5.1 Voelen en Denken (Gnosis)
Inhoud
Als jullie dat niet aanvoelen, zullen jullie het nooit snappen al doen jullie nog zo je best.
Zo kon Leibniz dus ook tot zijn uitspraak komen: "Tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes possibles" ("Dit is de best mogelijke wereld") die in schril contrast staat met de uitspraak van Arthur Schopenhauer: "Dit is de slechtst mogelijke wereld".
Dwanggedachten, fobieën of depressies kunnen je leven vergallen. Om er verandering in aan te brengen is het noodzakelijk grip te krijgen op de eigen automatische gedachten.
'Voelen en Denken' (Gnosis, Plato, Inhoud en Vorm, Twee kanten van één medaille)
Het Über-ich, ook het superego genoemd, functioneert in de theorieën van Sigmund Freud als een censurerende kracht t.o.v. het Es. Het ontstaat door een identificatieproces met de sanctionerende (= belonende en straffende) ouders. De ouderlijke attitudes en gedragsregels worden overgenomen (= introjectie), voornamelijk gedurende de fallische fase. Het Über-ich is dus het innerlijke, verbiedende aspect van de persoonlijkheid (= geweten).
In hoeverre is het Über-ich, Ich en Es een nieuwe doorsnede van het oude inzicht nous, thumos en epitumia van Plato?
De Monadologie of Monadenleer is de term die de Duitse filosoof Leibniz gaf aan zijn metafysische systeem zoals beschreven in zijn gelijknamige tekst uit 1714.
Zo kon Leibniz dus ook tot zijn uitspraak komen: "Tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes possibles" ("Dit is de best mogelijke wereld") die in schril contrast staat met de uitspraak van Arthur Schopenhauer: "Dit is de slechtst mogelijke wereld".

Het romantisch misverstand van Jan Drost is geen boek voor cynische mensen. Aan de hand van filosofen en schrijvers als Plato, Schopenhauer, Nietzsche, Stendhal, Saul Bellow en Amos Oz laat Jan Drost zien hoe ideeën over liefde en romantiek van alle kanten ons hoofd binnen waaien en daar doorwerken, ten goede en ten kwade. Romantische idealen, macht, jaloezie, seks, vreemdgaan, trouw – het komt allemaal aan de orde. Ons denken kan het vermogen tot liefhebben een goede dienst bewijzen, bijvoorbeeld door het ontmaskeren van romantische idealen die onze liefde in de weg staan, zo niet onmogelijk maken; en veel liefde gaat verloren aan romantiek en misverstand. Drost is ervan overtuigd dat onze manier van denken ons voelen en handelen beïnvloedt – en dat anders denken tot ander handelen kan leiden. Wij zijn vrijer dan we veronderstellen. En wij kunnen zoveel beter, zoveel mooier, ook in liefde. Vooral in liefde.
De prefrontale cortex is betrokken bij cognitieve en emotionele functies als beslissingen nemen, plannen, sociaal gedrag en impulsbeheersing en kan worden gezien als de regisseur van ons brein.
The prefrontal cortex is implicated in all the functions of the human self model. The following functions all require communication with the prefrontal cortex; agency and association areas of the cortex; spatial perspectivity and the parietal lobes, unity and the temporal lobes.
De pariëtale kwabben spelen een rol bij het integreren van de zintuiglijke informatie en bij het ruimtelijk denken. Zij bestaan uit (van voor naar achter) de primaire en secundaire somatosensorische cortex, de posterieure pariëtale cortex en de secundaire visuele cortex.
De laterale (aan buitenkant gelegen) temporale kwabben bestaan (van voor naar achter) uit de primaire auditieve cortex, de secundaire auditieve cortex en de secundaire visuele cortex. De temporale kwabben zijn betrokken bij het gehoor, het verbale geheugen en de taalfuncties, en ook bij visuele herkenning. Hier volgt een korte samenvatting.
Leibniz uitte kritiek op de mechanica van Newton, omdat daarin de absolute ruimte van Aristoteles behouden was. Leibniz hing een relativiteitsbegrip aan, waarin posities betrekkelijk zijn. Pas aan het eind van de 19e eeuw keerde deze discussie terug naar aanleiding van de Maxwell-theorie, die uitmondde in de relativiteitstheorieën van Einstein.
Het idee van geprestabiliseerde harmonie (in het Duits prästabilierte Harmonie) is bedacht door de Duitse filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz. Het biedt een verklaring voor het lichaam-geestprobleem.
The phrase "the best of all possible worlds" (French: le meilleur des mondes possibles; German: Die beste aller möglichen Welten) was coined by the German polymath Gottfried Leibniz in his 1710 work Essais de Théodicée sur la bonté de Dieu, la liberté de l'homme et l'origine du mal (Essays on the Goodness of God, the Freedom of Man and the Origin of Evil). The claim that the actual world is the best of all possible worlds is the central argument in Leibniz's theodicy, or his attempt to solve the problem of evil.
Nederland in pessimisme-top-3: waarom de onvrede hier zoveel groter is (Rutger Bregman Volkskrant 23 september 2012)
Hoe komt het dat het met het ongenoegen in Nederland zo veel erger is gesteld dan in landen om ons heen? De politiek is hier een mengelmoes van inhoud en entertainment. En feiten tellen minder dan gevoel.
Het Schnabel-effect
Het is de economische versie van de paradox die Paul Schnabel, directeur van het SCP, al in 2004 formuleerde: 'Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht'. Nergens in Europa gaapt zo'n groot gat tussen de beleving van het 'wij' en het 'mij'. En dat nu al zo'n tien jaar. Schnabels uitspraak is inmiddels bijna een cliché. Toch is er nog altijd één vraag onbeantwoord: waarom is ons collectieve chagrijn zo veel groter dan in andere landen?
Hoofd, Hart en Onderbuik (Claudia Valk Volkskrant 30 december 2011)
David Brooks stelt intuïtie gelijk aan onderbuikgevoelens (28 december 2011). Dit is mijns inziens niet hetzelfde. Er moet hier onderscheid worden gemaakt tussen wat van het hoofd is (ratio, cultuur), wat van het hart is (gevoelens, intuïtie) en wat van de buik is (begeerten, verlangens, het primitieve beest). ‘De buik’ wordt in het algemeen onder controle gehouden
door ‘het hoofd’ doormiddel van cultuur en aangeleerde regels. Zou men vanuit zijn buik gaan leven, dan wordt het een bende. Mede omdat de onderbuikgevoelens sterk egocentrisch zijn. De intuïtie van het hart heeft niets te maken met onderbuikgevoelens ofmet emoties, die vaak ook egocentrisch zijn. ‘Het hart’ is niet op zichzelf gericht, maar op de omgeving, het collectief, het geheel. Mensen
die vanuit hun intuïtie leven, kennen een hogere moraal, omdat zij niet zichzelf centraal stellen, maar anderen. Iemand die leeft vanuit zijn/haar hart is zichzelf tot een wet en weet intuïtief wat wel en niet kan. In principe heeft zo iemand geen regels en cultuur nodig om zich ‘te gedragen’.
Het nadeel van intuïtie is het gebrek aan samenhang. Het is moeilijk te ordenen en in woorden uit te drukken. Daarvoor is het hoofd nodig, het verstandelijk redeneren.
Het was Goethe die meer dan wie dan ook een heldhaftige poging heeft gewaagd de wetenschap te integreren met de traditionele wijsheid.
Een wetenschap van de gehele persoon, de basis voor een ééngeworden cultuur. Het verenigen van de tegenstellingen gebeurt op een hoger niveau.
Carl Jung spreekt in dit kader van het “Gegensatzprinzip” en Goethe van “Die geeinte Zweinatur”.
Victor Nefkens Parsifal en de Apocalyps van het universalisme (p. 14/15):
Waar Jünger kansen zag ten aanzien van de nieuwe samenleving, was Oswald Spengler beduidend
minder optimistisch, wat onomwonden blijkt uit de titel van zijn magnum opus ''Der Untergang des
Abendlandes'' (1918). Net als Jünger was Spengler een bewonderaar van Nietzsche, maar een nieuwe verheven mens zag Spengler toch niet in het verschiet liggen. Dat had niets te maken met de Eerste Wereldoorlog die Europa letterlijk had verwoest. Spengler zag de teloorgang van het Westen niet als een gevolg van recente calamiteiten, maar als een onvermijdbare uitkomst van eeuwenlange culturele bloei. In navolging van Goethe en Nietzsche, aan wie hij schatplichtig verklaarde te zijn, beschouwde hij culturen als organismen die groeien, rijpen en afsterven. Volgens dit patroon waren oude wereldbeschavingen zoals de Babylonische, Egyptische en Grieks-Romeinse beschavingen opgekomen en ten onder gegaan. De westerse cultuur werd in het eerste millennium vooral getekend door Arabische, Joodse en Byzantijnse invloeden en was daarmee nog niet volledig tot bloei gekomen. Pas na het jaar 1000 kreeg het Westen zijn eigen en definitieve vorm die Spengler Faustiaans noemt omdat deze cultuur gekenmerkt werd door een continu streven naar het onbereikbare, de wil alles op hemel en aarde te kunnen doorgronden, en een grenzeloze vooruitgangsdrang. De tragiek die de westerling dan juist treft is dat op een gegeven moment geen vooruitgang meer geboekt kan worden. Spengler wees lineaire vooruitgang namelijk van de hand. Net als voor Goethe betekende evolutie
voor hem de vervulling van een vorm. Iedere cultuur heeft een unieke basisvorm die de kiem vormt
waaruit een cultuur (binnen een specifiek geografisch gebied) kan bloeien.
De negatieve betekenis van Eros (fohat) staat voor wellust, driftleven, epithumia. Voor Jung betekent eros de religieuze drift, voor Freud de seksuele drift. Alles heeft zijn tegenstelling, begeerte inbegrepen.
Carl Jung legt een accent op de schaduwzijde en Roberto Assagioli op de verborgen keerzijde, de lichtzijde ('Psychoanalyse en Psychosynthese'). In het rapport ‘E i V’ wordt een grote verscheidenheid aan gezichtspunten uitgewerkt.
Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen 'Chaos-Theos-Kosmos' en 'Goden-Monaden-Atomen', tussen materie en geest, tussen lagere en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.
Pierre vinken schrijft in zijn boek The shape of the heart het boven gememoreerde citaat: De emoties die wij onbewust aan het hart toekennen - liefde, betrokkenheid, bezieling, intimiteit - zijn nog dezelfde als die van eeuwen geleden. En mijn intuïtie zegt mij dat deze gevoelens van het hart van een hogere orde zijn dan de regels van het verstand.
Hendrik Laurentz. Spiegel boek Hertspiegel
Hertspiegel (let op: dit betekent zowel ‘spiegel van het hart’ als ‘het hart van Spiegel’) is een allegorisch gedicht in zeven zangen, geschreven in hexameters, waarin Spiegel zijn opvattingen over het leven vorm gaf. Zijn stijl is lastig, gecomprimeerd en vervat in een hyperindividueel idioom. Ik vind de tekst niet echt spannend, maar het is een fundgrube voor de maatschappelijke opvattingen van die tijd. Waar ik mij in het eerste deel van mijn studie concentreer op de letterlijke vorm van het hart, komt in het essay over Spiegel de overdrachtelijke vorm aan bod. Spiegel was een geletterd man – ‘deugd verheugt’ was zijn levensmotto - en kunstliefhebber. In het zevende deel van Hertspiegel, verwijst Spiegel naar een denkbeeldige afbeelding van Plato’s grot. Tot drie maal toe stelt Spiegel dat deze grot de vorm van het hart heeft. Maar op de bijbehorende gravure van Jan Saenredam (Antrum Platonicum) is die vorm niet herkenbaar. Althans, dat beweren alle wetenschappers en kunsthistorici. Het doet mij deugd dat ik kan aantonen dat de gravure wel degelijk de vorm van het hart heeft. De gelijkenis is in al die eeuwen over het hoofd gezien!’
De neurochirurg Pierre Vinken heeft gelijk wanneer hij stelt: De emoties die wij onbewust aan het hart toekennen - liefde, betrokkenheid, bezieling, intimiteit - zijn nog dezelfde als die van eeuwen geleden. En mijn intuïtie zegt mij dat deze gevoelens van het hart van een hogere orde zijn dan de regels van het verstand. De ziel huist niet in het brein, maar in het hart. Het is dus niet verwonderlijk dat de neurobioloog Dick Swaab haar niet heeft kunnen vinden. Swaab is een ééndimensionale denker die meent de éne werkelijkheid vanuit één discipline te kunnen verklaren. Het rapport ‘E i V’ past daarentegen een interdisciplinaire benadering toe.
Het hart, de ziel is een weerspiegeling van de anima mundi, het universele denkvermogen, de grote wereldziel. Het centrale basisprincipe is mens ken uzelve. Van de zeven chakra's (p. 9) is de vierde het hartchakra. De auteurs van Genesis schreven middels de wijsheid van het hart en niet met de kennis van het verstand. Het evolutionaire denken verklaart de verschijningsvormen, het hoe van het leven, daarentegen het evolutionaire voelen de verschijningsinhoud, het wat. Bij de snaartheorie gaat het om de kennis van het verstand. Het gaat niet om Genesis of Darwin. Het gaat namelijk om beide gezichtspunten, de complementariteit.
Valentinus, een gnosticus uit het begin van de tweede eeuw van onze jaartelling zegt: Zelfkennis is Godskennis. Het gaat niet om intellectuele kennis, maar om kennis van het hart. Met die zelfkennis wordt het kennen van het eigen inwonende hoogste beginsel bedoeld, het atmische gebied, waarin de mens één is met, of raakt aan, het Leven zelf, ofwel het Wereldhart.
Roos of Roos des Harten: Mystieke aanduiding van de Geestvonkatoom, ook nog Oeratoom genoemd, of de Graankorrel Jesu. Het is het laatste spoor van de Oorspronkelijke mens die zich in de kern van de microkosmos bevindt. Deze wordt gesitueerd bij de rechter bovenkant van het hart van de persoonlijkheid, en is de kiem voor de vernieuwing van de microkosmos.
Hart: Centrum van de menselijke microkosmos, drager van het Geestvonkatoom - de Roos -, de basis voor het ontwaken en de heropbouw van de Ziel. Daarom begint de bevrijdingsweg - die eindigt op de top van Golgotha in het hoofdheiligdom - steeds in Bethlehem, de grot van het Hart, waar het Godskind - de goddelijke kundalini - geboren wordt. Elk ander proces dat berust op mentale of occulte vermogens (van het hoofd of van het sacrum) van de persoonlijkheid lopen uit op een nog grotere gevangenschap (zie Aurisch wezen).
In plaats van oerbron of Roos des Harten ('diamanten hart') wordt ook vaak de term oerstof (prima materia of Mysterium Magnum en Homunculus van Paraselsus) gebruikt.
Geroepen door het Wereldhart: Doel van het symposiun was om een gezamenlijk appèl te doen op het zielepotentieel van de moderne mens dat, zeker gezien de problematiek waarvoor de mensheid zich geplaatst ziet, uitziet naar een nieuwe koers.
Vanuit de eigen specifieke achtergrond, en zich verantwoordelijk wetend voor die zielen die zich bij hen aansluiten, vertelden de sprekers van de Theosofische Vereniging, de Antroposofische Vereniging, de Soefibeweging Nederland, de Vrijmetselarij, de Rosicrucian Fellowship, de A.M.O.R.C. en het Lectorium Rosicrucianum hoe zij gehoor zullen geven aan de impuls uit het wereldhart voor onze eeuw.

Het gnostische harmonische kruis,
dat de eenheid uitbeeld van
van tegengestelde polariteiten
Het boek Corpus Hermeticum (p. 201): Hoe de relatie tussen God, de mens en de kosmos verklaard kan worden.
‘De Vader en ik (christus) zijn één’. Macrokosmos (universum, het gebied van de grote kosmos) – God (als Schepper, goddelijke wereld) – microkosmos (mens, wereld der mensheid).
202: De verbindende schakel wordt gnosis genoemd. Die levende Gnosis, die onuitputtelijke kennis is energie; een wereld waarin idealiteit, de kracht van het hart, verbonden is met de vitaliteit, de kracht van de kennis, die te samen, hart en hoofd, in innige verbondenheid de wereld van realiteit scheppen, in en door de kracht van de Gnosis.
203: Idealiteit, vitaliteit, realiteit, de driemaal grote kracht van Hermus Trismegistus.
Het is de weg van kennis die tot zelfkennis, ja tenslotte tot Gnosis leidt, een fundamentele kracht tot levensvernieuwing. ‘Het denken met het hart en het voelen met het hoofd’.
Jacob Slavenburg: Gnosis is het Griekse woord voor kennis, inzicht. Geen uiterlijke (cognitieve) kennis, maar het weten van binnenuit. In die zin is gnosis even oud als de mensheid. Vanaf zijn oorsprong wordt de mens begeleid door de gnosis, al werd hij zich dat in de voortgaande evolutie steeds minder bewust.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 2 Het denkbeeld van differentiatie (p. 89):
4. HAAR HART HAD ZICH NOG NIET GEOPEND ZODAT DE ENE STRAAL KON BINNENGAAN OM VANDAAR, ALS DRIE IN VIER, IN DE SCHOOT VAN MAYA TE VALLEN (a).
(a) De oorspronkelijke substantie was nog niet uit haar vóórkosmische slapende toestand overgegaan tot gedifferentieerde objectiviteit of zelfs de (voor de mens tot dan toe) onzichtbare protyle6 van de wetenschap geworden. Maar wanneer het uur slaat en zij ontvankelijk wordt voor de inwerking door middel van fohat, van de goddelijke gedachte (de logos of het mannelijke aspect van de anima mundi, alaya) – opent haar hart zich. Zij differentieert zich en de drie (vader, moeder, zoon) worden veranderd in vier. Hierin ligt de oorsprong van het dubbele mysterie van de drie-eenheid en de onbevlekte ontvangenis.
6) Noot vert. Protyle is de naam die ca. 1886 werd voorgesteld voor de hypothetische oorspronkelijke ongedifferentieerde stof, waaruit de chemische stoffen die voorlopig als elementen werden beschouwd, kunnen zijn samengesteld.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 113/114):
(a) In de Mandukya (Mundaka) Upanishad staat geschreven: ‘Zoals een spin haar web uitwerpt en weer intrekt en zoals kruiden opkomen uit de grond . . . zo stamt het Heelal af van de onvergankelijke’ (I.1.7). Brahma als ‘de kiem van de onbekende duisternis’ is het materiaal waaruit alles evolueert en zich ontwikkelt’, als het web uit de spin, als schuim uit het water’, enz. Dit is alleen aanschouwelijk en waar als de term Brahma, de ‘schepper’, wordt afgeleid van de wortel brih, toenemen of uitzetten. Brahma ‘zet uit’ en wordt het Heelal, dat uit zijn eigen substantie wordt geweven.
Hetzelfde denkbeeld is heel mooi uitgedrukt door Goethe, die zegt:
‘Zo werk ik aan ’t razende weefgetouw van de tijd,
En weef een levend kleed voor de godheid.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 5 Over de verborgen godheid, haar symbolen en tekens (p. 384):
‘Toen het onbegrijpelijke, het zijnloze en geslachtloze (het kabbalistische Ain-Soph) eerst in barensnood kwam (dat is, toen het uur waarop het zich moest manifesteren, had geslagen) en wenste dat zijn Onuitsprekelijke zou worden geboren (de eerste logos, aeon of aion) en dat zijn onzichtbare met vorm zou worden bekleed, opende het zijn mond en sprak het woord dat aan dit onbegrijpelijke gelijk is. Dit woord (logos) manifesteerde zich in de vorm van de Onzichtbare.
384/385: Dit is zo duidelijk als de oude esoterische geheimhouding het kon maken. Het is even kabbalistisch als, maar minder versluierd dan de Zohar, waarin de mystieke namen of eigenschappen ook woorden zijn met vier, twaalf, tweeënveertig en zelfs tweeënzeventig lettergrepen! Het Viertal toont aan Marcus de waarheid in de gedaante van een naakte vrouw, en geeft alle ledematen van die figuur letters; het noemt haar hoofd Ω, haar hals Ψ, schouders en handen Γ en Χ, enz. Hierin kan men gemakkelijk de Sephira herkennen, waarbij de kroon (kether) of het hoofd nummer één krijgt; het brein of chochmah 2; het hart of de intelligentie (binah) 3; en waarbij de andere zeven sephiroth de ledematen van het lichaam voorstellen. De boom van de sephiroth is het Heelal, en dit wordt in het westen door Adam Kadmon voorgesteld, zoals Brahmā dat in India doet.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 8 Leven, kracht of zwaartekracht (p. 587):
‘De hele microkosmos bevindt zich potentieel in de liquor vitae, een zenuw-fluïdum . . . dat de aard, de hoedanigheid, het karakter en de essentie van wezens omvat’ (De Generatione Hominis) . . . ‘De archaeus of liquor vitae is een essentie die gelijkelijk in alle delen van het menselijke lichaam is verdeeld . . . De spiritus vitae vindt zijn oorsprong in de spiritus mundi. Omdat hij een uitstraling is van laatstgenoemde, bevat hij de elementen van alle kosmische invloeden, en is zo de oorzaak waardoor de werking van de sterren (kosmische krachten) op het onzichtbare lichaam van de mens (zijn vitale lingaśarīra) kan worden verklaard.’ (De Viribus Membrorum. Zie Life of Paracelsus door Franz Hartmann, M.D., lid van de Theosophical Society.)
VIII. Life, Force, or Gravity?
"The whole of the Microcosm is potentially contained in the Liquor Vitae, a nerve fluid . . . in which is contained the nature, quality, character, and essence of beings." . . . (De Generatione Hominis). . . . "The Archaeus or Liquor Vitae is an essence that is equally distributed in all parts of the human body. . . . The Spiritus Vitae takes its origin from the Spiritus Mundi. Being an emanation of the latter, it contains the elements of all cosmic influences, and is therefore the cause by which the action of the stars (cosmic forces) upon the invisible body of man (his vital lingasharira) may be explained." (De Viribus Membrorum. See "Life of Paracelsus" by Franz Hartmann, M.D., F.T.S.)
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 669):
Maar de boom- of kruisverering18 van de joden, zoals die door hun eigen profeten werd veroordeeld, kan nauwelijks aan die beschuldiging ontkomen. De ‘zonen van de tovenaars’, ‘het zaad van de overspelige’, zoals Jesaja hen noemt (lvii), lieten nooit een gelegenheid voorbijgaan om ‘in wellust te ontbranden met afgodsbeelden onder elke groene boom’, wat niet wijst op metafysische ontspanning. Aan deze monotheïstische joden hebben de christelijke volkeren hun religie, hun ‘God van de goden, de Ene levende God’ ontleend, terwijl zij de verering van de godheid van de oude filosofen verachtten en bespotten. Laat hen dan maar in de fysieke vorm van het kruis geloven en deze vereren.
18) Het kruis en de boom zijn in de symboliek identiek en synoniem.
670: Maar voor de aanhanger van de ware oosterse archaïsche wijsheid, voor hem die in de geest niets vereert buiten de absolute Eenheid, dat altijd kloppende grote hart dat overal en in elk atoom van de natuur klopt, bevat elk zo’n atoom de kiem waaruit hij de boom van de kennis kan laten groeien, waarvan de vruchten het eeuwige leven schenken en niet alleen het fysieke leven.
Dr. Amit Goswami boek Creatieve Evolutie Darwinisme en Intelligent Design (p. 224):
Ik hoop dat de voorgaande bladzijden hebben gedemonstreerd dat het hoog tijd wordt voor een ommekeer in het denken van neurowetenschappers, zodat zij er voortaan vanuit zullen gaan dat de hersenen secundair zijn ten opzichte van bewustzijn en de geest.
De integrerende waarde van zo’n paradigmashift zou enorm zijn.
262: Bij menselijke reïncanatie – een fenomeen waarvan massa’s bewijzen bestaan – overleven de mentale en vitale eigenschappen (de technische term ervoor is kwantummonade; de religieuze term is ‘ziel’) de stoffelijke dood.
Een cyborg (van het Engelse cybernetic organism oftewel cybernetisch organisme) is de fysieke samensmelting van mens en machine. (Zie ook: cybernetica.)
Volgens Miguel Nicolelis (Volkskrant 13 augustus 2011) kun je schoonheid, poёzie, altruïsme, solidariteit of sympathie niet nabootsen in een machine.
Instant geluk
In het februarinummer van Scientific American staat een uittreksel uit het nog te verschijnen boek “Beyond Boundaries: The New Neuroscience of Connecting Brains with Machines” van de neurowetenschapper Miguel A. L. Nicolelis. Het boek gaat over “neuroprosthetics”, oftewel het vervangen van delen van het zenuwstelsel door technische apparaten. De schrijver gaat ervan uit dat die apparaten sneller, robuuster en betrouwbaarder zijn dan dat zenuwstelsel. Eigenlijk is het artikel niet meer dan een pamflet dat een ongeremd transhumanisme propageert, dat wil zeggen: het streven naar verbetering van het mensenras met behulp van technische middelen. Dat blijkt onder andere uit zinsneden als “Ik voel een intense drang om de verbazingwekkende mogelijkheden te omhelzen die het bevrijden van onze breinen van de beperkingen van onze aardse lichamen onze soort kan opleveren.”
Nano-technologen doelwit bombrieven (Volkskrant 11 augustus 2011 p. 12).
De actiegroep ITS – volgens het OM een internationaal netwerk van studenten uit Mexico, Spanje, Frankrijk en Chili - wil voorkomen dat door nanotechnologie ontwikkelde cyborgs de wereld zullen overnemen en vernietigen.
Een van de gewonde hoogleraren is betrokken bij robotonderzoek. De gewonden verkeren niet in levensgevaar. De groep die de verantwoordelijkheid heeft opgeëist, ITS, heeft volgens het OM al eerder aanslagen gepleegd op academici. De groep plaatste een verklaring op internet waarin staat dat het bompakket bedoeld was voor een van de gewonde professoren, Oscar Camacho, die blijkens de website van het Nationaal Polytechnisch Instituut van Mexico onder andere onderzoek doet naar 'micro-elektro-mechanische systemen'.\\
Bij het Polytechnisch Instituut werd dinsdag een verdachte envelop gevonden. Volgens het OM bevatte de envelop waarschijnlijk explosieven, maar het kwam niet tot een ontploffing.
In de verklaring op internet stelt ITS dat nanotechnologie en andere technologieën schadelijk zijn voor de natuur en diersoorten en natuurrampen veroorzaken. De groep suggereert dat meer aanslagen zullen volgen. Het OM heeft universiteiten en bedrijven en beroepsgroepen die zich bezighouden met nanotechnologie aangeraden extra veiligheidsmaatregelen te nemen.
Liegen dat het gescand staat (Volkskrant 7 maart 2011 p. 23)
De hersenscanner is een betrouwbare leugendetector, stelt een Amerikaans bedrijf. Wetenschappers tonen het tegendeel aan.
Roger Kievit van de Universiteit van Amsterdam: Om die reden moet je hersenscans wat ons betreft niet in rechtszaken gebruiken: te onbetrouwbaar. Terecht is de hersenscan in verschillende Amerikaanse staten sinds kort verboden als bewijsmateriaal.
Interview Jan Derksen, klinisch psycholoog ‘Emoties zie je niet op een scan’ (Volkskrant 26 februari 2011)
Processen in de hersenen maken onderdeel uit van de biopsychosociale hutspot die wij allemaal zijn.
Wat zegt neuroloog Jan van Gijn (Volkskrant 19 februari 2011), na veertig jaar neurologische praktijk? Onbegrepen pijnklachten, zoals buikpijn en rugklachten, verklaar je niet met scans. Daarvoor moet je het verhaal, de privéomstandigheden van de patiënt kennen. Dat is een verhaal vol emoties en gevoelens. Die zie je niet op een scan.
Mensen hebben een geschiedenis van betekenisverlening, motieven, strevingen en emoties. Daarbinnen liggen de belangrijkste verklaringen voor psychische processen. En die vind je niet in de hersenen.
Politieke overtuiging zit mogelijk in hersenen (Volkskrant 30 december 2010)
Mensen die zichzelf rechts vinden, hebben meer geprononceerde amygdalae – de amandelvormige kernen in de hersenen die verbanden leggen tussen informatie van verschillende zintuigen en emotie. Linkse mensen hebben juist een dikkere cortex cingularis anterior, het deel dat betrokken is bij verwerking van emotionele prikkels.
De amygdala is een reguleringsmechanisme dat verbanden legt tussen informatie die van verschillende zintuigen afkomstig is en koppelt deze aan emoties.
De neurofysiologie (of zenuwfysiologie) onderzoekt de werking en functies van het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel bestaat uit twee soorten neuronen: neuronen die activeren en neuronen die informatie verzamelen. Deze twee werken nauw samen.
Wellicht vormt de 6e Chakra de sleutel voor het tijdsbesef, van het reflexieve bewustzijn. De
hypothalamus, het centrale regelcentrum voor het autonoom zenuwstelsel maakt gebruik van twee complementaire zenuwstelsels. Het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel, die een regulerende, reflexieve werking hebben. Beide zenuwstelsels sturen het functioneren van een groot aantal onbewust plaatsvindende functies in ons lichaam. De zenuwstelsels maken reflexieve emoties van eustress of distress, reacties van vechten of vluchten mogelijk. Het tegengestelde parasympathische zenuwstelsel bevordert de gezondheid via herstel en rust na inspanning en heeft een homeostatische functie en zorgt zodoende voor psychisch of lichamelijk evenwicht.
Interview psychiater Jim van Os Niemand is gek volgens het boek (Volkskrant 13 november 2010):
Het diagnostisch systeem is gebaseerd op denken in dichotome categorieën: je hebt iets wel of je hebt iets niet, je hebt het één of je hebt het ander. Van allebei die contrasten weten we inmiddels dat ze onzin zijn. Labels worden in de klinische praktijk met elkaar verward – zo kunnen mensen met dezelfde symptomen volgens de ene psychiater aan schizofrenie, en volgens de andere aan depressie – terwijl het helemaal niet om de labels gaat. Het gaat er om of iemand wel of niet een zorgbehoefte heeft.
Dr. Edward Bach bestudeerde het gedrag en met name de stemmingen en emoties van mensen. Die deelde hij in zeven groepen in, namelijk:
Angst
Onzekerheid
Onvoldoende interesse in het hier en nu
Eenzaamheid
Overgevoeligheid
Moedeloosheid en wanhoop
Overbezorgdheid voor het welzijn van anderen.
Artikel van Peter Giesen over hoogleraar Abram de Swaan in de Volkskrant van 20 januari 2007.
De socioloog Abraham de Swaan wijst op het mechanisme identificatie versus ‘desidentificatie’.
Als mensen zich als groep aaneensluiten, sluiten ze anderen uit. Dat zijn twee kanten van eenzelfde proces.
Het is ook moeilijk een collectief te analyseren waar jezelf deel van uitmaakt. Voor je het weet laat je je op sleeptouw nemen door je eigen emoties. Dan ga je praten in simplificaties, over “de” islam die niet door “de“ Verlichting is gegaan. Dat overkomt islam critici als Herman Philipse en Afshin Ellian. Terwijl die in hun eigen vak toch tot de top behoren.
De humanistische psychologie van Maslow, het Ei van Assagioli en het metamodel in NLP brengen het 1e, 2e en 3e grondbeginsel van de theosofie tot uitdrukking. Maslow belicht in het bijzonder het 1e grondbeginsel ‘het onkenbare’, namelijk transcendentie, dat wat de mens overstijgt. De transpersoonlijke psychologie van Roberto Assagioli legt de nadruk op synthese, het 2e grondbeginsel verschijnen en verdwijnen (identificatie en disidentificatie) en bij NLP komt de systeemhiërarchie, het 3e grondbeginsel duidelijk naar voren. Het boek Psychosynthese van Roberto Assagioli laat duidelijk zien dat hij zich door de theosofie heeft laten inspireren. Zowel zijn moeder als zijn vrouw waren theosoof.
Harald Merckelbach boek De leugenmachine Over fantasten, patiënten en echte boeven
De leugenmachine gaat over slaapwandelaars, schizofrene patiënten, beroepsoplichters, fantasten en zelfingenomen dokters. Hoogleraar psychologie Harald Merckelbach laat aan de hand van casussen zien hoe mensen zichzelf en elkaar bewust en onbewust kunnen bedriegen. Ook laat hij zien hoe gevaarlijk het is om te vertrouwen op ons geheugen en onze waarneming. Bijvoorbeeld het geval van een oudere vrouw die op straat wordt mishandeld. De politie pakt iemand op die gedeeltelijk voldoet aan het door de vrouw gegeven profiel van de dader en die zich bovendien vreemd gedraagt. Het blijkt een schizofrene man te zijn. Hij wordt verhoord en onderzocht. Merckelbach laat zien hoe het proces van verhoor en onderzoeken verloopt en welke fouten daarbij gemaakt worden. De verdachte kan zich de mishandeling niet herinneren, maar zijn verhoorders reiken hem via doelgerichte imaginatie daderwetenschap aan. En ze complimenteren hem als hij dingen zegt die goed passen bij hoe de verhoorders denken dat de mishandeling is gegaan. Het geheugen van een verdachte met schizofrenie werkt anders dan van andere mensen. De rechercheurs houden er geen rekening mee; met desastreuze gevolgen.
Het hart, de ziel is een weerspiegeling van de anima mundi, het universele denkvermogen, de grote wereldziel. Het centrale basisprincipe is mens ken uzelve. Van de zeven chakra's (p. 9) is de vierde het hartchakra. De auteurs van Genesis schreven middels de wijsheid van het hart en niet met de kennis van het verstand. Het evolutionaire denken verklaart de verschijningsvormen, het hoe van het leven, daarentegen het evolutionaire voelen de verschijningsinhoud, het wat. Bij de snaartheorie gaat het om de kennis van het verstand. Het gaat niet om Genesis of Darwin. Het gaat namelijk om beide gezichtspunten, de complementariteit.
Pim van Lommel: Elke gedachte die we hebben, blijkt dus een vorm van energie die eeuwig blijft bestaan. Het is haast angstig te beseffen dat elke gedachte effect heeft. Als je dát tot je laat doordringen... We beïnvloeden onszelf, elkaar en de natuur met iedere gedachte, positief of negatief.
Frans de Waal boek Een tijd voor empathie
Empathie - het vermogen om de emoties van anderen te kunnen meevoelen en de situatie van anderen te begrijpen - is een zeer oude verworvenheid die zich volgens Frans de Waal in ons lichaam én in onze geest heeft genesteld, en waardoor we als soort hebben kunnen overleven. sociaal, onbaatzuchtig gedrag, dat ook bij andere dieren dan de mens voorkomt, is volgens hem minstens net zo belangrijk als het 'recht van de sterkste'.
Na deze constatering gaat De Waal nog een stap verder en plaatst zijn onderzoek in een maatschappelijk kader. Als empathie zo belangrijk is voor de menselijke soort, moet de politiek daar dan niet meer op inspelen? De Waal schetst hoe onze soort omgaat met armoede en stelt dat ook het bedrijfsleven sociale verantwoordelijkheid zou moeten nemen zodat we een samenleving bouwen met een hogere graad van solidariteit.
Frans de Waal gidst ons door de nieuwste inzichten op het gebied van psychologie, neurowetenschappen en gedragsbiologie in zijn kenmerkende, zeer toegankelijke stijl, ondersteund door eigen observaties van mensen en primaten.
Frans de Waal over biologie en politiek God erbij halen helpt niet (Interview Volkskrant 5 december 2009):
'De titel van het boek Een tijd voor empathie slaat vooral op het debat in de VS over de ineenstorting van Wall Street. Het land verkeert in shock over het feit dat het oude systeem van ongeremd eigenbelang heeft gefaald. En omdat regering miljarden in de banken moest pompen, omdat we anders met z’n allen kopje onder waren gegaan. Terwijl zwakke bedrijven toch juist moesten verdwijnen.
Ik weet ook niet precies hoe je de samenleving moet inrichten om hem vriendelijker te maken. Maar van een correct beeld van mens en natuur leren we meer dan van een verkeerd beeld.
Ik schreef destijds in Van nature goed al dat medeleven meer is dan welbegrepen eigenbelang, dat het in het organisme zit. Maar dat stuitte toen nog op heel veel weerstanden.
Volgens bioloog Richard Dawkins neemt de weerstand tegen de mens als dier eerder toe dan af.
De weerstand tegen Dawkins wel, dat klopt. Maar Dawkins haalt er meteen God bij. Hij polariseert met zijn stelling dat iemand die in God gelooft, toch niet helemaal lekker is. Dat lijkt me vooral een prima manier om gelovigen op de kast te jagen. Maar de discussie helpt het niet echt verder. Nooit over God beginnen, is mijn devies. Waarom zou ik mensen beledigen als ik wil dat ze luisteren.’
Uw beginzin luidt: Greed is out, empathy is in. Alles komt goed?
‘Niet vanzelf. De volgende zin is: But not for long. Het is een slingerbeweging die we moeten zien te beheersen. Als mensen.'
De kern van het verhaal ’er is niets nieuws onder de zon’. Het draait nog steeds om goed en kwaad, altruïsme en egoïsme.
Frans de Waal boek Een tijd voor empathie (recensie Dick Swaab)
Frans de Waal is een wereldberoemde, uit Nederland afkomstige, primatoloog die sinds 1981 in de VS werkt. De boodschap van zijn negende, fascinerende boek vol paralellen tussen mens en dier, is dat nu het tijdperk van empathie is aangebroken. De misvatting dat de vrijemarkteconomie een zelfregulerend systeem zou zijn, is in de periode George Bush geculmineerd in de nachtmerrie van de financiële crisis. Nu moet het afgelopen zijn met de graaicultuur van CEO’s en bankiers. ‘Greed is out, empathy is in’, stelt De Waal. Mensen zijn niet alleen de agressiefste primaten, maar ook de meest empathische, zoals bijvoorbeeld bleek uit de hulp die Azië kreeg na de tsunami in 2004.
Empathie heeft een lange evolutionaire geschiedenis van 200 miljoen jaar, die een solide basis voor zo’n verandering moet kunnen zijn. Je kunt je afvragen of De Waals wens de vader van de gedachte is, maar nu de G20-top heeft afgesproken de bonuscultuur aan banden te leggen, lijkt hij het begin van gelijk te krijgen.
Spiegelneuronen, die reageren op de emoties van anderen en zo de basis vormen voor empathie, komen natuurlijk ter sprake. Een geavanceerde vorm van empathie is niet mogelijk zonder dat een dier zichzelf kan scheiden van de buitenwereld. Dit vermogen is met een spiegel te testen. Nadat er een verfvlek is aangebracht op het hoofd zal het dier, als hij zich herkent in de spiegel, proberen die vlek weg te poetsen. Voor dit examen slagen kinderen boven de twee jaar, mensapen, dolfijnen, en zoals De Waal aantoonde met een enorme spiegel, ook een olifant.
Toen De Waal door een religieus tijdschrift werd gevraagd wat hij aan de mens zou willen veranderen als hij God was, moest hij even flink nadenken. De Waal wijst erop dat beide kanten van de mens, die van de vriendelijke zeer empathische en sexy bonobo, en die van de brute dominante chimpansee, noodzakelijk zijn voor het handhaven van een stabiele maatschappij. De Waal zou God dus niet om een radicale verandering van de mens willen vragen, maar slechts om meer ‘broederschap’. God zou de mens wat meer empathie voor ‘andere mensen’ moeten geven.
Ik betwijfel of daarmee de grote problemen de wereld uit zullen zijn. De Waal geeft zelf de tegenargumenten. Als je voor iedereen openstaat en iedereen vertrouwt, vertrouwt niemand jou, en sta je volledig alleen. Bovendien heeft empathie ook haar duistere kanten. De mens is zo goed in martelen omdat we ons als geen ander in kunnen leven in wat de ander voelt. Ook geeft hij het voorbeeld van de nazikampbeul die ’s avonds buiten het kamp de empathische huisvader is.
We kunnen veel empathie hebben, maar we kunnen dit gevoel ook heel effectief afsluiten. De miljoenen mensen die met groot enthousiasme achter Hitler, Stalin of Mao aanliepen, hadden niet meer of minder empathie dan wij nu. De Waal zou er dus goed aan doen om God te vragen ook onze neiging om kritiekloos achter de charismatische a-man/aap aan te lopen in te tomen. Dat zou niet alleen herhaling van revoluties, oorlogen en genociden kunnen voorkomen, maar ook de kans op herhaling van de rampzalige graaicultuur van CEO’s en bankdirecteuren kunnen verkleinen.
Naar men aanneemt spelen spiegelneuronen een rol bij het begrijpen en interpreteren van de acties van anderen en het leren van nieuwe vaardigheden door imitatie.
Marco Iacoboni
Het spiegelende brein: spiegelneuronen zijn cellen in ons brein (preciezer: in de frontaalkwab en in de pariëtaalkwab erachter) die een voorwaarde vormen voor sociaal gedrag, omdat ze aan de basis liggen van imitatie en inlevingsvermogen. Ze zorgen ervoor dat we snel andere mensen begrijpen. Maar ze zijn geen ‘moreel goede’ neuronen. Ze staan ook aan de basis van verslaving en geweld.
Charles Scott Sherrington kreeg in 1932 samen met Edgar Douglas Adrian de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde. Voor de wetenschap is de vraag interessant hoe vindt het verschijnen en verdwijnen van de spiegelneuronen precies plaats?
Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld
Hoofdstuk 4 Akasha en de hele-wereld, Entropie en evolutie (p. 55):
Het is mogelijk ‘bits’ – de fundamentele data-eenheid – op te tellen, te vermenigvuldigen of zelfs te ontkennen zonder er energie voor te gebruiken of de entropie van het universum te vergroten. Er is echter één – nogmaals, één – handeling die warmte genereert en de entropie van het universum doet toenemen: het wissen van informatie.
Alleen deze handeling – in een computergeheugen, een stel menselijke hersenen of het universum in zijn geheel – kost energie. Omkeerbare operaties leiden niet tot toename van de entropie. Onomkeerbare doen dat wel, en uitwissen is onomkeerbaar. Het is misschien pijnlijk, maar verlies is de stuwkracht achter de evolutie.
Het kwantumvacuüm (p.55):
Het voortgaande onderzoek van dit kwantumvacuüm heeft aangetoond dat het de ziedende matrix is van zogeheten virtuele energieën en deeltjes die zo snel in het materiële bestaan verschijnen en er weer uit verdwijnen dat ze geen netto-effect hebben op de totale energie van het universum. Momenteel wint echter het inzicht veld dat de oergrond van het manifeste universum niet eenvoudigweg zo’n primordiaal energieveld is, maar in wezen een volledig geïntegreerd informatieveld: Einsteins kosmische Geest!
Innerlijk weten (p. 78):
De vroegchristelijke mystici werden gnostici genoemd, een woord dat is ontleend aan het Griekse gnosis genoemd, een woord dat ‘innerlijk weten’ betekent. Misschien is dit ook de beste beschrijving voor de complexe perceptiematrix waaraan wij ons op ons ego gebaseerde weten van wie we zijn en hoe onze relatie met de wereld, is ontlenen. De beperkingen van zuiver rationele kennis worden pas verruimd door innerlijk weten.
Emotionele intelligentie (p. 125):
In 1996 besprak de psycholoog Daniel Goleman het belang van het hart voor de manier waarop wij de wereld ervaren en ermee in wisselwerking staan.
Hoofdstuk 10 De doorbraak op gang brengen, Spiraaldynamiek (p. 147):
In hun baanbrekende boek Spiral Dynamics beschrijven Don Beck en Christopher Cowan een model van de bewustzijnsevolutie van complete culturen.
De resultaten van het onderzoek van de primatoloog en etholoog Frans de Waal sluiten aan op de bevindingen op het terrein van de biofysica, evolutiepsychologie en moraalfilosofie door Juleon Schins:, R.C. Smaniotto respectievelijk Ellen Comhaire.
Bevruchting is het proces van de samensmelting van twee haploïde gameten, zoals een zaadcel en een eicel, dat leidt tot de vorming van een diploïde zygote en eventueel uiteindelijk de ontwikkeling van een embryo. Hoe dit verloopt wordt onderzocht in de studie van de levenscyclus.
De wetten van ‘Opgaan, Blinken en Verzinken’ vertaalt Blavatsky (Deel III, p. 514) naar de levenscyclus ‘Kindsheid - Aankomende leeftijd – Volwassenheid – Ouderdom’. Maar naast de uiterlijke cyclus bestaat er ook een innerlijke cyclus van 'Verschijnen en Verdwijnen'.
In dit kader is bijzonder interessant het artikel ‘Het mysterie van de dood’ van Ria Hopman in het tijdschrift Urania van Jan 2003. Tot slot stelt zij: Het mysterie van de dood is niets anders dan het mysterie van het bewustzijn dat in staat is transparant te worden voor talloze werelden en niveaus. De dood geeft het leven een speciale zin die het zonder de dood nooit zou krijgen. In het iets ervaren van de hemelsfeer verandert de persoonlijkheid fundamenteel. In de paradox van het leven strekt het menselijk bestaan zich uit tot in de eeuwigheid en is het in de tijdelijkheid. Net zoals de heilige zich tegelijkertijd uitdrukt in de eeuwigheid en in de tijd.
Wim van den Dungen, boek Sepher Yetzirah (p. 23, 39):
| Een hyperkubus heeft 32 | ||||
| (2 tot de macht 5) uiteinden | Blavatsky, Deel I, p. 228; Charles Poncé, boek Kabbalah p. 55: | |||
| Nà Atziluth komen de werelden | Yod | Vuur | Geestelijke wereld | Aziluth is de wereld van de Goddelijke uitstraling |
| der manifestatie: | ||||
| a) de wereld der scheppende ideeën | Hé | Water | Mentale wereld | Briah is de wereld van de schepping |
| b) de wereld van de beeldende vorm | Vau | Lucht | Psychische wereld | Yetzirah is de wereld van de vormgeving |
| c) de wereld der realisatie | Hé | Aarde | Fysieke wereld | Assiah is de wereld van de natuur en het menselijke bestaan |
De drie onderstaande kwadranten zijn op basis van de vier oorzaken-leer van Aristoteles en Natuurrijk karakteristieken (kies: Natuurrijk-karakteristieken en Evolutionaire Ontwikkeling) samengesteld.
| Vuur - | Lucht | Vuur - | Lucht | Aziluth (Yod, Chaiah) | Yetzirah (Vau, Ruach) |
| 1. Oerknal - | 3. Gasvorming | 1./7. - | 3./5. | 7. Mensenrijk - | 5. Plantenrijk |
| | | | | | | | | | | | |
| 4. Aarde - | 2. Vloeibare stoffen | 4. - | 2./6. | 4. Delfstoffenrijk - | 6. Dierenrijk |
| Aarde - | Water | Aarde - | Water | Assiah (Hé, Nephesh) | Briah (Hé, Neshamah) |
| Ether | (snijpunt 1./2. en 3./4.) | Universele rijk | (snijpunt 4./5. en 6./7.) |
Dan Millman boek De 12 poorten naar de ziel:
Volgens een oude spirituele wet leidt discipline tot vrijheid. Dat is op het eerste gezicht in tegenspraak met zichzelf.
Het leven zit vol neigingen. Je kunt de neiging hebben introvert of extravert te zijn. Neigingen zijn geneigd om je bestaan te bepalen. Als jij dat toestaat bepalen ze je lot. Jouw neigingen veroorzaken patronen die zo op het eerste oog vastliggen. Zij lijken onbewust te zijn en automatisch op te treden. Een van de grootste uitdagingen van het leven is dat je door wilskracht verandering brengt in je neigingen; het geeft tevens de meeste voldoening. Het leven geeft ons de kans om onze neigingen onder ogen te zien en te overwinnen, waarbij we zowel meer zelfbeheersing als meer onthechting krijgen. Als je van koers wilt veranderen twee opties, gewoon doen en je kunt je energie en je belangstelling zodanig richten dat je probeert je gedachten en je aandacht te concentreren op het bevestigen van je eigen kracht waardoor je emoties loskomen, zodat je positieve resultaten kunt visualiseren en uiteindelijk zo veel zelfvertrouwen ontwikkelt dat je de moed weet op te brengen om zo vastberaden te worden dat je jezelf er van kunt overtuigen dat je voldoende gemotiveerd bent om te doen wat je moet doen. We groeien alleen door wat het leven van ons eist. Het ligt aan wat je doet. Een beroep doen op de hogere wil: ‘Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede.’
De poorten voelen en denken:
| Voelen | >>>> | Gevoelloos | Welzijn | >>>> | Harteloos, obsessies |
| | | | | | | | | ||
| Gedachteloos | <<<< | Denken | Zielloos (dood) | <<<< | Welvaart |
Authentiek gedrag ontstaat wanneer de bewuste, rationele en onbewuste, irrationele delen, gevoelens van de geest in harmonie met elkaar samenwerken. Het rechter kernkwadrant komt in hoofdstuk 20 van het boek Millman aan de orde.
De verborgen krachten achter onze persoonlijkheid geven vorm aan onze loopbaan en onze relaties, en beïnvloeden de richting en de kwaliteit van ons leven. Totdat we ons onderliggende doel begrijpen en ernaar gaan leven, kan ons leven er uitzien als een puzzel met ontbrekende stukjes. Het universum werkt volgens (spirituele) wetten of universele principes die net zo echt zijn als de wet van de zwaartekracht. Misschien ligt de geldigheid van het Levensdoel Systeem in de holografische (eigenhandig geheel uitgeschreven) aard van het universum, waarin elk deel het geheel weerspiegelt en omvat, en waarin de individuele psyche in een grotere ordening past.
Van alle tegenstellingen zijn we geneigd één kant meer waarde toe te kennen dan de andere. De verliezer gaat deel uitmaken van onze schaduw. In elk werkpaard schuilt een luiaard; het onderstaande linker model is opgesteld door Prof. Oscar Ichazo, geven je de sleutels in handen voor een verlicht begrip van de schaduwen van je geest.
| Prof. Oscar Ichazo: | De werkelijkheid licht | en schaduw, in alles | ligt het tegendeel besloten: | ||
| In elke winnaar | schuilt een | verliezer | Clowns en komieken | hebben een | droevige cynische kant |
| In elke perfectionist | schuilt | imperfectie | Aardige mensen | onaardige schaduw | |
| In elke puritein | schuilt een | hedonist | In elke pessimist | schuilt een | hoopvolle optimist |
| In elk werkpaard | schuilt een | luiaard | Puritein | laag afkrabben | ontdek je ongeremde hedonist |
| In elke allemansvriend | schuilt een | eenzame wolf | Hoogste | heb je, maar ook | laagste |
| In elke deskundige | schuilt een | bluffer | Heilige | en je bent | zondaar |
| In elke teamspeler | schuilt een | opstandeling | Gewetensvol | en | gewetenloos |
| In elke hork | schuilt iemand | met een klein hartje | God | Duivel | |
| In elke goedgelovige | schuilt een | ongelovige | Wetenschapper | Mysticus | |
| Politiek links | Politiek rechts | ||||
| Rijk | Arm | ||||
| Man | Vrouw | ||||
| Pragmaticus | Idealist |
Het model rechts laat zien dat je schaduw in feite ook potentieel positieve eigenschappen bevat.
Er zijn maar weinig mensen volkomen enkelzijdig. Je kunt hard zijn op je werk maar thuis heel gevoelig. Met eten een puritein zijn en met seks een hedonist. Of het eerste deel van je leven een hedonist en later puritein. Als je waarden en aspecten van je karakter die je aanvankelijk afwees, tot de jouwe maakt, kom je meer in balans. Er ontstaat evenwicht, perspectief en wijsheid als je je schaduw omarmt en heel wordt.
Waar licht is, is een schaduw; elke buitenkant heeft een binnenkant; elk hoogtepunt kent een dieptepunt;voor alles wat zichtbaar wordt, blijft er iets verborgen. Alle volkeren, samenlevingen hebben hun collectieve schaduwen. Je moet je eigen schaduw vinden, aanvaarden. Door je schaduw in het licht te zetten, besef je dat ieder van ons iets weg heeft van alle anderen, waardoor je meedogender en authentieker wordt. Licht werpen op je schaduw. Carl Jung: De schaduw is de optelsom van aspecten in jouw wezen, die je hebt ontkend, ondergewaardeerd en verworpen. Je schaduw is alles waarvan je volhoudt dat je niet bent. Jouw eigen schaduw bestaat uit alle eigenschappen die je ontkent, afwijst onderdrukt en verdringt; het vuil dat je onder het tapijt van je bewustzijn veegt. Alles wat je afwijst, om welke reden dan ook, wordt onderdeel van je schaduw. In feite bevat je schaduw ook potentieel positieve eigenschappen.
Het 5D-concept maakt voor het 'ken uzelve' gebruik van het Kompaskwadrant. Het draait om de kernkwaliteit, geduldige daadkracht, een weloverwogen actie.
| Kernkwaliteit: | Tunnelvisie, | 5Ddenkraam: | Vier kwadranten: | Ken Wilber | |||
| Actie | één Zienswijze | Samenwerkingskracht | Voedingskracht | Cultureel, Centaur | Sociaal, Systeemtheorie | ||
| 1. Daadkracht >>>> | 3. Drammerigheid | 4. Wij-kant ---- | 2. Zij-kant | 4. Innerlijk/Collectief ---- | 2. Collectief/Uiterlijk | ||
| | | | | | | | | | | | | ||
| 4. Passiviteit <<<< | 2. Geduld | 1. Het-kant ---- | 3. Ik-kant | 1. Individueel/Uiterlijk ---- | 3. Innerlijk/Individueel | ||
| Obsessies | Weloverwogen | Vormkracht | Beeldkracht | Gedragsmatig | Intentioneel |
In het kernkwadrant van Daniel Ofman toont de positieve as 1./2., geduldige daadkracht, de eenheid der tegendelen. Volledige balans duidt op volmaaktheid. De negatieve as 3./4. geeft een conflictueuze breuklijn aan. Door de verticale as, de 3e dimensie ontstaat een ruimtelijk model. Met behulp van het kompaskwadrant laten we zien hoe het mogelijk is ons weer met de natuurlijke kringloop te verbinden. Bij het Ken uzelve gaat het om het ik en de ander. Doorzie uw eigen mogelijkheden, beperkingen en grenzen.
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 305):
Drie verschillende voorstellingswijzen van het Heelal in zijn drie verschillende aspecten worden door de esoterische filosofie in onze gedachten geprent: het VÓÓRBESTAANDE (voortgekomen uit) het ALTIJD-BESTAANDE; en het FENOMENALE – de wereld van illusie, de weerkaatsing en schaduw daarvan. Tijdens het grote mysterie en levensdrama, dat bekend staat als het manvantara, vertoont de werkelijke Kosmos overeenkomst met het voorwerp dat achter het witte scherm is geplaatst, waarop door de toverlantaarn de Chinese schimmen worden geworpen. De werkelijke figuren en dingen blijven onzichtbaar, terwijl ongeziene handen aan de touwtjes van de evolutie trekken. Mensen en dingen zijn dus slechts de weerkaatsingen op het witte doek van de werkelijkheden achter de valstrikken van mahamaya, of de grote illusie. Dit werd in iedere filosofie geleerd, in iedere religie zowel vóór- als nadiluviaans, in India en Chaldea, door de Chinese en door de Griekse wijzen. In de eerstgenoemde landen werden in exoterische leringen deze drie Heelallen allegorisch voorgesteld door de drie drieëenheden die uit de centrale eeuwige kiem voortkwamen en daarmee een opperste eenheid vormden: de oorspronkelijke, de gemanifesteerde en de scheppende triade, of de drie in één. De laatste is in zijn concrete uitwerking slechts het symbool van de eerste ideële twee. Daarom laat de esoterische filosofie het deterministische karakter van dit zuiver metafysische begrip buiten beschouwing en noemt alleen het eerste het altijd-bestaande. Dit is de opvatting van elk van de zes grote Indiase filosofische scholen (Darshana’s) – de zes beginselen van dat geheel van WIJSHEID, waarvan de ‘gnosis’, de verborgen kennis, het ZEVENDE is.
Theodotus een gnostisch leraar uit de tweede eeuw gaf het begrip ‘Gnosis’ als volgt aan:”Gnosis is te weten wie we zijn, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan”. Want jouw proces is al een aeonen-oud proces. In ons voltrekt zich de totale geschiedenis der mensheid, onbewust. Om dat in het bewustzijn der mensheid te brengen werden er scheppingsmythen gecreëerd. Niet verzonnen, nee, oeroude beelden werden door zieners omgezet in literatuur.
Nog anderen beweren dat het bij de zoektocht naar de Heilige Graal enkel gaat om de zoektocht naar het goddelijke in ons. Gezien de bronnen en de thematiek zou het hier vooral gaan om een gnostisch tafereel. De graal is een allegorie, voor een groots en moeilijk te bereiken doel.

De wetenschapspublicist Kris Verburgh snijdt in zijn essay Intelligentie heeft geen goddelijke muze nodig (Volkskrant 26 juli 2008) een oud thema, de controverse tussen denken en voelen aan. Slechts 7% van Amerika’s topwetenschappers die tot de prestigieuze Academy of Science behoren, geloven in God, terwijl 92% van de Amerikanen hun hart aan de Heer geven.
Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest met als schakel de ziel. Het Antahkarana, nous legt de imaginaire verbinding tussen epithumia en thumos. Het zelfbewustzijn, dat meta-leren mogelijk maakt, kan als een recursiefproces worden opgevat. Het universum (universele quintessens) creëert een levend wezen dat in staat is zichzelf te aanschouwen en te reguleren. Het universum kijkt als het ware op een bewust niveau naar zichzelf. De in het brein, het geheugen opgeslagen informatie kan opnieuw worden geprojecteerd. We zijn aan onze eigen perceptie, het eigen perspectief overgeleverd. Het reflexieve ik, het zelfbewustzijn ondergaan we niet alleen als een ontologisch gegeven, maar veeleer als een fenomenologisch feit.
E. Timmerbeil-Snel GNOSIS, EEN POSTMODERNE GNOSTISCH-MYSTIEKE OPLEVING
Vervolgens speelt naast dit hoofdkenmerk van de gnostiek, optimale zelfontplooiing of zelfverwerkelijking, een nevenkenmerk een grote rol, namelijk de androgynie. Androgynie als symbool voor gelijkheid tussen man en vrouw, tot in het goddelijke toe. Dit begrip is voluit gnostisch en wordt door Plato nog eens gepopulariseerd in het Symposium.46
Deze beide kenmerken van de gnostiek, zelfontplooiing of zelfverwerkelijking en androgynie, zijn, opmerkelijk genoeg en veelzeggend, een beeld van wat zich in het paradijs afspeelde tussen Eva en Adam en Satan, de grote verleider. De slang verleidde Eva tot onafhankelijkheid van God onder het motto ‘gij zult als God zijn, kennende goed en kwaad (Gen. 3:5) .' Dit verlangen, onafhankelijk te willen zijn van God, op jezelf te staan, vrij te zijn om eigen beslissingen te nemen, kennis te verzamelen, religieuze wetten en systemen op te zetten waarbij God overbodig wordt en geld en goed te vergaren, is de erfenis geworden van het hele menselijke ras.47
46) Plato, Verzameld Werk II, Symposium, Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel, 1980, p.218-221:
Oorspronkelijk was er één geslacht, genoemd manwijf, een bolrond geheel, samengesteld uit het mannelijke en vrouwelijke. Om allerlei redenen besloot Zeus deze bollen, net als morellen of eieren, door te snijden. Daarom is iedereen eeuwig op zoek naar zijn andere wederhelft om de oorspronkelijke natuur te helen. In dit verhaal bestaat iedere helft voor een deel uit het vrouwelijke en het mannelijke.
Marco Iacoboni Het spiegelende brein (p. 21):
Merleau-Ponty behoorde, samen met bijvoorbeeld Franz Brentano, Edmund Husserl en de grote Martin Heidegger, tot een filosofische stroming die bekendstaat als de fenomenologie. Deze denkers hadden kritiek op de klassieke filosofische benadering omdat deze zich in hun ogen liet verleiden door de zoektocht naar de heilige graal – het wezen van de verschijnselen – en zich verloor in mijmeringen over abstracties (de platonische tradities). Zij pleitten daarentegen voor een ‘een terugkeer naar de dingen zelf’ (in feite het aristotelische instinct) en stelden voor nauwkeurig aandacht te schenken aan de objecten en verschijnselen van de wereld en aan onze eigen innerlijke ervaring van deze objecten en verschijnselen.
Ko Burger De moraal van het lichaam
De Franse filosoof Merleau-Ponty heeft in zijn werk betoogd dat het kenmerkend is voor onze tijd dat materialisme en spiritualisme, materie en geest, in elkaar overvloeien. De mens is helemaal lichamelijk, maar als we deze lichamelijkheid louter materialistisch trachten te zien, missen we de betekenisgeving. We kunnen dit uitdrukken in de paradox dat de lichamelijkheid van de mens van geestelijke aard is.
Plaatje „Der Körper als Spiegel der Seele“ (tot slot)
Jean-Jacues Rousseau:
De beschaving heette met Rousseau, die zelf een emotioneel geteisterd man van het volk was, van toen af aan niet zonder meer goed of verheven, maar integendeel slecht; het emotionele was het goede van de natuur en was superieur aan de rede; en het belang van het individu was ondergeschikt aan dat van de groep. De soevereiniteit van de rede die zich niet zozeer liet bepalen door de zintuiglijkheid als door het - niet bewijsbaar te noemen - morele principe, werd, ook in navolging van de empirische filosofie uit het achttiende-eeuwse Engeland, in twijfel getrokken als zijnde een bron van kennis en onderworpen aan een systeem van politieke, democratische controle van buitenaf. De natuurmens moest het winnen van de cultuurmens, het gevoel moest het winnen van het verstand. Het conflict tussen het empirisch gevoelen en het rationeel verstaan, ontstaan in de filosofie van de Verlichting, materialiseerde zich met de onzuiverheden van het filosofisch ego in die Revolutie. In de christelijke reformatie liep de Verlichting vast, onwetend en dus in feite onverlicht zijnde over wat nu eigenlijk het gezag gold, over wie nu eigenlijk het laatste woord had met het pleidooi voor het individu dat sedert de val van het katholieke Rome opgeld deed. De reformatie van de Christelijkheid leverde, in weerwil van het religieuze en adellijke ego, alleen maar nog meer ego op. In feite kon het ego der maatschappelijke klassen en statusgroepen, samen op zijn indiaas de kasten te noemen, geen zuivering vinden in de Verlichting, die weliswaar recht deed aan de waarheid van het individu, maar geen bevrijding in een gezamenlijk beleefd respect voor de persoon kon vinden. Het klassieke ideaal van een integriteit van gevoel en verstand in één eenduidige wetenschap, in één historisch gefundeerde klassieke orde, ging verloren in de strijd om politieke macht. Rationaliteit en religiositeit zonder liefde voor de natuur, zoals Rousseau dat stelde, bleken niets dan verraad aan de menselijke aard. Die hartstocht, die misschien wel agressieve en onbeheerste natuur van wat hij de 'nobele wilde' noemde, is de eerlijkheid die moet bevrijden zo luidde het credo van de Revolutionaire 'Verlichting' die tegen de mislukte elitaire 'Verlichting' was.
Ap Dijksterhuis schrijft in zijn boek Het slimme onbewuste dat het onbewuste een grotere rol speelt in onze besluitvorming dan we denken. De capaciteit van het verstand is veel te klein om alle factoren te wegen die voor het nemen van een complexe beslissing van belang zijn.
Bas Kast stelt in zijn boek Hoe de buik het hoofd helpt denken dat gevoelens onmisbaar zijn om verstandige besluiten te kunnen nemen, en dat de eenzijdige nadruk op ratio en taal ons beperkt in ons begrip en uitdrukkingsvermogen. Denken kan niet zonder gevoelens en creatief denken is zelfs op gevoelens aangewezen.’Emotionele stormen zijn als het ware een handelsmerk van creatieve genieën. Beethoven leed aan een gemengde bipolaire toestand: manische en depressieve symptomen wisselden elkaar extreem snel af. Auteurs als Goethe, Greene en Hemingway leden aan stemmingswisselingen. Creatievelingen weten de chaos van prikkels te kanaliseren tot nieuwe inzichten; psychotici gaan eraan ten onder.
John Van Mater, Jr. Denkvermogen, herinnering en het astrale licht
De Ouden waren op de hoogte van het bestaan van een astrale of ‘sterachtige’ substantie die de grondslag is van de fysieke stof. De hindoes noemen haar akasa, ‘schitterend, stralend’. De stoïcijnen spraken van aether of kwintessens, de mysterieuze geest-substantie die de veranderlijke bron is van alle vormen. Theosofen noemen haar het astrale licht. Als meest stoffelijke laag van de niet-fysieke energieën die onze planeet omringen, analoog aan de ziel van de wereld, werkt ze als een compleet reservoir van herinneringen dat de optekeningen bevat van elke indruk en gebeurtenis die ooit op aarde heeft plaatsgevonden. Ze is vol met de potentiële oervormen van alle gedachten, vormen en wezens, en de werkingen ervan vallen buiten het ruimte-tijd-kader dat geldt voor het fysieke gebied. In feite is de fysieke wereld een uitbreiding van de astrale, die een reeks krachten en emanaties bevat, gedachten en wezens, die voor het leven op aarde òf weldadig òf schadelijk zijn.
De hogere aspecten van het bewustzijn kan men in drie lagen verdelen: atma, goddelijkheid; buddhi, intuïtie of mededogen; en manas, intellect, ons centrum van zelfbewustzijn. De lagere aspecten worden gevormd door kama, begeerte; prana, levensenergie; en het astrale en fysieke lichaam. Elk van deze zeven beginselen is zelf zevenvoudig. Ons dagelijkse bewustzijn is in het algemeen geconcentreerd in begeerte verbonden met het denkvermogen.
Dieren en mensen hebben overeenkomstige manieren om zich emotioneel en psychisch uit te drukken. De emoties maken deel uit van het begeertebeginsel. Maar dieren beschikken niet over een denkvermogen waarmee ze zichzelf kunnen beschouwen en kunnen nadenken over hun eigen evolutionaire situatie: een hond vraagt zich niet af waarom hij een hond is.
We zouden ons kunnen afvragen waar individueel denken en bewustzijn hun oorsprong vinden? In de kosmos is maar één leven, één bewustzijn dat zich voordoet in de verscheidenheid van vormen van levende wezens. Dit ene bewustzijn dringt van hoog naar laag door alle stadia en niveaus van bestaan en dient om de herinnering in stand te houden, of dat nu volledig of onvolledig is, van de ervaring van elk stadium. Dit wijst erop dat ons zelf-bewuste denkvermogen werkelijk een straal is van het kosmische denkvermogen. Er is een mysterieuze vitale levensessentie en levenskracht die te maken heeft met de wisselwerking tussen geest of bewustzijn en stof.
Theosofie verdeelt de wereld niet in organisch en anorganisch, want zelfs atomen worden als godsvonken beschouwd. Alle wezens zijn onophoudelijk de schepper en optekenaar van zichzelf en vormen telkens opnieuw vergankelijke uiterlijke sluiers, terwijl ze het onverwoestbare draad-zelf (sutratman) behouden dat tijdens de lange cyclussen van ervaring alle verschillende beginselen en monaden verbindt. Wij zijn monaden of godsvonken die nu onze evolutie in het mensstadium doormaken. De onsterfelijke monade doorloopt al onze belichamingen, want we hebben al vele malen het proces van geboorte en sterven herhaald. Voor het grootste deel van de mensheid zijn geboorte en sterven in feite min of meer een automatisme: onbewuste ervaringen, voorzover het ons alledaagse bewustzijn betreft.
Binair getalstelsel van Gottfried Wilhelm Leibniz.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 67/68):
(a) Denkvermogen is een naam die wordt gegeven aan het totaal van de bewustzijnstoestanden die worden gerangschikt onder gedachte, wil en gevoel. Tijdens diepe slaap houdt het beeldende vermogen op stoffelijk gebied op en wordt het geheugen niet gebruikt; daarom is tijdelijk ‘het denkvermogen er niet’, omdat het orgaan waardoor het ego op stoffelijk gebied verbeelding en geheugen manifesteert, tijdelijk heeft opgehouden te werken. Een noumenon kan op een gegeven bestaansgebied slechts een verschijnsel worden door zich op dat gebied te manifesteren door middel van een geschikte basis, of voertuig.
De Geheime Leer Deel I Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 134):
De leer van een gemeenschappelijke oorsprong van alle hemellichamen en planeten werd, zoals wij zien, door de archaïsche astronomen onderwezen vóór Kepler, Newton, Leibnitz, Kant, Herschel en Laplace. Warmte (de adem), aantrekking en afstoting – de drie grote factoren van beweging – zijn de omstandigheden waaronder alle leden van dit hele oorspronkelijke gezin worden geboren, zich ontwikkelen en sterven, om opnieuw te worden geboren na een ‘nacht van Brahma’, waarin de eeuwige stof periodiek terugkeert tot haar aanvankelijke ongedifferentieerde toestand.
Geheime Leer Deel I Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 169):
(b) De ‘elementaire kiemen’ waarmee hij Sien-Tchan (het ‘Heelal’) vult uit Tien-Sin (letterlijk de ‘hemel van het denkvermogen’, of dat wat absoluut is), zijn de atomen van de wetenschap en de monaden van Leibnitz.
Geheime Leer Deel I Feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 208):
Leibnitz stelde zich de monaden voor als elementaire en onvernietigbare eenheden, met het vermogen om ten opzichte van andere eenheden te geven en te ontvangen en om zo alle geestelijke en stoffelijke verschijnselen te bepalen. Hij bedacht de term apperceptie, die samen met zenuw- (niet waarneming, maar veeleer) -gewaarwording, de toestand uitdrukt van het monadische bewustzijn door alle natuurrijken heen tot aan de mens.
Strikt metafysisch beschouwd, is het dus misschien verkeerd om atmabuddhi een MONADE te noemen, omdat zij in de materialistische opvatting tweevoudig is en daarom samengesteld. Maar omdat stof geest is en omgekeerd, en omdat het ondenkbaar is het Heelal en de godheid die het bezielt van elkaar gescheiden te zien, geldt dit ook in het geval van atmabuddhi. Omdat laatstgenoemde het voertuig is van eerstgenoemde, staat buddhi in dezelfde betrekking tot atma, als Adam-Kadmon – de kabbalistische logos – tot En-Soph, of Mulaprakriti tot Parabrahm.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Over Kwan-Shi-Yin en Kwan-Yin (p. 518/519):
Tenslotte merken wij op dat Kwan-Shi-Yin en Kwan-Yin de twee aspecten (mannelijk en vrouwelijk) zijn van hetzelfde beginsel in de Kosmos, de Natuur en de mens, van goddelijke wijsheid en intelligentie. Ze zijn de ‘Christos-Sophia’ van de mystieke gnostici – de logos en zijn sakti.\\
Het subjectieve kan moeilijk worden uitgedrukt door het objectieve. Daarom moet de symbolische formule, omdat zij probeert te karakteriseren wat boven de wetenschappelijke redenering en even vaak ook ver boven ons verstand uitgaat, noodgedwongen in een of andere vorm dat verstand te boven gaan, anders zal zij uit de herinnering van de mensen verdwijnen.
537: De ‘stoffelijke punten zonder uitgebreidheid’ van Cauchy zijn de monaden van Leibniz, en tegelijkertijd de materialen waarmee de ‘goden’ en andere onzichtbare machten zich in lichamen hullen (zie hierna, ‘Goden, monaden en atomen’).
539: Leibniz noemde zijn beginsel van de aantrekking ‘een onstoffelijke en onverklaarbare kracht’. De veronderstelling van een aantrekkend vermogen en een volkomen lege ruimte werd door Bernouilli als ‘weerzinwekkend’ omschreven.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Is de zwaartekracht een wet? (p. 541/542):
Als wij naar een bevestiging hiervan zoeken in meer moderne en wetenschappelijke tijden, vinden we dat Tycho Brahè in de sterren een drievoudige kracht erkende, goddelijk, spiritueel en vitaal. Kepler bracht de woorden van Pythagoras, ‘de zon, bewaker van Jupiter’, in verband met de verzen van David: ‘hij plaatste zijn troon in de zon’ en ‘de Heer is de zon’, enz. Kepler zei namelijk dat hij volkomen begreep waarom de volgelingen van Pythagoras geloofden dat al de in de Ruimte verspreide bollen rationele intelligenties waren, facultates ratiocinativae, die om de zon draaiden en ‘waarin een zuivere geest van vuur woont; de bron van de algemene harmonie’ (De Motibus planetarum harmonicis, blz. 248).
Wanneer een occultist over fohat spreekt – de stimulerende en leidende intelligentie in het universele elektrische of vitale fluïdum – wordt hij uitgelachen. Daarbij begrijpt men tot op heden noch de aard van elektriciteit, noch die van leven of zelfs van licht, zoals nu is aangetoond. De occultist ziet in de manifestatie van elke kracht in de Natuur de werking of de bijzondere eigenschap van het noumenon daarvan. Dit noumenon is een afzonderlijke en intelligente individualiteit aan de andere kant van het gemanifesteerde mechanische Heelal. De occultist ontkent niet – integendeel, hij zal de bewering steunen – dat licht, warmte, elektriciteit, enz., invloeden op (niet eigenschappen of hoedanigheden van) de stof zijn. Duidelijker gezegd, de stof is de voorwaarde – de noodzakelijke basis of het voertuig, een sine qua non – voor de manifestatie van deze krachten of agentia op dit gebied.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 679):
Wat onwetendheid, trots of fanatisme ook daartegen kan inbrengen, men kan aantonen dat de esoterische kosmologie onafscheidelijk is verbonden met zowel de filosofie als de hedendaagse wetenschap. De goden van de Ouden, de monaden – van Pythagoras tot die van Leibniz – en de atomen van de hedendaagse materialistische scholen (zoals die door hen zijn ontleend aan de theorieën van de oude Griekse atomisten) zijn slechts een samengestelde eenheid, of een eenheid van geleidelijk in elkaar overgaande delen, zoals de mens, die begint met het lichaam en eindigt met de geest. In de occulte wetenschappen kunnen zij afzonderlijk worden bestudeerd, maar men kan ze nooit geheel begrijpen, tenzij men ze ziet in hun wisselwerkingen tijdens hun levenscyclus en als een universele eenheid tijdens de pralaya’s.
682: De Ruimte is de werkelijke wereld, terwijl onze wereld kunstmatig is. Zij is in haar hele oneindigheid de Ene Eenheid: zowel in haar bodemloze diepten als aan haar bedrieglijke oppervlakte; een oppervlakte bezaaid met talloze waarneembare Heelallen, stelsels en werelden als luchtspiegelingen. Voor de oosterse occultist, die eigenlijk een objectief idealist is, bestaat er in de werkelijke wereld – die een eenheid van krachten is – niettemin een ‘samenhang van alle materie in het plenum’, zoals Leibniz het zou zeggen. Dit wordt symbolisch weergegeven in de driehoek van Pythagoras.
Deze bestaat uit tien punten die binnen de drie lijnen in piramidevorm (van één tot de laatste vier) zijn ingeschreven, en hij symboliseert het Heelal in het beroemde tiental van Pythagoras.
687: Het is bekend dat Leibniz verschillende keren heel dicht bij de waarheid kwam, maar hij beschreef de monadische evolutie niet juist, iets waarover men zich niet hoeft te verbazen, omdat hij geen ingewijde en zelfs geen mysticus was, maar slechts een heel intuïtieve filosoof. Toch kwam geen psycho-fysicus ooit dichter bij de esoterische hoofdlijnen van de evolutie dan hij. Deze evolutie, vanuit haar verschillende standpunten gezien, d.w.z. als de universele en de geïndividualiseerde monade, en de belangrijkste aspecten van de evoluerende energie na de differentiatie – het zuiver spirituele, het intellectuele, het psychische en het fysieke – kunnen zo worden geformuleerd als een onveranderlijke wet; een afdaling van de geest in de stof, gelijkstaand met een vooruitgang in de fysieke evolutie; een weer opstijgen uit de diepten van de stoffelijkheid naar zijn status quo ante, gepaard gaand met het verdwijnen van concrete vormen en substanties tot de laya-toestand, of wat de wetenschap ‘het nulpunt’ noemt, en nog verder.
En zodra zij door haar vijanden – de metafysica en de psychologie – uit haar zogenaamd onaantastbare bolwerken is verdreven, zal zij het moeilijker vinden dan het nu schijnt, om in de Ruimten van de ruimte een plaats te weigeren aan planeetgeesten (goden), elementalen en zelfs aan de elementaren of geesten, en anderen.
689: De erfgenamen van de oorspronkelijke openbaringen hebben deze ‘mogelijkheden’ in elke eeuw onderwezen, maar hebben nooit een eerlijk gehoor gevonden. De waarheden die aan Kepler, Leibniz, Gassendi, Swedenborg, e.a. door inspiratie zijn ingegeven, waren altijd in de een of andere vooraf bepaalde richting vermengd met hun eigen speculaties – en daardoor verminkt. Maar nu is een van de grote waarheden doorgedrongen tot een eminente professor van de moderne exacte wetenschap, en hij verkondigt onbevreesd als een fundamenteel axioma, dat de wetenschap tot dusver geen kennis draagt van de werkelijke enkelvoudige elementen.
Want prof. Crookes deelt zijn gehoor mee:
‘Als ik durf te zeggen dat onze algemeen aanvaarde elementen NIET enkelvoudig en oorspronkelijk zijn, dat zij niet door toeval zijn ontstaan en niet op een willekeurige en mechanische manier zijn geschapen, maar zijn ontwikkeld uit eenvoudiger stoffen – of misschien wel uit één enkele soort stof – dan geef ik slechts formele uiting aan een opvatting die al enige tijd om zo te zeggen ‘in de lucht’ van de wetenschap heeft gehangen.
690: Het plenum van de stof van Descartes, gedifferentieerd in deeltjes; het etherische fluïdum van Leibniz en het ‘oorspronkelijke fluïdum’ van Kant, dat in zijn elementen is opgelost; de zonnewerveling en de wervelingen van sterrenstelsels van Kepler; kortom, vanaf de wervelingen van elementalen, in gang gezet door het universele denkvermogen – via Anaxagoras tot Galileo, Torricelli en Swedenborg en na hen tot de meest recente speculaties van Europese mystici toe – dit alles is te vinden in de hymnen en mantra’s van de hindoes aan de ‘goden, monaden en atomen’ in hun totaliteit, want ze zijn onscheidbaar.
693/694: Op bladzijde 429 (Engelse uitgave) van Isis Ontsluierd, Deel I, zeiden we dat ‘het mysterie van de eerste schepping, dat altijd de wanhoop van de wetenschap was, onpeilbaar is, tenzij ze (de wetenschappers) de leer van Hermes aannemen. Zij zullen het voetspoor van de aanhangers van Hermes moeten volgen.’ Onze voorspelling begint uit te komen.
Maar tussen Hermes en Huxley is er een middenweg en een middenpunt. Laten de wetenschappers slechts tot halverwege een brug slaan, en ernstig nadenken over de theorieën van Leibniz. We hebben aangetoond dat onze theorieën over de evolutie van de atomen – de laatste vorming daarvan tot samengestelde scheikundige moleculen komt tot stand in onze aardse werkplaatsen binnen de dampkring van de aarde en nergens anders – op vreemde manier overeenkomen met de evolutie van de atomen, zoals die op de platen van Crookes is te zien. We hebben al verschillende keren in dit boek meegedeeld, dat mārtānda (de zon) zich samen met zijn zeven kleinere broers had geëvolueerd en verdicht vanuit de schoot van zijn moeder (aditi); die schoot is de prima MATER-ia – de oorspronkelijke protyle van Crookes. De esoterische leer verkondigt het bestaan van ‘een voorafgaande vorm van energie, met periodieke cyclussen van eb en vloed, van rust en activiteit’ (blz. 21) – en zie nu hoe een groot wetenschapper de wereld vraagt om dit als een van zijn vooronderstellingen te aanvaarden. We hebben laten zien dat de ‘moeder’ vurig en heet was en geleidelijk koel en stralend werd, en dezelfde wetenschapper geeft als zijn tweede vooronderstelling – een wetenschappelijke noodzaak, naar het schijnt – ‘een inwendig proces, dat verwant is aan afkoeling en dat zich langzaam in de protyle voltrekt’. De occulte wetenschap leert dat ‘de moeder’ zich in de oneindigheid (tijdens pralaya) uitstrekt als de grote diepte, de ‘droge wateren van de Ruimte’, volgens de eigenaardige uitdrukking in de Catechismus, en slechts nat wordt na de scheiding en na de beweging over haar oppervlak door Nārāyana, de ‘geest die de onzichtbare vlam is, die nooit brandt, maar alles in brand zet wat zij aanraakt, en die daaraan leven en ontstaan schenkt’19.
697: Voor Spinoza bestond slechts het ene; voor Leibniz een oneindig aantal wezens, uit en in het Ene. Hoewel dus beiden maar één werkelijke entiteit erkenden, maakte Spinoza deze onpersoonlijk en ondeelbaar, terwijl Leibniz zijn persoonlijke godheid verdeelde in een aantal goddelijke en half-goddelijke wezens. Spinoza was een subjectieve, Leibniz een objectieve pantheïst; maar beiden waren met hun intuïtieve inzichten grote filosofen.
698/699: Over de relatie tussen zijn monaden en onze Dhyāni-Chohans, kosmische geesten, deva’s en elementalen, geven we in het kort de mening weer van H.A. Bjerregaard, een geleerde en bedachtzame theosoof. In een uitstekende voordracht ‘Over de elementalen, de elementaire geesten en het verband tussen deze en mensen’, door hem gehouden voor de ‘Aryan Theosophical Society of New York’ (Zie PATH, nos. 10 en 11, van januari en februari 1887), formuleert Bjerregaard duidelijk zijn opvatting . . . ‘Voor Spinoza is de substantie dood en inactief, maar voor het scherpzinnige denkvermogen van Leibniz is alles levende activiteit en actieve energie. Met deze opvatting komt hij oneindig veel dichter bij het oosten dan iedere andere denker van zijn tijd of na hem. Zijn ontdekking dat een actieve energie de essentie van de substantie vormt, is een beginsel dat hem in directe relatie brengt met de zieners van het oosten.’
699/700: En de spreker toont verder aan dat atomen en elementen voor Leibniz krachtcentra zijn, of liever ‘spirituele wezens waarvan de natuur werkzaamheid is’, want de elementaire deeltjes werken niet mechanisch, maar uit een innerlijk beginsel. Het zijn onlichamelijke spirituele eenheden (‘substantieel’, maar niet onstoffelijk in onze betekenis), waarop veranderingen van buitenaf geen vat hebben en die niet door een uitwendige kracht kunnen worden vernietigd. De monaden van Leibniz, voegt de spreker eraan toe, ‘verschillen van atomen in de volgende bijzonderheden, die voor ons heel belangrijk zijn om te onthouden, omdat we anders het verschil tussen elementalen en alleen maar stof niet kunnen zien’. . . . ‘Men kan atomen niet van elkaar onderscheiden, ze zijn kwalitatief gelijk; maar de ene monade verschilt kwalitatief van elke andere monade; en elke monade is een bijzondere wereld op zichzelf. Dit geldt niet voor atomen; ze zijn kwalitatief en kwantitatief volkomen gelijk, en bezitten geen eigen individualiteit24. Verder kan men de atomen (of liever moleculen) van de materialistische filosofie opvatten als uitgebreidheid bezittend en deelbaar, terwijl de monaden alleen maar wiskundige punten zijn en ondeelbaar. Tenslotte – en dit is een punt waar deze monaden van Leibniz sterk lijken op de elementalen van de mystieke filosofie – zijn deze monaden representatieve wezens. Iedere monade weerspiegelt iedere andere. Iedere monade is binnen haar eigen sfeer een levende spiegel van het Heelal. En let hierop, want hiervan hangt de macht af die deze monaden bezitten, en hiervan hangt het werk af dat zij voor ons kunnen doen; terwijl zij de wereld weerspiegelen, zijn de monaden niet alleen maar passieve weerkaatsende werktuigen, maar spontaan zelfwerkend; zij brengen de beelden spontaan voort, evenals de ziel een droom. In iedere monade kan de adept daarom alles lezen, zelfs de toekomst. Iedere monade of elementaal is een spiegel die kan spreken . . .’
Op dit punt schiet de filosofie van Leibniz te kort. Er is niet voorzien in, en ook geen onderscheid gemaakt tussen, de ‘elementalenmonade’ en die van een hoge planeetgeest, of zelfs de menselijke monade of ziel.
701: Maar wat zeggen de occulte wetenschappen hiervan, en wat voegen ze eraan toe?
Ze zeggen dat wat door Leibniz collectief monaden wordt genoemd – ruw bezien, en elke onderverdeling even buiten beschouwing latend27 – kan worden verdeeld in drie verschillende menigten die, geteld vanaf de hoogste gebieden, ten eerste bestaan uit ‘goden’ of bewuste, spirituele ego’s; de intelligente architecten die werken volgens het plan van het goddelijke denkvermogen. Dan komen de elementalen of monaden, die collectief en onbewust de grote universele spiegels vormen van alles wat in verband staat met hun respectievelijke gebieden. Tenslotte de atomen of stoffelijke moleculen, die op hun beurt worden bezield door hun bewust waarnemende monaden, zoals ook iedere cel in een menselijk lichaam wordt bezield. (Zie de laatste bladzijden van Deel I.)
27) Deze drie ‘ruwe indelingen’ komen overeen met geest, denkvermogen (of ziel) en lichaam in de menselijke constitutie.
701/702: Er zijn menigten van zulke bezielde atomen die op hun beurt de moleculen bezielen; een oneindig aantal monaden of eigenlijke elementalen, en ontelbare spirituele krachten – zonder monaden, want het zijn zuivere onlichamelijkheden28, behalve onder bepaalde wetten, wanneer zij een vorm aannemen – niet noodzakelijk een menselijke. Waar komt de substantie vandaan die hen omhult – het zichtbare organisme dat zij rond hun centra evolueren? De vormloze (‘arūpa’) uitstralingen, die in de harmonie van de universele wil bestaan en die op het gebied van het subjectieve Heelal zijn wat wij de collectieve of gezamenlijke kosmische wil noemen, verenigen een oneindig aantal monaden – elk de spiegel van haar eigen Heelal – en individualiseren zo voorlopig een onafhankelijk, alwetend en universeel denkvermogen. Door hetzelfde proces van magnetische aggregatie scheppen zij voor zichzelf uit de interstellaire atomen objectieve, zichtbare lichamen. Want atomen en monaden, verenigd of gescheiden, enkelvoudig of samengesteld, zijn vanaf het moment van de eerste differentiatie slechts de lichamelijke, psychische en spirituele beginselen van de ‘goden’ – die zelf de uitstralingen zijn van de oorspronkelijke natuur. Zo verschijnen de hogere planetaire machten voor het oog van de ziener onder twee aspecten: als invloeden (het subjectieve aspect), en als mystieke vormen (het objectieve aspect), die onder de karmische wet een Tegenwoordigheid worden omdat, zoals herhaaldelijk is gezegd, geest en stof één zijn. Geest is stof op het zevende gebied; stof is geest – op het laagste punt van zijn cyclische werkzaamheid; en beide zijn MAYA.
Geheime Leer Deel I hoofdstuk 18 Samenvatting van de wederzijdse standpunten (p. 746):
Dat er zo weinig over het stoffelijke heelal bekend is, wordt inderdaad al jaren vermoed op grond van wat deze wetenschappers zelf erkennen. En nu zijn er enkele materialisten die zelfs de ether – of hoe de wetenschap de oneindige substantie ook noemt, waarvan het noumenon door de boeddhisten svabhavat wordt genoemd – en ook de atomen opzij willen schuiven, die beide wegens hun oude filosofische en hun tegenwoordige christelijke en theologische associaties te gevaarlijk zijn. Vanaf de vroegste filosofen van wie de geschriften tot het nageslacht zijn gekomen, tot onze tegenwoordige tijd – die, hoewel ‘onzichtbare wezens’ in de Ruimte worden ontkend, toch nooit zo krankzinnig kan zijn om de een of andere soort plenum te ontkennen – was de volheid van het heelal een aanvaard geloof.
De Geheime Leer Deel II Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 27):
Deze ‘schepper’ is op zichzelf goed noch kwaad, maar zijn gedifferentieerde aspecten in de natuur maken dat hij het ene of het andere karakter aanneemt. Met de door de ruimte verspreide onzichtbare en onbekende Heelallen had geen van de zonnegoden iets te maken. Het denkbeeld wordt heel duidelijk tot uitdrukking gebracht in de ‘Boeken van Hermes’ en in alle oude volksverhalen. Het wordt meestal gesymboliseerd door de draak en de slang – de draak van het goede en de slang van het kwade, op aarde vertegenwoordigd door de magie van de rechter- en die van de linkerhand. In het epische gedicht van Finland, de Kalevala, wordt de oorsprong van de slang van het kwade gegeven: zij is geboren uit het ‘speeksel van Suoyatar . . . en haar werd een levende ziel gegeven door het beginsel van het kwaad’, Hisi.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 652):
Voor hen bestond het hele metafysische en stoffelijke Heelal in, en kon het worden uitgedrukt en beschreven door, de cijfers van het getal 10, het pythagorische tiental.
Dit tiental, dat het Heelal en zijn evolutie uit de stilte en de onbekende diepten van de geestelijke ziel of anima mundi voorstelde, bood de onderzoeker twee kanten of aspecten. Het kon in het begin worden gebruikt voor en toegepast op de macrokosmos en werd dit ook, waarna het afdaalde tot de microkosmos, of de mens. Er waren dus de zuiver intellectuele en metafysische, of de ‘innerlijke wetenschap’ en de even zuiver materialistische of ‘oppervlak-wetenschap’, die beide konden worden verklaard en omvat door het tiental. Kortom, het kon worden bestudeerd uit de algemene begrippen van Plato en volgens de inductieve methode van Aristoteles.
657: In de Purāna’s verandert het aantal kumāra’s overeenkomstig de eisen van de allegorie. Voor occulte doeleinden wordt hun aantal nu eens gegeven als zeven, dan als vier, dan weer als vijf. In het Kurma Purāna wordt over hen gezegd: ‘Deze vijf (kumāra’s), o Brahman, waren yogi’s die een algehele bevrijding van hartstocht verkregen.’
668: Voor de oosterse occultist wordt de BOOM van Kennis in het paradijs van het eigen hart van de mens de boom van het eeuwige leven, en heeft niets te maken met de dierlijke zinnen van de mens. Het is een absoluut mysterie, dat zich slechts openbaart door de inspanning van het gekerkerde manas en het ego om zich te bevrijden uit de slavernij van zintuiglijke waarneming en te zien in het licht van de ene eeuwige tegenwoordige werkelijkheid.
669: ‘Het kruis werd in Egypte gebruikt als beschermende talisman en als symbool van reddende kracht. Men vindt er inderdaad Typhon of Satan, vastgeketend of gebonden aan het kruis. In het Rituaal roept de Osirisvereerder: ‘De Apophis is verslagen, hun koorden binden het zuiden, noorden, oosten en westen, hun koorden zijn op hem. Har-ru-bah heeft hem vastgeknoopt15.’ Dit waren de koorden van de vier hemelstreken, of het kruis. Van Thor wordt gezegd dat hij de kop van de slang met zijn hamer verbrijzelde . . . een vorm van de swastika of het vierarmige kruis. . . . In de primitieve graven van Egypte had het model van de kamer de vorm van een kruis16. De pagode van Mathura . . . de geboorteplaats van Krishna, was gebouwd in de vorm van een kruis. . . .17’
15) Apophis of Apap is de slang van het kwaad, symbool van menselijke hartstochten. De zon (Osiris-Horus) vernietigt hem, wanneer Apap is neergeworpen, gebonden en geketend. De god Aker, ‘het hoofd van de poort van de afgrond’ van Aker, het rijk van de zon (xv, 39) bindt hem. Apophis is de vijand van Ra (licht), maar de ‘grote Apap is gevallen!’ roept de overledene uit. ‘De schorpioen heeft uw mond verwond’, zegt hij tegen de verslagen vijand (xxxix, v.7). De schorpioen is de ‘worm die nooit sterft’ van de christenen. Apophis wordt op de tau of tat gebonden, ‘het embleem van de stabiliteit’. (Zie de oprichting van tat in Tatoo, Rituaal xviii.)
De kwantumverstrengeling, de elektronenconfiguratie komt in het artikel Dualiteit in de evolutie van Thijs Prent en in hoofdstuk 4 Chaos-Theos-Kosmos (p. 374) en hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 676) in De Geheime Leer Deel I aan de orde. H.R. Opdenberg werkt het thema 'verstrengeling' in zijn artikel Het oneindig gevarieerde heelal uit.
'Conceptueel dualisme' (Kwintessens, 5e Dimensie, Axis mundi, ‘Garbage in - garbage out’)
Johan A. den Boer (p. 58 - 61) bekent zich zelf tot een 'conceptueel dualisme' (of multiple aspect theory) waarbij in aansluiting aan de filosoof Searle mentale eigenschappen worden gezien als 'causaal emergente' eigenschappen van de hersenen: "in de loop van de evolutie zijn de hersenen mentale processen gaan veroorzaken".
Dit onderzoek heeft tot nu toe minstens twee nieuwe algemene inzichten opgeleverd: verschillende soorten mentale gebeurtenissen (emoties, beslissingen, verbeeldingen) zijn geassocieerd met verschillende, duidelijk aanwijsbare (hoewel diffuse en van plaats veranderlijke) gebieden in de hersenen, en de microarchitectuur (de anatomie van het neuronennetwerk) verandert als gevolg van als 'mentaal' te omschrijven oorzaken in de omgeving.
De modellen waarvan men zich bij deze tak van onderzoek bedient worden connectionistisch genoemd. Niet het samenspel van hormonen, niet de biochemie van de neurotransmitters, maar de integrerende functie van groepen neuronen staat nu centraal. Afwijkend gedrag blijkt vaak terug te voeren tot de wijze waarop de omgeving wordt waargenomen. En die hangt weer mede af van de anatomie van de hersenen. In hoofdstuk 5 worden lijnen uit de voorafgaande hoofdstukken bijeengebracht: hersenen, mentale processen en omgeving staan met elkaar in wisselwerking; en dat niet zo nu en dan, maar voortdurend. Dit wordt de embodiment of mind (process of embodiment) genoemd. De laatste drie hoofdstukken zijn nog meer filosofisch georiënteerd dan de voorafgaande, maar desondanks - of misschien juist daardoor - is er veel aandacht voor de psychiatrische praktijk en voor het 'gewone' mensenleven. Hoofdstuk 6 mondt uit in de idee van een "biologie van betekenis", waarin een poging wordt gedaan het aloude contrast tussen (wetenschappelijk) verklaren en (inlevend) begrijpen te overbruggen. In het laatste hoofdstuk waagt de auteur zich aan het probleem van de 'vrije wil'.
Beide methodologieën zijn, ieder op hun eigen terrein, zeer vruchtbaar, maar zij geven altijd terug wat men er van tevoren in stopt en dus kan men uit hun resultaten geen metafysica destilleren. Prof. Den Boer weet dat ook, getuige zijn instemming met Searles 'conceptueel dualisme': er zijn geen twee metafysische substanties, en het is "onmogelijk een experiment te bedenken dat bewijst dat er een oorzakelijke relatie bestaat tussen mentale processen en processen in de hersenen", want "mentale processen maken al deel uit van processen in de hersenen".
Wij worden gedrongen in de richting van een metafysica die niet dingen, maar gebeurtenissen als primair opvat, naar analogie van onze eigen waarnemings-gebeurtenissen. Dus niet wàt wij waarnemen is basaal, maar het proces van de waarneming zelf, die immers de bron is van al onze empirische kennis. Aan èlke gebeurtenis moet men dan een mentale èn een fysieke pool onderscheiden. Hersenen mèt hun mentale processen ontstaan door steeds verdere en hogere integraties van de resultanten van voorafgaande processen, ieder met hun eigen fysieke component. Het zijn processen, niet dingen, die causaal uit elkaar voortvloeien. Want wat zelfs in het boek van Den Boer, net als in vrijwel alle andere boeken op dit gebied, onderbelicht blijft, is, dat het niet de neurale netwerken zelf zijn die het bewustzijn dragen, maar dat het het onophoudelijke vuren van de neuronen binnen die netwerken is dat met bewustzijn gepaard gaat. Als het vuren ophoudt, is het bewustzijn weg, ook al zijn de structuren nog intact.


Robbert Dijkgraaf (NRC 27 december 2008: De architectuur van ons brein bepaalt en beperkt de wetenschap - Er is geen wiskunde zonder de mens - daar kwam ik achter):
De mens is slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering . U kunt deze lus zo vaak doorlopen als u wilt, net zoals de monikken de eindeloze trap op- en aflopen in de bekende prent Klimmen en dalen van M.C. Escher – een prent die trouwens geïnspireerd was door het werk van Penrose en zijn vader.
Op het eerste hoekpunt van de driehoek staat de wetenschap. Deze is verbonden met het tweede hoekpunt waar de mens staat, de bedenker van vele nutteloze en nuttige zaken, waarvan de wetenschap er slechts één is. Op zijn beurt vormt de mens weer een verbintenis met het derde hoekpunt, de natuur, wederom als onderdeel van een groter geheel, want de natuur brengt naast de mens ontelbaar andere verschijningsvormen voort. Ten slotte wordt de natuur weer verbonden met de wetenschap, een terrein dat veel meer bestrijkt dan alleen de beschrijving van de fysieke werkelijkheid.
Door het zelfbewustzijn onderscheidt een mens zich van een dier. Het bewustzijn maakt het mogelijk dat we ons in woorden kunnen uitdrukken. Het maakt wetenschap mogelijk.
In het laatste gedeelte bespreekt Dawkins met de filosoof Daniel Dennett de zingeving van het leven zonder een God, zonder een immateriële en onsterfelijke ziel of hoop op een leven na de dood. Volgens Dennett is een onsterfelijke ziel niet nodig voor zingeving: de ziel bestaat volgens hem uit de samenwerking van de neuronen in de hersenen. Het besef dat men deel uitmaakt van allerlei creatieve activiteit over de gehele planeet is volgens beiden een bron van zingeving.
Interview (1/7) van Richard Dawkins met George Coyne.
Recent onderzoek (Hersencellen groeien door lichaamsbeweging) heeft uitgewezen dat neurogenese zich ook voordoet bij volwassen individuen, onder meer in de hippocampus bij de mens en andere zoogdieren. We blijven ons leven lang nieuwe neuronen creëren.
Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’.
De ongrijpbare patronen, schakelnetwerken van Prof. van Peursen correleren met de spiegelneuronen van Marco Iacoboni.
De instructies en mutaties die in een computer plaatsvinden simuleren besluitvormingsprocessen in de buitenwereld. Het zijn de interacties van de gebruiker met de computer die maken dat de computer een goede metafoor is voor kunstmatige intelligentie. Een computer kan uitstekend simuleren, maar niet innoveren. Het is het trekkermechanisme, de "nieuwe hersenpaden" die daarvoor zorgen. De kunstige matige intelligentie van een computer is een schaduw van de intelligentie van een mens. Een computer is verre van superieur aan wat een mens kan presteren. Bij een computer gaat het om kunstmatige selectie, bij een mens om natuurlijke selectie. Of met andere woorden kunstmatige selectie doen mensen bewust, de bevruchting, de natuurlijke selectie van eicel en zaadcel vindt daarentegen onbewust plaats. Al is het wel zo dat door kunstmatige inseminatie de mensheid het stokje van de kunstmatige selectie overneemt en vrij recent bij IVF zelfs van de natuurlijke selectie.
Het is de mens die met behulp van zijn brein, de beide hersenhelften, ‘Lichaam en Geest’, ‘Macrokosmos en Microkosmos’, ‘God en Zoon’, 'Hemel en Aarde' met elkaar verbindt.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 3 POGINGEN TOT HET SCHEPPEN VAN DE MENS (p. 91):
(431.) Uit Hoa zelf komt AB, de vader; en uit Hoa zelf komt RUACH, de geest; die zijn verborgen in de Oude van dagen, en daarin is die ether verborgen.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk Mogelijke bezwaren tegen het voorafgaande (p. 213):
Volgens de materialistische wetenschap is de mens geleidelijk geëvolueerd tot wat hij nu is, en is hij, uitgaande van het eerste deeltje protoplasma, monere genaamd (dat zoals men ons zegt, evenals de rest, ‘in de loop van onmetelijke tijden is voortgekomen uit enige of uit één enkele, spontaan ontstaande oervorm, die aan één evolutiewet heeft gehoorzaamd’), gegaan door ‘onbekende en onkenbare’ soorten tot aan de aap, en vandaar tot de mens. Waar men de overgangsvormen kan vinden, vertelt men ons niet; om de eenvoudige reden dat er nog nooit ‘ontbrekende schakels’ tussen de mens en de apen zijn gevonden, hoewel dit feit mensen als Haeckel op geen enkele manier belet ze ad libitum te verzinnen.
Ze zullen ook nooit worden gevonden; eenvoudig omdat men die schakel, die de mens met zijn ware voorgeslacht verbindt, zoekt op het objectieve gebied en in de stoffelijke wereld van de vormen, terwijl hij veilig voor de microscoop en het ontleedmes is verborgen in het dierlijke tabernakel van de mens zelf. Wij herhalen wat wij in Isis Ontsluierd hebben gezegd:
‘. . . . Alle dingen hadden hun oorsprong in de geest – de evolutie is oorspronkelijk van bovenaf begonnen en naar beneden voortgegaan, in plaats van omgekeerd, zoals volgens de theorie van Darwin. Met andere woorden, er was een geleidelijke verstoffelijking van vormen, tot een bepaald uiterste van verlaging was bereikt. Dit is het punt waar de leer van de moderne evolutie de arena van de speculatieve hypothese binnengaat. Bij dit tijdperk aangekomen, zal het ons gemakkelijker zijn de antropogenese van Haeckel te begrijpen, die de stamboom van de mens afleidt ‘van zijn protoplasma-wortel, bedolven door de modder van zeeën die bestonden vóór de oudste, fossielen bevattende gesteenten waren afgezet’, zoals professor Huxley uiteenzet.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 Het vijfde ras, goddelijke leermeesters (p. 427):
Maar volgens de Kabbala (‘Boek van de Getallen’) is Samaël, die satan is, identiek met Michaël, de overwinnaar van de draak. Hoe komt dit? Want er wordt gezegd dat tselem (het beeld) zowel Michaël als Samaël, die één zijn, weerspiegelt. Beiden, zo wordt geleerd, komen voort uit ruach (geest), neshamah (ziel) en nephesh (leven). In het ‘Chaldeeuwse Boek van de Getallen’ is Samaël de verborgen (occulte) wijsheid en Michaël de hogere aardse wijsheid; beide vloeien voort uit dezelfde bron, maar gaan uiteen na hun ontstaan uit de wereldziel, die op aarde mahat (verstandelijk inzicht) of manas (de zetel van het intellect) is. Ze gaan uiteen, omdat de ene (Michaël) wordt beïnvloed door neshamah, terwijl de andere (Samaël) onbeïnvloed blijft. Deze leer werd verminkt door de dogmatische geest van de kerk die, omdat zij een afschuw heeft van de onafhankelijke geest die niet wordt beïnvloed door de uiterlijke vorm (en dus door het dogma), van Samaël-satan (de wijste en de meest spirituele geest van alle) onmiddellijk de tegenstander maakte van haar antropomorfe god en van de zintuiglijke stoffelijke mens, de DUIVEL!
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 20 Prometheus, de titan Zijn oorsprong in het oude India (p. 591):
Melia is naar de mening van Decharme de personificatie van de essenboom, waaruit volgens Hesiodus het ras van het bronzen tijdperk voortkwam1 (Opera et Dies, 142-145). Dit is bij de Grieken de hemelse boom die in alle Arische mythologieën voorkomt. Deze es is de Yggdrasil van de Noorse oudheid, die de Nornen dagelijks besproeien met de wateren uit de bron van Urd, opdat hij niet zal verdorren. Hij blijft groen tot de laatste dagen van het gouden tijdperk. Dan maken de Nornen – de drie zusters die respectievelijk in het verleden, in het heden en in de toekomst zien – het lotsbesluit (karma, Orlog) bekend, maar de mensen zijn zich alleen van het heden bewust. Maar wanneer Gultweig (het gouderts) komt, ‘de bekoorlijke tovenares, die driemaal in het vuur geworpen, elke keer nog mooier daaruit verrijst en de zielen van goden en mensen vervult met onverzadigbaar verlangen, dan . . . komen de Nornen tot bestaan en de gezegende vrede van de kinderdromen verdwijnt, en de zonde ontstaat met al haar slechte gevolgen . . .’ en KARMA (zie Asgard and the Gods, blz. 10-12). Het driemaal gezuiverde goud is – manas, de bewuste ziel.
Bij de Grieken vertegenwoordigde de ‘essenboom’ dezelfde gedachte. Zijn weelderige takken zijn de sterrenhemel, goudkleurig overdag en bezaaid met sterren ’s nachts – de vruchten van Melia en Yggdrasil, onder de beschermende schaduw waarvan de mensheid tijdens het gouden tijdperk leefde, zonder begeerte en zonder angst. . . ‘Die boom had een vrucht of een vlammende tak, die de bliksem was’, vermoedt Decharme.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk De mysteriën van het zevental (p. 673):
Nu werd het getal zes in de oude mysteriën beschouwd als een embleem van de fysieke natuur. Want zes vertegenwoordigt de zes afmetingen van alle lichamen: de zes lijnen die hun vorm samenstellen, namelijk de vier lijnen die zich uitstrekken naar de vier hemelstreken, noord, zuid, oost en west, en de twee lijnen van hoogte en dikte, die overeenkomen met het zenit en het nadir. Terwijl dus het zestal door de wijzen op de fysieke mens werd toegepast, was het zevental voor hen het symbool van die mens plus zijn onsterfelijke ziel.
686: Maar de pythagoreeërs beschouwden het getal zeven of de heptagoon als een religieus en volmaakt getal. Het werd ‘telesphoros’ genoemd, omdat door dit getal alles in het Heelal en de mensheid tot zijn einde, d.w.z. zijn hoogtepunt, wordt gevoerd (Philo, de Mund. opif.)''. De leer van de sferen, vanaf de tijd van Lemurië tot aan Pythagoras, toont aan dat zowel de zeven krachten van de aardse en ondermaanse natuur, die onder het bestuur van de zeven heilige planeten staan, als de zeven grote krachten van het Heelal, te werk gaan en zich evolueren in zeven tonen, die de zeven noten van de toonladder zijn.
688/689: Volgens dit buitengewone stuk religieuze literatuur – een waar gnostisch fossiel – is de menselijke entiteit de zevenvoudige straal uit het Ene4, zoals ook onze school leert. Zij bestaat uit zeven elementen, waarvan er vier aan de vier kabbalistische gemanifesteerde werelden zijn ontleend. Zo ‘krijgt zij van Asia de nephesh of de zetel van de fysieke begeerten (ook de levensadem); van Jezirah, de ruach of zetel van de hartstochten (?!); van Briah de neshamah, en van Aziluth krijgt zij de chaiah of het beginsel van het geestelijke leven’ (King). 'Dit lijkt op een aanpassing van de theorie van Plato, dat de ziel haar respectievelijke vermogens van de planeten ontvangt bij haar benedenwaartse tocht door hun sferen. Maar de Pistis Sophia geeft met haar gebruikelijke vrijmoedigheid aan deze theorie een veel dichterlijker vorm (§ 282).’ De innerlijke mens bestaat eveneens uit vier samenstellende delen, maar deze worden verschaft door de opstandige aeonen van de sferen, die de kracht zijn – een deel van het goddelijke licht ( ‘divinae particula aurae’ ) dat nog in hen is overgebleven; de ziel (het vijfde) ‘gevormd uit de tranen van hun ogen en het zweet van hun kwellingen; het Ἀντίμιμον Πνεύματοϛ, nabootsing van de geest (die schijnt overeen te komen met ons geweten), (het zesde); en tenslotte de Μοῖρα, het lot (het karmische ego), dat tot taak heeft de mens naar het voor hem bestemde einde te brengen; als hij door het vuur moet sterven, hem naar het vuur te leiden; als hij door een wild beest moet sterven, hem naar het wilde beest te leiden, enz.’ – het zevende!
4) De zeven energiecentra die door de werking van fohat op het ene element werden geëvolueerd of objectief gemaakt; of in feite het ‘zevende beginsel’ van de zeven elementen die door de gemanifesteerde Kosmos heen bestaan. Wij kunnen er hier op wijzen dat zij inderdaad de sephiroth van de kabbalisten zijn; de ‘zeven gaven van de heilige geest’ in het christelijke stelsel; en in een mystieke betekenis, de zeven kinderen of zonen van Devakī die vóór de geboorte van Krishna door Kamsa werden gedood. Onze zeven beginselen symboliseren deze alle. We moeten ze verlaten of ons van hen ontdoen vóór we de Krishna- of Christustoestand, die van jīvanmukta bereiken, en ons geheel concentreren in het hoogste, het zevende of het ENE.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 721):
1) Er schijnt bij de westerse kabbalisten een verwarring te bestaan die al eeuwen duurt. Zij noemen ruach (geest) wat wij kāma-rūpa noemen; terwijl bij ons ruach ‘de spirituele ziel’, buddhi, zou zijn en nephesh het vierde beginsel, de vitale dierlijke ziel. Eliphas Lévi begaat dezelfde fout.
Maar hoe kan ruach (geest) in kāma-rūpa worden ondergebracht? Wat zegt Böhme, de vorst van alle middeleeuwse zieners, hierover?
721/722: ‘We treffen zeven bijzondere eigenschappen in de natuur aan, waardoor deze enige moeder alle dingen teweegbrengt’ [die hij vuur, licht, geluid (de bovenste drie) en begeerte, bitterheid, angst en stoffelijkheid noemt, waarbij hij de lagere op zijn eigen mystieke manier analyseert]. . . ‘wat de zes vormen in spiritueel opzicht ook zijn, dat is de zevende, het lichaam (of stoffelijkheid), in essentie’. Dit zijn de zeven vormen van de moeder van alle wezens van waaruit alles in deze wereld wordt voortgebracht9, en verder in Aurora xxiv blz. 27 (aangehaald in Natural Genesis): ‘De schepper heeft zich in het lichaam van deze wereld als het ware als schepsel voortgebracht in zijn typerende oorsprong-geesten, en alle sterren zijn . . . krachten van God, en het hele lichaam van de wereld bestaat uit de zeven typerende of oorsprong-geesten.’
Dieren als muizen, eekhoorns, wilde zwijnen, herten, sommige eenden en andere vogels, en beren zijn zo slim dat ze een wintervoorraad, die soms voor 25% uit eikels bestaat, aanleggen.
In het scheppende principe, het allergrootste (de schepper God of Brahman) ligt het allerkleinste (Atman) besloten. Ieder mens in de relatieve ruimte bezit in zijn diepste wezen een brandpunt (Psychomaterie van Teilhard de Chardin, Unus Mundus van Carl Jung), dat onafscheidelijk één is met het universele bewustzijn in de absolute ruimte. Alle vormen in de relatieve ruimte zijn van beperkte duur en sterven.
Voor Jung betekent eros de religieuze drift, voor Freud de seksuele drift. Alles heeft zijn tegenstelling, aardse begeerte inbegrepen. Of met andere woorden mannen zijn fysiek zo geschapen dat ze achter hun … aanlopen, maar ze hebben ook een hoofd gekregen waarmee ze tot in de hemel kunnen reiken.
De discrepantie tussen Hegel en Engels is al eerder tussen Pythagoras en Aristoteles naar voren gekomen. De fysica en de metafysica zijn complementair. De quintessens van de éne-werkelijkheid wordt met behulp van het 5D-concept en het Ether-paradigma tot uitdrukking gebracht. Het 5D-concept, de verborgen 5e dimensie heeft op de levenskunst, de zingeving van het leven betrekking. Voor de mens is de evolutie geen blind proces zonder enige bedoeling. Door de vergaande individualisering komen de mensen wel steeds losser van de zingeving, het Goede, Ware en Schone en de van oudsher stabiele sociale netwerken in de maatschappij te staan. De geschiedenis leert dat het Kompaskwadrant een proven technology laat zien of met andere woorden wetenschappelijk kan worden getoetst.
De goddelijke synthese wordt door de Drie-eenheid, Logoi, Eon (Aeon, Aion) tot uitdrukking gebracht. In het rapport ‘E i V’ wordt een gulden middenweg met het principe Complementariteit toegelicht.
Het kompaskwadrant toont drie stadia van de evolutie namelijk tussen het fysieke, emotionele lichaam, de mentale psyche en de monadische geest, die als een eenheid samenwerken.
Er wordt aangenomen dat 'Creativiteit en Wijsheid' een resultante is van IQ, sociale intelligentie en emotionele intelligentie. De evolutie (creativiteit en wijsheid) hangt samen met de intelligentiemeting (tijdsymmetrie), de evolutie van de identiteit, de sociale intelligentie (spiegelsymmetrie) en de evolutiepsychologie, de emotionele intelligentie (materiesymmetrie). Het gaat er om heelheid tussen het fysieke, emotionele, mentale en spirituele welzijn te bevorderen.
Het gnostische harmonische kruis symboliseert, net als het Yin/Yang-symbool de reciprociteit tussen geest en stof.
De echte innovaties vinden op het snijvlak tussen disciplines plaats. De moraal van het verhaal wordt op het snijvlak van individu en collectief manifest. Vijand denken plaatst vaak superieur tegenover inferieur. Je wordt niet superieur door de ander als inferieur te zien.
Door alleen beide complementaire kanten, de fysica en de metafysica, van de éne werkelijkheid te belichten komt de unificatietheorie, de relatie tussen de microkosmos en macrokosmos, tussen Natuur en God een stapje verder.
Bij deze relatie draait het om de verborgen energiebron, de perpetuum mobile die eeuwig in beweging blijft. Op aarde zal een perpetuum mobile nooit worden gevonden, cq. kunnen worden gecreëerd.
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 3298 keer bekeken.
