplossing van het ééndimensionale marktdenken ‘u vraagt, wij draaien’ heeft een psychologische (Deel IV), een sociologische (Deel V) en een filosofische (Deel VI en VII) dimensie (drievoudige evolutie ‘Stoffelijk - Psychisch - Geestelijk’).

Philosophy of space and time: Eternalism (philosophy of time) (Dharmadhatu).

De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Zij brengen fohat voort (p. 151):
De wezenlijke eenheid van ieder bestanddeel van de samengestelde dingen in de Natuur van ster tot delfstoffenatoom, van de hoogste Dhyan-Chohan tot de kleinste infusoriën, in de meest ruime betekenis en toegepast, hetzij op de geestelijke, de verstandelijke, dan wel op de stoffelijke wereld – die eenheid is de enige fundamentele wet in de occulte wetenschap.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 627):
De hedendaagse natuurkunde heeft, toen zij aan de Ouden haar atoomtheorie ontleende, één punt, het belangrijkste van de leer, vergeten; daarom kreeg zij alleen de schil en zal nooit tot de kern kunnen doordringen. Zij liet, toen zij de fysieke atomen overnam, het veelbetekenende feit buiten beschouwing dat van Anaxagoras tot Epicurus, de Romein Lucretius en tenslotte zelfs tot Galileo, al die filosofen min of meer in BEZIELDE atomen geloofden, niet in onzichtbare deeltjes van zogenaamde ‘redeloze’ stof. Volgens hen werd een draaiende beweging opgewekt door grotere (lees meer goddelijke en zuivere) atomen die andere atomen naar beneden trokken, terwijl de lichtere gelijktijdig omhoog werden gestuwd. De esoterische betekenis hiervan is de eeuwig cyclische neergaande en opstijgende curve van gedifferentieerde elementen door intercyclische fasen van bestaan, totdat elk opnieuw zijn uitgangspunt of geboorteplaats bereikt.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 664):
Men hoeft echter de drie cijfers 365, of het aantal dagen in een zonnejaar, slechts te lezen met behulp van de pythagorische sleutel, om daarin een hoog filosofische en morele betekenis aan te treffen. Eén voorbeeld is voldoende. Het kan als volgt worden gelezen:

de aarde ---bezield door --–de geest van het leven
365

Eenvoudig omdat 3 gelijkwaardig is met de Griekse gamma of Γ, de letter die het symbool is van gaia (de aarde); terwijl het cijfer 6 het symbool is van het bezielende of leven schenkende beginsel, en de 5 de universele quintessens is, die zich in elke richting verspreidt en alle stof vormt. (Handschrift van St. Germain.)

Cosmogony and cosmology See also: Greek primordial gods Mother Earth Gaia, modern sculpture:

Binair getalstelsel van Gottfried Wilhelm Leibniz.

Het zenuwstelsel bestaat zowel uit een sensorische (input) als motorische (output) systemen. Beide systemen zijn met elkaar verbonden middels complexe intergratieve systemen. De kleinste fundamentele eenheid van het zenuwstelsel is het neuron.

De kwintessens, het mysterie van het leven zit in de ruimte, de chemie tussen twee mensen (De ander als spiegel; De ander centraal). Wat daar precies gebeurt, daar begrijpen we heel weinig van, dat zijn louter vermoedens. Wat werkelijk belangrijk is, kan niet in woorden worden uitgedrukt.
Het geheim van het leven zit in eros verborgen. Echte liefde is onvoorwaardelijk, is niet voor een breezer te koop.
Het mysterie van het leven zit, net als de groei van een foetus bij de moeder, in onszelf.
Het mysterie van het leven kan in poëzie wel voelbaar worden gemaakt.

De Goddelijke Romance Tussen Ying en Yang: Voornamelijk door onwetendheid over de juiste relatievorm tussen de seksen en daarom door de verstoringen, misbruik en perversie van de goddelijke Romance heerst er tegenwoordig veel ziekte in de wereld: psychologisch, emotioneel en fysiek. Alle ziektes kunnen ogenblikkelijk worden geheeld door goddelijke Liefde, wat ervaren kan worden als Extase wanneer yin en yang in de juiste relatie verkeren. Extase kan volledig worden gerealiseerd en gemanifesteerd op het fysieke vlak door goddelijke eenwording tussen man en vrouw of tussen het mannelijke en het vrouwelijke. Dit is de Universele Wet: de goddelijke patroon dat aan de hele schepping ten grondslag ligt en dat door al het natuurlijke leven wordt gedemonstreerd, vanaf het atoom en zijn elektronen tot aan de zon met de om hem heen wentelende planeten, enzovoort.

De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld wordt verbonden.

De gemanifesteerde werkelijkheid staat tegenover de ongemanifesteerde werkelijkheid, de macrokomos tegenover de microkosmos, ruimte tegenover materie. Het gaat om de vraag hoe met behulp van de schakel tussen ruimte en materie, de tijd ('energie') de transformatie plaatsvindt. De griekse filosoof Herakleitos zei: panta rhei, alles is in beweging. Het gaat om 'Flux en Transformatie'.

Ken Wilber boek Een beknopte geschiedenis van alles (p. 301): We hebben dus: Wijsheid ziet dat het Vele het Ene is, en Mededogen ziet dat het Ene het Vele is. Of in het Oosten: Prajna (wijsheid) ziet dat Vorm Leegte is, en Karuna (Mededogen, Compassie) ziet dat Leegte Vorm is. Mededogen gaat naar alle levende wezens, zonder onderscheid. Het komt voort uit de verlichtingservaring van eenheid met alle leven. Karuna moet samengaan met wijsheid (prajna) om zijn juiste funktie te vervullen.

Het artikel Dualiteit in de evolutie: Wanneer deze twee triaden zich verenigen, werken de goden in chaos, de monaden in theos en de atomen in kosmos. Wanneer we iedere triade individueel beschouwen, zien we dat aan de spirituele zijde de goden door de monaden werken, en de monaden door de atomen, terwijl aan de materiële zijde, chaos in theos werkt en theos in kosmos. Het begripsvermogen van de mens verdeelt het gemanifesteerde universum in twee onderling afhankelijke delen: de zonzijde, de geestelijke of goddelijke zijde van de natuur; en de schaduwzijde, het voertuiglijke aspect. De triade van het licht bestaat uit Goden-Monaden-Atomen (De Geheime Leer deel I, p. 606, 675); en de voertuiglijke triade betaat uit Chaos-Theos-Kosmos (De Geheime Leer deel I, p. 373).

De kosmos heeft vier dimensies: drie ruimte, één tijd. We leven in een vierdimensionaal ruimte/tijd-continuüm, het eeuwige NU.
Het kompaskwadrant wordt gebruikt om de 5e dimensie, de kwintessens van het aardse ruimte/tijd-continuüm te belichten.
Middelste kwadrant: Het 5e element de Monaden met als voertuig Theos. De term sutratman brengt het proces van de tweevoudige evolutie tot uitdrukking.

Rapport ‘E i V’,InhoudTheosofie: Dualiteitin de evolutie Natuurlijke kringloop (1 - 3 - 2 - 4):
Deel VIIDeel V1. Goden3. KosmosMacrokosmosTijd-as
1. Vuur ----3. Lucht7. Âtma5. Manas1. Ruimte, Wat ----3. Oneindigheid, Ruimteloosheid
|||||
4. Aarde ----2. Water4.b Kama6. Buddhi4. Eeuwige NU ----2. Materie, Hoe
Deel IVDeel VI4.a Chaos2. AtomenTijd-asMicrokosmos
    Rapport ‘E i V’, de natuurlijke kringloop (1 - 3 - 2 - 4):
Macrokosmos Microkosmos MacrokosmosTijd-as
'Leegte' ----InhoudloosInhoud --->Inhoudloos, leegte1. Ruimte, Wat ----3. Oneindigheid, Ruimteloosheid
|||||
Vormloos ----InhoudVormloos <---Vorm, Vormbaar4. Eeuwige NU ----2. Materie, Hoe
 Microkosmos  Tijd-asMicrokosmos
    5e element Ether
    (snijpunt van dediagonalen 1./2. en 3./4)

Fons Trompenaars, die niet alleen één van Nederlands bekendste managementautoriteiten is, maar tevens een van de beste sprekers, de vertaalslag naar het creëren van de juiste cultuur binnen uw organisatie.
Zijn nieuwe boek gaat over de ‘tien gouden dilemma’s’. Iedere organisatie heeft vijf belanghebbenden: de Werknemers, de effectiviteit van de Processen, de Klanten, de Aandeelhouders en de Samenleving. Als je die vijf met elkaar verbindt, zie je tien spanningsvelden. Hoe er met die tien dilemma’s wordt omgegaan is cultureel bepaald. De truc van het boek is dat we de waarde van de organisaties denken te kunnen voorspellen door de posities op de tien dilemma’s te bepalen (Volkskrant 28 juni 2008).

 

De samenstelling van de evolutionaire 'Bewustzijnsschil' of de matrixstructuur (Wilber-Combs-rooster) van het thema Eenheid in Verscheidenheid:


Pythagoras
Kompas-
kwadrant
FysicaUnificatietheorieEther-paradigma
Reflexief bewustzijn
Meta-leren   Metafysica,
Hermeneutische cirkel
Monade
(1 +7)
1e DimensieLeegte, EnergieEther-paradigmaPersoonlijkheidTrias politicaGrenzen doorbreken SprekenMythos
Duade
(2 + 6)
2e DimensieRuimteReflexief bewustzijnCommunicatieDe Ander als spiegelDe Ander centraal LuisterenLogos
Triade
(3 + 5)
3e DimensieMaterieMeta-lerenCultuuroverdrachtCultuuroverdrachtVier edele waarheden SchrijvenTheos (Zenders)
Tetrade4e DimensieTijdHermeneutische cirkel5DdenkraamVierde machtHoofdroute LezenHolos (Ontvangers)

De éne werkelijkheid, het universeel patroon is opgebouwd uit een netwerk. Via de 'bewustzijnsschil', het netwerk met vijf tussenschakels en zes niveaus is een ieder op onze planeet met elkaar verbonden.

Is de grens van grote, complexe, bureaucratische organisaties bereikt?
De bottleneck op de route hangt vaak samen met hokjesgeest. Wanneer je bereid bent het belangenspel mee te spelen krijg je een beloning.
Het principe van belonen en bestraffen staat centraal.
Opportunistische managers hanteren het foefje van de 'kool en de geit sparen' , grijze muizen bekennen geen kleur. Door hun standpunten abstract te formuleren is het niet mogelijk dat ze daarover later verantwoordelijkheid behoeven af te leggen. Volgens grote ego’s ligt de oorzaak van problemen altijd aan de omgeving en nooit aan henzelf. Managers met een sterk ego kunnen tegen kritiek en nemen wanneer dat wenselijk is effectieve beslissingen.

De politieke agenda wordt nu sterk beïnvloed door machtige brancheorganisaties die in Brussel en Den Haag voor de belangen van hun achterban lobbyen. Het gebrek aan een langere termijn visie bij de overheid wordt nu door machtige brancheorganisaties opgevuld. Door het roer uit handen te geven los je geen problemen op. De centrale overheid opereert in een vacuüm en plaatst zich daardoor buiten de werkelijk.

Materiële- en Immateriële wereld ('Macro en Micro', 'Relatief en Absoluut', Brein)

Nicholas Roerich Where there is peace, there is culture
Where there is culture, there is peace.

Als een gevolg van het versmelten van een eicel en een zaadcel kan het ontstaan van een kind worden verklaard. Een blauwdruk, erfelijke eigenschappen komen bij het bestuderen van de genen naar voren. Al blijft de vraag intrigeren, waar zit precies de architect die verantwoordelijk is voor de blauwdruk van het nieuwe mensje?
Ook blijft de vraag van Ervin Laszlo actueel hoe heeft het universum zich kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden?
Volgens het rapport 'E i V' kan een sluitend model alleen worden verkregen wanneer de fysische verklaring met een metafysische verklaring wordt gecombineerd.

Het idee om op basis van dualiteit (complementariteit) fysica en metafysica met elkaar te verbinden is eerder door Werner Heisenberg en door Fritjof Capra, in zijn boek The tao of physics, naar voren gebracht. Het boek van Capra beschrijft een onderzoek naar de parallellen tussen de moderne fysica en de oosterse mystiek. Het Ether-paradigma wil benadrukken dat het universele patroon van het wat vastligt. Het is zoals het is, daar kan de wetenschap weinig aan veranderen.
Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg geldt ook voor de tijd: wat in de toekomst verborgen ligt, is niet te meten. Het tijdstip 'nu' is het enige waarvan we ons bewust kunnen zijn, doordat het een ervaring is (terwijl het verleden om herinnering vraagt om je er weer bewust van te kunnen zijn). Maar dat 'nu' verandert voortdurend.

Hans Vincent Een integraal wereldbeeld als basis voor maatschappelijke vernieuwing
Voor de beschouwing van vandaag zijn vooral Fritjof Capra en David Bohm van belang. Fritjof Capra is natuurkundige en ook mysticus. Zo zegt hij dat de gebeurtenissen in de wereld van de kleinste deeltjes en in de mystieke ervaring beide onvoorspelbaar zijn. Voor ons doel is vooral zijn opvatting over maatschappelijke verandering van belang. Deze heeft hij beschreven in het boek Het keerpunt, waarin hij gebruik maakt van de begrippen jin en yang uit de Chinese filosofie. Deze worden toegepast op de ontwikkeling van de aarde als totaal systeem van de natuurelementen aarde, water, lucht en licht (vuur), de grondstoffen en de levensvormen, waaronder ook het menselijk leven. Dat systeem geeft hij de naam van de “GAIA”, de Griekse godin van de aarde.

De eenheid van leven
Begin een groep dan ook met een lichte culturele grens zodat er duidelijkheid is over binnen en buiten. Maak het blaasje halfdoorlatend. Iedereen kan zien wat er zich binnen afspeelt en toetreding en uittreding worden geregeld door het omarmen van bepaalde beginselen en beloftes. Meer en meer leden omarmen de beginselen en treden toe tot de groep. Ook leden die die culturele grens, het membraan, vergroten en verstevigen.
Wat is leven?
De bepalende kenmerken van levende systemen zijn:
- zichzelf genererend;
- organisatorisch gesloten stofwisselingsnetwerk;
- omsloten door een membraan;
- energetisch en materieel open;
- gebruik makend van een constant vloeiende stroom van energie en materie om zichzelf te - reproduceren, repareren en in stand te houden;
- functioneert ver van haar chemisch evenwicht;
- genereert spontaan nieuwe structuren en vormen hetgeen leidt tot evolutie en ontwikkeling;
- pre-biotisch leven ontstaat in bellen van minimaal leven;
- drie evolutionaire hoofdroutes: mutatie, genenuitwisseling en symbiose;
- uitermate complex web van verschillende soorten netwerken.

Volgens Harold Puthoff en Milo Wolff bestaan tijd en ruimte niet op het niveau van het Akasha-veld. Het Akasha-veld is als het ware het centrum van het bewustzijn, een fictief punt tussen ‘golven en deeltjes’. Het onzekerheidsprincipe geeft al aan dat de elementaire bouwstenen van de materie zich als deeltjes, dan weer als golven en soms als beide tegelijk gedragen.

’t Hooft en zijn promotor Veltman (Leraar en Leerling)
Al snel zag ’t Hooft in dat het handig was om de ruimte en de tijd in stukjes te snijden. “Die zijn normaal gesproken continu en als je in ieder punt wat laat gebeuren, krijg je een oneindig aantal variabelen. In mijn aanpak verspringen deeltjes van punt naar punt. Dat verlost je van de oneindigheden en achteraf neem je zoveel punten dat je praktisch weer een continuüm hebt.” Er volgde een bijzondere, lang niet soepele maar uiteindelijk zeer succesrijke samenwerking tussen ’t Hooft en zijn promotor Veltman.
Het knelpunt bleek te liggen in het zogeheten Higgsdeeltje, dat moest er beslist bij. “Na vele verhitte discussies waren we uitgekomen op een theorie die met de oneindigheden afrekende”, zegt ’t Hooft. “Maar daarmee waren we er nog niet. Het bepalen van de exacte fysische uitdrukking was nog een taaie opgave.
Uiteindelijk bleek dat als we niet met de gewone vier dimensies rekenden, maar 3,999 invulde, de formules zich veel beter lieten hanteren. Eigenlijk kan dat natuurlijk helemaal niet, logisch gezien is een dimensie van 3,999 onzin. Maar het werkte.”
“Veltman en ik waren enthousiast over dit nieuwe inzicht: leuk, pragmatisch, als het werkt is het goed genoeg, en wat kan het ons schelen wat die 3,999 betekent.

De netwerkconnecties (Communicatie, Trekkermechanisme, NLP) in de microwereld van het brein functioneren analoog aan een sociaal netwerk ('complementaire schismogenesis') in de macrowereld. Een sociaal netwerk, dat in het spraakgebruik als 'netwerk' wordt aangeduid, is een netwerk van mensen of groepen mensen.

Wederkerig altruïsme, het verschijnsel waarbij men elkaar wederzijds helpt of een gunst verleent, is een veelvuldig onderzocht onderwerp binnen de evolutionaire psychologie. De reciprociteit van "voor wat hoort wat" is "heb uw naaste lief". Rita Smaniotto: Op basis van experimenten, simulatie-onderzoek en een heranalyse van een aantal antropologische studies naar het delen van voedsel in jagers-en verzamelaarsvolkeren concludeert Rita Smaniotto in haar proefschrift dat het "voor wat hoort wat" mechanisme niet zo wijdverspreid is als doorgaans wordt aangenomen. Volgens haar is er in veel gevallen sprake van een alternatief mechanisme, het "heb uw naaste lief" mechanisme. Dit mechanisme is vooral gericht op het welzijn van personen in iemands directe omgeving.
Promotie onderzoek Patrice van de Vorst: mijn te onderzoeken stelling is: Er is een biologische of anatomische grondslag voor het ontstaan van het menselijk bewustzijn en de menselijke moraal. Deze komt voort uit de evolutionaire veranderingen in de geslachtsorganen van de soort Homo.

Ilya Prigogine stelt: De ervaring van de pijl van de tijd en van de creativiteit is waar het in het leven om draait en we zijn zeker nog lang niet toe aan een kwantitatieve theorie van spontane zelforganisatie.

Fay van Ierlant: Anna Lemkow werkte dertig jaar bij de Verenigde Naties als ontwikkelingseconoom. Ze zegt daarover: “De Verenigde Naties vormen een weerspiegeling van de wereldgemeenschap en kunnen slechts effectief zijn in die mate dat wij, mensen, het toelaten. Er kan misbruik van gemaakt worden door kortzichtige ambities van lidstaten ten nadele van het geheel.”
Bij de huidige toestand van het menselijk bewustzijn is het moeilijk voor de Verenigde Naties de ware bovennationale roeping waar te maken waarin de loyaliteit aan iedere staat in evenwicht wordt gehouden door loyaliteit aan het Grote Geheel. De zoektocht naar vrede en solidariteit moet geworteld kunnen zijn in begrip en respect voor Eenheid in verscheidenheid. Daarom ligt de voortgaande evolutionaire ontwikkeling van de mens vooral in de sfeer van Zelfkennis, het groeiend vermogen om zichzelf in ruimte en tijd te kunnen plaatsen tot het punt waarop hij bewust wordt van zijn plaats en verantwoordelijkheid in relatie tot het universum. Anna Lemkow schrijft:
"Niettegenstaande het feit dat de impuls naar heelheid wordt overschaduwd door op verdeeldheid gerichte neigingen in een groot en machtig deel van de menselijke samenleving, is deze impuls altijd aanwezig en levensvatbaar geweest. Onze eigen verwaarlozing van deze dynamiek zorgde er alleen maar voor dat we het nog sterker zouden tegenkomen. Er ontstaat ondanks alles een nieuw type bewustzijn dat een universalisme zal doen ontstaan dat religie, ras, cultuur en sekse overstijgt. Nu nog de visie van een minderheid, maar verspreid over de hele wereld. Die visie is van binnen uit gestuurd en doordrongen van een gevoel van verbondenheid met het hier-en-nu, een gevoel van betrokkenheid, mededogen, verantwoordelijkheid en creatieve doelgerichtheid.”

Gottfried de Purucker Bron van het Occultisme, hoofdstuk Ruimte, tijd en duur:
Als we deze gedachtelijn volgen, beseffen we ook dat abstract denkvermogen of bewustzijn, of wat soms geest of het goddelijke wordt genoemd, tijd of duur moet hebben om te kunnen voortbestaan, en ruimte moet hebben om in te bestaan. Omdat we geen drie oneindigheden kunnen hebben – namelijk kosmisch denkvermogen, kosmische ruimte en oneindige duur – wat logisch gesproken een onmogelijkheid zou zijn, zijn ze in essentie niet drie verschillende, afzonderlijke dingen, maar slechts drie aspecten van de ene fundamentele en altijddurende Werkelijkheid.
We zien dus dat denkvermogen of bewustzijn, duur of abstracte tijd, en ruimte fundamenteel één zijn.

G. de Purucker hoofdstuk De zevenvoudige zeven beginselen:
De derde sleutel is de leer van de elkaar doordringende wezens of levens, ook de leer van de hiërarchieën genoemd, die tevens onscheidbare en elkaar overal doordringende gebieden of sferen zijn. Alles bestaat in al het andere . Er zijn in feite nergens absolute scheidslijnen, hoog noch laag, innerlijk noch uiterlijk, goed noch verkeerd, boven noch beneden. Er is in wezen niets dan een eeuwig ZIJN en een eeuwig NU. Zoals de oude stoïcijnen het zo prachtig hebben gezegd: ‘Alles doordringt al het andere.’ Zelfs de lucht bijvoorbeeld die we inademen, trilt van de ontelbare levens; de monadische essenties of levens zijn in de lucht die we inademen, in onze beenderen, in ons bloed, in ons vlees, in alles. Denk erover na; laat uw gedachten de vrije loop, maak u innerlijk vrij. Laat uw verbeelding u meevoeren naar de wonderen die deze sleutels voor ons toegankelijk maken. Een nauwgezette studie van de oude wijsheid en een zuiver en onzelfzuchtig leven zullen uw onfeilbare gids zijn.

H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV (p. 3):
Vr. Het begrip Ruimte, abstract beschouwd, wordt in de Proloog (blz. 38-39) als volgt toegelicht:
‘… absolute eenheid kan niet overgaan in oneindigheid, want oneindigheid vooronderstelt de onbegrensde uitbreiding van iets en de duur van dat ‘iets’. Het ene AL is als de Ruimte – die er op deze aarde of op ons bestaansgebied de enige verstandelijke en fysieke voorstelling van is noch een object noch een subject van waarneming. Als men kon veronderstellen dat het eeuwige oneindige Al, de alomtegenwoordige eenheid, in plaats van in eeuwigheid te zijn, door periodieke manifestatie een veelvoudig Heelal of een meervoudige persoonlijkheid werd, zou die eenheid ophouden er een te zijn. Locke’s opvatting dat ‘zuivere Ruimte noch in staat is tot weerstand, noch tot beweging’ is onjuist. Ruimte is noch een ‘onbegrensde leegte’, noch een ‘voorwaardelijke volheid’, maar beide: zij is immers op het gebied van de absolute abstractie de altijd-onkenbare godheid, die alleen voor het eindige verstand8 leegte is en op het gebied van mayavische waarneming het plenum, de absolute bevatter van al wat is, gemanifesteerd of niet: zij is dus dat ABSOLUTE AL. Er is geen verschil tussen het ‘In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij’ van de christelijke apostel, en het ‘Het Heelal leeft in, komt voort uit en zal terugkeren tot Brahma (Brahma)’ van de hindoe rishi: want Brahma (onzijdig), het niet-gemanifesteerde, is dat Heelal in abscondito en Brahma, het gemanifesteerde, is de logos, mannelijk-vrouwelijk9 gemaakt in de symbolische orthodoxe dogma’s. De god van de apostel-ingewijde en van de rishi is zowel de ongeziene als de zichtbare RUIMTE. Ruimte wordt in de esoterische symboliek de ‘eeuwige moeder-vader met zeven huiden’ genoemd. Deze bestaat van haar ongedifferentieerde tot haar gedifferentieerde oppervlak uit zeven lagen.
‘Wat is het dat was, is en zal zijn, of er een Heelal is of niet, of er goden zijn of niet?’ vraagt de esoterische Senzar catechismus. En het gegeven antwoord is: RUIMTE.’
8) Zelfs uit de namen van de twee voornaamste godheden, Brahma en Vishnu, zou men reeds langgeleden hun esoterische betekenis hebben kunnen afleiden. Want de wortel van de ene, Brahmam of Brahm, wordt door sommigen afgeleid van het woord brih, ‘groeien’ of ‘uitbreiden’ (zie Calcutta Review, vol. lxvi, blz. 14), en die van de andere, Vishnu, van de wortel vis, ‘doordringen’ tot de aard van de essentie; Brahma-Vishnu is dus deze oneindige RUIMTE, waarvan de goden, de rishi’s, de Manu’s en alles in dit heelal eenvoudig de vermogens, vibhutayah, zijn.
9) Zie Manu’s verhaal over Brahma die zijn lichaam scheidt in man en vrouw, en deze laatste is de vrouwelijke Vach, in wie hij Viraj schept, en vergelijk dit met de esoterie van de Hoofdstukken II, III en IV van Genesis.
De ene onbekende altijd-tegenwoordige god in de Natuur, of de Natuur in abscondito verwerpen wij niet, maar wel de God van het menselijke dogma en zijn vermenselijkte ‘woord’. In zijn oneindige verwaandheid en aangeboren trots en ijdelheid schiep de mens deze zelf met zijn heiligschennende hand uit de elementen die hij vond in zijn eigen kleine hersenweefsel en drong deze aan de mensheid op als een rechtstreekse openbaring uit de ene ongeopenbaarde RUIMTE10. De occultist aanvaardt dat openbaring komt van goddelijke maar toch nog eindige wezens, de gemanifesteerde levens, nooit van het ENE LEVEN, dat zich niet kan openbaren; van die wezens die men de oorspronkelijke mens, Dhyani-Boeddha’s of Dhyan-Chohans noemt, de ‘Rishi-Prajapati’s’ van de hindoes, de Elohim of ‘zonen van God’, de planeetgeesten van alle volkeren, die voor de mensen goden zijn geworden. Hij beschouwt ook de Adi-Sakti – de directe uitstraling van Mulaprakriti, de eeuwige wortel van DAT en het vrouwelijke aspect van de scheppende oorzaak, Brahma, in haar akasische vorm van de universele ziel – in filosofische zin als een maya en de oorzaak van de menselijke maya. Maar deze opvatting weerhoudt hem niet te geloven in zijn bestaan zolang dit duurt, nl. één maha-manvantara; en evenmin om akasa, de uitstraling van Mulaprakriti11, voor praktische doeleinden aan te wenden, omdat de wereldziel verbonden is met alle natuurverschijnselen die al of niet aan de wetenschap bekend zijn.
10) Het occultisme zit inderdaad in de lucht aan het einde van onze eeuw. Van de vele andere onlangs uitgegeven boeken zouden wij er één in het bijzonder willen aanbevelen aan onderzoekers van het theoretische occultisme, die zich niet buiten ons speciaal menselijke gebied zouden durven begeven. Het heet ‘New Aspects of Life and Religion’, door Henry Pratt, M.D. Het staat vol esoterische dogma’s en filosofie, de laatste in de slothoofdstukken nogal beperkt door wat een geest van voorwaardelijk positivisme schijnt te zijn. Niettemin verdient te worden aangehaald wat wordt gezegd over de Ruimte als ‘de onbekende eerste oorzaak’. ‘Dit onbekende iets, dat zo wordt erkend en gelijkgesteld met de eerste belichaming van de eenvoudige Eenheid, is onzichtbaar en ontastbaar’ (als abstracte ruimte, toegegeven); ‘en omdat het onzichtbaar en ontastbaar is, is het ook onkenbaar. En deze onkenbaarheid heeft geleid tot de foute veronderstelling dat zij een eenvoudige leegte is, alleen een vermogen om iets op te nemen. Maar zelfs als men ruimte opvat als een absolute leegte, moet men toegeven dat de ruimte òf op zichzelf bestaand, oneindig en eeuwig is, òf een eerste oorzaak heeft gehad buiten, achter en boven zich.’
‘En toch, als zo’n oorzaak kon worden gevonden en gedefinieerd, zou dit er alleen toe leiden dat daaraan de eigenschappen zouden worden overgedragen die anders aan de ruimte worden toegekend en dat het probleem van de oorsprong een stap terug wordt geschoven zonder dat er meer inzicht wordt verkregen in de eerste oorzakelijkheid.’ (blz. 5.)
Dit is precies wat werd gedaan door degenen die geloven in een antropomorfe Schepper, een buitenkosmische, in plaats van een binnenkosmische God. Veel van Pratts onderwerpen – de meeste, mogen wij wel zeggen – zijn oude kabbalistische denkbeelden en theorieën die hij in een heel nieuw kleed aanbiedt: inderdaad ‘nieuwe aspecten’ van het occulte in de Natuur. Maar de Ruimte, gezien als een ‘werkelijk bestaande eenheid’ – de ‘levende levensbron’ –, als de ‘onbekende oorzaakloze oorzaak’, is het oudste dogma van het occultisme, duizenden jaren ouder dan de Pater-Aether van de Grieken en de Latijnse volkeren. Zo zijn ook ‘kracht en stof als vermogens van de Ruimte onscheidbaar, en de onbekende openbaarders van het onbekende’. Men kan ze alle vinden in de Arische filosofie, in de personen van Visvakarman, Indra, Vishnu, enz. Toch worden zij in het aangehaalde boek heel filosofisch en vanuit veel ongebruikelijke gezichtspunten omschreven.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 1. De nacht van het heelal (p. 65):
De ‘Moeder-Ruimte’ is de eeuwige, altijd aanwezige oorzaak van alles – de onbegrijpelijke GODHEID; haar ‘onzichtbare gewaden’ zijn de mystieke wortel van alle materie en van het Heelal. Ruimte is het enige eeuwige dat wij ons heel gemakkelijk kunnen voorstellen, onbeweeglijk in haar abstractie en niet beïnvloed door de aanwezigheid of de afwezigheid daarin van een objectief Heelal. Zij heeft geen afmetingen, hoe men die ook opvat, en bestaat op zichzelf. Geest is de eerste differentiatie van DAT, de oorzaakloze oorzaak van zowel geest als stof. Zoals de esoterische catechismus leert, is zij noch grenzeloze leegte, noch voorwaardelijke volheid, maar beide. Zij was en zal altijd zijn. (Zie de Proloog.)
De ‘gewaden’ staan dus voor het noumenon van ongedifferentieerde kosmische stof. Het is geen stof zoals wij die kennen, maar de geestelijke essentie van stof en deze is eeuwig, evenals de Ruimte in haar abstracte betekenis, waarmee ze zelfs één is. De wortelnatuur is ook de bron van de subtiele onzichtbare eigenschappen in de zichtbare stof. Zij is als het ware de ziel van de ENE oneindige geest. De hindoes noemen haar Mulaprakriti en zeggen dat zij de oersubstantie is, die de basis vormt van de upadhi of het voertuig van ieder verschijnsel, stoffelijk, verstandelijk of psychisch. Zij is de bron waarvan akasa uitstraalt.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 2. Het denkbeeld van differentiatie (p. 86):
(b) De term ‘adem’ van het ene Bestaan wordt door de archaïsche esoterie alleen toegepast op het geestelijke aspect van de kosmogonie; in andere gevallen wordt deze vervangen door de overeenkomstige term op het stoffelijke gebied: beweging. Het ene eeuwige Element, of elementbevattende voertuig, is Ruimte , in elke betekenis zonder dimensie; tegelijk daarmee bestaan eindeloze duur , oer- (en dus onvernietigbare) stof, en beweging – absolute ‘eeuwigdurende beweging’: de ‘adem’ van het ‘ene’ Element. Zoals wij hebben gezien, kan deze adem nooit ophouden, zelfs niet tijdens de eeuwigheden van pralaya (zie Chaos, Theos, Kosmos in Afdeling II).
De Geheime Leer Deel I, Stanza 2 Het denkbeeld van differentiatie (p. 85):
Om zich te bevrijden van het persoonlijke bestaan, op te gaan in en één te worden met het Absolute2 en in het volle bezit van paramartha te blijven, moet men beschikken over ‘een helder en door de persoonlijkheid niet verduisterd verstand’ en moet men ‘de verdiensten van verscheidene levens, gewijd aan het Zijn als geheel (het hele levende en bezielde Heelal) in zich hebben opgenomen’.
2) Daarom is Niet-zijn in de esoterische filosofie ‘ABSOLUUT Zijn’. Volgens haar leer is zelfs Adi-Boeddha (de eerste of oorspronkelijke wijsheid), wanneer deze is gemanifesteerd, in zekere zin een illusie, maya, want alle goden, met inbegrip van Brahma, moeten aan het eind van de ‘eeuw van Brahma’ sterven; alleen de abstractie die men Parabrahm noemt – of we die nu Ensoph of ‘het Onkenbare’ van Herbert Spencer noemen – is ‘de ene absoluteWerkelijkheid. Het ene Enig Bestaande is ADVAITA, ‘zonder een tweede’, en al het andere is maya, leert de Advaita-filosofie.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3. Het ontwaken van de kosmos (p. 95):
Ook over de monade van Pythagoras wordt gezegd dat zij evenals de ‘kiem’ in eenzaamheid en duisternis woont. De gedachte van de ‘adem’ van de duisternis, die beweegt boven ‘de sluimerende wateren van het leven’, dat is de oerstof met daarin de latente geest, herinnert aan het eerste hoofdstuk van Genesis. De oorsprong ervan is de brahmaanse Narayana (hij die zich over de wateren beweegt), die de personificatie is van de eeuwige adem van het onbewuste Al (of Parabrahm) van de oosterse occultisten. De wateren van het leven, of Chaos – het vrouwelijke beginsel in de symboliek – zijn (voor ons geestesoog) de leegte, waarin de latente geest en stof zich bevinden. Op grond hiervan beweerde Democritus, in navolging van zijn leraar Leucippus, dat de oorspronkelijke beginselen van alle dingen atomen en een leegte waren, in de zin van ruimte, maar niet van lege ruimte, omdat volgens de peripatetici en iedere filosoof uit de oudheid ‘de Natuur een leegte verafschuwt’.
In alle kosmogonieën speelt ‘water’ dezelfde belangrijke rol. Het is de basis en de bron van het stoffelijke bestaan. Beoefenaars van de wetenschap, die het woord met de zaak verwarden, verstonden onder water een bepaalde chemische verbinding van zuurstof en waterstof en gaven zo een speciale betekenis aan een term, die de occultisten als aanduiding van de soort gebruiken en die in de kosmogonie een metafysische en mystieke betekenis heeft. IJs is geen water, en stoom ook niet, hoewel ze alle drie precies dezelfde chemische samenstelling hebben.
105/106: Mahat wordt in de eerste schepping de Heer genoemd en is in die zin het universele kenvermogen of het goddelijke denken; maar ‘het mahat dat het eerst werd voortgebracht, wordt (later) ego-isme genoemd, wanneer het als ‘ik’ wordt geboren, en dat wordt de tweede schepping genoemd’ (Anugita, Hfst. XXVI). En de vertaler (een bekwame en geleerde brahmaan, geen Europese oriëntalist) verklaart in een voetnoot (6), ‘dat wil zeggen, wanneer mahat zich ontwikkelt tot het gevoel van zelfbewustzijn – het ik – dan neemt het de naam Egoïsme aan’. Esoterisch geformuleerd betekent dit: wanneer mahat wordt veranderd in het menselijke manas (of zelfs in dat van de eindige goden) en aham-schap wordt. Waarom dit het mahat van de tweede schepping (of de negende, die van de kumara in het Vishnu Purana) wordt genoemd, zal in Deel II worden verklaard. De ‘zee van vuur’ is dan het boven-astrale (d.i. noumenale) licht, de eerste uitstraling van de wortel, Mulaprakriti, de ongedifferentieerde kosmische substantie, die astrale stof wordt. Het wordt ook de ‘vurige slang’ genoemd, zoals hierboven werd beschreven. De eerste en voornaamste moeilijkheid zal echter voor de lezer verdwijnen en hij zal de occulte kosmologie kunnen beheersen16, als hij maar in gedachten houdt, dat er slechts één universeel Element bestaat, dat oneindig, ongeboren en onsterfelijk is, en dat al het overige – dat behoort tot de wereld van de verschijnselen – even zoveel verschillende gedifferentieerde aspecten en transformaties (correlaties worden ze nu genoemd) zijn van dat ene Element, van kosmische tot microkosmische gevolgen, van bovenmenselijke tot menselijke en nog lagere wezens, kortom het hele objectieve bestaan.
16) Zowel in de Egyptische als in de Indiase theogonie was er een verborgen godheid, de ENE, en de scheppende androgyne god. Zo is Shoo de god van de schepping en Osiris is in zijn oorspronkelijke vorm de ‘god van wie de naam onbekend is’. (Zie Mariette’s Abydos II, blz. 63 en Deel III, de blzn. 413 en 414, No. 1122.)
106/107: Alle kabbalisten en occultisten, van het oosten en van het westen, erkennen (a) de identiteit van ‘vader-moeder’ met de oorspronkelijke aether17 of akasa (het astrale licht)18; (b) de homogeniteit ervan vóór de evolutie van de ‘zoon’, kosmisch fohat, want hij is de kosmische elektriciteit. ‘Fohat verhardt en verspreidt de zeven broeders’ (Deel III, Dzyan); dit betekent dat de oorspronkelijke elektrische entiteit – want de occultisten van het oosten zeggen met nadruk dat elektriciteit een entiteit is – tot leven wordt gewekt en de oorspronkelijke of voor-wereldlijke stof scheidt in atomen, die zelf weer de bron zijn van alle leven en bewustzijn. ‘Er bestaat een universeel agent unique van alle vormen en van het leven, dat Od19, Ob en Aour wordt genoemd, actief en passief, positief en negatief, zoals dag en nacht: het is het eerste licht in de schepping’ (de Kabbala van Eliphas Lévi): – het eerste licht van de oorspronkelijke Elohim – de Adam ‘mannelijk en vrouwelijk’ – of (wetenschappelijk uitgedrukt) ELEKTRICITEIT EN LEVEN.
De Geheime Leer Deel II Stanza 7 VAN HET HALFGODDELIJKE RAS TOT DE EERSTE MENSENRASSEN (p. 200/201):
200/201: Padmapani is echter alleen voor de niet-ingewijden symbolisch de ‘lotusdrager’; esoterisch betekent het woord de drager van de kalpa’s, waarvan de laatste, de tegenwoordige mahakalpa (de Varaha), Padma wordt genoemd, en de helft van het leven van Brahma voorstelt. Hoewel een kleine kalpa, wordt hij maha, ‘groot’ genoemd, omdat hij de tijd omvat waarin Brahma uit een lotus voortkwam. Theoretisch zijn de kalpa’s oneindig, maar praktisch zijn ze verdeeld en onderverdeeld in Ruimte en Tijd, waarbij elk onderdeel – tot het kleinste toe – zijn eigen Dhyani als beschermer of bestuurder heeft. Padmapani (Avalokiteshvara) wordt in China in zijn vrouwelijke aspect Kwan-yin, ‘die vrijelijk elke gewenste vorm aanneemt, om de mensheid te redden’. De kennis van het astrologische aspect van de sterrenbeelden op de respectievelijke ‘geboortedagen’ van deze Dhyani’s Amitabha (de O-mi-to Fo van China) inbegrepen: bijv. op de 19de dag van de tweede maand, op de 17de dag van de elfde maand, en op de 7de dag van de derde maand, enz. – stelt de occultist ruimschoots in staat om zogenaamde ‘magische’ handelingen te verrichten. Men kan de toekomst van een individu, met al de komende gebeurtenissen in volgorde gerangschikt, zien in een magische spiegel, die onder de straal van bepaalde sterrenbeelden is geplaatst. Maar – pas op voor de keerzijde van de medaille, TOVENARIJ.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6. Vervolg (p. 226):
In Deel II van Isis (blz. 183 e.v., Engelse uitgave) worden de filosofische stelsels van de gnostici en de oorspronkelijke joodse christenen, de Nazareners en de Ebionieten, uitvoerig beschouwd. Er blijkt uit, welke opvattingen in die dagen buiten de kring van de mozaïsche joden over Jehova werden gehuldigd. Hij werd door alle gnostici eerder met het kwade dan met het goede beginsel vereenzelvigd. Voor hen was hij Ilda-Baoth, ‘de zoon van de duisternis’, en zijn moeder, Sophia Achamoth, was de dochter van Sophia, de goddelijke wijsheid (de vrouwelijke heilige geest van de vroege christenen) – akasa15; terwijl Sophia Achamoth het lagere astrale licht of de ether verpersoonlijkt. Ilda-Baoth16 of Jehova is eenvoudig een van de Elohim, de zeven scheppende geesten, en een van de lagere sephiroth. Hij brengt uit zichzelf zeven andere goden voort, ‘sterrengeesten’ (of de maan-voorouders17), want ze zijn allen hetzelfde18. Ze zijn allen naar zijn eigen beeld gevormd (de ‘geesten van het gezicht’) en elkaars weerkaatsing, en werden duisterder en stoffelijker naarmate ze zich de een na de ander van hun voortbrenger verwijderden. En ook zij bewonen zeven gebieden die zijn gerangschikt als een ladder, want de sporten gaan omhoog en omlaag, naar de geest of naar de stof19.
15) Het astrale licht staat in dezelfde betrekking tot akasa en anima mundi, als satan tot de godheid. Ze zijn een en hetzelfde, gezien vanuit twee standpunten: het geestelijke en het psychische – de bovenetherische of verbindende schakel tussen stof en zuivere geest – en het stoffelijke. Zie voor het verschil tussen nous, de hogere goddelijke wijsheid, en psyche, de lagere en aardse (Jacobus, iii, v. 15-17). Zie ook ‘Demon est Deus inversus’, in Afd. II van dit deel.
16) Ilda-Baoth is een samengestelde naam, gevormd uit Ilda, ילד, ‘een kind’, en Baoth; het laatste komt zowel van ביצה het ei, als van בהוח Baoth, ‘chaos’, leegheid, leegte of verlatenheid; dus het kind, geboren in het ei van de Chaos, evenals Brahma.
17) Het verband tussen Jehova en de maan in de Kabbala is de onderzoekers bekend.
18) Over de Nazareners zie Isis, Deel II, blz. 131 en 132, Engelse uitgave; de ware volgelingen van de ware Christos waren allen Nazareners en christenen; zij waren de tegenstanders van de latere christenen.
19) Zie het diagram van de maanketen van zeven werelden, waar, zoals bij onze en elke andere keten, de hogere werelden geestelijk zijn, terwijl de laagste, hetzij maan, aarde, of een andere planeet, door de stof is verduisterd.
236: Hij is, zoals gezegd, de ‘naamloze’ die zoveel namen heeft en van wie toch de namen en zelfs de aard onbekend zijn. Hij is de ‘Inwijder’ en wordt het ‘GROTE OFFER’ genoemd. Want, zittend op de drempel van het LICHT, kijkt hij vanuit de kring van de duisternis, die hij niet zal overschrijden, in dat licht en hij zal zijn post ook niet verlaten vóór de laatste dag van deze levenscyclus. Waarom blijft de eenzame Wachter op zijn zelfgekozen post? Waarom zit hij aan de bron van de oorspronkelijke wijsheid waaruit hij niet langer drinkt, omdat hij niets heeft te leren wat hij nog niet weet – inderdaad, noch op deze aarde, noch in haar hemel? Omdat de eenzame pijnlijk voortstrompelende pelgrims op hun weg terug naar huis tot het laatste ogenblik er nooit zeker van zijn dat zij niet zullen verdwalen in deze onmetelijke woestijn van illusie en materie die men het aardse leven noemt. Omdat hij graag aan iedere gevangene die erin is geslaagd zich te bevrijden van de boeien van het vlees en de illusie, de weg zou wijzen naar dat gebied van vrijheid en licht, waaruit hij zich vrijwillig heeft verbannen. Kortom, omdat hij zich heeft opgeofferd ter wille van de mensheid, al kunnen slechts enkele uitverkorenen van het GROTE OFFER profiteren.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7. De voorvaderen van de mens op aarde (p. 258):
3. WANNEER DE ENE TWEE WORDT, VERSCHIJNT HET ‘DRIEVOUD’ (a). DE DRIE ZIJN (verbonden tot) ÉÉN, EN HET IS ONZE DRAAD, O LANOO, HET HART VAN DE MENS-PLANT DIE SAPTAPARNA WORDT GENOEMD (b).
(a) ‘Wanneer de ENE twee wordt, verschijnt het drievoud’: namelijk, wanneer het Ene Eeuwige zijn weerspiegeling laat vallen in het gebied van de manifestatie, dan wordt het ‘water van de Ruimte’ door die weerspiegeling, ‘de straal’, gedifferentieerd; of, in de bewoordingen van het ‘Dodenboek’: ‘De Chaos eindigt door de glans van de straal van het oorspronkelijke licht, dat met behulp van de grote magische kracht van het WOORD van de (centrale) zon alle duisternis verdrijft.’ De Chaos wordt mannelijk-vrouwelijk, het water wordt voortgebracht door het licht, en het ‘drievoudige wezen komt als zijn eerstgeborene tevoorschijn’.
278/279 De vermogens, of wat misschien de meest geschikte uitdrukking is, de kenmerkende eigenschappen van de stof, moeten natuurlijk altijd een rechtstreeks verband hebben met de zintuigen van de mens. Stof heeft uitgebreidheid, kleur, beweging (moleculaire beweging), smaak en geur, overeenkomstig de bestaande zintuigen van de mens, en tegen de tijd dat zij de volgende eigenschap volledig ontwikkelt – laten wij deze hier DOORDRINGBAARHEID noemen – zal deze corresponderen met het volgende zintuig van de mens – zeg ‘NORMALE HELDERZIENDHEID’. Als dus sommige moedige denkers hebben verlangd naar een vierde dimensie om de doorgang van stof door stof te verklaren, en het leggen van knopen in een koord zonder einde, dan hadden zij in werkelijkheid behoefte aan een zesde kenmerkende eigenschap van de stof. De drie dimensies horen eigenlijk maar tot één kenmerk of eigenschap van de stof – uitgebreidheid; en het gewone gezonde verstand verzet zich terecht tegen het denkbeeld dat er onder welke omstandigheden ook, meer dan drie dimensies zoals lengte, breedte en dikte kunnen zijn.
291/292: 6. VANAF DE EERSTGEBORENE (de oorspronkelijke of eerste mens) WORDT DE DRAAD TUSSEN DE STILLE WACHTER EN ZIJN SCHADUW STERKER EN STRALENDER BIJ IEDERE VERANDERING (reïncarnatie) (a). HET ZONLICHT VAN DE OCHTEND IS VERANDERD IN DE GLORIE VAN DE MIDDAG. . . . .
(a) Deze zin: ‘De draad tussen de stille wachter en zijn schaduw (de mens) wordt sterker’ – bij elke reïncarnatie – is weer een psychologisch mysterie, dat in Deel II zal worden verklaard. Het is hier voldoende te zeggen, dat de ‘Wachter’ en zijn ‘schaduwen’ – van de laatste zijn er evenveel als er voor de monade reïncarnaties zijn – één zijn. De Wachter, of de goddelijke oervorm, staat op de bovenste sport van de ladder van het zijn; de schaduw op de onderste. Daarbij is de monade van elk levend wezen – tenzij haar morele verdorvenheid de band verbreekt en teugelloos ‘afdwaalt naar het maanpad’, om de occulte uitdrukking te gebruiken – een individuele Dhyan-Chohan, verschillend van andere, tijdens één manvantara een soort geestelijke individualiteit op zichzelf.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 323):
Want het astrale licht van de bespotte kabbalisten heeft inderdaad vreemde en griezelige geheimen voor wie er in kan zien; en de mysteries die verborgen liggen in zijn altijd woelige golven bestaan, ondanks alle materialisten en spotters29.
29) Het astrale licht van de kabbalisten wordt door sommigen heel onjuist vertaald met ‘aether’; dit laatste wordt verward met de hypothetische ether van de wetenschap en beide termen worden door sommige theosofen gegeven als synoniem van akasa. Dit is een grote fout.
‘Aan de hand van een kenmerk van akasa laten wij zien hoe ontoereikend het is akasa weer te geven door ether’, schrijft de auteur van ‘Rational Refutations’, die zo onbewust het occultisme helpt. ‘Het is oneindig van afmeting; het bestaat niet uit delen, en kleur, smaak, geur en tastbaarheid zijn er niet op van toepassing. In zoverre komt het precies overeen met tijd, ruimte, Isvara (‘De Heer’, maar meer nog scheppend vermogen en ziel – anima mundi). Vergelijken we het daarmee, dan is het bijzondere ervan, dat het de materiële oorzaak van het geluid is. Afgezien daarvan zou men het als één met de leegte kunnen opvatten’ (blz. 120).
Het is ongetwijfeld leegte, vooral voor de rationalisten. In ieder geval zal akasa beslist een leegte in het brein van een materialist teweegbrengen. Hoewel akasa niet die ether van de wetenschap is, zelfs niet de ether van de occultist, die deze omschrijft als slechts een van de beginselen van akasa, is het samen met zijn oorsprong niettemin stellig de oorzaak van geluid, en dan slechts een psychische en geestelijke en in geen geval een stoffelijke oorzaak. De relaties tussen ether en akasa kan men beschrijven door zowel op akasa als op ether de woorden toe te passen die in de Veda’s over de god worden gezegd, ‘Zo was hij inderdaad (zijn eigen) zoon’, de een de nakomeling van de ander en toch zichzelf. Dit is misschien een moeilijk raadsel voor de oningewijden, maar heel gemakkelijk te begrijpen voor iedere hindoe – zelfs al is deze geen mysticus.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 360/361):
Zij wordt ‘Chaos’ genoemd, en het aangezicht van de wateren, voortgebracht door de Geest die uit het Onbekende voortkomt, onder welke naam dan ook. (ZieChaos, Theos, Kosmos’.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 683):
Men beweert dat ‘het menselijke verstand zich geen beeld kan vormen van een ondeelbare eenheid, zonder dat dit denkbeeld tegelijk met zijn onderwerp wordt vernietigd’. Dit is onjuist, zoals de aanhangers van Pythagoras en vóór hen een aantal zieners hebben bewezen, hoewel een speciale oefening hiervoor bestaat en hoewel de niet-ingewijde dit moeilijk kan begrijpen. Maar er bestaat zoiets als meta-wiskunde en meta-geometrie.
684/685: Want indien ‘de mogelijke eenheid alleen een mogelijkheid is als een natuurfeit, als een individu van een bepaalde soort’, en zich evenals elk individueel natuurlijk object kan delen, en door deze deling zijn eenheid verliest of ophoudt een eenheid te zijn11, dan geldt dit alleen voor het gebied van de exacte wetenschappen in een wereld die even bedrieglijk als denkbeeldig is. In het domein van de esoterische wetenschappen nadert de tot in het oneindige verdeelde eenheid met elke verdeling steeds meer de gebieden van de enige eeuwige WERKELIJKHEID, in plaats van haar eenheid te verliezen. Het oog van de ZIENER kan haar volgen en in al haar aan de wereldvorming voorafgaande glorie aanschouwen. Ditzelfde denkbeeld van de werkelijkheid van de subjectieve en de onwerkelijkheid van de objectieve heelallen vindt men als grondslag van de leringen van Pythagoras en Plato – die alleen waren bestemd voor de uitverkorenen; want Porphyrius zegt over de monade en de duade, dat alleen de eerstgenoemde als substantieel en werkelijk werd beschouwd, ‘dat allereenvoudigste wezen, de oorzaak van alle eenheid en de maat van alle dingen’.
Maar de duade, hoewel de oorsprong van het kwaad of van de stof – en daardoor volgens de filosofie onwerkelijk – is tijdens het manvantara toch substantie en wordt in het occultisme vaak de derde monade genoemd en de verbindingslijn tussen twee punten . . . of getallen, die voortkwamen uit DAT, ‘dat vóór alle getallen bestond’, zoals rabbi Barahiel het uitdrukt.
698/699: De werkelijkheid in de gemanifesteerde wereld is dus samengesteld uit een eenheid van eenheden, om zo te zeggen, onstoffelijk (vanuit ons standpunt) en oneindig. Deze noemt Leibnizmonaden’, de oosterse filosofie ‘jīva’s’ – en het occultisme geeft er met de kabbalisten en alle christenen een verscheidenheid van namen aan. Ze geven voor ons, evenals voor Leibniz, ‘uitdrukking aan het heelal’23, en elk stoffelijk punt is slechts de uitdrukking als verschijnsel van het noumenale, metafysische punt. Zijn onderscheid tussen waarneming en bewuste waarneming brengt de esoterische leringen filosofisch maar vaag tot uitdrukking. Zijn ‘herleide heelallen’, waarvan ‘er evenveel zijn als er monaden zijn’, is de chaotische voorstelling van ons zevenvoudige stelsel met zijn verdelingen en onderverdelingen.
Over de relatie tussen zijn monaden en onze Dhyāni-Chohans, kosmische geesten, deva’s en elementalen, geven we in het kort de mening weer van H.A. Bjerregaard, een geleerde en bedachtzame theosoof. In een uitstekende voordracht ‘Over de elementalen, de elementaire geesten en het verband tussen deze en mensen’, door hem gehouden voor de ‘Aryan Theosophical Society of New York’ (Zie PATH, nos. 10 en 11, van januari en februari 1887), formuleert Bjerregaard duidelijk zijn opvatting . . . ‘Voor Spinoza is de substantie dood en inactief, maar voor het scherpzinnige denkvermogen van Leibniz is alles levende activiteit en actieve energie. Met deze opvatting komt hij oneindig veel dichter bij het oosten dan iedere andere denker van zijn tijd of na hem. Zijn ontdekking dat een actieve energie de essentie van de substantie vormt, is een beginsel dat hem in directe relatie brengt met de zieners van het oosten.’
702: Want atomen en monaden, verenigd of gescheiden, enkelvoudig of samengesteld, zijn vanaf het moment van de eerste differentiatie slechts de lichamelijke, psychische en spirituele beginselen van de ‘goden’ – die zelf de uitstralingen zijn van de oorspronkelijke natuur. Zo verschijnen de hogere planetaire machten voor het oog van de ziener onder twee aspecten: als invloeden (het subjectieve aspect), en als mystieke VORMEN (het objectieve aspect), die onder de karmische wet een Tegenwoordigheid worden omdat, zoals herhaaldelijk is gezegd, geest en stof één zijn. Geest is stof op het zevende gebied; stof is geest – op het laagste punt van zijn cyclische werkzaamheid; en beide zijn MĀYĀ.
Atomen worden in het occultisme ‘trillingen’ genoemd, en collectief ook ‘geluid’. Dit tast de wetenschappelijke ontdekking van Tyndall niet aan. Hij ging op de onderste sport van de ladder van het monadische zijn, het hele verloop van de atmosferische trillingen na – en dit vormt het objectieve deel van het natuurproces. Hij heeft de snelheid van hun beweging en overbrenging gevolgd en vastgelegd; de kracht van hun botsing; hoe ze trillingen veroorzaken in het trommelvlies en hoe ze deze overbrengen op de gehoorsteentjes, enz., totdat de trilling van de gehoorzenuw begint – en dan vindt er een nieuw verschijnsel plaats: de subjectieve kant van het proces of de gewaarwording van geluid. Neemt hij die waar of ziet hij die? Nee, want zijn specialiteit is om het gedrag van de stof te ontdekken. Maar waarom zou een paranormaal begaafde het niet zien, een ziener van de spirituele wereld, van wie het innerlijke oog is geopend en die door de sluier van de stof heen kan zien? De golven en trillingen van de wetenschap worden alle door atomen voortgebracht, die hun moleculen van binnenuit tot activiteit brengen. Atomen vullen de oneindigheid van de Ruimte, en door hun voortdurende trilling zijn ze die BEWEGING, die de wielen van het leven eeuwig laat ronddraaien. Die innerlijke werkzaamheid brengt het natuurverschijnsel teweeg dat de wisselwerking van krachten (Wederkerigheid) wordt genoemd. Maar aan de oorsprong van elk van die ‘krachten’ staat het bewuste leidende noumenon ervan – engel of god, geest of demon – heersende machten, die toch hetzelfde zijn.
703/704: Volgens beschrijvingen van zieners – die de beweging van de interstellaire menigten kunnen zien en ze door helderziendheid in hun evolutie kunnen volgen – zijn ze verblindend, als maagdelijke sneeuwvlokjes in stralend zonlicht. Ze gaan sneller dan gedachten, sneller dan het fysieke oog van een sterveling kan volgen, en zover men dat kan beoordelen bij de enorme snelheid in hun baan, is de beweging cirkelvormig . . . Als men op een open vlakte of op een bergtop staat, het onmetelijke gewelf boven zich ziet en in de oneindigheid van de ruimte om zich heen kijkt, schijnt de hele atmosfeer erdoor te gloeien, en lijkt de lucht doordrenkt met deze verblindende schittering. Soms veroorzaakt de intensiteit van hun beweging flikkeringen, zoals het noorderlicht. De aanblik is zo wonderbaarlijk dat de ziener, terwijl hij in deze innerlijke werelden staart en de flikkerende punten langs zich heen voelt schieten, vervuld raakt van ontzag bij de gedachte aan andere, nog grotere mysteries, die achter en binnen deze stralende oceaan liggen . . .

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 46/47):
‘De ideële natuur’, de abstracte Ruimte waarin alles in het Heelal op geheimzinnige en onzichtbare manier wordt voortgebracht, vormt zowel in de vedische als in iedere andere kosmogonie dezelfde vrouwelijke kant van de scheppende kracht in de Natuur. Aditi is Sephira en de Sophia-Achamoth van de gnostici en Isis, de maagdelijke moeder van Horus. In iedere kosmogonie is er achter en boven de scheppende godheid een hogere godheid, een ontwerper, een architect, van wie de schepper slechts de uitvoerder is. En nog hoger, boven en rondom, op innerlijke en uiterlijke gebieden, is er het ONKENBARE en het onbekende, de bron en oorzaak van al deze emanaties . . .
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten (p. 553):
Elke zin in de oude kosmogonieën onthult aan hem die tussen de regels door kan lezen, de gelijkheid van de denkbeelden, hoewel in verschillende gewaden gekleed.
De eerste les van de esoterische filosofie leert dat de onkenbare Oorzaak geen evolutie teweegbrengt, hetzij bewust of onbewust, maar dat zij slechts periodiek verschillende aspecten van zichzelf laat zien, die door eindige denkvermogens kunnen worden waargenomen. Het collectieve denkvermogen – het universele – dat is samengesteld uit verschillende en talloze menigten van scheppende machten, hoe oneindig ook in de gemanifesteerde tijd, is toch eindig, wanneer het wordt gesteld tegenover de ongeboren en onvergankelijke Ruimte in haar hoogste essentiële aspect. Wat eindig is, kan niet volmaakt zijn. Daarom zijn er lagere wezens onder deze menigten, maar er waren nooit duivels of ‘ongehoorzame engelen’, eenvoudig omdat zij allen door de wet worden beheerst.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental Saptaparna (672/673):
Dat is de naam die in het occulte spraakgebruik aan de mens wordt gegeven. Deze betekent, zoals elders is aangetoond, een plant met zeven bladeren, en de naam heeft een grote betekenis in de boeddhistische legenden. Dat was ook het geval in de Griekse ‘mythen’, waarin hij onder vermomming voorkomt. De T, of (tau), gevormd uit het cijfer 7 en de Griekse letter Γ (gamma), was (zie de § ‘Kruis en cirkel’ ) het symbool van het leven en van het eeuwige leven: van het aardse leven, omdat Γ (gamma) het symbool van de aarde (gaia)1 is; en van het ‘eeuwige leven’, omdat het cijfer 7 het symbool is van hetzelfde leven, verbonden met het goddelijke leven; het dubbele teken, uitgedrukt in meetkundige figuren, is:
een driehoek en een vierkant, het symbool van de zevenvoudige mens.

H.R. Opdenberg Het oneindig gevarieerde heelal
De ene wetenschappelijke theorie beschrijft het heelal als toevallige rangschikkingen van blindelings voortbewegende deeltjes. Een andere, eveneens wetenschappelijk, noemt het universum een samenhangend organisme waarin elk deel de weerspiegeling is van al het overige, zoals een stukje van een hologram het hele beeld bevat. Het hologram: de beeldspraak is nieuw maar de gedachte is oud. De filosoof en wiskundige Leibniz zag, net als Pythagoras en Plato vóór hem, het heelal als voortbrengsel van talloze monaden, kernen van bewuste energie. Leibniz noemde ze ‘meetkundige punten’, om de nadruk erop te leggen dat het geen fysieke dingen zijn, maar centra van bedrijvigheid waar zelfs de indeling in geest en stof is verdwenen. Ieder van zijn monaden wordt gezien als een levende spiegel van de andere, zodat in elk de mogelijkheden van het universum verborgen liggen.
Zoals Heisenberg heeft opgemerkt, ‘het universum is een universum van deelgenootschap’. Wisselwerking is de sleutel. De eigenschappen en structuren van alle verschijnselen worden niet bepaald door eeuwig onveranderlijke stoffelijke deeltjes, maar door complexe wisselwerking in het weefsel van gebeurtenissen dat we natuur noemen. Reeds in de eerste decennia van de twintigste eeuw komen we uitspraken tegen die vooruitlopen op de komende trend. In zijn boek The Nature of the Physical World (1927) geeft de Engelse fysicus en astronoom A.S. Eddington aan hoe materie blijkt op te lossen in energiepunten en het best getypeerd wordt door de term ‘mind-stuff’. De wiskundige, fysicus en astronoom J.H. Jeans, en Max Planck, opsteller van de kwantumtheorie, beschouwen beiden bewustzijn als fundamenteel en materie als afgeleide van bewustzijn. Teilhard de Chardin vat het als volgt samen: ‘De moderne fysica is er niet langer zeker van of wat ze in handen heeft zuiver energie is, of zuiver gedachte.’ Veel onderzoekers komen tegenwoordig tot dezelfde slotsom als de mystici uit alle tijden.
In de 19de eeuw was het begrip ecosysteem nog onbekend; hoe sterk de verschillende organismen binnen een levend geheel van elkaar afhankelijk en in elkaars leven verweven zijn, was nog niet ontdekt. Niemand droomde over een ‘Gaia-hypothese’ die stelt dat de aarde zich gedraagt als een levend en zich aanpassend organisme (Lynn Margulis en J.E. Lovelock, 1977). Relaties, patronen van wisselwerking, bepalen de identiteit van elk deel.
Albert Szent-Györgyi, biochemicus en ontdekker van vitamine C, vergeleek het denkbeeld dat willekeurige mutaties de doeltreffendheid van de levende cel zouden kunnen verklaren met het idee dat je een precisieuurwerk zou kunnen verbeteren door het te laten vallen: ‘Om een beter horloge te krijgen, moet je alle radertjes tegelijk veranderen om opnieuw een passend geheel te vormen.’ De elektronenmicroscoop heeft een veelheid van subcellulaire organen onthuld, organellen genaamd, die ingewikkelde chemische handelingen uitvoeren op precies het juiste moment op precies de juiste manier, waarbij elk organel functioneert dankzij het functioneren van alle andere.
De fysicus Paul Davies merkt in zijn Other Worlds op: er bestaat geen grens tussen levend en niet levend. Kristallen bijvoorbeeld zijn hoog georganiseerde structuren die zich kunnen reproduceren, toch beschouwen we ze niet als levend. Sterren zijn complexe en ingewikkeld georganiseerde systemen, maar worden gewoonlijk niet als levend beschouwd. Het zou kunnen dat we te bekrompen zijn in onze visie op het leven (blz. 147).
We zien dat Spinoza nadruk legt op de essentiële eenheid en continuïteit van al het bestaande, terwijl Pythagoras, Plato en Leibniz daarin ontelbare monaden onderscheiden, kernen van activiteit in alle denkbare graden van zelfexpressie. Brengen we de monadenleer en de filosofie van Spinoza tezamen, dan ontstaat er een wereldbeeld dat opmerkelijk overeenstemt met gedachten uit de Upanishads, de Vedanta, het boeddhisme, en die van vele denkers uit het oude Griekenland. Overeenkomstige gedachten vinden we bij David Bohm, die ook dacht dat het onderscheid tussen levende en levenloze natuur kunstmatig is – in een bepaalde context nuttig, maar uiteindelijk onjuist. Hij kwam tot de slotsom dat de ruimte helemaal niet leeg is, maar een immense oceaan van energie, en dat materie niet meer is dan een oppervlakkige rimpeling op die oceaan. Alles ligt besloten in een ‘impliciete orde’ en komt daaruit tevoorschijn.
De gnostici en andere denkers uit het Middellandse-Zeegebied legden met hun plenum of pleroma de nadruk op de ‘volheid’ die alle werelden omvat, zowel onze zichtbare als de talrijke onzichtbare werelden. Deze werelden kunnen worden gesymboliseerd als de sporten van de eindeloze ‘ladder van het zijn’. Of de bewoners van gebieden hoger dan de onze nu aionen worden genoemd, of orden van engelen, of dhyani-boeddha’s, maakt geen verschil. De wereld is de wisselwerking van een verscheidenheid van monaden, maar niet alle monaden uiten zich noodzakelijkerwijs op het fysieke niveau. Hoewel het diepste wezen van elke monade een aspect is van de uiteindelijke bestaansgrond, zijn ze in hun uitingsvormen oneindig verscheiden. In hun totaliteit vormen ze de natuur, de jakobsladder van evoluerende wezens die gezamenlijk het weefsel van zichtbare en onzichtbare werelden vormen, de veelheid van ‘parallelle universa’ (brane cosmology) waarvan denkers in deze tijd het bestaan beginnen te vermoeden.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 7930 keer bekeken.