7.3 Wetenschap en Politiek, 2e Aanzicht
in de winter
klinkt het gekras van de kraaien
ijler dan anders (haiku, 19 december 2010)
Complementariteit (Individueel en Collectief, Gelijkheid en Ongelijkheid, Ecce Homo)
Wanneer iemand zou willen regeren en iets tot stand zou willen brengen door handeling, besef ik dat hij niet slagen kan. Het koninkrijk is een geestelijk ding en kan niet door handelen worden verworven. Hij, die het op die wijze zou willen winnen, vernietigt het. Hij, die het in zijn greep zou willen vasthouden, verliest het. Een geestelijk koninkrijk wordt alleen werkelijk veroverd door vrij te zijn van doelstelling en activiteit. De wijze is niet menslievend of goed, de volledigheid is als water. Water doet goed aan alle wezens en strijdt niet. Het woont op plaatsen door alle mensen veracht. Daarin komt de wijze Tao nabij. Hij leeft graag op lage plaats. Zijn hart mint de diepte. In weldoen mint hij de liefde. In spreken de waarheid, in bestuur de orde, in werken bekwaamheid, in handelen de geschikte tijd. Hij strijdt niet, daardoor treft hem geen blaam.
Alex Brenninkmeijer, de Nationale Ombudsman: 'Als ik jeuk veroorzaak, doe ik mijn werk goed' (Volkskrant 21 december 2010).
Waar gaat het werkelijk om?
Vraag aan de burger: waar bent u het trotst op in onze samenleving?
Dan zegt hij: de manier waarop we met elkaar omgaan. De sociale band is het belangrijkst.
Vraag je vervolgens : waar maakt u zich meest zorgen om?
Antwoord: de manier waarop we met elkaar omgaan.
Wat moet er gebeuren?
Het narcisme moet worden geremd. De basisvorm van narcisme is dat mensen zich heel veel geld toeëigenen. Geld verdienen is geen probleem, je geld toeëigenen wel.
Graaien
Dat is de ruwe term.
We hebben het over bonussen
Bonussen. Mensen die zichzelf hoge salarissen toekennen. We moeten kritischer staan tegenover het superego. Je moet je niet beter wanen, we zijn allemaal gewoon mensen.
Wat zijn uw drijfveren?
Macht werkt op mij als een rode lap. Ik heb een gruwelijke hekel aan veel macht, daar ben ik heel alert op. In de verhouding overheid-burger liggen de verhoudingen scheef. Mijn werk is te bevorderen dat ze gelijkwaardig met elkaar omgaan.
Dat is nog eens een optimistisch mensbeeld.
Dat put ik ook uit de apenonderzoeken van Frans de Waal. De mens is eigenlijk een mensaap. Volgens de Waal is empatich gedrag het resultaat van de evolutie. Op het moment dat een soort in staat is een zelfbeeld te hebben, kunnen ze het verschil maken tussen zichzelf en de ander.
Als het een kwestie van evolutie is, en de mens alleen maar beter wordt, zal er een tijd komen dat we geen ombudsman meer nodig hebben.
Zonder meer. Het prettige van dit instituut is dat ik werk aan mijn eigen opheffing.
Alex Brenninkmeijer schetst in het jaarverslag een overheid die het volk kil, onverschillig en ruw behandelt. Met als hét voorbeeld het permanente geblunder bij de toeslagenafdeling van de Belastingdienst. Zo veroorzaakt de overheid zelf verruwing van de samenleving.
Balkenende vindt het verslag ‘een zwart-wit verhaal’ en wie niet ziet dat het goed gaat met het land, is behept met ‘een negatief zelfbeeld’. Minister Ter Horst stelt dat ‘Alles wat de Ombudsman signaleert, neemt het kabinet serieus’ (Volkskrant 2 juli 2008).
Greep op ons eigen bestaan (Paul Schnabel Volkskrant 2 januari 2010)
De Gammacanon is geen encyclopedie van de sociale wetenschappen. We willen met behulp van een aantal belangrijke concepten, theorieën en verschijnselen laten zien wat de bijdrage van de sociale- en gedragswetenschappen is aan de kennis van onszelf, van onze omgang met schaarse middelen en van de wijze waarop we met elkaar vormgeven aan een samenleving die ook óns weer gevormd heeft.
Verlichtende wetenschap (Paul Schnabel Volkskrant 18 december 2010)
Het zijn wetenschappen die het menselijk leven letterlijk en figuurlijk willen verlichten: begrijpelijk maken en ook voor gericht en bewust handelen toegankelijker maken. Net als in de natuur- en menswetenschappen gaat het om kennis die mensen kan helpen de weg te vinden naar een beter bestaan.
In De Gammacanon (51 en slot) toont Jaap Dronkers de sociale ongelijkheid, de asymmetrieën op aarde.
Sociale ongelijkheid is een permanent kenmerk van samenlevingen, maar vorm en inhoud verschillen. Over dit laatste gaat politieke strijd, tussen conservatieven en vooruitstrevenden (mate van veranderbaarheid van ongelijkheid), of tussen liberalen en socialisten (verantwoordelijkheid voor die veranderbaarheid).
Jaap Dronkers schrijft in deVolkskrant van 15 januari 2005:
‘Het noodzakelijke evenwicht tussen de drie tradities 'Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap' (Principes) is sinds de jaren zestig teloor gegaan. Het motto van het kabinet-DenUyl (1973 – 1977), spreiding van geld, kennis en macht, ging alleen over ongelijkheid. Het gaat vooral om het herstel van individuele en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van samenleving, buurt, school en gezin.Sinds de jaren zeventig is de ongelijkheid gegroeid, de gemeenschapszin verzwakt en is er dus voor links weer een wereld te winnen.’
Jaap Dronkers, ‘Ruggengraat van ongelijkheid’, Elsevier 13 oktober 2007: Het streven in het onderwijs de laatse decennia was: ongelijkheid tegengaan. Gelijke mensen, gelijke kansen was het devies. Maar de afgelopen decennia is die ongelijkheid alleen maar toegenomen, volgens de socioloog Jaap Dronkers – ondanks maatregelen om dat tegen te gaan, en soms juist dóór die maatregelen. Het lijkt wel of de gunstige vernieuwingen van de eerste driekwart eeuw voor een groot deel teniet zijn gedaan door wat er de laatste 25 jaar werd ingevoerd. Dronkers bepleit het navolgen van de eerste zin van het grondwetsartikel over onderwijs: Het onderwijs heeft de voortdurende zorg van de regering.
Door socialisten werd er vroeger op gewezen dat de directeur het volk arm en de pastoor ze dom hield. Nu is er ondanks de welvaart zelfs een grotere tweedeling tussen arm en rijk aan het ontstaan. De kredietcrisis laat zien dat de bestuurders te veel met het bemachtigen van bonussen in de weer zijn geweest en dat ze daardoor onvoldoende tijd hebben overgehouden om echt op het winkeltje te passen. Nu zorgen het onderwijs en de teloorgang van de media (Volkskrant 13 december 2008) er voor om de domheid van het volk te bevorderen en de toezichthouders, die zich met gebakken lucht bezig houden voor het eerste. Het Stockholmsyndroom is een bekend verschijnsel dat zich bij een toezichthouder kan voordoen, namelijk men wordt een soort van belangenbehartiger van de ondertoezichtgestelde.
PvdA: dood of straks toch de grootste? (Volkskrant 30 april 2011)
Bram Peper: De PvdA is dood, alleen moet de dood nog worden vastgesteld. Ik heb het gevoel dat de vereniging niet meer functioneert, of louter nog omdat de politieke instituties moeten worden gevuld. Het is precies als in dat boek van Robert Michels uit 1911, De ijzeren wet van de olichargie, over het politieke gedrag van intellectuele elites die worden gedreven door zelfbehoud. De PvdA is de oligarchisering in het kwadraat.
'SP kan onderwijsbeleid PvdA stevig hervormen'
(Arnold Heertje en Jasper van Dijk Volkskrant 11 september 2012)
Voortzetting van het onderwijsbeleid volgens de opvattingen van de PvdA is onverantwoord.
De PvdA heeft er moeite mee de noodzaak van deze maatregelen breed uit te meten, niet alleen omdat nog wordt vastgehouden aan verouderde denkbeelden, maar ook omdat veel geestverwanten op basis van de achterhaalde structuren werkzaam zijn. Uit dien hoofde is de SP in een betere uitgangspositie om werk te maken van wat Joseph Schumpeter noemde creative destruction, het samengaan van afbraak van het oude en vernieuwing.
Onze slotsom is dat deze wezenlijke verschillen tussen de PvdA en de SP schuilgaan achter op zich belangrijke debatten over economie en begrotingstekort. Voortzetting van het onderwijsbeleid uit het verleden volgens de opvattingen van de PvdA is wat ons betreft onverantwoord. Het wordt tijd voor een trendbreuk.
De PvdA plaatst in het vernieuwde beginselprogramma van 2005 vrijheid boven gelijkheid en solidariteit. Een typisch liberaal beginsel is de vrijheid van het individu. Daarentegen verklaart links zich van oorsprong solidair met de zwakkere groepen in de samenleving. Gelijkheid, emancipatie vaak via spreiding van geld, kennis en macht brengt de relatie, het spanningsveld tussen het individuele en het collectieve tot uitdrukking. Door vrijheid boven gelijkheid en solidariteit te stellen positioneert de PvdA zich als centrum rechtse middenpartij.
Wouter Bos pleit in de Volkskrant van 1 en 8 maart 2008 om niet langer te zeuren over de toon van het debat, het debat niet langer door de PVV van Wilders te laten toonzetten, zelf autonoom te opereren en zelf te laten zien hoe het beter, preciezer, evenwichtiger en uiteindelijk effectiever kan. Jan Pronk vindt echter dat 'Bos komt net kijken' en wordt 'moe van politici die zich afzetten tegen een vorige generatie en niet weten waar ze het over hebben.'
Arie van der Zwan, boek Van Drees tot Bos (Volkskrant 1 april 2008): ‘’ De PvdA is ideologisch uitgewoond.’ Zijn partij ‘is losgeslagen van de ankers’. ‘Ze heeft ook geen hart meer, ze mist elke vorm van bezieling’, luidt zijn diagnose. Van der Zwan hoopt dat de partij terugkeert naar haar aanvankelijke missie – met de strijd tegen – kort samengevat – De Superkapitalist.
Marcel van Dam: “Ik kan er niets aan doen dat ik moet denken aan de verkiezingen in 1994: de PvdA leed na vier jaar regeren een nederlaag van 12 zetels, de grootste uit de geschiedenis. Nietemin werd Wim Kok – geholpen door ons niet gekozen staatshoofd en de nog grotere nederlaag van het CDA – ministerpresident van het eerste Paarse kabinet waarin PvdA, VVD en D66 buiten het volk om het neoliberalisme tot leidraad van het kabinetsbeleid maakten” (Volkskrant 6 november 2008).
Marcel van Dam schrijft in zijn column ‘1991 – 2007’ in de Volkskrant van 18 oktober 2007: Tot mijn verdriet zag ik vanaf de jaren tachtig mijn partij wegzinken in een moeras van beginselloosheid. Onder Kok ging de PvdA door de knieën, onder Bos door zijn rug.
Marcel van Dam Kerstalarm (24 december 2009)
Balkenende heeft van de crisis niets geleerd. Het alternatief, werken aan veiligheid, zekerheid en vertrouwen door versterking van de samenleving, komt niet bij hem op. Want ‘lastenverhogingen vertragen de economie en zijn dus contraproductief’. Citaat uit de CPB-nota: ‘Allereerst moet de gedachte dat een hoge belastingdruk de welvaart en het welzijn nadelig beïnvloedt naar het rijk der fabelen worden verwezen.’
Waar is het interview met onze minister van Financiën, de leider van de PvdA, om de visie van de minister-president naar de prullenmand te verwijzen?
Marcel van Dam Beatrix heeft gelijk
Meer onderwijs, welvaart, mobiliteit en communicatiemogelijkheden hebben individuen minder afhankelijk gemaakt van mensen in hun directe omgeving. Dat heeft voor het individu een grotere zelfstandigheid en vrijheid opgeleverd. Maar, zegt de koningin, ‘het ideaal van het bevrijde individu heeft zijn eindpunt bereikt’, waarmee zij natuurlijk bedoelt dat er morele en ook praktische grenzen aan de vrijheid van het individu zijn.
Moreel bijvoorbeeld daar waar het individu blind en doof wordt voor mensen die slechter af zijn, en praktisch daar waar de overheid de samenleving verstikt door met regelgeving te proberen individuele vrijheden in te tomen, in plaats van de samenleving zodanig in te richten dat sociale controle op een informele manier die taak overneemt.
Wat had ze gelijk toen Beatrix zei dat ‘misschien wel de grootste uitdaging is hoe individu en gemeenschap weer met elkaar te verbinden en vertrouwen te herstellen’.
In Nederland is de situatie gegroeid dat de hoogwaardigheidsbekleders die in de schaduw van de formele macht opereren, met al hun bijbanen aanzienlijk meer verdienen dan de verantwoordelijke bewindspersonen. Uiteindelijk is het de informele 'vierde, vijfde en zesde macht' die echt aan het roer zit. Michail Gorbatsjov heeft gelijk ‘We hebben een perestrojka nodig.’
Harry Borghouts, Eelco Brinkman en Loek Hermans faalden bij respectievelijk de IJsselmeerziekenhuizen, gehandicapteninstelling Philadelphia en zorginstelling Meavita.
Job Cohen heeft ‘wanhopig slecht geopereerd’ in het dossier van de Noord-Zuidlijn en het bestuurscollege hangt daarom een bijl boven het hoofd.
Het is een goed initiatief van de SP om het aantal bijbanen te beperken. De oude politieke netwerken zijn niet in staat gebleken de continuïteit van organisaties te waarborgen. Om een duurzame samenleving te bevorderen zijn nieuwe netwerken, beslissingsstructuren nodig. Elke beslissing vindt in het nu, in een split second plaats. Het leven bestaat alleen in het eeuwige nu. Waar kiezen we, bewust of onbewust, voor in het leven?
In essentie is de stof dus even goddelijk als de geest, want ze is slechts de schaduw of de voertuiglijke kant van de geest.
De netwerkconnecties (Communicatie, Trekkermechanisme, NLP) in de microwereld van het brein functioneren analoog aan een sociaal netwerk ('complementaire schismogenesis') in de macrowereld. Een sociaal netwerk, dat in het spraakgebruik als 'netwerk' wordt aangeduid, is een netwerk van mensen of groepen mensen.
Wederkerig altruïsme, het verschijnsel waarbij men elkaar wederzijds helpt of een gunst verleent, is een veelvuldig onderzocht onderwerp binnen de evolutionaire psychologie. De reciprociteit van "voor wat hoort wat" is "heb uw naaste lief". Rita Smaniotto: Op basis van experimenten, simulatie-onderzoek en een heranalyse van een aantal antropologische studies naar het delen van voedsel in jagers-en verzamelaarsvolkeren concludeert Rita Smaniotto in haar proefschrift dat het "voor wat hoort wat" mechanisme niet zo wijdverspreid is als doorgaans wordt aangenomen. Volgens haar is er in veel gevallen sprake van een alternatief mechanisme, het "heb uw naaste lief" mechanisme. Dit mechanisme is vooral gericht op het welzijn van personen in iemands directe omgeving.
Promotie onderzoek Patrice van de Vorst: mijn te onderzoeken stelling is: Er is een biologische of anatomische grondslag voor het ontstaan van het menselijk bewustzijn en de menselijke moraal. Deze komt voort uit de evolutionaire veranderingen in de geslachtsorganen van de soort Homo.
Kennis maakt ons in de war (interview met bestuurskundige Roel in ’t Veld Volkskrant 5 september 2009):
‘De meeste beleidsmakers, en trouwens ook de meeste wetenschappers, hebben een lineair beeld van de verhouding tussen kennis en beleidsvorming. Je zoekt uit hoe het zit en neemt vervolgens de juist maatregelen. Maar zo gaat het in werkelijkheid natuurlijk helemaal niet. Kennis is maar één factor in beleidsvorming. En het gaat niet zozeer om waarheidsvinding, zoals in de wetenschap. De meeste vraagstukken op de politieke agenda’s van nu zijn kwaadaardig van aard, omdat noch over de waarden noch over de kennis overeenstemming bestaat. Dan is een speurtocht naar Het Ware nutteloos. Het gaat om het vinden van een maatschappelijk handelingsperspectief.’
‘De aard van de politiek en het politieke bedrijf verandert. De marketeers regeren, van de politiek tot de media. Beslissingen zijn ingegeven door overwegingen rond de kiezersgunst of van de kiezers.’
‘We zijn met zijn allen beter opgeleid dan ooit. Dat leidt ertoe dat het gezag van overheden niet meer vanzelfsprekend is, en dat is misschien maar goed ook. Maar het heeft ook een paradoxale kant. Naarmate er meer kennis in de samenleving zit, lijkt de hang naar simplificatie alleen maar toe te nemen. Kennis maakt ons ook in de war. De agenda’s in media en politiek worden bepaald door de onderbuik van de populisten, terwijl we best weten dat de wereld ingewikkelder is dan dat. Dat is onrustbarend lijkt me.’
Tot slot stelt In ’t Veld: ‘Ik ben al sinds mijn 16e een seculiere hindoe. Het spectrum tussen goed en slecht is altijd interessanter dan de uiteinden.’
De ‘wetenschappelijke’ abstracte discussies over wel of geen bonussen toekennen zijn leuk voor de borreltafel. De discussie behoort te gaan hoe meet je in complexe organisaties de kwalitatieve meerwaarde waarop de bonussen, de extra beloningen van individuen zijn gebaseerd? Promotie, tantième, een snellere doorstroming zijn de bekende prikkels die al heel lang worden toegepast. Hoe voorkom je de 'exhibitionistische zelfverrijking' van Wim Kok?
De banken zijn kampioen in het opbouwen van schulden bij hun klanten. Daarentegen zijn zij – mede door hun succesvolle lobbypraktijken (5e macht) in Brussel – door de ruimere boekhoudregels en de magie van de hefboomwerking in de gelegenheid gesteld hun eigen vermogen tot een minimum af te bouwen. Too big to fail een kwalificatie die aangeeft dat er banken en andere financiële instellingen zijn die zó groot zijn dat de overheid niet kan toestaan dat zo'n instelling "omvalt", dus failliet gaat. Dat zou te grote consequenties hebben voor het functioneren van en het vertrouwen in het financieel systeem. Dit geldt in de eerste plaats voor grote consumentenbanken; als zo´n bank omvalt raken heel veel spaarders hun spaargeld kwijt.
Banken hebben de risicobeheersing - de ideale combinatie wel de inkomsten en niet de lasten - prima op orde. Het depositogarantiestelsel, de hypotheekrenteaftrek, aflossingsvrije hypotheek, beleggingshypotheek, securitisatie en de nationale hypotheek garantie voor woningen staan borg voor het afdekken van de risico’s van banken. De woningmarkt is nu volledig uit balans. Het fenomeen moral hazard spreekt voor zich. Hoe naïef kan de overheid, lees de politiek zijn?
Onder het mom van marktwerking is er in de collectieve sector een graaicultuur ontstaan die zijn weerga niet kent. De verhouding tussen prestatie en beloning is volledig zoek. In plaats van het immorele neoliberale gedachtengoed te bestrijden wordt met name door de PvdA het spel 'links lullen en rechts vullen' enthousiast meegespeeld. Door de politieke machtsspelletjes met rechts mee te spelen is het tegenwicht naar extreem rechts verloren gegaan.
De door de overheid heilig verklaarde markteconomie, de vermarkting van openbare diensten met het rampzalige onderwijsbeleid van de afgelopen decennia tot gevolg is een groter probleem dan de enkele fundamentalisten. De Bijlmerramp in 1992, de vuurwerkramp in 2000 in Enschede en de brand in 2001 in Volendam laten zien, hoe knap we ons zelf ook vinden, dat risico's niet geheel zijn uit te sluiten.
De schuldencrisis wordt tegen de achtergrond van de illusiecultuur geplaatst. Relatief staat tegenover absoluut. Uiteindelijk blijft het allemaal mensenwerk. Tussen de verkoper en de koper, de aanbodzijde en de vraagzijde zit voor beide partijen de stem van het geweten. Uiteindelijk zijn we het allemaal zelf, die de chaos creëren. De roep om een krachtige leider is het collectieve spiegelbeeld van onze individuele zwakte.
Het lijkt dat door het stimuleren van de marktwerking door de overheid meer problemen zijn gecreëerd dan opgelost. In plaats van het algemeen belang gaan veelal opportunistische deelbelangen overheersen. Tegenwicht is nodig om te voorkomen dat degene die het hardst aan de deken trekt de ander bloot legt. De huidige politiek is te veel op brandjes blussen ingesteld. Om met de woorden van Wouter Bos te spreken kan de vraag worden gesteld wordt niet te vaak door de overheid aan organisaties die het niet nodig hebben een free lunch aangeboden?
Diederik Samsom (Volkskrant 20 februari 2008): Ik ken de harde werkelijkheid helaas. Eind 2006 stuurde de top van het Nederlandse bedrijfsleven een brief naar het kabinet met de oproep duurzaamheid meer prioriteit te geven. Maar elke keer dat we dat doen, wordt het door diezelfde bedrijven keihard kapot gelobbyd. Shell, een van de ondertekenaars van de bewuste brief, heeft onlangs dankzij een brief van topman Van der Veer geregeld dat de grootste energieverslinders voorlopig niet hoeven te betalen voor hun CO2-emissierechten.
Hans Kombrink in ‘Wij hadden vroeger een ander polarisatiemodel’ (Volkskrant 6 maart 2008): Als het echt het criterium van Bos is wie het debat verder brengt, moet en mag de vraag worden gesteld welke benaderingswijze de meeste veranderingspotentie in zich bergt. Dat Bos vindt dat er gezeurd wordt dat je niet mag generaliseren, toont aan dat hij die vraag eigenlijk niet relevant vindt. Tot slot vraagt Kombrink aan Bos de morele dimensie in zijn politieke stellingname te heroverwegen.
In de Volkskrant van 12 juli 2008 opent René Cuperus zijn column met:
Wat ik nu ga zeggen is te veel eer voor die PvdA’ers voor wie carrièrisme boven bezieling gaat. En voor hen die met monsterlijke managementexperimenten de publieke sector bijna om zeep helpen of voor die groep PvdA’ers die nog altijd totaal out of touch is met de gemiddelde Nederlander waar het gaat om zorg en ergernis over enorme integratieproblemen. En eindigt zijn column met:
Het zou van grote betekenis zijn wanneer het een opgefriste PvdA lukt voor al deze groepen en belangen de solidaire verbindingsschakel te blijven. Als ze daarin faalt – door eigen incompetentie of door sterke tegenkrachten – betekent dat het begin van het einde van het egalitaire samenlevingsmodel zoals we dat na de Tweede Wereldoorlog gekoesterd hebben. Pas dus op. Leedvermaak hebben met de PvdA is leedvermaak hebben met onszelf.
Hans Wansink, artikel Volkstribuun is teken van nieuwe tijd (Volkskrant 5 juli 2008):
Geleidelijk aan zijn politieke partijen hun dominante rol inzake het agenderen van maatschappelijke vraagstukken kwijtgeraakt aan mediagenieke activisten. Veel meer dan verenigingen van politiek personeel en zij die dat willen worden, zijn de meeste partijen niet (lees
Gerard van Westerloo Niet spreken met de bestuurder).
Om te beginnen domineert het gebrekkig functioneren van overheidsapparaten de parlementaireagenda: zie het onderwijs, de zorg, het stelsel van sociale zekerheid, het justitiële apparaat, dejeugdzorg, de immigratiedienst.
Herstel van het gezag van de politieke elite en de volksvertegenwoordiging is wenselijk, maar niet waarchijnlijk.
Wenselijk, omdat het wezen van democratische politiek het maken van en verantwoording afleggen over pijnlijke keuzen is.
Onwaarschijnlijk, omdat het de huidige generatie politieke leiders aan het zelfvertrouwen ontbreekt om de kiezers met die pijnlijke keuzen onder ogen te komen.
In het kader van het innovatieplatform schrijft Jan Peter Balkenende (Volkskrant 3 juni 2006):
Het onderwijs staat niet alleen voor de zware opgave schooluitval te vermijden, maar zal ook leerlingen moeten uitdagen het allerbeste uit zichzelf te halen. Samen verstevigen we de basis voor welvaart en welzijn in de toekomst.
Op alle Nederlanders van jong tot oud zal een appèl worden gedaan het beste uit zichzelf te halen en hun kennis en vaardigheden up to date te houden.
De toepraak van Jan Peter Balkenende, ‘Duurzaamheid door bundeling van krachten’, Volkskrant 2 november 2007, gaat over het verbinden van sectoren, van heden en toekomst en van grote idealen met praktische oplossingen.
De Nederlandse premier Jan Peter Balkenende is een bewonderaar van Etzioni. Ook de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton en de Britse premier Tony Blair rekent Etzioni tot zijn volgelingen.
De vraag is waarom Balkenende naast Etzioni niet aan Nederlandse oorspronkelijke denkers als Erasmus en Spinoza aandacht besteed?
Spinoza: Maar vóór alles is het nodig een middel te ontdekken om het verstand gezond te maken en het, voor zover dit aanvankelijk gaat, te zuiveren, opdat het de dingen op gelukkige wijze zonder dwaling en zo goed mogelijk kan begrijpen. Hieruit kan iedereen reeds zien, dat ik alle wetenschappen (de wetenschappen hebben maar één doel, waarop zij alle moeten worden gericht) op een doeleinde wil richten, te weten om, zoals ik reeds zei, de hoogste menselijke volmaaktheid te bereiken.
Het boek ‘Het CHAOS PUNT’ van Ervin Laszlo laat zien dat de wereld op een tweesprong staat. Moeder Natuur bevat wel degelijk een mechanisme om de mensheid te leren, goedschiks dan wel kwaadschiks, niet te scherp voor de wind te laten varen. Het gaat juist mis wanneer de mens meent met overmoed de schepping te kunnen beheersen, de verborgen blauwdruk van het leven, het 5D-mechanisme te kunnen trotseren. Om niet in oude gedragspatronen van de Dominante Creatiedynamiek te vervallen is het nodig dat men zich realiseert dat een krachtige, heldere visie niet een eenmalige, maar een continu aangelegenheid is. Voor een creatief veranderingsproces is een juiste permanente voedingskracht, een positieve terugkoppeling een eerste vereiste.
Ervin Laszlo boek Kwantumshift in het wereldbrein
Hoofdstuk 12 Metafysische, theologische en ethische implicaties, Twee domeinen van de werkelijkheid (p.118).
In het nieuwe concept vormen de twee domeinen van de werkelijkheid – het domein van de actuele entiteiten (het ‘ruimtetijddomein’) en het domein van het kosmisch plenum (het ‘velddomein’).
Evolutie door energie en informatie (p. 119/120)
De in-formatie (als proces) van het ruimtetijddomein door het velddomein leidt tot een toenemende complexiteit van de entiteiten die het ruimtetijddomein stofferen, alsmede tot de structurering van het velddomein waarin entiteiten zich manifesteren en waardoor zij met elkaar verbonden zijn. Het ruimtetijddomein wordt steeds meer geordend en tegelijkertijd neemt de entropie erin toe.
De nieuwe theologie (p.120).
Uit het nieuwe concept van de werkelijkheid laat zich ook een consequente en minimaal speculatieve theologie afleiden. In de theologie is God niet gescheiden van het scheppingsproces, maar maakt God deel uit van het universum. Gods schepping is niet het universum dat wij waarnemen en bewonen: zij bestaat uit de potenties van het universum voor zijn autocreatie.
Étienne de La Boétie: Het zijn altijd maar vier of vijf mensen die de tiran staande houden. Altijd is het zo geweest dat vijf of zes mensen de aandacht van de tiran hebben, die uit zichzelf naar hem zijn toegegaan of die hij heeft laten komen om medeplichtig te zijn aan zijn wreedheid, de gabbers bij zijn pleziertjes, de pooiers van zijn wellusten en de deelgenoten van de buit van zijn plunderingen. Deze zes hebben zeshonderd anderen onder zich die meeprofiteren. En de zeshonderd zijn voor hen hetzelfde als de zes voor de tiran.
Deze zeshonderd hebben zesduizend anderen onder zich, die ze in staatsdienst hebben verheven en aan wie ze het bestuur van provincies of het beheer van de duiten hebben gegeven, opdat zij de handlangers van hun gierigheid en wreedheid zijn en wanneer het moment is gekomen bovendien zoveel kwaad aanrichten dat zij alleen door hun bescherming wetten en straf kunnen ontduiken. Groot is de nasleep van dit alles.
En wie zich wil vermaken met het ontwarren van dit netwerk, zal zien dat niet zesduizend, maar honderdduizenden, miljoenen zich met die draad aan de tiran vasthouden. Het komt kortom hierop neer: door gunsten of winsten of doorgegeven voordelen die men deelt met de tirannen, bestaan er bijna evenveel mensen voor wie de tirannie profijtelijk schijnt te zijn als mensen voor wie de vrijheid aangenaam zou wezen.
Sinds Machiavelli weten we dat voor politicals geldt ‘het doel heiligt de middelen’. Het boek De heerser bevat een leidraad hoe een cultuuromslag op een gewelddadige manier te realiseren. Om een cultuuromslag op een harmonische manier te verwerkelijken gaat het uiteindelijk om een integrale denktrant (de samenhang tussen de domeinen van de alfa-, bèta- en gammawetenschappers) die het parochiale denken, de symboolpolitiek van het ’eigen koninkrijkje’, de 'bv Ego' overstijgt. Het probleem daarbij is dat de praktijk leert dat het gedrag van mensen niet gemakkelijk valt te veranderen.
In plaats van zwart/wit-denken te accentueren behoren politici het cliché denken te overstijgen, te reflecteren, te argumenteren. Politici dienen haalbare oplossingen van maatschappelijke problemen aan te dragen. Effectieve oplossingen ontstaan alleen wanneer problemen vanuit de juiste context worden aangepakt. Het is beter te kiezen voor één specifieke oplossing voor één specifiek probleem dan voor een generieke oplossing voor een complex van problemen. Een probleem is alleen vanuit de juiste context oplosbaar.
Een essentiële conclusie in het onderzoeksrapport ‘E i V’ is: Geest en Lichaam, geesteswetenschappers en natuurwetenschappers zijn gelijkwaardig aan elkaar. Is dat geen open deur? De mens kan polariseren omdat er polariteiten bestaan. In het rapport ‘E i V’ gaat het in het bijzonder om de complementariteit tussen Geest en Lichaam met als schakel de Ziel. De ziel maakt het mogelijk tussen het antropisch principe en het evolutionaire denken een brug te slaan. Het 5D-concept en het Ether-paradigma brengen de ommekeer, de kwintessens tot uitdrukking. Het Ken uzelve leidt er toe dat we op 'Groupthink en Chaos' grip kunnen krijgen. Het draait dus niet alleen om het darwinisme en de moleculaire biologie maar ook om de evolutie van het bewustzijn. Wie het verleden niet kent wordt het slachtoffer van het heden.
Hoe lang is de overheid nog bereid met verouderde bestuursconcepten aan te modderen? In plaats van dat het politieke debat prudentie als leidraad heeft staat de waan van de dag centraal. Er is aan gemeenschappelijk gedragen visies behoefte. Hoe lang zal het nog duren voordat de politiek begint te beseffen dat ze aan de gerezen situatie grotendeels zelf debet is?
Net als de scheiding tussen 'Kerk en Staat' dienen ook 'Politiek en Wetenschap' - Individuele en Collectieve belangen - duidelijk van elkaar te worden gescheiden.
Stelling: Voor een juiste balans tussen individuele en collectieve belangen dienen net als 'Kerk en Staat' het 'publieke en private' domein duidelijk door een derde domein (‘bron van harmonie’) van elkaar te worden onderscheiden. Het privatiseren van de publieke sector komt er in feite op neer dat de overheid in eigen doel schiet. Door het stuur uit handen te geven los je geen problemen op.
Stelling: De Vierde , Vijfde en Zesde macht (Media) zorgen in Nederland voor de feedforward besturing en de 1e, 2e en 3e macht voor feedback.
Aan elke crisis liggen tegenstellingen, zoals bijvoorbeeld tussen 'Politicals & Professionals', ten grondslag. Door de nauwe 'verstrengeling' tussen de 'eerste, tweede en derde macht' en de 'vierde, vijfde en zesde macht' verloopt de weg naar verbetering nu contraproductief omdat de brokkenpiloten elkaar de hand boven het hoofd houden en geen contact meer hebben met de werkvloer. Het zelfreinigend vermogen is verloren gegaan. De brokkenpiloten die de poblemen hebben gecreëerd moeten zich nu als een ware Baron von Munchhausen aan hun eigen haren uit het moeras trekken. Door het privatiseren van het onderwijs, de wooncorporaties en de zorg heeft de overheid het stuur uit handen gegeven en dreigt de cash cow Nederland volledig te worden uitgemolken.
Drew Westen boek The Political Brain (Kees Kraaijeveld):
Nu staat ‘burgerschap’ weer hoog op de onderwijsagenda. Maar het leerdoel ‘helder en kritisch denken’ ontbreekt bij mijn weten in alle eindtermen en competentieprofielen. Dat is jammer, want als burgers iets zouden moeten leren, dan zijn het juist deze vaardigheden: helder denken, vraagtekens zetten bij beeldvorming, en opnieuw een allergie ontwikkelen voor denkfouten als generalisaties en drogredenen. Helder denken valt te leren. In elk geval zou ieder mens de gelegenheid moeten krijgen dit op school eens te proberen.
Opdat in onze mentale maatschappij niet enkel emotie zal heersen maar dat haar slaaf, de ratio, een wakkere tegenmacht zal vormen. Opdat in de Verenigde Staten ooit een vrouw of een zwarte man president zal kunnen worden. En opdat het gezond verstand weer grip zal krijgen op de onderbuik.
De paradox is dat heersers moeten dienen in plaats van heersen. Authentieke leiders leren het denken in vaste patronen los te laten, dus door de schijnwaarheden in het leven, de ingebakken clichés te demystificeren. Leiders die in hun werk eenzijdig de nadruk op aardse zaken als geld leggen dien je direct te ontslaan. Een goede manager neemt ook foute beslissingen, maar zo weinig dat de continuïteit van de organisatie daardoor niet in gevaar komt. De overheid is er voor een actieve dienstverlening aan de burger. Met klachtgericht werken is niets mis. Door de marktideologie “Voor wat hoort wat” te omhelzen heeft de overheid in eigen voet geschoten.
Uiteindelijk draait het om vanuit welk perspectief, dus met welk ‘Mensbeeld en Wereldbeeld’ naar de werkelijkheid wordt gekeken. Het 5Ddenkraam wil benadrukken dat het universele patroon van het wat vastligt. Het onbepaaldheidsprincipe van Heisenberg geldt ook voor de tijd: wat in de toekomst verborgen ligt, is niet te meten. Het is zoals het is, daar kan de wetenschap weinig aan veranderen. Uit het onzekerheidsprincipe van Heisenberg volgt dat er soms in een lege ruimte 'spontaan' deeltjes kunnen verschijnen of verdwijnen. De kwintessens van het verhaal 'E i V' gaat over de verborgen imaginaire 5e dimensie Axis mundi (five-dimensional space), de zingeving van het leven.
Oost en West (Organisatiecultuur, 'Sociale psychologie en Bio-psycho-sociale model')
Waterlandstichting Is een ander Europa mogelijk? Linkse dilemma's tegenover een neoliberaal project
Vanuit een links perspectief, dat ernaar streeft het primaat van de markt te vervangen door het primaat van de politiek, en de vrijheid van het kapitaal door de vrijheid van het individu en haar kansen op ware zelfontplooiing, is het Europese integratieproces dus verre van onproblematisch.
Aan elke crisis liggen tegenstellingen, zoals bijvoorbeeld tussen 'Politicals & Professionals', ten grondslag. Door de nauwe 'verstrengeling' tussen de 'eerste, tweede en derde macht' en de 'vierde, vijfde en zesde macht' verloopt de weg naar verbetering nu contraproductief omdat de brokkenpiloten elkaar de hand boven het hoofd houden en geen contact meer hebben met de werkvloer. Het zelfreinigend vermogen is verloren gegaan. De brokkenpiloten die de poblemen hebben gecreëerd moeten zich nu als een ware Baron von Münchhausen aan hun eigen haren uit het moeras trekken. Door de deregulering, het privatiseren van het onderwijs, de wooncorporaties en de zorg heeft de overheid het stuur uit handen gegeven en dreigt de cash cow Nederland volledig te worden uitgemolken. Met een lose-lose situatie als gevolg.
Een klassieke tegenstelling is dat de liberalen vinden dat de overheid het probleem is en de markt de oplossing en de socialisten vice versa. Door de kredietcrisis is deze controverse opnieuw aangezwendeld. Of zoals de discussie over dit thema tussen Jan Peter Balkenende en Wouter Bos laat zien ligt de oorzaak van de graaicultuur voor de een bij de menselijke hebzucht en voor de ander dat de financiële systemen niet deugen. De een denkt vanuit de markt, het individu, de ander vanuit de overheid het collectief. De waarheid ligt in het midden en heeft op het complementaire 'en-en' denken betrekking.
Na de val van het communisme in Oost-Europa in 1989 is ook in Westers georiënteerde landen het kapitalisme in een vrije val terechtgekomen. Alle zeilen moeten worden bijgezet om te voorkomen dat geen grote Westerse mogendheden in de afgrond (fiscal cliff) worden meegetrokken.
Bart Tromp: Waar een suïcidaal kapitalisme er inderdaad in lijkt te slagen de banden met de staat te slaken, daar blijft de staat onmisbaar om dat kapitalisme in te tomen, voor de bestwil van de burgers maar ook voor die van het kapitalisme zelf (Volkskrant 31 december 2009).
De ‘botsende beschavingen’ (Engels: Clash of Civilizations) is de theorie van de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington die zegt dat de culturele en religieuze identiteit van mensen de belangrijkste bron van conflict wordt in de periode na de Koude Oorlog. Er is behoefte aan een nieuw gezichtspunt op het morele kompas (balk en splinter).
In de zeventiger jaren was iedereen verbaasd over de economische groeispurt van Japan. De top van het Nederlandse bedrijfsleven toog naar Japan om dit eens haarfijn uit te zoeken. Uit onderzoek is toen gebleken dat de belangrijkste factor de optimale samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven was. Deze toverformule, het 'en-en' van 'Politiek en Bedrijfsleven' is sindsdien door het Westen overgenomen.
De filosofie achter boeken van organisatieadviseur Ofman en managementgoeroe Manfred Kets de Vries is dat als je greep krijgt op je eigen capaciteiten en tekortkomingen, je ook greep weet te krijgen op je organisatie. Er achter komen wie je bent, daar draait het om. Mensen worden veel meer door hun gevoelens dan door logica tot actie aangespoord. Je bereikt betere resultaten door op het gevoel in plaats van op de logica te werken.
Tomáš Sedlácek boek De economie van goed en kwaad Zoektocht naar economische zingeving van Gilgamesj tot Wall Street (p. 342):
De normatieve economie is onderdrukt door de positivistische (beschrijvende) economie. Dit boek sluit naadloos aan op het boek Waardenloos (banking on ethics) van George Möller.
Het gaat om het interdisciplinaire ‘en-en’denken, ‘Economie en Ethiek’.
Ian Buruma & Avishai Margalit, Occidentalism – The West in the Eyes of its Enemies (Volkskrant 10/16 april 2004):
Kenmerkend voor het occidentalisme is voorts de manicheïstische denkwijze, dat wil zeggen, het denken in absolute termen van goed en kwaad, licht en duister. Beide auteurs beschouwen het islamitisch occidentalisme als een zeer serieus te nemen gevaar, waartegen krachtige afweer geboden is, maar waarschuwen tegelijkertijd indringend tegen het verketteren van de Islam en islamitische gelovigen. Door dat wel te doen zouden we in het Westen zelf in de val van het occidentalisme trappen.
| Westerse cultuur >>>> | Westerse overheersing | Moderne westen >>>> | McWorld (globalisering) |
| | | | | | | | |
| Occidentalisme <<<< | Oosterse cultuur | Jihad <<<< | Traditionele oosten |
Carl Jung en Rudolf Steiner
Barbara Hannah boek Jung zijn leven zijn werk:
147: Een groot cultureel verschil tussen de moslims- en de christelijke wereld drong pas twintig jaar later tot Jung door, toen hij in India de Taj Mahal – gebouwd in 1632 – bezocht. De volmaakste tempel der liefde die ooit was gebouwd.
Hij besefde dat de moslimreligie gegrond is op het principe van Eros, d.w.z. het vrouwelijke principe van de relatie, terwijl het christendom en alle andere religies gegrond zijn op het principe van Logos, d.w.z. het mannelijke principe van het onderscheid.
Logos en eros zijn intellectueel geformuleerde, intuïtieve equivalenten van de archetypische beelden van Sol en Luna. Mijns inziens is de impressie van deze twee lichtbronnen zo beschrijvend en zo ongeëvenaard grafisch, dat ik hieraan de voorkeur geef boven de prozaïscher begrippen Eros en Logos, hoewel die de psychologische bijzonderheden beter weergeven dan het nogal onbepaalde ‘Sol en Luna’.
In het heldere licht van de zon kan alles gezien en onderscheiden worden, en dat de zon daarom een veel lichter bewustzijn vertegenwoordigt, terwijl het zachte licht van de maan de dingen eerder laat versmelten dan van elkaar scheidt: etc.
148: In 1925 beschreef Jung Logos en Eros als goden. Als we geleefd hadden in de tijd van Sophocles, we bewust geweest zouden zijn van ‘de grote god Eros, de god van de verbondenheid’ en van ‘Logos, de god van de vorm’.
We mogen dus aannemen, op grond van Jungs ervaring in de Taj Mahal (als de meest volmaakte tempel van de liefde die ooit is gebouwd) dat een ervaring van de god Eros leidde tot de stichting van de moslimreligie, terwijl de god Logos de doorslaggevende kracht was in alle overige religies.
155: Jung beweerde dat de seksualiteit twee kanten had: de voortplanting, die de vleselijke seksualiteit is; maar seksualiteit kan ook worden gebruikt bij wijze van eredienst voor de god Eros, d.w.z. relaties. Dit tweede aspect heeft de kerk als zondig veroordeeld.
Gerhard Wehr boek Carl Gustav Jung zijn leven en werk:
348, Jean Gebser: De mening dat West en Oost tegengesteldheden zouden zijn is onjuist… Oost en West zijn aanvullingen. Vergeleken met het dualistische, splitsende karakter van de tegenstellingen is dat van de aanvulling: van polaire, verenende aard. De tegenstelling is een begrip, de aanvulling een constellatie…Het niet anders dan alleen rationele denken in tegenstellingen leidt tot splijting, en op den duur leidt het tot de dood. Beweegt men zich daarentegen bewust in het polaire spanningsveld van de aanvulling, dan gloort de mogelijkheid van harmonische volledigheid.
Dit woord van Jean Gebser is in zijn kern op inzichten van Jung gebaseerd. Dat buitendien andere opmerkelijke overeenkomsten van Rudolf Steiner aantoonbaar zijn, die dit thema lang vóór beiden heeft bewerkt, moet althans worden aangehaald.
De negatieve betekenis van Eros staat voor wellust, driftleven, epithumia. Voor Jung betekent eros de religieuze drift, voor Freud de seksuele drift. Alles heeft zijn tegenstelling, begeerte inbegrepen.
Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen 'Chaos-Theos-Kosmos' en 'Goden-Monaden-Atomen', tussen materie en geest, tussen lagere en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.
In het Oude Testament is de hemel de verblijfplaats van God. Volgens recente inzichten zit het scheppingsmechanisme in het kosmisch plenum, de kwantumverstrengeling verborgen. De conclusies in het rapport ‘E i V’ zijn juist tegengesteld aan de opinie van Jan Koster. Het is eerder de dwaasheid van epithumia, dan de wijsheid van thumos die een multipolaire wereld regeert. Een oplossing ligt in het verschiet wanneer de nauwe belangenverstrengeling tussen 'Wetenschap en Politiek' wordt doorbroken. De essentie van het rapport is dat we moeten leren ons met de natuurlijke kringlopen te verbinden.
Paul Scheffer, Het land van aankomst, Volkskrant 15 oktober 2007:
De arabist Hans Jansen stelt dat Paul Scheffer de discussie met de islam niet aangaat. Wellicht ontbreekt die gedachtenuitwisseling met mainstream moslims omdat Scheffer nergens in de literatuur die hij heeft doorgewerkt islamitische, gezaghebbende schrijvers heeft kunnen vinden die iets vriendelijks te zeggen hadden over democratie, over mensenrechten, over wetenschap, kortom over onze wereld.
Er is maar een conclusie mogelijk. Hij heeft ze niet kunnen vinden. Scheffer heeft ze niet gevonden omdat de islam onze leefwijze tot in de details veroordeelt. Natuurlijk willen we dat liever niet weten, maar het is onzin om te denken dat de moslims die in Nederland wonen dat niet heel goed weten.
Op zondag 7 oktober ging Paul Scheffer met Ruud Lubbers in debat. De ‘worldconnector’ Ruud Lubbers ziet de oplossing vooral in een extra inspanning om de muren te slechten.’Afweren kan niet. We moeten de participatie van de allochtonen vergroten. Onze samenleving staat op een beslissend moment.’
Tiny Kox: De Eerste Kamer krijgt slechts drie weken om een oordeel te vormen over het Verdrag van Lissabon. De regering mijdt de discussie.
Het eenwordingsproces in Europa stagneert. De sterke groei van het aantal nieuwe leden betekent niet automatisch dat daarmee ook synergie-effecten in dezelfde verhouding toenemen. Het marktdenken blijft de spil waar alles om draait en niet de suggestie van Tiny Kox het accent te verschuiven naar een vooral democratisch en sociaal Europa.
Van der Hoeven (Volkskrant 28 oktober 2009): Ik maak me zorgen over het korte termijn winstbejag dat hier en daar overheerst. Een gebrek aan ethisch en moreel handelen is mede oorzaak geweest van de economische crisis.
Haar opmerkingen zijn de werkgevers Bernard Wientjes, Loek Hermans en Albert Jan Maat in het verkeerde keelgat geschoten.
Van der Hoeven gaat met de onderwijswereld overleggen over cursussen ethiek bij managementopleidingen (Volkskrant 30 oktober 2009).
Door haar vrijwel kritiekloze en kleurloze politieke opstelling etaleert Van der Hoeven zich op ethisch terrein als een lege huls. Dit in tegenstelling tot wat je van een CDA politicus in het kader van goed rentmeesterschap zou mogen verwachten. Of met andere woorden wat is precies de toegevoegde waarde van deze minister? Van der Hoeven moet zelf voor haar falende overheidsbeleid verantwoordelijkheid nemen.
De jaren nul (2000-2009) Het normen en waardendebat
Blijven steken in goedbedoelde hartekreten (Volkskrant 30 december 2009)
Waar gaat het precies over?
De cultuursociologen Herman Vuijsjes en Gabriël van den Brink zijn het over één ding roerend eens: in politieke termen hebben we het helemaal nergens over.
Er is geen wervend positief verhaal van gemaakt. Want: hoe moet ik mijn kind dan opvoeden? Wat zijn dan die centrale waarden? Wat is dan de zin van het leven?
De overheid heeft te zorgen voor structuren die kunnen sturen in de richting van gewenst gedrag.
De halfbakken politieke reactie was vooral zo teleurstellend omdat de behoefte aan dit thema zo groot was.
Van den Brink ergert zich vooral aan het dedain waarmee de hoofdstedelijke elite steevast reageert op alles wat afwijkt van de grachtengordelmores.
De jaren nul (2000-2009) ‘Achteraf sparen’ is nu de norm
Bijna iedereen wentelt zich in de schulden (Pieter Klok Volkskrant, 29 december)
Moeten Nederlanders niet gewoon sparen in plaats van te pas en onpas leningen af te sluiten, is de vraag van Ischa Meijer aan Dirk Scheringa.
‘Lenen is eigenlijk een soort sparen achteraf’, legt Scheringa uit.
Banken waren in Nederland royaler dan elders. In vrijwel elk ander land wordt van een huizenkoper verwacht dat hij zelf ook een zak geld meeneemt – in Nederland hoeft dat niet. Banken financieren met het grootste plezier de hele transactie met, indien nodig, een verbouwing erbij.
Spanningen bemoeilijken toezicht (Volkskrant 17 december 2009): Doordat toezichthouders zoals de De Nederlandsche Bank (DNB) vooral naar individuele financiële instellingen kijken, ontbreekt hun het zicht op het geheel. Juist dat wereldwijde onvermogen om ‘macrotoezicht’ te houden op het hele systeem was een van de oorzaken van de financiële crisis, stelt de Algemene Rekenkamer in een onderzoek naar het toezicht op banken en andere financiële instellingen.
Codes zijn geen panacee voor beter bestuur, stelt de De Algemene Rekenkamer in haar rapport over financieel toezicht. ‘Zelfregulering betekent ook dat het niet of onvolledig naleven van de codebepalingen wel gesignaleerd, maar niet gesanctioneerd kan worden.’ Minister Bos van Financiën is het daar volstrekt niet mee eens. De bankencode ‘is juist een goede combinatie van het nemen van eigen verantwoordelijkheid met wettelijke ondersteuning.’
Onbekend waar we aanspoelen (Interview met Nout Wellink Volkskrant 24 december 2009)
Het is mijn opvatting dat over het jaar 2009 een groot aantal bankiers eens zou moeten zeggen: we willen niet eens een bonus. Let wel, de bedragen in Nederland zijn onvergelijkbaar met die in de Verenigde Staten.
De Nederlandse aandelenmarkt is deze eeuw met afstand de slechts presterende van Europa. De AEX is sinds 31 december 1999 meer dan gehalveerd, van 677 tot 332 punten (Volkskrant 23 december 2009). AEX was op 31 december 1996 294 en op 31 december 2007 516.
De volatiliteit, de W is al een werkelijkheid. De koersstijgingen en de koersdalingen volgen elkaar sneller op. De beurs in Amsterdam is beweeglijker dan die in andere landen. Het zal duidelijk zijn dat de patiënt van de toezichthouder extra aandacht verdient.
Het bijgeloof van de elite in het Angelsaksische model is grenzeloos. In ondernemersland is het een duidelijke groeimarkt. De sterke nadruk op consumentisme is uit Amerika overgewaaid. Het is al zo ver dat de financieel analisten meeliften op de sentimenten in Amerika en de AEX de Dow Jones index weerspiegelt. Als het in Amerika goed gaat dan gaat het bij ons ook goed. De euforie was zelfs zo groot dat er een luchtbel van 50% van de AEX-index was ontstaan. Om weer naar het oude niveau te stijgen is eind 2002 al een groei van 100% vereist. Eind vorige eeuw werden de koersen eerder bepaald door sentimenten, de wet van vraag en aanbod, dan door een reële waardestijging van bedrijven en andere economische factoren .
Het is als land zeker niet iets om trots op te zijn. Laat Nout Wellink zien dat hij het niet door heeft gehad hoe het mechanisme van vraag en aanbod, tussen koper en verkoper echt heeft gewerkt? Is hij een representant van de intellectuele elite die het kunstje van de ‘Kool en de Geit’ sparen tot in de puntjes beheersen? Het betekent naar de buitenwereld een ballonnetje oplaten, maar feitelijk niets doen. In hoeverre is Nederland echt een gidsland om trots op te zijn of zijn we knollen voor citroenen aan het verkopen?
Net als eerder de problematiek in het onderwijs hebben de problemen in de financiële wereld alles te maken met groupthink, de organisatiecultuur. Een tunnelvisie brengt het ééndimensionale denken tot uitdrukking. Het is gespeend van elke creativiteit. Groupthink is een vervorming van creativethink . Sander Boon schreef hierover in de Volkskrant van 29 november 2008 een aardige column ‘Terug bij af: de geldpers draait weer. Te veel toezichthouders houden zich met gebakken lucht bezig. Het is een open deur om te stellen dat het innovatieve boekhouden van de banken geen meerwaarde heeft opgeleverd. Creativethink heeft ook een keerzijde. De banken hebben jarenlang Sinterklaas gespeeld met het op het Angelsaksische populaire adagium live now pay later . De kredietcrisis is ontstaan doordat er jarenlang met het innovatieve instrument om geld uit geld te maken te veel geld in omloop is gebracht.
Econoom Jan Pen (Volkskrant 24 december 2009): ‘Mijn opinie is minder stellig. Ik formuleer het allemaal niet zo hard meer. Ik heb wel een harde stem als het moet.’
Hij schraapt zijn keel en declameert de eerste twee strofen van Die grenadiere van Heinrich Heine.
‘Dan blijkt het grote verschil: de een wil naar zijn vrouw en zijn kind, de ander niet. Die wil soldaat blijven.'
‘Het is het meest pacifistische gedicht dat ik ken.’
Tiesse (zijn zoon): ‘Maar die ene wil blijven vechten voor de keizer.’
Jan: ‘Ja, ja, ja, het gaat om het verschil tussen die twee.’
Er valt een stilte. Niet voor het eerst, maar deze duurt langer.
Uiteindelijk zegt Jan: ‘ik herken er een ideaal in. Het ideaal van het pacifisme. Nou, hup, het is mooi geweest.’
Gert-Jan Seegers Het hart van de Europese cultuur is leeg (Volkskrant 29 december 2009)
Bolkestein meent dat het Christendom ons heeft opgezadeld met een schuldcomplex en een gebrek aan zelfvertrouwen. Maar de politiek filosofe Hannah Arendt stelt dat juist vergeving een van de belangrijkste christelijke bijdragen aan de westerse cultuur is geweest. Die vergeving is in persoonlijke verhoudingen een bevrijdende kracht, maar heeft in de publieke orde nooit het onrecht door de vingers willen zien. Liefde die alles goedpraat, heeft niets met het christelijk geloof te maken. Vergeving die uit haar christelijke context wordt gehaald en in een seculiere samenleving tot publieke moraal wordt verheven, leidt tot een slapheid die niets met het christendom heeft uit te staan.
De uitdaging van de Islam legt het lege hart van van de Europese cultuur bloot. Ze leidt tot een onzekerheid die Bolkestein terecht aanklaagt. Maar het is de onthoofding die de kip doet waggelen en het is de doorgehakte wortel die de boom doet verdorren. Alleen een nieuwe geboorte kan ons redden.
Het dilemma van deze tijd wordt door Rinnooy Kan duidelijk in beeld gebracht.
Rinnooy Kan kroonlid en voorzitter van de Nederlandse Sociaal-Economische Raad.
Rinnooy Kan (inaugurele rede Daadkracht door draagvlak 25 augustustus 2006) onderkent het chaospunt,
Onze traditie van eenheid in verdeeldheid:
Voor Nederland-watchers zijn het verwarrende tijden. Wie Nederland van een afstand waarneemt, ziet een land dat zijn evenwicht verloren heeft. De ooit door Baudelaire bezongen cultuur van ‘luxe, calme et volupté’ lijkt wel verworden te zijn tot een cultuur van onzekerheid, ontevredenheid en onverdraagzaamheid. Etc.
Wie zijn toekomst in dit kleine Europese land onvoorspelbaarder acht dan ooit tevoren, heeft gelijk.
Maar onze problemen zijn oplosbaar.
Het kan alleen door het creëren van authentiek nieuw zelfvertrouwen, van een breed gevoel dat de inwoners van Nederland meer dan voldoende zijn geëquipeerd om aan een inherent steeds onvoorspelbaarder toekomst het hoofd te kunnen bieden. Dat is de feitelijke betekenis van het ideaal van de ‘weerbare burger’ die dankzij een voortdurend proces van onderwijs en scholing zijn weg kan blijven vinden in een veranderende wereld, en die zich op de omslagpunten van zijn levensloop
gesteund weet door een modern systeem van sociale zekerheid.
De bonnetjesaffaire kostte de Britse parlementsvoorzitter de kop. In de Middeleeuwen gebeurde dat ook, letterlijk. De financiële crisis is een afspiegeling van de bonnetjesaffaire.
Belgische partijen trakteren zichzelf elk jaar op in totaal 53 miljoen euro uit de staatskas. Daardoor zijn ze misschien wel té rijk en machtig geworden. Dat schrijven Karolien Weekers en Bart Maddens in hun boek Het geld van de partijen.
Net als in Engeland, België en de VS is het ongegeneerd graaien in de staatskas het probleem.
Geert Mak (Volkskrant 20 november 2004): ‘Omdat de mentaliteit van topmanagers en topbestuurders langzaam maar zeker die van de hele samenleving wordt.’ Door zijn positie zet de manager de toon, stelt Mak. Hij bepaalt de richting die de samenleving opgaat. ‘En dat is nu totaal de verkeerde kant uit.’ Mentaliteit is volgens Mak allesbepalend.
‘Kijk naar de topambtenaren op het ministerie van Onderwijs. Daar is geen enkel besef meer van good-taxpayers’ money. Het is als in de nadagen van de Gouden Eeuw: de staatskas is een ruif waar je uit eet. Wie kan, die graait.’
Het onderzoeksrapport ‘E i V’ belicht het neoliberale gedachtengoed en de daarmee samenhangende hebzucht. In het interview (28 december 2009) op TV van Raoul Heertje met onderzoeksjournalist David Simon komt dit thema ook aan de orde (David Simon video opnamen Wintergasten met name fragment 6). Door eenzijdig de consumptiemaatschappij te benadrukken is er een monocultuur ontstaan. Een samenleving die geheel gericht is op het verbruik van materiële goederen en het verkrijgen van zoveel mogelijk comfort. Het is een sprookje te geloven dat het enige overlevingscriterium zakelijk succes is. Het marktdenken kan ook een obsessie worden. Het is wenselijk deze monocultuur door een wereldomvattender beschaving, de eenheid in verscheidenheid te vervangen. Op aarde leven we in een relatieve werkelijkheid, maar we zijn verbonden met de éne, absolute werkelijkheid.
Het bijgeloof in de welvaart is grenzeloos. Het te veel aanbidden van welvaart en eenzijdige economische groei liggen door toedoen van de reclame vast in het collectieve onderbewustzijn van de massa, zowel in Amerika als in Europa. Essentiële beslissingen kunnen een keerpunt, een ommekeer, een echte verandering in het leven betekenen. Wie het Ene kent, heeft alles volbracht. Wie het Ene kent, kent alles. Wie het Ene niet kent, is niet in staat om wat dan ook te kennen. De Tao openbaart zich voor alles in het Ene. Als we het kunnen bewaren, is het Ene aanwezig; als we het verwaarlozen, gaat het verloren. Er naar streven brengt geluk, het de rug toekeren ongeluk. Zij die het weten te bewaren kennen een geluk zonder grenzen, maar van hen die het verliezen verdort het leven en raken de energieën uitgeput. Heraclitus (ca. 500 v.Chr.): ‘Alles stroomt en niets blijft’. Dat is een prachtig beeld van het menselijk leven. Umberto Eco’s boek ‘Slinger van foucault’ stimuleert de lezer de grenzen van de vertrouwde wereld op te zoeken. Fantasiebeelden, het irrationele en ééndimensionale denken en het verlangen naar absolute macht bepalen steeds opnieuw de permutaties in de geschiedenis.
Frank Visser:
Ken Wilber heeft enkele jaren biochemie gestudeerd, en lange tijd zag het er ook naar uit dat hij in die richting door zou gaan, en misschien zelfs zou uitblinken. Maar al tijdens zijn eerste studiejaren verdiepte hij zich in de oosterse filosofie en de westerse psychologie, en hij raakte ervan overtuigd dat zijn roeping gelegen was in het samenbrengen van deze twee werelden. Binnen enkele jaren, hij was toen nog pas 23 jaar oud, schreef hij de resultaten van zijn privé-studies op in een boek, The Spectrum of Consciousness, dat het eerste zou blijken te zijn van een imposant oeuvre. Hierin worden de hoofdlijnen uiteengezet van een visie op de mens en de werkelijkheid waarin de inzichten van Oost en West beide tot hun recht komen -- niet alleen die van de spreekwoordelijke Freud en Boeddha, maar ook die van Piaget en Patanjali, Kohlberg en Confucius, Skinner en Shankara, Neumann en Nagarjuna, Bodhidharma en Bowlby, Plato en Padmasambhava -- om slechts enkele illustere namen te noemen. Zijn werk als geheel is gemotiveerd door het streven om te komen tot een "wereldfilosofie". Inclusiviteit is wel de meest kenmerkende eigenschap van Wilbers visie.
Het is de vertikale as, de 3e dimensie, die de wisselwerking tussen 'symmetrie en gebroken symmetrie' ,'kwantitatieve - en de kwalitatieve as', 'goed en kwaad' en 'positief en negatief' symboliseert.
Het eigenlijke denken vindt plaats op het snijvlak, de schakel tussen verleden en toekomst in het nu, tussen de binnenwereld en de buitenwereld, tussen het individuele en het universele, dialectische bewustzijn, in de psyche (het zelfbewustzijn) de schakel tussen lichaam en geest.
De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Op het snijvlak van de geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen ligt het gemeenschappelijke raamwerk, de Unificatietheorie.
Door de symboliek van de getallen wordt de supersymmetrie in het universum tot uitdrukking gebracht.
De paren van tegenstellingen ‘1 + 7’, ‘2 + 6’ en ‘3 + 5’ brengen de 'Spiegelsymmetrie en het Complementariteitsbeginsel' tot uitdrukking.
Het is mogelijk het menselijk bewustzijn in aggregatieniveaus, in verschillende categorieën te verdelen. Maar het is allemaal één bewustzijn. De bron van ons bewustzijn noemen de boeddhisten het nirwana. Dit bewustzijnsniveau kan in het eeuwige nu, waar tijd niet bestaat, worden ervaren. De integrale denktrant van het 5D-concept wordt gebruikt om het bewustzijn beter te begrijpen.
In het rapport Eenheid in Verscheidenheid worden de contouren geschetst hoe probleem en oplossing met elkaar samenhangen. De oplossing van het ééndimensionale marktdenken ‘u vraagt, wij draaien’ heeft een psychologische (inhoudsopgave Deel IV), een sociologische (Deel V) en een filosofische (Deel VI en VII) dimensie. De opportunistische korte termijn politicus geeft net als Pontius Pilatus toe aan de wens van het volk en 'wast zijn handen in onschuld'.
De realisatie van het zelf is een proces dat gekenmerkt wordt door de vereniging van tegenstellingen in de mens, zoals goed en kwaad, licht en schaduw, binnen en buiten.
Deze archetypen, begrippen zoals de schaduw (de duistere kant van het onderbewustzijn), de eeuwige jongeling, de boze geest, de held enzovoorts, zijn als het ware overgeleverde, functionele oerdrijfveren of 'ervaringsmodaliteiten', die de persoonlijkheid van de mens structureren.
In het leven gaat het er om dat we leren over de eigen schaduw te springen.
De nazi's vielen Jung overigens ook aan, want Jung had ingezien én uitgebreid beschreven hoe zij hun eigen schaduw projecteerden op de joden, en zij waren daar niet bepaald van gediend.
De verticale as door het midden van het Ei van Assagioli symboliseert de door Maslow genoemde zelfrealisatie, de Derde weg in de psychologie of de weg van het universele soefisme. Door dis-identificatie is het mogelijk dat we ons met de ware identiteit, het hogere zelf verbinden. De psychosynthese van Assagioli is een transformatieproces, waarbij in de mens de macht van het ego naar het hogere Zelf verschuift. Het maakt het laten oplossen van conditioneringen mogelijk.
Feitelijk komt het er op neer hoe richt je in het leven je energie om stabiliteit - de mogelijkheid van harmonische volledigheid - nirwana te ervaren?
Ether staat voor de natuurlijke reflectie, die in de vijf Platonische lichamen door de cijfersymboliek tot uitdrukking wordt gebracht. De Aarde, de Kubus (ruimtelijk figuur) met 6 gelijke vlakken is de helft van Ether, de dodecaëder (Plato, Thimaeus) met 12 gelijke vlakken. Met twaalf regelmatige vijfhoeken kan in drie dimensies een dodecaëder worden gevormd.
Binnen een pentagoon kan een pentagram worden getekend. In het centrum van het pentagram ontstaat een nieuw pentagoon. Het recursieproces brengt de manifestatie van de zelfgelijkvormigheid tot uitdrukking.
De diagonaal Vuur (Tetraëder met 4 gelijke vlakken) versus Water (Icosaëder met 20 gelijke vlakken) staat voor de Macrokosmos en Microkosmos. Vuur en Water samen hebben 24 vlakken, het dubbele van Ether.
In zijn boek WDNKW (p. 299) geeft Gerrit Teule in één tekening zelfgelijkvormigheid, de absolute - en relatieve ruimtetijd weer. Eon staat voor de absolute ruimtetijd en atoom, molecuul, cel, lichaam en aarde voor de relatieve ruimte ('Openbare ruimte'). Aan deze reeks kunnen het brein, sterrenstelsels en miljoenen, zo niet miljarden andere universa worden toegevoegd. Het verschil tussen een absolute - en relatieve ruimtetijd is de levensduur. In werkelijkheid bestaan er slechts virtuele scheidslijnen.
De absolute ruimtetijd (non-lokale ruimte) heeft een eeuwige levensduur, bij de relatieve ruimtetijd kan de levensduur zelfs vele miljarden jaren bedragen. Het universum heeft op haar beurt een langere levensduur dan een sterrenstelsel binnen het universum. Een eindig universum maakt onderdeel uit van het heelal (meta-universum). Een relatieve ruimte heeft een duidelijk beginpunt en eindpunt, alpha en omega.
Interview met Ilya Prigogine7
"Het belangrijkste is dat we de strikte scheiding tussen twee culturen kunnen overstijgen. De geschiedenis van de westerse filosofie is een ongelukkige geschiedenis die alleen maar tot dualisme of monisme heeft geleid. In navolging van Spinoza zei Einstein ooit tegen De Gaulle dat we marionetten zijn zonder dit zelf te beseffen. Dat is wel een heel raar beeld. Het past perfect bij de eeuwenoude retoriek die wil dat de menselijke geschiedenis contingent en de natuurlijke gedetermineerd is. Hoe kunnen deze twee zienswijzen gecombineerd worden? Wij handelen in de natuur. Als wij contingent zijn, is de natuur het dus ook, want wij zijn een deel van de natuur."
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 32):
Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn; niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’2 genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.
Bijna vijf eeuwen v.Chr. beweerde Leucippus, de leermeester van Democritus, dat de Ruimte eeuwig vol was met atomen die werden aangedreven door een onophoudelijke beweging, die na verloop van tijd, toen die atomen zich verenigden, een ronddraaiende beweging opwekte, als gevolg van onderlinge botsingen die zijdelingse bewegingen opleverden. Epicurus en Lucretius onderwezen hetzelfde, maar zij voegden aan de zijdelingse beweging van de atomen het denkbeeld van affiniteit toe – een occulte lering.
35: De mensheid heeft het derde wortelras bereikt; dit is het teken voor het begin van het ontstaan van het menselijke leven. Als de omtrek verdwijnt en alleen het overblijft, is dit een teken dat de val van de mens in de stof een feit is en dat het VIERDE ras begint. Het kruis binnen een cirkel symboliseert het zuivere pantheïsme'; toen het kruis niet meer werd omcirkeld, werd het fallisch. Het had dezelfde en ook nog andere betekenissen als een in een cirkel ingeschreven TAU of als een ‘hamer van Thor’, het zogenaamde Jaina-kruis of eenvoudig de swastika binnen een cirkel.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 79):
De esoterische filosofie leert dat alles leeft en bewust is, maar niet dat al het leven en bewustzijn lijkt op dat van menselijke of zelfs dierlijke wezens. Wij beschouwen het leven als ‘de ene bestaansvorm’, die zich manifesteert in wat stof wordt genoemd of, zoals bij de mens, in wat wij geest, ziel en stof noemen, die wij ten onrechte scheiden. De stof is op dit bestaansgebied het voertuig voor de manifestatie van de ziel, en de ziel is op een hoger gebied het voertuig voor de manifestatie van de geest; deze drie vormen een drie-eenheid die wordt samengevat in het leven, dat ze alle doordringt. De gedachte van een alomvattend leven is een van die heel oude opvattingen die in deze eeuw tot het menselijke denken terugkeren omdat dit zich losmaakte van de antropomorfistische theologie. Het is waar dat de wetenschap zich tevredenstelt met het opsporen of vooropstellen van de tekenen van alomvattend leven, en dat zij nog niet zo moedig is geweest om zelfs maar ‘anima mundi’ te fluisteren! Het denkbeeld van ‘levende kristallen’, waarmee de wetenschap nu vertrouwd is, zou een halve eeuw geleden minachtend zijn verworpen. Plantkundigen zoeken nu naar de zenuwen van planten, niet omdat zij veronderstellen dat planten kunnen voelen of denken zoals dieren, maar omdat ze geloven dat een of ander weefsel, dat dezelfde functie vervult in het plantenleven als zenuwen in het dierlijke leven, nodig is om de groei en de voedselopname van planten te verklaren. Het schijnt nauwelijks mogelijk dat de wetenschap – door het gebruik van termen zoals ‘kracht’ en ‘energie’ – nog veel langer voor zichzelf het feit kan verbergen dat dingen die leven bezitten, levende dingen zijn, of het nu gaat om atomen of planeten.
De Geheime Leer Deel I Stanza 2 Het denkbeeld van differentiatie (p. 89/90):
En omdat de godheid absoluut is, moet zij alomtegenwoordig zijn, en er is dus geen atoom dat haar niet in zich bevat. De wortels, de stam en de vele takken zijn drie afzonderlijke dingen en toch vormen zij één boom. De kabbalisten zeggen: ‘De godheid is één, omdat zij oneindig is. Zij is drievoudig, omdat zij zich eeuwig manifesteert.’ Dit manifesteren is drievoudig in haar aspecten, want volgens Aristoteles heeft ieder natuurlijk lichaam drie beginselen nodig om objectief te worden: 1° het nog ontbreken van eigenschappen, 2° vorm, en 3° stof7. ‘Het nog ontbreken van eigenschappen’ betekende voor de grote filosoof wat de occultisten de oervormen noemen, die zijn afgedrukt in het astrale licht – het laagste gebied en de laagste wereld van de anima mundi. De vereniging van deze drie beginselen hangt af van een vierde – het LEVEN, dat uitstraalt van de toppen van het Onbereikbare, om een algemeen verspreide essentie te worden op de gemanifesteerde bestaansgebieden. En dit VIERVOUD (vader, moeder, zoon, als een EENHEID, en als levende manifestatie een viervoud) heeft geleid tot het heel archaïsche denkbeeld van de onbevlekte ontvangenis, dat zich nu tenslotte heeft gekristalliseerd tot een dogma van de christelijke kerk, die in strijd met ieder gezond verstand deze metafysische gedachte in vleselijke zin heeft opgevat. Want men hoeft alleen maar de Kabbala te lezen en haar numerieke verklaringsmethoden te bestuderen om de oorsprong van dat dogma te vinden.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 93):
(a) Het schijnbaar paradoxale gebruik van de uitdrukking ‘zevende eeuwigheid’, die zo het ondeelbare verdeelt, is in de esoterische filosofie toegestaan. Deze verdeelt grenzeloze duur in onvoorwaardelijke eeuwige en universele tijd en een voorwaardelijke tijd (khandakala). De ene is de abstractie of het noumenon van eindeloze tijd (kala); de andere het periodiek hierdoor optredende verschijnsel, als het gevolg van mahat (de universele intelligentie, beperkt door de duur van het manvantara).
De Geheime Leer Deel I Stanza 4 De zevenvoudige hiёrarchieёn (p. 133/134):
De ‘adem’ van al de ‘zeven’ heet bhaskara (licht makend), omdat alle planeten in hun oorsprong kometen en zonnen waren. Zij ontwikkelden zich uit de oorspronkelijke Chaos (nu het noumenon van de niet oplosbare nevelvlekken) tot manvantarisch leven, door aggregatie en opeenhoping van de eerste differentiaties van de eeuwige stof, volgens de mooie zinswending in de Toelichting: ‘Zo kleedden de zonen van het licht zich in het weefsel van de duisternis.’ Zij worden allegorisch ‘de hemelslakken’ genoemd, omdat hun (voor ons) vormloze INTELLIGENTIES ongezien hun sterre- en planeethuizen bewonen en die als het ware bij hun omloop met zich meedragen, zoals slakken dat doen. De leer van een gemeenschappelijke oorsprong van alle hemellichamen en planeten werd, zoals wij zien, door de archaïsche astronomen onderwezen vóór Kepler, Newton, Leibnitz23, Kant, Herschel en Laplace. Warmte (de adem), aantrekking en afstoting – de drie grote factoren van beweging – zijn de omstandigheden waaronder alle leden van dit hele oorspronkelijke gezin worden geboren, zich ontwikkelen en sterven, om opnieuw te worden geboren na een ‘nacht van Brahma’, waarin de eeuwige stof periodiek terugkeert tot haar aanvankelijke ongedifferentieerde toestand. De sterkst verdunde gassen kunnen de moderne natuurkundige nog geen idee geven van de aard van die stof. De onzichtbare vonken van oeratomen, in het begin krachtcentra, differentiëren zich tot moleculen, en worden zonnen, die geleidelijk objectief – gasvormig, stralend en kosmisch – worden. Tenslotte geeft de ene ‘wervelwind’ (of beweging) de stoot tot de vorm en tot de eerste beweging, die wordt beheerst en onderhouden door de nooit rustende ademingen – de Dhyan-Chohans.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 310):
Deze oorspronkelijke essentie heeft een monistisch karakter en manifesteert zich niet slechts als levensactiviteit, als een geestelijke kracht, een onzichtbare, onbegrijpelijke en niet te beschrijven energie, maar ook als de levensstof waaruit de substantie van levende wezens bestaat.’ Deze ideos van oorspronkelijke materie, of de proto-ilos – die de voedingsbodem is van alle geschapen dingen – bevat de substantie waaruit alles wordt gevormd. Het is de Chaos . . . waaruit de macrokosmos, en later door evolutie en deling in mysteria specialia8, elk afzonderlijk wezen ontstond. ‘Alle dingen en alle elementaire substanties waren er in potentia maar niet in actu in aanwezig’ – wat de vertaler dr. F. Hartmann terecht doet opmerken dat ‘het schijnt dat Paracelsus de moderne ontdekking van de ‘potentie van materie’ driehonderd jaar geleden heeft voorzien’ (blz. 42).
Deze magnus limbus, of de Yliaster van Paracelsus, is eenvoudig onze oude vriend, de ‘vader-moeder’ van binnen, uit de tweede en de andere stanza’s, voordat deze in de Ruimte verscheen. Het is de universele voedingsbodem van de Kosmos, verpersoonlijkt in het tweevoudige karakter van de macro- en de microkosmos (of het Heelal en onze wereldbol)9 door aditi-prakriti, de geestelijke en de stoffelijke natuur.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 14 Krachten – bewegingsvormen of intelligenties? (p. 668/669):
668: De occultisten staan in hun overtuigingen dus niet alleen. Eigenlijk zijn ze ook niet zo dwaas dat ze zelfs de ‘zwaartekracht’ van de hedendaagse wetenschap tegelijk met andere fysische wetten verwerpen en in plaats daarvan aantrekking en afstoting aannemen. Bovendien zien ze in deze twee tegengestelde krachten slechts de twee aspecten van de universele eenheid, die men ‘HET ZICH MANIFESTERENDE DENKVERMOGEN’ noemt. In deze aspecten neemt het occultisme door middel van zijn grote zieners een ontelbare menigte werkzame wezens waar: kosmische Dhyāni-Chohans, wezens waarvan de essentie in haar tweevoudige natuur de oorzaak is van alle aardse verschijnselen. Want die essentie is één in substantie met de universele elektrische oceaan, die het LEVEN is; en omdat zij, zoals gezegd, tweevoudig is – positief en negatief – zijn de emanaties van die tweevoudigheid nu op aarde werkzaam onder de naam ‘bewegingsvormen’. Want zelfs tegen het woord kracht kan men bezwaar gaan maken uit vrees dat het iemand zelfs maar in gedachten ertoe zou brengen deze van de stof te scheiden! Het tweeledige gevolg van die tweevoudige essentie wordt nu, zoals het occultisme zegt, de middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende kracht genoemd, de negatieve en positieve polen of polariteit, warmte en kou, licht en duisternis, enz.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 707):
Om de werking van karma bij de periodieke vernieuwingen van het Heelal voor de onderzoeker duidelijker en begrijpelijker te maken, als deze toekomt aan het probleem van de oorsprong en de evolutie van de mens, moet hij nu met ons de esoterische invloed van de karmische cyclussen op de universele ethiek onderzoeken. De vraag is: hebben die geheimzinnige tijdsindelingen, die door de hindoes yuga’s en kalpa’s en door de Grieken zo aanschouwelijk – κύκλοϛ – ‘cyclus’, ring of cirkel worden genoemd, enige invloed op, of enig direct verband met, het menselijke leven? Zelfs de exoterische filosofie verklaart dat deze eeuwigdurende tijdscyclussen altijd, periodiek en intelligent, in ruimte en eeuwigheid, in zichzelf terugkeren. Er zijn ‘cyclussen van stof’4 en er zijn ‘cyclussen van spirituele evolutie’, raciale, nationale en individuele cyclussen. Kunnen esoterische beschouwingen ons een nog dieper inzicht verschaffen in de werkingen hiervan?
Deze gedachte wordt prachtig uitgedrukt in een heel knap wetenschappelijk boek:
Alexander Winchell boek World-Life (blz. 535 en 548.)
‘De mogelijkheid om tot een begrip te komen van een stelsel van coördinatie, dat in tijd en ruimte zoveel verder gaat dan het gebied van de menselijke waarnemingen, is een omstandigheid waaruit het vermogen van de mens blijkt om de beperkingen van de veranderende en onbestendige stof te boven te komen, en om zijn superioriteit boven alle onstabiele en vergankelijke zijnsvormen te laten gelden. De opeenvolging van de gebeurtenissen en het onderlinge verband van gelijktijdig bestaande dingen vertoont een bepaalde orde, waar het denkvermogen van de mens greep op krijgt; en met deze als leidraad beweegt hij zich voorwaarts of achteruit door lange tijdperken van stoffelijke geschiedenis, waarvan de menselijke ervaring nooit kan getuigen.
De Geheime Leer Deel II De rassen met het ‘derde oog’ (p. 340/341):
Toen de spiritualiteit en alle goddelijke vermogens en eigenschappen van de deva-mens van het derde Ras tot dienaressen waren gemaakt van de pas ontwaakte fysiologische en psychische hartstochten van de stoffelijke mens, in plaats van omgekeerd, verloor het oog zijn vermogens. Maar zo was de wet van de evolutie, en het was strikt genomen geen VAL. De zonde lag niet in het gebruiken van die nieuw-ontwikkelde vermogens, maar in het misbruiken ervan; in het maken van het tabernakel, dat was bestemd om een god te huisvesten, tot de tempel van allerlei geestelijke ongerechtigheid.
342: De wet van KARMA is onontwarbaar verweven met die van reïncarnatie.
Alleen de leer die hieronder kort wordt samengevat, kan ons het geheimzinnige vraagstuk van goed en kwaad verklaren en de mens verzoenen met de vreselijke en schijnbare onrechtvaardigheid van het leven. Deze leer omvat de kennis van de voortdurende wedergeboorten van één en hetzelfde individu door de hele levenscyclus heen, en de overtuiging dat dezelfde MONADEN, onder wie veel Dhyan-Chohans of de ‘goden’ zelf zijn, door de ‘kringloop van noodzakelijkheid’ moeten gaan en door zo’n wedergeboorte worden beloond of gestraft voor het ondergane lijden of de gepleegde misdaden in het vorige leven. Verder zegt deze leer dat juist die monaden die binnengingen in de lege, onbezielde schillen of astrale vormen van het eerste Ras, die door de pitri’s waren geëmaneerd, dezelfde zijn die nu in ons midden zijn – ja, misschien zelfs wij zelf zijn. Slechts de zekerheid die zo’n leer biedt, kan ons in opstand gekomen gevoel van rechtvaardigheid tot rust brengen. Het kan zijn dat iemand die deze edele leer niet kent, om zich heen ziet en de ongelijkheid van geboorte en lot, van verstand en capaciteiten waarneemt en dat hij constateert dat eer wordt bewezen aan dwazen en losbollen, die alleen tengevolge van hun geboorte door het lot met gunsten zijn overladen, terwijl hun naaste buurman met al zijn verstand en edele deugden – die in ieder opzicht veel grotere verdiensten heeft – omkomt van armoede en door gebrek aan sympathie. Wanneer hij dit alles ziet en zich moet afwenden – niet in staat om het onverdiende lijden te verlichten, terwijl de kreten van pijn om hem heen in zijn oren weerklinken en zijn hart ontroeren – dan weerhoudt alleen die gezegende kennis van karma hem ervan zowel het leven en de mensen als hun veronderstelde schepper te vervloeken20.
20: Tegenstanders van de leer van karma moeten bedenken dat het absoluut onmogelijk is te proberen de pessimisten op basis van andere gegevens te overtuigen. Een goed begrip van de beginselen van de karmische wet ondermijnt de hele grondslag van het indrukwekkende gebouw dat is opgericht door de leerlingen van Schopenhauer en Von Hartmann.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 The theogonie van de scheppende goden (p. 472):
Maar er zijn in de universele esoterie, de oosterse en de westerse, twee verschillende aspecten in al die personificaties van de vrouwelijke natuurkracht of van de natuur, het noumenale en het fenomenale. Het ene is haar zuiver metafysische aspect, zoals dat door de geleerde spreker in zijn Notes on the Bhagavad-Gita wordt beschreven; het andere is aards en stoffelijk en tegelijk, van het standpunt van een praktische, menselijke opvatting en van het occultisme, goddelijk. Het zijn alle de symbolen en personificaties van de Chaos, de ‘grote diepte’ of de oorspronkelijke wateren van de Ruimte, de ondoordringbare SLUIER tussen het ONKENBARE en de logos van de schepping. ‘Terwijl hij zich door zijn geest met Vāch verbond, schiep Brahmā (de logos) de oorspronkelijke wateren.’ In de Kathaka Upanishad staat het nog duidelijker: ‘Prajāpati was dit Heelal. Vāch was zijn helpster. Hij verbond zich met haar . . . zij bracht deze wezens voort en ging Prajāpati weer binnen11.’
483: En iedereen die de numerieke evolutie in de oorspronkelijke kosmogonie van Pythagoras (een tijdgenoot van Confucius) heeft bestudeerd, zal altijd hetzelfde denkbeeld terugvinden in zijn triade, tetraktis en decade, die voortkomen uit de ENE en enige Monade. Confucius wordt door zijn christelijke biograaf bespot, omdat hij voor en na deze passage over ‘waarzeggerij spreekt’, en hij wordt als volgt geciteerd: ‘De acht symbolen bepalen het geluk en het ongeluk en deze leiden tot grote daden. Er zijn geen beelden die nagebootst kunnen worden en die groter zijn dan hemel en aarde. Er zijn geen veranderingen, groter dan de vier jaargetijden (dit betekent noord, zuid, oost en west, enz.). Er zijn geen zwevende beelden, helderder dan de zon en de maan. In het voorbereiden van dingen voor het gebruik, is er niemand groter dan de wijze. Bij het bepalen van geluk en ongeluk is er niets groter dan de waarzegstrootjes en de schildpad.’
Daarom worden de ‘waarzegstrootjes’ en de ‘schildpad’, het ‘symbolische stel lijnen’ en de grote wijze die ze beschouwt terwijl ze één en twee worden, en twee vier worden en vier acht, en de andere stellen ‘drie en zes’, minachtend uitgelachen, alleen omdat zijn wijze symbolen verkeerd worden begrepen.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 726/727):
En er is hier brandstof, namelijk de vijf zintuigen (of menselijke hartstochten). De zeven (vormen van) bevrijding daarvan zijn de zeven (vormen van) inwijding. De eigenschappen zijn de vruchten. . . . Daar genieten de grote wijzen gastvrijheid. En wanneer ze zijn vereerd en verdwenen, komt een ander woud stralend tevoorschijn, waarin intelligentie de boom is en bevrijding de vrucht, en dat schaduw bezit (in de vorm van) rust, die berust op kennis, die tevredenheid tot water heeft en de KSHETRAJÑA (het ‘hoogste ZELF’, zegt Krishna in de Bhagavad Gita;, blz. 102 e.v.) binnenin tot zon.’
Nu is al het bovenstaande heel duidelijk, en zelfs de minst geleerde theosoof zal deze allegorie kunnen begrijpen. En toch zien we dat grote oriëntalisten er in hun verklaringen een volkomen warboel van maken. De ‘grote wijzen’ die ‘gastvrijheid genieten’ worden verklaard als de zintuigen, ‘die, nadat zij eerst buiten verband met het zelf hebben gewerkt, er tenslotte in worden opgenomen’. Maar het is niet te begrijpen hoe de zintuigen, als zij ‘buiten verband’ staan met het ‘hogere Zelf’, ‘erin kunnen worden opgenomen’. Men zou integendeel denken dat, juist omdat de persoonlijke zintuigen zich richten op en zich trachten te verbinden met het onpersoonlijke Zelf, het laatstgenoemde, dat VUUR is, de lagere vijf verbrandt en daardoor de hogere twee, ‘denkvermogen en begrip’, of de hogere aspecten van manas16 en buddhi, loutert. Dit blijkt heel duidelijk uit de tekst. De ‘grote wijzen’ verdwijnen nadat ze ‘zijn vereerd’. Vereerd door wie, wanneer ze (de veronderstelde zintuigen) ‘buiten verband met het zelf’ staan? Door het DENKVERMOGEN natuurlijk; door manas (in dit geval verenigd met het zesde zintuig), dat niet het Brahman, het ZELF of kshetrajña – de spirituele zon van de ziel – is en kan zijn. In de laatstgenoemde moet manas na verloop van tijd zelf worden opgenomen. Het heeft ‘grote wijzen’ vereerd en gastvrijheid verleend aan aardse wijsheid; maar zodra er ‘een ander woud stralend tevoorschijn komt’, wordt de intelligentie (buddhi, het zevende zintuig, maar het zesde beginsel) veranderd in de boom – die boom, waarvan de vrucht bevrijding is – die tenslotte de Aśvatthaboom, het symbool van het leven en van zijn denkbeeldige vreugden en genietingen, tot in de wortels vernietigt. En daarom hebben zij die deze toestand van bevrijding bereiken, volgens de woorden van de hierboven geciteerde wijze, ‘daarna geen vrees’. In deze toestand ‘kan het einde niet worden waargenomen omdat het zich naar alle kanten uitstrekt’.
16) Evenals mahat (universele intelligentie) eerst wordt geboren of zich manifesteert als Vishnu en daarna, wanneer het in de stof valt en zelfbewustzijn ontwikkelt, egoïsme, zelfzucht wordt, zo heeft ook manas een tweevoudige natuur. Het staat respectievelijk onder de zon en de maan, want zoals Śankarāchārya zegt: ‘De maan is het denkvermogen en de zon het begrip.’ De zon en de maan zijn de godheden van onze planetaire macrokosmos, en daarom voegt Śankara eraan toe dat ‘het denkvermogen en het begrip de respectievelijke godheden van de (menselijke) organen zijn’ (zie Brihadāranyaka, blz. 521 e.v.). Dit is misschien de reden waarom Arjuna Miśra zegt dat de maan en het vuur (het zelf, de zon) het heelal vormen.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 2 De voorouders die de wetenschap biedt (p. 765):
Wanneer Haeckel of een andere wetenschapper meer wist over de aard van het atoom dan nu het geval is, zou hij de zaak niet op deze manier hebben verbeterd. Want hij zegt, in meer metafysische taal dan Darwin, precies hetzelfde. Het levensbeginsel of de levensenergie, dat alomtegenwoordig, eeuwig en onvernietigbaar is, is als noumenon een kracht en een beginsel, maar als verschijnsel bestaat het uit atomen. Het is een en hetzelfde, en ze kunnen niet als gescheiden worden beschouwd, behalve in het materialisme.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 4 De duur van de geologische tijdperken, rascyclussen en de oudheid van de mens (p. 795/796):
Kenden de Ouden buiten hun eigen wereld nog andere werelden? Op welke gegevens berust de bewering van de occultisten dat iedere bol een zevenvoudige keten van werelden is – waarvan er maar één zichtbaar is – en dat deze, evenals iedere zichtbare ster of planeet, door mensen wordt, werd of zal worden bewoond? Wat bedoelen zij met ‘een morele en fysieke invloed’ van de sterrenwerelden op onze bollen?
Dit zijn vragen die ons vaak worden gesteld, en men moet ze vanuit ieder gezichtspunt beschouwen. Het antwoord op de eerste van de twee vragen is: wij geloven het, omdat de eerste natuurwet eenvormigheid in verscheidenheid is, en de tweede is analogie. ‘Zo boven, zo beneden.’ De tijd is voor altijd voorbij, waarin onze vrome voorouders geloofden dat onze aarde het middelpunt van het heelal was, en de kerk en haar arrogante dienaren konden eisen dat wij de veronderstelling dat een andere planeet bewoond zou kunnen zijn, als een godslastering zouden beschouwen.
Adam en Eva, de slang en de erfzonde, gevolgd door de verzoening door het bloed hebben te lang ons denken in de weg gestaan, en zo werd de universele waarheid opgeofferd aan de krankzinnige verwaandheid van ons, kleine mensen.
Wat zijn nu de bewijzen hiervoor? Behalve op deductie berustend bewijsmateriaal en logische redenering, bestaan er voor de niet-ingewijde geen bewijzen. Voor de occultisten, die geloven in de kennis die door talloze generaties zieners en ingewijden is verkregen, zijn de gegevens die in de geheime boeken worden geboden, volstrekt voldoende.
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 5700 keer bekeken.
