Acht Domeinen - Hermetica

Gulden regel: Wat gij wilt dat u geschiedt doe dat de ander.
Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
Mattheüs 7:7-12 Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten.
Juan Keymer We weten niet wat een individu is, iets halverwege de schaal tussen competitie en symbiose. (Volkskrant 28 juni 2008)

Voor de spirituele transformatie, de immateriële wereld in de hemel gelden analoge spelregels als in de materiële wereld op aarde.

Bhagavad Gita
Hoofdstuk 2 De zaken op een rijtje zetten - vers 20:
(20) Derhalve, om het maar eens duidelijk te stellen: feitelijk begon je nooit met leven noch zal je er ooit mee ophouden te leven; je werd nimmer geboren, noch zal je ooit echt sterven. Evenzo reïncarneer je ook niet in dat opzicht; de ziel zoals die is, wordt nooit geboren, is eeuwig en constant. Hij is er vanaf de eerste dag van de schepping en hij houdt nooit op te bestaan als het lichaam zijn einde vindt.
Hoofdstuk 4 Het bewustzijn verenigen in het brengen van offers en in filognosie:
(7)
O zoon van Bharata, waar en wanneer er ook maar een afname is van de rechtschapenheid en het onrecht overweegt, manifesteer ik mezelf op dat moment.
(8) Opdat zij die dorsten naar de waarheid een leven mogen hebben en de onverlaten een halt wordt toegeroepen, verschijn ik generatie na generatie ten tonele met de bedoeling de weg van de menselijke principes van de waarheid, de zuiverheid, de boete en het geweldloze mededogen opnieuw te vestigen.

Het dialectische model 'Evenwicht door Tegenwicht' (checks and balances) laat net als de 'law of one' 'Zaaien en Oogsten' (carbage in carbage out) zien hoe het mogelijk is de Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap in de maatschappij te bevorderen.

De Mens, Eeuwige beweging, Zichtbaar en Onzichtbaar (En-soph, Blauwdruk, Neer- en opwaarts, 5D-concept, Voelen en Denken)

H.P. Blavatsky: De kennis van het zelf is de wijsheid zelf.
H.P. Blavatsky: De theosofie is de oeverloze wereldzee van universele waarheid, liefde en wijsheid, die haar schittering op aarde weerkaatst; terwijl de Theosofische Vereniging slechts een zichtbare waterbel op die weerkaatsing is. (Uit: Diamanten)
The most used recitation in the Pali language goes:[10]
Buddham saranam gacchami.
I take refuge in the Buddha.
Dhammam saranam gacchami.
I take refuge in the Dharma.
Sangham saranam gacchami.
I take refuge in the Sangha.
10) The Three Treasures. The Pluralism Project. Harvard University. Retrieved 6 May 2020.
Hermes Trismegistos: Wie muziek begrijpt, die begrijpt de orde van de wereld.
Hermes Trismegistus: Want het getal één is geboren uit de geest en het getal tien uit de stof (chaos, vrouwelijk); de eenheid heeft de tien gemaakt en de tien de eenheid (Het Boek van de Sleutels).
Paulus (Galaten hoofdstuk 2 vers 20): Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
Galaten 4: 25 Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabië, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen.
26
''Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder.
H.P. Blavatsky: … hetzij men zich naar de bloem van het oosten of naar de academies van het westen keert, het reizen langs het pad gebeurt zonder zich te bewegen. U bént het pad (De stem van de stilte).
Lama Anagarika Govinda: Het is… nodig een nieuwe wijze van denken te ontwikkelen, die vrij is van het dogmatisme van onze zelfgeschapen wetten die – hoewel ze bruikbaar en gerechtvaardigd zijn in een wereld van concrete voorwerpen en begrippen – niet verenigbaar zijn met de wetten van een universum dat onze zintuiglijke ervaring en onze gedachtevormen verre te boven gaat. [Het is noodzakelijk]… ons denken aan de feiten van het universum aan te passen.… Dit kan alleen worden bereikt door onze ééndimensionale logica te boven te komen die – terwijl ze in een rechte lijn naar een gegeven voorwerp gaat – de wereld doormidden snijdt met het mes van het `of-of’, om uit de levenloze stukjes van een ontlede wereld een zuiver begripsmatig en volledig abstract universum te bouwen.
Mirra Alfassa: Life must blossom like a flower offering itself to the Divine.
Christian Vandekerkhove: Ik zou durven stellen dat de breuk tussen de Antroposofische Vereniging en de Theosofische voor beide stromingen één grote gemiste kans is geweest om samen aan een groot monument te bouwen in een sfeer van eenheid in verscheidenheid.

Zomer en Herfst
Ieder van ons begrijpt in meerdere of mindere mate dat de cyclus van een jaar een symbool is van het leven van de mens, het leven van ieder van ons, en ook van het leven van het heelal. We weten ook iets van de symboliek van de vier heilige jaargetijden, die beginnen met de winterzonnestilstand, gevolgd door de lentenachtevening, de zomerzonnestilstand en de herfstnachtevening. De winterzonnestilstand vertegenwoordigt de geboorte, de lentenachtevening de periode van groei, de zomerzonnestilstand de tijd van volwassenheid en de herfstnachtevening de tijd die voert naar een nieuwe geboorte.

Voor de mens, de pelgrim geldt de levenscyclus, het natuurlijke ritme van de goddelijke geboorte, de adolescentie, volwassenheid (geestelijke groei) en de ouderdom (overgang) [wetten van opgaan, blinken en verzinken].

Museum met een Groote Boodschap (Jean Pierre Geelen de Volkskrant 11 mei 2022 V10-V11):
Een modern museum over
de mens en de natuur. Zonder collectie, maar met torenhoge ambities.
De ambities zijn torenhoog in dit museum.
Kunst, wetenschap en natuur worden met elkaar verbonden. Artis natura magistra, zoals het Zoölogisch Genootschap zichzelf bij de oprichting in 1838 doopte – de natuur als de leermeester van de kunst.

Scheppen om te overleven
Kunst sterft als laatste (Frank Westerman De groene Amsterdammer 12 mei 2022 p. 42-45):
Op 16, 17 en 18 mei presenteert Frank Westerman op NPO 2 het drieluik
Kunst achter prikkeldraad, over de artistieke nalatenschap van bewoners van concentratiekampen. Verslag van de laatste draaidag in Auschwitz.

Symposion Mens en Natuur (29 mei 2022):
Over natuur is zoveel gezegd en geschreven, gedicht, geschilderd, gedacht. De natuur is onderzocht, steeds weer bezocht, er is altijd naar gezocht. De mens aanbidt, koestert en verwaarloost de natuur, dat waarin hij ademt, beweegt en waardoor hij leeft. We vertrappen de natuur, we verheerlijken de natuur, we maken natuur, we kapen natuur. Maar wat is het dan: natuur?
Is natuur een
oneindige bron van wijsheid en schoonheid, een voorbeeld van creatieve intelligentie, samenwerking, veerkracht, aanpassingsvermogen en gezondheid? Is natuur een harmonische dans, waarin elke vorm van leven, hoe klein ook, van waarde is voor het grotere geheel? Is natuur de handtekening van God, waarin we Zijn grootsheid kunnen herkennen en het doel van ons bestaan?
Alles wat wij nodig hebben om mens te zijn, meer mens te worden, ligt als openbare geheimen, als schatten in de natuur verborgen. Zowel het grote als het kleine, zowel dat wat van de aarde is, als dat wat licht is. Hoe kunnen wij in dit verband de woorden van Hermes’ begrijpen:
‘Zo boven, zo beneden’, wat weerspiegelt dan de natuur?

Jubileumviering 'Eeuwige Wijsheid voor deze Tijd' (17 juni 2022 ):
Tijdens de jubileumviering gaan we met Annine v.d. Meer (godsdiensthistoricus), Rico Sneller (filosoof) en Bernardo Kastrup (wetenschapper) op zoek naar de rode draad die door de drie aandachtsgebieden religie, filosofie en wetenschap loopt: de Eeuwige Wijsheid voor deze Tijd.

Woede over klimaatcrisis hoeft niet machteloos te zijn (Emy Koopman de Volkskrant 15 augustus 2020 Opinie p. 16):
Even terug in de tijd: toen de Nederlandse regering op 1 juli 2008 een vliegtaks invoerde, stond de luchtvaartindustrie op de achterste poten. Medewerkers van Schiphol, KLM en Transavia protesteerden op het Binnenhof terwijl hun bazen de druk op de politiek opvoerden. Ryanair, Easyjet en Corendon schrapten vluchten vanuit Nederland, zij weken uit naar Duitsland.
De immer opportunistische CDA’er Camiel Eurlings riep dat de heffing afgeschaft moest worden, al was die beslissing niet aan hem. Eén jaar na invoering werd de vliegtaks inderdaad geschrapt. Terwijl Eurlings werd beloond met een hoge positie bij KLM, in 2011, voerde Duitsland alsnog een vliegbelasting in. Nederland is nu een van de weinige Europese landen die geen belasting heft op vluchten; een nieuwe poging om een vliegtaks in te voeren zal het kabinet pas volgend jaar doen. De geplande belasting is met 7 euro per ticket voor een vlucht binnen Europa lachwekkend laag, en de sector heeft de eerste protesten al laten horen.

Geroepen door het Wereldhart: (Symposium gehouden 23 mei 2009 in het conferentieoord Renova
Doel van het symposiun was om een gezamenlijk appèl te doen op het zielepotentieel van de moderne mens dat, zeker gezien de problematiek waarvoor de mensheid zich geplaatst ziet, uitziet naar een nieuwe koers.
Vanuit de eigen specifieke achtergrond, en zich verantwoordelijk wetend voor die zielen die zich bij hen aansluiten, vertelden de sprekers van de Theosofische Vereniging, de Antroposofische Vereniging, de Soefibeweging Nederland, de Vrijmetselarij, de Rosicrucian Fellowship, de A.M.O.R.C. en het Lectorium Rosicrucianum hoe zij gehoor zullen geven aan de impuls uit het wereldhart voor onze eeuw.

Wies Kuiper van de Theosofische Vereniging symposium 23 mei 2009 Geroepen door het Wereldhart, Wie of wat is de mens?
Laten wij het patroon van de mens, wat hetzelfde is als het patroon van de gehele schepping, nu eerst eens bekijken. De mens heeft een
- stoffelijk of fysiek lichaam dat hier nu in de zaal op een stoel zit; hij heeft een
- etherisch of levenslichaam;
- een astraal lichaam of lichaam van gevoelens en emoties;
- een mentaal lichaam dat kan denken en dat zorgt dat het “hebben” in deze wereld goed voor elkaar komt, dat gericht is op de wensen van het fysieke lichaam, maar zeker ook op die van het gevoels- of emotie- lichaam. In dit deel van het mens-zijn stopt men de meeste energie, of liever gezegd, dit deel van de mens vraagt de meeste energie, de meeste aandacht, meer dan 90% van alle tijd. Maar er is aan dat mentale lichaam ook nog een andere kant, een kant die gericht is op de innerlijke kern, op het ZIJN. Tussen die twee delen van het mentale lichaam zit een soort scheidslijn of vlies. Die beide kanten van dat mentale lichaam lijken elkaar niet te verstaan, daar zit als het ware een los contact. Vervolgens heeft de mens een buddhisch lichaam of een lichaam van intuïtie, waarna je ten slotte komt bij de kern zelf, het atmisch lichaam. Via het buddisch lichaam is de mens één met alle levende wezens, via het atmisch lichaam is hij één met HET LEVEN zelf.
De roep van het wereldhart zit op een hoge frequentie en die moet als het ware getransformeerd worden naar een lagere frequentie, vóórdat het door het menselijk oor gehoord kan worden. Er is een innerlijke schakel mogelijk tussen die beide gebieden, in het Sanskriet het antahkarana genoemd. Hoe maken we in onszelf de lijn open, zodat we in contact met het Wereldhart kunnen komen?

Evert Rienk Jonker Van verstaan naar vertolken - Hermeneutische kwesties (Inleiding p. 11):
Deze studie handelt dus over hermeneutische kwesties, die te maken hebben met - in de termen die we in deze studie zullen hanteren - het verstaan en vertolken van een bijbelgedeelte uit de
Openbaring van Johannes. We willen nagaan of en hoe de bij de exegese en de doorvertaling genomen beslissingen verantwoord kunnen worden. In deze inleiding preciseren en plaatsen we de vraag en komt de methode van aanpak in het vizier.
1.6 De Openbaring van Johannes
Paul Ricoeur heeft zich naast zijn filosofische werk ook bezonnen op de
bijbelse hermeneutiek. De Bijbel is een serieus te nemen leverancier van symbolen van het kwaad en van verhalen. In een artikel ‘Toward a Hermeneutic of the Idea of Revelation’ (Ricoeur 1980, 73-119) onderscheidt hij tussen vijf ‘discourses’, waarin het begrip openbaring op verschillende, niet op één noemer te brengen, manieren gestalte krijgt: profetie, verhaal, voorschriften, wijsheid en hymne. In het eerste genre, de profetie, spreekt de profeet in de eerste persoon in naam van God, openbaring wordt dan opgevat als een ingeving in iemands oor. In een specifieke tak van profetie, de apocalyps, heeft openbaring te maken met het onthullen van Gods plan betreffende de toekomst. Dit goddelijk geheim wordt naar voren gebracht door middel van dromen, visioenen of symbolische omzettingen van eerdere geschriften. Ricoeur beschouwt de apocalyptiek dus als een vorm van profetie. Het tweede genre, dat van het verhaal, vertoont overeenkomst en verschil met de profetie. Een wezenlijk verschil is dat het verhaal gericht is op de gedachtenis van fundamentele gebeurtenissen uit het verleden en profetie vooruitkijkt naar de toekomst. Het verhaal is archeologisch en de profetie teleologisch. Het bijbels verhaal is vooral geïnteresseerd in een fundamenteel gebeuren als de verkiezing van Abram of de Exodus als een merkteken, een spoor van Gods handelen. In de manier van vertellen wordt het gewone van de geschiedenis getranscendeerd. Het derde genre is dat van de voorschriften, van de Tora, waarin openbaring gezien wordt als ultieme wil voor het dagelijks leven. Deze Tora is niet iets van louter heteronomie, maar heeft een plaats in het verbond van God met zijn volk. Het vierde genre, dat van de wijsheid, is bedoeld voor elk mens. Wijsheid wordt geboren als ethos en kosmos worden samen gedacht en botsen vanwege het lijden en dan vooral vanwege het onrechtmatig lijden (Anrwoord aan Job). Vertrouwd zijn met wijsheid is niet onderscheiden van vertrouwd zijn met God: wie wijsheid betracht vreest God. Het vijfde genre, de hymne (Psalmen) geeft de mogelijkheid God aan te spreken in de tweede persoon. De openbaringskant van de Psalmen is dan dat de gevoelens van klacht en vertrouwen gevormd zijn door hun object. We spreken met God op basis van wat we van God weten. Ricoeur gebruikt deze genres om te laten zien dat God daarin op uiteenlopende wijze aan het licht komt. Dat rechtvaardigt de onderscheidingen en maakt dat er in de Schriften niet één manier van openbaren is.

De juiste hoek: Vrijmetselarij Uit de geschriften van H.P. Blavatsky (Geoffrey Farthing Theosofia lente 2010 p. 58-64):
H.P. Blavatsky (HPB) werd in contact gebracht met de maçonnerie (vrijmetselarij) door familieleden en vrienden in
haar vormingsjaren. Later waren veel van de mensen waar zij mee omging vrijmetselaren, onder wie ook kolonel Olcott die één van de stichters van de TS was en de eerste president ervan werd. Met de publicatie van de theosofische leringen werd een aantal tot dan toe streng bewaakte occulte geheimen voor het eerst openbaar gemaakt. Hiertegenover stond dat de werkelijk betekenisvolle geheimen van de maçonnerie, betrekking hebbend op de aard en de processen van de natuur zelf, vanuit de vroegste tijden verloren waren gegaan.
59: Volgens de Belgische vrijmetselaar Ragon werd een Franc-maçon (geen maçon-libre) ingewijd in de aloude Mysteriën.
In het Engels wordt maçon vertaald als mason (metselaar). In zijn “Franc- maçonnerie Occulte” verwijt Ragon, een beroemde en geleerde Belgische vrijmetselaar, de Engelse vrijmetselaars terecht of ten onrechte, dat ze de vrijmetselarij, die eens was gebaseerd op de oude mysteriën, hebben verstoffelijkt en onteerd, door tengevolge van een onjuiste opvatting over de oorsprong van de orde, de naam vrij metselarij en vrij metselaars aan te nemen.

In het onderzoeksrapport ‘E i V’ worden in het bijzonder de wetmatigheden, die G. de Barborka beschrijft in het Het Goddelijke plan onderbouwd. De verstrengeling van de CPT-symmetrie wordt in De Geheime Leer van H.P. Blavatsky met name aan de hand van de zes axioma’s toegelicht.

G. Barborka in zijn boek Het Goddelijke plan menswording en evolutie Deel 1
Hoofdstuk VII
DE LEER VAN DE SFEREN (p. 319):
Zoals in de vorige paragraaf, verschaft een Toelichting op de Stanzas van Dzyan ons de
grondtoon voor dit onderwerp:
(XXI) ’De werkelijke substantie van de verborgen (Zon) is een kern van
Moedersubstantie. (Of de 'droom van de Wetenschap’, de oorspronkelijke, werkelijk homogene stof, welke geen sterveling objectief kan maken in dit Ras of deze Ronde). Deze is het hart en de baarmoeder van alle levende en bestaande Krachten in ons zonne-heelal. Zij is de Kern, waaruit, ter verspreiding in hun kringloop, alle Krachten voortkomen, die de atomen in werking brengen in hun organische plichten, het brandpunt, waarin zij zich om de elf jaar weer in haar ZEVENDE INWEZEN verenigen. Indien iemand u zegt, dat hij de zon gezien heeft, lach hem dan uit, alsof hij had gezegd, dat de Zon zich werkelijk langs haar dagelijkse weg voortbeweegt. . . .
(XXIII) Op grond van haar
zevenvoudige aard spreken de Ouden van de Zon als getrokken door zeven paarden, overeenkomend met de metra der Vedas; ook zeggen zij, dat de Zon, hoewel zij in haar kringloop vereenzelvigd wordt met de ZEVEN ’Gaina’ (klassen van zijn), daarvan onderscheiden is, zoals inderdaad het geval is; en ook dat zij ZEVEN STRALEN heeft, zoals zij inderdaad heeft. . . .
(XXV) De Zeven Wezens in de Zon zijn de Zeven Heiligen, Zelfgeboren uit de inwonende kracht in de baarmoeder van de Moedersubstantie. Zij zenden de Zeven Hoofdkrachten, stralen genaamd, uit, welke bij het begin van Pralaya zich zullen verenigen tot de middelpunten van zeven nieuwe Zonnen voor het volgende Manvantara. De energie, waaruit zij in elke Zon tot bewust bestaan ontspringen, wordt door sommigen Vishnu genoemd, die de adem van de
VOLSTREKTHEID is. Wij noemen haar het Ene geopenbaarde leven — een weerkaatsing van het Absolute.’ (Fr. I 221-222; Terw. I 371-372 - Nederlandse versie p. 316,317).

De boven aangehaalde recitatie vermeldt G. Barborka in zijn boek Het Goddelijke plan menswording en evolutie Deel 2
Hoofdstuk VIII DE LEER VAN DE
RASSEN (p. 354)
De vier letters van het
Tetragrammaton zijn ‘yod, hé, vau, hé’ of in het Nederlands in hoofdletters IHVH, door de christelijke Kabbalisten gewoonlijk geschreven als Jehovah of door moderne schrijvers als Yahveh. Geen van deze twee scholen interpreteerde het Tetragrammaton echter op dezelfde wijze als dat gebeurt in de Chaldese Kabbala. Die oude school had evenveel eerbied voor deze vier letters als de Pythagoreeërs voor hun Tetraktys*) en hechtte er dezelfde betekenis aan.
*) Voor een verklaring van de Tetraktys zie hoofdstuk III en XII.
’De Sferen van Verwachting [zijn] de tussensferen, waarin, naar men zegt de Monaden, die Nirvana niet bereikt hebben, tussen twee Manvantaras in onbewuste werkeloosheid verblijven.’ (Fr. II 52; Terw. p. 71 - NL versie p. 61).
363,364: Deze plaats van de Toelichting slaat op het werk van de evolutie van het begin van een Ras tot het einde daarvan. De 'Zonen van Yoga’ of het oorspronkelijke astrale ras had als ras of collectief zeven trappen van evolutie, evenals elk individueel Wezen er in die had en nog heeft. ... Zo werden de eerste onderrassen van het Tweede Ras aanvankelijk op de volgens de wet van analogie beschreven wijze geboren, terwijl het laatste geleidelijk en gelijke tred houdend met de evolutie van het menselijk lichaam, op andere wijze gevormd begon te worden. Ook doorliep het voortplantingsproces in ieder Ras zeven stadia, die elke aeonen lang duurden.’ (Fr. II 106; Terw. II 146 - NL versie p. 130,131).
369: Zélfs in de Bijbel wordt een toespeling gemaakt op de bolvorm of cirkelvorm die de mensen hadden, want in het
vizioen van Ezekiël lezen we over de vier goddelijke wezens, die ‘de gelijkenis van een mens’ hadden en ‘de vier hadden enerlei gelijkenis; daartoe was hunne gedaante en hun maaksel, alsof het ware een rad in het midden van een rad. Als zij gingen, zij gingen op hunne vier zijden.’ (Ezechiël I, 16-17).
378: ’Kortom, wij zien, dat de hogere Engelen talloze aeonen te voren de 'Zeven Cirkels’ doorbroken en die aldus van het Heilige vuur beroofd hadden, hetgeen in duidelijke woorden betekent, dat zij tijdens hun vroegere incarnaties in zowel lagere als hogere werelden alle wijsheid daaruit opgenomen hadden — de weerkaatsing van MAHAT in zijn verschillende graden van intensiteit. Geen enkel Wezen, hetzij engel of mens, kan de staat van
Nirvana of van volstrekte reinheid bereiken, dan door aeonen van lijden en door de kennis van zowel KWAAD als goed, daar dit laatste anders onbegrijpelijk zou blijven.’ (Fr. II 73; Terw. II 100 - NL versie p. 88).
378,379: ’De legende van de 'red
black%’ bevat in haar esoterische betekenis de sleutel tot de veelvuldige tegenstrijdigheden van het menselijke karakter; zij wijst op de geheimenis van ’s mensen zelfbewustzijn, zij is de spil, waarom zijn gehele levenskringloop draait - de geschiedenis van zijn ontwikkeling en groei.
Van een helder inzicht in deze leer hangt het juist begrijpen van de
esoterische anthropogenesis af. Zij geeft een sleutel tot het veelbesproken vraagstuk van de Oorsprong van het Kwaad en laat zien hoe de mens zelf het Ene in verschillende tegengestelde aanzichten scheidt.’ (Fr. II 242; Terw. II 337 – NL versie p. 309,310).
Hoofdstuk XI DE LEER VAN DE
Twee Paden (p. 557):
In het algemeen gesproken is het
drievoudig lichaam het symbool van Buddha’s beeld, zijn leringen en zijn stupas; volgens de opvattingen van de priesers heeft het betrekking op de Buddhistische geloofsbelijdenis, Triratna genaamd, die de formule is van 'het toevlucht nemen tot Buddha, Dharma en Sangha’.’*) (Theos. Gloss., onder 'Trikaya').
*) 'Ik neem mijn toevlucht tot de Buddha; ik neem mijn toevlucht tot de Wet (Dhamma); ik neem mijn toevlucht tot de Groep (of Congregatie - Samgha of Sangha) - de Groep duidt meestal op de Buddhistische priesters.’

G. de Purucker Bron van het Occultisme Een moderne presentatie van de oude universele wijsheid gebaseerd op De Geheime Leer van H.P. Blavatsky
8 Goden – monaden – levensatomen (p. 471):
De volgende passage uit De Mahatma Brieven (blz. 446-7) geeft nog
een sleutel:
. . . de
harmonie van het heelal wordt gevormd door tegenstellingen . . . Zo volgt . . . evenals in de prachtige fuga’s van de onsterfelijke Mozart, het ene deel voortdurend op het andere, in een harmonische disharmonie op het pad van de eeuwige vooruitgang, om samen te komen en zich tenslotte op de drempel van het beoogde doel op te lossen in één harmonisch geheel, de grondtoon in de natuur st. [sat].
Door de poorten van de dood (p. 690):
De vaak mooie en boeiende wereld om ons heen, die echter tegelijk zoveel aspecten heeft die afschuwelijk en
weerzinwekkend van aard zijn, is opgebouwd uit levensatomen van wezens die leven en hebben geleefd, waaronder natuurlijk de levensatomen die door hun eerste oorsprong tot de belichaamde wezens behoren waaruit de verschillende natuurrijken bestaan. Een bepaald levensatoom zou dus tot een giftige slang kunnen worden aangetrokken, door zijn eigen ingewortelde svabhåva en ook door de ‘toevallige’ svabhåva die erop is afgedrukt door het wezen dat het het laatst verliet. Een ander levensatoom kan worden aangetrokken tot een mooie bloem of het kan worden aangetrokken tot het water, of tot een steen, een dier of een mens.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I Stanza 7 Akâsa en Ether (p. 283-295) van de De Geheime Leer geeft bijzonderheden over het Akasha-veld; vanaf p. 361 over Ether en intelligentie en p. 533-537, 581 over Ether.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Inleiding (p.18):
Deze verklaring wordt nog geloofwaardiger als men de volgende feiten overweegt: de overlevering van de duizenden oude perkamenten die werden gered toen de bibliotheek van Alexandrië werd verwoest; de duizenden Sanskrietboeken die in India verdwenen tijdens de regering van Akbar; de wijdverbreide overlevering in China en Japan dat de echte oude teksten met de toelichtingen, de enige die deze begrijpelijk kunnen maken – en die uit vele duizenden delen bestaan – al lang buiten het bereik van niet-ingewijden zijn gebracht; het verdwijnen van de omvangrijke heilige en occulte geschriften uit Babylon; het verlies van die sleutels die als enige de duizend raadsels van de Egyptische hiërogliefengeschriften zouden kunnen oplossen; de overlevering in India dat de echte geheime toelichtingen, de enige die de Veda’s begrijpelijk maken, hoewel niet meer zichtbaar voor niet-ingewijden, er nog zijn voor de ingewijden, verborgen in geheime grotten en gewelven; ten slotte een zelfde geloof bij de boeddhisten met betrekking tot hun geheime boeken.
23: De schrijfster zal
historische en betrouwbare namen moeten geven, en bekende schrijvers moeten citeren – oude en hedendaagse, algemeen als bekwaam erkend, met een goed onderscheidingsvermogen en liefde voor de waarheid – en ook enkele beroemde meesters in de geheime kunsten en wetenschappen moeten noemen, tegelijk met de mysteries daarvan, zoals deze in hun vreemde archaïsche vorm zijn onthuld, of beter gezegd gedeeltelijk aan het publiek zijn voorgelegd.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 31):
31:
De ene cirkel is de goddelijke eenheid, waaruit alles voortkomt en waarnaar alles terugkeert. Zijn omtrek – een noodzakelijk begrensd symbool, gezien de beperking van het menselijke verstand – geeft de abstracte, altijd onkenbare TEGENWOORDIGHEID aan, en het vlak waarin de cirkel ligt, correspondeert met de universele ziel, hoewel deze twee één zijn. Het feit dat alleen de oppervlakte van de schijf wit is en de achtergrond zwart, toont duidelijk aan dat haar gebied de enige kennis is, hoewel nog vaag en nevelig, die de mens kan bereiken. Dit is het gebied waar de manifestaties van het manvantara beginnen, want in deze ZIEL sluimert tijdens de pralaya de goddelijke gedachte1, waarin het plan van iedere toekomstige kosmogonie en theogonie verborgen ligt.
1) Het is nauwelijks nodig de lezer er nog eens aan te herinneren dat de term ‘goddelijke gedachte’, evenals
‘universeel denkvermogen’, niet moet worden beschouwd als zelfs ook maar een vage afschaduwing van een verstandelijk proces verwant aan dat van de mens. Het ‘onbewuste’ kwam volgens Von Hartmann tot het veelomvattende scheppings-, of beter evolutionaire plan ‘door een helderziende, boven alle bewustzijn verheven wijsheid’, die in de taal van de Vedanta absolute wijsheid zou betekenen. Alleen degenen die beseffen hoe hoog de intuïtie zich bevindt boven de trage processen van het redenerende denken, kunnen zich een heel vaag begrip vormen van die absolute wijsheid die de begrippen van Tijd en Ruimte te boven gaat. Het denkvermogen zoals wij dat kennen, kan worden herleid tot bewustzijnstoestanden van verschillende duur, intensiteit, ingewikkeldheid, enz., en deze berusten uiteindelijk alle op gewaarwordingen, die weer maya zijn. Gewaarwording vooronderstelt noodzakelijk weer beperking. De persoonlijke God van het orthodoxe theïsme neemt waar, denkt en wordt beïnvloed door emoties: hij heeft berouw en voelt ‘hevige toorn’. Maar het is duidelijk dat het denkbeeld van zulke geestestoestanden de ondenkbare vooronderstelling meebrengt dat de opwekkende prikkels van buiten komen, om nog maar niets te zeggen van de onmogelijkheid om onveranderlijkheid toe te schrijven aan een wezen, van wie de emoties wisselen met de gebeurtenissen in de werelden die het bestuurt. De begrippen van een onveranderlijke en oneindige persoonlijke God zijn dus onpsychologisch en wat erger is, onfilosofisch.
32: Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn; niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’ genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.
39: ‘Wat is het dat was, is en zal zijn, of er een Heelal is of niet, of er goden zijn of niet?’ vraagt de esoterische Senzar catechismus. En het gegeven antwoord is: RUIMTE.
De ene onbekende altijd-tegenwoordige god in de Natuur, of de Natuur in abscondito verwerpen wij niet, maar wel de God van het menselijke dogma en zijn vermenselijkte ‘woord’. In zijn oneindige verwaandheid en aangeboren trots en ijdelheid schiep de mens deze zelf met zijn heiligschennende hand uit de elementen die hij vond in zijn eigen kleine hersenweefsel en drong deze aan de mensheid op als een rechtstreekse openbaring uit de
ene ongeopenbaarde RUIMTE10.
10) Het occultisme zit inderdaad in de lucht aan het einde van onze eeuw. Van de vele andere onlangs uitgegeven boeken zouden wij er één in het bijzonder willen aanbevelen aan onderzoekers van het theoretische occultisme, die zich niet buiten ons speciaal menselijke gebied zouden durven begeven. Het heet
New Aspects of Life and Religion, door Henry Pratt, MD. Het staat vol esoterische leringen en filosofie, maar laatstgenoemde is in de slothoofdstukken nogal beperkt door wat een geest van voorwaardelijk positivisme schijnt te zijn. Wat erin over ruimte als ‘de onbekende eerste oorzaak’ wordt gezegd, verdient niettemin te worden geciteerd. ‘Dit onbekende iets, dat wordt erkend als, en gelijkgesteld met, de eerste belichaming van een eenvoudig één-zijn, is onzichtbaar en ontastbaar [als abstracte ruimte, toegegeven]; en omdat het onzichtbaar en ontastbaar is, is het ook onkenbaar. Etc.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal - Nidana en maya: de oorzaken van ellende (p. 69):
(b) De twaalf nidana’s of oorzaken van het zijn. Elk is het gevolg van de daaraan voorafgaande oorzaak en op haar beurt de oorzaak van de volgende; het geheel van de nidana’s is gebaseerd op de vier waarheden, een leer die in het bijzonder de Hînayana-school4 kenmerkt. Zij vormen een onderdeel van de theorie over de reeks van aaneengeschakelde wetten die verdiensten en schuldenlasten doen ontstaan en tenslotte karma in volle werking laten treden. Deze theorie is gebaseerd op de grote waarheid dat reïncarnatie moet worden gevreesd, omdat het bestaan in deze wereld voor de mens slechts lijden, ellende en pijn meebrengt. De dood zelf is niet in staat de mens ervan te verlossen, want de dood is alleen maar de deur waardoor hij na een korte rustperiode op de drempel – devachan – naar een volgend leven op aarde gaat.
73: De Geheime Leer verkondigt de steeds verdergaande ontwikkeling van alles, van werelden zowel als van atomen; en deze indrukwekkende ontwikkeling heeft noch een denkbaar begin, noch een einde dat men zich kan voorstellen. Ons ‘Heelal’ is er slechts één uit een oneindig aantal Heelallen, alle ‘zonen van noodzakelijkheid’, omdat zij schakels vormen in de grote kosmische keten van Heelallen, waarvan ieder zich tot zijn voorganger verhoudt als een gevolg, en tot zijn opvolger als een oorzaak.
Het verschijnen en verdwijnen van het Heelal wordt voorgesteld als een uitademing en inademing van ‘de grote adem’, die eeuwig is en die, omdat hij beweging is, een van de drie aspecten van het Absolute is; de andere twee zijn abstracte Ruimte en duur. Als de ‘grote adem’ wordt geprojecteerd, wordt hij de goddelijke adem genoemd en wordt hij beschouwd als het ademen van de onkenbare godheid – het ene Bestaan – die als het ware een gedachte uitademt die de Kosmos wordt. (Zie Isis Ontsluierd.) Zo verdwijnt ook, als de goddelijke adem weer wordt ingeademd, het Heelal in de schoot van ‘de grote moeder’, die dan slaapt ‘gewikkeld in haar onzichtbare gewaden’.
74:
Wat is de tijd bijvoorbeeld anders dan de opeenvolging in panorama’s van onze bewustzijnstoestanden? In de woorden van een meester, ‘Het irriteert me deze drie stuntelige woorden – verleden, heden en toekomst – te moeten gebruiken, die armzalige denkbeelden van de objectieve fasen van het subjectieve geheel; ze zijn bijna even weinig geschikt voor het doel als een bijl voor fijn houtsnijwerk.’1 Men moet paramårtha verkrijgen opdat men niet een te gemakkelijke prooi wordt van samvriti – dit is een filosofisch .2
1) Noot vert.: Vgl. De mahatma brieven aan A.P. Sinnett, blz. 33.
2) Duidelijker gezegd: ‘Men moet
waar zelfbewustzijn verkrijgen om samvriti, de ‘oorsprong van misleiding’, te begrijpen.’ Paramårtha is synoniem met de Sanskrietterm svasamvedana of ‘de bespiegeling die zichzelf analyseert’. Er is een verschil in interpretatie van de betekenis van ‘paramårtha’ bij de yogåchåra’s en de mådhyamika’s, maar geen van beide verklaren de werkelijke en ware esoterische betekenis van de term. Zie verder ßloka 9.
Stanza 1 Vervolg (p. 74):
Zijn en Niet-zijn
7. De oorzaken van het bestaan waren weggenomen (a); het zichtbare dat was en het onzichtbare dat is, rustten in eeuwig niet-zijn, het ene zijn (b).
Alaya, de
universele ziel (p. 82):
De
nous, die de stof doet bewegen, de levenschenkende ziel, die in elk atoom woont, en die in de mens is gemanifesteerd, en latent is in de steen, heeft vermogens van verschillende graad. Dit pantheïstische denkbeeld van een algemene geest-ziel die de hele natuur doordringt, is het oudste van alle filosofische begrippen.
82,83: De
‘verborgen heer’ (Sangbai Dag-po), ‘hij die in het absolute is opgegaan’, kan geen ouders hebben, want hij is zelf-bestaand en één met de universele geest (svayambhu)19, het svabhavat in zijn hoogste aspect. Het mysterie in de hiërarchie van de anupadaka is groot; haar hoogtepunt is de universele geest-ziel en de laagste rang is de manushi-Boeddha; zelfs is ieder mens die een ziel heeft een anupadaka in latente toestand. Vandaar de uitdrukking ‘het Heelal was anupadaka’, wanneer er sprake is van het Heelal in zijn vormloze, eeuwige of absolute toestand, voordat het door de ‘bouwers’ was gevormd. (Zie Afdeling II, ‘Oorspronkelijke substantie’.)
19) Om opnieuw Hegel aan te halen, die met Schelling praktisch de pantheïstische opvatting aanvaardde van periodieke Avatars (bijzondere incarnaties van de
wereldgeest in de mens, zoals men die aantreft bij alle grote religieuze hervormers): . . . ‘het wezen van de mens is geest . . . alleen door zich van zijn eindigheid te ontdoen en door zich over te geven aan zuiver zelfbewustzijn bereikt hij de waarheid. De Christus-mens, als mens in wie de eenheid van de god-mens verscheen (de identiteit van het individuele met het universele bewustzijn, zoals dit wordt geleerd door de aanhangers van de Vedanta en sommige van de Advaita), heeft door zijn dood en in het algemeen door zijn geschiedenis, zelf de eeuwige geschiedenis van de geest uitgebeeld – een geschiedenis die ieder mens in zichzelf moet verwezenlijken om als geest te kunnen bestaan.’ Philosophy of History, Engelse vertaling van Sibree, blz. 340.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk De voorvaderen van de mens op aarde (p. 263):
Wat incarneert in de dierlijke mens?
Maar het woord ‘fravashi’ moet niet in deze zin worden opgevat, want het betekent eenvoudig het tegenovergestelde of de keerzijde van een eigenschap of karakteristiek. Als de occultist dus zegt dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde eenheid. Maar de beste mens die er is, zou naast een aartsengel – zoals de theologie die beschrijft – een duivel schijnen. Dit is dan ook beslist een reden om een lager ‘dubbel’, dat veel dieper in de stof is gedompeld dan zijn origineel, geringer te schatten. Maar er is nog steeds weinig aanleiding hen als duivels te beschouwen, en dit is precies wat de rooms-katholieken tegen alle rede en logica in doen.
De Geheime Leer Deel I,
Samenvatting (p. 316):
(xx.) ‘
Materie of substantie is zowel in onze wereld als daarbuiten zevenvoudig. Bovendien is elk van haar toestanden of beginselen in zeven graden van dichtheid verdeeld. SURYA (de zon) toont in zijn zichtbare weerspiegeling de eerste of laagste toestand van de zevende of hoogste staat van de ALOMTEGENWOORDIGHEID, de allerzuiverste, de eerste gemanifesteerde adem van het steeds ongemanifesteerde SAT (het Zijn). Alle centrale stoffelijke of objectieve zonnen zijn naar hun substantie de laagste toestand van het eerste beginsel van de ADEM. Geen enkele van deze is meer dan de WEERSPIEGELING van zijn BEGINSELEN, die voor ieders blik zijn verborgen, behalve voor die van de Dhyan-Chohans, van wie de lichaamssubstantie behoort tot de vijfde afdeling van het zevende beginsel van de moedersubstantie en daarom vier graden hoger ligt dan de weerspiegelde zonnesubstantie. Evenals er zeven dhatu (hoofdsubstanties in het menselijke lichaam) zijn, zijn er ook zeven krachten in de mens en in de hele Natuur.’
317: (xxv.) ‘De zeven wezens in de zon zijn de zeven heiligen, zelfgeboren uit de inwonende kracht in de voedingsbodem van de moedersubstantie. Zij zenden de zeven hoofdkrachten of stralen uit, die zich aan het begin van pralaya zullen concentreren tot zeven nieuwe zonnen voor het volgende manvantara. De energie waaruit zij plotseling tot een bewust bestaan in iedere zon komen, wordt door sommigen Vishnu genoemd (zie de voetnoot hieronder), die de adem van het ABSOLUTE is.
Wij noemen dit het ene gemanifesteerde leven – zelf een weerspiegeling van het Absolute . . . .
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11
Over elementen en atomen (p. 627):
De hedendaagse natuurkunde heeft, toen zij aan de Ouden haar atoomtheorie ontleende, één punt, het belangrijkste van de leer, vergeten; daarom kreeg zij alleen de schil en zal nooit tot de kern kunnen doordringen. Zij liet, toen zij de fysieke atomen overnam, het veelbetekenende feit buiten beschouwing dat van Anaxagoras tot Epicurus, de Romein Lucretius en tenslotte zelfs tot Galileo, al die filosofen min of meer in BEZIELDE atomen geloofden, niet in onzichtbare deeltjes van zogenaamde ‘redeloze’ stof. Volgens hen werd een draaiende beweging opgewekt door grotere (lees meer goddelijke en zuivere) atomen die andere atomen naar beneden trokken, terwijl de lichtere gelijktijdig omhoog werden gestuwd. De esoterische betekenis hiervan is de eeuwig cyclische neergaande en opstijgende curve van gedifferentieerde elementen door intercyclische fasen van bestaan, totdat elk opnieuw zijn uitgangspunt of geboorteplaats bereikt.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden - Monaden en Atomen (p. 697):
Zoals een kegel zijn top in
één punt heeft, en een loodlijn (Axis mundi, Verticale as) een horizontaal vlak slechts in één wiskundig punt snijdt, maar zich oneindig naar boven en naar beneden kan uitstrekken, zo bestaan de essenties van werkelijke dingen slechts als een punt in deze fysieke wereld van de ruimte; maar ze hebben een oneindige diepte van innerlijk leven in de metafysische wereld van het denken . . .’ (blz. 144).
Dit is de
geest, de ware wortel van de occulte leer en het denken. De ‘geest-stof’ en de ‘stof-geest’ strekken zich in de diepte oneindig ver uit, en evenals ‘de essentie van de dingen’ van Leibniz, ligt onze essentie van de werkelijke dingen op de zevende diepte; terwijl de onwerkelijke en grove stof van de wetenschap en van de uiterlijke wereld aan het laagste einde van onze zintuigen ligt. De occultist kent de waarde of waardeloosheid van de laatstgenoemde.
691: Laat de lezer deze ‘monaden’ van Leibniz eens in gedachten houden – elke monade is een
levende spiegel van het heelal en weerspiegelt elke andere – en deze opvatting en omschrijving vergelijken met bepaalde door Sir William Jones vertaalde Sanskrietstanza’s (śloka’s), waarin wordt gezegd dat de scheppende bron van het goddelijke denkvermogen, . . . ‘verborgen in een sluier van dichte duisternis, spiegels van de atomen van de wereld vormde en een weerspiegeling van zijn eigen gezicht op elk atoom wierp . . .’.
700: Iedere monade
weerspiegelt iedere andere. Iedere monade is binnen haar eigen sfeer een levende spiegel van het Heelal. En let hierop, want hiervan hangt de macht af die deze monaden bezitten, en hiervan hangt het werk af dat zij voor ons kunnen doen; terwijl zij de wereld weerspiegelen, zijn de monaden niet alleen maar passieve weerkaatsende werktuigen, maar spontaan zelfwerkend; zij brengen de beelden spontaan voort, evenals de ziel een droom. In iedere monade kan de adept daarom alles lezen, zelfs de toekomst. Iedere monade of elementaal is een spiegel die kan spreken . . .’
De esoterische filosofie, die een
objectief idealisme onderwijst, hoewel ze het objectieve heelal en alles daarin beschouwt als maya, tijdelijke illusie, maakt een praktisch onderscheid tussen collectieve illusie, mahamaya, vanuit het zuiver metafysische standpunt, en de objectieve relaties tussen verschillende bewuste ego’s daarin, zolang deze illusie duurt.
De la Loubère
New Historical Relation of the Kingdom of Siam De Geheime Leer Deel I p. 741,742):
‘En in feite verschilt de door de
hindoes vastgelegde beweging in deze lange periode van 4383 jaar nog geen minuut van die van Cassini, en ligt even dicht bij die van Meyer. Zo hebben twee volkeren, de hindoes en de Europeanen, die aan de twee uiteinden van de wereld wonen, en die wat hun instelling betreft misschien even ver van elkaar afliggen, precies dezelfde uitkomsten verkregen voor de bewegingen van de maan; en deze overeenstemming zou ondenkbaar zijn als deze niet was gebaseerd op het waarnemen en volgen van de natuur. We moeten opmerken dat elk van de vier tabellen van de hindoes (Indian tables) een weergave is van dezelfde astronomie. Men kan niet ontkennen dat de Siamese tabellen bestonden in 1687, toen ze door e la Loubère uit India werden meegebracht. De tabellen van Cassini en Mayer bestonden toen nog niet, en dus waren de hindoes al in het bezit van nauwkeurige gegevens over de beweging die in deze tabellen stonden, terwijl wij die nog niet bezaten.1 Men moet dus erkennen dat de nauwkeurigheid van deze door de hindoes vastgelegde beweging gebaseerd is op waarneming. Ze is voor deze hele periode van 4383 jaar nauwkeurig, omdat ze aan de hemel zelf was ontleend; en als het einde ervan door waarneming is bepaald, is het begin ervan ook door waarneming vastgesteld. Het is de langste periode die ooit is waargenomen en waarvan de herinnering in de annalen van de astronomie wordt bewaard. Ze heeft haar oorsprong in de epoche van het jaar 3102 v.Chr., en vormt een overtuigend bewijs van de realiteit van die epoche.’1

Aan de wereld van de eeuwig wederkerende verschijnselen (Aldous Huxley: perennial, Friedrich Nietzsche: ewige Wiederkehr), ligt een eeuwige natuurlijke ordening, een blauwdruk (zevenvoudige samenstelling van de mens, het factorelement, de Wet van Zeven, de Triade en de Tetrade, Trivium en Quadrivium) ten grondslag. De Triade, de triniteit vormt de natuurlijke eenheid 'Ruimte, Materie en Tijd' en de Tetrade vormt de natuurlijke selectie. Bij de natuurlijke selectie gaat het primair om de context Uw wil geschiede. Richard Dawkins heeft gelijk wanneer hij stelt dat het bij levensprocessen om natuurlijke selectie gaat.

Om het huidige tijdsgewricht te duiden verwijst de dwarsdenker Thilo Sarrazin in het interview ‘Werk eerst de ongelijkheid weg’ in de Volkskrant van 8 december 2012 naar de victoriaanse tijd. Wellicht is het handig voor Nederlanders aan de periode van de reformatie aandacht te besteden en is het raadzaam het boek Lof der zotheid van Erasmus nog eens ter hand te nemen. Het is opvallend dat de twee wetenschappers Dick Swaab en Victor Lamme, net als eerder Luther, niet in het bestaan van de vrije wil geloven. De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Een bonus op aarde is voor veel mensen nu eenmaal aantrekkelijker dan een plaats in het hiernamaals.

Ook wel de Apocalyps genoemd.
Het laatste boek van het Nieuwe Testament en een waar staaltje van apocalyptische literatuur. Dit boek neemt in het christendom een plekje in onder de joods-christelijke mystieke boeken van onbekende schrijvers, en wordt ondermeer toegeschreven aan Enoch, Ezra en verschillende apostelen. De Apocalyps van Johannes is een deels op het Boek van Enoch gebaseerd werk van een joodse kabbalist die het had aangepast aan het joodse christendom en die een overerfde aversie had tegen de Griekse Mysteriën. Zoals het met apocalyptische literatuur in het algemeen gaat, heeft het de vorm van visioenen van de veronderstelde auteur en zijn last bestaat dan uit de worsteling met rechtvaardigheid en het kwaad, wat eindigt in de omverwerping van het laatste en de vestiging van het koninkrijk van Christus.
Dit boek markeert een stadium in de geleidelijke aanpassing van het originele esoterische christendom aan de eisen van een uitsluitend op geloof gebaseerde
wereldse religie. Diverse verschillende sleutels zijn nodig om de Openbaring van Johannes te kunnen interpreteren: Niet [anders of] minder dan het Boek van Job is de hele Openbaring simpelweg een allegorische vertelling van de Mysteriën en inwijding daarin van een kandidaat, Johannes zelf ... De getallen zeven, twaalf en andere zijn even zoveel lichten die over de duisternis van dit werk worden geworpen. (IU 2:351; vgl. SD 2: (93), (516) - De Geheime Leer Deel II p. 100,101 en 586,587):
IU – Isis Unveiled, by H.P. Blavatsky (Isis ontsluierd (Deel 2 p. 414)

Vrije Energie niet langer Verborgen Energie (Coen Vermeeren 24 maart 2020):
We leven in een hele gekke tijd. Vooralsnog denk ik dat we naar een betere gaan, gekker kon ook eigenlijk niet. Iedereen krijgt op dit moment de gelegenheid om de rode pil te nemen… Dat is een eigen keuze inderdaad, maar de omstandigheden om gestimuleerd te worden om dat te doen, zijn nu op zijn zachtst gezegd – IDEAAL!
Waarom is dat belangrijk
Alles in de wereld draait om macht en controle, waarbij geld vaak geen doel maar een middel is. Voor de meesten van ons is geld het doel, simpelweg omdat we meestal niet de leukste baan in de wereld hebben en er nooit genoeg voor krijgen om van te kunnen leven. Dat is een bewust geconstrueerd model en daar is veel over te vinden. Bijvoorbeeld bij de uitstekende onderzoeker en econoom Ad Broere\\.
Voor degenen die al meer dan genoeg geld hebben, schijnt het vreemd genoeg ook nooit genoeg te zijn. De immens rijke bankier J.P. Morgan (bankier) was een eeuw geleden de geldschieter van Nikola Tesla. Todat Tesla de euvele moed had om een machine te ontwerpen die de oneindige hoeveelheden energie in ‘het weefsel van de ruimtetijd’ wist aan te boren en gratis ter beschikking te stellen aan iedereen op de planeet. Toen was het genoeg voor Morgan. Tesla stierf miskend en alleen, berooid en belachelijk gemaakt. Dat we met de meer dan 500 patenten van hem op het gebied van elektromagnetisme dagelijks in de wereld geconfronteerd worden, dat weten we niet meer. Niet in de laatste plaats omdat de wetenschap het bijna nooit over Tesla heeft. En dat ondanks dat hij de meeste huidige wetenschappers in genialiteit ver achter zich laat…
De wetenschap
De ‘wetenschap’ zegt dat vrije energie onzin is. Het bestaat niet en ze noemen iedereen die zich er mee bezighoudt een ‘gekkie’. En dan roepen ze op zeer geleerde wijze perpetuum mobileen kijken daarbij zeer voldaan. Behalve dat ze dan laten zien dat ze twee woorden Latijn kennen, is het grootste doorkijkje dat ze werkelijk geen idee hebben hoe het hele universum werkt. Ik vraag hen dan altijd waar het universum vandaan komt – ofwel, wat zat er voor de Big Bang? – of waar de energie vandaan komt die een electron al 14.000.000.000 jaar om de kern van het atoom laat draaien. Wat is energie eigenlijk? Dat zijn hele lastige en onbeantwoorde vragen en het wordt scholieren en studenten afgeraden die vragen te stellen omdat anders de docent en de professor in verlegenheid worden gebracht. Wie het toch doet, heeft weinig kans op een ‘academische carrière’. En zo blijft het sprookje van ‘er bestaat geen vrije energie’ in stand. Iedereen is daar het slachtoffer van.
Onnodige klimaathysterie
Op dit moment zie ik – behalve nu de
coronacrisis – de hopeloze discussie in Nederland over het klimaat en de miljarden kostende ‘oplossingen’ met lede ogen aan. Dat is de reden dat ik besloot de twee uitstekende boeken van Jeane Manning over haar al meer dan 30 jaar durende onderzoek naar de wereld van de vrije energie te vertalen. De boeken gaan over uitvinders en hun ervaringen en zijn voor bedoeld voor iedereen – leken en professionals – die vrije energie voor de wereld gerealiseerd wil zien. Ze zijn niet technisch maar vooral beschrijvend. Je krijgt een perfect inkijkje in de wereld rond de ontwikkeling van vrije energie.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd (Deel 1) Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie
Hoofdstuk 1
Oude dingen met nieuwe namen (p. 49):
Het oudste Hebreeuwse document over occulte kennis – de
Sifra di Tseniutha – werd eruit samengesteld, en dat in een tijd toen het eerstgenoemde al werd beschouwd als een literair overblijfsel. Een van de illustraties laat zien hoe de goddelijke essentie uit ADAM1 emaneert2 als een lichtende boog, die dan een cirkel vormt; en dan, na het hoogste punt van zijn omtrek te hebben bereikt, buigt deze onuitsprekelijke majesteit weer terug naar de aarde, terwijl ze in haar werveling een hoger type mensheid meevoert. Naarmate ze onze planeet dichter en dichter nadert, krijgt de emanatie steeds meer schaduw, totdat ze bij het aanraken van de grond zo zwart is als de nacht.
1) De naam wordt gebruikt in de betekenis van het Griekse woord a[nqrwpo~.
2) Noot vert.: Meester KH schrijft over Isis ontsluierd: ‘. . . er zijn enkele echte fouten ingeslopen, zoals in deel 1, hoofdstuk 1, waar op bladzijde 1 wordt gezegd dat de goddelijke essentie emaneert uit
Adam in plaats van omgekeerd’ (De Mahatmabrieven aan A.P. Sinnett, blz. 51).

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd (Deel 2) Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie
Hoofdstuk 8 Jezuïtisme en vrijmetselarij (p. 410-411):
Het grootste kabbalistische werk van de Hebreeën – de Zohar, – werd samengesteld door rabbi Shimon ben Yochai. Volgens sommige critici gebeurde dit jaren vóór het begin van de christelijke jaartelling, volgens anderen pas na de verwoesting van de tempel. Het werd echter pas voltooid door de zoon van Shimon, rabbi Eleazar, en zijn secretaris, rabbi Abba; want het werk is zo ontzaglijk groot, en de erin behandelde onderwerpen zijn zo diepzinnig dat zelfs het hele leven van deze rabbi, die de koning van de kabbalisten wordt genoemd, voor deze taak niet lang genoeg was.
Omdat men wist dat hij deze kennis en ook die van de Merkabah bezat, die de ontvangst van het ‘woord’ zeker stelde, kwam zelfs zijn leven in gevaar, en moest hij naar de woestijn vluchten, waar hij 12 jaar in een grot leefde, omringd door trouwe leerlingen, en ten slotte te midden van tekenen en wonderen stierf.1
Sinds de dood van Shimon ben Yochai is deze verborgen leer voor de buitenwereld een ongeschonden geheim gebleven. Omdat ze alleen als een mysterie werd overgebracht, werd ze de kandidaat mondeling ‘van aangezicht tot aangezicht, en van mond tot oor’ meegedeeld.
412: In zijn La kabbale geeft Franck ons – terwijl hij aandacht besteedt aan de ‘esoterische wartaal’ ervan, zoals hij het uitdrukt – naast de vertalingen ook zijn toelichtingen daarop. Over zijn voorgangers zegt hij dat Shimon ben Yochai herhaaldelijk melding maakt van wat de ‘broeders’ in de oudere werken hebben onderwezen. En de schrijver citeert een zekere ‘Ieba, de oude, en Hamnuna, de oude’.2 Maar hij vertelt ons niet wat de twee ‘ouden’ in feite betekenen, of wie ze waren, want hij weet het zelf niet.
414: Het is een feit dat de
hele Openbaring, en ook het boek Job, eenvoudig een allegorisch verhaal is over de mysteriën en de inwijding daarin van een kandidaat, die Johannes zelf is. Iedere gevorderde vrijmetselaar die goed bekend is met de verschillende graden, zal dit inzien. De getallen zeven, twaalf en nog andere zijn evenzovele lichten die op de duisternis van het werk worden geworpen. Paracelsus beweerde enkele eeuwen geleden hetzelfde. En wanneer we ‘hem die is als de Mensenzoon’ zien zeggen (Openbaring 2:17): ‘Wie overwint, zal ik van het verborgen manna geven, en ook een WITTE STEEN waarop een nieuwe naam staat’ – het woord – ‘die niemand kent, behalve degene die hem ontvangt;’, welke meester vrijmetselaar kan dan eraan twijfelen dat dit naar inwijdingsallegorieën verwijst?

H.P. Blavatsky Geselecteerde artikelen deel 2: 1882 –1887
Een paar gedachten over enkele wijze woorden van een wijs mens (p. 123-124):
We moeten zelfs zulke agnostische religies tolereren als de
Vedanta en het boeddhisme omdat ze de volgende leringen verkondigen: de leer van het bestaan van God – hoewel de aanhangers van die religies geloven dat Hij onpersoonlijk is; de leer van de yoga of omgang met Hem waartoe mensen door liefde voor God zouden moeten worden gedreven; en de leer van liefde voor de mens, of ethiek. Sommige mensen spreken over het boeddhisme als een atheïstische religie.Zelfs als het waar zou zijn dat het boeddhisme een stelsel van zuiver atheïsme is, wat het niet is, is de uitdrukking ‘atheïstische religie’ een contradictio in terminis. Er kan geen enkele religie zijn als ze is losgemaakt van God. Later onderzoek heeft bewezen dat in het boeddhisme het denkbeeld van een God niet ontbreekt zoals vroeger werd gedacht.2 We moeten alle religies tolereren. We moeten alle religies beschouwen, die allemaal in meerdere of mindere mate waarheid bevatten, zoals God zelf ze beschouwt, die zich verheugt over de waarheid die in elke religie besloten ligt en de fouten ervan toeschrijft aan menselijke onvolmaaktheid. . . .
2) We geloven dat dit een grote fout is als gevolg van de eenzijdige gevolgtrekkingen en overijlde conclusies van sommige oriëntalisten zoals Lillie, de schrijver van Buddha and Early Buddhism. Een eeuwig, allesdoordringend beginsel is niet hetzelfde als wat gewoonlijk ‘God’ wordt genoemd. – Red. Theosophist
Het
zevenvoudige beginsel in de esoterie (p. 165,166):
We vragen de aandacht van onze occultisten voor de drie gegeven cijfers: 4 staat voor het volmaakte vierkant, 3 voor de triade (de zeven universele en de zeven individuele beginselen), en 2 is het symbool van onze
illusoire wereld, een cijfer dat door Pythagoras werd genegeerd en verworpen. We moeten echter in de Upanishads en de Vedånta zoeken om de beste bewijzen voor de occulte leringen te vinden. In de mystieke leer, de rahasya, of de Upanishads, ‘de enige Veda van alle nadenkende hindoes in deze tijd’, zoals Monier-Williams moet bekennen, heeft elk woord, zoals de naam al impliceert, 1 een verborgen betekenis die daaraan ten grondslag ligt. Deze betekenis kan alleen volledig worden begrepen door iemand die alles weet over pråña, het ENE LEVEN, ‘de naaf waaraan de zeven spaken van het universele wiel zijn bevestigd’.2
1) Upa-ni-shad betekent volgens brahmaanse bronnen: ‘het overwinnen van onwetendheid door het onthullen van de geheime spirituele kennis’. Volgens Monier-Williams is de titel afgeleid van de wortel
sad met de voorzetsels upa en ni, en betekent ‘iets mystieks dat schuilt achter of onder de oppervlakte’.
2) Hymne aan Pråña,
Atharva-Veda, 11:4.
Wanneer Sankaråchårya leefde (T. Subba Row):
201: Men kan niet ontkennen dat de meeste oriëntalisten over dit onderwerp geen duidelijke eigen mening hebben. Max Müller schijnt nooit aandacht aan dit onderwerp te hebben geschonken. Monier-Williams neemt eenvoudig het jaartal van Wilson over, en Weber schijnt op dezelfde autoriteit te vertrouwen zonder enige moeite te doen om de zaak zelf nader te onderzoeken. Waarschijnlijk is Wilson de enige oriëntalist die het onderwerp met enige zorg heeft onderzocht, en hij erkent eerlijk dat ‘de periode waarin Sankara heeft geleefd niet precies kan worden vastgesteld’.1
1
Essays and Lectures chiefly on the Religion of the Hindus, deel 1, blz. 200- 201
Vraag 5 (p. 245,246):
Over de mineraalmonade (minerale rijk)
Er zijn zeven natuurrijken. De eerste groep omvat drie graden van elementalen, of krachtcentra in wording – vanaf het eerste stadium van differentiatie van mulaprakriti tot de derde graad ervan – d.w.z. van volkomen onbewustheid tot semi-gewaarwording. De tweede of hogere groep omvat de natuurrijken van plant tot mens. Het mineralenrijk vormt dus het middelste of keerpunt in de graden van de ‘monadische essentie’, als men deze beschouwt als een evoluerende energie. Drie stadia aan de elementalenkant; het mineralenrijk; drie stadia aan de objectieve fysieke kant – dit zijn de zeven schakels van de evolutieketen. Een neerdalen van de geest in de stof, dat overeenkomt met een opgang in de fysieke evolutie; een wederopstijgen uit de diepste diepten van stoffelijkheid (het mineraal) naar haar vroegere toestand, met een daarmee gepaard gaand verdwijnen van concrete organismen – omhoog naar
nirvana, het punt waar gedifferentieerde stof verdwijnt.

Diverse auteurs Een verkenning van de theosofie
Hoofdstuk 13 De eeuwige filosofie (p. 63):
Veel recenter (1945) stelde Aldous Huxley een bloemlezing samen van de religieuze en mystieke overleveringen van de wereld, waarin veel kenmerken worden beschreven die met deze ‘filosofie der filosofieën’ overeenkomen. In zijn voorwoord definieert hij haar als volgt: Philosophia perennis – ... de
metafysica die een goddelijke werkelijkheid erkent die de basis vormt van de wereld van dingen en levens en geesten; de psychologie die in de ziel iets vindt dat lijkt op of zelfs identiek is met de goddelijke werkelijkheid; de ethiek die het uiteindelijke doel van de mens plaatst in de kennis van de immanente en transcendente grond van alle bestaan – deze is eeuwenoud en universeel. Overblijfselen van de eeuwige filosofie kunnen worden gevonden in de traditionele kennis van primitieve volkeren in alle streken van de aarde, en in haar volledig ontwikkelde vormen heeft ze een plaats in elk van de hogere religies. The Perennial Philosophy, blz. vii

James Long boek Mens, vonk der eeuwigheid
Hoofdstuk Het Onze Vader (p. 31):
Vraag — Als we krijgen wat we verdienen en voor onze daden worden beloond of gestraft, wat kunnen we dan nog van het gebed verwachten?
Commentaar — Dit is een belangrijk onderwerp waar heel wat aan vastzit. Maar voor we over het gebed kunnen gaan spreken, is het raadzaam ons bewustzijn te bevrijden van de gedachte aan een antropomorfe persoonlijke God, die in de ruimte troont en die naar eigen goeddunken of overeenkomstig onze wensen over goed en kwaad beschikt. Deze opvatting is volgens mij onjuist; ze ontkent het bestaan van
rechtvaardigheid en ondermijnt het vertrouwen – het vertrouwen in de uiteindelijke harmonie van de universele wet. De praktische betekenis van het gebed, zoals meester Jezus zich dat voorstelde, ligt feitelijk besloten in zijn bede in Gethsemane: ‘Niet mijn wil, maar de uwe geschiede’ – niet mijn persoonlijke wens, maar de wil van het goddelijke. Met andere woorden, laat de wet van de rechtvaardigheid haar tot harmonie en evenwicht leidende functie verrichten, opdat de oorzaken die vroeger in beweging werden gezet in ons leven kunnen uitwerken.
Hoofdstuk Psychische tegenover geestelijke ontwikkeling (p. 111):
Vraag — Bent u van mening dat mensen die hun psychische vermogens proberen te ontwikkelen beslist de verkeerde weg opgaan?
Neem het mediumschap en het vermogen visioenen te hebben, gedachtevormen te zien en de gedachten van anderen te lezen – al deze dingen hebben met de geestelijke natuur niets te maken. Ze vormen eerder een belemmering dan een hulp, omdat ze de neiging hebben de ziel van haar doel weg te lokken. Waarom zeg ik dit, terwijl er tegenwoordig juist zo’n belangstelling bestaat voor deze bovenzintuiglijke krachten? Zoals ik al zei, niet omdat ze niet bestaan; als het alleen maar verdichtsels van de verbeelding waren, zou er weinig gevaar in schuilen. Maar juist doordat ze wel degelijk bestaan, vormen ze een van de grootste beproevingen. U herinnert zich de woorden van meester Jezus: Zoek eerst het
koninkrijk der hemelen en al deze dingen zullen u worden toegeworpen. Dit is wat iedere wereldleraar heeft gezegd: zoek allereerst het pad van geestelijke verlichting, het zonlicht van de godheid in ons, in plaats van het maanlicht van de psychische natuur; dan zal het stralende licht van boven omlaag schijnen door uw hele wezen en de dagelijkse dingen in uw leven belichten. Als dat gebeurt zullen ‘al deze dingen’ ons in hun natuurlijke kringloop worden toegeworpen. Dan, en alleen dan, zullen we erop zijn voorbereid om er verstandig mee om te gaan zonder gevaar voor onszelf en anderen.
Bronvermelding (p. 111):
Vgl. Mattheus 6:33
Hoofdstuk Steenkool of diamant?(p. 158,159):
Als de goddelijke intelligentie inderdaad elk deeltje van de oneindigheid doordringt, dan heeft ieder mens de beschikking over alle kracht en elk scheppend initiatief om met die goddelijke intelligentie en haar constructieve elementen in de natuur te werken. We mogen dan veel steenkool en ruwe olie in onze samenstelling hebben, maar we hebben ook de potentie van een diamant. Daarom spraken de boeddhisten, vooral in Tibet, over de Heer Boeddha als
‘het diamanten hart’, hij van wie het hele wezen door de druk van de eeuwen en de intensiteit van zijn ervaringen was omgezet in de zuiverheid en kracht van de diamant. Door het vuur van de beproeving veranderde de aard van Gautama van heel ondoorzichtig in een die heel doorschijnend was; een even volmaakte weerspiegeling van het licht in hem als van het leed van de mensheid buiten hem. Inderdaad een voorbeeld van mededogen, want hij was wat wilskracht en vastberadenheid betreft hard als diamant, en tegelijk geheel en al oor voor de hartenkreet van de wereld, zodat hij afstand deed van de zegening van de alwetendheid om terug te keren naar de aarde en de hele mensheid te laten delen in de glorie van zijn triomf.

Water stelt dus de dualiteit van zowel de macrokosmos als de microkosmos voor, in samenwerking met de levenschenkende GEEST, en de evolutie van de kleine wereld uit de universele kosmos. In deze betekenis wijst de watervloed op die laatste strijd tussen de botsende elementen, die de eerste grote cyclus van onze planeet afsloot. Geleidelijk gingen deze tijdperken in elkaar over. Er werd orde geschapen uit chaos of wanorde, en de opeenvolgende soorten organismen evolueerden naarmate de fysieke omstandigheden van de natuur op hun verschijning werden voorbereid, want onze huidige mensheid had in die tussenliggende periode op aarde niet kunnen ademen, omdat ze de allegorische rokken van vellen nog niet had.102
In hoofdstuk 4 en 5 van
Genesis vinden we de zogenaamde geslachten van Kaïn en Seth. Laten we ze eens beschouwen in de volgorde waarin ze daar staan. Het boek Das Zeitrechnungssystem der Bibel heb ik van mijn buurman ontvangen. In augustus 2002 heeft hij hulpgoederen naar een dorp in Roemenië gebracht. De dominee in het dorp, Dr. Károly Nagy heeft zijn boek aan mijn buurman gegeven. Károly Nagy (behaalde in 1996, toen 59 jaar zijn Ph.D) gebruikt net als Del Washburn Theomatics The mathematical methodology for the study of the Bible.

W.Q. Judge boek Theosofische inzichten
161: Hoofdstuk De synthese van de occulte wetenschap (p. 168):
Elke
microscopische cel symboliseert daarom de mens en is deze mens in het klein, zoals de mens zelf een heelal in het klein is. Zoals al eerder werd gezegd is de ‘eeuwige pelgrim’ het alter ego in de mens, een monade die zich door de eeuwen heen steeds verder ontwikkelt. Omdat het zijn recht is, en op grond van zijn kwaliteiten, is het ego koning in het rijk van het lichamelijk leven van de mens. In de loop van het kosmische proces daalde het af in de stof tot het het minerale gebied bereikte en reisde daarna opwaarts door de drie natuurrijken tot het het menselijke gebied bereikte.

Raghu Rai An Unframed Portrait (De Boeddhistische blik 14 november 2021 NPO2):
Om zijn manier van werken, observeren te verklaren gebruikt hij (na ca. 43 minuten) het woord
darshan, darsana ‘de alom tegenwoordigheid van God trekt aan je’.

Zorg voor het zelf - Westerse en Oosterse levenslessen
Van oudsher is filosofie als levenskunstin de Oosterse en Westerse wijsbegeerte – verbonden geweest met de woorden: “Zorg voor je zelf!”. Wat verstaan we echter onder ‘het zelf’? In deze cursus bespreekt de filosoof Jan Flameling de antwoorden van de middeleeuws mysticus Meister Eckhart, de Duitse denker Martin Heidegger en de Vietnamese boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh.

Anna Lemkow Het Heelheidprincipe
III HET SPIRITUELE DOMEIN
Hoofdstuk 11 De wereldreligies: Constanten en varianten (p. 234):
Religies geven aan de
uiteindelijke werkelijkheid verschillende namen: God, Allah, Tao, Brahman, Volheid/Leegte , enzovoort. Ze leren dat het hoogste doel voor het individu eruit bestaat één te worden met of op te gaan in het Absolute – het doel dat onder meer bekend staat als verlossing, bevrijding, verlichting, nirvana, moksha. De religies schrijven elk een weg voor, een upaya, om deze werkelijkheid te bereiken, en deze voorschriften – die in feite bedoeld zijn voor zelftransformatie – vertonen treffende overeenkomsten, hoezeer elke religie ook een eigen taal spreekt. 242: Het symbolische karakter van heilige geschriften betekent dat ze niet gewoon letterlijk genomen moeten worden. Het bijbelse verhaal van de Exodus, het verhaal van de reis naar het Beloofde Land, krijgt bijvoorbeeld een veel diepere betekenis en een ruimere toepasbaarheid als het allegorisch gelezen wordt als een reis in bewustzijn, of een evolutionaire reis – van innerlijke gevangenschap naar innerlijke vrijheid. Als zodanig is het inderdaad van toepassing op ieder mens en iedere maatschappij.
Het is door deze diepere lezing van de geschriften dat je je bewust wordt van de universaliteit of de
innerlijke eenheid van de verschillende religies.

Alfred Kubin Die andere Seite
Kubin haut uns in dieser monströsen Parabel Existenzphilosophie, Solipsismustheorien, Erkenntnisfragen und moralische Bärenfallen um die Ohren; selbst als die Menschen sich in reinste Trieb- und Bedürfnisanstalten verwandeln, sämtliche Sitten, Gedanken und Vernunft verfault sind, bleibt eines gewiß: die Leidenschaften des Menschen relativieren Begriffe wie Gut und Böse. Und auch wenn man jeden hermeneutischen Ansatz außer Acht läßt, bleibt eine großartige phantastische Erzählung.

Wole Soyinka Chronicles from the Land of the Happiest People on Earth (Wim Bossema interviewt Wole Soyinka de Volkskrant 13 november 2021 Boeken p. 12-13):
Nigerianen behoren tot de
gelukkigste mensen ter wereld. Tegelijk ziet Wole Soyinka vreselijke dingen gebeuren in zijn vaderland. Deze paradox bracht hem ertoe, voor het eerst in lange tijd, weer een roman te schrijven. Met een dringende oproep aan zijn lezers.
Hoe kwam u op de plot? U noemt zelf in de roman de gebeurtenissen bij het beroemde Okija Shrine, waar in 2004 tientallen lijken werden aangetroffen die grondstoffen leverden voor rituele en obscure ‘medicijnen’.
‘Wat mij verbaasde was dat zoveel mensen zich hadden overgegeven aan het occulte. Van de top tot de onderkant. Ook goed opgeleiden, bleek me uit een onderzoek. Personen van allerlei geloven deden mee aan die cultus. Velen gingen diep mee in het occulte, zelfs gouverneurs. En ze deden bizarre dingen, eedafleggingen op doodskisten. Terwijl er mensenlevens mee gemoeid waren. Het was bijna een epidemie, een besmettelijke ziekte. Ik was weer verbijsterd: Nigerianen zijn gelukkige mensen en
tegelijkertijd gebeurt dit.’

De liberale democratie verdient verdediging (Haro Kraak en Loes Reijmer de Volkskrant 13 november 2021 Zaterdag p. 2-4):
Als onderzoeker van
populistisch radicaal-rechts krijgt Sarah de Lange met agressieve mails en bedreigingen te maken. Volgens de politicoloog staat de liberale democratie onder druk, maar zijn wetenschappers en politici te terughoudend in het verdedigen ervan.
Populisme werd destijds als tijdelijk fenomeen beschouwd.
‘Ja, het idee was: populisme is ideologisch vrij leeg, dus het zal snel zijn aantrekkingskracht verliezen. In de kern gaat het over de
verhouding tussen volk en elite, dus daar kun je geen buitenlands of financieel beleid op baseren, dacht men toen.
U trok de conclusie door: bij PVV’ers en FvD’ers zou ontmenselijking en het risico op geweld ontstaan. Geldt dit dan ook aan de andere kant?
‘Ja. Affectieve polarisatie kan risicovol zijn, omdat je de ander niet ziet als een gewone politieke tegenstander, maar als vijand.
Dat is er van twee kanten. Wat natuurlijk wel meespeelt, is dat die populistisch radicaal-rechtse partijen die tegenstelling ook nog eens verder aanzetten met hun boodschap waarmee ze groepen tegen elkaar opzetten, zoals de elite tegen het volk en autochtonen tegen allochtonen.’

We zullen met de maatschappelijke tweedeling moeten leren leven (Doortje en Theo Pols de Volkskrant 13 november 2021 Opinie):
Het gaat dus helemaal niet in de eerste plaats om de vraag of
vaccinatiedrang en -dwang wel of niet mag, of het klimaat nu wel of niet gered moet worden, hoe we met vluchtelingen moeten omgaan. Wat op het spel staat is dat je als aanhanger van een der kampen echt iemand bent met een mening, een identiteit, dat je niet onbetekenend aan de zijlijn staat maar ertoe doet. We moeten dit mensbeeld onder ogen durven zien. En durven leven met een volkomen natuurlijke tweedeling die zich steeds weer in een andere gedaante zal manifesteren.

Depla krijgt steun van Bruls na horecaprotest Breda, advocaat doet juist aangifte (Jesse van Beljouw AD 14 november 2021):
Michel van Stratum van Advocatenbureau Van Stratum uit Nootdorp doet aangifte tegen burgemeester Paul Depla van Breda. De burgemeester zei zaterdagavond
begrip te hebben voor de actie van de horeca in Breda die besloot om, in weerwil van de coronaregels, na 20.00 uur open te blijven. De advocaat doet aangifte van opruiing en het negeren van de coronamaatregelen.

Als rechter breng je je eigen persoonlijkheid, of je nu man bent of vrouw (Karolien Knols interviewt Ashley Terlouw de Volkskrant 13 november 2021 Opinie p. 24-27):
De rechterlijke macht is de eerste voorheen door mannen gedomineerde sector waar nu meer vrouwen dan mannen werken. Hoogleraar rechtssociologie Ashley Terlouw ziet een bredere trend: ‘
De hele maatschappij is veranderd doordat vrouwen meer zijn gaan meedoen. Dus mannen óók.
Is het niet wonderlijk dat er nog steeds wordt gepraat over het verschil tussen mannen en vrouwen in de rechtspraak, terwijl uit onderzoek blijkt dat geslacht er, voor de vonnissen althans, niet toe doet?
‘Dat is een terechte vraag. Misschien moeten we er ook maar eens over ophouden en moeten we gewoon vaststellen dat
individuen verschillend oordelen. Dat je je eigen persoonlijkheid meebrengt als rechter, of je nu een man bent of een vrouw. Dat je die individuele verschillen niet kunt wegnemen, misschien ook niet wílt wegnemen, omdat we geen robotrechters willen.’

Klimaatdenkers Roman Krznaric
De tirannie van het
nu (Jaap Tielbeke De Groene Amsterdammer 11 november 2021 p. 16-19):
Om de planeet leefbaar te houden voor
toekomstige generaties, zullen we moeten leren goede voorouders te worden, aldus filosoof Roman Krznaric. Dat vergt een besef van diepe tijd. ‘Het idee van lineaire vooruitgang moeten we achterlaten op de schroothoop van de geschiedenis.’
Hoe kunnen we
toekomstige generaties daadwerkelijk politieke macht geven? Vaak blijft het bij tandeloze experimenten.
‘Dat klopt, maar ik vind het hoopgevend om te zien hoezeer de discussies over
intergenerationele rechtvaardigheid zijn doorgedrongen tot de politiek. Dat had ik tot voor kort niet voor mogelijk gehouden. In Wales is er bijvoorbeeld een commissaris voor toekomstige generaties aangesteld, al vindt zij ook dat ze meer inspraak zou moeten krijgen.

De goede voorouder Lange termijn denken voor een korte termijn wereld (Roman Krznaric De Groene Amsterdammer 7 januari 2021 p. 48-51):
Het kortetermijndenken voert de mensheid naar de afgrond en de generaties na ons zijn de dupe van onze kortzichtigheid. We moeten leren goede voorouders te zijn.
Onze cultuur van onmiddellijke bevrediging maakt dat we ons te buiten gaan aan fastfood, snelvuurberichten en de
‘Nu kopen’-knop. ‘De grote ironie van onze tijd’, schrijft antropologe Mary Catherine Bateson, ‘is dat we langer leven maar korter denken.’ Dit is het tijdperk van de tirannie van het nu.
Een nieuw fenomeen kunnen we het kortetermijndenken niet echt noemen. De geschiedenis biedt voorbeelden te over, van de roekeloze verwoesting van hun oerbossen door de Japanners in de zeventiende eeuw tot de op hol geslagen speculatie die resulteerde in de beurskrach van 1929.
Meer dan tien jaar lang zijn mijn eigen onderzoek en publicaties over
empathie gericht geweest op de vraag hoe wij ons kunnen verplaatsen in mensen met verschillende sociale achtergronden en begrip kunnen opbrengen voor hun gevoelens en standpunten (wat met een technische term ‘cognitieve empathie’ of ‘perspectiefovername’ wordt genoemd). Maar ik worstel al heel lang met een nóg grotere uitdaging: hoe kunnen wij een persoonlijke, empathische verbinding maken met toekomstige generaties, met mensen dus die we nooit zullen ontmoeten en van wier leven we ons nauwelijks een voorstelling kunnen maken? Anders gezegd: hoe kunnen we ons niet alleen door de ruimte heen maar ook door de tijd heen in de gevoelens en standpunten van anderen inleven?
Dat er een einde kwam aan het kolonialisme en de slavernij zou ons hoopvol moeten stemmen. Het transformatieve potentieel van langetermijndenken en het feit dat tijdrebellen nu de strijd aanbinden met het kortetermijndenken zouden ons hoopvol moeten stemmen. We moeten ons daarbij ook realiseren dat toekomstige generaties het ons nooit zouden vergeven als we de strijd hadden opgegeven terwijl we nog iets hadden kunnen doen, hoe groot of klein de kans van slagen ook was geweest. We moeten hun stemmen horen in onze dromen en laten meewegen bij onze beslissingen.
Het pad van de goede voorouder ligt voor ons. Het is aan ons het al dan niet op te gaan.

In Den Haag
Gewone en ongewone burgers? (Tamar de Waal De groene Amsterdammer 11 november 2021 p. 11):
Het plan van staatssecretaris Broekers-Knol (VVD) over het
intrekken van het Nederlanderschap onderstreept dat in ons land steeds meer sprake is van twee typen burgerschap.
Aan de ene kant zijn er de onvoorwaardelijke burgers, zonder migratieachtergrond – politici verwijzen vaak naar hen als ‘de gewone Nederlanders’. Aan de andere kant zijn er burgers met een migratieachtergrond – blijkbaar de
‘ongewone Nederlanders’ – over wie regelmatig wordt gesproken alsof zij voorwaardelijke burgers zijn. Als puntje bij paaltje komt, zien de ‘gewone Nederlanders’ hen niet als échte democratische mede-eigenaren van Nederland. Magendane, die een Congolese achtergrond heeft, schrijft dat hij, hoewel bezitter van een Nederlands paspoort, zich door deze tendens toch geregeld ‘een gast’ voelt in Nederland.
Deze tweedeling is uiteraard vooral symbolisch van aard: formeel bestaan er geen
twee typen Nederlanderschap.
Ik zie de tweedeling die Magendane beschrijft ook terug in het voorstel van Broekers-Knol, hoewel zij veel verder gaat dan het benadrukken van een
symbolische hiërarchie.

H.P. Blavatsky De stem van de stilte*
*) Bij elk vers in
De Stem van de Stilte wordt ook naar het betreffende vers in Drie Wegen, Eén Pad verwezen (eerst de pagina/betreffende versnr.).
Fragment I
De Stem van de stilte
3 (36,37 14.): Als uw ziel glimlacht, terwijl ze zich baadt in het zonlicht van uw leven; als uw ziel zingt binnen haar cocon van vlees en stof; als uw ziel tranen stort binnen haar burcht van illusie; als uw ziel worstelt om de zilveren draad te verbreken die haar aan de MEESTER4 bindt; weet dan, discipel, dat uw ziel van de aarde is.
72: (4) De ‘
grote meester’ is een uitdrukking die door lanoes of chela’s wordt gebruikt om het ‘hoger zelf’ aan te duiden. Ze betekent hetzelfde als Avalokiteßvara en ook als Ådi-Boeddha bij de boeddhistische occultisten, als ÅTMAN of het ‘zelf’ (het hoger zelf) bij de brahmanen, en CHRISTOS bij de oude gnostici.
4,5: (38 19.) De Grote Wet zegt: ‘Om de KENNER van het ALZELF9 te worden, moet u eerst de kenner van het ZELF zijn’. Om kennis van dat ZELF te bereiken, moet u het zelf aan het niet-zelf opofferen, het zijn aan het niet-zijn, en dan kunt u tussen de vleugels van de GROTE VOGEL rusten. Ja, zoet is de rust tussen de vleugels van dat wat niet geboren is, noch sterft, maar het AUM is in alle eeuwigheid11.
(9) Een
tattvajnånî is iemand die de beginselen in de natuur en in de mens ‘kent’ of kan onderscheiden. Een åtmajnånî is iemand die ÅTMAN of het universele ENE ZELF kent.
(10)
Kalahansa, de ‘vogel’ of zwaan (zie noot 12). De Nådabindu Upanishad (Rig-Veda) door de Theosophical Society van Kumbakonam [in het Engels] vertaald, zegt: ‘De lettergreep A wordt als zijn rechtervleugel (van de vogel, hansa), de U als zijn linker, de M als zijn staart, en de ardhamåtrå (de helft van een korte lettergreep) als zijn hoofd beschouwd.’
(11) Het woord
eeuwigheid heeft in het Oosten een heel andere betekenis dan bij ons. Het slaat gewoonlijk op de 100 jaren of ‘eeuw’ van Brahmå, de duur van een mahåkalpa, of een tijdperk van 311.040.000.000.000 jaar.
5: (p. 38 22.) Drie hallen, vermoeide
pelgrim, voeren naar het einde van uw zwoegen. Drie hallen, overwinnaar van Måra, zullen u door drie toestanden14 brengen naar de vierde15 en van daaruit naar de zeven werelden16, de werelden van eeuwige rust.’
14) De drie bewustzijnstoestanden, namelijk
jågrat, de waaktoestand; svapna, de droomtoestand; en sushupti, die van de diepe slaap. Deze drie yogî-toestanden leiden tot de vierde, of
15) De
turîya, die boven de droomloze toestand staat en alle andere overtreft; een staat van hoog spiritueel bewustzijn.
16) Sommige
oosterse mystici stellen zich zeven gebieden van zijn voor, de zeven spirituele loka’s of werelden binnen het lichaam van Kalahansa, de zwaan buiten tijd en ruimte, die kan veranderen in de zwaan binnen de tijd, wanneer hij Brahmå in plaats van brahman (onzijdig) wordt.
8 (p. 41 38.): Duld niet dat uw ‘hemeltelg’, gedompeld in de zee van måyå, zich losmaakt van de Universele Ouder (ZIEL), maar laat de vurige kracht zich in de binnenkamer terugtrekken, in de kamer van het hart23 en het verblijf van de
wereldmoeder24.
24) De ‘kracht’ en de ‘
wereldmoeder’ zijn namen voor kuñ∂alinî, een van de mystieke ‘yogî-krachten’. Ze is buddhi opgevat als een actief in plaats van een passief beginsel (wat ze gewoonlijk is wanneer ze alleen als voertuig of omhulsel van de hoogste geest, ÅTMA, wordt beschouwd). Ze is een elektrospirituele kracht, een scheppend vermogen dat, wanneer ze eenmaal tot werkzaamheid is gebracht, even gemakkelijk kan doden als scheppen.
12 (44 62.):Deze tranen, u met een groot meedogend hart, zijn de stromen die de velden van onsterfelijke barmhartigheid bevloeien. Op die grond ontluikt de middernachtelijke bloem van
Boeddha33, die moeilijker is te vinden en minder vaak voorkomt dan de bloem van de vogayboom. Zij [barmhartigheid] is de kiem van vrijheid van wedergeboorte. Ze houdt de arhat af van strijd en begeerte, ze leidt hem door de velden van Zijn naar een vrede en gelukzaligheid die alleen in het land van Stilte en Niet-Zijn te vinden zijn.
33)
Adeptschap: de ‘bloem van een bodhisattva’.
Fragment II
De Twee Paden
33: (p. 63 152.) Gedoemd te sterven is hij die uit vrees voor Måra nalaat zijn medemens te helpen, bang dat hij dan voor het zelf zou handelen. De pelgrim die zijn vermoeide ledematen in stromend water zou willen opfrissen, maar uit angst voor de stroming zich daarin niet durft te begeven, loopt gevaar aan de hitte te bezwijken. Niet-handelen gebaseerd op zelfzuchtige angst kan alleen kwade vruchten dragen.
33: (p. 63 154.) Volg het levenswiel; volg het wiel van plicht tegenover volk en familie, tegenover vriend en vijand, en denk niet langer aan genot of pijn. Put de
wet van karmische vergelding uit. Verwerf siddhi’s voor uw volgende geboorte.
35: (p. 64 158.) Wees zoals zij,
lanoe. Geef licht en bemoediging aan de zwoegende pelgrim, en probeer hem te vinden die nog minder weet dan u; die in zijn ellendige eenzaamheid neerzit, hunkerend naar het brood van wijsheid en het brood dat zijn schaduw voedt; die zonder leraar, hoop of troost is, en – vertel hem over de wet.
Fragment III
De Zeven Poorten
43: (p. 71 197.) Het is goed, ßråvaka3. Bereid u voor, want u zult alleen verder moeten gaan. De leraar kan slechts de weg wijzen. Het pad is één voor allen, de middelen om het doel te bereiken moeten per pelgrim verschillen.
50: (p. 76,77 231.) Zie,
gelukkige pelgrim! De poort waar u vóór staat is hoog en breed; en lijkt gemakkelijk te passeren. De weg die erdoorheen leidt is recht, effen en groen. Hij lijkt op een zonnige, open plek in de donkere diepten van het bos, een afspiegeling op aarde van het paradijs van Amitåbha paradijs. Daar zingen hoog in het lover nachtegalen van hoop en schitterend gevederde vogels, en wensen de onbevreesde pelgrims succes. Ze bezingen de vijf deugden van de bodhisattva’s, de vijfvoudige bron van de kracht van bodhi, en de zeven stadia van kennis.
50: (p. 77 233.) En de weg naar de tweede poort is eveneens groen. Maar hij is steil en gaat kronkelend omhoog, ja tot aan de rotsachtige top. Er zullen grauwe nevels hangen over de ruwe, stenige hoogte, en alles daarachter zal duister zijn. Naarmate de
pelgrim verdergaat klinkt het lied van hoop zwakker in zijn hart. Er komt dan een golf van twijfel over hem; zijn tred wordt minder vast.
51: (p. 77 235.)
Angst, discipel, doodt de wil en verlamt elke handeling. Als de pelgrim tekortschiet in de deugd Shîla, struikelt hij, en verwonden karmische kiezelstenen zijn voeten op het rotspad.
52: (p. 78,79 240.) Hoed u, discipel, voor die dodelijke schaduw. Geen
licht dat van de geest uitstraalt kan de duisternis van de lagere ziel verdrijven, tenzij elke zelfzuchtige gedachte daaruit is geweken, en de pelgrim zegt: ‘Ik heb afstand gedaan van dit tijdelijke omhulsel; ik heb de oorzaak vernietigd: de geworpen schaduwen kunnen als gevolgen niet langer bestaan.’ Want nu heeft de laatste grote strijd, de beslissende oorlog tussen het hoger en het lager zelf, plaatsgehad. Zie, het slagveld zelf wordt nu verzwolgen in de grote oorlog, en is niet meer.
57,58: (p. 83 261.) Voordat u vaste voet kunt zetten op
dhyanamarga18 en dit pad het uwe kunt noemen, moet uw ziel worden als de rijpe mangovrucht: zo zacht en zoet als zijn goudglanzende vruchtvlees voor het leed van anderen en zo hard als de pit van die vrucht voor uw eigen pijn en verdriet, overwinnaar van wel en wee.
(18)
Dhyanamarga is letterlijk het ‘pad van dhyana’; of het pad van zuivere kennis, van paramartha of (Sanskriet) svasamvedanade beschouwing waarin men zich van zichzelf bewust wordt of zichzelf analyseert’.
58: (p. 83 262.) Staal uw ziel tegen de verlokkingen van het
zelf; verdien er de naam ‘diamanten ziel’19 voor.
(19) Zie noot 4, ‘
diamanten ziel’ of Vajradhara staat aan het hoofd van de dhyani-boeddha’s.
58 (83 263.): Want zoals de diamant die diep in het kloppende hart van de aarde ligt begraven, de aardse lichten nooit kan
weerkaatsen, zo is het ook voor uw denken en uw ziel; wanneer ze dhyanamarga volgen moeten ze niets weerspiegelen van maya’s rijk van illusie.
Wanneer u dat stadium heeft bereikt, werpen de poorten die u op het pad moet veroveren hun deuren wijd open om u door te laten en de sterkste krachten van de natuur bezitten niet het vermogen om u tegen te houden. U zult meester zijn van het zevenvoudige pad: maar niet vóór die tijd, kandidaat voor beproevingen die iedere beschrijving te boven gaan.
Ect.

De bedevaart, onze pelgrimstocht op aarde, de mysterieweg in de school van Pythagoras, het thema verlossing, loutering, hangt met de evolutionaire psychologie samen. De esoterie (Filognosie) benadert de transformatie van het kwaad echter vanuit het bredere perspectief van karma, zaaien en oogsten. Hoofdoorzaak van het onbehagen in de maatschappij is dat een meerderheid van de politici in Nederland religie buiten hun referentiekader (5Ddenkraam) heeft geplaatst.

C.G. Jung boek Psychologie und Alchemie
Mercurius bezit een dubbele natuur en is hermafrodiet. Als kwik staat hij dicht bij de zon, maar ook is hij het goud. In kwik echter lost goud op (amalgaamvorming) waardoor de glans van het goud verloren gaat.
Mercurius was een dienstbare, behulpzame geest, soms een dienstknecht of slaaf, maar betoverende geest en plaaggeest, die op de
duivel leek.
Mercurius is als 'prima materia' het laagste en als 'lapis philosophorum' het hoogste (hij stelt dus in feite een ontwikkeling voor).
De moderne mens wordt door het verstand bezeten (eenzijdigheid).
Mephistofeles is het diabolische aspect van iedere psychische functie die uit de natuurlijke volgorde zich losmaakt en onafhankelijk (eenzijdig) wordt.
De moeder is de eerste draagster van de Anima, daarna de zuster, nicht enz. tot uiteindelijk de vrouw.
Wordt de zelfverwerkelijking onmogelijk gemaakt, dan betekent dat de geestelijke dood.
Als tegenspeler van de godszoon verschijnt Antimimos, de naäper, het boze principe. Hij houdt zich ook voor een godszoon. De in de godheid aanwezige tegendelen (enantiodromie) treden hierdoor duidelijk naar voren. Als een geest van de duisternis bevindt hij zich in het lichaam van de mens en dwingt de ziel alle zondige neigingen te volgen. In overeenstemming met deze tegenstelling is de dubbelnatuur van Mercurius, uitgebeeld in de Ouroboros, de draak die zichzelf opeet, zichzelf paart, zichzelf zwanger maakt, zichzelf doodt en zichzelf weer laat opstaan. Mercurius is zowel de opvoeder als datgene, wat moet worden opgevoed, zowel vader als zoon.
"Zo vaak moet de Hemel op de Aarde herhaald worden tot de aarde hemels en de hemel aards en met de aarde verbonden wordt, dan is het Werk volbracht." (Philosofia chemica) (Het gaat om de éénheid van hemel en aarde, van het mannelijke en vrouwelijke)

«Jezus is net Socrates» (Jan Kooistra interviewt Henk Woldring De Groene Amsterdammer 6 december 2003):
Het gaat in de politiek weer om normen en waarden. Volgende week presenteert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid een heus rapport. Binnen het CDA gaan zelfs stemmen op om de partij openlijk sociaal-conservatief te noemen. Volgens
Henk Woldring, politiek filosoof en ideoloog van de christen-democratie, is dat nergens voor nodig. «Het CDA is progressief.»
Binnen het CDA woedt zelfs een discussie of de partij het woord «conservatief» in zijn naam moet opnemen. Conservatieven en gereformeerden hebben wat levensvisie betreft in elk geval één ding gemeen: de mens is niet van nature goed. In de Heidelbergse catechismus — voor gereformeerden een belangrijk geloofsdocument — staat dat de mens «onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad» is, tenzij «wij door de
geest van God worden wedergeboren».
'''Het CDA strijdt tegen vervlakking van
. Waarom? De mens is toch van nature zondig?
Henk Woldring
: «Dat zinnetje in de Heidelbergse catechismus is te relativeren. Bovendien staat er: ‹Tenzij wij door de geest van God worden wedergeboren»;. Dat betekent dat het kwaad niet het laatste woord heeft, want er is een macht van liefde en solidariteit. Maar je moet wel vreselijk naïef zijn wil je van de volmaaktheid van de mens uitgaan. Het is een empirisch gegeven dat de mens verre van volmaakt is. Hij heeft de neiging tot het kwade maar heeft ook het vermogen in zich het goede te doen, dankzij het evangelie. Dus de mens is niet zo slecht dat we bij de pakken moeten gaan neerzitten, al is de mens onvolmaakt. In de Heidelbergse catechismus staat het een beetje ingewikkeld en in zwaar Nederlands, maar ik vertaal het vrij down to earth.» U keert het gewoon om. De mens is goed mits hij van het foute pad blijft.
«Ja. Theologisch gezien zit het misschien wat ingewikkeld in elkaar, maar mijn instelling is dat we het goede doen en worden geconfronteerd met het kwade. Maar daar gaan we niet bij stilzitten. Ik ben een heel opgewekt mens.»
Maar wat is dan het goede, of het goede doen?
«Het goede is een idee, dus je kunt erover praten om te laten zien wat je ermee bedoelt. Als ik het heb over ‹tenzij wij door de geest van God worden wedergeboren]]»;, dan bedoel ik de geest van het goede. De geest die mensen openstelt voor vragen van recht, waarheid en liefde. De geest van God is de geest van liefde en solidariteit. Het goede doen is dus kritische vragen stellen. De Farizeeën in het Nieuwe Testament gaan uit van hun zekerheden. Zij sluiten zich op in het bastion van hun gelijk en veroordelen anderen. Wat ze in die stad (Jeruzalem — jk) trouwens nog steeds doen.
Wat Jezus doet is net als Socrates: mensen kritische vragen stellen. Daarmee joeg hij ze soms de boom in. In de gelijkenissen zet hij mensen aan het denken en brengt hij ze met elkaar in discussie om vermeende zeker heden op hun waarheid te toetsen.

H.P. Blavatsky De Sleutel tot de Theosofie
HOOFDSTUK I
De betekenis van de naam (p. 3,4):
B: Hoe kunt u aantonen dat dit niet een
onmogelijke droom is; en dat alle wereldgodsdiensten inderdaad op één en dezelfde waarheid zijn gebaseerd? Th: Door een vergelijkende studie en analyse. De ”wijsheidsreligie” was in de oudheid één; en de gelijkheid van de oorspronkelijke religieuze filosofie wordt ons bewezen door de identieke leringen die aan de ingewijden werden gegeven tijdens de MYSTERIËN, een instelling die eens algemeen verspreid was. ”Alle oude erediensten wijzen op het bestaan van één theosofie die eraan voorafging. De sleutel waarmee er één geopend kan worden, moet ze alle ontsluiten; anders kan het niet de juiste sleutel zijn.” (Eclect. Philo.)
HOOFDSTUK V
73: B: Wilt u zeggen dat de
leringen van Boeddha en die van Christus tot dusver geen van beide juist zijn begrepen?
Beide hervormers waren vurige filantropen en daadwerkelijke altruïsten - predikten zeer onmiskenbaar een socialisme van de edelste en hoogste soort, zelfopoffering tot het bittere einde. ”Laat de zonden van de hele wereld op mij vallen, opdat ik de ellende en het lijden van de mens kan verlichten!” roept Boeddha uit; ...
Hoofdstuk VI
De Griekse leringen (p. 90,91):
Hier hebt u onze leer, die de mens tijdens zijn leven als een
zevental toont; een vijftal vlak na de dood, in kamaloka; en een drievoudige ego, geest-ziel en bewustzijn in devachan. Deze scheiding, eerst in ”de velden van Hades”, zoals Plutarchus het kama-loka noemt, dan in devachan, vormde een integrerend deel van de voorstellingen tijdens de heilige mysteriën, wanneer de kandidaten voor inwijding het gehele drama opvoerden van de dood en de wederopstanding als een verheerlijkte geest, waarmee wij bewustzijn bedoelen.
HOOFDSTUK VII
De Griekse leringen (p. 90,91):
Hier hebt u onze leer, die de mens tijdens zijn leven als een
zevental toont; een vijftal vlak na de dood, in kamaloka; en een drievoudige ego, geest-ziel en bewustzijn in devachan. Deze scheiding, eerst in ”de velden van Hades”, zoals Plutarchus het kama-loka noemt, dan in devachan, vormde een integrerend deel van de voorstellingen tijdens de heilige mysteriën, wanneer de kandidaten voor inwijding het gehele drama opvoerden van de dood en de wederopstanding als een verheerlijkte geest, waarmee wij bewustzijn bedoelen.
99: B: Zou u van de
ziel, d.w.z. de menselijke denkende ziel, of wat u de ego noemt — willen zeggen dat ze materie is?
Th: Niet materie, maar zeker wel
substantie; het woord ”materie”, mits voorafgegaan door het adjectief oorspronkelijke, behoeft echter niet te worden vermeden. Die materie bestaat eeuwig te zamen met geest, zeggen wij, en is niet onze zichtbare, tastbare, deelbare materie, maar haar meest verfijnde vorm. Zuivere geest is slechts één stap verwijderd van niet-geest of het volstrekte al. Als u niet aanneemt dat de mens uit deze oorspronkelijke geest-materie werd ontwikkeld en een regelmatig opklimmende reeks ”beginselen” vertegenwoordigt, van meta-geest tot de grofste stof, hoe kunnen wij er dan ooit toe komen de innerlijke mens als onsterfelijk te beschouwen, en tegelijkertijd als een geestelijk wezen en een sterfelijk mens?
Waarom herinneren wij ons onze vorige levens niet? (p. 123):
In devachan is de
ego slechts potentieel alwetend, de facto uitsluitend in nirvana, wanneer hij is opgegaan in de universele geest-ziel. Toch wordt hij weer nagenoeg alwetend in die uren op aarde, wanneer bepaalde abnormale toestanden en fysiologische veranderingen in het lichaam de ego vrijmaken van de kluisters van de stof.
HOOFDSTUK VIII
B: Hoe en waar werkt die dan? (p. 130):
Nadat de ziel, bevrijd uit de pijnlijke omstandigheden van het persoonlijke leven, voldoende, ja een honderdvoudige compensatie heeft gekregen, wacht
karma met zijn leger skandha’s op de drempel van devachan, waaruit de ego weer te voorschijn treedt om een nieuwe incarnatie te beginnen.
HOOFDSTUK XI
Wat is karma? (p. 193):
Dat is het beginsel van de
wet van karma die de theosofie leert. Sinnett heeft in zijn ‘Esoteric Buddhism’ karma weergegeven als ”de wet van de ethische causaliteit”. ”De wet van vergelding”, zoals mevrouw Blavatsky de betekenis ervan vertolkt, is beter. Het is de kracht die
hoe mysterieus ook, ons rechtvaardig
langs ongemarkeerde paden, onfeilbaar verder leidt
van schuld naar straf
.
Maar er is meer. Ze beloont verdienste even feilloos en overvloedig als ze fouten straft. Het is het resultaat van iedere handeling, gedachte, woord en daad, en de mensen vormen er zichzelf, hun leven en gebeurtenissen door. De oosterse filosofie verwerpt het idee van een nieuw geschapen ziel voor iedere baby die wordt geboren. Zij gelooft in een beperkt aantal monaden, die zich ontwikkelen en steeds volmaakter worden door het in zich opnemen van vele opeenvolgende persoonlijkheden. Die persoonlijkheden zijn het produkt van karma, en door karma en reïncarnatie keert de menselijke monade te zijner tijd naar haar bron terug — het absoluut goddelijke.
Wie zijn zij die weten? (p. 201):
B: Is het voortbrengen van
adepten het doel van de theosofie?
Th: De theosofie beschouwt de mensheid als een emanatie uit het goddelijke, op haar terugweg daarheen. Op een vergevorderd punt van het
pad ('Hoofdroute'|) wordt het adeptschap bereikt door hen die daaraan verscheidene incarnaties hebben gewijd. Vergeet niet dat niemand ooit in één leven het adeptschap in de geheime wetenschappen heeft bereikt; vele incarnaties zijn ervoor nodig na het nemen van een bewust besluit en het begin van de vereiste training.
Heeft GOD het recht te
VERGEVEN? (p. 206):
Th: Op de
leer der verzoening; ik doel op dat gevaarlijke dogma waarin u gelooft, en dat ons leert dat, hoe zwaar onze misdaden tegen de wetten van God en de mens ook zijn, wij maar behoeven te geloven in de zelfopoffering van Jezus tot redding van de mensheid, en zijn bloed zal ons van alle smetten zuiveren. Al twintig jaar ga ik daartegen in, en misschien mag ik uw aandacht vestigen op een paragraaf uit Isis Ontsluierd, dat in 1875 werd geschreven. Ziehier wat het christendom leert en door ons wordt bestreden: ”Gods barmhartigheid is grenzeloos en ondoorgrondelijk.
Over
zelfopoffering (p. 221):
Th: Aan anderen meer geven dan aan zichzelf -
zelfopoffering. Dat was de stelregel of algemeen heersende norm die zo bij uitstek het kenmerk was van de grootste Leraren en Meesters van de mensheid - bijvoorbeeld Gautama Boeddha in de geschiedenis, en Jezus van Nazareth in de evangeliën. Deze eigenschap alleen al was voldoende om hen de blijvende eerbied en dankbaarheid te bezorgen van na hen komende generaties. We zeggen echter wel dat zelfopoffering gepaard moet gaan met onderscheidingsvermogen en dat, als een dergelijke zelfverzaking onterecht of blindelings plaatsvindt, zonder te letten op de daaruit voortvloeiende gevolgen, ze vaak niet alleen vergeefs, maar ook schadelijk kan blijken te zijn. Een van de grondregels van de theosofie is rechtvaardigheid jegens zichzelf — gezien als een deel van de collectieve mensheid, geen persoonlijke rechtvaardigheid — die niet groter, maar ook niet kleiner is dan die jegens anderen; tenzij wij door het ene zelf te offeren de velen kunnen dienen.
Over
naastenliefde (p. 225):
B: Hoe denken de theosofen over de christelijke plicht van
naastenliefde?
Th: Wat voor naastenliefde bedoelt u?
Geestelijke naastenliefde, of praktische naastenliefde op het stoffelijk gebied?
B: Ik bedoel
praktische naastenliefde, want uw idee van universele broederschap omvat natuurlijk geestelijke naastenliefde.
Th: Denkt u dan aan de praktische uitvoering van de geboden die
Jezus in de Bergrede heeft gegeven?
227: Th: De theosofische opvattingen van
naastenliefde betekenen persoonlijke inspanning voor anderen; persoonlijke barmhartigheid en vriendelijkheid; persoonlijke belangstelling voor het welzijn van hen die lijden; persoonlijke sympathie, voorzorg en hulp bij hun moeilijkheden of noden. Wij theosofen geloven niet in het geven van geld (n.b. als wij dat hadden) door tussenkomst van andere mensen of organisaties. Wij geloven dat geld duizendmaal meer kracht en effect heeft door ons persoonlijk contact en meeleven met hen die het nodig hebben. Wij geloven evenzeer, zo niet meer, in het helpen van de hongerende ziel als in het vullen van de lege maag; want dankbaarheid doet meer goed aan de mens die ze voelt dan aan hem jegens wie ze wordt gekoesterd. HOOFDSTUK VII
OVER DE VERSCHILLENDE TOESTANDEN NA DE
DOOD
Over eeuwige beloning en straf; en over Nirvana (p. 105):
Doordat de vertalers van het Nieuwe Testament en van oude wijsgerige verhandelingen
ziel met geest hebben verward, zijn er veel misvattingen ontstaan. Dit is ook een van de vele redenen dat Boeddha, Plotinus en zoveel andere ingewijden er nu van worden beschuldigd te hebben verlangd naar de algehele uitblussing van hun ziel — omdat ”opgaan in de godheid” of ”hereniging met de universele ziel” volgens de moderne denkbeelden vernietiging betekent. Natuurlijk moet de persoonlijke ziel in haar bestanddelen uiteenvallen vóór ze in staat is haar reinere essentie voor altijd met de onsterfelijke geest te verbinden.
Aan de andere kant zijn de vertolkers van Boeddha er niet in geslaagd de betekenis en het doel van de
vier graden van Dhyana in het boeddhisme te begrijpen. Vraag de pythagoreeërs: ”Kan de geest die leven en beweging schenkt en deel heeft aan de aard van het licht tot niet-zijn worden teruggebracht?” ”Kan zelfs de sensitieve geest in dieren die tot herinneren in staat is, een van de verstandelijke vermogens, sterven en tot niets worden?” merken de occultisten op. In de boeddhistische filosofie betekent vernietiging niets meer dan een verstrooiing van de materie, in welke vorm of schijnbare vorm die ook moge zijn, want alles wat vorm heeft is tijdelijk en daarom in feite een illusie. HOOFDSTUK VIII
Over
beloning en straf van de ego (p. 128,129):
Het leven is, zoals Shakespeare het beschrijft:
. . . slechts een schim die rondwaart — een armzalig speler,
Die pronkt en tiert zijn uur op het toneel,
Daarna niet wordt gehoord: het is een
sprookje
Door een dwaas verteld met veel geschal en razernij,
Dat niets betekent ....
HOOFDSTUK IX
Wat wordt er precies onder vernietiging verstaan? (p. 156):
B: Het lijkt er dus op dat voor de aardse persoonlijkheid onsterfelijkheid toch nog voorwaardelijk is. Is
onsterfelijkheid zelf niet onvoorwaardelijk?
Th: Volstrekt niet. Maar onsterfelijkheid kan niet slaan op het niet-zijnde: want voor alles wat als SAT bestaat, of uit SAT voortkomt, zijn onsterfelijkheid en eeuwigheid absoluut. Stof is de tegenpool van geest en toch zijn die twee één (twee in één). De essentie van dit alles, d.w.z. geest, kracht en materie, of de drie in één, is evenzeer zonder einde als zonder begin; maar de vorm die deze drievoudige eenheid aanneemt tijdens haar incarnaties, de buitenkant ervan, is stellig slechts een illusie van onze persoonlijke opvattingen. Daarom noemen wij alleen nirvana en het universele leven een werkelijkheid en verwijzen het aardse leven, de aardse persoonlijkheid inbegrepen en zelfs haar devachanische bestaan, naar het schimmenrijk van de illusie.
158: Wat wordt er precies onder
vernietiging verstaan?
De gemiddelde opvattingen van de onontwikkelde christenen zijn ook al niet beter, daar ze zo mogelijk nog materialistischer zijn. Met zijn engelenkopjes, koperen trompetten, gouden harpen enerzijds en stoffelijke hellevuren anderzijds lijkt de christelijke hemel wel een sprookjesachtig tafereel uit een Kerstpantomime. Door deze bekrompen ideeën is het voor u zo moeilijk te begrijpen. Juist omdat aan het bestaan van de ontlichaamde ziel iedere grove objectieve vorm van aards leven ontbreekt, terwijl het toch het levendige karakter van de werkelijkheid bezit, zoals in zekere dromen, hebben oosterse filosofen het met de visioenen tijdens de slaap vergeleken.
Hoofdstuk X Over de aard van ons DENKEND BEGINSEL:
De leer wordt in het evangelie van Johannes onderwezen (p. 172,173):
Denk eens aan verzen l en 2 van hoofdstuk 15 van Johannes. Waar spreekt de gelijkenis anders over dan over de
bovenste triade in de mens? Atma is de landman — de geestelijke ego of buddhi (Christos) de wijnstok, terwijl de dierlijke en vitale ziel, de persoonlijkheid, de ”rank” is. ”Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Elke rank aan mij die geen vrucht draagt, neemt hij weg .. . Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in mij niet blijft. Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. . . . Wie in mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord, en men . . . werpt ze in het vuur en zij worden verbrand.” Wij verklaren dit op deze manier.
174: Ook Noach plant een wijngaard — de symbolische kweekplaats van de toekomstige mensheid. Doordat dezelfde
allegorie werd overgenomen, vinden wij haar ook terug in de Nazareense Codex. Er worden zeven wijnstokken voortgebracht — welke zeven wijnstokken onze zeven rassen zijn met hun zeven Verlossers of Boeddha’s — die ontstaan uit Iukabar Zivo, en Ferho (of Parcha) Raba besproeit ze.* Wanneer de gezegenden opstijgen tussen de schepselen van het licht, zullen zij Iavar-Xivo, Heer van het LEVEN, zien en de Eerste WIJNSTOK.† Deze kabbalistische zinnebeelden worden zo in het Evangelie naar Johannes (15:1) herhaald.
*) Codex Nazaraeus, deel III, blz. 60, 61.
†) idem, deel II, blz. 281.
175: B: Deze leer van de mogelijkheid zijn
ziel te verliezen — of noemt u die persoonlijkheid? — is in strijd met de ideële theorieën van christenen zowel als van spiritisten, hoewel Swedenborg haar tot op zekere hoogte aanneemt in wat hij geestelijke dood noemt. Zij zullen dat nooit aanvaarden.
Zoals al eerder gezegd (zie
Isis Ontsluierd), kan de middelpuntzoekende kracht zich niet zonder de middelpuntvliedende kracht openbaren in de harmonische omwentelingen van de hemellichamen, en alle vormen en hun ontwikkeling zijn het produkt van deze tweevoudige kracht in de natuur. Nu is de geest (of buddhi) de middelpuntvliedende kracht en de ziel (manas) de middelpuntzoekende geestelijke energie; en om één resultaat voort te brengen, moeten zij in volmaakte eenheid en harmonie zijn.
Het persoonlijke leven, of misschien liever de
ideële weerspiegeling ervan, kan alleen worden voortgezet als het in elke wedergeboorte of elk persoonlijk leven wordt geschraagd door de tweevoudige kracht, d.w.z. door de nauwe vereniging van buddhi en manas.
175,176: Het persoonlijke leven, of misschien liever de
ideële weerspiegeling ervan, kan alleen worden voortgezet als het in elke wedergeboorte of elk persoonlijk leven wordt geschraagd door de tweevoudige kracht, d.w.z. door de nauwe vereniging van buddhi en manas. De geringste afwijking in de harmonie schaadt; en als ze is tenietgedaan en geen herstel mogelijk is, scheiden de beide krachten zich op het moment van de dood. De persoonlijke vorm (die kama rupa of mayavi rupa wordt genoemd), waarvan de geestelijke bloesem zich bij de ego voegt, hem in devachan volgt en aan de blijvende individualiteit om zo te zeggen tijdelijk haar persoonlijke kleur geeft, wordt tijdens een korte tussenperiode meegevoerd naar kamaloka en langzamerhand vernietigd.
HOOFDSTUK XIV
Over
naastenliefde (p. 277):
B: De S. P. R. ontkent nu geheel en al het bestaan van Mahatma’s. Zij zegt dat zij van het begin tot het eind een
sprookje zijn dat mevrouw Blavatsky zelf heeft verzonnen.
Th: Wel, ze zou heel wat minder vernuftige dingen hebben kunnen doen. In ieder geval hebben wij niet het minste bezwaar tegen die theorie. Zij geeft er, zoals zij nu steeds zegt, bijna de voorkeur aan dat men niet in de Meesters gelooft. Ze verklaart openlijk liever te zien dat men werkelijk denkt dat het enige Mahatmaland te vinden is in haar grijze hersenmassa, kortom, dat zij hen te voorschijn heeft gebracht uit de diepten van haar eigen innerlijk bewustzijn, dan dat hun naam en hun verheven ideaal zo schandelijk worden ontheiligd als nu gebeurt. Eerst protesteerde zij verontwaardigd tegen alle twijfel aan hun bestaan. Nu neemt zij nooit meer de moeite het te bewijzen of te ontkennen. Laat men maar denken wat men wil.
BESLUIT
Verklarende woordenlijst (p. 291):
De
alchemie is in de achtste eeuw van onze jaartelling het eerst in Europa gebracht door Geber, de grote Arabische wijze en filosoof; maar ze was al eeuwenlang in China en Egypte bekend en beoefend. Talloze papyri over alchemie, en andere bewijzen dat ze de geliefkoosde studie van koningen en priesters was, zijn opgespoord en bewaard onder de algemene naam van Hermetische verhandelingen (zie Tabula Smaragdina). De alchemie wordt vanuit drie onderscheiden gezichtspunten bestudeerd, die veel verschillende uitleggingen toelaten, namelijk het kosmische, het menselijke en het aardse. 330,331: Nirmanakaya (Sanskr.). In de esoterische filosofie iets geheel anders dan de betekenis die er gewoonlijk aan wordt gehecht en van de fantasieën van de oriëntalisten. Sommigen noemen het 'nirmanakaya-lichaam ”nirvana met overblijfselen” (Schlagintweit), waarschijnlijk in de veronderstelling dat het een soort nirvanische toestand is waarin bewustzijn en vorm worden behouden. Anderen zeggen dat het een van de trikaya (drie lichamen) is met ”het vermogen iedere verschijningsvorm aan te nemen om het boeddhisme te verspreiden” (een denkbeeld van Eitel); ofwel dat ”het de geïncarneerde avatara van een godheid is” (idem). Het occultisme zegt daarentegen (”Stem van de Stilte”) dat nirmanakaya, hoewel het letterlijk betekent een getransformeerd ”lichaam”, een toestand is. De vorm is die van een adept of yogi die liever deze postmortale toestand intreedt of verkiest dan de toestand van de dharmakaya of het volstrekte nirvana.

Van geest-ziel geeft G. de Purucker in zijn Occulte woordentolk de volgende beschrijving (p. 61):
Filosofie
Een activiteit van de
menselijke geest-ziel in haar pogingen om niet alleen het hoe maar ook het waarom van de dingen te begrijpen — waarom en hoe de dingen zijn zoals ze zijn. Filosofie is één aspect van een drievoudige methode om de aard van de natuur, van de universele natuur, en van haar veelvormige en veelvoudige werkingen te begrijpen. Filosofie kan niet worden gescheiden van de twee andere aspecten (wetenschap en religie) als we een juist en volledig beeld willen krijgen van de dingen zoals ze werkelijk zijn.
79: De mysterieleringen werden beschouwd als de heiligste schat of het heiligste bezit dat mensen konden overdragen aan die leden van hun nageslacht die zich waardige kandidaten toonden. Het onthullen van deze mysterieleringen onder het zegel van inwijding, en onder de juiste omstandigheden, aan waardige beheerders, bracht schitterende veranderingen teweeg in het leven van hen die met succes de beproevingen van de inwijding doorstonden. Het maakte de mensen anders dan ze waren vóór ze deze spirituele en intellectuele leringen ontvingen. Deze feiten zijn te vinden in alle oude religies en filosofieën, als ze serieus worden bestudeerd. Inwijding werd altijd als metafoor of figuurlijk ‘een nieuwe geboorte’ genoemd, een ‘geboorte die waarheid brengt’, want het was een spirituele en intellectuele wedergeboorte van de vermogens van de
menselijke geest-ziel, en kon naar waarheid een geboorte van een verhevener en edeler zelfbewustzijn in de ziel worden genoemd. Wanneer dat gebeurde werden zulke mensen ‘ingewijden’ of opnieuw geborenen genoemd. In India werden zulke opnieuw geboren mensen vanouds een dvija genoemd, een Sanskrietwoord dat ‘tweemaal geboren’ betekent. In Egypte werden zulke ingewijden of herboren mensen ‘zonen van de zon’ genoemd. In andere landen werden ze met andere namen aangeduid. (Zie ook inwijding.)
Inwijding (p. 83):
In de oudheid waren er zeven — en zelfs tien — graden van inwijding. Van deze zeven graden bestonden er drie uit alleen leringen, die de spirituele, mentale, psychische en fysieke voorbereiding en training vormden — wat de Grieken de katharsis of ‘loutering’ noemden. Wanneer de discipel geacht werd voldoende gelouterd, gezuiverd, getraind, mentaal rustig en spiritueel kalm te zijn, werd hij tot de vierde graad toegelaten die eveneens gedeeltelijk uit leringen bestond, maar gedeeltelijk ook uit een rechtstreekse persoonlijke kennismaking, door middel van oude mystieke processen, met de structuur en werkingen van het heelal, en op deze manier werd door persoonlijke ervaring uit de eerste hand waarheid verworven. Met andere woorden, zijn
geest-ziel, zijn individuele bewustzijn, werd geholpen om naar andere bestaansgebieden te gaan, en door deze te worden kennis en inzicht te verkrijgen. De mens, de ziel, het verstand, kan alleen die dingen zien, begrijpen en daardoor kennen, die de individuele entiteit zelf is.
Paramåtman (p. 153):
Het ‘oorspronkelijke zelf’ of ‘voorbij het zelf’, het permanente ZELF, het brahman of de
universele geest-ziel. Een samengesteld woord dat de hoogste of universele åtman betekent. Parama, ‘oorspronkelijk’, ‘verheven’, enz. De wortel van åtman is nauwelijks bekend. De oorsprong ervan is onzeker, maar de algemene betekenis is die van ‘zelf’. Paramåtman betekent dus het ‘hoogste zelf’, of de top of bloem van een hiërarchie, de basis of bron van dat kosmische zelf.

Edward Witten is een Amerikaans wiskundig natuurkundige die de M-theorie als onderzoeksgebied heeft. De M-theorie is een poging tot een overkoepelende beschrijving van de verschillende bestaande snaartheorieën. Wat Edward Witten op het terrein van de natuurkunde heeft verricht komt overeen met wat Blavatsky voor de vergelijkende Godsdienstwetenschappen heeft gepresteerd. Zowel De Geheime Leer als de modellen van Edward Witten maken van supersymmetrie gebruik. Maar de werkelijkheid is dat er ook van een gebroken symmetrie kan worden gesproken. Het is de chaostheorie die de eigenschap gebroken symmetrie uitwerkt.

Catastrofaal universum (Graa Boomsma De Groene Amsterdammer 21 juni 2018 p. 59):
Het slotverhaal van De gulheid van de zeemeermin,
Doppelgänger, Poltergeist, gaat over een dichter die zich verliest in een samenzweringstheorie rond leven en dood van Elvis Presley, inclusief tweelingenhersenspinsels en de Twin Towers-ramp van 2001. Zijn paranoïde gedachten daarover wil de dichter alleen kwijt aan zijn schrijfdocent, de ik-verteller. Die herkent de obsessie van de dichter maar weet tegelijkertijd dat hij zichzelf moet beschermen ’tegen de afgrond die mijn innerlijke wereld vormt’. Waar gelooft de obsessieve dichter in? Het leven na de dood, geesten, het paradijs, de eeuwigheid? Het antwoord staat in de allerlaatste zinnen van het allerlaatste verhaal dat Denis Johnson heeft geschreven. Lees hem. Hij is er niet meer maar zijn boeken blijven.

Door je met het ’Goede, Ware en Schone’ te verbinden word je van de aardse wortels bevrijd.

Arie Bos Hersenen en bewustzijn (1) Arie Bos Hersenen en bewustzijn (2)

Hans Gerding Parapsychologie, Poltergeist, Geest en Materie

Psychokinese en poltergeist
Mensen die zich niet echt in de parapsychologie verdiept hebben, denken bij paranormale verschijnselen vaak aan spookhuizen. Bij doorvragen blijkt dat men denkt dat er in die spookhuizen geesten van overledenen ronddolen. Hoewel ze meestal onzichtbaar zijn, zouden we soms hun voetstappen kunnen horen, de geesten zouden ramen en deuren laten opengaan, en soms zelfs voorwerpen in beweging brengen. Er zijn mensen die dit soort verhalen voetstoots aannemen, er zijn mensen die het allemaal maar onzin vinden, en er zijn mensen die dit proberen te onderzoeken.
Inmiddels zijn er in de geschiedenis van de parapsychologie heel wat van die ‘spookhuizen’ onderzocht. Daarbij zijn bijzonder opzienbarende waarnemingen gedaan: klopgeluiden zijn gehoord, voorwerpen zijn ‘vanzelf’ verplaatst, stenen vliegen ‘vanzelf’ in het rond, vernielen huisraad en raken soms mensen. Onderzoekers spreken dan van ‘Poltergeist-verschijnselen’, en denken dat als er werkelijk onverklaarde fenomenen worden waargenomen, deze eerder te maken hebben met een onbekend menselijk vermogen (psychokinese) dan met geesten van overledenen die ‘rondspoken’.

Universele kennis, de universele wetten zijn complementair aan de natuurwetten.
De belangrijkste Universele Wet is de Wet van Eén, die stelt dat alles in de kosmos met elkaar verbonden is.
Wegens de eindigheid van de
lichtsnelheid kan alles in de kosmos niet met elkaar verbonden zijn.

De ‘Law of One’ heeft op het universele ordeningsprincipe karma, de 2e grondstelling betrekking. Het gaat echter in het kwantumvacuüm (bewustzijnsveld) om twee polen (les 3 polariteit), het aardse en het hemelse, om karma en dharma.

H.P. Blavatsky Geselecteerde artikelen deel 4: 1889 –1891
Alchemie in de negentiende eeuw (p. 97):
De taal van oude scheikunde of alchemie was altijd, zoals die van oude religies, symbolisch.
103: Mozes en Salomo zijn latere adepten in die wetenschap, want ze werden voorafgegaan door Abraham, die op zijn beurt in de
wetenschap der wetenschappen werd voorafgegaan door Hermes. Zegt Avicenna ons niet dat de Smaragden tafel – de oudste nog bestaande verhandeling over alchemie – op het lichaam van Hermes werd gevonden, dat eeuwen geleden in Hebron werd begraven door Sara, de vrouw van Abraham? Maar ‘Hermes’ is nooit de naam van een mens geweest, maar is een algemene titel, net zoals de term neoplatonist vroeger, en ‘theosoof’ nu. Wat is er in feite bekend over Hermes Trismegistus, ‘de in drie opzichten grootste’? Minder dan over Abraham, zijn vrouw Sara, en zijn bijvrouw Hagar, wat volgens Paulus een allegorie is.2 Hermes werd al in de tijd van Plato geïdentificeerd met de Thoth van de Egyptenaren. Maar dit woord thoth betekent niet alleen ‘intelligentie’, het betekent ook ‘assemblee’ en school. Thoth-Hermes is in feite slechts de personificatie van de stem (of het heilige onderwijs) van de priesterkaste van Egypte; d.w.z. de stem van de grote hiërofanten.
2) Paulus legt het heel duidelijk uit. Volgens hem vertegenwoordigt Sara
‘het hemelse Jeruzalem’ en Hagar ‘de berg Sinaï in Arabië’, die ‘het huidige Jeruzalem belichaamt’ (Galaten 4:25-6).
4. De sleutel tot het jargon van de alchemisten, en tot de werkelijke betekenis van de symbolen en allegorieën van de
kabbala, is alleen in het 5redblack%. Deze is in Europa nooit teruggevonden, dus wat kunnen onze moderne kabbalisten dan als leidraad gebruiken om de waarheid te herkennen in de geschriften van de alchemisten en in die enkele verhandelingen die door echte ingewijden zijn geschreven en nog steeds in onze nationale bibliotheken zijn te vinden?

In de pronaos van de tempel der Wijsheid Franz Hartmann, M.D. 1 8 9 0
Inleiding van de vertaler
11,12: Vanaf de vroegste filosofen, met hun verbijsterende kennis en inzicht omtrent astronomie, de atoomleer, de (al)chemie, de principes van elektriciteit en vooral de weerspiegeling van de daarin gelegen duale principes in de menselijke persoonlijkheid, loopt die wetmatigheid van het zo boven, zo beneden - dus van dualiteit, spiegeling en het relatief positieve en negatieve - door de gehele geschiedenis van het denken. Het duidt op de band tussen de microkosmos en de macrokosmos. Het beginsel is bekend geworden via een traditioneel werk van de mythische, Egyptische god van de wijsheid Hermes Trismegistus: 'de Smaragden Tafel'9.
9) De Tabula Smaragdina.
Hoofdstuk VII - In de Pronaos van het Ware Kruis
216: Tabula Smaragdina Hermetis261
261) De auteur geeft: Tabula Smaragdina; het werk wordt vaak zo afgekort. Het is van de hand van de legendarische Hermes Trismegistus. De auteur plaatst ook de afbeelding. Die betreft echter een zeer onnauwkeurige, met de hand nagetekende versie van het origineel, dat u hier ter vervanging afgebeeld ziet. Geheime Figuren der Rosenkreuzer (…), drittes Heft.
217,218: Het is boven elke twijfel verheven zeer zeker en waar, dat
hetgeen beneden is, is als hetgeen boven is263. Daardoor kan het wonder van slechts het ene ding worden bewerkstelligd. Alle dingen komen voort uit slechts het ene ding, door de wil en het woord van de Ene die het in zijn denkvermogen heeft geschapen. Zo komen alle dingen voort uit deze eenheid door de ordening van de natuur. Zijn vader is de zon; zijn moeder is de maan. De lucht draagt het in zijn baarmoeder; zijn voedster is de aarde. Dit ding is de oorsprong van alle volmaaktheden die in de hele wereld bestaan. Zijn kracht is uiterst volmaakt wanneer die weer tot aarde herleid is.
Daarom heeft men mij Hermes Trismegistus264 genoemd, nu ik de drie delen van de wijsheid van de gehele wereld heb verworven. Dit is wat moet worden gezegd over het meesterwerk van de alchemistische kunst265.
263) De auteur citeert hier uit de Tabula Smaragdina.
264) Ook genaamd 'De Driewerf Grote'.
265) Het slot van de
Tabula Smaragdina, dat letterlijk luidt: Completum est quod dixi de operatio solis'',
'Dit is wat ik had te zeggen over de werking van de zon', is door de auteur opvallend gewijzigd in: 'Dit is wat ik had te zeggen over het meesterwerk van de alchemistische kunst'.

James M. Pryse Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes (p. 16):
In de Apocalypse zijn vier dieren-symbolen of beesten (thêria) duidelijk in het oog vallende dramatis personae: (1) een Lam (of “kleine Ram”; arnion), die zeven horens en zeven ogen heeft, en die gelijk gesteld wordt met Iêsous, die “de Overwinnaar” wordt: (2) een beest dat overeenkomt met een luipaard, met de poten van een beer en de bek van een leeuw, het heeft zeven koppen en tien horens; (3) een rode draak met zeven koppen en tien horens, die “de Duivel en Satan” is; en (4) een beest met twee horens gelijk een Lam maar het spreekt als een Draak, en het wordt de Pseudo-Ziener of valse leraar genoemd (pseudo-prophêtês). Van deze vier wordt de Luipaard “het Beest”, in het bijzonder beschouwd en in verband daarmede zegt de Apocalypse: “Hier is wijsheid (sophia): hij die het Nous heeft, laat hem het getal van het Beest tellen; want het is het getal van de mens, en zijn getal is 666.”
De “wijsheid” van deze puzzel ligt in zijn eenvoud, want de woorden “de Nous” (δνοϋς), een in de Griekse philosophie veel gebruikte term voor het hoger denken of mens, geeft natuurlijk het juiste antwoord, de Phrên(ήψρήν), is de aanverwante term voor het lager denken of mens. In de Griekse taal worden getallen uitgedrukt door de letters van het alphabet en niet door wiskundige symbolen; zodoende is de getalwaarde van een naam eenvoudigweg de som van de numerieke waarden van de letters waar de naam uit bestaat. Aldus is de numerieke waarde van hê phrên = 666.
102: In de sterren-mappen wordt Perseus afgebeeld met het Medusa-Hoofd, dat hij in zijn linkerhand draagt: Het hoofd bevat de merkwaardige variabele ster Algol, de naam is een corrupte Arabische naam voor Al-Ghul, “Weerwolf, Menseneter”. Het zwaard van Perseus is dreigend boven het hoofd van Cetus opgeheven en in Cetus bevindt zich Mira, “de Wondervolle”, een veranderlijke ster met een periode van ongeveer 330 dagen, zo nu en dan neemt de lichtsterkte toe tot de tweede graad en dan vermindert ze weer tot onzichtbaarheid. Perseus, Hêraklês en de andere zonne-Helden - die in de mythologie bekend stam als vernietigers van monsters en als genezers - en die door de verschillende sterrenbeelden zinnebeeldig voorgespeld worden, zijn alle varianten van de Zonne-God Dyonisos. “Hier is inzicht nodig” zou in moderne talen vertaald luiden, hier is een puzzel. De getalwaarde van het Beest is, zoals reeds eerder uitgelegd is, eenvoudig hê-phrên, waarvan het getal, wanneer men de cijferwaarde van de letters neemt eenvoudig 666, die van de Pseudo-Ram is akrasia of 333. Het Phrên (het lager verstand) beschikt slechts over intellect en geleerdheid, maar begrijpt niet het Nous. Het is zoals Plato zegt (Timaios pag. 51): “Het Nous is slechts het erfdeel van de Goden èn de weinige mensen die kunnen begrijpen”. In Cor. I. 11. 16, zegt Paulus, die als een ingewijde spreekt: “Wij hebben het Nous”, dat wil zeggen, het spirituele denken, wel te onderscheiden van het phrênische of niet-spirituele denken.

666 - Het sacrale beest, Conclusie
Slaat 666 op onze proportionele schepping en de Apocalyps op het einde ervan? Heeft het met 2012 te maken? En als dat zo is, zou de ruimtetijd zich oprollen zoals o.a. in de Bijbel of de Koran staat? Zou het lijken alsof de sterren naar beneden kwamen vallen? Wil het iets betekenen dat er door de getalkeuze raakvlakken zijn met de Maya-kalenders?
Het klinkt allemaal zo desastreus, zo moeilijk te geloven. Misschien wilde Johannes ‘slechts’ geheime of belangrijke kennis in zijn deel van de bijbel stoppen, omdat het bewaard zou blijven voor het nageslacht. Helemaal aan het begin van onze beschaving lijkt ons namelijk een cadeau te zijn gegeven: sacrale kennis in zijn meest pure vorm. Rudimentaire kennis en wetenschap over het universum. Die kennis hebben we proberen te behouden, maar of dat gelukt is?
Door zijn verblijf in Griekenland kon Johannes in aanraking zijn gekomen met de sacrale geometrie, Pythagoras was al lang dood. Toeval kan het gebruik van de getallen alleszins niet zijn. Noch God, noch Johannes waren dobbelaars …

Maria Magdalena en de Da Vinci Code
Na het verschijnen van de Da Vinci Code van Dan Brown is de christelijke wereld in rep en roer. Niet eerder heeft de mensheid zoveel belangstelling getoond voor verborgen of geheim gehouden informatie van de Rooms-Katholieke Kerk. Nu, meer dan ooit, blijkt dat mensen zichzelf vrij willen maken van elke onderdrukking op geestelijk gebied. Men gelooft nog wel in de grote waarde — in de ethische beginselen — van het christendom, maar wil zich vooral bevrijden van het juk van opgelegde credo’s. De moderne mens verlangt weer naar het gnostische denken, waar het christendom ooit mee begon. We zoeken weer opnieuw naar de schat in onszelf.
‘Mens ken uzelve, in uzelf is de schat der schatten verborgen,’ luidt een oude Hermetische uitspraak.

Rachel Cusk Coventry (Voorpublicatie uit Coventry De Groene Amsterdammer 7 november 2019 p. 44-49):
Wat Jezus deed was zichzelf opofferen, hij gebruikte zijn lichaam om woord in daad om te zetten, om het kwaad zichtbaar te maken. Terwijl hij gekruisigd werd, bleef hij over het algemeen beleefd. Hij gaf anderen veel om spijt van te hebben. Hun spijt hield tweeduizend jaar christendom in stand. Is spijt daarom de machtigste emotie van allemaal?

Theosofische alchimie Het geheim van het transformeren van tijdelijk lood in eeuwig goud (John Algeo Theosofia april 2008 p. 58-65):
1.
Eenheid. ‘De Smaragden Tafel’ wordt gekenmerkt door een motto dat in het Grieks wordt uitgedrukt als Hen to pan of in het Latijn als Ex unum omnia of in het Nederlands als ‘Alles is één’(twee in één of Monadische essentie of controverse tussen wetenschappers). ‘De Smaragden Tafel’ zelf zegt uitdrukkelijk ‘Alle dingen zijn uit Eén voortgekomen’.
2. Polariteit.
De alchimie werkt met
tegengestelden, gesymboliseerd door de elementen zwavel en kwik of door vuur en water, zon en maan, mannelijk en vrouwelijk enzovoort. ‘De Smaragden Tafel’ rept van boven en beneden, wind en aarde, alles en één (twee in één), subtiel en verdicht, hemel en aarde.
3. Overeenkomsten. De bekendste verklaring in
‘De Smaragden Tafel’ is ‘zo boven, zo beneden’. Dat is een verklaring van het principe van overeenkomsten (Wet van analogie) dat de geschriften van mevrouw Blavatsky doordringt.

H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV
17: Vr. Maar er is toch een verband tussen ‘zijn-heid’ en het woord ‘zijn’?
Antw. Ja maar ‘zijn-heid’ is niet zijnde, want het is evengoed niet-zijnde. We kunnen het niet bevatten, want ons intellect is eindig en onze taal is veel beperkter en meer aan voorwaarden gebonden dan onze denkvermogens. Hoe zouden wij dus iets onder woorden kunnen brengen dat wij ons slechts kunnen voorstellen door een reeks ontkenningen?
52: Vr. Wat de volgende passage betreft: -
‘De opvatting dat dingen kunnen ophouden te bestaan en toch nog
ZIJN, is een grondgedachte in de oosterse psychologie. Onder deze schijnbare tegenspraak schuilt een natuurfeit, en om dit met ons verstand te beseffen is belangrijker dan over woorden te twisten. Een bekend voorbeeld van een dergelijke paradox leveren chemische verbindingen op. De vraag of waterstof en zuurstof ophouden te bestaan als ze zich tot water verbinden, staat nog open.*
*) Geheime Leer, I: 85.
82: Het
schijnbaar paradoxale gebruik van de uitdrukking ‘zevende eeuwigheid’, die zo het ondeelbare verdeelt, is in de esoterische filosofie toegestaan. Deze verdeelt grenzeloze duur in onvoorwaardelijke eeuwige en universele tijd en een voorwaardelijke tijd (khandakåla). De ene is de abstractie of het noumenon van eindeloze tijd (kåla); de andere het periodiek hierdoor optredende verschijnsel, als het gevolg van MAHAT (de universele intelligentie, beperkt door de duur van het manvantara).’*
*) Geheime Leer, I: 93.
92,93: Vr. Wat wordt er werkelijk bedoeld met de term
‘gebieden van niet-zijn’?
Antw. Bij het gebruiken van de term ‘gebieden van niet-zijn’ is het noodzakelijk te bedenken dat deze gebieden alleen voor ons gebieden van niet-zijn zijn, maar gebieden van zijn en materie voor hogere intelligenties dan wijzelf. De hoogste dhyån-chohans van het zonnestelsel kunnen geen begrip hebben van wat er in nog hogere stelsels bestaat, d.w.z. op het tweede ‘zevenvoudige’ kosmische gebied, dat voor wezens van het altijd onzichtbare heelal volledig subjectief is.
102: Vr. Wat is
‘de bovenste ruimte’ en de ‘oeverloze zee van vuur’?
Antw. De ‘bovenste ruimte’ is de ruimte ‘van binnen’, hoe paradoxaal dit ook lijkt, want er is geen boven noch een beneden in de oneindigheid; maar de gebieden volgen op elkaar en worden van binnen naar buiten vast. Het is in feite het heelal, zoals het voor het eerst verschijnt uit zijn laya- of ‘nul’toestand, een oeverloos uitspansel van geest, of een ‘zee van vuur’.

Aeonen: Gnostisch Hemelscharen, aartsengelen, maar ook in de betekenis van Tijdperk, eeuwigheid; 'Emanatie van God' (Ferouer: goddelijke dubbelganger of 'God en Satan').
Aion is Grieks voor Aeonen (Latijn).
De Aeonen (= Eonen) zijn emanaties van het
pleroma.

Blavatsky the Satanist: Luciferianism in Theosophy, and its Feminist Implications
Satan fulfills a most necessary function not only for mankind, but also for God, Blavatsky claims: ‘God is light and Satan is the necessary darkness or shadow to set it off, without which pure light would be invisible and incomprehensible’ (Blavatsky 1888a, Vol. II, 510). This is not to say that Satan is God’s adversary, she states, since they are in a sense one, identical, or two sides of the same coin (Blavatsky 1888a, Vol. II, 515).

De medaille met twéé kanten, heeft een keerzijde, de dubbelganger (ferouer, alter-ego, maskerkwadrant). Het maskerkwadrant maakt het weloverwogen eigenbelang, het egoïsme zichtbaar en laat zien dat we in een loop (schizofrenie) terecht kunnen komen wanneer we niet meer met onze spirituele bron zijn verbonden. Helaas laten we ons in de politiek veelal door het maskerkwadrant regeren.

Afhankelijk van temperatuur en druk kan materie 'zeven' aggregatietoestanden (verschijningsvormen, fasen) aannemen:

Het is mogelijk het bewustzijn aan de hand van de zeven eigenschappen van de éne werkelijkheid, lees aggregatietoestanden, bewustzijnstoestanden (bewustzijnsniveaus) te beschrijven:

Vyâsadeva (Vyasa) Bhagavad Gita
Hoofdstuk 2 De zaken op een rijtje zetten - vers 20:
(20)
Derhalve, om het maar eens duidelijk te stellen: feitelijk begon je nooit met leven noch zal je er ooit mee ophouden te leven; je werd nimmer geboren, noch zal je ooit echt sterven. Evenzo reïncarneer je ook niet in dat opzicht; de ziel zoals die is, wordt nooit geboren, is eeuwig en constant. Hij is er vanaf de eerste dag van de schepping en hij houdt nooit op te bestaan als het lichaam zijn einde vindt.
Hoofdstuk 4 Het bewustzijn verenigen in het brengen van offers en in filognosie:
(7)
O zoon van Bharata, waar en wanneer er ook maar een afname is van de rechtschapenheid en het onrecht overweegt, manifesteer ik mezelf op dat moment.
(8) Opdat zij die dorsten naar de waarheid een leven mogen hebben en de onverlaten een halt wordt toegeroepen, verschijn ik generatie na generatie ten tonele met de bedoeling de weg van de menselijke principes van de waarheid, de zuiverheid, de boete en het geweldloze mededogen opnieuw te vestigen.
(22) Tevreden met wat hij op zijn weg vindt is hij, vrij van afgunst, de materiële dualiteit ontstegen en is hij, dan stabiel in geval van falen en slagen, nimmer verstoord met wat hij ook doet.
Hoofdstuk 13 De kenner, het gekende en de kennis der filognosie
(13) Laat me je op de hoogte stellen van het kenbare waar ik de scepter over zwaai: het is het opperste van de Absolute Waarheid21, dat zijn begin niet kent en smaakt als nectar, en niet iets is dat gebeurt, noch iets is dat niet bestaat.
(20) De combinatie van de persoon en de materiële natuur22 moet je zien als zijnde zonder een oorsprong, en ook moet je de drie geaardheden23, tezamen met hun afgeleiden, zien als een tijdgebonden effect teweeggebracht door die materiële natuur.
21) Dit wordt in het Sanskriet ook wel het Brahman genoemd. Het staat voor God, geest en de Absolute Waarheid, bestaat zowel van binnen als van buiten en vormt het geheel van de kenner, het gekende en de kennis.
(20) De combinatie van de persoon en de materiële natuur22 moet je zien als zijnde zonder een oorsprong, en ook moet je de drie geaardheden23, tezamen met hun afgeleiden, zien als een tijdgebonden effect teweeggebracht door die materiële natuur.
22) Het onpersoonlijke van de materiële natuur, prakriti, en het persoonlijke van het mannelijk principe, de persoon, de purusha, kan men niet los van elkaar zien, net zoals men licht en duister niet los van elkaar kan bezien. Tezamen vormen ze de fundamentele dualiteit van de werkelijkheid die men de grotere ziel noemt of het universele zelf van Brahman, God of het Absolute, dat alle elementen van de materie en de geest bevat die het zichtbare en kenbare uitmaken van alles wat er bestaat.
23) De drie geaardheden van de onwetendheid, de goedheid en de hartstocht, tamas, sattva en rajas, waarover al eerder gesproken werd in het Lied, worden ondersteund door de drie disciplines van de goddelijkheid van respectievelijk de vernietiging (persoon: Siva, werkelijkheid: Paramatma - de Superziel), de handhaving (persoon: Vishnu, werkelijkheid: Bhagavan - de Fortuinlijke) en schepping (persoon: Brahma, werkelijkheid: Brahman - de Absolute Waarheid), welke ieder respectievelijk de kenmerken dragen van de traagheid, de kennis en beweging.
Hoofdstuk 15 De aard van de verheven persoon
(3-4) De vorm van deze boom kent noch een begin noch een einde, noch een fundament dat men alhier kan waarnemen; het volhoudend met het wapen der onthechting moet men van ophouden weten met deze diepgewortelde boom. Nadat men van verzaking is met die levensboom, moet men uitplussen waar die plaats zich bevindt waar men naar op weg is en vanwaar men nimmer terugkeert, en zich dan aan Hem overgeven, de oorspronkelijke persoonlijke integriteit en het levensbeginsel29, van wie, en van waaruit, alles zich uitbreidde sedert de eerste dagen van het universum. (5) Dat onvergankelijke toevluchtsoord wordt bereikt als men, niet verbijsterd zijnde, vrij is van eigenwaan en illusie, slecht gezelschap te boven is gekomen, begrip heeft voor wat eeuwig is, en als men zich heeft losgemaakt van de lust en zich bevrijd heeft van de dualiteiten in de categorie van geluk en verdriet.
29) In dit verband is het van belang in te zien dat, als in 22, het persoonlijke en het onpersoonlijke van God samengebracht in het woord purusha, zoals hier gebruikt, zich niet laat scheiden aangezien de term God het volledige van alle dualiteiten dekt als de verenigende categorie.

H.P. Blavatsky boek De stem van de stilte
Fragment III De Zeven Poorten
50: Zie, gelukkige pelgrim! De poort waar u vóór staat is hoog en breed; en lijkt gemakkelijk te passeren. De weg die er doorheen leidt is recht, effen en groen. Hij lijkt op een zonnige, open plek in de donkere diepten van het bos, een afspiegeling op aarde van het paradijs van Amitabha. Daar zingen hoog in het lover nachtegalen van hoop en schitterend gevederde vogels, en wensen de onbevreesde pelgrims succes. Ze bezingen de vijf deugden van de bodhisattva’s, de vijfvoudige bron van de kracht van bodhi, en de zeven stadia van kennis.
53: Als u niet door deze wilt worden verslagen, moet u uw eigen scheppingen onschadelijk maken, de kinderen van uw gedachten die ongezien en ongrijpbaar om de mensheid zwermen, het kroost en de erfgenamen van de mens en zijn aardse uitspattingen.
U moet de leegte van het schijnbaar volle, de volheid van het schijnbaar lege onderzoeken. Onverschrokken aspirant, kijk diep in de bron van uw eigen hart en geef antwoord. Kent u de vermogens van het zelf, u die uiterlijke schaduwen waarneemt?
54: Want op het vierde pad zal de geringste zucht van hartstocht of begeerte het constante licht op de reine witte muren van de ziel in beroering brengen. De minste opwelling van verlangen naar of verdriet over maya’s bedrieglijke gaven, een gedachte zo voorbijgaand als een bliksemflits, zal langs antaskarana – het pad dat ligt tussen uw geest en uw zelf, het brede kanaal van gevoelens, waardoor
ahamkara14 ruw wordt gewekt – ervoor zorgen dat u uw drie prijzen verspeelt – de overwinningen die u heeft behaald.
(14)
Ahamkara – het ‘ik’ of het gevoel van de persoonlijkheid, de ‘ik-ben-heid’.
55: U moet uzelf verzadigen met zuivere alaya, één worden met het zielendenken van de natuur. Eén daarmee bent u onoverwinnelijk; ervan gescheiden wordt u de speelplaats van
samvriti16, de oorsprong van alle misleiding in de wereld.
(16) De mahayana-school onderwijst het verschil tussen twee waarheden – paramarthasatya en samvritisatya (
satya, ‘waarheid’). Van deze twee waarheden wijst samvriti op het bedrieglijke karakter of de leegte van alle dingen. Het is in dit geval betrekkelijke waarheid. Dit vormt het twistpunt tussen de madhyamika’s en de yogacharya’s. De eersten ontkennen en de anderen bevestigen, dat elk voorwerp slechts ten gevolge van een vroegere oorzaak of aaneenschakeling van oorzaken bestaat. De madhyamika’s zijn de grote nihilisten en ontkenners, voor wie, in de wereld van het denken en het subjectieve evenzeer als in het objectieve heelal, alles parikalpita, een illusie en een dwaling is. De yogacharya’s zijn de grote spiritualisten. Samvriti is daarom, als slechts een betrekkelijke waarheid, de oorsprong van alle illusie.
Houd vol! U nadert nu de middelste poort, de poort van
smart met haar tienduizend valstrikken.

De Abhidhamma (ook wel Abhidhamma-pitaka) is het derde en laatst toegevoegde deel van het Pali Canon van de Theravada traditie van het Boeddhisme. Abhi (Pali) betekent hoog of hoogste; dhamma betekent leer of waarheid. 'Abhidhamma' betekent aldus 'hoogste waarheid' of 'hoogste leer'.

Mahatmabrieven
Inleiding
xii,xiii: “xii: Het zijn de priesterkaste, het priesterdom en de kerken; het is in die illusies die de mens als heilig beschouwt dat hij de bron moet zoeken van die vele vormen van kwaad die de grote vloek van de mensheid zijn en haar bijna overweldigen. Onwetendheid schiep Goden en sluwheid maakte van de gelegenheid gebruik.”1 En verder “De gedachte ooit een nieuwe hiërarchie te stichten voor de toekomstige onderdrukking van een door priesters beheerste wereld, zij verre van ons.”2 De strekking en inhoud van deze woorden is in onze tijd duidelijk genoeg.
Brief No. 8 (p. 33):
Het irriteert mij zelfs deze drie ontoereikende woorden te moeten gebruiken –
verleden, heden en toekomst! Armzalige begrippen voor de objectieve fasen van het Subjectieve Geheel, die voor het doel bijna even ongeschikt zijn als een bijl voor fijn houtsnijwerk. O, mijn arme, teleurgestelde vriend, was U maar zover gevorderd op HET PAD, dat deze eenvoudige overdracht van ideeën niet werd belemmerd door de eigenschappen van de stof, en de vereniging van Uw denken met het onze – niet werd belet door zijn eigen onvermogen! Zo is helaas de overgeerfde en zelfverworven grove aard van het Westerse denken; en de terminologie voor het tot uitdrukking brengen van moderne gedachten heeft zich zo sterk in de richting van het praktische materialisme ontwikkeld, dat het nu voor hen vrijwel onmogelijk is iets te begrijpen van dat delicate, schijnbaar ideale mechanisme van de Occulte Kosmos, en voor ons om dat in hun eigen taal onder woorden te brengen.

Brief No. 16
98: Toch krijgt ze op haar weg van differentiatie iets nieuws. Deze zogenaamde “kracht” blijkt werkelijk onvernietigbaar te zijn, maar staat niet met iets in correlatie, en kan niet worden omgezet op de wijze als door de Leden van de R.S. wordt aanvaard, maar men kan veeleer zeggen dat ze zich uitbreidt en groeit tot “iets anders”, terwijl noch haar eigen vermogen, noch haar wezen, in het minst door de transformatie worden beïnvloed. Eigenlijk kan het ook geen kracht worden genoemd, daar deze alleen een eigenschap is van Yin-sin (Yin-sin of de ene “Vorm van bestaan”, ook Adi-Buddhi of Dharmakaya, de mystieke universeel verspreide essentie), tijdens zijn openbaring in de waarneembare wereld van de zinnen, namelijk, niets anders dan Uw oude bekende Fohat. Zie in dit verband het artikel van Subba Row “Esoterische Leringen van de Arische Arhats” over de zevenvoudige beginselen in de mens; zijn recensie van Uw Fragments, blz. 94 en 95. De ingewijde Brahmaan noemt het (Yin-sin en Fohat) Brahman en Sakti wanneer het zich als die kracht openbaart. Het is misschien juister het oneindig leven te noemen en de bron van alle leven, zichtbaar en onzichtbaar, een onuitputtelijke, altijd aanwezige essentie, kortom Swabhavat. (S. in zijn universele toepassing, Fohat wanneer het zich overal in onze wereld van verschijnselen openbaart, of liever in het zichtbare heelal en dus in zijn beperkingen).
118: Helaas niet, mijn vriend; niet dat ik weet. Van “Sukhavati” naar beneden tot het “Gebied van de Twijfel” is er een verscheidenheid van Geestelijke Toestanden; maar mij is zo’n “tussenliggende toestand” niet bekend. Ik heb U verteld van de Sakwala’s (al kan ik ze niet opnoemen, want dat zou nutteloos zijn); en zelfs over Avitchi – de “Hel” vanwaar geen terugkeer mogelijk is,* en meer heb ik er niet over te vertellen. “De troosteloze schaduw” moet er het beste van maken. Zodra hij buiten het Kama-Loka is getreden en de “Gouden Brug” is gepasseerd die leidt naar de “Zeven Gouden Bergen”, kan de Ego zich niet meer onderhouden met gemakzuchtige mediums. Geen “Ernest” of “Joey” is ooit teruggekeerd uit het Rupa-Loka – laat staan uit Arupa-Loka - om gezellig met sterveling te verkeren.
*In
Abhidharma Shastra (Metafysica) lezen wij: – “Boeddha leerde dat aan de zoom van al de Sakwala’s er een zwarte tussenruimte is, zonder Zon of maanlicht voor hem die erin belandt. Van daaruit is er geen wedergeboorte. Het is de koude Hel, het grote Naraka”. Dat is Avitchi.
119: Laat ik U bij voorbaat in dit verband zeggen dat, daar U zoveel belangstelling voor het onderwerp schijnt te hebben, U niets beters kunt doen dan de beide leringen – van Karma en Nirvana – zo grondig mogelijk te bestuderen. Tenzij U volkomen vertrouwd bent met beide leringen – de dubbele sleutel tot de metafysica van
Abhidharma – zult U altijd in moeilijkheden geraken als U probeert de rest te begrijpen. Wij kennen verschillende soorten Karma en Nirvana, die op velerlei zaken betrekking hebben – op het Heelal, de wereld, Deva’s, Boeddha’s, Bodhisatwa’s, mensen en dieren – de tweede met inbegrip van haar zeven rijken. Karma en Nirvana zijn slechts twee van de zeven grote MYSTERIËN van de Boeddhistische metafysica; en slechts vier van de zeven zijn bekend aan de beste oriëntalisten, en dan nog zeer onvolkomen.
121: Wij keren nu terug tot de kwestie van de identiteit tussen de oude en de nieuwe “Ego”. Ik wil U er nogmaals aan herinneren dat zelfs Uw Wetenschap het oude, zeer oude feit heeft aanvaard dat door onze Heer* duidelijk werd onderwezen, t.w. – dat een mens, van welke leeftijd ook, al heeft hij het gevoel dezelfde te zijn, lichamelijk toch niet dezelfde is als enkele jaren daarvoor (wij zeggen zeven jaar en zijn bereid het te verdedigen en te bewijzen): Boeddhistisch gesproken zijn zijn Skandha’s veranderd.
*Zie de
Abhidharma Kosha Vyakhya, de Sutta Pitaka, of een ander Noordelijk Boeddhistisch boek; alle tonen dat Gautama Boeddha zegt dat geen enkele van deze Skandha’s de ziel is; het lichaam verandert immers voortdurend en mens, noch dier, noch plant is ooit dezelfde gedurende twee opeenvolgende dagen of zelfs minuten. “Bedelaars! bedenkt dat er in de mens geen enkel blijvend beginsel is, en dat alleen de geleerde discipel, die wijsheid verwerft, weet wat hij zegt als hij zegt – ‘ik ben’.”
Brief No. 59
375: Omstreeks juli 1883 te Londen ontvangen. Van welke tekortkomingen mijn steeds inschikkelijke “leke-chela” mij wel moet betichten, toch schijnt hij te willen toegeven, dat ik hem een nieuwe bron van genoegen heb verschaft. Want zelfs de sombere voorspelling van Sir Charles Turner (een recente verduistering van hem) dat U tot het Rooms-Katholicisme zou vervallen als het onvermijdelijk gevolg van Uw geliefhebber in de Theosofie en Uw geloof in de “K.H.” maya – heeft het vuur van Uw propaganda in de bonte wereld van Londen niet doen verflauwen. Mocht deze ijver door de Altruïst van Rothney worden aangevoerd om er zijn bewering mee te staven, dat Uw grijze hersencellen oververzadigd zijn met Akasa van Sjigatse, dan zal het voor Uw gekwetste gevoelens stellig als balsem zijn te weten, dat U in wezen behulpzaam bent bij het bouwen van een brug, waarover de Britse metafysici binnen denkafstand van ons kunnen komen!
381: Wanneer het op de juiste wijze wordt
geïnterpreteerd, heeft het enerzijds de betekenis van “het goddelijk Zelf waargenomen of gezien door het Zelf,'” het Atman of het zevende beginsel ontdaan van het maya waardoor het zich onderscheidt van zijn Universele Bron – dat het voorwerp van waarneming wordt voor en door de individualiteit zetelend in Buddhi, het zesde beginsel, iets dat alleen in de hoogste toestand van Samadhi plaatsvindt. Dit wat de toepassing op de microkosmos betreft. Anderzijds betekent Avalokitesvara het zevende Universele Beginsel, als het voorwerp van waarneming door het Universele Buddhi, het “Denken” of de Intelligentie, het synthetisch aggregaat van alle Dhyan Chohans, en ook van alle andere intelligenties, hetzij groot of klein, die er ooit waren, zijn of zullen zijn.
383,384: Kent Uw B.T.S. (British Theosophical Society) de betekenis van de in elkaar gevlochten witte en zwarte driehoeken in het
zegel van de Moedervereniging, dat zijzelf ook heeft aangenomen? Zal ik het uitleggen? De dubbele driehoek, die door de Joodse Kabbalisten als het Zegel van Salomo wordt beschouwd, is, zoals velen van U ongetwijfeld weten, de Sri-yantra van de archaïsche Arische Tempel, het “mysterie der Mysteriën”, een geometrische synthese van de gehele occulte leer. De twee verstrengelde driehoeken zijn de Buddhangams van de Schepping. Zij omvatten de “kwadratuur van de cirkel”, de “steen der wijzen”, de grote problemen van Leven en Dood en – het Mysterie van het Kwaad. De chela die dit teken uit elk van zijn aspecten kan verklaren – is wezenlijk een adept. Hoe komt het dan dat de enige onder U, die de ontsluiering van het mysterie zo dicht is genaderd, tevens de enige is die geen enkele van haar ideeën aan boeken heeft ontleend? Zonder het te beseffen, geeft zij – aan hem die de sleutel bezit — de eerste lettergreep van de Onuitsprekelijke Naam! Natuurlijk weet U dat de dubbele driehoek – de Satkona Chakram vanVishnu – of de zespuntige ster, de volmaakte zeven is. In alle oude Sanskriet werken – Vedische en Tantrische – ziet U dat het getal 6 vaker wordt vermeld dan 7 – omdat dit laatste getal, het middelpunt, erbij is inbegrepen, want het is de kiem van de zes en hun matrix. Het ziet er dus zo uit . .† – de punt in het midden stelt hier het zevende voor, en de cirkel, het Mahākāsha – de eindeloze ruimte – het zevende Universele Beginsel. In één opzicht worden beide als Avalokitesvara beschouwd, want zij zijn respectievelijk de Macrokosmos en de microkosmos. Van de in elkaar gevlochten driehoeken – is die met de punt naar boven de verborgen Wijsheid, en die met de punt naar beneden de geopenbaarde Wijsheid (in de wereld van de verschijnselen). De cirkel duidt op de beperkende en begrenzende hoedanigheid van het Al, het Universele Beginsel, dat zich vanuit elk willekeurig punt uitstrekt, zodat het alle dingen omvat, terwijl het de potentialiteit van iedere handeling in de Kosmos belichaamt.
384: Daar het punt dus het centrum is waaromheen de cirkel wordt getrokken – zijn zij identiek en één, hoewel vanuit het standpunt van
Maya en Avidya – (illusie en onwetendheid) –het een van de ander is gescheiden door de geopenbaarde driehoek, waarvan de 3 zijden de drie guna’s — de eindige eigenschappen voorstellen. In de symboliek is het centrale punt Jivātma (het 7e beginsel), en dus Avalokiteshvara, het Kwan-Shai-yin, 'de geopenbaarde “Stem” (of Logos),' het kiempunt van de gemanifesteerde activiteit; derhalve in de terminologie van de Christen Kabbalisten, “de Zoon van de Vader en Moeder”, en overeenkomstig de onze – “het Zelf gemanifesteerd in het Zelf” – Yi-hsin.
De dubbele driehoeken symboliseren het
Grote Passieve en het Grote Actieve; het mannelijke en het vrouwelijke; Purusha en Prakriti. Iedere driehoek is een Drieëenheid, omdat hij een drievoudig aspect voorstelt. De witte vertegenwoordigt in zijn rechte lijnen: Jnanam'– (Kennis); Jnata'– (de Kenner); en Jneyam'– (dat wat gekend wordt). De zwarte – vorm, kleur en substantie, alsmede de scheppende,'onderhoudende' en vernietigende' krachten (Trimurti), en [deze] staan in wisselwerking met elkaar, enz., enz. Wel mag U bewondering hebben en nog meer zich verbazen over de geweldige helderheid van geest van die opmerkelijke zieners die, onbekend met Sanskriet of Pali, en derhalve verstoken van hun metafysische schatten, toch een groot licht heeft zien schijnen van achter de donkere heuvels van de exoterische godsdiensten.
Brief No. 85
446,447: Misleide slachtoffers van verminkte waarheden als zij zijn, vergeten zij, of hebben zij nooit geweten, dat de
harmonie van het Heelal wordt gevormd door tegenstellingen. Zo volgt in de Theos. Society, evenals in de prachtige fuga’s van de onsterfelijke Mozart, het ene deel voortdurend op het andere, in een harmonieuze disharmonie op het pad van de Eeuwige vooruitgang, om samen te komen en zich tenslotte op de drempel van het beoogde doel op te lossen in één harmonieus geheel, de in de natuur. Absolute Gerechtigheid maakt geen verschil tussen de velen en de weinigen. Daarom moeten we, terwijl we de meerderheid van de “L.L.” Theosofen dankzeggen voor hun “loyaliteit” jegens ons, hun onzichtbare leraren, hen er tegelijkertijd aan herinneren dat hun Presidente, mevr. Kingsford, eveneens loyaal en trouw is – ten opzichte van dat wat zij meent dat de Waarheid is. En daar zij dus loyaal en trouw is aan haar overtuigingen, kan, hoe klein ook de minderheid is die nu misschien haar kant heeft gekozen, de meerderheid, die door de heer Sinnett, onze vertegenwoordiger in Londen, wordt geleid, haar niet terecht iets ten laste leggen, wat – daar zij nadrukkelijk ieder voornemen heeft ontkend om tegen de letter of de geest van Artikel VI van de Reglementen van de Moeder Theos. Society (die U toch vooral moet lezen) te handelen – alleen een vergrijp is in de ogen van hen die te streng in hun oordeel zijn. Iedere Westerse Theosoof moet weten en bedenken, vooral diegenen die onze volgelingen willen zijn – dat in onze Broederschap alle persoonlijkheden opgaan in één gedachte – abstract recht en absolute praktische gerechtigheid voor allen. En dat wij, al zeggen we misschien niet met de Christenen, “vergeld kwaad met goed”, – Confucius nazeggen “vergeld goed met goed; kwaad met – GERECHTIGHEID”.

C. W. Leadbeater states that in an ordinary person who makes no effort to use the antahkarana has but little communication with the higher ego:
But though that personality is absolutely part of the ego-- though the only life and power in it are those of the ego-- it nevertheless often forgets those facts, and comes to regard itself as an entirely separate entity, and works down here for its own ends. It has always a line of communication with the ego (often called in our books the antahkarana), but it generally makes no effort to use it. In the case of ordinary people who have never studied these matters, the personality is to all intents and purposes the man, and the ego manifests himself only very rarely and partially.[8]

A.E. Powell has compiled observations on the Etheric Double (or Subtle body) and related phenomena which first had first appeared in other works, mainly those by Charles Webster Leadbeater and Annie Besant.

C.W. Leadbeater's Account of the Development of His Clairvoyance
It should be understood that in those days I possessed no clairvoyant faculty, nor had I ever regarded myself as at all sensitive. I remember that I had a conviction that a man must be born with some psychic powers and with a sensitive body before he could do anything in the way of that kind of development, so that I had never thought of progress of that sort as possible for me in this incarnation, but had some hope that if I worked as well as I knew how in this life I might be born next time with vehicles more suitable to that particular line of advancement.

Krishnamurti: Schoonheid vraagt nergens om. Aandacht is schoonheid. Wij zijn de wereld. Slechts wanneer de geest stil is, niet door opgelegde discipline, slechts dan kan in die rust, in die stilte, het werkelijke gebeuren.
Voor Leadbeater was de jonge Krishnamurti zonder twijfel de aangewezen persoon om het voertuig te worden waarin de verwachte Wereldleraar zich kon incarneren.

C.W. Leadbeater boek De Mens zichtbaar en Onzichtbaar, hoofdstuk De gebieden van de natuur (p. 17):
Wij kennen de drie welbekende toestanden van de materie, de vaste, de vloeibare en de gasvormige, en de wetenschap stelt in haar theorieën dat alle substantie onder de juiste verandering van temperatuur en druk in al deze toestanden kunnen bestaan.
De occulte scheikunde toont ons nog een andere en hogere toestand dan de gasvormige, waarin ook alle ons bekende substanties kunnen worden overgebracht of omgezet; aan die toestand hebben wij de naam etherisch gegeven.
18: Wanneer de elementen worden ontbonden, belanden wij bij een stel units die allemaal gelijk zijn, behalve dat sommige ervan positief en andere negatief zijn.
19: En weer bereiken wij door onze verdeling ver genoeg voort te zetten een unit – de unit van dat gebied van de natuur waaraan occultisten de naam astrale wereld hebben gegeven.
19/20: Het is een bekend feit in de wetenschap dat zelfs in de meest vaste substanties geen twee atomen elkaar ooit raken; elk atoom heeft steeds zijn veld van werking en trilling, en elk molecuul heeft op zijn beurt zijn grotere veld, zodat er altijd onder alle mogelijke omstandigheden onderlinge ruimte bestaat. Ieder stoffelijk atoom drijft in een astrale zee – een zee van astrale materie die het omringt en elke tussenruimte in deze fysieke stof vult. De mentale materie doordringt op haar beurt de astrale op precies dezelfde wijze, zodat al deze verschillende gebieden van de natuur in geen enkel opzicht ruimtelijk gescheiden zijn, maar alle om ons heen, hier en nu, bij ons bestaan, zodat het, om ze te zien en te onderzoeken, niet nodig is enige beweging in de ruimte te maken, maar slechts onze innerlijke zintuigen te openen waardoor zij kunnen worden waargenomen.
123: Hoofdstuk 21 Het oorzakelijke lichaam van de adept
Schema’s die in het boek van Leadbeater worden besproken:
- Schema II Gebieden der natuur (Verstandelijkheid, Oorzakelijk lichaam)
- Schema IV ‘Ontwikkeling en Inwikkeling’ (‘Evolutie en Involutie’ – ‘Ontvouwen en Invouwen’)

Natuurkunde in de theosofische literatuur (Ingmar de Boer Theosofia december 2000):
Taimni’s belangrijkste werk is ongetwijfeld Man, God and the Universe, waarin hij de grote lijnen van zijn wereldbeeld uiteenzet2. Hierin vinden we naast veel termen uit de theosofische traditie, ook veel begrippen die afkomstig zijn uit het hindoeïsme, in het bijzonder uit een specifieke richting, het shivaïsme of shaivisme. De drie grootste stromingen van het hindoeïsme zijn de shaiva’s, shakta’s en vaishvanava’s, die respectievelijk shiva, shakti of vishnu vereren als hoogste beginsel. Taimni gebruikt in dit werk de termen shiva en shakti, voor geest en materie, de basiselementen waaruit het gemanifesteerde universum wordt voortgebracht. In zijn commentaar op Patanjali’s Yoga-soetra, getiteld The Science of Yoga, gebruikt hij hiervoor de termen purusha en prakriti, die meer passen in de yoga- en sankhyafilosofie.
Geluid
In de Shiva soetra wordt het geluid genoemd als het fundament van het gemanifesteerde universum. Vanuit het ‘grote punt’ mahabindu, daalt de shakti, de goddelijke kracht, periodiek af, vormt het universum, houdt het in stand, trekt het aan het eind van het wereldtijdperk weer terug en absorbeert het in het grote punt.7 8 Binnen deze cyclus van verschijnen en verdwijnen van het materiële universum vindt een tweede proces plaats waardoor evolutie kan ontstaan van lichamen die uit materie zijn opgebouwd. Geluid, of matrika, de kracht achter de mantra, is de bindende energie die ervoor zorgt dat onze kennis van de buitenwereld in ons bewustzijn tot begrijpelijke eenheden wordt samengesmolten.

‘New Aspects of Life and Religion’, door Henry Pratt, M.D. Het staat vol esoterische dogma’s en filosofie, de laatste in de slothoofdstukken nogal beperkt door wat een geest van voorwaardelijk positivisme schijnt te zijn. Niettemin verdient te worden aangehaald wat wordt gezegd over de Ruimte als ‘de onbekende eerste oorzaak’. ‘Dit onbekende iets, dat zo wordt erkend en gelijkgesteld met de eerste belichaming van de eenvoudige Eenheid, is onzichtbaar en ontastbaar’ (als abstracte ruimte, toegegeven); ‘en omdat het onzichtbaar en ontastbaar is, is het ook onkenbaar. En deze onkenbaarheid heeft geleid tot de foute veronderstelling dat zij een eenvoudige leegte is, alleen een vermogen om iets op te nemen. Maar zelfs als men ruimte opvat als een absolute leegte, moet men toegeven dat de ruimte òf op zichzelf bestaand, oneindig en eeuwig is, òf een eerste oorzaak heeft gehad buiten, achter en boven zich.’
‘En toch, als zo’n oorzaak kon worden gevonden en gedefinieerd, zou dit er alleen toe leiden dat daaraan de eigenschappen zouden worden overgedragen die anders aan de ruimte worden toegekend en dat het probleem van de oorsprong een stap terug wordt geschoven zonder dat er meer inzicht wordt verkregen in de eerste oorzakelijkheid.’ (blz. 5.)
Dit is precies wat werd gedaan door degenen die geloven in een antropomorfe Schepper, een buitenkosmische, in plaats van een binnenkosmische God. Veel van Pratts onderwerpen – de meeste, mogen wij wel zeggen – zijn oude kabbalistische denkbeelden en theorieën die hij in een heel nieuw kleed aanbiedt: inderdaad ‘nieuwe aspecten’ van het occulte in de Natuur. Maar de Ruimte, gezien als een ‘werkelijk bestaande eenheid’ – de ‘levende levensbron’ –, als de ‘onbekende oorzaakloze oorzaak’, is het oudste dogma van het occultisme, duizenden jaren ouder dan de Pater-Aether van de Grieken en de Latijnse volkeren. Zo zijn ook ‘kracht en stof als vermogens van de Ruimte onscheidbaar, en de onbekende openbaarders van het onbekende’. Men kan ze alle vinden in de Arische filosofie, in de personen van
Visvakarman, Indra, Vishnu, enz. Toch worden zij in het aangehaalde boek heel filosofisch en vanuit veel ongebruikelijke gezichtspunten omschreven.
43: (a) Een
alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk BEGINSEL, waarover elke speculatie onmogelijk is, omdat het het menselijk begripsvermogen te boven gaat en door menselijke uitdrukkingen of vergelijkingen alleen kan worden verkleind. Het ligt buiten het gebied en het bereik van het denken – in de woorden van de Mandukya Upanishad, ‘ondenkbaar en onbeschrijflijk’ (vers 7).

De Geheime Leer Deel I Proloog (p. 46):
De ENE WERKELIJKHEID; haar tweevoudige aspecten in het voorwaardelijke Heelal.
Verder stelt de Geheime Leer:
(b) De eeuwigheid van het Heelal in toto als een grenzeloos gebied, periodiek ‘het toneel van talloze Heelallen die zich onophoudelijk manifesteren en weer verdwijnen’ en die ‘de zich manifesterende sterren’ en ‘de vonken van de eeuwigheid’ worden genoemd. ‘De eeuwigheid van de pelgrim'21 is als een oogwenk van het Zelf-bestaan (Boek van Dzyan). ‘Het verschijnen en verdwijnen van werelden is als een regelmatig getij van eb en vloed.’ (Zie Afdeling II, ‘Dagen en nachten van Brahma’.)
21) ‘Pelgrim’ is de benaming die wordt gegeven aan onze monade (de
twee in één of Monadische essentie) gedurende haar cyclus van incarnaties. Zij is het enige onsterfelijke en eeuwige beginsel in ons, omdat zij een ondeelbaar onderdeel is van het integrale geheel – de universele geest, waaruit zij voortkomt en waarin zij aan het eind van de cyclus wordt opgenomen. Als men zegt dat zij uit de ene geest voortkomt, moet men een onbeholpen en onjuiste uitdrukking gebruiken, bij gebrek aan meer geschikte woorden in het Nederlands. De aanhangers van de Vedanta noemen haar sutratman (draad-ziel), maar ook hun uitleg verschilt iets van die van de occultisten. Het verklaren van dit verschil wordt echter aan eerstgenoemden zelf overgelaten.
46/47: Deze tweede stelling van de Geheime Leer betreft de algemene geldigheid van die wet van periodiciteit, van eb en vloed, van neergang en opkomst, die de natuurwetenschap op alle gebieden van de natuur heeft waargenomen en beschreven. Een afwisseling zoals tussen dag en nacht, leven en dood, slapen en waken is een feit dat zo gewoon is, zo volkomen algemeen en zonder uitzondering, dat het gemakkelijk is te begrijpen dat wij er een van de werkelijk fundamentele wetten van het heelal in zien.
De Geheime Leer Stanza 1 Deel I, De nacht van het heelal (p. 74):
7. DE OORZAKEN VAN HET BESTAAN WAREN WEGGENOMEN (a); HET ZICHTBARE DAT WAS EN HET ONZICHTBARE DAT IS, RUSTTEN IN EEUWIG NIET-ZIJN – HET ENE ZIJN (b).
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 93):
Het
schijnbaar paradoxale gebruik van de uitdrukking ‘zevende eeuwigheid’, die zo het ondeelbare verdeelt, is in de esoterische filosofie toegestaan. Deze verdeelt grenzeloze duur in onvoorwaardelijke eeuwige en universele tijd en een voorwaardelijke tijd (khandakåla). De ene is de abstractie of het noumenon van eindeloze tijd (kåla); de andere het periodiek hierdoor optredende verschijnsel, als het gevolg van MAHAT (de universele intelligentie, beperkt door de duur van het manvantara).’
100,101: Men mag aannemen dat vuur en water, of vader6 en moeder, hier de goddelijke straal en de Chaos betekenen. ‘De Chaos, die uit deze vereniging met de geest
onderscheidingsvermogen verkreeg, straalde van vreugde, en zo werd de protogonos (het eerstgeboren licht) voortgebracht’, zegt een fragment van Hermas. Damascius noemt het in zijn ‘Theogonie’ Dis – ‘de beschikker over alle dingen’. (Zie Cory, ‘Ancient Fragments’, blz. 314.)
104: Maar de heidenen hebben altijd in hun symbolen een filosofisch
onderscheidingsvermogen getoond. Het oorspronkelijke symbool van de slang beeldde goddelijke wijsheid en volmaaktheid uit en had altijd gestaan voor psychische wedergeboorte en onsterfelijkheid. Daarom noemde Hermes de slang het meest geestelijke van alle wezens; Mozes, ingewijd in de wijsheid van Hermes, sloot zich hierbij in Genesis aan, terwijl de slang van de gnostici met de zeven klinkers boven haar kop het embleem was van de zeven hiërarchieën van de zevenvoudige of planeet-scheppers.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 127):
(b) Vervolgens zien wij dat de kosmische stof zich verspreidt en zich tot elementen vormt en zich groepeert tot de mystieke vier binnen het vijfde element – ether, de bekleding van Akasa, de anima mundi (archaeus) of moeder van de Kosmos. ‘Punten, lijnen, driehoeken, kubussen, cirkels’ en tenslotte ‘bollen’ – waarom of hoe?
128: De aloude
Toelichting2 op stanza 4 zegt:
De moeder is de vurige vis van het leven. Ze schiet haar kuit, en de adem (beweging) verwarmt en bezielt deze. De korreltjes (van de kuit) worden al snel tot elkaar aangetrokken en vormen het stremsel in de oceaan (van de ruimte). De grotere klonten smelten samen en ontvangen nieuwe kuit – in vurige punten, driehoeken en kubussen, die rijpen. Op de vastgestelde tijd scheiden enkele klonten zich af en nemen een bolvorm aan, een proces dat ze alleen kunnen uitvoeren als ze niet door andere klonten worden gehinderd. Daarna treedt wet nr. * * * in werking.
Beweging (de adem) wordt de wervelwind en brengt ze aan het draaien.’3
2) Dit zijn oude toelichtingen op de stanza’s,
voorzien van moderne woordverklaringen, omdat de toelichtingen in hun symbolische taal gewoonlijk even moeilijk zijn te begrijpen als de stanza’s zelf.
3) ‘
Beweging is eeuwig in het ongemanifesteerde, en periodiek in het gemanifesteerde’, zegt een occulte lering.
129: (a) Letterlijk vertaald betekent ‘
Adi-sanat’ de eerste of ‘oeroude’, een naam die de kabbalistische ‘Oude van Dagen’ en de ‘Heilige Oude’ (Sephira en Adam Kadmon) vereenzelvigt met Brahma de schepper, die behalve zijn andere namen en titels ook Sanat wordt genoemd.
Svâbhâvat is de mystieke essentie, de plastische wortel van de stoffelijke Natuur – ‘getallen’ wanneer gemanifesteerd; het getal in zijn eenheid van substantie op het hoogste gebied. De naam wordt gebruikt door de boeddhisten en is een synoniem voor de viervoudige anima mundi, de kabbalistische ‘wereld van de archetypen’, waaruit de ‘scheppende, vormende en stoffelijke werelden’ voortkomen, de scintillae of vonken – de verschillende andere werelden, die zich in de laatste drie bevinden. De werelden zijn alle onderworpen aan heersers of regeerders – rishi’s en pitri’s bij de hindoes, engelen bij de joden en de christenen, goden bij de Ouden in het algemeen.
134: De
leer van een gemeenschappelijke oorsprong van alle hemellichamen en planeten werd, zoals wij zien, door de archaïsche astronomen onderwezen vóór Kepler, Newton, Leibniz, Kant, Herschel en Laplace. Warmte (de adem), aantrekking en afstoting – de drie grote factoren van beweging – zijn de omstandigheden waaronder alle leden van dit hele oorspronkelijke gezin worden geboren, zich ontwikkelen en sterven, om opnieuw te worden geboren na een ‘nacht van Brahma’, waarin de eeuwige stof periodiek terugkeert tot haar aanvankelijke ongedifferentieerde toestand.
134,135:
Zoals in Isis (1:441) werd gezegd, is dit goddelijke en onzichtbare schilderij het boek van het leven. Omdat de lipika’s het ideële plan van het heelal, op basis waarvan de ‘bouwers’ na iedere pralaya de Kosmos weer ontwikkelen, uit het passieve universele denkvermogen in de objectiviteit projecteren, zijn zij het ook die een parallel vormen met de zeven engelen van de Goddelijke Tegenwoordigheid; de christenen zien die engelen in de zeven ‘planeetgeesten’ of de ‘geesten van de sterren’. Want zij zijn de rechtstreekse schrijvers van de eeuwige Verbeeldingskracht of, zoals Plato het noemde, de ‘goddelijke gedachte’. Het Eeuwige Verslag is geen fantastische droom, want dezelfde verslagen komen voor in de wereld van de grove stof.
Omdat de lipika’s zijn verbonden met het lot van ieder mens en met de geboorte van ieder kind, waarvan het leven al in het astrale licht is geschetst – niet als noodlot, maar alleen omdat de
toekomst, evenals het VERLEDEN, altijd leeft in het HEDEN – kan men ook zeggen dat zij de wetenschap van de horoscopie beïnvloeden. Wij moeten de waarheid van de laatste erkennen, of wij willen of niet. Want, zoals een van de moderne adepten van de astrologie opmerkte: ‘Nu de fotografie ons de chemische invloed van het sterrenstelsel heeft onthuld, door op de gevoelige plaat van het toestel miljarden sterren en planeten vast te leggen, die tot dan toe de pogingen van de krachtigste telescopen om ze te ontdekken hadden verijdeld, wordt het gemakkelijker te begrijpen hoe ons zonnestelsel bij de geboorte van een kind zijn hersenen – die nog door geen enkele indruk zijn aangeraakt – kan beïnvloeden en wel op een bepaalde manier en in overeenstemming met de aanwezigheid in het zenit van het een of andere sterrenbeeld van de Dierenriem (dodecaëder)43.’
137,138: De leer zegt dat, om een volledig bewust goddelijk wezen te worden – ja zelfs het hoogste – de oorspronkelijke
geestelijke INTELLIGENTIES door het menselijke stadium moeten gaan. En wanneer we zeggen menselijk, dan heeft dit niet alleen betrekking op onze aardse mensheid, maar ook op de stervelingen die elke andere wereld bewonen, d.w.z. op die intelligenties die een geschikt evenwicht tussen stof en geest hebben bereikt, zoals wij nu, sinds het midden van het vierde Wortelras van de vierde Ronde werd gepasseerd. Elk wezen moet door eigen ervaring het recht hebben verkregen om goddelijk te worden. Hegel, de grote Duitse denker, moet deze waarheid hebben gekend of intuïtief hebben aangevoeld, toen hij zei dat het Onbewuste het Heelal slechts ontwikkelde ‘in de hoop een helder zelfbewustzijn te bereiken’, met andere woorden, om MENS te worden; want dit is ook de geheime betekenis van de veel gebruikte zin uit de Purana’s, dat Brahma voortdurend wordt ‘bewogen door de begeerte om te scheppen’. Dit verklaart ook de verborgen kabbalistische betekenis van het gezegde: ‘De adem wordt een steen; de steen een plant; de plant een dier; het dier een mens; de mens een geest; en de geest een god.’ De uit het denkvermogen geboren zonen, de rishi’s, de bouwers, enz. waren in andere werelden en in de voorafgaande manvantara’s allen mensen – van welke vorm en gedaante ook.
Omdat dit onderwerp zo bijzonder mystiek is, is het erg moeilijk het in al zijn details en verbanden uit te leggen, omdat het hele mysterie van de schepping door evolutie erin besloten ligt.
De Geheime Leer Stanza 6 Deel I, Vervolg (p. 221/222):
De geest op zichzelf is een onbewuste negatieve ABSTRACTIE. Zijn zuiverheid is inherent en niet door verdienste verkregen; daarom is het – zoals al is aangetoond – nodig dat iedere ego, om de hoogste Dhyan-Chohan te worden, volledig zelfbewustzijn verkrijgt als menselijk, d.i. bewust wezen, dat voor ons verschijnt als mens. De joodse kabbalisten die redeneren dat geen geest tot de goddelijke hiërarchie zou kunnen behoren tenzij ruach (geest) was verenigd met nephesh (de levende ziel), herhalen slechts de oosterse esoterische leer. ‘Een Dhyani moet een atma-buddhi zijn; zodra het buddhi-manas zich losmaakt van zijn onsterfelijke atma, waarvan de (buddhi) het voertuig is, gaat atman over in NIET-ZIJN, dat absoluut Zijn is.’ Dit betekent dat de zuiver nirvanische toestand een overgang is van de geest, terug naar de ideële abstractie van Zijn-heid, die niet in verband staat met het gebied waarop ons Heelal zijn cyclus doorloopt.
225: ‘Het astrale licht of anima mundi is tweevoudig en biseksueel. Het (ideële) mannelijke gedeelte ervan is zuiver goddelijk en geestelijk, het is de wijsheid, het is geest of Purusha; terwijl het vrouwelijke gedeelte (de Spiritus van de Nazareners) in zekere zin door de stof is besmet, het is inderdaad stof en daarom al een kwaad. Het is het levensbeginsel van ieder levend wezen, en verschaft aan mensen, dieren, vogels in de lucht en alles wat leeft, de astrale ziel, de beweeglijke perisprit. De dieren hebben alleen de sluimerende kiem van de hoogste onsterfelijke ziel in zich. . . . Deze laatste zal zich pas na een reeks van talloze evoluties ontwikkelen; de leer over deze evolutie ligt besloten in het kabbalistische axioma: ‘Een steen wordt een plant; een plant een dier; een dier een mens; een mens een geest; en de geest een god.’ (Deel I, Engelse uitgave, blz. 301, voetnoot.)
275/276: Vandaar de allegorie van Prometheus, die het goddelijke vuur steelt om de mensen in staat te stellen bewust voort te gaan op het pad van geestelijke evolutie, en zo het meest volmaakte dier op aarde verandert in een potentiële god, en hem vrij maakt om ‘het koninkrijk van de hemel met geweld te nemen’. Vandaar ook de vloek die door Zeus wordt uitgesproken over Prometheus, en door Jehova-Il-da-Baoth over zijn ‘opstandige zoon’, satan. De koude, zuivere sneeuw van het Kaukasusgebergte en het nooit stervende, verzengende vuur en de vlammen van een onblusbare hel. Twee polen, maar toch dezelfde gedachte; het tweevoudige aspect van een verfijnde marteling: een vuurverwekker – het verpersoonlijkte embleem van Φωσϕόροϛ van het astrale vuur en licht in de anima mundi – (dat element waarvan de Duitse22 materialistische filosoof Moleschott zei: ‘Ohne Phosphor keine Gedanken’, d.w.z. zonder fosfor geen gedachten), brandend in de laaiende vlammen van zijn aardse hartstochten; de brand die wordt aangewakkerd door zijn denken, dat nu goed van kwaad kan onderscheiden, en toch is hij een slaaf van de hartstochten van de aardse Adam en voelt de gier van de twijfel en het volledige bewustzijn aan zijn hart knagen – inderdaad een Prometheus, omdat hij een bewust en daarom een verantwoordelijk wezen is23.
22) Noot vert. Nederlandse!
23)De geschiedenis van Prometheus, karma en het menselijke bewustzijn vindt men hierna in dit boek.
De Geheime Leer Stanza 7 Deel I, De voorvaderen van de mens op aarde (p. 284):
De elementen, hetzij enkelvoudig of samengesteld, konden sinds het begin van de evolutie van onze keten niet dezelfde zijn gebleven. Alles in het Heelal gaat in de grote cyclus gestaag vooruit, terwijl het in de kleinere cyclussen onophoudelijk op en neer gaat. De Natuur is tijdens het manvantara nooit stationair, omdat zij steeds wordt en niet slechts is. Het delfstoffen-, het plantaardige en het menselijke leven passen altijd hun organismen aan bij de dan heersende elementen, en daarom waren die elementen daar toen geschikt voor, zoals zij dat nu zijn voor het leven van de tegenwoordige mensheid. Pas in de volgende of vijfde Ronde zal het vijfde element, ether – het grove lichaam van akasa, als het zelfs zo mag worden genoemd – door voor alle mensen een bekend natuurfeit te worden, zoals de lucht ons nu vertrouwd is, ophouden zoals nu hypothetisch te zijn, en als ‘agens’ voor zoveel dingen te dienen. En pas in die Ronde zullen die hogere zintuigen, waarvan de groei en ontwikkeling door akasa worden bevorderd, vatbaar zijn voor een volledige ontplooiing.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 307):
(4) Materie is eeuwig. Zij is de upadhi (stoffelijke grondslag) waarop het ene oneindige universele denkvermogen zijn ideeën vormt. De esoterici verklaren daarom dat er in de natuur geen anorganische of dode stof bestaat. Het onderscheid dat de wetenschap in dit opzicht maakt, is even ongegrond als willekeurig en onredelijk. Wat de wetenschap ook denkt – en de exacte wetenschap is een wispelturige dame, zoals we allen uit ervaring weten – het occultisme weet en zegt sinds onheuglijke tijden dat het anders is, vanaf Manu en Hermes tot aan Paracelsus en zijn opvolgers.
Zo zegt Hermes, de driemaal grote Trismegistus: ‘O, mijn zoon, materie wordt; vroeger was zij; want materie is het voertuig van het worden. Worden is de activiteit van de ongeschapen godheid. Nadat de (objectieve) materie is voorzien van de kiemen van het worden, wordt zij geboren, want de scheppende kracht modelleert haar volgens de ideale vormen. Nog niet voortgebrachte materie had geen vorm; zij wordt, wanneer zij in werking is gesteld.’ (The Definitions of Asclepios, blz. 134, ‘Virgin of the World’.)
313: Dit wordt tegengesproken door dezelfde Trismegistos, die zegt: ‘Het is onmogelijk van God te spreken. Want het lichamelijke kan het niet-lichamelijke niet uitdrukken. . . . Dat wat noch lichaam, noch gestalte, vorm of materie heeft, kan niet door de zintuigen worden bevat. Ik begrijp het, Tatios, ik begrijp het, wat onmogelijk kan worden omschreven – dat is God.’ (Physical Eclogues, Florilegium van Stobaeus.)
Het is duidelijk dat deze twee passages elkaar tegenspreken en daaruit blijkt (a) dat een aantal generaties van mystici van allerlei soort onder het algemene pseudoniem van Hermes schreven en (b) dat een groot
onderscheidingsvermogen nodig is vóór men een Fragment als esoterische lering aanvaardt, alleen omdat het onmiskenbaar oud is. We gaan nu het bovenstaande vergelijken met een soortgelijke aanroeping uit de hindoegeschriften, die ongetwijfeld even oud, zo niet veel ouder is. Hier is het Parasara, de Arische ‘Hermes’, die Maitreya, de Indiase Asclepios, onderwijst en Vishnu als drievoudig wezen aanroept.
316,317: (21) ‘De werkelijke substantie van de verborgen (zon) is een kern van
moedersubstantie3. Deze is het hart en de voedingsbodem van alle levende en bestaande krachten in ons zonneheelal. Ze is de kern van waaruit alle machten die ervoor zorgen dat de atomen hun plichten vervullen, zich ophun cyclische reis beginnen te verspreiden; ze is het brandpunt waarin deze elk elfde jaar in hun ZEVENDE ESSENTIE weer samenkomen. Indien iemand u vertelt dat hij de zon heeft gezien, lach dan om hem,1 alsof hij had gezegd dat de zon zich op haar dagelijkse pad werkelijk voortbeweegt . . .’ '(23) ‘Op grond van zijn zevenvoudige aard spreken de Ouden over de zon alsof hij wordt getrokken door zeven paarden, in overeenstemming met de metra van de Veda’s; of ook dat de zon, hoewel hij in zijn omloop wordt vereenzelvigd met de ZEVEN ‘gaña’s(klassen van zijn), toch ervan verschilt 2, zoals in feite het geval is; en ook dat hij ZEVEN STRALEN heeft, zoals in feite het geval is . . .’
(25) ‘De zeven wezens in de zon zijn de zeven heiligen, uit zichzelf geboren uit de inwonende kracht in de voedingsbodem van de moedersubstantie. Zij zenden de zeven hoofdkrachten of stralen uit, die zich aan het begin van pralaya zullen concentreren tot zeven nieuwe zonnen voor het volgende manvantara. De energie waaruit ze plotseling tot een bewust bestaan in elke zon komen, wordt door sommigen Vishñu genoemd (zie de voetnoot hieronder), die de adem van het
ABSOLUTE s.
We noemen dit het
ene gemanifesteerde leven – zelf een weerspiegeling van het absolute. . . .
(26) ‘Dit laatste moet nooit in geschreven of in gesproken woorden worden uitgedrukt, OPDAT HET NIET IETS WEGNEEMT VAN ONZE SPIRITUELE ENERGIEËN DIE naar de toestand VAN DIT ABSOLUTE STREVEN, en spiritueel steeds verder ERTOE worden aangetrokken, zoals het hele fysieke heelal zich kosmisch naar ZIJN gemanifesteerde zwaartepunt beweegt.
(27) ‘Eerstgenoemde – het eerste bestaan – dat in deze bestaanstoestand het
ENE LEVEN kan worden genoemd, is, zoals is uitgelegd, een WAAS voor scheppende of vormende doeleinden. Het manifesteert zich in zeven toestanden, die met hun zevenvoudige onderverdelingen de NEGENENVEERTIG vuren3 vormen die in de heilige boeken worden genoemd. . . .
1) ‘Vishñu in de vorm van de actieve zonne-energie gaat nooit op of onder; hij is de
zevenvoudige zon en verschilt tegelijkertijd daarvan’, zegt het Vishñu-Puråña (2:11; Wilson, deel 2, blz. 296).
Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11
Demon est deus inversus (p. 450):
In India was dit het mysterie van de zeven VUREN en hun
negenenveertig vuren of aspecten, of ‘de vertakkingen daarvan’ – precies hetzelfde. Deze zeven klinkers worden in India bij de esoterische boeddhisten, in Egypte, Chaldea, enz., en bij de ingewijden van elk ander land, voorgesteld door de swastikatekens op de kronen van de zeven koppen van de slang van de eeuwigheid. In de hermetische geschriften laat de ‘sterveling’ op elk van de zeven gebieden van opstijging na de dood een van zijn ‘zielen’ (of beginselen) achter, tot hij op het gebied boven alle zones is aangekomen en overblijft als de grote vormloze slang van absolute wijsheid – of de godheid zelf. De zevenkoppige slang heeft in de geheime leringen meer dan één betekenis. Ze is de zevenkoppige Draco, van wie elke kop een ster van de Kleine Beer is, maar ze was ook en bij uitstek de slang van de duisternis (d.w.z. onvoorstelbaar en onbegrijpelijk), van wie de zeven koppen de zeven logoi waren, de weerspiegelingen van het ene en eerste gemanifesteerde licht – de universele LOGOS.
451: Als ‘God’ absoluut, oneindig en de universele wortel van alles in de Natuur en haar heelal is, waar komt dan het kwaad of de duivel vandaan, als het niet is uit dezelfde ‘gouden schoot’ van het absolute? Zo worden we gedwongen om òf de emanatie van goed en kwaad, van Agathodaemon en Kakodaemon te aanvaarden als loten van dezelfde stam van de Boom van het Zijn, òf ons neer te leggen bij de ongerijmdheid van een geloof aan twee eeuwige Absoluutheden!
461: De universele ziel is niet de inerte oorzaak van de schepping of (Para)Brahma, maar eenvoudig wat we het zesde beginsel van de verstandelijke Kosmos noemen, op het gemanifesteerde bestaansgebied. Zij is mahat of mahabuddhi, de grote ziel, het voertuig van de geest, de eerste oorspronkelijke weerspiegeling van de vormloze oorzaak en dat wat zelfs boven de geest staat. Tot zover over de misplaatste uitval van professor Wilson. De verklaring van het schijnbaar inconsequente beroep op Vishnu door de verslagen goden staat in de tekst van het Vishnu Purāna, als de oriëntalisten deze maar zouden opmerken. Er is een Vishnu als Brahmā en een Vishnu in zijn twee aspecten, leert de filosofie. Er is maar één Brahma, ‘in essentie prakriti en geest ’, enz.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 476):
Aan het begin van elke cyclus van 4.320.000 daalden de
zeven (of volgens enkele volkeren acht) grote goden af om de nieuwe orde van zaken te vestigen en de impuls te geven tot de nieuwe cyclus. Die achtste god was de verbindende cirkel of LOGOS, in het exoterische dogma van zijn menigte afgescheiden en afgezonderd, evenals de drie goddelijke hypostasen van de oude Grieken nu in de kerken als drie afzonderlijke personen worden beschouwd. ‘De MACHTIGEN verrichten hun grote werken, en laten, telkens als ze onze måyåvische sluier (atmosfeer) binnendringen, eeuwigdurende monumenten na als herinnering aan hun bezoek’, zegt een toelichting.2 Zo leert men ons dat de grote piramiden onder hun directe toezicht werden gebouwd, ‘toen Dhruva (in die tijd de Poolster) zich in zijn laagste stand bevond, en de Krittikås (de Pleiaden) over zijn hoofd heen keken (op dezelfde meridiaan stonden, maar hoger) om het werk van de reuzen te kunnen volgen’.
2) Ze verschijnen bij het begin van de cyclussen, en ook van elk siderisch jaar (van
25.868 jaar); op grond daarvan kregen de kabiren hun naam in Chaldea, deze betekent namelijk de maten van de hemel, van kob – maat van, en urim – hemelen.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 De zeven scheppingen (p. 500):
Parāsara, de vedische rishi, die het Vishnu Purāna van Pulastya ontving en deze aan Maitreya onderwees, wordt door de oriëntalisten in verschillende tijdperken geplaatst. Zoals in de Hindu Class. Dict. terecht wordt opgemerkt: ‘Speculaties over de tijd waarin hij leefde, lopen ver uiteen, van 575 v.Chr. tot 1391 v.Chr., en men kan ze niet vertrouwen.’ Inderdaad, maar niet minder dan ieder ander jaartal dat wordt gegeven door de Sanskrietgeleerden, die zo’n goede reputatie hebben op dit gebied van willekeur en fantasie.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 3 ‘An lumen sit corpus, nec non?’ (p. 536):
‘De middenstof, waarin de wervelbewegingen ontstaan, is volgens de uitdrukkelijke bewering van prof. Lodge (Nature, deel xxvii, blz. 305), ‘een volmaakt homogeen, niet samendrukbaar, continu lichaam, dat niet in enkelvoudige elementen of atomen kan worden ontbonden: het is in feite continu, niet moleculair.’ En aan deze bewering voegt prof. Lodge toe: ‘Er is geen ander lichaam waarvan we dit kunnen zeggen, en daarom moeten de eigenschappen van de aether enigszins AFWIJKEN van die van gewone materie.’ Het blijkt dan dat de hele wervelatoomtheorie, die ons wordt aangeboden ter vervanging van de ‘metafysische theorie’ van actio in distans, berust op de hypothese van het bestaan van een materiële middenstof die in het geheel niet door ondervinding bekend is en die eigenschappen heeft die enigszins afwijken6 van die van gewone stof.
6) ‘Enigszins afwijken!’, roept Stallo uit. ‘De werkelijke betekenis van dit ‘enigszins’ is, dat de bedoelde middenstof in geen enkele begrijpelijke zin materieel is, omdat ze geen enkele eigenschap van de stof bezit.’ Alle eigenschappen van de stof berusten op verschillen en veranderingen, en de hier gedefinieerde ‘hypothetische’ aether vertoont niet alleen volstrekt geen verschillen, maar er kan geen verschil en verandering (laten we eraan toevoegen, in fysische zin) in optreden. Dit bewijst dat, als aether ‘stof’ is, deze alleen voor spirituele zintuigen iets zichtbaars, tastbaars en bestaands is, en dat er inderdaad sprake is van een wezen – maar niet op ons gebied: Pater Aether, of akâsa.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
Deze LOGOS is de top van de driehoek van Pythagoras. Wanneer de driehoek volledig is, wordt hij de Tetraktis, of de driehoek in het vierkant, en wordt het tweevoudige symbool van het vierletterige tetragrammaton in de
gemanifesteerde Kosmos, en van zijn fundamentele drievoudige STRAAL in het niet-gemanifesteerde, of zijn noumenon.
28: (d) In China worden de mensen van Fohi (of de ‘hemelse mens’) de twaalf Tien-Hoang genoemd, de twaalf hiërarchieën van Dhyani’s of engelen, met mensengezichten en drakenlichamen –
waarbij de draak de goddelijke wijsheid of geest voorstelt5– en zij scheppen mensen door zich te incarneren in zeven figuren van klei – aarde en water – gemaakt in de vorm van die Tien-hoang, een derde allegorie (vergelijk de ‘Symbols of the Bonzes’). De twaalf ASEN van de Scandinavische Edda’s doen hetzelfde. In de geheime catechismus van de Druzen van Syrië – een legende die woord voor woord wordt herhaald door de oudste stammen rondom de Eufraat – werden de mensen geschapen door de ‘zonen van god’ die op aarde neerdaalden, waar ze, na zeven mandragora’ste hebben verzameld, deze wortels bezielden, die onmiddellijk mensen werden6.
29:
Al deze allegorieën wijzen op één en dezelfde oorsprong – op de tweevoudige en drievoudige natuur van de mens; tweevoudig als mannelijk en vrouwelijk; drievoudig als bestaande uit een geestelijke en een psychische essentie van binnen, en uit een stoffelijk weefsel van buiten.
5) Er is herhaaldelijk gezegd dat de slang het symbool van wijsheid en van occulte kennis is. ‘Vanaf de vroegste tijden waarover we historische kennis bezitten, is de slang in verband gebracht met de god van wijsheid’, schrijft Staniland Wake. ‘Dit dier was het bijzondere symbool van Thot of Taut . . . en van al die goden, zoals Hermes (?) en Seth, die met hem in verband kunnen worden gebracht. Dit is ook de oorspronkelijke Chaldeeuwse triade Hea of Hoa.’ Volgens Sir Henry Rawlinson hebben de belangrijkste benamingen van deze godheid betrekking op ‘zijn functies als de bron van alle kennis en wetenschap’. Niet alleen is hij ‘de intelligente vis’, maar zijn naam kan worden gelezen in de betekenis van zowel ‘leven’ als slang (een ingewijde adept), en hij kan worden beschouwd als ‘afgebeeld door de grote slang, die een zo in het oog lopende plaats inneemt onder de symbolen van de goden op de zwarte stenen waarop de Babylonische weldaden zijn vastgelegd’. Aesculapius, Serapis, Pluto, Knoum en Kneph zijn allen godheden met de attributen van de slang. Dupuis zegt: ‘Ze zijn allen genezers, schenkers van geestelijke en lichamelijke gezondheid en van verlichting.’ De uit een adder gevormde kroon, de thermuthis, behoort aan Isis, de godin van leven en genezing. De Upanishads bevatten een verhandeling over de 'wetenschap van de slangen, met andere woorden, de wetenschap van de occulte kennis; en de naga’s van de exoterische boeddhist zijn niet ‘de fabelachtige schepselen met de natuur van slangen . . . wezens verheven boven de mens en de beschermers van de wet van Boeddha’, zoals Schlagintweit gelooft, maar echte levende mensen, sommigen hoger staand dan de mens krachtens hun occulte kennis; ze zijn de beschermers van de wet van Boeddha, omdat ze zijn metafysische leerstellingen juist interpreteren, terwijl anderen moreel lager staan, omdat ze zwarte magiërs zijn. Daarom is terecht verklaard dat Gautama Boeddha ‘zoals wordt gezegd, hun een meer filosofisch religieus stelsel heeft onderwezen dan aan de mensen, die in de tijd van zijn verschijnen niet voldoende waren gevorderd om het te begrijpen’. (Schlagintweit, ‘Tibetan Buddhism’.)
32: De Egyptenaren symboliseerden ankh,
‘het leven’, door het ansatakruis of ♀, dat slechts een andere vorm is van Venus (Isis) ♀, en esoterisch betekende dat de mensheid en al het dierlijke leven uit de goddelijke spirituele cirkel was getreden en was vervallen tot fysieke mannelijke en vrouwelijke voortplanting. Dit teken heeft vanaf het einde van het derde ras dezelfde fallische betekenis als de levensboom’ in Eden. Anukis, een vorm van Isis, is de godin van het leven; en ankh werd door de Hebreeën van de Egyptenaren overgenomen en tegelijk met veel andere mystieke woorden ingevoerd door Mozes, die bekend was met de wijsheid van de Egyptische priesters.
33: Pythagoras noemt
Sukra-Venus de Sol alter, ‘de andere zon’. Van de zeven paleizen van de zon’ is dat van Lucifer Venus het derde volgens de christelijke en joodse Kabbala, terwijl de Zohar er de verblijfplaats van Samaël van maakt. Volgens de occulte leer is deze planeet de oervorm van onze Aarde, en haar geestelijke prototype. Daarom zegt men dat de wagen van Sukra (van Venus-Lucifer) wordt getrokken door een achttal ‘op aarde geboren paarden’, terwijl de strijdrossen van de wagens van de andere planeten van deze verschillen.
Elke zonde die op Aarde wordt begaan, wordt gevoeld door Usanas-Sukra. De goeroe van de daitya’s is de beschermgeest van de Aarde en de mensen. Elke verandering op Sukra wordt gevoeld op en weerspiegeld door de Aarde.’
Moedersterren en zusterplaneten (p. 35):
Elke wereld heeft haar moederster en zusterplaneet. Zo is de Aarde het geadopteerde kind en de jongere broer van Venus, maar haar bewoners hebben hun eigen aard . . . Alle bewuste voltooide wezens (volledig zevenvoudige mensen of hogere wezens) worden bij hun aanvang voorzien van vormen en organismen, geheel in harmonie met de aard en toestand van de sfeer die zij bewonen.1’
De sferen van het Zijn of levenscentra, die afgezonderde kernen zijn die hun mensen en hun dieren voortbrengen, zijn talloos; niet één heeft ook maar enige gelijkenis met haar gezellin of met enige andere van haar eigen speciale nageslacht2.’
Alle hebben een
dubbele stoffelijke en geestelijke natuur.’ (Wet van zelfontplooiing)
35,36: ‘De levenskernen zijn eeuwig en altijddurend; de kernen periodiek en eindig. De levenskernen maken deel uit van het absolute. Het zijn de schietgaten van die zwarte onneembare vesting, die voor altijd is verborgen voor de blik van de mens of zelfs de Dhyani. De kernen zijn het licht van de eeuwigheid, dat daaruit ontsnapt.
36: ‘De bezielende intelligenties, die deze verschillende kernen van het Zijn tot leven opwekken, worden zonder onderscheid door de mensen aan de andere kant van de grote bergketen19 de Manu’s, de rishi’s, de pitri’s20, de prajapati’s, enz. genoemd. Aan deze kant van die keten noemt men ze Dhyani-Boeddha’s, de Chohans, melha’s (vuurgoden), bodhisattva’s21 en nog anders. De werkelijk onwetenden noemen hen goden, de geleerde niet-ingewijden de éne God; de wijzen, de ingewijden, eren in hen slechts de manvantarische manifestaties van DAT, wat noch onze scheppers (de Dhyan-Chohans) noch hun schepselen ooit kunnen bespreken en waarover ze niets weten. Het ABSOLUTE kan niet worden omschreven en geen sterfelijk of onsterfelijk wezen heeft het tijdens de perioden van Bestaan ooit gezien of begrepen. Het veranderlijke kan het onveranderlijke niet kennen en evenmin kan het levende het Absolute Leven waarnemen.
19) ‘Aan de andere kant van’ de grote bergketen betekent in ons geval India, omdat dit voor het Cis-Himalaja gebied [d.i. o.a. Tibet. Vert.], het Trans-Himalaja gebied vormt.
20) De term pitri’s wordt door ons in deze sloka’s gebruikt om het begrijpen ervan te vergemakkelijken, maar in de oorspronkelijke stanza’s wordt het woord niet op deze manier gebruikt; de ‘pitri’s’ hebben daar hun eigen benamingen, en ook die van ‘vaders’ en ‘voorouders’.
21) Het is onjuist om de verering van de menselijke bodhisattva’s of Manjusri letterlijk op te vatten. Het is waar dat de Mahayanaschool exoterisch leert ze zonder onderscheid te aanbidden, en dat Huien-Tsang spreekt over sommige leerlingen van Boeddha die worden vereerd. Maar esoterisch is het niet de leerling of de geleerde Manjusri persoonlijk, die eerbewijzen ontving, maar de goddelijke bodhisattva’s en Dhyani-Boeddha’s die de menselijke vormen bezielden (Amilakha, zoals de Mongolen zeggen).
37: De mens kan dus geen wezens kennen hoger dan zijn eigen
‘voor - ouders’. ‘Evenmin moet hij ze aanbidden’, maar hij zou moeten leren hoe hij in de wereld kwam.
De Geheime Leer Deel II Stanza 3 Pogingen tot scheppen van de mens (p. 88):
Kortom, wij zien dat de hogere engelen talloze aeonen tevoren de ‘zeven cirkels’ hadden doorbroken, en deze zo van het heilige vuur hadden beroofd; wat in gewone taal betekent, dat ze tijdens hun vroegere incarnaties, zowel in lagere als in hogere werelden, alle wijsheid daarvan hadden opgenomen – de weerspiegeling van MAHAT in zijn verschillende graden van intensiteit. Geen enkele entiteit, hetzij engel of mens, kan de toestand van nirvana of van absolute zuiverheid bereiken, behalve door het doormaken van aeonen van lijden en door de kennis van zowel het KWADE als het goede, omdat het laatste anders onbegrijpelijk zou blijven.
92/93: De Maquom (de geheime plaats of het heiligdom) op aarde: met andere woorden de menselijke moederschoot, de microkosmische kopie en weerspiegeling van de hemelse moederschoot, de vrouwelijke ruimte of oorspronkelijke Chaos, waarin de mannelijke geest de kiem van de zoon of het zichtbare Heelal bevrucht.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 4 Schepping van de eerste rassen (p. 101,102):
Deze ‘goden’ weigerden niet, zoals in exoterische verhalen wordt gezegd, mensen te scheppen omdat hun trots te groot was om de hemelse kracht van hun essentie te delen met de kinderen van de aarde, maar op grond van andere, eerder genoemde overwegingen. De allegorie heeft zich echter overgegeven aan eindeloze fantasieën, en de theologie heeft daarvan in elk land gebruikgemaakt door haar standpunt te formuleren tegenover deze eerstgeborenen, of
logoi, en door dit als de waarheid op te dringen aan de onwetenden en de lichtgelovigen. (Vergelijk ook wat is gezegd over Makara en de kumåra’s in verband met de dierenriem.)
104,105: Elke klasse van scheppers verleent de mens wat zij heeft te geven: de ene bouwt zijn uiterlijke vorm; de andere geeft hem haar essentie, die later het menselijke hogere Zelf wordt, tengevolge van de persoonlijke inspanning van het individu; maar zij konden de mensen niet maken zoals zijzelf waren: volmaakt, want zondeloos; zondeloos, omdat zij slechts de eerste flauwe schaduwachtige omtrekken van eigenschappen bezaten, en deze waren – vanuit menselijk standpunt – allemaal volmaakt, wit, zuiver en koud als de maagdelijke sneeuw. Waar geen strijd is, is geen verdienste. De mensheid, ‘door en door aardsgezind’, was niet bestemd te worden geschapen door de engelen van de eerste goddelijke adem: daarom zegt men dat zij hebben geweigerd dit te doen, en de mens moest worden gevormd door veel materiëlere scheppers8, die op hun beurt alleen konden geven wat zij in hun eigen natuur hadden, en meer niet.
Geheime Leer Deel II Stanza 7 Tot de eerste mensenrassen (p. 187):
Het ligt niet in de lijn van de natuurwet dat de mens een volmaakt zevenvoudig wezen wordt vóór het zevende ras in de zevende Ronde. Toch zijn al deze beginselen vanaf zijn geboorte latent in hem aanwezig. Evenmin is het een deel van de evolutiewet dat het vijfde beginsel (manas) volledig zal worden ontwikkeld vóór de vijfde Ronde. Al dergelijke voortijdig ontwikkelde intellecten (op geestelijk gebied) in ons ras zijn abnormaal; het zijn wat wij noemen de ‘vijfde-Ronders’. Zelfs in het komende zevende Ras, aan het einde van deze vierde Ronde zal, terwijl onze vier lagere beginselen volledig zullen zijn ontwikkeld, manas nog maar betrekkelijk zijn geëvolueerd.
196: We hebben hier een variant van de allegorie in
Genesis, van Adam, geboren als een beeld van stof, waarin de ‘Heer God’ de adem van het leven blaast, maar niet van verstand en onderscheidingsvermogen. Die worden pas ontwikkeld nadat hij had geproefd van de vrucht van de boom van kennis; met andere woorden, nadat zijn denkvermogen was begonnen zich te ontwikkelen, en manas bij hem was ingeplant, waarvan het aardse aspect tot de aarde behoort en stoffelijk is, hoewel zijn hoogste vermogens het met geest en de goddelijke ziel.
194: De volgorde van de
evolutie van de mensenrassen staat als volgt in het vijfde boek van de Toelichtingen, zoals al is meegedeeld:
De eerste mensen waren chhåyå’s (1);
de tweeden de ‘zweetgeborenen’ (2);
de derden de ‘ei-geborenen’ en de heilige vaderen, geboren door de kracht van kriyåßakti (3);
de vierden waren de kinderen van Padmapåñi (
Chenrezig) (4).’
Natuurlijk zijn zulke primitieve voortplantingsmethoden – door de
ontwikkeling van zijn evenbeeld, door middel van zweetdruppels, daarna door yoga, en vervolgens door wat men als tovenarij zal beschouwen (kriyåßakti) – al bij voorbaat veroordeeld om als sprookjes te worden beschouwd. Niettemin houden ze van de eerste tot de laatste werkelijk niets wonderbaarlijks in, noch iets waarvan men niet kan aantonen dat het natuurlijk is. Dit moet worden bewezen.
De Geheime Leer Deel II Stanza 10 DE GESCHIEDENIS VAN HET VIERDE RAS (p. 260):
Dit deed hij in de menselijke, aardse vorm van de ingewijden, en ook omdat de
logos christos is, dat beginsel van onze innerlijke natuur dat zich in ons ontwikkelt tot het spirituele ego – het hoger zelf – dat is gevormd uit de onverbrekelijke vereniging van buddhi (het zesde) en de spirituele bloem van manas, het vijfde beginsel.1 ‘De logos is passieve wijsheid in de hemel en bewuste, zelfwerkzame wijsheid op aarde’, wordt ons geleerd. Hij is het huwelijk van de ‘hemelse mens’ met de ‘maagd van de wereld’ – de natuur, zoals beschreven in Poimandres.
1) Het is niet juist om – zoals sommige theosofen dat doen – Christus te omschrijven
als het zesde beginsel in de mens: buddhi. Laatstgenoemde is in wezen een passief en latent beginsel, het spirituele voertuig van åtman, onafscheidelijk van de gemanifesteerde universele ziel. Slechts in vereniging en in verbinding met zelfbewustzijn wordt buddhi het hoger zelf en de goddelijke ziel die onderscheidingsvermogen bezit. Christos is dan misschien het zevende beginsel.
275/276: Vandaar de allegorie van Prometheus, die het goddelijke vuur steelt om de mensen in staat te stellen bewust voort te gaan op het pad van geestelijke evolutie, en zo het meest volmaakte dier op aarde verandert in een potentiële god, en hem vrij maakt om ‘het koninkrijk van de hemel met geweld te nemen’. Vandaar ook de vloek die door Zeus wordt uitgesproken over Prometheus, en door Jehova-Il-da-Baoth over zijn ‘opstandige zoon’, satan. De koude, zuivere sneeuw van het Kaukasusgebergte en het nooit stervende, verzengende vuur en de vlammen van een onblusbare hel. Twee polen, maar toch dezelfde gedachte; het tweevoudige aspect van een verfijnde marteling: een vuurverwekker – het verpersoonlijkte embleem van Φωσϕόροϛ van het astrale vuur en licht in de anima mundi – (dat element waarvan de Duitse22 materialistische filosoof Moleschott zei: ‘Ohne Phosphor keine Gedanken’, d.w.z. zonder fosfor geen gedachten), brandend in de laaiende vlammen van zijn aardse hartstochten; de brand die wordt aangewakkerd door zijn denken, dat nu goed van kwaad kan onderscheiden, en toch is hij een slaaf van de hartstochten van de aardse Adam en voelt de gier van de twijfel en het volledige bewustzijn aan zijn hart knagen – inderdaad een Prometheus, omdat hij een bewust en daarom een verantwoordelijk wezen is23.
22) Noot vert. Nederlandse!
23)De geschiedenis van Prometheus, karma en het menselijke bewustzijn vindt men hierna in dit boek.
De Geheime Leer Deel II Stanza 10. Vervolg (p. 309,310):
De legende van de ‘
gevallen engelen’ bevat in haar esoterische betekenis de sleutel tot de talrijke tegenstrijdigheden in het karakter van de mens; ze wijst op het geheim van het zelfbewustzijn van de mens; ze is de hoeksteen waarop zijn hele levenscyclus is gebaseerd – de geschiedenis van zijn evolutie en groei. Men moet deze leer goed begrijpen om een juist inzicht in de esoterische antropogenese te krijgen. Ze geeft een aanwijzing voor de oplossing van het lastige vraagstuk van de oorsprong van het kwaad, en laat zien dat de mens zelf het ENE scheidt in verschillende tegengestelde aspecten.
De lezer hoeft zich daarom niet erover te verbazen dat er telkens zoveel aandacht wordt besteed aan een poging dit moeilijke en duistere onderwerp te verduidelijken. Het is nodig uitvoerig in te gaan op het symbolische aspect ervan, omdat de oplettende lezer hierdoor aanwijzingen worden gegeven voor zijn eigen onderzoek, en omdat er zó meer licht op kan worden geworpen dan mogelijk is door middel van de technische taal in een meer formele, filosofische uiteenzetting. De zogenaamde ‘
gevallen engelen’ zijn de mensheid zelf. De demon van trots, wellust, opstandigheid, en haat, bestond niet vóór het verschijnen van de fysieke bewuste mens. Het is de mens die de duivel heeft verwekt, gevoed, en toegestaan zich in zijn hart te nestelen; hij is het ook die de in hem wonende god heeft besmet door de zuivere geest te verbinden met de onzuivere demon van de stof. En al vindt het kabbalistische gezegde ‘daemon est deus inversus’ zijn metafysische en theoretische bevestiging in de tweevoudige gemanifesteerde natuur, de praktische toepassing ervan wordt alleen in de mensheid gevonden.
De Geheime Leer Deel II De rassen met het 'derde oog' (p. 338,339):
We zijn pas in de vierde Ronde, en in de vijfde zal de volledige ontwikkeling van manas , als een directe straal van het universele MAHAT – een straal, niet door de stof belemmerd – tenslotte zijn bereikt.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 7 De ‘vloek’ vanuit een filosofisch gezichtspunt (p. 476,477):
De moderne Prometheus is nu Epi-metheus geworden, ‘hij die alleen na de gebeurtenis ziet’; omdat de universele mensenliefde van de eerstgenoemde al lang in zelfzucht en zelfaanbidding is ontaard. De mens zal weer de vrije titan van vroeger worden, maar niet vóór de cyclische evolutie de
verbroken harmonie tussen de twee naturen – de aardse en de goddelijke – heeft hersteld; waarna hij ontoegankelijk wordt voor de lagere titanische krachten, onkwetsbaar in zijn persoonlijkheid en onsterfelijk in zijn individualiteit, wat niet kan plaatsvinden vóór ieder dierlijk element uit zijn natuur is verwijderd. Wanneer de mens begrijpt dat ‘Deus non fecit mortem’ (Sap. I, 13), maar dat de mens die zelf heeft geschapen, zal hij weer de Prometheus worden van voor zijn val.
De Geheime Leer Deel II, Over de mythe van de
'gevallen engel' in haar verschillende aspecten (p. 539):
Ook is het niet minder natuurlijk dat de materialist en de natuurkundige zich voorstellen dat alles is toe te schrijven aan blinde kracht en toeval, en vaker aan het overleven van de sterksten dan van de geschiktsten. Maar de occultisten, die de stoffelijke natuur beschouwen als een verzameling van de meest uiteenlopende illusies op het gebied van de bedrieglijke waarnemingen; die in elke pijn en elk lijden slechts de noodzakelijke weeën zien van de steeds voortgaande voortplanting – een reeks trappen naar een aldoor toenemende vervolmaking, die zichtbaar is in de stille invloed van het zich nooit vergissende karma of de abstracte natuur – de occultisten beschouwen de grote Moeder anders. Wee degenen die leven zonder te lijden. Stilstand en dood zijn de toekomst van alles wat vegeteert zonder te veranderen. En hoe kan er een verandering ten goede zijn zonder een evenredig lijden in het daaraan voorafgaande stadium? Zijn het niet slechts degenen die de bedrieglijke waarde van aardse verwachtingen en de misleidende verlokkingen van de uiterlijke natuur hebben leren kennen, die zijn bestemd om de grote problemen van leven, pijn en dood op te lossen?
542: Waar komt het christelijke denkbeeld vandaan dat God de duivel vervloekte? De god van de joden, wie hij ook was, verbiedt satan te vervloeken. Philo Judaeus en Josephus verklaren beiden dat de wet (de Pentateuch en de Talmoed) onvoorwaardelijk verbiedt de tegenstander, en ook de goden van de heidenen, te vervloeken. ‘Gij zult de goden niet beschimpen’, zegt de god van Mozes (Exodus xxii, 28), want God ‘heeft (hen) aan alle volkeren toebedeeld’ (Deut. iv, 19); en zij die kwaad spreken over ‘heerlijkheden’ (goden), worden door Judas (Brief van Judas, 8) ‘vuile dromers’ genoemd. Want zelfs de Aartsengel Michaël durfde geen smadelijk oordeel tegen hem (de duivel) in te brengen, maar zei: ‘De Heer straffe u’ (ibid 9).
Bedenk dat God zelf mij niet wilde vervloeken, maar alleen zei: ‘De Heer straffe u, satan’.’
Deze talmoedische lering toont duidelijk twee dingen aan: (a) dat Michaël in de talmoed ‘God’wordt genoemd, en iemand anders ‘de Heer’; en (b) dat satan een god is, voor wie zelfs de ‘Heer’ bevreesd is. Alles wat we over satan in de Zohar en andere kabbalistische boeken lezen, bewijst duidelijk dat dit ‘personage’ eenvoudig de personificatie is van het abstracte kwaad, dat het wapen van de karmische wet en karma is. Het is onze menselijke natuur en de mens zelf, omdat er wordt gezegd dat ‘satan altijd dichtbij de mens staat en onontwarbaar met hem is verweven’. Het is alleen de vraag of die macht in ons sluimert of actief is.
543: De rooms-katholieke kerk toont haar gebruikelijke logica en consequentie door als de ferouer van Christus, Michaël aan te nemen, die ‘zijn beschermengel’ was, zoals is bewezen door Thomas, die de prototypen van Michaël en zijn synoniemen, zoals bijvoorbeeld Mercurius, duivels noemt.
Naast andere absurditeiten beweren de kabbalisten dat het woord metatron , opgebouwd uit μετά en θρόνον, vlakbij de troon betekent. Het betekent juist het tegenovergestelde, want meta is ‘achter’, ‘voorbij’ en niet ‘vlakbij’. Dit is voor onze redenering van groot belang. Michaël, de quis ut Deus, is dus om zo te zeggen de vertaler van de onzichtbare wereld naar het zichtbare en het objectieve.
544: Tengevolge van dit samensmelten met het woord (verbum) hebben de protestanten, en onder hen Calvijn, tenslotte de dualiteit geheel uit het oog verloren en zagen zij geen Michaël, maar alleen zijn Meester’, schrijft de abbé Caron. De rooms-katholieken en in het bijzonder hun kabbalisten weten beter; en zij leggen aan de wereld deze dualiteit uit, die hun het middel verschaft om de uitverkorenen van de kerk te verheerlijken en om al die goden die hun dogma’s in de weg kunnen staan, te verwerpen en de banvloek over hen uit te spreken.
Zo worden dezelfde titels en dezelfde namen om beurten aan God en aan de Aartsengel gegeven. Beiden worden metatron genoemd, ‘op beiden wordt de naam Jehova toegepast als zij de een in de ander’ (sic) spreken, want volgens de Zohar betekent dit woord zowel ‘de Meester’ als ‘de Afgezant’. Beiden zijn de engel van het gezicht, want men zegt dat enerzijds het ‘woord’ ‘het gezicht (of de Tegenwoordigheid) en het beeld van de substantie van God’ wordt genoemd, terwijl anderzijds Jesaja (?), als hij tegen de israëlieten spreekt over de Heiland, hun zegt dat ‘de engel van zijn aangezicht hen in hun smart heeft behouden’ – ‘dat hij dus hun Heiland was’5. Elders wordt hij (Michaël) heel duidelijk ‘de vorst van de aangezichten van de Heer, de heerlijkheid van de Heer’ genoemd. Beiden (Jehova en Michaël) zijn ‘de gidsen van Israël . . . aanvoerders van de legers van de Heer, opperste rechters van de zielen en zelfs Serafijnen’.
556: Zoals de oude Magische boeken het uitleggen, wordt de hele gebeurtenis duidelijk. Een ding kan slechts bestaan door zijn tegengestelde – leert Hegel ons, en er zijn maar weinig filosofie en spiritualiteit nodig om de oorsprong van het latere dogma te begrijpen, dat in zijn koude en wrede boosaardigheid zo echt satanisch en hels is. De magiërs verklaarden de oorsprong van het kwaad in hun exoterische leringen op de volgende manier. ‘Licht kan niets anders dan licht voortbrengen, en kan nooit de oorsprong van het kwade zijn’; hoe werd het kwade dan voortgebracht, wanneer er bij zijn voortbrenging niets was dat gelijk was aan het licht of ermee overeenkwam’? Het licht, zeggen zij, bracht verschillende wezens voort, die alle geestelijk, lichtgevend en machtig waren. Maar een groot wezen (de ‘grote Asura’, Ahriman, Lucifer, enz.) had een kwade gedachte, die tegengesteld was aan het licht. Hij twijfelde, en door die twijfel werd hij verduisterd.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan? (p. 586)
Het is gemakkelijk om vage uitdrukkingen, geschreven in dode en lang vergeten talen, te verminken, en ze dan het onwetende volk voor te schotelen als waarheden en geopenbaarde feiten. In alle religies die iets over de overlevering van de gevallen geesten zeggen, valt de onderzoeker vooral de overeenkomstige gedachte en betekenis op, en in die grote religies is er niet één die deze niet in de een of andere vorm noemt en beschrijft. Zo ziet Huang-ti, de grote geest, zijn zonen, die actieve wijsheid hadden verkregen, in het dal van verdriet vallen. Nadat hun leider, de VLIEGENDE DRAAK, van het verboden ambrozijn had gedronken, viel hij op de aarde met zijn menigte (koningen).
587: Wat is de
absolute en volledige waarheid en de esoterische betekenis van deze universele mythe? De hele essentie van de waarheid kan niet van mond tot oor worden overgebracht. Er is ook geen pen die haar kan beschrijven, zelfs niet die van de engel die onze daden optekent, tenzij de mens het antwoord vindt in het heiligdom van zijn eigen hart, in de diepste diepten van zijn goddelijke intuïtie. Het is het grote ZEVENDE MYSTERIE van de schepping, het eerste en het laatste; en wie de Openbaring van Johannes leest, vindt misschien de schaduw ervan, verborgen onder het zevende zegel . . . Het kan alleen in zijn schijnbare, objectieve vorm worden afgebeeld, evenals het eeuwige raadsel van de sfinx.
H.P. Blavatsky: Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 652):
Dit tiental, dat het Heelal en zijn evolutie uit de stilte en de onbekende diepten van de geestelijke ziel of anima mundi voorstelde, bood de onderzoeker twee kanten of aspecten. Het kon in het begin worden gebruikt voor en toegepast op de macrokosmos en werd dit ook, waarna het afdaalde tot de microkosmos, of de mens. Er waren dus de zuiver intellectuele en metafysische, of de ‘innerlijke wetenschap’ en de even zuiver materialistische of ‘oppervlak-wetenschap’, die beide konden worden verklaard en omvat door het tiental. Kortom, het kon worden bestudeerd uit de algemene begrippen van Plato en volgens de inductieve methode van Aristoteles.
655: Het getal 5 was samengesteld uit een tweetal en een drietal; dat tweetal bracht alles met een volmaakte vorm in wanorde en verwarring. De volmaakte mens, zeiden zij, was een viertal en een drietal, of vier stoffelijke en drie onstoffelijke elementen; deze drie geesten of elementen vinden we ook in 5, als deze de microkosmos voorstelt. Deze laatste is een samenstelling van een tweevoud dat rechtstreeks in verband staat met de grove stof, en van drie geesten: ‘want 5 is de slim bedachte vereniging van twee Griekse accenten ‘, geplaatst boven klinkers die al of niet moeten worden geaspireerd. Het eerste teken ‘ wordt de ‘sterke geest’ of hogere geest genoemd, de geest van god, geaspireerd (spiratus) en geademd door de mens. Het tweede teken ’ – het lagere – is de geest van de liefde, die de secundaire geest voorstelt; het derde omvat de hele mens. Het is de universele quintessens ('Reflexief Bewustzijn'), het levensfluïdum of het leven.’ (Ragon.)
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk De voorouders die de wetenschap aan de mensheid biedt (p. 762):
Waarom zouden de aanhangers van Haeckel in dit specifieke geval dan mogen protesteren?
Ze hebben natuurlijk een antwoord klaar: ‘Omdat wij het bestaan van de monadische essentie niet erkennen.’ De manifestatie van de logos als individueel bewustzijn in de dierlijke en menselijke schepping wordt door de exacte wetenschap niet aanvaard, en dit denkbeeld geeft natuurlijk niet alle aspecten ervan weer.
Deel II, hoofdstuk 6 Reuzen, beschavingen en verzonken continenten (p. 873):
De Griekse allegorieën geven Atlas of Atlantis zeven dochters (zeven onderrassen), met de namen Maia, Electra, Taygeta, Asterope, Merope, Alcyone en Celaeno. Dit moet etnologisch worden opgevat, omdat men van hen zegt dat zij met goden zijn gehuwd en dat zij de moeders zijn geworden van beroemde helden, de stichters van veel volkeren en steden. In sterrenkundige zin zijn de Atlantiden de zeven Pleiaden (?) geworden. In de occulte wetenschap zijn deze twee met het lot van volkeren verbonden, lotsbestemmingen die overeenkomstig de karmische wet worden bepaald door gebeurtenissen uit hun vorige levens.

H.P. Blavatsky De stem van de stilte, Fragment II:
De leerling zegt:
Leraar, wat moet ik doen om tot wijsheid te komen?
Wijze, wat om volmaaktheid te verwerven?
Zoek naar de paden. Maar, lanoe [leerling], wees rein van hart voordat u aan uw reis begint. Leer, voordat u uw eerste stap zet, het werkelijke van het bedrieglijke te onderscheiden, het tijdelijke van het eeuwigdurende. Leer vooral verschil te zien tussen verstandelijke kennis en zielenwijsheid, tussen de ‘leer van het oog’ en die van het ‘hart’.
Ja, onwetendheid is als een gesloten vat zonder frisse lucht; de ziel een vogel die daarin gevangen zit. Hij zingt niet en kan zich niet verroeren. De zanger zit doodstil en verstijfd en sterft van uitputting.
Maar zelfs onwetendheid is beter dan verstandelijke kennis als er geen zielenwijsheid is om haar te verlichten en te leiden.

David Reigle The Book of Dzyan Research Reports (4).
Ingmar de Boer De Stem van de Stilte: de wereld achter het werk
Een belangrijke ontdekking van Reigle was dat het boek van Kiu Te waarschijnlijk de serie boeken is die tegenwoordig bekend staat onder de naam "rgyud sde".26 Henk Spierenburg had deze ontdekking al eerder gedaan, maar het werk van Reigle maakte deze ontdekking pas alom bekend in de theosofische wereld.27
Hij schrijft, zonder reserve, dat de brontekst van de Stem aanvankelijk een soort notitieboek is geweest van Asanga (Arya Sangha), de schrijver van de Yogàcàrabhåmi, waarin hij de leringen uit de universele symbolentaal voor het eerst in woorden opschreef.

De verbondenheid van alle wezens wordt in De geheime leer (1:632) tot uitdrukking gebracht in de hiërarchie van mededogen, die G. de Purucker samenvat in een negen niveaus2:
1) adi-buddhi, of de kosmische essentie van goddelijke intelligentie;
2) mahabuddhi, mahat (universeel denkvermogen), of de eerste logos;
3) universeel licht en leven, of de tweede logos, in het Sanskriet daiviprakriti, ‘goddelijke stof’ genoemd;
4) de zonen van licht, logoi van het leven, of de derde logos;
5) de dhyani- of hemelse boeddha’s;
6) de hemelse bodhisattva’s;
7) de bovenaardse of bovenmenselijke bodhisattva’s;
8) de manushya- of menselijke boeddha’s; en
9) mensen. Deze hiërarchie betreft de bewustzijnskant van de opbouw van ons zonnestelsel, soms de architecten genoemd in tegenstelling tot de bouwers of de zonne-hiërarchie van de stofkant. Hoewel de hier gebruikte termen overwegend aan de boeddhistische traditie zijn ontleend, zijn er parallellen in andere culturen. De Grieken, bijvoorbeeld, noemden de hiërarchie van mededogen de Gouden Keten van Hermes, en beschreven de manifestatie als een reeks
logoi of goddelijke ‘woorden’.
2) G. de Purucker,
Beginselen van de esoterische filosofie, blz. 296, zie ook de Encyclopedic Theosophical Glossary: Hierarchy of Compassion.

H. van der Hecht Het Evangelie van Mededogen (Theosofia april 2008):
De passages uit “Het Boek der Gulden Voorschriften” door Arya Sangha, door mevr. Blavatsky vertaald uit het Senzar (de oude geheime taal der Ingewijden), onder te titel “De Stem van de Stilte” (in Drie Wegen, één Pad, uitgave UTVN) vormen het
Evangelie van Mededogen, de Goede Boodschap dat Mededogen de mensheid zal redden door haar te leiden naar volledige ontplooiing en perfectie, naar een geluk dat zowel hemels als aards is.
De Boodschap dat Mededogen allen die zich volledig wijden aan de ontwikkeling van de
onsterfelijke Liefde binnen de mensheid transformeert tot Redders van de Wereld, Redders zowel van de mens als van de natuur. De auteur van Het Boek der Gulden Voorschriften, Arya Sangha, was één van de eerste discipelen van de Boeddha en werd “één van de drie zonnen van het Boeddhisme” genoemd.

Het Evangelie van Mededogen - Deel 1 Henriette van der Hecht— Secretaris-Generaal TV België
Wanneer onder de oppervlakte van de tijdelijke verschijnselen het ware Wezen herkend wordt – de onderaardse bronnenstroom van goddelijk leven, verborgen onder elke zichtbare levensvorm – wenst de mens niets liever dan dit levenskrachtige licht van kennis te delen, dat licht dat een onuitsprekelijke vreugde kan overbrengen op diegenen die ronddwalen in de duistere onwetendheid. In zijn streven om mensen te bevrijden van hun lijden, wordt hijzelf gedoemd tot lijden. Zijn innerlijke leven zal echter nooit door dit lijden verduisterd worden, omdat hij leeft in de vreugde van de eenheid, enthousiast over de onsterfelijke Goddelijke pracht van de wereld, een pracht die steeds waargenomen wordt door diegene die zich er bewust op richt.

Het complementariteitsprincipe maakt het mogelijk om de tweede grondstelling beter te leren begrijpen. Terwijl de chaostheorie wordt gebruikt om de derde grondstelling te verklaren.

Door de begrippen absolute en relatieve tijd te introduceren is het mogelijk de discussie met betrekking tot ruimte en tijd een stapje verder te brengen. De absolute tijd staat voor het eeuwige nu, de 4e dimensie van Ouspensky die niet kan worden waargenomen.

Joy Mills boekje Levende metaforen van wijsheid (p. 9):
De Franse kernfysicus Jean Charon, die Einsteins theorie verder heeft uitgewerkt met het doel een nieuwe eenheidstheorie voor alle fysieke verschijnselen te ontdekken, heeft opgeroepen tot een ‘neo-gnostieke kosmologie’ die een, wat hij noemt ‘geestelijke ruimte-tijd naast de conventionele stoffelijke ruimte-tijd’ zal erkennen. In zijn boekje The Unknow Spirit, stelt Charon: ‘… Er is geen beschrijving van de materie mogelijk zonder de tussenkomst van de geordenende werking die van de Geest uitgaat.’
14: In de The Unknow Spirit stelt Jean Charon, dat naar analogie (en hij geeft hiervan een zorgvuldige analyse uit de hedendaagse fysica) het elektron staat voor het geestelijke als datgene wat structuur geeft aan de materie en dat men daarom kan zeggen dat het elektron zekere geestelijke eigenschappen bezit die hij als viervoudig omschrijft: overpeinzing, kennis, liefde en daadkracht.

Johan Pameijer Genesis of Darwin (REFLECTIE NR. 2 2009), slotconclusie:
Darwin of Genesis. Ze hebben allebei gelijk.
Dit sluit bij het volgende fragment aan:

Het hart, de ziel is een weerspiegeling van de anima mundi, het universele denkvermogen, de grote wereldziel. Het centrale basisprincipe is mens ken uzelve. Van de zeven chakra's (p. 9) is de vierde het hartchakra. De auteurs van Genesis schreven middels de wijsheid van het hart en niet met de kennis van het verstand. Het evolutionaire denken verklaart de verschijningsvormen, het hoe van het leven, daarentegen het evolutionaire voelen de verschijningsinhoud, het wat. Bij de snaartheorie gaat het om de kennis van het verstand. Het gaat niet om Genesis of Darwin. Het gaat namelijk om beide gezichtspunten, de complementariteit.

Frank Visser geeft in zijn boek ZEVEN SFEREN (p. 63) aan hoe de zevenvoudige samenstelling van de mens met de vijfvoudige doorsnede (p. 111) samenhangt. De vijfvoudige doorsnede:
- fysische lichaam
- etherlichaam
- astrale lichaam
- mentale lichaam
- causaal lichaam (antahkarana)

De vijfde natuurkracht (fifth force), die fysici beogen te verklaren was al in de Bhagavad Gita bekend. Naast het Ether-paradigma worden verwante begrippen zoals Akasha-veld, Kwantumvacuüm, Nulpuntveld, Prana, levenskracht, Tetragrammaton,, Universeel Denkvermogen, anima mundi, kosmisch bewustzijn, universeel bewustzijn, wereldziel, Reiki, wereldgeest, eenheidsbewustzijn, De, ki, Chi, (Qi) Kundalini, psi-vermogens, Zero Point Field (Z.P.F.), Aether, vril en tachyonenergie gebruikt.

Het causale lichaam staat voor de kwintessens, de wiselwerking tussen Geest en Lichaam ('5D-concept en Ether-paradigma'), het Meta-leren.
In het rapport Eenheid in Verscheidenheid worden de contouren geschetst hoe 'probleem en oplossing' van de culturele evolutie (cultuuroverdracht) met elkaar samenhangen. De oplossing van het ééndimensionale marktdenken ‘u vraagt, wij draaien’ heeft een psychologische (inhoudsopgave Deel IV), een sociologische (Deel V) en een filosofische (Deel VI en VII) dimensie. Een effectieve methode om de crisis aan te pakken is door deze drie perspectieven gezamenlijk in te zetten.
Ahmed Marcouch (Volkskrant 14 december 2009): ‘Veel politici leven in een meta-werkelijkheid. In de Tweede Kamer, en ook tijdens het PvdA-congres, zie je ze praten over onderwerpen die niets te maken hebben met wat de burger dagelijks bezighoudt. Steeds meer burgers zijn cynisch, wantrouwend; ze verlangen naar een sterke leider. Dat is zorgelijk.’

Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest met als schakel de ziel. Het Antahkarana, nous legt de imaginaire verbinding tussen epithumia en thumos. Het zelfbewustzijn, dat meta-leren mogelijk maakt, kan als een recursiefproces worden opgevat. Het pentagram staat symbool voor zelfgelijkvormigheid, recursie.

In PRANA nr. 159 (febr/mrt 2007) bespreekt Herman van Tuyl ook uitgebreid de vijfvoudige - en de zevenvoudige indelingen. In het artikel van Herman van Tuyl komt FYSIEK met de 3e dimensie overeen. Op deze wijze ontstaat een indeling waardoor de 1e t/m de 7e dimensie bij Herman van Tuyl op de zevenvoudige samenstelling van de mens aansluiten.

Symposium Geroepen door het Wereldhart: Willen E. Scherpenhuijsen Rom van de Antroposofische Vereniging maakt in zijn voordracht gewag van een mensbeeld dat uit vier wezensdelen (p. 30/31) bestaat.
Mede gezien de achtergrond van de Antroposofische vereniging wordt geconcludeerd dat de vier wezensdelen met het fysische lichaam, etherlichaam, astrale lichaam en mentale lichaam overeenstemmen.

Volgens Steiner kan iedereen door langdurige oefening in contact treden met die fysiek onzichtbare, maar reëel aanwezige geestelijke wereld. Dunselman: 'Hij heeft een geesteswetenschap ontworpen, waarmee je die wereld kunt onderzoeken. Een innerlijke scholingsweg die heel helder, praktisch en methodisch is'.

Axis Mundi ('Hoofdroute', Cyclische evolutie en Cybernetica, Binnen en Buiten, Zeven wijsheidssleutels)

Evelyn Underhill Het Spirituele Leven – Mystiek voor het Dagelijks Bestaan
Afkomstig uit Deel IV: 'Enkele vragen en problemen' (blz. 71):
"Wie het spirituele leven serieus neemt, kan niet anders dan maatschappelijke vraagstukken bezien vanuit het
perspectief van de eeuwigheid en nooit vanuit dat van lands- of eigenbelang. Dat betekent voor onze overtuiging uitkomen, bijvoorbeeld door in te gaan tegen vooringenomenheid en vooroordeel, compromissen afwijzen en alleen stemmen op hen, die dit onbaatzuchtige gezichtspunt delen. Als we zo zouden handelen, zou langzaam maar zeker een denktank ontstaan - een spirituele partij zo je wilt - die op de lange termijn zijn invloed in het land zou doen gelden. Maar dit vraagt veel geloof, hoop en liefde. En vooral moed."

DE REGENERATIE VAN DE MENS, de innerlijke revolutie die het denken zuivert.
De overgang van oude denkpatronen waaraan het denkvermogen gewend is naar de erkenning dat het leven in waarheid één en ondeelbaar is, is een radicale verandering. Het denkvermogen wordt dan verrijkt met eigenschappen van creativiteit en vitaliteit, en dit proces kan beschreven worden als regeneratie. Daarom werd in de beginperiode van de Vereniging de universele broederschap die het doel is van de Vereniging, omschreven als 'broederschap die regenereert'.

Ethiek – het overbruggen van vrijheid en verantwoordelijkheid (Paul Zwollo):
Ongelimiteerde vrijheid voor de mens is ondenkbaar en onwenselijk. Misschien was dat de reden waarom het motto van de Franse revolutie in 1793 werd Liberté, Egalité et Fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap). Door gelijkheid en broederschap toe te voegen aan vrijheid, hoopte men de mogelijk gevaarlijke nadelen van vrijheid alleen te vermijden. Daar de staat van de menselijke ontwikkeling verre van volmaakt was en is, is het ideaal van vrijheid ernstig misbruikt en is er afbreuk gedaan aan de waarden gelijkheid en broederschap.

In het morele kompas wordt net als in het model van Klaas van Egmond een verticale as toegepast. Deze as symboliseert de relatie tussen hemel en aarde, de ’Immateriële en Materiële’ wereld.

Hupkes, S. Ethiek in organisaties: Werkende waarden
Met het toenemen van de welvaart neemt ook de aandacht toe voor de zogenoemde immateriële waarden. Steeds nadrukkelijker worden bedrijven en organisaties aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat houdt in dat zij rekening houden met alle betrokken partijen. Met de aandeelhouders of belastingbetalers die graag willen dat het werk zo efficiënt mogelijk wordt gedaan. Met de werknemers die arbeid van goede kwaliteit willen. Met de klanten die veilige waar voor hun geld willen. Maar ook met de buren, natuur en het milieu.

Wereldziel (p. 17):
Wat ik u heb gezegd over het spreken en luisteren van de wereld kan zeer belangrijk zijn om de periodiciteiten te begrijpen, die op een gegeven ogenblik ineens worden verstoord. Invloeden van buitenaf sluiten geen vooruit te zeggen invloeden in. Daar is menselijk gezien het onverwachte aan de gang. Alles, wat van de aarde zelf uitgaat, is voor de mens te leren; dat is dus wel te voorspellen. U kunt dus al datgene, wat van het aardritme in u bestaat, berekenen; daarmee kunt u rekening houden. U kunt echter de kosmische waarden, die op de aarde toestromen, nooit berekenen en u moogt dus nooit zeggen: Het aardritme is zo, nu zal het ook zo en zo gaan. U kunt wel zeggen: Indien ik mij op de aarde oriënteer, is het zeer waarschijnlijk dat ik deze tendens zal ontdekken. Er is hierop één uitzondering: Uw eigen energiecyclus, die gebonden is aan de aarde en vast ligt binnen het zonnestelsel, kan niet van buitenaf worden beïnvloed. Als u nu weet, hoe de zaken eigenlijk staan, krijgt u misschien ook een ander inzicht in de belangrijkheid van uw eigen leven. Die ligt niet in de materie. De materie is alleen belangrijk, voor zover het de ervaring aangaat; en bij ervaring is het belangrijk, dat wij zoveel mogelijk harmonisch blijven met de wereldziel. Geestelijk gezien is het echter juist belangrijk, dat wij een overzicht gewinnen, waardoor wij kunnen vrijkomen van die wereldziel, ons kunnen bewegen binnen het terrein van de wereldziel, maar ook daarbuiten kunnen bestaan en zo ons eigen zijn als deel van de totale mensheid op een meer kosmische wijze tot uiting kunnen brengen.
Als u dit alles hebt begrepen, dan moet u deze gegevens nu eens toepassen voor de verklaring van termen als Nirwana, kosmisch leven. Dan moet u dit eens in praktijk brengen, als u wordt gesproken over de verschillende wortelrassen. U zult ontdekken, dat het allemaal klopt als een bus. Het is de verklaring, het is de aanvulling. En begrip te hebben voor dit eigenaardige wezen "de wereld", met de daarin wonende bezielende kracht, maakt het ook mogelijk om zo geestelijk en stoffelijk de harmonie met de wereld gemakkelijker te vinden.

Interview José Bouman, conservator van de Bibliotheca Philosophica Hermetica
En die boom bijvoorbeeld?
Dat is de boom der metalen, die groeit in de aarde en zijn vruchten zijn de metalen. De groene slang en de groene leeuw symboliseren allebei stadia in het proces van herschepping. De mens was het contact met het goddelijke kwijtgeraakt en daardoor waren de tegenstellingen (man-vrouw; donker-licht, enzovoort) ontstaan die aanvankelijk één waren.
De mens is een microkosmos, een wereld op zichzelf, waarin alle processen die ook in de kosmos plaatsvinden in het klein kunnen worden waargenomen. Tegelijkertijd is hij onderdeel van de makrokosmos en vormt hij daarmee een harmonieus geheel. Kijkend naar de mens begrijp je de kosmos en kijkend naar de kosmos begrijp je de mens.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Theosofische misvattingen (p. 191/192):
De betekenis is echter eenvoudig deze: iedere ‘Ronde’ brengt een nieuwe ontwikkeling en zelfs een volkomen verandering teweeg in de verstandelijke, psychische, geestelijke en lichamelijke gesteldheid van de mens, waarbij al deze beginselen trapsgewijs in opgaande lijn evolueren. Hieruit volgt dat personen die, zoals Confucius en Plato, psychisch, verstandelijk en geestelijk tot de hogere evolutiegebieden behoorden, in onze vierde Ronde even ver waren als de gemiddelde mens zal zijn in de vijfde Ronde, waarvan de mensheid is bestemd om op deze evolutieladder veel hoger te staan dan onze tegenwoordige mensheid. Op dezelfde manier was Gautama Boeddha – de geïncarneerde wijsheid – nog hoger en groter dan de genoemde mensen, die vijfde-ronders heten, en worden Boeddha en Sankaracharya allegorisch zesde-ronders genoemd. Vandaar de verborgen wijsheid van de destijds ‘ontwijkend’ genoemde uitspraak, ‘dat een paar regendruppels nog geen moesson maken, al kondigen ze die aan’.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Aanvullende feiten en verklaringen over de bollen en de monaden -De drievoudige evolutie in de natuur, p. 210:
Het wordt nu duidelijk, dat er in de Natuur een drievoudig evolutieplan bestaat voor het vormen van de drie periodieke upadhi’s, of liever drie afzonderlijke evolutieplannen, die in ons stelsel op elk punt onontwarbaar zijn dooreengeweven en vermengd. Dit zijn de monadische (of geestelijke), de verstandelijke en de stoffelijke evolutie. Deze drie zijn de eindige aspecten of de weerspiegelingen op het gebied van de kosmische illusie van ATMA, het zevende beginsel, de ENE WERKELIJKHEID.
1. De monadische evolutie heeft, zoals de naam al zegt, te maken met de groei en ontwikkeling van de monade tot nog hogere stadia van activiteit, en gaat samen met:
2. De verstandelijke evolutie, vertegenwoordigd door de Manasa-Dhyani’s (de zonnedeva’s, of de agnishwatta pitri’s), die de mens verstand en bewustzijn geven en:
3. De stoffelijke evolutie, vertegenwoordigd door de chhaya’s van de maanpitri’s, waaromheen de Natuur het huidige stoffelijke lichaam heeft geconcretiseerd. Dit lichaam dient als voertuig voor de ‘groei’ (om een misleidend woord te gebruiken) en voor de omzetting door middel van manas en – tengevolge van de opeenstapeling van ervaringen – van het eindige in het ONEINDIGE, van het voorbijgaande in het Eeuwige en Absolute.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 229):
Om het verschil te kunnen zien en naar waarde te schatten – de reusachtige kloof die de aardse stof scheidt van de fijnere gradaties van bovenzinnelijke stof – zou elke astronoom, elke scheikundige en natuurkundige op zijn minst psychometrist moeten zijn.

De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk Inleidende opmerkingen, p. 1:
Wat betreft de evolutie van de mensheid stelt de Geheime Leer drie nieuwe stellingen voorop, die lijnrecht in strijd zijn met zowel de moderne wetenschap als de gangbare religieuze dogma’s: zij leert
(a) de gelijktijdige evolutie van zeven mensengroepen op zeven verschillende delen van onze aardbol;
(b) de geboorte van het astrale lichaam (Astrale lichaam) vóór het stoffelijke (Fysieke lichaam), waarbij het eerste een model is voor het laatste; en
(c) dat de mens in deze Ronde aan alle zoogdieren in het dierenrijk voorafging – de mensapen daarbij inbegrepen.
2: De geheime leer is niet de enige die spreekt over de oorspronkelijke MENSEN die tegelijkertijd op de zeven delen van onze bol werden geboren. In THE DIVINE PYMANDER of Hermes (vert. J. Everard) vinden we dezelfde zeven oorspronkelijke mensen1 die evolueren uit de natuur en de ‘hemelse mens’, in de collectieve betekenis van mensheid, namelijk uit de scheppende geesten; en op de (door George Smith verzamelde) fragmenten van Chaldeeuwse kleitabletten, waarin de Babylonische scheppingslegende is gegrift, in de eerste kolom van het Cutha-tablet, worden zeven mensen met gezichten van raven (donkere gelaatskleur) genoemd, die werden ‘geschapen door de [zeven] grote goden’. Of, zoals in regel 16 en 18 wordt verklaard: ‘Midden op de aarde groeiden ze op en werden groot . . . zeven koningen, broers uit hetzelfde gezin.’2 Dit zijn de zeven koningen van Edom, naar wie in de kabbala wordt verwezen; het eerste ras, dat onvolmaakt was, d.w.z. dat werd geboren vóór het ‘evenwicht’ (de seksen) bestond, en dat daarom werd vernietigd.3
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de
'gevallen engel' in haar verschillende aspecten (p. 541):
We vinden hetzelfde denkbeeld in de Zohar. Satan was een zoon en een engel van god. Bij alle Semitische volkeren was de geest van de aarde evengoed de schepper op zijn eigen gebied als de geest van de hemelen. Zij waren tweelingbroers en onderling verwisselbaar in hun functies, zoal niet twee in één. Niets van wat wij in Genesis vinden, ontbreekt in de Chaldeeuws-Assyrische religieuze opvattingen, zelfs in het weinige dat tot dusver werd ontcijferd. De grote ‘afgrond’ van Genesis is terug te vinden in de tohu-bohu, ‘diepte’, ‘oerruimte’ of Chaos van de Babyloniërs. Wijsheid (de grote onzichtbare God) – in Genesis hoofdstuk 1 de ‘geest van God’ genoemd – woonde, zowel voor de oudere Babyloniërs als voor de Akkadiërs, in de zee van de Ruimte.
553/554: De Hebreeuwse Elohim, die in de vertalingen ‘God’ worden genoemd, die ‘licht’ scheppen, komen overeen met de Arische Asura’s. Zij staan ook bekend als de ‘zonen van de duisternis’, als een filosofische en logische tegenstelling tot het onveranderlijke en eeuwige licht. De eerste Zoroastriërs geloofden niet dat het kwaad of de duisternis eeuwig gelijktijdig bestond met het goede of het licht, en zij geven dezelfde interpretatie. Ahriman is de gemanifesteerde schaduw van AHURA-MAZDA (Asura-mazda), die zelf voortkwam uit Zeruana Akerne, ‘grenzeloze (cirkel van de) tijd’ of de onbekende Oorzaak. ‘Haar glorie’, zeggen zij over deze laatste, ‘is te verheven, haar licht te glansrijk dan dat het menselijke intellect of het sterfelijke oog dit kan bevatten of zien’. Haar eerste emanatie is eeuwig licht dat, na eerder in DUISTERNIS verborgen te zijn geweest, werd geroepen zich te manifesteren, en zo werd Ormazd, de ‘koning van het leven’, gevormd. Hij is de ‘eerstgeborene’ in de GRENZELOZE TIJD, maar heeft evenals zijn eigen antitype (de vooraf bestaande geestelijke idee), van alle eeuwigheid in duisternis geleefd.
551: Volgens alle oude kosmogonieën ontstaat het licht uit de duisternis. In Egypte was, evenals elders, duisternis ‘het beginsel van alle dingen’. Vandaar dat Pymander, de ‘goddelijke gedachte’, als licht voortkomt uit de DUISTERNIS.
Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en Jehova, p. 615:
Deze kubusvorm verbindt de termini direct met het kruis, en de welsprekendheid of het spraakvermogen van Mercurius bracht de slimme Eusebius ertoe te zeggen
‘Hermes is het embleem van het Woord dat alles schept en verklaart’, want het is het scheppende woord; en volgens hem leert Porphyrius dat de spraak van Hermes (in Pymander als ‘het woord van God’ (!) opgevat), een scheppende spraak (verbum), het kiembeginsel is dat door het Heelal is verspreid. In de alchemie is ‘Mercurius’ het oervocht, oorspronkelijk of elementair water, dat het zaad van het Heelal bevat, bevrucht door de zonnevuren. Om dit bevruchtende beginsel tot uitdrukking te brengen, werd vaak door de Egyptenaren aan het kruis een fallus toegevoegd (het mannelijke en vrouwelijke, of het verticale en het horizontale verenigd) (zie de Egyptische musea). De kruisvormige termini stelden ook dit tweevoudige denkbeeld voor, dat in Egypte in de kubusvormige Hermes werd aangetroffen. De schrijver van Source of Measures vertelt ons waarom. (Maar zie de laatste bladzijde van § 16 over de gnostische Priapus.)

De bijlage van hoofdstuk 2.1.1 bevat twee modellen, een van de Purucker en een van Pryse, om de zevenvoudige samenstelling van de mens weer te geven. Beide modellen maken gebruik van de doorsnede ‘Voertuig, Dierlijk-astrale-Ziel, Ziel en Geest’ van de Joodse Kabbalah.
De viervoudige indeling van de Kabbalah geeft de zevenvoudige samenstelling van de mens compact weer. Het is de basisstructuur, die in het boek van Pryse ook wordt weergegeven als 'Genitaliën - Navel - Hart - Hoofd'. Pryse werkt in zijn vierkant ‘I – II – III – IV’ het vierkant van de Joodse Kabbalah zeer gedetailleerd uit.
Het zal niet nodig zijn te zeggen dat beide auteurs uitgaan van de aanwezigheid in de Natuur van het Ene eeuwige element, het onkenbare 1e Beginsel van de theosofie. De tien beginselen van de mens bestaan uit een hogere en lagere Triade en een viertal.
De “staf” (p. 96) waarmede het goddelijke kind de volkeren zal hoeden, is de caduceus (11e dimensie) van Hermês, de voorbeeldige schaapherder van de zielen. In de oudere mythologie vindt men deze magische staf in de hand van Neb, de God van wijsheid en “de bewaarder van de scepter van kracht”.

De drie verenigende Logoi van de Esoterie:

Rapport'E i V': Danielle AudoinTheosofie (1 - 2 - 3 - 4): 
Pythagoras 1e Logos, Monade3e Logos, TriadeRudolf SteinerAntroposofie: 
EthiekSociologie  4. Hogere Zelf (Wijsheid)2. Astrale lichaam (Intelligentiequotiënt)
MonadeTriadeGod ----GeestGeestmens ----Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuadeLichaam ----ZoonFysiek lichaam ----Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
PsychologieFilosofieTetrade2e Logos, Duade1. Fysieke lichaam (EI)3. Lagere denken (Sociale intelligentie)

In het onderstaande rechter kwadrant zijn de lagere gebieden samen met de hogere schematisch weergegeven. Het brengt de spiegelsymmetrie (4., 5./3., 6./2. en 7./1.) in de zevenvoudige samenstelling van de mens tot uitdrukking. Het vierde beginsel maakt het mogelijk dat de andere balans en harmonie vinden.

Joodse Kabbalah     Antroposofie Holistische fysiotherapie
        Mensenrijk Plantenrijk
Chaiah RuahTussenliggende viertal:  4. Hogere wereld 2. Etherische wereld
4. Geest-2. Dierlijk-astrale Ziel5. Manas<7. Âtma  7./1. 5./3.
| || |Lagere viertal:  | |
1. Voertuig-3. Ziel6. Buddhi>4. Kama>2. Linga-sarira4.-6./2.
Nephesh Neshama  | |1. Fysieke wereld 3. Astrale wereld 
     1. Sthûla-sarira<3. PrânaMineralenrijk Dierenrijk

Hoofdroute, levenscyclus, kringloop: De lichamelijke, psychische, verstandelijke, en geestelijke (fysieke -, emotionele -, mentale - en spirituele energie) gesteldheid van de mens correleert met de doorsnede ‘Voertuig, Dierlijk-astrale-Ziel, Ziel en Geest’ van de Joodse Kabbalah.

G. de Purucker boek De Mens in de evolutie (p. 250): Karman en Wederbelichaming hebben juist betrekking op het karakter van de mens, op zijn skandha’s, dat wil zeggen, zijn psychologische, mentale, emotionele en fysieke eigenschappen.

Pythagoras:Boeddhisme:Friedrich Nietzsche:Carl Jung:A. P. Fiske:
1. Monade4. ‘Gulden Middenweg’, beëindigen van ‘lijden’ZarathustraArchetype (Unus Mundus)Gemeenschapsmodel
2. Duade3. Beëindiging van ‘lijden’ÜbermenschGroeiGelijkheidsmodel
3. Triade2. Ontstaan van ‘lijden’Wil tot macht‘Dubbele natuur’, aanpassingAutoriteitsmodel
4. Tetrade1. Het ‘lijden’Eeuwige terugkeerEnantiodromie (Homeostase)Marktmodel

Blavatsky, Deel III, p. 591: De “oorspronkelijke driehoek” is de 2e Logos, die zich als een driehoek in de 3e Logos of hemelse mens weerkaatst en daarna verdwijnt. De 3e Logos, die het “vormende scheppingsvermogen” bevat, ontwikkelt de tetraktys uit de driehoek, en wordt zoodoende zeven, de scheppende kracht, die met de oorspronkelijke driehoek, die haar voortgebracht heeft, ene tienheid vormt. Als deze hemelse driehoek en tetraktys in het heelal van stof weerkaatst zijn in den vorm van de astralen, paradigmatische mens, zijn zij omgekeerd, en wordt de driehoek of de vormende kracht onder de vierheid geworpen, met zijn spits naar omlaag gekeerd; de Monade van deze astrale paradigmatische mens is zelf een driehoek die tot de vierheid en de driehoek in dezelfde verhouding staat als de oorspronkelijke driehoek tot de Hemelse Mens. Vandaar de zinsnede: “de bovenste driehoek …..is in de mens van stof onder de zeven geplaatst”. Ook hier vormen het punt dat de driehoek beschrijft, de Monade die de drieheid wordt, met de vierheid en de lagere scheppende driehoek, de tienheid of het volmaakte getal. “Zoo omhoog, zoo omlaag”.

Op het snijpunt van de drie asen, de kern van het morele kompas vindt de filognostische synthese plaats. Ruimte materie en tijd liggen aan de basis van de volheden.

Het Bewustzijn is een Niet-lokaal, vier-dimensionaal verschijnsel, dat zich drie-dimensioneel manifesteert als een BEC in de Microtubuli in het Centraal-Zenuwstelsel en dat z'n omgeving tracht te beïnvloeden, door vier-dimensionale informatie (gebeurtenissen op Quantum-niveau) om te zetten in drie-dimensionale informatie, en dat drie-dimensionale informatie uit de macro-omgeving omzet in vier-dimensionale informatie, die op Quantum-niveau verwerkt wordt.

Het klassieke vijfde element van de ether (Akasha) wordt door het snijpunt (leegte, tzimtzum) van de drie assen gesymboliseerd. Dit snijpunt wordt ook door de verticale as (Axis mundi, caduceus), de middenzuil ('bewustzijnstoestanden') van de levensboom tot uitdrukking gebracht. De aardse chaos (fysieke energie) staat in verbinding met de hemelse spiritualiteit. Geestelijke, spirituele groei, het 'non-lokale bewustzijn' vindt in het snijpunt plaats.

In Deel III van het rapport 'E i V' staat de Unificatietheorie centraal.
Martinus J.G. Veltman: In de loop der tijd zijn er drie belangrijke symmetrieën gevonden: spiegelsymmetrie (het heelal zou gespiegeld kunnen bestaan), tijdsymmetrie (het heelal zou ook andersom in de tijd kunnen bestaan) en materiesymmetrie (elk deeltje heeft een tegendeel dat het doet verdwijnen als het dat ontmoet).

Een menselijk systeem bestaat uit (geestelijke, psychische en stoffelijke):
- een fysieke energie (IQ, Materie-bewustzijn), voorgesteld door het punt 9.
- een emotionele energie(EQ), voorgesteld door het punt 3.
- een mentale energie (PQ), voorgesteld door het punt 6.
Dit kan worden voorgesteld door een bol waarbij een lichtbundel door de wand wordt geprikt. Het lichtschijnsel zal niet direct de hele bol verlichten, maar eerst een weerkaatsing vinden recht tegenover het punt van inbreng.

 

In het enneagram staat de scheppingsdriehoek 9 - 3 - 6, de Triade en bij de levensboom de Tetrade centraal. Bij de Wet van Zeven gaat het echter om de dynamiek van de gemanifesteerde werkelijkheid, het hexagram, dat zowel de Triade als de Tetrade omvat. Creativethink biedt een handvat om de chaos in ons leven te helpen beheersen. De bijlage 'Triade en Tetrade' toont een historisch kader. Het raamwerk dient als achtergrond om de gebeurtenissen in het huidige tijdsgewricht te kunnen duiden.

Uitgangspunt is dat de voortschrijdende 'Creativiteit en Wijsheid' (Danah Zohar: spiritual intelligence, SQ, sociale intelligentie, cultuursociologie) een resultante is van intelligentie, die samenhangt met de stoffelijke evolutie (PQ), verstandelijke evolutie (IQ) en emotionele intelligentie (EQ). Een goede sociale antenne, sociale intelligtie heeft op SQ betrekking.

Zelfbewustzijn is de waarneming van wat er in iemands eigen geest omgaat, als het besef van het eigen bestaan. Dit is een moeilijk te definiëren entiteit, waar intelligentie, het nemen van beslissingen, waarneming, bewustzijn en ik-besef zetelen.

De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental, De zeven zielen van de Egyptologen (p. 721):

 

De monadische groei en ontwikkeling hangt vooral samen met ‘IV - V - VI’, ‘gevoel – verstandelijke – spirituele ziel’, ‘voelen – denken – gnosis’,
‘4 Emotie – 5 Denkvermogen – 6 Voertuig van de geest’, 'stoffelijke -, verstandelijke - en monadische evolutie'.

De evolutie (creativiteit en wijsheid) is coherent met materiesymmetrie (evolutiepsychologie, culturele psychologie), spiegelsymmetrie (emotionele intelligentie) en tijdymmetrie, evolutie identiteit (waarnemer van IQ, intelligentiemeting). Het element ether, de kwintessens brengt de heelheid, de energetische samenwerking op het emotionele, mentale en spirituele vlak tot uitdrukking.

Huwelijksquaterniteit: Vier functies van depsyche:Antroposofie (x):
4. Alchemist ---- (b)2. Anima4. Denken ----2. Intuïtie4. Binnenwereld ----2. Buitenwereld
| (d)| (d)||||
1. Animus ---- (b)3. Soror1. Gewaarworden ----3. Voelen1. Buitenwereld ----3. Binnenwereld
(a) 3./4. Soror/Alchemist Voelen/Denken:bewuste asBinnenwereld
(c) 1./2. Animus/Anima Intuïtie/Gewaarworden:onbewuste asBuitenwereld
(x) Klik ‘lemniscaat’   Bovenpool versus Onderpool

Het begrip quaterniteit van Jung heeft op de metafoor kwadratuur van de cirkel, de 'steen der wijzen' betrekking.

Albert Einstein, Relativiteitstheorie, de eenheid van Massa, Tijd en Energie (Kracht, Beweging) - Ruimte - Tijd - Beweging (Standaardmodel).

Theorie van allesUnificatietheorie (x)Rapport Eenheid in Verscheidenheid 
Ruimte (Energie)Inertie (Tijd-as)1.Zwaartekracht (M/V)3. Spiegelsymmetrie
RelativiteitstheorieMorele kompas7. Hermeneutische cirkel (SQ) ----5. Reflexief bewustzijn (EQ)
||||
SnaartheorieQuantummechanica (Microkosmos)4.b Ether-paradigma ----6. Meta-leren
BewegingMaterie, Massa4.a Materiesymmetrie (PQ)2. Tijdsymmetrie (IQ)

x) Het 'Hoe en Wat', 'Ether-paradigma en Reflexief bewustzijn' staat tegenover 'Wat en Hoe', 'Hermeneutische cirkel en Meta-leren'.

Daniel Goleman (Stockton, 7 maart 1946) is een Amerikaans psycholoog. Hij introduceerde als eerste voor een breed publiek het begrip emotionele intelligentie'(EQ).

Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen materie en geest, tussen lagere Tetrade en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.
De Goddelijke liefde Eros (thumos) zorgt voor het verbinden terwijl daarentegen de omgekeerde weerkaatsing van Eros (Epithumia) voor het scheiden zorgdraagt. De negatieve betekenis van Eros staat voor wellust, driftleven, epithumia.

Voor Jung betekent eros de religieuze drift, voor Freud de seksuele drift. Alles heeft zijn tegenstelling, begeerte inbegrepen.

Gulden middenweg (Bodhisattva Pad, Tetrade, Golden mean, Symbool, Waarden en Normen)

Gulden regel: Wat gij wilt dat u geschiedt doe dat de ander.
De Gulden Regel, bijvoorbeeld, is door de volgende volkeren onder woorden gebracht:
- Bij de indianen: Grote Geest, geef dat ik mijn buurman niet beoordeel voor ik een mijl in zijn mocassins heb gelopen.
- In het boeddhisme: Op vijf manieren zou iemand zijn vrienden en bekenden van dienst moeten zijn – met edelmoedigheid, hoffelijkheid, welwillendheid, door hen te behandelen zoals hij zichzelf behandelt, en door zijn woord gestand te doen.
- Christendom: Alles nu wat u wilt dat u de mensen doen, doet u hen ook aldus, want dit is de wet en de profeten.
- Confucianisme: ‘Is er enig woord’, vroeg Tse Kung, ‘dat als gedragsregel voor het leven kan dienen?’ De meester antwoordde: ‘Is sympathie niet dat woord? Doe niet aan anderen wat u voor uzelf niet wenst.’
- Griekse filosofie: Doe niet aan anderen wat uzelf niet wenst te ondergaan (Isocrates). Behandel uw vrienden zoals u door hen behandeld wilt worden (Aristoteles).
- Hindoeïsme: Men moet zich tegenover anderen niet gedragen op een manier die ons onaangenaam zou zijn. Dit is het wezen van plicht (dharma). Al het overige komt voort uit zelfzuchtige verlangens.
- Islam: Niemand van u is een gelovige voordat hij zijn broeder toewenst wat hij voor zichzelf wenst.
- Joodse leer: U moet uw broeder niet haten in uw hart; . . . maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf.
- De leer van Zarathoestra: Alleen dat karakter is goed dat anderen niet aandoet wat niet goed is voor hemzelf.
Mattheüs 7:7-12 Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten.
Mattheüs 18:20 Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.
Gnostiek: Zelfkennis is Godskennis.
Stelling: Waar de gulden middenweg loopt is al millennia bekend. Het is niet nodig het wiel opnieuw uit te vinden. De middenweg geldt zowel top down als bottom up en is afhankelijk van de rollen die we bewust of onbewust in de maatschappij spelen. Er is niets nieuws onder de zon.

Nieuwe Testament: Vóór de komst van Christus plachten de profeten de religie te prediken als de wet van hun vaderland en krachtens het ten tijde van Mozes gesloten verbond. Na de komst van Christus echter predikten de apostelen haar als de universele wet aan alle mensen, uitsluitend krachtens het lijden van Christus. Onder het woord Gods wordt de ware religie verstaan. Johannes: Hij was in de wereld en de wereld heeft hem niet gekend. (boodschap).
Rudolf Steiner heeft er al op gewezen dat de
Heilige Geest aan de aarde haar definitieve bestemming geeft. Geest en lichaam (psychomaterie) zijn twee tegendelen, die al bij de eerste openbaringen aan de profeet Mozes naar voren zijn gekomen.
In essentie behandelt het rapport ‘E i V’ het mechanisme
‘en-en’/‘of-of’ (‘God en Darwin’/’God of Darwin’, ’Eenheid’/‘Gebroken symmetrie’, 'Emergentie'/'Decompositie', 'Emergence'/'Quantum decoherence', ‘Monade’/’Duade’), de twee kanten van een medaille. Het is de ziel (psyche) die de twee kanten van een medaille met elkaar verbindt. Voor 'God en Darwin' kan ook gelezen worden 'Geloof en Rede'. Zowel Mozes Maimonides (1135 – 1204) als Raymond Lull (1232 – 1315) zijn wetenschappers, die zich al intensief hebben toegelegd op het schijnbaar onoplosbare conflict tussen geloof en wetenschappelijke kennis. Mozes Maimonides (BRES nr. 268) in zijn boek Gids der verdoolden en Raymond Lull in zijn hoofdwerk Ars Generale Ultima.

Aristoteles, leerling van Plato heeft beschreven dat het er in het leven om gaat het juiste midden te vinden tussen twee extremen". Het menselijk verstand begrijpt de dingen slechts door contrast. In alles ligt het tegendeel besloten. Kortom, het dualisme is een kunstmatig door het denken aangebrachte scheiding, die in feite niet bestaat. De ‘Gulden middenweg’, is een bewustwordingsproces, dat er van uitgaat dat de waarheid in het midden ligt.

Gulden Middenweg
Wat is het idee?
Volgens Aristoteles is de deugd het midden tussen twee extremen. Zo houdt moed het midden tussen lafheid en roekeloosheid.

In de voorstelling van het Boeddhistische Levensrad wordt op een iconografische manier het proces aangeduid waardoor wij voortdurend de echte werkelijkheid vervormen tot onze eigen relatieve ervaring daarvan, die gekenmerkt is door de kwaliteit van lijden (vergelijk de Eerste Edele Waarheid). Dit universele proces, volgens welke elke mentale en materiële manifestatie tot stand komt, verloopt via twaalf stadia, die tezamen ‘de Keten van Ontstaan in Voorwaardelijkheid’, of ‘de Twaalf Nidanas’ worden genoemd.

De ethiek van mededogen (Tom Davis Theosofia oktober 2008):
Bij mededogen of compassie ligt dit echter anders. Het woord compassie is afkomstig van het Latijn, com = met en pass = lijden: samen lijden met. Het echte Latijnse woord voor compassie is misericordia = compassie, hartsgevoeligheid, genade. Het is een mengeling van twee woorden: miseria, of miserie, ellende, ongeluk, zorg, verdriet, en concordia, of in overeenstemming, in harmonie, begrip hebbend voor. Compassie in deze betekenis wil zeggen, in harmonie zijn met of sympathiseren met iemand anders, of die nu lijdt of niet. Zijn we in harmonie met anderen of beoordelen we hen alleen maar, alsof WIJ vrij zijn van iedere tekortkoming ? Hoed u voor hen die compassie prediken, maar deze zelf niet beoefenen. Heb echter compassie met de zwakheid van hun karakter.
Wij verkeren niet in uitzichtloze situaties zoals de vluchtelingen in Afrika en we zouden onszelf moeten afvragen wat voor excuus we hebben om NIET de ethiek van compassie in praktijk te brengen. Ik geloof dat we mededogen moeten opbrengen voor de slapende mensheid die onwetend is over haar lot en voor de natuur die lijdt door toedoen van miljoenen mensen die de aarde bevolken zonder ten volle de uiteindelijke consequenties van hun daden in te zien.

Sociale veranderingen bij een crisis Deel 2: De grote transformatie volgens Karen Armstrong (Piet Ransijn Civis Mundi Digitaal #96 april 2020):
In haar boek
De grote transformatie beschrijft de bekende godsdiensthistorica Karen Armstrong hoe in de ‘Spiltijd’, rond 800-300 v. Chr., de levensbeschouwingen vorm kregen die tot dusver richting gevend zijn geweest in de Griekse, Chinese en Indiase filosofie en de wereldreligies. De filosoof Karl Jaspers noemt deze tijd de ‘Achsenzeit’. Een tijd die heel bepalend is geweest voor onze geschiedenis en onze morele en geestelijke ontwikkeling. Armstrong noemt het “een van de vruchtbaarste perioden van intellectuele, psychologische, filosofische en religieuze verandering in de geschreven geschiedenis. [Deze] zou ongeëvenaard blijven tot de Grote Westerse Transformatie, die onze...moderne tijd inluidde” (p 8). Volgens haar vindt deze transformatie allang plaats. De corona-crisis kan dan worden gezien als een onderdeel daarvan. In hoeverre kunnen de principes en inzichten die toen aan het licht zijn gebracht ons nu nog inspireren tijdens de corona-crisis?

Vijfde roman van Sana Valiulina is wonder van vertelkunst (Persis Bekkering de Volkskrant 31 januari 2015):
Met dit fabelachtige, darwinistische beest eindigt
Kinderen van Brezjnev, het donkere, vijfde boek van de in Estland geboren en in Nederland woonachtige Sana Valiulina. Het begint idyllisch: in de jaren zeventig, in de mondaine kustplaats Ruha in Estland. Aan de rand van het Sovjetimperium, dicht bij Europa, brengen Russen en Esten vreedzame zomers door, ventileren vrijelijk hun dissidente filosofieën en roeren in pannen met zelfgeplukte paddestoelen.
Generatie min
Kinderen van Brezjnev volgt in vier losjes verbonden verhalen de onderbelichte generatie die geboren wordt tijdens het bewind van Sovjetleider Brezjnev, 'generatie min', zoals de ouders ze noemen. De jongeren hebben geen herinneringen aan de gruwelen van revolutie en onderdrukking. Nee, zij verlangen naar spijkerbroeken en kauwgom - materialisme, waar hun ouders idealisme zouden willen zien. De jongeren lijden onder het gedrag van hun ouders, die voor het onfortuinlijke heden vluchten in alcohol en een obsessie met Fins sanitair.
De roman is een modern sprookje. Al die figuren vertellen een verhaal over wat er met de
moraal gebeurt als de staat verzwakt raakt: er blijft niets anders over dan de wetten van de jungle.
Daarmee toont Valiulina ook het
ware gezicht van 'onze' samenleving, van het vrije Westen. Als je door de facelift heen kijkt, schrik je je een hoedje.

Cursussen filosofie op Kreta
We leven in een verwarrende tijd. Kom er achter hoe beelden en verhalen onze tijd kunnen verklaren. Dat begrip geeft inzicht en rust! Hier word je blij van!
Hans Achterhuis De kunst van het vreedzaam vechten en Petran Kockelkoren Ganesha in Silicon Valley.
Ontdek dat de mythen in beide boeken een veel actuelere functie vervullen dan je denkt. Bedenk dan dat het woord mythe hier breed bedoeld wordt: als culturele verbeelding in de vorm van verhalen én dingen: zoals vormen van kunst en van techniek.
De Duitse filosoof Karl Jaspers muntte in het midden van de vorige eeuw het begrip
‘Spiltijd’ voor de periode van ongeveer 900 tot 200 voor Christus. Deze eeuwen vormden volgens hem een scharnierpunt in de geestelijke ontwikkeling van de mensheid. Karen Armstrong werkt in ‘De grote transformatie’ dit idee verder uit. Ze vergelijkt confucianisme en taoïsme in China, hindoeïsme en boeddhisme in India, monotheïsme in Israël en filosofisch rationalisme in Griekenland. In Israël waren het de profeten die een nieuwe visie op god en mens verkondigden. Hun boodschap vergelijk ik met de drie genoemde andere mythische tradities.

The Axis and the Sycamore (Paul Kingsnorth 15 april 2017):
In 1949 the German philosopher Karl Jaspers coined a new word: Achsenzeit. Usually translated into English as “Axial Age,” it referred to the historical period between the eighth and third centuries BC. During this period, Jaspers said, five distinct civilizations, those of Greece, Palestine, Persia, India, and China, all experienced profound transformations, which between them created “the foundations upon which humanity still subsists today.” In each, a combination of social, economic, and technological changes, including the spread of ironworking, literacy, urbanization, and market economies, disrupted old social and religious orders. Philosophers and spiritual pioneers, including Buddha, Plato, Socrates, Zarathustra, Elijah, Jeremiah, Confucius, and Lao Tzu, developed new and groundbreaking ways of understanding man’s place in the world. Hierarchies began to crumble, certainties were questioned, and new ways of thinking and seeing began to develop from the ensuing confusion.
The greatest significance of the Axial Age, in Jaspers’s mind, was that these shifts led people toward different ways of seeing the world they lived in; they may even have changed human consciousness itself. The shift away from a communal, oral, rural culture to a more individualistic, literate, urban culture led thinkers and seekers in all five civilizations to begin to explore the nature of the self and question what it meant to be an individual human in the world.
The world of the spirit had to evolve with the world of economics and technology.
Then as now, old stories were failing and new ones were being conceived. What are our modern-day equivalents of animal sacrifice and ancestor worship? What are our faltering tales? We tell a story that the world is a machine that can be programmed to serve our purposes. We tell a story that humans are the measure of all things, that we can justify enclosing other creatures in factory farms or animal-testing labs, clearcutting the great forests and poisoning the seas, killing off other forms of life to feed our hunger and desire. We tell a story that we can mold the world to the needs of the self, rather than molding the self to the needs of the world.
These stories failed us long ago, and it is increasingly common now to hear the claim that we need “new stories” to replace them. These new stories, it is said, will be stories of belonging again. They will be stories of returning to the earth, of understanding our true place in the great maelstrom of the universe, not as gods now but as family members. Eco-theologian Thomas Berry made this case eloquently in his classic The Dream of the Earth: “Our challenge is to create a new language, even a new sense of what it is to be human.
Not many people around here feel the way that I do about trees. Only literary blow-ins like me, with our heads in the works of
Thomas Berry and Annie Dillard, can afford to be romantic about them. Since we moved to Ireland, nearly three years ago now, my family has planted nearly one thousand trees, and we’re not halfway done yet. We’ve put in a coppice of birch around our fire pit, in an area that used to be a bramble forest. We’ve surrounded much of the house with native hedges and planted half an acre of willow, poplar, and alder, partly for fuel and partly for the birds. Still to come, in the back field where the tree house is, are a hazel coppice and hopefully another acre or so of native trees. In twenty years’ time, the tree house will be surrounded by a small forest.
“He who knows does not speak,” Lao Tzu wrote back in the first Axial Age. “He who speaks does not know.” It’s a useful warning to essayists everywhere. What if the stories we need, the new ways of seeing, are right here under our feet, waiting for us to notice them? What if they are dancing through the canopy in the sunlight? One of the most startling claims that
Berry makes in The Dream of the Earth is that our human ability to question ourselves and question life, to measure and explore and think about the nature of everything, represents a necessary evolutionary leap. Human beings, he says, are the universe made self-aware. To care for the universe, then, is to care for ourselves. Respecting the earth is a form of self-respect.

Wat is bewustzijn? Het bewustzijnsbegrip door de eeuwen heen in filosofie en psychologie. Deel 1 (Hans Komen Civis Mundi Digitaal #40 oktober 2016):
De fenomenologie
Pragmatisme, neopositivisme, levensfilosofie zijn uiteenlopende kritische reacties op Kant. In nog grotere mate is dit het geval voor de fenomenologie. In de 20ste eeuw wordt vooral vanuit deze hoek kritiek geuit op het rationalisme.
De Duits-Oostenrijkse filosofen Husserl, de grondlegger van de fenomenologie, en Heidegger betogen dat het rationalisme de relatie tussen mens en wereld veel te intellectualistisch opvat.
Evenals Husserl gaat Heidegger gaat uit van onze leefwereld, ons menselijk bestaan in de wereld Daarom wordt hij een existentie-filosoof genoemd of existentialist, evenals Karl Jaspers, Gabriël Marcel, Albert Camus en Jean-Paul Sartre. Alleen de visie van Sartre wordt besproken in deel 2, omdat bij hem evenals bij Husserl het begrip bewustzijn expliciet aan de orde komt.

De axiale periode of spiltijdperk is de periode van 800 v.Chr. tot 200 v.Chr. waarin radicale culturele veranderingen plaatsvonden. De naam is gemunt door Karl Jaspers in zijn Vom Ursprung und Ziel der Geschichte vanwege de vernieuwingen in religie en filosofie in die periode. Naast het monotheïsme in het Midden-Oosten, ontstonden in China het confucianisme en taoïsme, in India het hindoeïsme en boeddhisme en in Griekenland het rationalisme. Deze veranderingen zouden tot op heden de basis vormen van de samenleving.

Karen Armstrong over religie, geweld en de islam (Patricia van Bosse Civis Mundi Digitaal #53 december 2017):
Godsdienst en kunst
Ze vergelijkt godsdienst met kunst. Oorspronkelijk waren kunst en religie niet van elkaar te scheiden activiteiten. Maar ook nu in onze seculiere wereld ervaren we dat de diverse kunsten ons in contact brengen met een niet conceptuele dimensie van het bestaan. En zoals er betere en minder goede kunst gemaakt wordt, zo is er ook wat betreft religie verschil in kwaliteit.
In onze tijd vinden steeds meer mensen de traditionele religieuze doctrines en gebruiken irrelevant en ongeloofwaardig, en wenden zich tot kunst, muziek, literatuur, dans, sport of drugs voor de transcendente ervaringen die de mens nodig lijkt te hebben. We zijn allemaal op zoek naar momenten van extase en vervoering waarin we ons menszijn vollediger beleven dan normaal, diep van binnen worden geraakt en tijdelijk boven onszelf worden uitgetild.
Wat kunnen we leren van Armstrong
Gezien haar waarderende houding tegenover de islam neem ik aan dat volgens Armstrong de islam veel te bieden heeft wat betreft het belangrijkste doel van een religie: transcendentie. Nu is zij niet alleen een schrijfster, maar ook enigszins een activiste. Zoals ze zegt is er altijd voor de mens ook een groter perspectief en dat is wat zij wil bevorderen. Het komt neer op het toepassen van de Gulden Regel. Het komt neer op compassie. Religie in de zin van het accepteren van iets bovennatuurlijks of een of ander godsconcept is daarbij niet eens noodzakelijk. Ze zegt: " waarom kunnen we geen seculiere vorm creëren waarin elk mensenleven toch geheiligd is? Elk mensenleven is kostbaar, onschendbaar en onvervreemdbaar. Of dat nu slecht is voor de economie of niet.” [16]

Jacobine Geel ontvangt (NPO2 10 september 2017) de Britse religiewetenschapper en schrijver Karen Armstrong. Zij is bekend van haar boeken over geweld en religie en haar pleidooi voor compassie. Armstrong is in Nederland om een eredoctoraat in ontvangst te nemen aan de VU, vanwege haar bijzondere verdienste op het gebied van interreligieuze dialoog. Jacobine Geel is geboeid door Armstrong: 'Een wijze en spannende denker, deze vrouw. En als zij zegt dat het vermogen tot compassie de lakmoesproef is voor ware religiositeit, ben ik graag bereid haar te geloven.' Geel gaat met de vooraanstaande Britse in gesprek over onder andere de rol en de toekomst van religie in de samenleving en de compassie die we nodig hebben voor een betere wereld.
In het interview legt Karen Armstrong de nadruk op de Gulden regel en vindt dat religie een kunstvorm is. De reformatie, het aanpassingsproces, de cultuuroverdracht is niet eenmalig. Om de onbalans te herstellen vindt er continu een veranderingsproces plaats.

Te gast is Bernhard Reitsma (Het Vermoeden NPO2 24 september 2017), bijzonder hoogleraar aan de VU op het gebied van christendom en islam. Zijn fascinatie voor de islam werd gewekt doordat hij van 1997 tot 2005 in Jordanië en Libanon woonde. Hij was daar docent aan de Near East School of Theology, aan het Arab Baptist Theological Seminary. Al deze ervaringen vormden de voedingsbodem voor Reitsma's onlangs verschenen boek Kwetsbare liefde. 'In mijn boek ga ik op zoek hoe ik mij - vanuit mijn eigen identiteit als christen - kan verhouden tot andere mensen in de samenleving die niet geloven wat ik geloof, maar met wie ik wél in dit land samenleef. Ik heb het verlangen dat ze iets gaan proeven van die identiteit, en tegelijkertijd kijk ik ook in de spiegel. Het christendom heeft zich lang niet altijd gedragen naar de essentie van onvoorwaardelijke liefde waar ze voor staat.'

Maarten Luther Alle schepselen zijn maskers van God en achter die maskers speelt een verborgen God het theater van de wereld.

De kijk van Luther op de vrije wil is fundamenteel voor zijn 95 stellingen. De nieuwe tijdgeest van het individu, dat zelfstandig zijn eigen weg zoekt komt in Luther tot uitdrukking. Eigenlijk was de reformatie al in de middeleeuwen begonnen. Aanleiding was dat de priesters dronken, gokten en dobbelden op kerkelijke feestdagen. Erasmus van Rotterdam was daar bijzonder verontwaardigd over en schreef er het boek Lof der zotheid over.
De Remonstrantse Broederschap heeft haar wortels in de 16e eeuw. De kerk is ontstaan uit de Nederlandse Erasmiaanse reformatie. Voorgangers van deze stroming zijn Desiderius Erasmus (1467-1536), Anastasius Veluanus, Hubert Duifhuis, Willem de Volder, Angelus Merula, Cornelis Cooltuyn en Jelle Hotses. Zij staan voor een innerlijk christendom, en waarden van liefde, vrijheid en verdraagzaamheid.

Mystici hebben in het algemeen beter begrepen dan politici hoe de wereld, de éne werkelijkheid in elkaar steekt. Net als in de tijd van Luther is er opnieuw behoefte aan een wereldwijde vernieuwing terug naar de Bron. Om de kloof tussen de hoofdzakelijk door reclame - en PR-bureau's gecreëerde beeldvorming en de door burgers ervaren werkelijkheid te overbruggen zijn in dit rapport niet 95, maar slechts 27 stellingen opgenomen.
Stelling: Waar de gulden middenweg loopt is al millennia bekend. Het is niet nodig het wiel opnieuw uit te vinden. De middenweg geldt zowel top down als bottom up en is afhankelijk van de rollen die we bewust of onbewust in de maatschappij spelen. Er is niets nieuws onder de zon.
Stelling: Zonder de Kwintessens in het debat te betrekken is het oplossen van wereldvraagstukken niet mogelijk. De Kwintessens, wordt met behulp van de verborgen 5e Dimensie ('verborgen pad') van Roberto Assagioli en Enantiodromie van Carl Jung tot uitdrukking gebracht. De verborgen 5e Dimensie en de Enantiodromie zorgen voor het herstellen van het balansmechanisme.

Hoe nu verder? Econoom Gabriel Zucman
‘Hoge belastingen zijn juist heel Amerikaans’ (Casper Thomas De Groene Amsterdammer 12 december 2019 p. 18-21):
Met Donald Trump als president lijkt niets zo Amerikaans als
belastingontwijking. Maar volgens de Franse econoom Gabriel Zucman zijn de VS van oudsher juist kampioen rechtvaardig belasten. En die kant moet het volgens hem weer op.
Ziedaar wat Zucman de ‘grote onrechtvaardigheid van deze tijd’ noemt. ‘De winnaars van de globalisering, de grote multinationale ondernemingen en hun aandeelhouders, hebben hun belastingafdracht zien dalen, terwijl de groep die minder profijt had van globalisering juist meer belasting is gaan betalen’, zegt hij. ‘Dat betekent dat de huidige manier waarop mondialisering plaatsvindt, zowel politiek als economisch onhoudbaar is.’
Ook dat is onderdeel van de ‘triomf van het onrecht’ waar Zucman over schrijft in zijn nieuwe boek. In The Triumph of Injustice How the Rich Dodge Taxes and How to Make Them Pay legt hij de politieke en juridische structuur bloot die het mogelijk maakt dat de belastingafdracht daalt terwijl winsten en inkomsten groeien. Hij geeft het voorbeeld van Google, dat in 2003 – een jaar voordat het bedrijf naar de beurs ging – het recht op gebruik van zijn technologie verkocht aan een aparte dochteronderneming die gevestigd was in Ierland. De Ierse vestiging was weer fiscaal gevestigd op Bermuda, waar geen winstbelasting hoeft te worden afgedragen. Zucman beschrijft tientallen van dit soort gevallen, telkens geolied door grote multinationale accountancybedrijven.

Frits Bolkestein heeft gelijk wanneer hij stelt: In der Beschränkung zeigt sich der Meister. Hij heeft ongelijk wanneer hij vindt dat politieke filosofen altijd achter op de geschiedenis en de politieke ontwikkelingen lopen.
Bolkestein is het niet eens met Benjamin Barber en Hans Feddema die een Derde Weg, lees een paradigmawisseling proberen te vinden die noch jihad noch McWorld is. Maar die derde weg is er niet volgens Bolkestein: McWorld is namelijk onlosmakelijk met de democratie verweven. In het oeuvre van Blavatsky staat 'Geestdrift' voor 'Levenskracht'. Het gaat over het herstel van de natuurlijke orde naar geest, ziel en lichaam. De theosofie heeft, om het functioneren van de ziel te verklaren, de alfawetenschappen als vertrekpunt, de Geestkunnde en is op de kennis van profeten, mystici en zieners (rishi’s) gebaseerd. God staat voor iets dat alle denken te boven gaat. God staat voor wat absoluut transcendent en immanent is.

Karen Armstrong wordt eredoktor aan de VU
Ze benadrukt die gemeenschappelijke kern in religieuze tradities en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het gesprek over de positie van verschillende religies in de samenleving.
Omdat haar verdienste goed past bij de bijdrage die de Vrije Universiteit Amsterdam wil leveren aan de dialoog tussen verschillende religies en aan het denken over hun rol in de maatschappij, krijgt Armstrong een eredoctoraat in Theologie en Religiestudies. Tijdens de opening van het academisch jaar 2017 heeft ze 4 september de eretitel van haar erepromotor Manuela Kalsky, bijzonder hoogleraar op de Edward Schillebeeckx-leerstoel voor Theologie en Samenleving ontvangen.

Karen Armstrong boek Compassie
Karen Armstrong gaat ervan uit dat ieder mens behept is met een vermogen tot compassie, maar ze is van mening dat dat niet genoeg is: iedereen zou dat vermogen moeten koesteren en ontwikkelen. In het wijze en diepzinnige boek Compassie stippelt Armstrong een programma uit dat ons in twaalf stappen kan leren hoe we een medemenselijker leven kunnen leiden. Ze gaat daarbij in op thema's als eigenliefde, bedachtzaamheid, lijden, gedeelde vreugde, de grenzen van onze kennis van de ander en mededogen.

Morele emoties zijn gevoelens die optreden wanneer een morele norm wordt overschreden of het leed van een ander wordt waargenomen. Voorbeelden van morele emoties zijn mededogen, compassie, ontferming, schaamte en schuld, spijt en berouw. Ze treden op wanneer handelingen of situaties worden bezien in het licht van goed en kwaad.

Ken Wilber boek Een beknopte geschiedenis van alles (p. 301): We hebben dus: Wijsheid ziet dat het Vele het Ene is, en Mededogen ziet dat het Ene het Vele is. Of in het Oosten: Prajna (wijsheid) ziet dat Vorm Leegte is, en Karuna (Mededogen, Compassie) ziet dat Leegte Vorm is. Mededogen gaat naar alle levende wezens, zonder onderscheid. Het komt voort uit de verlichtingservaring van eenheid met alle leven. Karuna moet samengaan met wijsheid (prajna) om zijn juiste funktie te vervullen.

Groot onderzoek naar met slavernij besmet kerkelijk verleden (Marije van Beek Trouw 12 oktober 2021
Nu de
keerzijde van het koloniale verleden steeds meer wordt gezien, komt er een onderzoek naar de rol van de protestantse kerken hierin.
Zichtbaar en onzichtbaar heeft dit verleden sporen nagelaten in de kerkelijke geschiedenis. Slavenhandelaren hebben bijvoorbeeld praalgraven in Nederlandse kerken. ‘Uit nobele bewondering’, staat er op het marmeren grafmonument van Witte de With in de Rotterdamse Laurenskerk.
De kerken hebben enorm
geprofiteerd van de slavenhandel en het kolonialisme, bijvoorbeeld omdat er grote donaties gedaan werden door slavenhandelaren en plantagehouders. Zo werden predikanten die in Suriname voor ‘zending’ waren soms uitbetaald in slaven, en waren zij ook plantagehouder.
Met 2023 op komst, het herdenkingsjaar van de afschaffing van de slavernij, hoopt scriba René de Reuver van de PKN lessen uit het verleden te trekken. “We willen het verleden een spiegel voor nu laten zijn. Dus is het voor ons van groot belang om scherp te hebben wat er precies is gebeurd uit naam van de kerk. Ik denk dat heel veel mensen in toenemende mate een dubbel gevoel hebben bij de praalgraven. We staan nog aan het begin van de discussie, maar de verlegenheid ermee groeit.”
Het zijn vooral de protestantse kerken die verbonden zijn met het koloniale verleden. Destijds was de hervormde kerk de Nederlandse staatskerk. Katholieken werden als tweederangsburgers gezien, zij konden geen positie bemachtigen bij de protestantse elite waar de VOC uit bestond.

De studeerkamerversie van Harry Kuitert (Peter de Waard Kuitert Volkskrant 21 september 2017 p. 2):
Net als tijdgenoot Kuitert hervormde theoloog Tjitze Baarda de gereformeerde theologie. Baarda deed dat niet op de barricaden, maar door studie en publicaties.
Terwijl Kuitert dergelijke kritiek uitdagend vond en daarop lik op stuk gaf, trok Baarda zich terug in zijn schulp. Kerkhistoricus Maarten Aalders, die ze allebei kende, zegt dat 'Baarda een specialistische onderzoeker was en Kuitert meer een debater'. 'Het waren twee totaal verschillende persoonlijkheden, hoewel ze vrienden waren.
Kuitert liep weg uit de kerk. Baarda bleef trouw naar zijn kerk gaan. Hij vond dat met zijn conclusies de Bijbel niet werd ondergraven maar juist beter viel uit te leggen.'

Karen Armstrong laat zien hoe het mogelijk is de inzichten van Harry Kuitert en Tjitze Baarda met elkaar te verbinden.

Buddhism "Do not hurt others with that which hurts you."
What is the purpose of life in Buddhism? There is no single answer to that question. If life is Samsara, then the purpose is to escape from it. For some, life's purpose may be to recognize the true nature of existence and become enlightened, or to burn off karma in order to avoid future rebirths. For others, the purpose of life might be to accumulate merit so that one can be born to a better life next time, or perhaps someday to become a bodhisattva. For still others, the purpose of life is simply to follow the eightfold path.
The central idea of social harmony and cooperation between all levels of society remained a focal point of the religion as Buddhism moved from country to country. The goal was to unite the entire cosmos and all beings within it — whether god or human, animal or plant, living or dead — into one harmonious whole which can live in .
Another view of the universe is often portrayed in Buddhist paintings. Called the
Bhavacakra, or the Wheel of Life and Death, it depicts the universe as a series of concentric circles all within the grasp of Mara, the lord of death. Several realms for gods of different types and several different hells, as well as an animal realm and a realm for humans, are contained within the wheel.

Nagarjuna (circa 150 - circa 250) was een Indische filosoof en de oprichter van de Madhyamika (middenweg) school van het Mahayana Boeddhisme (esoterische school).

In De Geheime Leer (Deel I p. 150/151) lezen we:
‘Hef uw hoofd op, o lanoo; ziet u één of talloze lichten boven u, die branden aan de donkere middernachtshemel?’
‘Ik neem één vlam waar, o gurudeva, ik zie daarin talloze niet-afgescheiden vonken schijnen.’
‘U hebt goed gesproken. En zie nu om u heen en in uzelf. Hebt u het gevoel dat het licht, dat in u brandt, in enig opzicht verschilt van het licht dat schijnt in uw medemensen?’
Het is op geen enkele manier verschillend, hoewel karma de gevangene geketend houdt en hoewel zijn uiterlijke kleed de onwetende misleidt en laat zeggen "uw ziel en mijn ziel".
Daar we één zijn met allen brengt alles ons dichter bij ons ware Zelf door wat we doen, denken of voelen, door anderen te behandelen als onszelf. En alles wat we doen, denken of voelen terwijl we anderen behandelen als van ons afgescheiden, drijft ons verder weg van ons ware Zelf. Dit is de basis van ware ethiek. Het is affectie, liefde, wijsheid, vreugde en vrede. Trouw zijn aan ons ware Zelf dat alle andere zelven omvat, is de weg naar ‘Het’. Maar we zijn alleen maar trouw aan dat eigen Zelf als we ‘Het’ bewust ZIJN.

Mary Anderson Wees trouw aan je Zelf (Theosofia april 2008):
We halen wel eens het citaat uit Hamlet aan waarin Polonius advies geeft aan zijn zoon: Dit boven alles: blijf trouw aan jezelf. Polonius was een dwaze oude man maar zijn advies is betrouwbaar.
Maar weten we wel wie dat is, ‘je eigen zelf ’of ’ons eigen zelf ’aan wie we trouw zouden moeten zijn? Deze vraag: ’Wie zijn wij?’ roept ingewikkelde consequenties op.
54: Iemand die opschepte over zijn eerlijkheid bekritiseerde en beschuldigde anderen en zei: ‘Ik kan er niets aan doen dat ik dat doe, zo ben ik nu eenmaal. Ik ben trouw aan mijzelf ’. Dit is toch niet wat bedoeld wordt met trouw zijn aan het zelf? Het is een excuus om hatelijk te kunnen zijn! Maar is het slechter om anderen te vleien als we hen eigenlijk willen bekritiseren of, figuurlijk gesproken, spelden in hen steken? Waar ligt de
middenweg tussen beledigende ‘eerlijkheid’ en schijnheiligheid? Het zou kunnen liggen in zwijgen. Het is soms vriendelijker en wijzer om niets te zeggen. Maar dat moet dan niet het zwijgen uit protest zijn, maar het zwijgen uit nederigheid denkend: ‘Hoe kan ik over de ander oordelen? Kan ik mijn beoordeling vertrouwen? Ik zou het fout kunnen hebben.’
Strenge zelfobservatie die leidt naar ware zelfkennis kan ons leren dat we dikwijls een
masker dragen. We kunnen het masker dragen van de hypocriet, of het masker van de criticus die het oordeel klaar heeft, de ‘oprechte’ persoon. Dat is ook een masker. Dat masker moeten we niet ontkennen, het onder de mat vegen. Het is niet iets waar we depressief of beschaamd over moeten zijn. We zijn allemaal slechts mensen. We kunnen in onszelf veel fouten ontdekken die we trachten te verbergen of waarvoor we ons schamen. Wat is de middenweg tussen deze extremen: ontkenning of schaamte? Allereerst: waarop zijn ontkenning en schaamte gebaseerd? Beide zijn gegrond in egocentrisme wat precies betekent wat het zegt: onszelf in het midden van het beeld zetten, ofwel als een heilige of als een zondaar. De ingebeelde heilige voelt zichzelf belangrijk. Dat is het meerderwaardigheidscomplex.
Kunnen we, in plaats van subjectief te kijken naar wat we als onwenselijk in onszelf zien zodat we het ontkennen en ons er over schamen, er ook objectief naar kijken als naar een feit? Dat betekent het zien en het accepteren als dat wat het is, of het nu een hypocriet masker is, of hebzucht, of een aanval van boosheid, jaloezie of angst. Kunnen we het aanvaarden voor wat het is, ons realiseren dat het deel uitmaakt van ons bewustzijn?

Rohit Mehta De weg van het midden (Theosofia juni 2015):
Eén van de meest verbijsterende problemen waarmee de mens wordt geconfronteerd, is te weten hoe hij moet handelen in de zich steeds wijzigende omstandigheden van het leven. De dynamiek van het leven maakt het vraagstuk van de juiste handeling zoveel moeilijker, omdat er in een toestand van overgang nergens enige zekerheid te vinden is. Als de mens zijn ongelukkige toestand echter niet wil laten voortduren, zal hij het geheim van juist handelen moeten kennen …
De ‘weg van het midden
Om de aard van de ‘weg van het midden’ te kunnen begrijpen, moet men zich terdege rekenschap geven van het pad der uitersten en van alles wat dit inhoudt … Het denken werkt in de sfeer van tegenstellingen; de hele structuur van kennis is opgebouwd uit processen van vergelijking en tegenstelling. Hiervoor moet het een norm of maatstaf aanhouden, met andere woorden: het moet een vast punt hebben, waaromheen het de schemata van kennis kan construeren. Dit is zijn ideatie, zijn ideaalmodel, waarmee het kan beoordelen en waarderen. Datgene wat met deze norm overeenkomt noemt men goed en wat er niet in past is fout, of slecht …
Bewustzijnsontwikkeling door conflicten
Elke wijziging in het bewustzijn, elke verandering van denken is een beweging in de sfeer van tegenstellingen. Deze beweging van de ene tegenstelling, of het ene uiterste, naar een andere is het proces waardoor het bewustzijn groeit en ontwikkelt. Dit ontwikkelingsproces is eindeloos, want elk bereikt eindpunt vormt op zijn beurt weer een beginpunt van waaruit een nieuw ontwikkelingsproces aanvangt. These en antithese, stelling en tegenstelling, zijn de beide polen in het denken. Zelfs wanneer een synthese is bereikt, wordt die ook weer een stelling die zijn eigen tegenstelling oproept. Het proces van bewustzijnsontwikkeling houdt zo in wezen een conflict van tegenstellingen in. Om dit duidelijk in te zien is het echter noodzakelijk om alle aspecten en eigenschappen van die tegenstellingen met betrekking tot een bepaald probleem of een situatie terdege te onderzoeken.

Wim van den Dungen, Levensboom (Sepher Yetzirah) Eenheid der tegendelen: Als we op deze wijze de Sephiroth bewust polariseren dan wordt onze aandacht onverwijld naar 'het midden' getrokken. De polarisatie tussen Links & Rechts is een noodzakelijke voorwaarde om een Midden Pilaar te bekomen die ontstaat als gevolg van de spanning die bewust tussen Linker- & Rechterpool geschapen werd. De Midden Pilaar impliceert dat de polaire posities harmoniseren (equilibreren) waardoor groei en manifestatie van het resultaat mogelijk worden. M.a.w. het 'midden' betreft de 'Gulden Middenweg' (de 'Gulden Snede') die mogelijk wordt zodra de polen als twee tegendelen begrepen worden (en niet als tegenstellingen).

Roberto Assagioli De Gulden middenweg (kies Infotheek, Publicaties lezen).

Dan Millman boek Het leven waarvoor je geboren bent:
In onze psyche leven de archetypen en de waarden van de puritein en de hedonist, de gelovige en de scepticus, het sociale typen en einzelgänger, het superieure en het inferieure, en andere dualiteiten die verantwoordelijk zijn voor de tegenspraak en verwarring in ons hoofd.

Het vinden van een balans – fysiek, emotioneel, geestelijk en spiritueel – is het doel geweest van de velen levensovertuigingen die er op de wereld bestaan. Wijzen uit allerlei culturen, van Chinese taoïsten, van christenen tot moslims, hebben gepleit voor de gulden middenweg, het smalle rechte pad. Beide aspecten evenveel aandacht geven en terugkeren naar het midden. Extremen zorgen voor stress en vragen uiteindelijk om een ommezwaai. Evenwicht is de sleutel tot een lang en gezond leven.
Evenwicht betekent voor ieder van ons iets anders als gevolg van onze verschillen in temperament, karakter en lichaamsbouw. We moeten allemaal onze eigen gulden middenweg vinden, die wordt gedefinieerd door onze unieke fysieke en psychologische eigenschappen en behoeften, niet door de waarden van een ander. Of we nu een man of vrouw zijn: zijn onze mannelijke en vrouwelijke kant wel met elkaar in balans? Zijn werk en gezin in evenwicht, en zorg voor een ander en voor onszelf? De wet van evenwicht zegt dat we ontvangen wat we geven. Het universum herinnert ons eraan dat dat waarvan we vinden dat we het meest nodig hebben, dat is wat we het meest moeten geven.
Op kosmisch, biologisch en het persoonlijke niveau hebben we te maken met evenwicht. Alle dingen zijn in staat van evenwicht: hoog en laag, binnen en buiten, koud en warm, langzaam en snel, hard en zacht; het samenspel van tegenpolen. Tussen de polen ligt een evenwichts punt, een kern. Ons onderbewuste is terwijl we eten, slapen en werken bezig met ons autonome zenuwstelsel, ons endocriene en hormonale stelsel, en met onze bloedsomloop, teneinde een delicaat evenwicht van temperatuur en bloedchemie in stand te houden. Het wereldwijde ecologische drama waar we op dit moment mee te maken hebben is in zekere zin de afspiegeling van wat er in het leven van ons allen aan de hand is. Hoewel ons onderbewuste grotendeels verantwoordelijk is voor de innerlijke fysiologische balans, heeft ons bewuste zelf de verantwoordelijkheid voor onze levensstijl en onze daden.

Anja Borgman-Heidemann Negen Wijzen Je enneagramtype als ingang naar essentieel leiderschap
Wil je je ontwikkelen in je werk, dan is het onderzoeken van je eigen menszijn het allerbelangrijkste. Wie ben ik, wat wil ik echt? Juist voor professionals die leidinggeven is het belangrijk om je eigen aannames ter discussie te stellen. Jezelf en anderen te leren begrijpen op een dieper niveau dan op het niveau van zichtbaar gedrag. Wat is de essentie van je persoonlijkheid? En hoe kun je vanuit die essentie leidinggeven? In dit boek staat deze vraag centraal.

 Enneagram
 Gulden middenweg:
 Hervormer
1. Elitair superioriteitsgevoelCreativiteit en zelfvertrouwenMinderwaardigheidscomplex
 Helper
2. Te veel helpenCoöperatie en evenwichtWrokkig verzet of afstandelijkheid
 Succesvolle werker
3. Manisch, overdreven zelfvertrouwenExpressie en evenwichtDepressieve twijfel aan onszelf
 Romanticus
4. Verstand en emotiesStabiliteit en ontwikkelingAnalyse en desoriëntatie
 Onderzoeker
5. Extreme onafhankelijkheidVrijheid en disciplineExtreme afhankelijkheid
 Loyalist
6. IdealismeVisie en acceptatieOnontkoombare teleurstelling
 Levensgenieter
7. Naïef vertrouwenVertrouwen en openheidAngst voor verraad
 Uitdager
8. Passiviteit en agressieOvervloed en machtOverdaad en tekort
 Bemiddelaar
9. Puriteinse en hedonistische neigingenIntegriteit en wijsheidRigide integriteit en zijn tegenpool

Voetnoot Superioriteit of Superioriteit afleiden uit machtsverhouding is dwaasheid (Arnon Grunberg Volkskrant 10 september 2016):
In zijn boek Moeder was niet thuis voor haar begrafenis schrijft M.S. Arnoni dat wie zelf niets heeft gedaan om trots op te zijn altijd nog trots kan zijn op zijn vaderland. Nationalisme als gemankeerd narcisme, het is hier eerder aan de orde gekomen.
Iets soortgelijks doet zich voor bij de superioriteit van de 'eigen' cultuur. Waarom de superioriteit van cultuur benadrukken? Uit onzekerheid dat er iets mis is met die cultuur? Een minderwaardigheidscomplex? Of om zieltjes te winnen? 'Kom bij ons, wij zijn superieur. De God van de vooruitgang is echt de allerbeste.'
Of gaat het uiteindelijk toch om het uitoefenen van macht?
Je kunt stellen dat de menselijke cultuur superieur is aan die van de varkens, omdat mensen varkens op industriële wijze slachten en varkens dat niet met mensen doen.
Dat superioriteit kan worden afgeleid uit de machtsverhouding is dwaasheid. Vermoedelijk hebben varkens dergelijke dwaze gedachten niet.

Superioriteitsgevoelens (Peter van Ede Volkskrant 28 juli 2016 p. 21):
Reinout Wibier raakt een gevoelige snaar in de discussie over religie versus wetenschap, maar verzuimt de kern van het probleem te benoemen.
Zowel de aanhangers van alle grote godsdiensten als overtuigde atheïsten zijn ervan overtuigd dat zij de hoeder van het enig ware geloof zijn. Het is dit uitgangspunt, veel meer dan de religie of atheïstische overtuiging an sich, dat de wederzijdse minachting voedt.
Door te stellen dat jouw geloof het enig ware geloof is, stel je impliciet dat alle andere geloven/overtuigingen dat niet kunnen zijn. Het zijn de daarmee gepaard gaande superioriteitsgevoelens die mensen sterken in hun overtuiging dat alles geoorloofd is om de ander van hun gelijk te overtuigen.
De excessen van deze overtuigingsdrang hebben de samenleving tot op de dag van vandaag geremd in haar ontwikkeling en eeuwen van door deze superioriteitsgevoelens geïnspireerd geweld veroorzaakt.

Jacob Böhme

Jakob Böhme GESPREK TUSSEN EEN VERLICHTE EN EEN ONVERLICHTE ZIEL
23. Toen zij nu zo'n levenswandel had, kwam op een bepaald ogenblik onze lieve heer Jezus Christus met Gods liefde en toorn haar tegen. Hij was in deze wereld gekomen om de werken van de duivel teniet te doen en over alle goddeloze werken het oordeel te vellen. Hij sprak, als met een geweldige kracht, met zijn lijden, sterven en dood op haar in, en vernietigde het werk van de duivel in haar. Hij opende voor haar de weg naar zijn genade, en blikte haar met zijn barmhartigheid aan. Hij riep haar weer terug, dat zij moest omkeren en boete doen. Dan zou hij haar weer van dat masker verlossen en wederom naar het paradijs terugvoeren.
58. “De smalle weg naar zulk een voortdurende hemelvaart en navolging van Christus is deze. Gij moet al uw eigen kunnen en vermogen verzaken, want op eigen kracht bereikt gij niet de poorten van God. Gij moet u ook vast voornemen u geheel aan de barmhartigheid van God over te geven, en u het lijden en de dood van onze heer Jezus Christus stevig inprenten. Ge moet met alle verstand en zintuigen daarin wegzinken, daarin steeds volharden, en ernaar verlangen dat uw schepselen daarbinnen afsterven.”

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Is de zwaartekracht een wet? (p. 542):
Maar om het pleit te winnen, moeten de occultisten in de eerste plaats de geloofwaardigheid van de wet van de zwaartekracht, van ‘de zwaartekracht, de koningin en heerseres van de stof’, in iedere vorm onderzoeken. Om dit op doeltreffende manier te doen, moet men zich de hypothese in zijn vroegste vorm voor de geest halen. Om te beginnen, was Newton de eerste die deze ontdekte? Het Athenaeum van 26 januari 1867 bevat enige bijzondere informatie over dit onderwerp. Er staat dat ‘men stellig kan aantonen dat Newton al zijn kennis over de zwaartekracht en haar wetten heeft ontleend aan Boehme, bij wie de zwaarte- of aantrekkingskracht de belangrijkste eigenschap van de Natuur is’ . . .
Want volgens hem ‘toont zijn (Boehme’s) systeem ons het innerlijke van de dingen, terwijl de hedendaagse natuurwetenschap tevreden is met het kijken naar het uiterlijke’. Verder: ‘de wetenschap van de elektriciteit, die nog niet bestond toen hij (Boehme) schreef, wordt (in zijn geschriften) voorzien; niet alleen beschrijft Boehme alle tegenwoordig bekende verschijnselen van die kracht, maar hij geeft ons zelfs de oorsprong, het ontstaan en de geboorte van de elektriciteit zelf, enz.’
Newtons diepzinnige geest las gemakkelijk tussen de regels door en doorgrondde de mystieke weergave van de spirituele gedachte van de grote ziener. Hij dankt zijn grote ontdekking dus aan Jacob Boehme, het troetelkind van de genii (nirmānakāya’s), die over hem waakten en hem leidden, en over wie de schrijver van het bedoelde artikel zo terecht opmerkt dat ‘elke nieuwe wetenschappelijke ontdekking zijn diepe en intuïtieve inzicht in de geheimste werking van de natuur bewijst’. En nadat hij de zwaartekracht had ontdekt, moest Newton, om de werking van de aantrekking in de ruimte mogelijk te maken, bij wijze van spreken elke fysieke hinderpaal vernietigen, die in staat was de vrije werking ervan te belemmeren. Hiertoe behoorde onder andere de ether, hoewel hij meer dan een voorgevoel had van het bestaan ervan. Omdat hij voorstander was van de deeltjestheorie, was er volgens hem een absoluut vacuüm tussen de hemellichamen . . .
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk De Mysteriën van het zevental (p. 678):
De maan is de gids van de occulte kant van de aardse natuur, terwijl de zon de regelaar en de factor van het gemanifesteerde leven is (zie ook Deel I, Afdeling II); en deze waarheid is voor de zieners en adepten altijd duidelijk geweest. Jacob Boehme, die de nadruk legde op de fundamentele leer van de zeven eigenschappen van de eeuwigdurende moeder Natuur, bewees daardoor dat hij een groot occultist was.
721: Wat zegt Böhme, de vorst van alle middeleeuwse zieners, hierover?
‘We treffen zeven bijzondere eigenschappen in de natuur aan, waardoor deze enige moeder alle dingen teweegbrengt’ [die hij vuur, licht, geluid (de bovenste drie) en begeerte, bitterheid, angst en stoffelijkheid noemt, waarbij hij de lagere op zijn eigen mystieke manier analyseert]. . . ‘wat de zes vormen in spiritueel opzicht ook zijn, dat is de zevende, het lichaam (of stoffelijkheid), in essentie’. Dit zijn de zeven vormen van de moeder van alle wezens van waaruit alles in deze wereld wordt voortgebracht, en verder in Aurora xxiv blz. 27 (aangehaald in Natural Genesis): ‘De schepper heeft zich in het lichaam van deze wereld als het ware als schepsel voortgebracht in zijn typerende oorsprong-geesten, en alle sterren zijn . . . krachten van God, en het hele lichaam van de wereld bestaat uit de zeven typerende of oorsprong-geesten.’

Boudewijn Koole "ZEN en OOSTERS EN WESTERS DENKEN" (Jacob Böhme)
Voor de grondslag van deze diepe inzichten verwijzen zowel Boehme zelf als zijn biografen naar het visioen, de verlichingservaring, die hem ten deel viel toen hij in zijn werkplaats opkeek naar een tinnen pot en getroffen werd door de glans, de weerschijn van het licht hierop. Dit lichtschijnsel, dat hij als welwillendheid ervoer, raakte hem diep en opende zijn geest, zodat hij alle dingen in hun kern doorzag: zijn blik reikte tot in 'de grond van de natuur'. Overvallen door deze overweldigende ervaring en als in twijfel over de echtheid ervan, ging hij naar buiten in de vrije natuur, om te zien of zij voorbij zou gaan, maar dat gebeurde niet. Diepe vreugde voelde hij daarover en hij loofde God. Hij keerde terug naar huis, nam zijn dagelijkse zorg voor werk en gezin op zich, droeg deze ervaring bij zich, maar zweeg er voorlopig over.

In ieder geval is het belangrijk om op te merken dat Boehmes verlichtingservaring en zijn idee dat hij nu inzicht heeft in de samenhang van alles, een kennis die kan concurreren met die van wat hij als holle theologische en andere academische kennis beschouwt, voor hem in elkaars verlengde liggen. Dat komt niet speciaal omdat hij het leuk vond om achteraf te systematiseren. Maar omdat beide een antwoord vormden op zijn grondprobleem: de ervaring van de tegenstellingen in de wereld, die in hun oplossing door de eenheidservaring niet alleen overwinning van de melancholie en een psychologische omslag naar vreugde betekenden maar ook als echt inzicht ervaren werden. Voor hem ging het om echte kennis, ook al blijkt die altijd weer gekoppeld te blijven aan de noodzaak van nieuwe wedergeboorten en nieuwe inzichten. Het gaat dus wel om kennis die in zichzelf systematisch is maar al ontwikkelende tot telkens nieuwe systemen leidt. Geen droge herhaling maar opperste creativiteit en bloei.

Boehme ontleende zijn diepe inzichten aan een visioen. In zijn latere systeem probeerde hij niet alleen te verduidelijken wat hem eenmaal als goddelijk inzicht was toevertrouwd maar probeerde daarmee tegelijkertijd zowel voor zichzelf als voor zijn lezers die blik op de werkelijkheid die achter en in de oppervlakkige alledaagse werkelijkheid verborgen ligt, opnieuw te openen. Het gaat hem in het systeem dus altijd om het proces. Maar daar zat dus wel enig systeem in, en enkele terugkerende elementen ervan belicht ik hier om de thematiek te illustreren. Daarbij besteed ik geen aandacht aan de vele beelden en symbolen die bij Boehme voorkomen en die aparte studies waard zijn, maar veel grafische aandacht vragen. Ik denk dan aan het beeld van de zeven raderen, aan verwantschap met de kabbalistische levensboom, aan alchemistische voorstellingen en dergelijke. Ik beperk me hier dus tot enkele abstracte omschrijvingen van processen of elementen van processen.

Pieter Kooistra (Eeuwig 'Goede - Ware - Schone', Catharsis)

Omroep Fryslan Pieter Kooistra 'Denk het onmogelijke' 18 oktober 2020 NPO2 (herhaling uitzending 18 oktober)
De ideeën die hij eind vorige eeuw ontwikkelde, zijn ook nu actueel.
"Wees realistisch. Denk het onmogelijke." Het zijn de woorden van kunstenaar Pieter Kooistra (1922-1998). Hij wilde de ongelijke verdeling van de welvaart in de wereld en de vernietiging van de planeet een halt toeroepen. "Hij was een visionair", zo stelt Annemieke Roobeek, hoogleraar aan de Nyenrode Business Universiteit. Na het zien van beelden van hongerende kinderen in India begreep Pieter Kooistra dat kunst, dat hij omschrijft als 'het geestelijke', niet zonder 'het materiële' kon. Hij ging op reis en bedacht een plan voor een wereld-basisinkomen. Econome Annemieke Roobeek voorspelt nu: "Een basisinkomen voor iedereen gaat ooit bij onze tijd en de wereld horen." Ze ziet daarbij zelfs een rol weggelegd voor de Europese Centrale Bank.

De ontmoeting met de kunstenaar Pieter Kooistra, schrijver van het boek "Het ideale eigenbelang" en de voor ons universitair en ander hoger onderwijs desastreuze bezuinigingen zijn de directe aanleiding voor deze extra-editie van GАММА.
Pieter wil een dergelijk basisinkomen voor de gehele wereld doorvoeren, ongeacht of men werkt of niet, van geboorte tot overlijden. Het voordeel hiervan is in de eerste plaats, dat het op mondiaal niveau geschiedt. Nationale of regionale verschillen en problemen kunnen daarmee vermeden worden. Het basisinkomen wordt dan ook supranationaal beheerd en bewaakt door de Verenigde Naties. Pieter introduceert het begrip "Unodollar" als nieuwe betaaleenheid, waarin dat basisinkomen uitgekeerd zal worden, waarmee men milieuvriendelijke extra-goederen en diensten kan bestellen.

Wereldplan voor alle mensen (Henk Hogeboom van Buggenum GAMMA maart 1995 p. 04-06):
Sinds enige maanden heb ik het voorrecht intensief mee te werken aan de verspreiding van het idee van Pieter Kooistra voor een alternatief economisch circuit, waarvan iedere mens op de wereld voordeel heeft en niemand schade: het Wereldplan Voor Alle Mensen. Wie is deze man en in hoeverre strookt zijn idee met de filosofie van Teilhard?
De verbindende mens - Liefde en geest in de economie door bewustwording (Peter Kooistra GAMMA maart 1995 p. 33-39):
De
gespletenheid in de ziel van mens en mensheid blijft daardoor voortbestaan en daarmee ook de ongelijkheid in kansen en behandeling van mensen overal ter wereld. Want het proces in de mens vindt door alle tijden heen zijn weerspiegeling in de maatschappij en in de concrete verhoudingen tussen mannen en vrouwen, zowel binnen als buiten de intieme relatie.
Eenheid van voelen en denken is ervaring van de geest, van de
godsvonk in jezelf, in de medemensen en in de wereld. Je ik heeft nu zijn ware bestemming gevonden en is voortaan begeleider van de bewuste en onbewuste aspecten in de ziel naar een toestand van het bovenbewuste, het geestelijk zijn.
Het merkwaardige is dat dit onevenwichtige schommelen van het ik tussen
meer- en minderwaardigheidsgevoel ophoudt als je deze beide loslaat. Dan kom je als 't ware in je eigen 'midden' terecht en kun je in de ruimte tussen de tegendelen jezelf bekijken, zoals je bent als 'waarnemer', die tot twee werelden behoort, die van het ik en die van het wij, van de materie en van de geest, van het mannelijke en van het vrouwelijke.

Wedergeboorte en Verlichting De androgyne mens - seksualiteit en godsdienst (Peter Kooistra GAMMA augustus 1999 p. 51-55):
Als het mannelijke en vrouwelijke in onze ziel in een open en creatief samenspel treden, dan vallen ook materie en geest in hun eenheid samen. De letterlijke geslachtsverschillen tussen partners zijn dan tevens de heilige plaatsen van eenheid, vereniging en vrede geworden.
Zoals dit met alle revoluties tot nu toe het geval is geweest, heeft ook de seksuele revolutie veel te veel de nadruk gelegd op de materieel-fysieke kant. Het is een wetenschappelijk en commercieel doel op zichzelf geworden, waarmee opnieuw bewezen is dat het mannelijk uiteendenken ook hierin nog steeds de dienst uitmaakt. Bedoeld is hiermee te zeggen dat dit ook het geval is in de ziel van de huidige vrouw wanneer zij op enigerlei wijze hand- en spandiensten verleent aan deze eenzijdige materialistische benadering van de seksualiteit.
Door mannen èn door vrouwen wordt het vrouwelijke in de mens op allerlei wijzen verkocht en geëxploiteerd: als sex-, lust- en reclame-objekt. Op allerlei manieren worden tegenstellingen tussen het vrouwelijke en het mannelijke in stand gehouden of wordt het nivelleren van positieve verschillen ertussen bevorderd. De gespletenheid in de ziel van mens en mensheid blijft daardoor voortbestaan en daarmee ook de ongelijkheid in kansen en behandeling van mensen overal ter wereld. Want het proces in de mens vindt door alle tijden heen zijn weerspiegeling in de maatschappij en in de concrete verhoudingen tussen mannen en vrouwen, zowel binnen als buiten de intieme relatie.
Het proces stuurt aan op een gedrag, waarin men zich vrijmaakt van enig persoonlijk belang. De ethiek gaat hier dan ook over in de esthetiek. De bewondering voor de schoonheid neemt de plaats in van de begeerte. Formuleerde Immanuel Kant niet al 'Das Schöne' als 'das Objekt eines interessenloses Wohlgefallen'? Wanneer we het belang inzien van een harmonische ontwikkeling van onszelf als mens ontdekken we het Ware, doen we het Goede en vallen we eerbiedig stil voor het Schone. In het punt Omega vallen 'das Wahre, das Gute und das Schöne' samen.

In memoriam Pieter Kooistra (Henk Hogeboom van Buggenum GAMMA juni 1998 p. 58-59):
Na een bijna-doodervaring ten gevolge van een longbloeding stond het voor hem vast, dat hij dit ideaal dichter bij de gewone mensen wilde brengen. Twintig jaar lang spande hij zich in voor het systeem, dat pas vanaf 1972 als de kunstuitleen in Nederland en daarbuiten erkenning vond. TV-beelden uit India van hongerende kinderen gaven hem toen echter de schok van het besef, dat zonder de basisvoorzieningen van voedsel, veiligheid en onderdak het ideaal dat hij met de kunstuitleen verwezenlijkt dacht te hebben, bij lange na niet was bereikt. In een visioen meende hij een oplossing voor het wereldwijde probleem van armoede voor zich te zien. Naast het werk aan zijn kunst verdiepte hij zich vanaf dat moment in de economische grondbeginselen en het vraagstuk van de ontwikkelingshulp. Bij alle ondervonden scepsis sprak hij zichzelf moed in met de gedachte, dat hij zich in zijn jeugd tegen het advies van de dokters in niet had laten opereren aan zijn longen en daardoor in leven was gebleven - in tegenstelling tot enkele familieleden met dezelfde kwaal - en dat hij het idee van een kunstuitleen had doorgezet, alhoewel men het aanvankelijk als luchtfietserij had afgedaan. Zich concentrerend op de kracht van het eigen innerlijk, wist hij zijn systeem van kunstruil dienstbaar te maken aan de financiering van een Stichting, die het wereldplan nu in de vorm van een boek, tijdschrift en video uitdroeg onder de naam het Ideale Eigenbelang.
Het loslaten van de innerlijke conflicten en tegenstellingen wordt in de mystiek van alle religies als spirituele bewustwording, verlossing, verlichting of wedergeboorte aangeduid waarop het welzijn van mens en samenleving moet berusten. In de tijd bekeken kun je zeggen: het onbewuste paradijs kan door een lange weg van ik-conflicten tot het bewuste paradijs leiden. Het is een vrijwillige noodzakelijkheid om een eenheid in verscheidenheid op aarde te vormen van gelijkwaardige maar ongelijke mensen in verschillende culturen, rassen en godsdiensten.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.